Kolomchromatografie korte beschrijving en doel



Dovnload 7.72 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte7.72 Kb.

Kolomchromatografie

korte beschrijving en doel


Kolomchromatografie beoogt het scheiden van verschillende componenten uit een mengsel.

Deze scheiding wordt veroorzaakt door het feit dat stoffen met verschillende polariteit met verschillende sterkte zullen intrageren met andere substanties. Hiervoor gebruiken we een kolom gevuld met silicagel (vast en behoorlijk polair) waarover we een mengsel van de te scheiden componenten laten samen met een eluens. Apolaire stoffen zullen weinig interactie met de silicagel vertonen, polaire stoffen daarentegen zullen sterk intrageren. Door het variëren van het gebruikte eluens kunnen we bepalen hoeveel interactie een polaire molecule vertoont met de silicagel (met een apolair solvent zoals petroleumether zal er veel interactie zijn, met een polair solvent zoals ethylacetaat zal het deeltje minder interactie ondergaan omdat het sterk meegesleurd wordt door het polaire eluens).


rendementen


Tarreren van de twee kolven geeft volgende massa's:

mkolf1 = 31.8625 g

mkolf2 = 34.8479 g

Na opvangen en uitdampen van het solvent uit beide fracties met de rotavapor bekwamen we volgende massa's:

mkolf1 = 31.8722 g

mkolf2 = 34.9614 g

We vingen maw 9.7 mg caroteen op en 13.5 mg tetrafenylcyclopentadiënon. Normaal gezien zou er 10 mg van elke component aanwezig moeten zijn in de 5 mL die op de kolom gebracht werd zodat de respctievelijke rendementen 97% en 135% bedragen. Een rendemenent van 135% is echter onmogelijk en werd waarschijnlijk veroorzaakt door restanten solvent en/of resten vetstof van de rotavapor.

molfracties


Aangezien het moleculair gewicht van caroteen 536 g/mol en dat van tetrafenylcyclo-pentadiënon 384 g/mol bedraagt bekwamen we 0.018097 mmol caroteen en 0.035156 mmol tetrafenylcyclopentadiënon. Hiermee kunnen we de molfracties bepalen:

ncaroteen = 0.018097 / ( 0.018097 + 0.035156) = 0.339829

ntetrafenylcyclopentadiënon = 0.035156 / ( 0.018097 + 0.035156 ) = 0.660171

vraagjes

vraag 1


Aangezien ethylacetaat polairder is dan petroleumether kunnen we stellen dat de 10:4 verhouding het meest polaire eluens is. Product Y vergt een polairder eluens om dezelfde Rf-waarde te bekomen als product X en is daarom meer polair dan X. Om X en Y te scheiden gebruiken we eerst het eluens met de 10:1 verhouding op een polaire stationaire fase waarbij product X als eerste elueert (Y is polairder en intrageert dus meer met de polaire stationaire fase).

vraag 2


MeOH is een te sterk polair solvent en zal de silicagel verzadigen. Er is geen interactie meer mogelijk met de te scheiden componenten en de beoogde scheiding van het mengsel blijft uit.

vraag 3


Het tweede product is nog gebonden met de stationaire fase en kan gerecupereerd worden mits het gebruik van een polairder eluens (gesteld dat het gaat om een polaire stationaire fase).

vraag 4


Nee, het kan namelijk zijn dat de andere verbinding(en) van het monster kleurloos is/zijn. Ook zal wanneer de polariteit vergelijkbaar is enkel één spot waargenomen kunnen worden.

Om de zuiverheid van het monster na te gaan zal men toevlucht moeten zoeken tot andere methodes zoals GC en HPLC of kan men, indien de mogelijke onzuiverheden gekend zijn en bovendien kleurloos blijken te zijn, technieken toepassen om de onzuiverhede zichtbaar te maken op de TLC-plaat indien aanwezig.


vraag 5


Benzoëzuur is de meest polaire stof van de drie en zal de laagste Rf-waarde hebben (meeste interactie met polaire stationaire fase). De meest apolaire stof, i.e. bifenyl, zal de minste interactie vertonen met de stationaire fase en zal dus de grootste Rf-waarde hebben. De Rf-waarde van benzylalcohol zal tussen die van hoger genoemde stoffen liggen.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina