Klimaatverandering in de wereldkerk: naar nieuwe wegen van zending en oecumene in europa



Dovnload 56.78 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte56.78 Kb.


Sibiu-lezing 25 mei 2007, ’s-Hertogenbosch Wout van Laar
KLIMAATVERANDERING IN DE WERELDKERK:

NAAR NIEUWE WEGEN VAN ZENDING EN OECUMENE IN EUROPA
Europa is verre van homogeen. Het vertegenwoordigt van west naar oost en van noord naar zuid een bonte mix van culturen en tradities. Opmerkelijk blijft dat je, waar je ook komt, in het landschap kerkgebouwen aantreft. In hun symbolische betekenis zijn zij een verwijzing naar het christelijk geloof. Naast het Griekse rationele denken en de Romeinse zin voor organisatie is de joods-christelijke erfenis een van de grondpijlers van de Europese cultuur. Intussen hebben de kerken het moeilijk. In de meeste landen zijn de oude instituten naar de rand van de samenleving gedrongen. De historische kerken hebben hun grip op de jongere generaties verloren en slagen er niet hun boodschap over te brengen in geseculariseerde samenlevingen waar de hunkering naar heelheid bijna tastbaar is. Allerlei vormen van nieuwe religiositeit vinden gretig onthaal, maar ook oude wereldgodsdiensten blijken springlevend. Van die godsdiensten vormt de islam een uitdaging van de eerste orde, al wordt dat onvoldoende beseft. Voorlopig weet Europa geen raad met de groeiende aanwezigheid van moslimgemeenschappen in zijn steden. Aan het begin van de 21ste eeuw is ons werelddeel in onzekere tijden op zoek naar zijn verloren identiteit.

Tegen deze achtergrond komt in september de derde Europese Oecumenische Assemblee in het Roemeense Sibiu samen. Het thema is een niet mis te verstane geloofsuitspraak: ‘Het licht van Christus schijnt over allen’. Als kerken en christenen zijn wij ook vandaag geroepen ‘om te getuigen van het licht: het ware licht dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam’ (Joh. 1, 9)? Hoe zullen kerken in het nieuwe Europa hun missionaire roeping verstaan en uitvoeren?


Europa gaat door een proces van enorme veranderingen. Wij beleven een tijd van kentering op politiek, economisch, cultureel en religieus gebied. In deze lezing beperk ik mij tot één enkel aspect. Ik wil vooral ingaan op de ingrijpende veranderingen in de verschijningsvormen van het christendom, zoals die grote gevolgen hebben voor het zelfbeeld van Europese christenen en kerken en voor een adequaat verstaan van de missionaire roeping. Er is duidelijk sprake van een klimaatverandering in de christenheid. Laat ik beginnen met een illustratie die het nieuwe gezicht van de wereldkerk aan het begin van onze eeuw zichtbaar maakt.
Twee jaar geleden vierde de Nederlandse Zendingsraad (NZR) zijn vijfenzeventigjarig jubileum in Rotterdam. Thema van deze gebeurtenis was: ‘De wereldkerk op de vierkante kilometer’. De deelnemers aan de viering brachten bezoeken aan zeven verschillende migrantenkerken in een deel van de wijk Cool, in het hart van de stad, waar in totaal ongeveer 5.000 mensen leven, waarvan meer dan de helft ‘allochtonen’. 1

In vroegere tijden vertrokken zendelingen via de Rotterdamse haven naar verre en vreemde streken. Door Jezus’ liefde en andere motieven gedreven droegen zij het Evangelie naar gebieden overzee. Zij trokken van West naar Oost en naar Zuid. Die tijden zijn voorbij. Op de plek waar zij scheep gingen, wonen nu de vreemdelingen zelf. Vandaag komen uit diezelfde verre landen evangelisten deze kant op, naar Nederland en andere landen van Europa. En met hen arriveren duizenden anderen, in de hoop op vrijheid, geluk, toekomst. Niet-westerse geloofsgemeenschappen bloeien in veel delen van de stad. Op plekken waar dertig jaar geleden de christelijke presentie vrijwel was verdwenen, is het christendom terug. Rotterdam telt zeker 95 migrantenkerken, afkomstig uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Velen van die kerken zijn krachtig missionair aanwezig. Verspreid over Nederland zijn er honderden migrantenkerken te tellen.

Deze werkelijkheid biedt de kerken van het Westen unieke kansen om de wereldkerk op eigen bodem te ontmoeten. De oude Europese kerken zien zich geconfronteerd met nieuwe gezichten van christendom om de hoek van hun eigen kerkgebouwen en in hun parochies. Zij worden uitgedaagd door tot nu toe onbekende uitdrukkingen van christelijk geloof, vanuit de hele wereld. Ongewone Afrikaanse, Braziliaanse en Chinese vormen van christendom geven kleur aan multi-etnische steden als Rotterdam, Madrid en Londen. Op een doorsnee zondag kom je meer niet-westerse christenen tegen op weg naar een van hun plaatsen van samenkomst dan christenen van gevestigde denominaties onderweg naar hun kerkgebouwen.
Verander(en)de mondiale context

De bevolkingssamenstelling van Rotterdam en de religieuze kaart van deze stad staan niet op zichzelf. De veelheid van migrantenkerken in Europa weerspiegelt de veranderende condities op mondiale schaal. Drie aspecten zijn te noemen2:


Migratie bewegingen

In de eerste plaats moet de instroom van migrantenkerken in Europese landen worden verstaan in de context van migratie bewegingen die van zuid naar noord gaan. In de huidige wereld speelt internationale migratie een belangrijke maar vaak onvoldoend herkende rol. Als een wereldwijd fenomeen raakt migratie vrijwel elk niveau van het publieke leven en wordt zij gedreven door machtige economische, sociale en politieke krachten.

Het aantal internationale migranten is de laatste decennia toegenomen van 75 miljoen tot 200 miljoen, inclusief 9,2 miljoen vluchtelingen. Dit staat gelijk aan het aantal inwoners van het huidige Brazilië, het vijfde land in grootte ter wereld. De aantallen groeien snel en migranten treft men vandaag in alle delen van de wereld. In de ‘ontwikkelde wereld’ is hun aantal gestegen tot 110 miljoen (60% van alle migranten in de wereld).3 Volgens statistieken van de Nederlandse regering vestigden zich in het jaar 2000 honderd duizend Afrikanen in dit land. En dan gaat het alleen over hen die over een legale status beschikken; de aanwezigheid van talloze niet-geregistreerde Afrikanen is officieel niet erkend. Het werkelijke aantal immigranten zou wel eens het dubbele kunnen zijn van wat de officiële cijfers zeggen.
Het is voornamelijk ten gevolge van de enorme migratiestromen die door de wereld gaan dat het goede nieuws aangaande Jezus vandaag over de aarde wordt verspreid. In veel gevallen gebeurt dit spontaan, ongecontroleerd en doorgaans buiten onze organisatiestructuren om.
Verschuivingen binnen de wereldkerk

In de tweede plaats weerspiegelt de veelheid van migrantenkerken de enorme veranderingen binnen de wereldkerk. Gedurende de laatste decennia is de wereldkaart van het christendom ingrijpend gewijzigd. Het zwaartepunt van het wereldchristendom heeft zich definitief verplaatst van het Noordelijk naar het Zuidelijk Halfrond. Terwijl in het Noorden de kerken vaak worstelen om te overleven, zijn in het Zuiden veel kerken explosief gegroeid. Lamin Sanneh, een theoloog uit Gambia, signaleert twee ontwikkelingen die gelijk op gaan: er tekent zich een post-christelijk Westen af, met als keerzijde een snel in betekenis toenemend post-Westers christendom.4 Bijna tweederde van alle christenen leven in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Kerken en missionaire organisaties zijn zich doorgaans onvoldoende bewust van het feit dat het christendom opnieuw een niet-westerse religie is.

Men schat –doorgaans gebaseerd op de gegevens uit David Barretts World Christian Encyclopedia- dat er thans omstreeks twee miljard christenen zijn. Dat is een derde van de wereldbevolking. Van die christenen wonen er 480 miljoen in Latijns-Amerika, 360 miljoen in Afrika, 313 miljoen in Azië, 480 miljoen in Europa en 260 miljoen in Noord-Amerika. Op grond van de huidige demografische verwachtingen schat men dat er over twintig jaar op de in totaal 2,6 miljard christenen 633 miljoen in Afrika zullen leven, 640 miljoen in Latijns-Amerika en 460 miljoen in Azië. Dat is beduidend meer dan de helft van de christenheid.

Als deze ontwikkelingen doorzetten zouden Europese christenen in korte tijd niet meer dan een fragment zijn van een niet-westerse meerderheid, waar charismatische en pinksterchristenen de boventoon voeren. Vooral kerken en bewegingen uit die tradities weten grote aantallen mensen te trekken. Zij bieden nieuwe inspiratie en hoop aan miljoenen mannen, vrouwen en kinderen.

Het pentecostalisme kan gezien worden als de snelst groeiende uitdrukking van het christelijk geloof ooit. De half miljard ‘pentecostals’ en charismatische christenen zijn voornamelijk Aziaten, Afrikanen en Zuid-Amerikanen. Van elke vier christenen op aarde is er telkens één een pinksterchristen.5 Wij zijn getuige van een snelle ‘pentecostalisering’ van de christenheid, die grote gevolgen zal hebben voor het karakter van de toekomstige wereldkerk.

Ook in ons continent wordt het christendom door de aanwezigheid van migrantenkerken meer en meer gestempeld door de in betekenis toenemende ‘Geest’-kerken van Afrika, Latijns-Amerika en Azië. In het fenomeen van de migrantenkerken hebben wij niet te doen met exotische resten uit de oude ‘zendingsdoos’, zoals sommigen nog steeds volhouden, maar zien wij ons geconfronteerd met voorposten van het christendom van de toekomst.


De kerken van het Zuiden laten zich niet langer drukken in de westerse categorieën van ‘ecumenical’ en ‘evangelical’, of ‘progressief’ en ‘conservatief’. Zij dupliceren niet langer wat hun wordt voorgezegd door de kerken van het Noorden en reageren op het evangelie op hun eigen, onderscheiden wijzen. Het wereldchristendom laat een rijke verscheidenheid van antwoorden zien op de uitnodiging tot navolging van Christus, zonder dat die antwoorden noodzakelijkerwijs passen binnen de kaders van de Verlichting waarbinnen de moderne zendingsbeweging zich consequent heeft bewogen. ‘Het christendom moet bereid zijn om te sterven aan de gedachte dat de westerse vorm alleenrecht zou hebben, om op een authentieke manier te leven binnen de volheid van menselijke culturen. Christus, die zo lang is geassocieerd met Europa en Noord-Amerika wordt de Christus van de hele wereld’6
Voor de volledigheid dient te worden opgemerkt dat er ook een invloedrijke 'theologie van de voorspoed' bestaat, die de consumptiecultuur legitimeert en onrecht en armoede bevestigt. Dit soort geloof, aangedreven vanuit de witte 'evangelical' wereld van de Verenigde Staten, lijkt de wind mee te hebben en houdt in feite oude koloniale structuren met andere middelen overeind. Lamin Sanneh typeert dit christendom als Global Christianity. Het loopt parallel met de economische globalisering en is er de godsdienstige uitdrukking van.

World Christianity is een heel ander verhaal. Daarin staat volgens Sanneh de inheemse ontdekking van het christelijk geloof voorop. En dat is wat anders dan de christelijke ontdekking van inheemse culturen. Het evangelie heeft verrassend wortel geschoten in samenlevingen die niet door de Verlichting gestempeld zijn; doorgaans op de meest kwetsbare plekken van de wereld.
De wereld op zijn kop: zending vanuit de marges

In de derde plaats, de missionaire praktijk van de kerken van het Zuiden levert het bewijs dat het framework waarbinnen ‘zending’ en ‘missie’ vandaag plaatsvinden compleet is veranderd. Het traditionele paradigma veronderstelde dat ‘zending’ bewoog van noord naar zuid, van rijk naar arm, van de centra van de macht naar de periferie, van boven naar beneden. De ‘zendeling’ vertegenwoordigt de rijke wereld en draagt doorgaans een bundel met geld en projecten mee.

Aan het begin van de 21ste eeuw zijn wij voornamelijk getuigen van het omgekeerde: de hoofdstroom van de missionaire beweging gaat van zuid naar noord en van zuid naar zuid, van de arme naar de rijke wereld, vanuit de marges naar de centra van de macht, van onderaf naar boven. Dit laatste wordt zichtbaar in de missionaire aanwezigheid van voortdurend groeiende migrantenkerken in West Europa. De meeste van deze kerken en bewegingen zijn van pentecostale en charismatische snit. Daarnaast ziet Europa zich geconfronteerd met tal van missionaire initiatieven uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Deze initiatieven zijn soms ‘bijproducten’ van migratiestromen van zuid naar noord, soms bewuste zendingsactiviteiten van kerken uit het Zuiden.

Eind 2006 vond in Granada een opmerkelijk congres plaats van de Latijns-Amerikaanse zendingsbeweging COMIBAM (Congreso Misionero Iberoamericano). Niet minder dan 2.000 Latino’s en 300 veldwerkers waren voor de gelegenheid overgevlogen naar ons werelddeel om zich te bezinnen op de strategie voor de deelname aan de onvoltooide taak van de wereldzending. De passie voor zending die het congres doortrok deed denken aan de beginjaren van de zendingsbeweging vanuit Europa; aan de tijd van de eerste liefde toen in het voetspoor van de Engelse schoenlapper William Carey talloze mannen en vrouwen vol toewijding en offerbereidheid uitgingen zonder te weten waar zij komen zouden. Sterk viel op dat zending zich steeds meer ontwikkelt binnen zuid-zuidrelaties. In de marges van de wereld en vanuit een context van armoede ontstaan ons onbekende vormen van zending.7


Wat wij in onze generatie zien gebeuren herinnert ons aan de vroege kerk. De apostel Petrus spreekt tot de paria bij de tempelpoort: ‘Zilver of goud heb ik niet, maar wat ik heb geef ik u…’(Hand. 3: 6). Het is door het spontane getuigenis van een stelletje berooide asielzoekers dat het goede nieuws van de Gekruisigde de hellenistische metropolis Antiochië bereikt. Joodse vluchtelingen -sommigen van Afrikaanse komaf- die volstrekt zijn aangewezen op de ontferming van anderen, proclameren in hun kwetsbaarheid ten overstaan van de machten en goden van het Imperium Romanum: Jezus, de Gekruisigde, is Heer (Hand. 11: 20). Zending en menselijke kwetsbaarheid behoren kennelijk bij elkaar. Het doet denken aan de woorden van de apostel Paulus aan de gemeenteleden van Korinthe: ‘Wat in de ogen van de wereld dwaas en zwak is, heeft God uitgekozen om de wijzen en sterken te beschamen’.

Het is opmerkelijk te zien wáár Jezus zijn publieke optreden begint. Zij die leven in de periferie van donker Galilea beleven de vervulling van de profetie van Jesaja: het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. In de heuvels aan het meer wordt het goede nieuws met vreugde begroet. Niet in de centra van de macht als Jeruzalem en Judea, maar uitgerekend op het platteland van Galilea wordt de realiteit van het koningschap van God tastbaar ervaren. Jezus identificeerde zich met de outcasts en trok met hen op. Niet in het voorname Jeruzalem en Judea, maar uitgerekend in het marginale en verdrukte Galilea vindt zijn boodschap herkenning. Daar ziet het volk dat in duisternis wandelt een groot licht.


Wat wij vandaag op mondiale schaal zien gebeuren, herinnert aan de dagen van Jezus. Juist in de ‘Galilea-gebieden’ van onze wereld, in de periferie van de rijke wereld, wordt het licht van het Evangelie opgemerkt. In de dagelijkse strijd van overleven brengt het goede nieuws troost en kracht aan miljoenen no persons die door het economische systeem zijn afgeschreven. Hun ‘heelmakende gemeenschappen’ vormen lokaal plekken van hoop temidden van pijn en gebrokenheid, waar God als Heelmeester wordt ontmoet. Ook sociaal gezien zouden de soms hechte geloofsgemeenschappen aan de basis wel eens het meest effectieve antwoord kunnen zijn op de desintegrerende krachten van de economische globalisering.
Is het niet zo dat, ook in onze Europese steden, vitale vormen van ‘zending’ en ‘kerkplanting’ voornamelijk zichtbaar worden vanuit de marges? In de periferie van onze steden in hun etnische veelkleurigheid en sociale problemen ontwikkelen zich nieuwe vormen van christendom, die vroeg of laat wat over is van het ‘oude’ christendom van nieuwe impulsen zullen voorzien. Zoals eerder fungeert de stad opnieuw als een broedplaats voor spirituele en sociale vernieuwing, evenals dat het geval was in de vroege kerk en tijdens de Reformatie van de zestiende eeuw.8
Leren omgaan met multiculturaliteit

Als nooit tevoren heeft de wereldkerk een multi-etnisch gezicht. Voor de kerken van het Noordelijk halfrond is het van levensbelang te ontdekken dat het christendom van het hedendaagse Europa veel breder is dan de traditionele uitdrukkingen daarvan, zoals die door de Verlichting zijn heengegaan. De wereldkerk, vrucht van God’s way of globalisation (Philip Potter), is in al haar veelkleurigheid springlevend aanwezig in Europa; zij manifesteert zich als een multiculturele werkelijkheid met een ongekende rijkdom aan oude en nieuwe tradities, aan potenties die eraan kunnen bijdragen dat Europa zijn ziel terugvindt.

Wat onze generatie meemaakt, herinnert aan het Pinksterfeest in Jeruzalem. Interculturele ontmoetingen met medechristenen overal vandaan krijgen soms iets van een voorproefje van wat de apostel Johannes op het eiland Patmos gezien heeft aangaande de toekomst: ‘een onafzienbare menigte die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal’, die God prijst en één is in aanbidding (Op. 7: 9).
Steeds vaker wordt de noodzaak tot ontmoeting, dialoog en samenwerking gesignaleerd. Zijn de kerken van Europa er klaar voor om op verantwoorde wijze in te spelen op de nieuwe verhoudingen binnen de wereldkerk?

In zeker opzicht vormen migrantenkerken een probleem, of zelfs een bedreiging voor de oude kerken. Zij verkondigen een evangelie dat door velen wordt beschouwd als conservatief en verouderd. Zij zouden een boodschap uitdragen die door de oudere kerken allang was losgelaten. Zij zouden een morele agenda voeren die in de westerse samenleving en de kerken niet langer acceptabel wordt geacht. Dat voert soms tot een laatdunkende houding: ‘conservatieve’ migrantenkerken zouden zich eerst theologisch moeten laten upgraden, voordat zij zouden kunnen worden geaccepteerd in de ‘progressieve’ oecumenische beweging. 9

Aan de andere kant zijn er die de niet-westerse kerken romantiseren. Zij verwelkomen hen alsof alle heil nu uit het zuiden moet worden verwacht. Hun modellen en wijze van geloven zouden moeten worden gekopieerd. Anderen stellen voor, op grond van idealistische beelden om samenwerkingsprogramma’s te starten ter revitalisering van de oude kerken in hun strijd om te overleven. Dan kan de ontmoeting zelf in de weerbarstige praktijk alleen maar tegenvallen en tot teleurstelling leiden. Probleem is dat uiteindelijk de migrantenkerken lijken te moeten passen in de ‘oecumenische’ of ‘evangelische’ visie op de zending van de kerk.
Het gaat erom de migrantenkerken te respecteren in hun eigen agenda en het vaststellen van hun eigen prioriteiten. Hun eerste zorg heeft betrekking op de zoektocht naar de eigen identiteit. Hun gemeenschappen bieden een geestelijk thuis in een vreemde omgeving die hen niet begrijpt of zelfs niet accepteert. Het is opmerkelijk dat migrantenkerken, anders dan veel westerse christenen niet zozeer de culturele verschillen beklemtonen, als wel verlangen met anderen de eenheid in Christus te vieren, zoals die culturele grenzen overstijgt. Hun identiteit is niet bepaald door bijv. hun Afrikaan-zijn, noch door hun zwart zijn, maar door het christelijk geloof dat geen culturele of raciale grenzen kent.10 In hun eigen verstaan heeft God hen in hun deelname aan de wereldwijde zending van de universele kerk, een unieke kans gegeven om het evangelie te verspreiden onder hen die dreigen verloren te gaan.
Veel ‘historische’ kerken lijken vooralsnog vast te houden aan de ‘monoculturele’ patronen van weleer. Hun zendingsorganisaties neigen ertoe om de implicaties van het nieuwe paradigma dat zich aftekent te ontkennen. Wij staan in een lange eurocentrische traditie waarin zending en ontwikkelingswerk betrekking hebben op wat wíj vanuit de Westerse wereld doen in het Zuiden. Alleen wat van de eigen beleidstafel komt, is van belang. Wij menen te weten wat goed is voor mensen en gemeenschappen daar. Op basis van onze vooronderstellingen en modellen definiëren wij hun noden; ook menen wij te kunnen aangeven wat bevrijding voor hen betekent.

Willen de kerken toegerust zijn om getuige te zijn van het licht dan zullen zij moeten leren omgaan met de multiculturaliteit en de ‘ander’ moeten leren respecteren in zijn of haar anders-zijn. Daartoe zijn er twee dingen nodig: ten eerste zullen de kerken en hun missionaire organisaties eindelijk het oude beeld van zending en missie achter zich moeten laten ten gunste van een nieuw missionair paradigma. Ten tweede zal de oude oecumenische beweging zijn plaats en rol binnen de nieuwe werkelijkheid van de wereldkerk moeten herdefiniëren.


Herdefinitie van zending

Al in de jaren vijftig, toen de processen van de dekolonialisering volop gaande waren, stelde de protestantse zendingsman Hendrik Kraemer dat het oude zendingstijdperk voorbij was en dat de kerken stonden aan de aanvang van een nieuw en groots zendingstijdperk. Wij zijn een halve eeuw verder en nog realiseren wij ons de draagwijdte van zijn woorden onvoldoende. Cognitief weten wij dat het Westen niet meer de toon aangeeft en de kerken van het Zuiden hun eigen weg gaan. Het probleem is dat wij in diepere lagen van onze ziel deze omslag nog lang niet hebben meegemaakt. Opvallend is dat velen zich bij ‘zending’ alleen maar voorstellingen kunnen maken volgens het oude zendingsbeeld. En dat geldt zowel hen die zich nog enthousiast bewegen binnen traditionele vormen van zending, als hen die zich krachtig afzetten tegen ‘zending’ door die activiteit steevast te vereenzelvigen met ‘zieltjes winnen’ en het opleggen van het eigen westerse gelijk.

De negatieve connotaties rond de term zending kunnen wij achter ons laten door bijbelse grondwoorden als ‘gezonden zijn’ en ‘getuigen’ opnieuw te spellen in een gezamenlijke luisteroefening met christenen uit het Zuiden. Triomfalisme is afwezig. De getuige is de ooggetuige die vertelt wat hij persoonlijk heeft gezien of gehoord (in een rechtzaak). In de liederen van de Dienaar van de Heer uit Jesaja is Israël groepen als getuige op te treden. Gods heerschappij realiseert zich in de weg van kruis en lijden. Van missionaire actie is geen sprake. In zijn pure –door de Heer gedragen- bestaan te midden van de volken is het weerloze Israël in passieve zin getuige van de bevrijdende daden van God. Zo draagt de Eeuwige er zelf zorg voor dat de volken zullen komen tot de universele erkenning dat er geen God is buiten Hem.

Ook de leerlingen van Jezus wijzen slechts op wat God heeft gedaan of bezig is te doen. Op het Pinksterfeest manifesteert de levende werkelijkheid van de Geest zich zo overtuigend, dat de mensen naderbij getrokken worden om te vragen wat er aan de hand is. De apostelen zijn getuigen door uitleg te geven aan wat er gebeurde. Zij doen dat in de vorm van het verhaal van Jezus, de Verrezen Heer. Zo mogen wij in onze tijd getuigen van het licht door eenvoudig te ‘wandelen in het licht’ dat leven geeft.


Het is evident dat de moderne zendingsbeweging een specifiek product is uit het tijdperk van de expansie van Europa, van de verbreiding van zijn beschaving en vooruitgang, zijn technologie. Binnen dat raamwerk heeft zij veel betekend, maar binnen de sterk veranderde context functioneert zij maar heel beperkt. Niet dat de moderne zendingsbeweging van geen enkele betekenis meer zou zijn. ‘Er zijn situaties waar zij nog steeds het meest effectief blijkt, waar zij misschien zelfs het enige middel is dat voorhanden is om getuigenis te geven van Christus (…). Maar de condities die de beweging voortbrachten zijn gewijzigd en de Heer van de geschiedenis heeft daar zijn hand in. En de kerk zelf is onherkenbaar veranderd door alles wat de zendingsbeweging heeft losgemaakt.’11

Het verleden van missie en zending verdient een genuanceerde benadering. De praktijk van de zending had steeds zowel verdrukkende, als ook bevrijdende kanten. Historisch gezien was zending in vorige eeuwen niet anders te zien dan verstrengeld met kolonialisme. De verovering van Latijns-Amerika met het kruis in de ene en het zwaard in de andere hand bij de ‘ontdekking van de nieuwe wereld’ heeft geleid tot de vroegtijdige dood van vele miljoenen mensen. En de latere slaventransporten en de onderwerping van de volken van Azië en Afrika door de rooms-katholieke en protestantse naties van Europa in naam van het evangelie heeft mensonterende kanten. Wij schamen ons schamen ons voor dat verleden en het maakt ons onzeker.



Maar het is niet minder waar dat de zending zich vaak heeft gekeerd tegen de koloniale structuren. Bartolomé de las Casas streed als een bevrijdingstheoloog avant la lettre voor de verbetering van het lot van de verdrukte indianen. Afrikaanse theologen als Kwame Bediako worden niet moe te benadrukken dat de zending niet zelden een tegenbeweging is geweest, die het koloniale systeem van binnenuit heeft opengebroken. Zo heeft de zending, onder meer via bijbelvertaling, in veel situaties eerder bijgedragen aan de bewaring van lokale culturen, dan aan de verwoesting daarvan.
Als christenen uit het Zuiden ons genereus onze zonden van het verleden hebben vergeven en ons oproepen om naast hen te staan in de verkondiging van het evangelie en in de inzet voor een rechtvaardiger wereld, is het misplaatst om langer litanieën te blijven herhalen over wat er allemaal niet fout is gegaan en uitsluitend te roepen wat zending allemaal niet is. Beter is het om de hand aan de ploeg te slaan met het oog op onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst. ‘Progressieve’ christenen moeten eens ophouden met ‘zending’ als ‘cultureel incorrect’ en ‘zieltjeswinnerij’ in diskrediet te brengen. Laten zij zich liever ontvankelijk tonen ten aanzien van de dynamiek van de missionaire beweging vandaag.
Deze missionaire beweging wordt qua vitaliteit gedragen door de kerken van het Zuiden en is in staat om opnieuw geest te geven aan de traditionele oecumene. Wij zullen eraan moeten wennen: de nieuwe missionaire netwerken gaan voortaan vooral zuid-zuid, zoals hierboven al is aangegeven. Slagen de instituties van de oecumene en zending er niet in snel op deze ontwikkelingen in te spelen, dan marginaliseren zij zichzelf verder en worden irrelevant. De zendingsbeweging zal zich via andere netwerken ontwikkelen in nieuwe vormen van interkerkelijke samenwerking. Zullen wij ter wille van de wereld en van onszelf de nederigheid weten op te brengen om vanuit ons missionaire en ontwikkelingswerk verbindingen te zoeken met de levenskrachtige zendingsbeweging van het Zuiden?
Het is de vraag of wij ons niet te zeer beperken tot de ons bekende partnerrelaties in plaats van ons te laten meenemen door wat er daarbuiten aan uitdagingen en mogelijkheden te zien valt. Zendingswerk dreigt te worden gereduceerd tot verkokerde oecumenische projectrelaties, waaruit de missionaire dynamiek verdwenen is. Frustrerend is dat kerkelijke organisaties en donoren uit het Westen ondanks alle veranderingen nogal eens gevangen blijven in traditionele netwerken, die zij zelf hebben gecreëerd. Hun vertegenwoordigers, die zelf tot de gegoede en geseculariseerde middenklasse behoren, reizen in vliegtuigen de wereld rond; maar vaak komen zij niet verder dan de bureaus van door Westers geld overeind gehouden instituties die in feite een verlengstuk vormen van de eigen (bureaucratische) organisatie, ver van de dagelijkse werkelijkheid van de armen. Zo lijken wij vaak niet bij machte om adequaat in te spelen op de nieuwe spiritualiteit van de onderkant.

Er bestaat een diepe sociaal-culturele kloof tussen rijk en arm en die kloof wordt elke dag groter. Wat weten christenen van de gegoede middenklasse eigenlijk van hen die leven aan de onderkant? De Noord-Amerikaanse theoloog Richard Shaull pleit ervoor om in beweging te komen: de rijke kerken van het Noorden kerken zullen de moed moeten opbrengen om de religieuze wereld van de armen binnen te gaan.12 Armoede heeft niets romantisch en armen kunnen onuitstaanbaar zijn in hun overlevingsdrang. Maar de wijze waarop velen van hen leven en geloven daagt ons fundamenteel uit.

Ook de Noord-Amerikaanse pinkstertheologe C.B. Johns daagt ons uit om de ontmoeting met hen die van de moderniteit zijn buitengesloten niet langer uit de weg te gaan. We zouden in die ontmoeting wel eens nieuwe ervaring van God op kunnen doen en hulp aangereikt kunnen krijgen, uitgerekend van hen die in onze ogen zo lang waren aangewezen op ons mededogen. “Wie op zoek gaat naar de spiritualiteit van de onderkant, riskeert een mysterieuze en gevaarvolle reis naar het rijk van de Geest, de Geest van Christus, die zich bij voorkeur ophoudt in de marges”.
De ervaring van armoede en onrecht in grote delen van de wereld maakt dat begrippen als ‘onmacht’, ‘kwetsbaarheid’ en lijden bij de uitvoering van de missionaire opdracht steeds meer gaan spreken. Missionair werk vanuit bureaus waar men in een wereldgelijkvormige beheerscultuur vrijwel alleen lijkt te kunnen denken in termen van ‘programma’s’, ‘(projecten)geld’ en ‘management’ moet dan ook als irrelevant en achterhaald worden beschouwd. Misschien betekent zending vandaag vooral: loslaten en ruimte geven aan de Geest van Christus in de nieuwe wegen die zij schrijft door de tijd, ruimte geven ook aan initiatieven van anderen, aan inzichten en strategieën die wij niet hebben bedacht.

Ook vandaag hebben mensen binnen en buiten Europa er recht op om het evangelie te horen. Dat heeft niets te maken met zieltjes winnen voor de eigen club. Het mag er nooit om gaan dat mensen meedoen aan ‘onze’ projecten en onze spelregels volgen. Wij weten ons immers geroepen tot deelname aan een beweging die onze toko’s en programma’s ver overstijgt: zending begint niet bij onze onderneming, maar is Gods initiatief dat hij nooit uit handen geeft.

Het is goed om onderscheid te maken tussen ‘proselitisme’ en ‘bekering’. Proselitisme is erop gericht de ander te maken zoals wij zijn. Bekering betekent dat je met heel je cultuur, met heel je hebben en houden op Christus wordt gericht, je naar hem leert toekeren.
Heroriëntatie oecumenische beweging

De Schotse zendingsman Newbigin heeft ooit gezegd dat de oecumenische beweging lijdt aan geheugenverlies. Deze lijkt te zijn vergeten dat zij is geboren uit de internationale zendingsbeweging waarin de ‘evangelicals’ voorop gingen. Het ging de zendingsbeweging niet om binnenkerkelijke eenheid. Doel was een missionaire eenheid, opdat de wereld geloven zou. Missionair is: als achter ieder oecumenisch optreden, direct of indirect, de uitnodiging zit om de weg van de bevrijding achter Jezus te gaan.

Er is nogal eens sprake van een ongemakkelijke relatie tussen de instituties van zending en oecumene binnen de Wereldraad. Dat heeft te maken met verwarring over het gebruik van het begrip ‘mission’ en de eerder gesignaleerde negatieve beeldvorming, waarbij zending altijd nog wordt geassocieerd met kolonialisme en de agressieve zendingsmethoden van sommige Amerikaanse zendelingen. Door de concentratie op sociale en politieke programma’s konden de vragen van de zending nooit gemakkelijk doordringen in het hart van de Wereldraad. De noodzaak om de velen die nog nooit van Jezus hebben gehoord met het evangelie bekend te maken, scoorde nooit hoog in de bureaus van Genève en in de regio’s.
De huidige crisis van de mondiale oecumenische beweging houdt verband met het feit dat de Wereldraad en regionale raden als de Europese Raad van Kerken (CEC) er nog steeds niet in slagen in te spelen op de gewijzigde verhoudingen binnen de wereldkerk, waarvan het zwaartepunt nu in het Zuiden ligt. De oecumenische beweging mag zich afzetten tegen de koloniale erfenis van de zending, zelf is zij niet minder verstrengeld met de rationaliteit van de westerse expansie. In haar gerichtheid op de ‘einden der aarde’ en de ‘eenheid van de mensheid’ is zij diepgaand beïnvloed door het vooruitgangsgeloof van de Verlichting. In haar organisatiestructuren en theologie weerspiegelt zij het westerse denken; en dat geldt in veel opzichten ook de regionale raden in de Derde Wereld. Aan niet-westerse vormen van christendom, zoals de migrantenkerken die vertegenwoordigen, weet de met de moderniteit vergroeide oecumene niet echt inhoudelijk plaats te geven, gevangen als zij nog altijd zit in het oude paradigma.13

Cruciale vragen zijn: hoe ligt binnen de wereldkerk de verhouding tussen de moderniteit van de Verlichting en het premoderne en postmoderne levensgevoel? Hoe kan de moderne oecumenische beweging met zijn documenten, programma’s, hiërarchische structuren en bureaus (lokaal, nationaal, regionaal en globaal) tot een vruchtbare dialoog komen met kerken en gemeenschappen die veel minder of nauwelijks door de Verlichting zijn heengegaan?14 Er is bezinning nodig op vragen die te maken hebben met de interculturele communicatie en met onze wijze van theologiseren en de tot nu toe gebruikelijke oecumenische omgangsvormen. De beste kans voor eenheid ligt niet in gemeenschappelijke documenten en confessies, noch in het ombuigen van organisatiestructuren. Nodig is het geloofsgesprek waarin de gesprekspartners elkaar niet alleen van hoofd tot hoofd, maar vooral ook van hart tot hart leren kennen en waarin ook viering en lofprijzing plaats krijgen. De relatie met migrantenkerken kan ook niet worden gedefinieerd in termen van filantropie, in diaconale schema’s. Alleen werkelijk oecumenische relaties in wederkerigheid kunnen leiden tot vruchtbare samenwerking in Gods zending. Daarbij zullen wij het spanningsveld moeten erkennen: er is niet alleen de in Christus gegeven gemeenschap als principiële eenheid, maar ook de onherleidbare pluraliteit van culturen en leefstijlen, historische ervaringen en tradities.



Nieuwe naïviteit

Begin mei verscheen bij de Raad van Kerken de brochure Over een andere boeg. Handreiking voor missionair kerk zijn en een tijd van kentering (Beraadgroep Missionaire Presentie). De kerken worden opgeroepen de snelle veranderingen van onze tijd niet te als een bedreiging te zien, maar meer als mogelijkheden voor het doorgeven van het evangelie. De brochure bepleit een nieuwe naïviteit die weer durft rekenen met verrassingen van de andere zijde. De schrijvers geven hun eigen ervaring als voorbeeld:

‘Zo’n anderhalf jaar geleden zaten we met een kleine groep beraadleden bijeen, zonder te weten hoe het verder moest. De bezoeken aan de basis waren afgelegd, geïnventariseerd, besproken en door buitenstaanders becommentarieerd. Er lag veel materiaal, maar op een of andere manier kregen we er geen greep op (…). Eén van ons haalde toen het verhaal van de visvangst uit Johannes 21 aan, één van de verschijningsverhalen. Aanvankelijk wordt er na de opstanding niets gevangen. Als een ‘vreemdeling’ aanraadt om het net over de andere boeg te gooien, is de opbrengst boven verwachting. God blijkt (nog steeds!) in het spel te zijn en de discipelen kunnen haast niet geloven wat hen overkomt. Zo voelden wij ons: als de leerlingen van Jezus die ’s nachts niets hadden gevangen. En we zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het net over de andere boeg te gooien en laat ons de moed hebben om vanuit een ander perspectief werken.’ Het oude is voorbij, dat voldoet niet meer. We weten nog niet hoe het verder moet, maar we geloven dat God ons zal helpen als we proberen om het over een andere boeg te gooien.’
Het bijbelverhaal van Abraham en zijn drie gasten leert dat wij in vastgelopen situaties waarin menselijke mogelijkheden geheel zijn uitgeput, mogen wij leren kijken vanuit het perspectief van de hoop op God. ‘Zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn?’(Gen. 18:14). Niet zelden vindt via gastvrij onthaal van de vreemdeling openbaring plaats: ook voor die twee op weg naar Emmaüs valt de toekomst valt open als zij een ‘vreemdeling’ nodigen aan hun tafel. Deze blijkt niemand minder dan Jezus zelf te zijn, de gekruisigde die leeft.

De Tsjech Tomas Halik wijst erop dat het evangelie van de opstanding betekent dat wat mensen beschouwen als schande, nederlaag en ondergang, door de ogen van het geloof kan worden ontdekt als een radicaal nieuwe door God gegeven mogelijkheid. ‘Alleen de ons altijd weer verbazende ‘onbekende God’, de God van de paradox, die nederlaag maakt tot overwinning en dood tot leven, alleen hij die alle dingen nieuw maakt kan het startpunt zijn van christelijke evangelisatie’.15 Behoeft Europa vóór alles niet de ontmoeting met de levende Heer in een nieuwe ervaring van de bevrijdende kracht van het evangelie kruis en opstanding?

Een kernvraag voor Europa aan het begin van de 21ste eeuw is of het zal weten om te gaan met het pluralisme. Het zal er om spannen of ‘Fort Europa’ zich verder zal verharden in een kille politiek van stigmatisering die geen raad weet met de multiculturele en multireligieuze realiteit waarmee de burger zich ziet geconfronteerd, of dat de samenleving zich zal weten te ontkrampen ten gunste van een openheid die ruimte biedt aan het vreedzaam samenleven in een pluraliteit van culturen. Mag juist van de universele gemeenschap van de kerken geen voortrekkersrol worden verwacht? Als er één begrip is dat het verdient te worden herontdekt in zijn oorspronkelijke diepte en uitdagend potentieel, dan wel ‘gastvrijheid’. Het hooghouden van gastvrijheid jegens de vreemdeling is één van de kerntaken van de kerk. Ligt daarin ook niet de uiteindelijke maatstaf om te beoordelen of een samenleving rechtvaardig is of niet? Bovendien klemt de vraag wat ‘vreemdeling zijn’ op aarde vandaag voor christenen betekent.
De Cubaan Justo Gonzalez beklemtoont dat ‘de visie van een onafzienbare menigte die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal veel meer inhoudt dan een beetje kleur en folklore brengen in onze traditionele diensten. Het houdt radicale veranderingen in van de manier waarop wij onszelf verstaan en de manier waarop wij onze zaken doen’.16 Vereist is een verandering in mentaliteit in de gevestigde Europese kerken en gelovigen ten opzichte van de ‘vreemdeling’ en wat God ons door hun aanwezigheid te zeggen heeft. Onder hen vormen de ‘nieuwe’ kerken een eerste uitdaging om vanuit het samen deel uitmaken van het lichaam van Christus een alternatieve omgangsstijl voor te leven, die etnische tegenstellingen overstijgt en de ‘andersheid’ van de ‘buitenlander’ positief begroet.

Zo lang wij de nieuwe, ‘allochtone’ kerken als exotische en tijdelijke verschijnselen zien, kunnen we hooghartig aan hen voorbijgaan en onze eigen vormen en tradities als normatief blijven zien. Hun blijvende aanwezigheid zal ons er meer en meer toe dwingen om te zien op hun rijkdom en giften. Wij zouden de gevarieerdheid van deze ‘buitenlandse’ kerken in hun vitaliteit moeten zien als een bijzondere gave van God aan een geseculariseerde wereld, die hunkert naar nieuwe zingeving en hoop. De spirituele ziekten en de crisis die het rijke Noorden kenmerken zouden misschien wel eens genezing kunnen vinden als de stemmen van de niet-westerse wereld werkelijk zouden worden gehoord en verstaan.



1 Zie Alle Hoekema en Wout van Laar (red.), De wereldkerk op een km2. Migrantenkerken in Rotterdam, NZR Utrecht 2004

2 Zie hierover uitvoeriger Wout van Laar, It’s time to get to know each other, in: André Droogers, Cornelis van der Laan and Wout van Laar (eds.), Fruitful in this Land. Pluralism, Dialogue and Healing in Migrant Pentecostalism, Zoetermeer / Geneva WCC, 2006, p. 7-16

3 Statistieken uit Report of Global Commission on International Migration (GCIM), 2005, www.gcim.org. in het jaar 2000 telde Europa 56,1 miljoen migranten (7,7% van de bevolking). Tenminste 5 miljoen van hen had toen een irreguliere status. Men schat dat elk jaar ten minste 500.000 ‘ongedocumenteerden’ in Europa arriveren.

4 Lamin Sanneh, Whose Religion is Christianity. The Gospel beyond the West, Eerdmans 2003, p. 22

5 Allan Anderson, The Proliferation and Varieties of Pentecostalism in the Majority World, in: Fruitful in this Land, ibidem, p. 19-31.

6 Kenneth Cragg, Christianity in World Perspective, London Lutterworth Press 1968, p. 193

7 Wout van Laar, Zendingsveld wordt zendende kerk. Latijns-Amerikaans missionair congres in Granada: in Centraal Weekblad, 1 december 2006, p. 3

8 Martien Brinkman, The Emergence of a New Kind of Christianity in West European Cities: A Dutch Reformed Assessment, in: Christine Lienemann-Perrin a.o. (eds.), in: Contextuality in Reformed Europe. The Mission of the Church in the Transformation of European Culture, New York 2004, p. 74

9 Wout van Laar, Rol van migranten in zending Europa. Raad van Europese kerken bijeen in Trondheim, in: Centraal Weekblad, 11.7.2003, p.5

10 zie W. van Laar (red.), Zending in eigen huis. Een pleidooi voor veelkleurig getuige zijn in Nederland, Amsterdam: NZR 1998, 16-21

11 Andrew Walls, The Old Age of the Missionary Movement, in: The Missionary Movement in Christian History, Edinburgh 1996, p. 261

12 Richard Shaull & Waldo Cesar, Pentecostalism and the Future of the Christian Churches. Promises, Limitations, Challenges, Eerdmans, 2000, p. 212 ff

13 Theo Witvliet, Gebroken traditie. Christelijke religie in het spanningsveld van pluraliteit en identiteit, Baarn 1999, p. 48

14 Zie Philip Jenkins, The new Faces of Christianity. Believing the Bible in the Global South, Oxford 2006

15 Tomas Halik, The Soul of Europe: an Altar to the Unknown God, in: Europe after the Enlightenment: Daring to Practise Mission, International Review of Mission Vol. 95, 2006, p. 269

16 Justo Gonzalez, For the healing of the Nations: The Book of Revelation in an Age of Cultural Conflict, Orbis Books, 1999, p. 92





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina