Klassieke Oudheid: hoofdstuk 1 Orchestra= verdiept speelvlak waar de voorstelling op gespeeld wordt Scaena=



Dovnload 27.75 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte27.75 Kb.
Klassieke Oudheid: hoofdstuk 1
Orchestra= verdiept speelvlak waar de voorstelling op gespeeld wordt

Scaena= een kleedruimste met opgeslagen attributen (later: achtergrond en decor toneelstuk)
Tragedie en Komedie

Drie tragedies (treurspel) en één komedie (blijspel) voor wijngod Dionysus.



Tragedie= mythologische inhoud, mannen dragen een masker die zowel mannen als vrouwen voorstellen, plechtige en statige dansen.

Komedie= Actuelere inhoud (elementen van cabaret), levendig en zelfs obsceen gedanst.
Apollo

  • Apollo en Dionysus zijn tegenpolen

  • Aanvoerder van de Muzen (=

  • Beschermer van de muziek en gedichten, vertegenwoordigt orde, regelmaar, evenwicht en het verstandelijke

  • Lier = snaarinstrument (schild met geitenhoorns), vertegenwoordigt het Apollinische, gebruikt als begeleiding bij gezongen heldengedichten


Dionysus

  • Apollinische tegenover het Dionysische

  • Vertegenwoordigt de roes, de extase, het onvoorspelbare en het gevoelsmatige

  • Aulos= Dionysisch instrument, gebruikt bij lofliederen voor Dionysus


Pythagoras

  • Wetenschapper en filosoof

  • Ontwikkelt mathematische muziektheorie


Consonanten= tooncombinaties die mooi klinken

Dissonanten= tooncombinaties die botsen

Dit is in de periode van de Oudheid t/m de ME van kracht


Parthenon

Als onderdak voor de God aan wie deze is gewijd



Altaar = plek waar offeringen voor een god worden gebracht

Zuilen=

Dorische orde


Drie bouworden

  • Dorische orde

  • Ionische orde

  • Corinthische orde

Architraaf= horizontale balk, rust op twee zuilen

Stapelmethode = Architraafbouw


Vitruvias= bouwmeester (Romein) uit de tijd van Augustus
Beeldhouwkunst

Menselijke, geïdealiseerde verhoudingen in het lichaam

De Grieken maakten er geen persoonlijk gezicht op, ze willen een volmaakt menstype weergeven

Colosseum

Amfitheater= (sportspektakels en gladiatorenspelen)

Pilasters= platte decoratieve toevoeging aan de muurvlak ontleend aan de vorm van een zuil.

Halfzuil= Zuilvorm in de muur, steekt iets naar voren
Goddelijke orde: hoofdstuk 2
Romaans= (kenmerken: rondbogen en eenvoudige tonggewelven) 11e en 12e eeuw

Pijlers= (dragen rondbogen), kolom

Metten= Kerkdiensten van de monniken
Gregoriaanse muziek

Psalmen= (uit OT)

Gregoriaanse muziek= psalmen, gezangen en gedichten in het Latijns gezongen, eenstemmige gezongen melodieën

De eerste notenbalk door Guido v. Arrezo


Pelgrimstocht= tocht die men aflegt om fouten die men heeft gemaakt goed te maken (naar graven van heiligen)

Apostel= 1 van de 12 volgers van Jezus Christus
Gotische Kathedraal

Kathedralen= kerk van de bisschopszetel

Gotiek= (vanuit Frankrijk) meer realisme, 13e en 14e eeuw, (kenmerken: spitboogramen, kruisribgewelven, glas in lood ramen)

Gebrandschilderde ramen= ramen met voorstellingen, gemaakt uit honderden, kleine stukjes gekleurd glas, bijeengehouden door loodstrips
Muziek

Polyfonie= meerstemmige zang
Liturgisch drama= uitbreiden liturgie d.m.v. dialogen

Mirakelspel= bijbelse verhalen als toneelstuk opgevoerd op een plein in het dorp, onderbroken door flinke eet- en drinkfestijnen

Troubadours= Hoofse dichters, tussen het einde van de 11e eeuw en het begin van de 14e eeuw, makers van tekst en melodieën

Evangelie= leer van Christus zoals in het Nieuwe Testament
Fresco= muur- of plafondschildering op een vers aangebrachte, vochtige kalklaag.

Kapel= deel van een kerk, gewijd aan een heilige of ter nagedachtenis aan een bepaald persoon
Homo universalis: hoofdstuk 3
Na 1400 ontstaat in Italië een nieuwe levenshouding gebaseerd op voorbeelden uit de Klassieke Oudheid. Deze stijl wordt de Renaissance (wedergeboorte) (1500) genoemd.
Centraal perspectief= gaat uit van een denkbeeldige plek waar de kijker staat. Alles wat dichtbij de kijker staat wordt groot afgebeeld, alles wat verder weg is wordt gelijkmatig kleiner.


Dansen

Basse danse= een plechtige dans waaraan edellieden zelf meedoen

Moresque= Deze dans, met acrobatische sprongen, wordt uitgevoerd door beroepsdansers en is het eerste voorbeeld van westerse theaterdans
Cantus Firmus

Cantus Firmus= een basismotief, waardoor door elkaar geweven stemmen bijeen worden gehouden.
Commedia dell’arte= (populair in Italië) in deze vorm van staat toneel duiken steeds dezelfde typpetjes op. Ze zijn herkenbaar aan de vaste kostuums en maskers
Hofdans

Choreografie= dans en bewegingscompositie van een dansstuk

Hofdansen= dansen die door de mensen aan het hof gedanst werden

Figuurdansen= manier van dansen waarin de dansgroepen bewegende geometrische patronen op de dansvloer vormen
Madrigaal= vocale compositie op wereldlijke tekst, meestal over liefde
Verleiding pracht en praal: hoofdstuk 4
Reformatie= Het verzet tegen de katholieke kerk

Contrareformatie= De reactie van de kerk tegen de reformatie, met veel pracht en praal probeert de kerk de gelovigen terug te winnen
Opera= muzikaal drama voor zangstemmen en orkest, waarbij muziek zeker zo belangrijk is als tekst

Monodie= eenstemmige zang waarbij de tekst duidelijk en verhalend word gezongen, begeleid door een baspartij.
Allegorische=
Barok= (kenmerken: veel versieringen(ornamenten), veel dynamiek in schilderijen, gedraaide zuilen, veel licht/donkercontrast )
Lodewijk XIV

Staatsieportret= officiële portretten van machtshebbers
Academisch ballet= (kenmerken: het naar buiten draaien van de benen)

Balletkomedie= toneelscènes worden hierin afgewisseld met dans en muziek.

Balletopera= volgt de opbouw van de Griekse tragedies, muziek wordt hier niet onderbroken door gesproken toneelscènes

Ouverture= de instrumentale inleiding van de opera

Divertissement= massascènes voor koor en ballet
Bas-reliëfs= een tamelijk vlak beeldhouwwerk waarbij de figuren slechts gedeeltelijk van de achtergrond loskomen


Kunst voor de burger: hoofdstuk 5
Handschoen met gevallen roos= getrouwd met een eerdere weduwe

Hondje= trouw



Druiven= echtelijke kuisheid
Zeepbel = de mens is een zeepbel, al te lichtvoetig vermaal eist op den duur zijn tol
Stilleven= schilderij waarop levenloze/dode voorwerpen op een bepaalde manier gerangschikt zijn afgebeeld
Water en wijn= hoe meer water en hoe minder wijn hoe beter, men is gewaarschuwd, matigheid duurt het langst
Vanitasstilleven= een stilleven die mensen waarschuwt. Stilleven met een symbolische betekenis. De eindigheid van leven en dood staat hierbij centraal.
Muziekcollege

Collegium musicum= een gezelschap van burgers die in besloten kring bijeenkwamen om voor eigen genoegen te zingen en te spelen
Rederijkers= beoefenaars van de toneelspeelkunst

Tableaux vivants= levend schilderij, bestaande uit een of meerdere personen
Classicisme= heroriëntatie op de klassieke oudheid na de renaissance

Timpaan= driehoekige ruimte, voorzien van reliëf

Neoclassicisme= opnieuw wordt de puurheid van de klassieke oudheid nagestreefd



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina