Klas 2 werkboek 4 Li2 Licht Li2 Terugkaatsing van licht



Dovnload 86.54 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte86.54 Kb.



klas 2 werkboek 4 Li2 Licht

Li2 Terugkaatsing van licht
Je kunt pas iets zien als er licht in je ogen komt.

Het licht dat we met onze ogen opvangen, komt meestal niet direct van een lichtbron. Het is bijna altijd licht dat door een of ander oppervlak wordt teruggekaatst. In dit hoofdstuk ga je onderzoeken op welke manieren licht kan worden teruggekaatst.


Opgave 1
Bij opgaven 1 tot en met 3 heb je nodig: een lichtkastje met transformator, een matglazen scherm, een spiegel en een stukje gekleurd materiaal.




a Sluit het lichtkastje aan. Zet het scherm op ongeveer 50 cm afstand. In figuur 2-1 is getekend wat je ongeveer moet zien.

leder die vóór het scherm zit kan de lichtvlek op het scherm zien. Dit betekent dus dat er vanaf de lichtvlek in alle richtingen licht wordt teruggekaatst. We noemen dit diffuse terugkaatsing. fig 2-1

Ieder die achter het scherm zit kan de lichtvlek ook zien. Dit betekent dus ook dat licht vanuit de lichtvlek in alle richtingen wordt verspreid. We noemen dit diffuse doorlating.




b Houd de spiegel in de bundel die uit het lichtkastje komt. Zie figuur 2-2. Zorg dat de spiegel de hele bundel opvangt.
c Onderzoek met een velletje papier de bundel die door de spiegel wordt teruggekaatst. Wat valt je op?
fig 2-2
Bij diffuse terugkaatsing gaat het licht na terugkaatsing alle kanten op.

Bij spiegelende terugkaatsing verandert de bundel alleen van richting.
d Wat komt in het dagelijks leven het meest voor: spiegelende of diffuse terugkaatsing?
Opgave 2
Houd nu het gekleurde materiaal een paar cm voor de opening van het lichtkastje en kijk op het witte vlak rond de opening.
a Wat kun je zeggen over de kleur van het licht dat op het gekleurde materiaal valt?
b Wat kun je zeggen over de kleur van het licht dat van het gekleurde materiaal op het lichtkastje komt?
c Ga na of na de terugkaatsing bij het gekleurde materiaal diffuse of spiegelende terugkaatsing is.

Opgave 3
In figuur 2-3 is een lichtkastje getekend. Door op de juiste manier een spiegel in de bundel te plaatsen kan er licht in het getekende oog komen.



fig 2-3
a Teken in figuur 2-3 hoe je de spiegel ongeveer moet zetten.

b Voer de proef uit.
Opgave 4
Bij deze proef heb je twee spiegeltjes nodig.
a Probeer een voorwerp in de klas via één spiegel te zien.

b Waar moet je het spiegeltje houden om een zo groot mogelijk gebied via de spiegel te zien ?
c Probeer jezelf via de twee spiegeltjes te zien. Maak een tekening van de stand van de spiegeltjes.

d Probeer de klok in de klas via twee spiegeltjes te zien.
Opgave 5
Hieronder staan drie zinnen in spiegelschrift.


a Probeer één spiegeltje zo te gebruiken dat je de bovenste zin via de spiegel gewoon ziet.

b Hetzelfde bij de tweede zin.

c De derde zin kun je alleen via twee spiegels normaal lezen. Ga na hoe.
d Schrijf iets in spiegelschrift en bekijk het via een spiegel.


e Probeer een woord te schrijven terwijl je via de spiegel naar je schrijvende hand kijkt.
Opgave 6
Bij deze opdracht heb je nodig: een transformator, een klein plastic lichtkastje, een zwart plaatje met 1 en 3 spleten, twee zilverkleurige metalen sluitplaatjes en een metalen spiegeltje. Het lichtkastje is in figuur 2-4a in een bovenaanzicht getekend. In de gleuven 1 tot en met 9 kun je hulpstukken schuiven. Met behulp van de spleten kun je één of drie lichtstralen maken.

Deze kun je zowel aan kant A als aan kant B en C maken. Zie figuur 2-4b.



a fig 2-4 b
a Sluit het lichtkastje aan op de transformator. Plaats de metalen plaatjes in de sleuven aan de zijkant van het lichtkastje om het licht dat uit de zijkant komt tegen te houden. Plaats het zwarte plaatje met één spleet in gleuf 1 van het lichtkastje. Zie figuur 2-4b. Je hebt nu één lichtstraal gekregen. Richt deze op de spiegel. Onderzoek hoe de lichtstraal wordt teruggekaatst.

Probeer uit te leggen hoe de terugkaatsing gebeurt

In figuur 2-5 is een lichtstraal getekend en een spiegel. Zet het spiegeltje en het lichtkastje zo neer dat de echte lichtstraal en de echte spiegel op het papier samenvallen met de getekende lichtstraal en de getekende
spiegel.

b Teken in figuur 2-5 nauwkeurig hoe de lichtstraal wordt teruggekaatst.

fig 2-5


Bij spiegelende terugkaatsing zijn de hoeken die de lichtstraal voor en na de terugkaatsing met de spiegel maakt, even groot.
c Geef deze twee hoeken in figuur 2-5 aan.
In figuur 2-6 zijn drie lichtstralen getekend die vanuit één punt L op een spiegel vallen. Ook is getekend hoe deze lichtstralen worden teruggekaatst. Je kunt de drie lichtstralen uit de zijkant van het kastje samen laten vallen met de tekening als je het hulpstuk met drie spleten in gleuf 8 plaatst. Zie ook figuur 2-4b.
d Controleer de tekening nauwkeurig.


fig 2-6
e Trek de drie teruggekaatste lichtstralen gestippeld achter de spiegel door tot ze in één punt samenkomen. Noem dit punt L'.
Het punt L' noemen we het spiegelbeeld van L. Dit is het punt waar de teruggekaatste bundel vandaan lijkt te komen.
ƒ Wat valt je op aan de ligging van L' als je dit vergelijkt met de ligging van L?
Opgave 7
Voor deze proef heb je nodig: een halfdoorlatende spiegel en twee dezelfde voorwerpen. Zet één voorwerp ongeveer 5 cm voor de spiegel. In de spiegel zie je nu het spiegelbeeld van het voorwerp. Zet nu het tweede voorwerp zo achter de spiegel dat het samenvalt met het spiegelbeeld van het eerste voorwerp.
Wat valt je op als je van bovenaf kijkt?

Opgave 8

In figuur 2-7 zie je hoe een divergente lichtbundel, die vanuit L vertrekt, door een spiegel wordt teruggekaatst. L' is het spiegelbeeld van de lichtbron L. Je ziet dat de teruggekaatste bundel uit het spiegelbeeld lijkt te komen.




fig 2-7
a Controleer met je geodriehoek dat de lijn van L naar L' loodrecht op de spiegel staat.

b Meet in figuur 2-7 de loodrechte afstand van lichtbron tot de spiegel.


c Meet in figuur 2-7 de loodrechte afstand van spiegelbeeld L' tot de spiegel. Wat valt je op?

Bij terugkaatsing van een lichtbundel door een spiegel lijkt de teruggekaatste lichtbundel vanuit het spiegelbeeld van de lichtbron te komen.

De plaats van het spiegelbeeld bepaal je als volgt:

Teken vanuit de lichtbron een lijn loodrecht naar de spiegel. Het spiegelbeeld zit nu op die lijn even ver achter de spiegel als de lichtbron ervoor staat.
d Open de applet "spiegelbeelden". Links is het echte voorwerp en rechts het spiegelbeelden. Door met de muis over het gezicht te gaan kunt je zien hoe de bundels worden teruggekaatst.
Opgave 9

In de voorgaande vragen heb je gezien dat een divergente bundel licht, die door een spiegel wordt teruggekaatst, vanuit het spiegelbeeld van de lichtbron lijkt te komen. In figuur 2-8a is een lichtbundel getekend die op een spiegel valt.



a fig 2-8 b

a Teken de plaats van het spiegelbeeld (zie 8d). Laat zien hoe je te werk gaat.

b De gespiegelde lichtbundel lijkt uit het spiegelbeeld te komen. Teken in figuur 2-8 de door de spiegel teruggekaatste lichtbundel.

c Doe hetzelfde in figuur 2-8b
Opgave 10
In figuur 2-9 is L een puntvormige lichtbron.

fig 2-9


Teken precies in welke richting je vanuit A naar de spiegel moet kijken om L te zien (gebruik het spiegelbeeld van L)
Opgave 11
In figuur 2-10a is een divergente bundel licht getekend die op een spiegel valt. In figuur 2-10b valt dezelfde bundel licht op een wit scherm.


a b


fig 2-10
a Teken voor beide situaties hoe het licht wordt teruggekaatst.
In figuur 2-1 la en b worden twee bundels teruggekaatst.

a b


fig 2-11
b Welke geeft een diffuse terugkaatsing weer?
Opgave 12
In figuur 2-12 valt een bundel licht op spiegel S1. Na terugkaatsing wordt de bundel door spiegel S2 opnieuw teruggekaatst.

fig 2-12
Teken hoe deze bundel eerst door S1 en daarna door S2 wordt teruggekaatst.



Opgave 13

Een heer staat 1,0 meter voor een grote spiegel. Zie figuur 2-13.



fig 2-13
a Teken schematisch het spiegelbeeld van mijnheer.

b Welk deel van de spiegel is nodig als de heer zichzelf helemaal moet kunnen zien?
Opgave 14
Op je fiets zit achter aan je bagagedrager een reflector. Deze kaatst het licht dat erop valt in dezelfde richting weer terug.

In figuur 2-14 zie je hoe dit werkt.



fig 2-14
Opgave 15


In figuur 2-15a zie je schematisch een periscoop.

a b


fig 2-15
a Geef aan hoe de getekende lichtstralen verder gaan.
In figuur 2-15b kun je zien hoe je om een obstakel heen kunt kijken. Goochelaars gebruiken deze opstelling.
b Kun je een truc bedenken waarbij ze deze opstelling gebruiken?


Samenvatting Li2


  • Licht kan op twee manieren worden teruggekaatst. Bij spiegelende terugkaatsing verandert de richting van de lichtbundel.

Bij diffuse terugkaatsing wordt het licht in alle richtingen teruggekaatst. Het is dan geen bundel meer.

  • Bij terugkaatsing door een oppervlak kan de kleur van het licht veranderen.

  • Bij spiegelende terugkaatsing is de gespiegelde bundel zo gericht dat hij uit het spiegelbeeld van de lichtbron lijkt te komen.

  • De plaats van het spiegelbeeld bepaal je door een lijn vanuit de lichtbron loodrecht naar de spiegel te tekenen. De afstand lichtbron-spiegel is even groot als de afstand spiegel-spiegelbeeld.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina