Kol Nidre 23-09-2015, 5776



Dovnload 15.57 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte15.57 Kb.
Kol Nidre 23-09-2015, 5776,

Toen God de wereld schiep kwam de duif naar Hem toe. Hij was de vertegenwoordiger van het rijk van de vogels. Hij klaagde bitter tegen zijn Schepper. "Kijk hoe groot al die andere dieren zijn, ze doden ons! We kunnen geen kant op, wij zijn maar kleine nietige beestjes, waarom heb je ons zo gemaakt"! De Altijdzijnde zag in dat dit een gegronde klacht was van de duif en hij maakte toen voor iedere vogel een stel vleugels. Maar de volgende dag kwam de duif terug bij zijn Maker, hij was nog steeds up set en boos. "Kijk nu wat je met ons gedaan hebt!" We waren klein, maar we konden tenminste hard weglopen we waren veder licht en hadden tenminste nog een kleien kans weg te komen voor die grote dieren. Maar nu heeft U ons twee van die onmogelijke dingen gegeven, die ons beletten om snel te bewegen en snel weg te lopen als er gevaar dreigt. Wat moeten we hier nu mee?" De Schepper glimlachte naar de kleine duif. Hij legde nu uit dat deze twee dingen aan zijn lijf, vleugels heetten, en als je die op een goede manier gebruikt, je in staat bent snel weg te komen en om te vliegen hoger en verder, dan welk groot en gevaarlijk land dier dan ook., je kunt zo hoog komen, dat je bijna de Altijdaanwezige kan aanraken, bijna naar de hemel. Daarop sloeg de duif zijn vleugels uit en vloog weg de vrijheid in, en leerde aan alle andere vogels, waar die vleugels nu eigenlijk voor gebruikt moesten worden. en de vogels voelden zich zo vrij als een vogel in de lucht.



Dat is een midrasj, die op een allegorische manier uitlegt hoe wij ons Jodendom kunnen zien. Het kan als een loodzware last voelen, maar we kunnen Tora en onze joodse identiteit ook op een andere manier bekijken, als je tenminste weet hoe je er mee om kunt gaan, als je het leert te gebruiken.

Rabbi Levi Jitschak van Berdichev, een bekende chassidische rebbe, zei eens op Jom Kipoer: " Op Tisja Be'av kan ik niet eten omdat ik vol verdriet zit, maar op Jom Kipoer kan ik juist niet eten, omdat ik zo blij ben!" Blij met Jom Kipoer? Ja, Tisja Be'av wordt gezien als de zwarte vastendag, rouw en verdriet vanwege de verwoesting van de Tempel, het begin van de 2000 jarige diaspora van ons volk totdat in 1948 onze joodse autonomie in ons land weer werd hersteld. Met name in de orthodoxere kringen vast men en reciteert Eecha, Klaagliederen, om terug te denken en te rouwen over het verlies van de Tempel. Tisja Be'av is de zwaarte van de vleugels. Jom Kipoer aan de andere kant, wordt de witte vastendag genoemd. De dag waarop we in het wit verschijnen, de priesters in de Tempel indertijd, de rabbijnen, chazzaniem, sjammasj. We dragen witte keppels, een witte talliet, sommigen een wit doodskleed. We zijn sober: we dragen geen leer, we eten en drinken dus niet, 25 uur lang, we stappen een dag uit de dagelijkse tredmolen van het alledaagse leven. En dat noem je een feestdag, waarop we blij mogen zijn? Ja, net als de Berdichever zegt: "Op Jom Kipoer kan ik niet eten omdat ik zo blij ben!" Het lijkt een contradictie, maar een die wel klopt. De sfeer, de melodieën, hopelijk de derasjot , de soms prachtige teksten van de machzor, die ons een dag met onszelf bezig laten zijn, een spiegel voorhouden, de grote aantallen mensen die naar sjoel komen, vooral met Kol Nidre en met Neila aan het einde van de dienst, en daarna het uitzicht op de aanbijt, als een gezellige ontlading van de spanning van de dag, na de laatste langgerekte toon, de tekia gedola, van de sjofar. Het zijn allemaal onderdelen van de intense belevenis van Jom Kipoer. De vleugels van de duif worden goed gebruikt. Wat ik zelf, een van de meest emotionele momenten vind, is de Jeugdminchadienst, die wij al decennia lang organiseren. Al onder rabbijn Soetendorp deed ik zelf ook mee aan de jeugdmincha. Het is vaak een hele organisatie om alles rond te krijgen, dit jaar samen met Joram Rookmaaker. Maar het zijn de jongeren vanaf de Bar en Bat Mitswa leeftijd die de dienst zelf leiden. Het is met name de overgang tussen die jeugdminchadienst en de jizkor dienst, jongeren en de volwassenen die elkaar afwisselen. Dit is de overgang van het ene naar het andere moment. Voordat we de Jizkor dienst beginnen, zien we en weten we: er is toekomst, er zijn jongeren in onze gemeente, die het straks kunnen overnemen, want we weten tegelijkertijd: we zijn allemaal sterfelijk. Eens komt de dag dat helaas ook onze naam genoemd wordt in de altijd te lange lijst bij het kaddisj en dan hopen we dat ook onze naam genoemd wordt door onze kinderen, of onze naasten als we zelf geen kinderen hebben. Dat zij kaddisj kunnen zeggen voor ons, omdat ze dat hebben geleerd tijdens hun leven. Dat is de continuïteit van het joodse leven dat we dan in feite vieren, op deze feestdag. Als je dat ziet en beleeft, zijn het met recht de woorden van Levi Jitschak van Berdichev die bij je doordringen: ik hoef niet te eten want ik zit vol van blijdschap. Maar die blijdschap is geen automatisme. Zeker met deze dagen als er meer mensen dan anders in sjoel zijn, is het belangrijk tot ons door te laten dringen dat de betrokken jongeren er niet automatisch zijn. Ik heb er met Rosj Hasjana voor gepleit dat u eens bij u zelf moet nagaan wat u er zelf aan kan doen, om op een van de aspecten die de sjoel rijk is, of juist nog mist, de leiding en verantwoordelijkheid te nemen over uw eigen joodse leven en hopelijk ook in onze gemeente. Wat kunt u zelf betekenen om ervoor te zorgen dat er een liberaal joodse continuïteit kan blijven? Heeft u al nagedacht deze afgelopen 10 dagen? Zo niet, dan is er morgen nog een hele dag waarop u zich kunt laten inspireren, om iets op te gaan oppakken het komende jaar, om uw eigen plan te gaan maken, om uw eigen joodse vleugels te ontdekken, te leren vliegen en anderen te leren vliegen. En zeg niet, ik heb geen tijd, het komt morgen wel, misschien heeft u geen tijd meer, en stel niet tot morgen uit wat u vandaag kunt doen. Uitspraken uit de Pirkee Avot. De jizkor dienst doet ons beseffen dat het leven ook eindig is, de jeugdminchadienst laat ons zien, dat als wij onze kinderen met nesjomme joodse kennis en warmte kunnen geven, zodat ze met enthousiasme actief deelnemen aan de dienst.

Wat heeft dit nu allemaal te maken met de midrasj die ik u aan het begin vertelde.

Die vleugels staan met name symbool voor het voortbestaan van het joodse volk, doordat je ze weet te gebruiken om mee te vliegen. Wij kunnen Tora in de meest brede zin van het woord, zien als een zware last, zoals de duif dat zag, toen hij geen idee had wat hij met die twee flappen om zijn lijf moest doen. Maar toen hij eenmaal geleerd had hoe hij ze moest gebruiken, was hij vrij als een vogeltje in de lucht, kon hij zich beschermen tegen invloeden van buitenaf: wegkomen van de monsters van assimilatie van bedreiging van buitenaf. Maar je moet het eerst wel leren gebruiken. Dat is wat de midrasj, allegorisch als de midrasj altijd is, probeert aan te geven. Natuurlijk gaat het over ons. Die vleugels staan symbool voor onze joodse identiteit, als we ze goed weten te gebruiken, kunnen we ze juist zien als een bevrijding, als een hulpmiddel dat ons tot grote hoogten kan brengen, dat ons vrolijk kan maken en van binnen blij. Als wij leren en ook aan onze kinderen leren hoe ze hun joodse identiteit kunnen hanteren, kunnen we er veel plezier van hebben, en kunnen we blij zijn op Jom Kipoer, als we erover nadenken, wat we er eigenlijk mee kunnen doen, met die joodse vleugels die we kunnen uitslaan. Dat is wat wij proberen al vanaf de Peuter- en Kleutergroep en alle andere mogelijkheden die wij bieden om joods te leren vliegen als actief lid van de gemeente, als actieve jood, als liberale jood.

Een collega van mij in de VS kreeg een keer een vraag via haar facebook pagina. "Mijn dochter", vroeg de vragensteller, "vroeg mij wie meer joods is: mijn rabbijn of ik"? De rabbijn antwoordde: "we zijn niet in competitie, er is geen winnaar of verliezer. We zijn met elkaar samen op een reis naar enorme mogelijkheden. Ik loop met jou, en jij met mij, we zijn er voor en met elkaar". De rabbijn zei tegen de vader van de tiener: "Laten we eens een aantal vragen onder ogen zien, en ik denk dat we op eenzelfde manier bezig zijn met de antwoorden te zoeken op de meeste van deze vragen. Er zijn een aantal categorieën:



1) Jodendom is behoren tot

Claim ik mijn Jodendom als mijn verleden, mijn traditie, mijn erfenis en mijn volk? Verbind ik mijn lotsverbondenheid aan dat van het joodse volk? Vind ik joodse rituelen en gewoonten belangrijk?

Voel ik me deel van de joodse gemeenschap? Neem ik deel aan joodse activiteiten? Maakt het me iets uit of ik daar deel van ben? Ben ik wel eens in Israel geweest?

2) Jodendom is een keuze en een bewustzijn. Ben ik joods door toeval, omdat ik nu eenmaal zo geboren ben, of omdat ik het echt wil? Is mijn Jodendom een rommeltje en heb ik eigenlijk geen idee, of wordt het pas heel even duidelijk als er een Bar Mitswa, een choepa, een lewaja of zoals vandaag Kol Nidre, is, een paar keer per jaar? Of gaat mijn joods bewustzijn verder dan die paar momenten? Word ik me bewuster van mijn joodse achtergrond als Israel aangevallen wordt, er een aanslag in Parijs of Kopenhagen is, antisemitische leuzen geroepen worden? Vraag ik vrij voor de joodse feestdagen, of doe ik dat niet want dan val ik op? Neem ik genoegen met de joodse lessen die ik had tot mijn Bar/Bat Mitswa?

3) Jodendom geeft je perspectief.

Zie ik de wereld door de lens van mijn joodse gevoel van ethiek en waarden? Is het joodse verhaal ook mijn verhaal? Ben ik me iedere dag bewust van het feit dat ik joods ben? Is Jodendom een geïntegreerd deel van mijn dagelijkse leven? Als ik de kranten lees, het nieuws kijk en als ik probeer mijn leven in de wereld te begrijpen, doe ik dat dan door een joods filter heen? Wanneer gebeurt dat, ben ik me dat eigenlijk bewust?

4) Jodendom is wat ik doe.

Zeg ik wel eens gebeden, thuis of in sjoel? Berachot als ik iets speciaals doe? Leer ik eigenlijk, en waarom dan niet? Lees ik joodse literatuur? Doe ik iets aan tsedaka en help ik anderen, op basis van: hou van de ander als van jezelf, en hou van de vreemdeling, want eens was je zelf een vreemdeling in een vreemd land? Voel ik dat ik een verplichting heb om mij joods te gedragen naar de wereld toe, en hoe dan? Leef ik volgens de joodse kalender, of plan ik nog steeds per ongeluk iets op Jom Kipoer, omdat ik die werkafspraak wel, maar Jom Kipoer niet in mijn agenda had staan?

5) Jodendom is het onderhouden van je geest

Ben ik mij bewust van een spiritueel leven? Praat ik met God? Sta ik mezelf toe om met mijn geloof en met God het gevecht aan te gaan. Heeft mijn leven eigenlijk wel zin? Heb ik doelen in mijn leven? Kan ik rust vinden omdat ik joods ben, of juist niet? Hoe breng ik 'houden van' in praktijk?

Ik heb de vragen die mijn collega aan die vader van die tiener stelde zelf iets aangepast. In essentie gaat het over, hoe je die vleugels kan gebruiken, die misschien wel een last lijken. Waar wil je naar toe vliegen? Vlucht je alleen weg van de grote wilde dieren die je achterna komen, of vlieg je van tak naar tak om overal wat van mee te nemen, je te voeden met de kennis die je aangeboden wordt, en waar je wel moeite voor moet doen om het te vinden, ondanks de groet wilde dieren. Dan moet je wel eerst leren vliegen. De rode lijn is deze dagen om u aan het denken te zetten en u de vraag voor te leggen: Wat bent u van plan om te gaan doen het komende jaar, om iets meer met en aan uw joodse identiteit te doen, in de hoop en verwachting dat dat dan ook weer aan de volgende generaties met enthousiasme en betrokkenheid wordt doorgegeven.

moge u worden ingeschreven en verzegeld worden in het boek van het leven,een goede vasten, chatima tova



Rabbijn Menno ten Brink





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina