Klas 6 Biologie S. E. IV (solar h23 t/m H26) april 2012 correctiemodel



Dovnload 19.45 Kb.
Datum30.09.2016
Grootte19.45 Kb.
Klas 6 Biologie S.E. IV (SOLAR H23 t/m H26) april 2012 correctiemodel
1p 1 Die gaat door de celwanden (dus niet door de celmembranen cel in en uit) 1p

1p 2 Capillaire werking (de celwand is poreus, de ruimtes erin zijn zeer nauw) 1p

1p 3 B 1p

3p 4 Het bruto CO2 verbruik bij fotosynthese door plant A krijg je door de CO2 productie bij lichtintensiteit 0 op te tellen bij het in de grafiek gegeven netto CO2 verbruik (dat komt dus ongeveer zo hoog als het netto CO2 verbruik van plant B). 1p Dit is het bruto CO2 verbruik van plant C, om daaruit het netto CO2 verbruik te berekenen moet je er de CO2 productie van plant B bij lichtintensiteit 0 aftrekken 1p en daarmee kom je dus op ruimschoots lager dan plant A. 1p

1p 5 Bij lichtintensiteit 0,4 1p

1p 6 Plant A, 0p want die produceert bij lagere lichtintensiteit meer organische stof dan plant B 1p

2p 7 In blad 1 wordt de radioactieve koolstof omgezet in radioactieve glucose, die als sacharose door de bastvaten naar plant 2 en 3 wordt vervoerd. 1p Het vervoer door bastvaten is een levend proces. De bastvaten zullen door de stoombehandeling gedood worden, waardoor het vervoer van sacharose niet meer mogelijk is. 1p

1p 8 C 1p bastvaten zijn de voedende vaten naar de sink

1p 9 D 1p Hoge temperatuur snelle osmose

2p 10 sink: A en C2, (want daar gaat meer koolstof in dan uit) en source: B2 en F (want daar gaat meer koolstof uit dan in) 2p, voor elke onjuist benoemd of ontbrekend compartiment 1 punt aftrek, max. aftrek 2 punten.

1p 11 150 gigaton (40 + 110) 1p

2p 12 compartiment B2 1p B2 behoort tot de korte termijn C-kringloop, de uitstoot als gevolg van verbranding van fossiele brandstoffen behoort tot de lange termijn C-kringloop / de door B2 vastgelegde koolstof komt snel na het afsterven (en deels zelfs nog daarvoor) weer vrij als CO2 1p

1p 13 F 1p (nitrificerend is van ammoniak naar NO3-)

1p 14 B 1p zie schema in BINAS

2p 15 De NO3- kan door ammonificerende bacteriën omgezet worden in NH4+ , dat in evenwicht is met NH3 ,dat vervliegt en in de atmosfeer komt. 2p (Ook als de men de bacterie rechtstreeks NH3 laat maken 2p)

2p 16 Zo kan de bacterie zonder O2 toch zijn NADH2 legen 1p en zo ATP maken bij de dissimilatie van glucose in 1p. (Hij fixeert meer dan hij zelf als NH3 nodig heeft)

2p 17 De bacterie heeft baat bij de samenleving omdat de plant hem glucose verstrekt 1p en de plant heeft baat bij de bacterie omdat deze hem opneembare stikstof (in de vorm van NH4+) verstrekt. 1p

2p 18 De zouten worden door de bacteriën opgenomen bij hun groeiproces 1p en de bacteriën worden als slib afgescheiden en afgevoerd. 1p zie ook PP 24.4

1p 19 De bacteriën hebben voor hun groei meer nitraat en fosfaat nodig dan andere zouten / nitraat en fosfaat zijn macronutriënten en onder de andere zouten bevinden zich veel micronutriënten. 1p

2p 20 14N:15N = 1:1. 1p volgens de gegeven reactievergelijking komt in ieder opgevangen N2 molecuul een N van NH4 en een N van NO2-. 1p De overige stoffen worden hierbij buiten beschouwing gelaten

1p 21 B

2p 22 Autotroof want de bacterie zet anorganische stof (CO2 en H2O) om in organische stof 1p en chemo-autotroof omdat de energie hiervoor uit een chemische reactie (de anammox-reactie) komt. 1p



1p 23 De pijl van NH4 en pijl van NO2 vloeien samen naar N2

1p 24 C


1p 25 De bacterie verwijdert overtollig stikstof/nitriet/ammonium uit het afvalwater door het als N2 gas te laten ontsnappen
2p 26 voorbeelden van juiste biotische veranderingen:

  • het aantal bacteriën/reducenten is toegenomen

  • het aantal algen/producenten is toegenomen

  • toename van het aantal watervlooien / consumenten van de eerste orde

  • toename van in de bodem wroetende vissen

per juiste verandering 1p

2p 27 voorbeelden van juiste argumenten voor toename:



  • het aantal vissoorten neemt toe door verbetering van de waterkwaliteit (hoewel de aantallen per soort afnemen)

  • door helderder water kunnen aalscholvers de vissen beter zien

voorbeelden van juiste argumenten voor afname:

  • door minder eutrofiëring nemen alle aantallen in de voedselketen af

  • de concurrentie van andere soorten met een niet aangepaste jachttechniek neemt toe

  • door helderder water kunnen de vissen de aalscholvers beter zien

per juist argument 1p

1p 28 B 1p producentn zijn algen en die nemen mineralenzoals fosfaat op

1p 29 A 1p

2p 30 Naar rechts. Uitleg: Als het myosinekopje naar links buigt zal het actine naar links gaan en/of het myosine naar rechts. 1p Uit BINAS 90 D blijkt dat bij het verkorten van de spier het myosine zich naar de dichtstbijzijnde Z-lijn begeeft, die moet in de tekening dus rechts liggen. 1p

1p 31 A 1p de veer wordt als het ware weer opgespannen met ATP, dit kost arbeid

1p 32 B 1p prikkelsterkte is immers altijd constant, de snelheid varieert

2p 33 Bijvoorbeeld de spieren die de vingers laten bewegen of de oogbol richten, 1p die zijn betrokken bij nauwkeurige 3bewegingen, meer motorische eenheden maken het mogelijk de spier meer verschillende samentrekkingsgraden en spanningen te geven. 1p (Een motorische eenheid is iets anders dan een sarcomeer of myofibril!)
3p 34 de gegeven reactie: -1 ATP -1 FADH2

naar pyrodruivenzuur +1 ATP

naar acetyl-S CoA +1 NADH2 tot hier 1p

“rondje Krebs” +1 ATP (GTP) +1 FADH2 +3 NADH2 1p

 +

+1 ATP 0 FADH2 +4 NADH2

4 NADH2 in de oxidatieve fosforylering  4 x 3 ATP = 12 ATP, dus in totaal 13 ATP 1p
1p 35 Nee , er is geen pyrodruivenzuur want geen glycolyse 1p ( elk ander antwoord 0p)

1p 36 Ja, alle drie 1p ( elk ander antwoord 0p)


2p 37 Proces 1 (glycolyse) vindt plaats buiten de mitochondriën. Glucose wordt in experiment I dus niet afgebroken tot pyrodruivenzuur omdat de benodigde enzymen niet aanwezig zijn. 1p Glucose kan het mitochondrium membraan niet passeren, pyrodruivenzuur wel. 1p ( vraag 34 36 37 zijn in de klas behandeld)
Max score 55p. Cijfer = score x 9 + 1

47



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina