Klassieke religieuze visies op gerechtvaardigde oorlog



Dovnload 49.46 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte49.46 Kb.

Klassieke religieuze visies op gerechtvaardigde oorlog


Op 21 mei 2007 was er in het gebouw van de Raad van Kerken (Koningin Wilhelminalaan 5 Amersfoort) een ontmoeting tussen mensen uit de leiding van verschillende religieuze koepels.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Veel mensen in de samenleving verdenken religies er van verantwoordelijk te zijn voor veel geweld en oorlog. Dat geldt voor jodendom, christendom en islam maar ook boeddhisten in Sri Lanka en hindoefundamentalisten halen de krantenkoppen. Religieuze leiders hebben iets met elkaar te bespreken; als we dat gesprek uit de weg gaan, stellen we ons aan terechte kritiek bloot.

Het doel van deze bijeenkomst is kennismaking en gesprek. Zonder goede relaties op te bouwen en te onderhouden is een gesprek over de pijnpunten onmogelijk. Naast de ontmoeting is er op 21 mei een gesprek over klassieke religieuze visies op gerechtvaardigde oorlog. Dit thema is door het moderamen van de Raad van Kerken gekozen op voorstel van zijn Beraadgroep Interreligieuze Ontmoeting. Het thema is voorgesteld omdat het expliciet over een van de cruciale onderwerpen in de wereldsamenleving gaat en ons allen raakt.

De beperking—klassieke visies—dient twee doeleinden:



  • Er bestaat een aanmerkelijk onderscheid tussen wat een geloofstraditie leert en wat mensen er van maken. Gelovigen handelen vaak in strijd met wezenlijke opvattingen van hun traditie. Daarom is aan de auteurs van bijdragen gevraagd klassieke visies te beschrijven. Niet om om de hete brij heen te draaien maar om een spiegel voor te houden en ook de klassieke elementen in elkaars traditie beter te kunnen begrijpen.

  • In de ontmoeting op 21 mei is het goed om buiten de actuele oorlogen en geruchten van oorlogen te blijven en te zoeken naar wat ons verbindt en te zien waarin we (niet in ontsporingen maar in centrale visies) verschillen.

Vijf auteurs hebben aan het verzoek om een bijdrage te leveren gehoor gegeven en volgens hun eigen invulling een notitie geschreven. Alleen al omdat de tradities verschillen, verschillen ook de bijdragen. Het Humanistisch Verbond kon door omstandigheden helaas geen medewerking verlenen. De auteurs zijn:

  • Dr Marzouk Aulad Abdellah, universitair docent Fiqh aan de Vrije Universiteit

  • Dr A. Bierdja, leger-pandit te Den Haag

  • Prof. dr. A. van Iersel, legeraalmoezenier, bijz. hoogleraar geestelijke verzorging, Universiteit van Tilburg

  • Dr Tzvi Marx, directeur van de Folkertsma Stichting, Hilversum

  • Dhr. Dh.Varamitra, voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland



Onderstaand artikel is de bijdrage van Dh. Varamitra.

In het geheel geen kwaad te doen,

het heilzame op zich te nemen,

het reinigen van de eigen geest

dat is de leer van de boeddha’s

Dhammapada, vers 183

Rechtvaardige Oorlog, een boeddhistisch perspectief
Inleiding
Tot aan het schrijven van dit artikel had ik mij nooit echt bezig gehouden met het begrip ‘rechtvaardige oorlog’. In het Nederlandse taalgebied is het ook niet echt een punt van discussie. Zo nu en dan laait er wat stof op bij de verschijning van boeken over de betrokkenheid van boeddhistische monniken uit Japan ten tijde van de tweede wereld oorlog of meer recent de inmenging van Sri Lankaanse monniken in de strijd met de Tamils.

Als eerste heb ik de dikke van Dale geraadpleegd om het begrip rechtvaardige oorlog wat nader te definiëren.

Rechtvaardig staat voor: in overeenstemming met bepaalde ethische beginselen.

Oorlog staat voor: een strijd tussen twee of meer volkeren, vorsten of staten.

De vraag welke ik in dit artikel wil beantwoorden is op basis van bovenstaande definities:
Zijn er in de Boeddhistische Canon verwijzingen waaruit opgemaakt zou kunnen worden dat strijd te rechtvaardigen is op grond van ethische beginselen”.
In mijn onderzoek ben ik geen valide, op basis van bronteksten, uitgewerkte betogen tegengekomen over het begrip ‘rechtvaardige oorlog’. De bronnen die ik vond om ‘rechtvaardige oorlog’ te rechtvaardigen waren allemaal invalide. Ik zal hier in dit artikel nader op ingaan.

Gelet op de korte tijd die mij gegeven is om dit artikel te schrijven beperk ik mij tot de twee incidenten hierboven genoemd. Tevens heb ik mijn bronnenonderzoek niet helemaal naar wens kunnen voltooien. Ik neem dan ook volledige verantwoordelijkheid voor onvolkomenheden in dit artikel. Tegelijkertijd hoop ik dat hetgeen ik geschreven heb kan aanzetten tot verdere reflectie op het begrip ‘rechtvaardige oorlog’ en tot een constructieve dialoog tussen de wereldreligies over dit thema.


Sri Lanka

De beoefening van het Boeddhisme in Sri Lanka is gebaseerd op de Pali Canon en behoort tot de Theravada school (de ‘oude school’). De Pali Canon bestaat uit een drietal delen, die samen de TIpitaka genoemd worden.



  1. De Vinaya Pitaka, de orderegels voor monniken en nonnen

  2. De Sutta Pitaka, de leerredes van de Boeddha

  3. De Abhidhamma Pitaka, een schematische opsomming van de leer van de Boeddha.

Voor dit artikel beperk ik mij tot de Sutta Pitaka.

De Boedda gaat in een groot aantal leerredes (Sutta’s) in op de ethische grondbeginselen van zijn leer.

Ik citeer uit de Majjhima-Nikaya, Sutta 114. de leerrede over ‘Wat gepraktiseerd en wat niet gepraktiseerd moet worden. (Janssen, Majjhima-Nikaya, deel 3, 2005, p. 132 e.v.)


In deze Sutta somt de Boeddha drie reeksen van zaken op waarbij onderscheiden moet worden of ze gepraktiseerd of niet gepraktiseerd moeten worden. Sariputta, een van de meest vooraanstaande leerlingen van de Boeddha geeft een uitvoerige uitleg, welke aan het eind van het Sutta door de Boeddha bevestigd wordt.
Stel, iemand doodt levende wezens, hij is wreed, heeft bloed aan zijn handen, is geneigd tot moord en doodslag, is medogenloos tegenover levende wezens.

Hij neemt wat niet gegeven is, hij neemt de bezittingen en de middelen van bestaan van anderen in een dorp of in de wildernis zonder dat ze gegeven zijn, hetgeen diefstal genoemd wordt.

Hij misdraagt zich op seksueel gebied; met meisjes die onder de hoede van hun moeder, van hun vader, van hun broer, van hun zuster of van [andere] familieleden staan, die getrouwd zijn, die bescherming van de wet genieten, zelfs met hen die omkranst zijn ten teken van verloving, heeft hij seksuele omgang.

Wanneer men zulk [47] lichamelijk gedrag praktiseert, nemen onheilzame geestestoestanden toe en nemen heilzame geestestoestanden af.

……….



Stel iemand geeft het doden van levende wezens op en onthoudt zich ervan, hij heeft de stok neergelegd, het zwaard neergelegd, is gewetensvol, mededogend en is voortdurend bekommerd om het heil van levende wezens.

Hij geeft het nemen van wat niet gegeven is op en onthoudt zich ervan, hij is iemand die niet de bezittingen en de middelen van bestaan van anderen in een dorp of in de wildernis neemt zonder dat ze gegeven zijn, hetgeen diefstal genoemd wordt.

Hij geeft wangedrag op seksueel gebied op en onthoudt zich ervan; met meisjes die onder de hoede van hun moeder, van hun vader, van hun broer, van hun zuster of van [andere] familieleden staan, die getrouwd zijn, die bescherming van de wet genieten, ook met hen die omkranst zijn ten teken van verloving, heeft hij geen seksuele omgang.

Wanneer men zulk lichamelijk gedrag praktiseert, nemen onheilzame geestestoestanden af en nemen heilzame geestestoestanden toe.

……….



Goed zo, Sariputta, goed zo! Je hebt de betekenis van mijn woorden goed begrepen. Het is precies zoals je gezegd hebt. [60]

24. Sariputta, als alle krijgers zo de betekenis van deze door mij in het kort gesproken woorden zouden begrijpen, dan zou dat lange tijd tot heil en geluk strekken.”
Dr. Hammalawa Saddhatissa, een boeddhistische monnik van Sri Lanka citeert in zijn boek “Buddhist Ethics” (Saddhatissa, 1987, p. 75) de Dhammasangan Atthakatha waarin de Boeddha een zeer gedetailleerde omschrijving wat hij verstaat onder het doden van levende wezens.
There are five conditions which constitute the immoral act of killing: (i) the fact and presence of a living being, human or animal, (ii) the knowledge that the being is a living being, (iii) the intent or the resolution to kill, (iv) the act of killing by appropriate means, (v) the resulting death. In the absence of any one of these conditions, the act would not constitute ‘killing’ even though death should follow; the event would be considered an accident an would not entail any evil effect for the performer of the act.

There are six means of killing: (i) killing with one’s own hands, (ii) causing another to kill by giving an order, (iii) killing by shooting, pelting with stones, sticks, etc., (iv) killing by digging trenches, etc., and entrapping a being, (v) killing by the powers of iddhi, or occult means, (vi) killing by mantras or occult sciences.
Uit boven genoemde citaten mag duidelijk zijn dat enigerlei vorm van geweld door de Boeddha ontraden wordt. Ik zeg bewust ontraden, aangezien de ethische beginselen zoals deze door de Boeddha zijn onderwezen opgevat dienen te worden als voorschriften/aanbeveling om tot een heilzaam leven te komen. De Boeddha is slechts “de wijzer van het pad” (Janssen, Khuddaka-Nikaya, Sutta-Nippata vers 87, 2002). Deze ethische beginselen dienen van binnenuit te worden gerealiseerd op basis van de eigen beoefening en het daaraan gekoppelde ontluikende inzicht en niet van buitenaf door een ander opgelegd.

De Boeddha gaat er in zijn leer vanuit dat ieder levend wezen verantwoordelijk is voor zijn eigen daden en zich niet kan verschuilen achter een ‘externe legitimatie’.


Hoe verklaart zich op grond van bovenstaande dan de rechtvaardiging van de betrokkenheid van boeddhisten bij de strijd tegen de Tamils in Sri Lanka.
Tessa Bartholomeusz publiceert in The Journal of Buddhist Ethics een essay met de title “In defense of Dharma”, Just war ideology in Buddhist Sri Lanka. (Bartholomeusz, 1999)

Dit essay werkt zij verder uit tot een boek met dezelfde titel dat uitkomt in 2002 bij RoutledgeCurzon, London.


Het eertse wat opvalt is het essay is dat zij zich grotendeels baseert op een tekst genaamd Mahavamsa, De grote kroniek van Lanka. De Mahavamsa verhaalt de geschiedenis van Sri Lanka vanaf het overlijden van de Boeddha tot aan de regering van koning Mahasena (ca. 325 na Chr.). Deze kroniek is geschreven door de monnik Mahanama aan het einde van de 5e eeuw na Chr.

Deze tekst kan dus niet gerekend worden tot een van de bronteksten van de Boeddha.

Boeddhisten in Sri Lanka leunen hevig op deze tekst om hun strijd tegen de Tamils te rechtvaardigen.

Met name hoodstuk 25, De overwinning van Dutthagamani wordt veelvuldig geciteerd.


De koning (Dutthagamani) hoorde dat er gezegd werd: ‘Zij kennen niet eens hun eigen leger. Zij slachten hun eigen mensen af.’Daarop legde hij[de koning] de plechtige verklaring af: ‘Niet voor het genoegen in mijn eigen macht, span ik mij in, maar mijn doel is de Leer van de Samboeddha hier opnieuw te vestigen”. (Denisse, 2002, p. 188).
Bartholomeusz laat in haar essay ook de monnik Rathana, een verklaard voorstander van de rechtvaardige oorlog, aan het woord.

Space does not permit a fully-detailed account of these passages. Among them, the Venerable Rathana cited the Kutadanta Sutta, the Alavika Sutta, and the Baka Jataka.”


In de twee sutta’s is op geen enkele wijze een rechtvaardiging van geweld te vinden. En de Baka Jataka, alhoewel onderdeel van de Sutta-Pittaka, is een van de mythische verhalen over vroegere levens van de Boeddha en geen leerrede van de Boeddha.
In de Kutadanta Sutta (Janssen, Digha-Nikaya, 2001, p. 158) verteld de Boeddha als antwoord op een vraag, het mythische verhaal over koning Mahavijita, hierin komt het volgende citaat voor:
Toen dan, brahmaan, liet koning Mahavijita zijn hofpriester weer roepen en sprak het volgende: ‘Ik heb de roversplaag uitgeroeid; met behulp van uw regeling heb ik een groot inkomen gekregen uit het land dat tot rust gekomen is………..”.
Als je terugleest in dezelfde Sutta waar de regeling opslaat dan krijgt het begrip ‘uitroeien’ een geheel andere betekenis.
Toch is het mogelijk met behulp van de volgende regeling deze roversplaag volledig uit te roeien.

Welnu, uwe majesteit moet aan degenen die in uw land landbouw en veeteelt bedrijven, zaaigoed en veevoeder verstrekken;

aan degenen die handel drijven, moet u kapitaal verschaffen;

aan degenen die in overheidsdienst werken, moet u voedsel en een salaris toekennen.

Dan zullen de mensen gericht zijn op hun eigen werk en het land van de koning niet teisteren.”
Het Alavika Sutta gaat over een non genaamd Alavika die zich niet laat verleiden door Mara, de koning van het verlangen. Het is een korte sutta zonder enige verwijzing naar geweld.
Over het verkeerd of onvolledig verwijzen vond ik een helder commentaar op het weblog gedateerd 4 januari 2007 van Ajahn Punnadhammo een Theravada monnik. Na mijn rondgang op internet kan ik alleen maar zeggen dat ik volledig instem met zijn commentaar. Te vaak en te veel wordt er geknipt en geplakt, zonder dat de context duidelijk is waar het citaat vandaan komt en of de bron werkelijk terug gaat tot de Pali Canon
I've received some email asking about a passage where the Buddha apparently advocates a "Just War" doctrine. (Om ruimte te besparen neem ik de email niet op in dit artikel)

The trouble is, the Buddha never said it. The passage is an extract from "The Gospel of the Buddha" written by Paul Carus in 1894. The "Gospel" was one of the early popularizing works which introduced Buddhist thought to the West. Like the "Light of Asia" by Edwin Arnold written around the same time, these works served a useful purpose and were many people's first encounters with Buddhism. Unfortunately, both Carus and Arnold too often let their own ideas intrude and put their own words in the Buddha's mouth.
A little Googling and I discovered that this passage from Carus is posted all over the net, usually in compilations of basic Buddhist doctrines. This is troubling for many reasons. The last thing the world needs now is a Buddhist justification for war. It also points out the scholarly sloppiness of so much material on the internet. The Carus passage is quoted here and there without indicating the source. The language is such that it would fool many into thinking it a quote from scripture.

In general I think we could learn a trick from the Christians here. Too many Buddhist books and websites quote the "Buddha" without identifying the sutta. Even if it's a genuine quote, it's frustrating if one wants to check the source or the translation if it isn't cited. Christian works are full of chapter-and-verse numbers after every biblical quote”.


Tot slot wil ik nog verwijzen naar een artikel opgenomen in The Journal of Buddhist Ethics

The Place for a Righteous War in Buddhism door Professor P. D. Premasiri (Premasiri, 2003) in zijn slotwoord komt hij tot de onderstaande conclusie:


In summing up the inquiry into the question whether there can be any reasons in favour of a righteous war according to the canonical teachings of Buddhism, it should be reiterated that war, according to Buddhism is necessarily evil. Anyone who engages in it is compelled to commit acts of violence at least against the enemy who needs to be subdued. Participation in any kind of violence is absolutely out of the question for those who seriously pursue the goal of Nibbana. Their only option is to win over those who are cruel and violent through kindness and compassion. Wars and conflicts are endemic in society, due to the strong tendency of people to protect their own possessions with miserliness [macchariya] and due to the jealousy that affects people who are deprived of certain possessions enjoyed by others. More often than not, attempts to justify violence could be mere rationalizations of self interest. Buddhism grants that the large majority of people who are engaged in mundane affairs, although they may be devout Buddhists, and may be to a high degree righteous people, [as exemplified by the mythological stories of Devas headed by Sakka going to war with Asuras] are sometimes compelled to fight wars. The Buddhist teachings, by means of mythological tales and story telling homilies attempt to introduce a sense of morality and a concern for justice and fair play even in situations where people are compelled to fight wars. Reflection on the Buddhist canonical teachings outlined above by all Sri Lankans who cherish Buddhist moral values could be useful and important in the context of the current conflict.”
Japan
Het Boeddhisme in Japan is gebaseerd op de Mahayana Sutra’s. Mahayana betekent de grote weg. Met groot wordt hier in het bijzonder bedoeld dat deze vorm van Boeddhisme een sterk naar de wereld gerichte altruïstische grondslag heeft. In het Mahayana wordt veel gesproken over het Bodhisattva Ideaal. Een Bodhisattva is een beoefenaar die uitreikt naar de ander. Hij stelt zijn eigen bevrijding/verlichting uit om beschikbaar te zijn voor de ander, hem te helpen op zijn weg. Een van de geloftes van de Bodhisattva is dat hij alle levende wezens wil redden uit de klauwen van Mara, de koning van het verlangen, alvorens hij zelf tot verlichting komt.
De Mahayana staat ook bekend om zijn non-duale leerstellingen. Ook wel Sunyata genoemd, de Grote Leegte. Het Diamant Sutra is daar een goed voorbeeld van. In een dialoog met zijn leerling Subhuti maakt de Boeddha duidelijk dat je als Bodhisattva alle wezens moet redden, maar dat er tegelijkertijd geen wezens zijn om te redden. Dat er zelfs geen redden bestaat.

Deze materie is uitermate complex en beslist niet gemakkelijk te verstaan. En wordt ook vaak vanuit een misverstaan gebruikt om de eigen behoeften/daden te rechtvaardigen. Op basis hiervan kan er gemakkelijk een moreel verval optreden, omdat er niet zo iets is als moraal. Alles is Leegte.


De Boeddha wijst hier ook regelmatig op zoals o.a. in de Rastrapalapariprccha. In deze sutra geeft de Boeddha aan dat uiteindelijk de monniken zijn leer ten gronde zullen richten.
Zonder schaamte en goed gedrag, brutaal als de kraaien, hoogmoedig en opvliegend zullen de monniken van mijn leer zijn, verteerd door afgunst, verwaandheid en trots……….

Niets gemeens is hun te slecht en er is niets wat zij niet zouden willen doen………

Zij hebben dag en nacht zorgen omdat ze steeds bezig zijn met het bespreken van politiek, verhalen dieven te vertellen en de belangen van hun verwanten te behartigen. Meditatie en studie geven zij op en ze houden zich steeds met de zaken van het klooster bezig, belust op een woning. Zij hebben gefronste wenkbrauwen en zijn omringd door losbandige leerlingen.” (Ensink, De grote weg naar het licht, 2005, p. 142 e.v.)
Een andere belangrijke leerstelling in het Mahayana zijn de zes Paramita’s, in het Nederlands de zes Volmaaktheden. Vrijgevigheid, Ethiek, Geduld, Energie, Meditatie en Wijsheid. De vervolmaking van deze 6 deugden vormen gezamenlijk de weg naar Inzicht.
In uiteenlopende sutra’s geeft de Boeddha (in)direct aanwijzing om tot Volmaaktheid te komen. Ik citeer uit de Mahakarmavibhanga. (Ensink, De grote weg naar het licht, 2005, p. 50 e.v.)
De verkondiging van de uiteenzetting van de leer van de classificatie van de daden. Welk daad leidt nu tot een korte levensduur? Antwoord:

-zich vergrijpen tegen het leven,

-daarmee instemmen

-het prijzen ervan

-het toejuichen en prijzen van en het aanzetten tot het doden van vijanden,

-het doden van een embryo of het prijzen ervan en

-het inrichten van een offerplaats, waar veel levende wezens, als karbouwen, koeien, varkens en hoenders, gedood worden.

………….



Welke daad leidt tot een lange levensduur? Antwoord:

-Geen misdaad begaan tegen het leven,

-het propageren hiervan, ertoe aansporen en dat prijzen,

-het vrijlaten van mensen, runderen, varkens, hoenders enz. die bestem zijn om gedood te worden,

-wezens die in gevaar verkeren in veiligheid brengen,

-medelijdende gedachten ten opzichte van wezens die geen beschermer hebben,

-liefdevolle gedachten ten opzichte van zieke wezens en andere, jonge en oude,

-hun voedsel geven en liefdevolle gedachten koesteren ten opzichte van de ontvangers,

-de positieve kant van wat hierboven gezegd is over het kijken naar een gevecht enzovoort,

-ook het herstel van vervallen stupa’s, heiligdommen en kloosters.”
Net als in Sri Lanka zijn er in Japan boeddhistische stromingen die geweld, strijd en oorlog weten te rechtvaardigen. Maar ook hier gaat het volgens mij om het onvolledige citeren of het citaat uit zijn context halen om het eigen onheilzame handelen te rechtvaardigen.

Vaak wordt er gebruikt gemaakt van de onderstaande citaten uit de Mahaparinirvana Sutra om oorlog te rechtvaardigen. Het is belangrijk om te weten dat deze sutra als Mahayana Sutra een volstrekt andere inhoud heeft dan de gelijkluidende Sutta uit de Pali Canon.


In the Mahāparinirvāna-sūtra the historical Buddha states that in an earlier life he killed several brahmins for slandering the Dharma and thereby spared them the retribution that would follow from their actions. Williams, p. 161.”
Het volledige citaat van Paul Williams luidt als volgt:

Since the country’s disasters came from upholding false teachings, it is the duty of the government to suppress false doctrine, Nicherin recognizes that some Buddhist may find this conclusion unpalatable, but it is clearly stated in the sutra’s. In the Mahaparinirvana Sutra the Buddha describes how in a previous life he killed several Brahmins to prevent them from the slandering Buddhism, and save them from the punishment they might otherwise have incurred through continuing their slander. In the same Sutra it is said that the followers of the Mahayana ought to keep weapons and ignore the moral code if such is necessary in order to protect the Dharma”. (Williams, 1989, p. 161)


In de Mahaparinirvana Sutra (Page, 1999-2000, p. 190 e.v) staat het volgende:
Bodhisattva Kasyapa said to the Buddha: "O World-Honoured One! What the Buddha speaks is closely guarded words. I am shallow in Wisdom. How can I arrive at the meaning? If it is the case that all Bodhisattvas abide in the stage of the only son and can do all such things, why was it that the Tathagata, when born as a king, practising the Bodhisattva Way, took the life of a Brahmin of a [certain] place?”
Na een lange uiteenzetting komt de Boeddha met het volgende antwoord
"O good man! You say that the Tathagata, in days gone by, killed a Brahmin. O good man! "The Bodhisattva-mahasattva would not purposely kill an ant" [a large, winged black ant]. How could he kill a Brahmin? "The Bodhisattva always, through various means, gives unending life to beings." O good man! Now a person who gives food gives life. When the Bodhisattvamahasattva practises the danaparamita, he always gives beings unlimited life. O good man! By upholding the precept of non-harming, one gains a long life.”
Over het dragen van wapens zegt de Maha Parinirvana Sutra het volgende op pagina 39.
"O World-Honoured One! If all bhiksus are to be accompanied by such upasakas with the sword and staff, can we say that they are worthy of the name, or are they unworthy of such? Or is this upholding the precepts or not?" The Buddha said to Kasyapa: "Do not say that such persons are those who transgress the precepts. O good man! After I have entered Nirvana, the world will be evil-ridden and the land devastated, each pillaging the other, and the people will be driven by hunger. At such a time, because of hunger, men may make up their minds, abandon home and enter the Sangha. Such persons are bogus priests. Such, on seeing those persons who are strict in their observance of the precepts, right in their deportment, and pure in their deeds, upholding Wonderful Dharma, will drive such away or kill them or cause harm to them." Bodhisattva Kasyapa said again to the Buddha: "O World-Honoured One! How can all such persons upholding the precepts and guarding Wonderful Dharma get into villages and castle towns and teach?" "O good man! That is why I allow those who uphold the precepts to be accompanied by the white-clad people [laypeople, non-monks] with the sword and staff. Although all kings, ministers, rich lay men [grhapati] and upasakas may possess the sword and staff for protecting Dharma, I call this upholding the precepts. You may possess the sword and staff, "but do not take life". If things are thus, we call this first-hand upholding of the precepts."
Het gaat in dit citaat in het bijzonder om "but do not take life". De Boeddha is hier duidelijk en zeer uitgesproken over.

Om een en ander nog eens duidelijk te onderstrepen sprak de Boeddha het volgende vers (gatha) p.124.


Then, the World-Honoured One, for Manjushri's sake, spoke in a gatha:
"All fear the sword and staff;

There is none who does not love life.

Put your own self into the parable [equation].

Do not kill, do not use the staff."
Tot slot
De werkelijkheid is weerbarstiger dan de Leer. Dat geldt voor alle wereldreligies, het Boeddhisme niet uitgezonderd. Er is geen land waar het Boeddhisme nu of in het verleden heeft gefloreerd, dat vrij is geweest van geweld, strijd of oorlog. En in al die landen zijn ook volgelingen van de Boeddha, of het nu monniken of lekenvolgelingen zijn, betrokken geweest bij geweld of hebben er mee ingestemd. Dat zij hun gedrag rechtvaardigen op basis van de leerstellingen van de Boeddha is een teken van Onwetendheid. Onwetendheid, te samen met Haat en Begeerte door de Boeddha aangemerkt als de drie vergiften, welke de drijfveren zijn van mensen die nog geen Inzicht/Verlichting hebben bereikt. En zolang als deze drie vergiften niet volledig zijn uitgeroeid zal er oorlog zijn in deze wereld en zal de mens zijn uiterste best blijven doen om zijn onheilzame handelen te rechtvaardigen.
Een laatste citaat komt van Sulak Sivarahsa welke in 2001 de Gandhi Millenium Award ontving voor zijn niet aflatend inzet voor geweldloze interventies in conflictgebieden.
When confronted with large-scale conflicts there is no question that they demand a response. The problem is that many people believe that a nonviolent response means doing nothing whereas responding with force or violence means doing something. The Middle Way of Buddhism defines very well how one should respond to violence. It is about avoiding extremes. The extremes being doing nothing on the one hand or responding with similar violence on the other.”



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina