Koning Arthur Rollen



Dovnload 26.59 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte26.59 Kb.

Koning Arthur




Rollen





Aartsbisschop

Koning Arthur

Sir Ector (ridder)

Kay (ridder)

Merlijn

Moeder/Vrouw van het meer



Guinevere

Ridder


Ridder

Ridder


Ridder

Ridder



1. Kasteel Ector

Merlijn, Sir Ector, Moeder


Merlijn brengt een baby naar Sir Ector en moeder.

Merlijn: Ik heb hier een baby. Hij heet Arthur. Wil je dit kind opvoeden als je eigen zoon?

Sir Ector en moeder: Ja hoor dat kunnen wij wel. Hij zal een broer van Kay zijn.


2. Kasteel koning

Ridders, Merlijn


15 jaar later

De koning van Britannië is dood en de ridders maken ruzie over wie koning mag worden.



Ridder: Ik zal koning worden. Ik ben heel slim.

Ridder: Nee ik zal koning worden ik ben heel sterk.

Ridder: Nee ik zal koning worden, want ik ben de oudste.

Ridder: Nee ik zal koning worden ik ben heel dapper.

Merlijn komt binnen



Merlijn: Geen ruzie maken. Er is een andere manier! In het bos staat een steen met een zwaard erin. Diegene die het zwaard eruit kan pakken zal de koning van Britannië worden.

De ridders gaan naar de plek in het bos



3. Bos

Ridders, aartsbisschop


De ridders komen in het bos bij de plek met de steen met het zwaard erin.

Daar staat de aartsbisschop, want hij was zelf ook benieuwd.



Aartsbisschop: Ridders in de steen zit het zwaard degene die het eruit kan trekken wordt koning van het hele land

Ze proberen allemaal het zwaard te pakken, maar niemand lukt het.



Aartsbisschop: Ik heb een plan. We gaan een toernooi organiseren waar alle ridders aan mee mogen doen en de winnaar mag als eerste proberen het zwaard te pakken. Lukt het niemand om het zwaard te pakken dan wordt de winnaar van het toermooi de koning.

Ridders: Dat is een goed idee.

Aartsbisschop: Er moet wel iemand bij het zwaard de wacht houden tot het toernooi. Wie wil dat doen?

Ridder (Bram): Ik houd wel de wacht.


4. Kasteel Ector

Sir Ector, Moeder, Kay, Arthur, Merlijn


Merlijn komt bij de familie van Sir Ector.

Merlijn: Ik heb nieuws. De koning is dood en ze zoeken een nieuwe koning. Ze doen een toernooi voor alle ridders om de koning te vinden.

Sir Ector: Goed we zullen ons klaar maken en zo snel mogelijk vertrekken. Arthur wil jij mee als schildknaap. Dan moet je ons helpen met al onze spullen en kan je naar het toernooi kijken.

Arthur: Okee, ik ga mee.

Sir Ector, Kay en Arthur pakken al hun spullen.

Sir Ector, Kay en Arthur zeggen moeder gedag. En ze gaan op weg.


5. Bos

Arthur, Ector, Kay, ridder (bram)


Na een tijdje rijden gaan ze alle drie in het bos overnachten.

De volgende morgen wordt Arthur wakker.



Arthur: Wakker worden.

Sir Ector: We moeten, maar weer snel weg. We mogen het toernooi niet missen.

Ze gaan weer op weg. Kay laat per ongeluk zijn zwaard liggen. Na een tijdje rijden komt

Kay erachter dat hij zijn zwaard heeft laten liggen.

Kay: O, jee. Ik heb mijn zwaard laten liggen. Ik kan niet zonder zwaard naar het toernooi. Maar als we terug gaan komen we misschien te laat.

Arthur: Ik ga wel terug ik ben je knecht.

Arthur gaat terug en Kay en Sir Ector rijden verder en komen de steen tegen met het zwaard erin. Een ridder staat erbij om het te beschermen.



Sir Ector: Goede morgen. Waarom zit dat zwaard in die steen?

Ridder: Het zwaard is van de koning. Wie het zwaard uit de steen kan trekken wordt koning van het land.

Sir Ector en Kay proberen om de beurt het zwaard uit de steen te trekken, maar het lukt niet.



Ridder: Het is bijna tijd voor het toernooi. Zullen we naar het kasteel gaan.

Samen vertrekken ze.




6. Bos

Arthur, Kay


Arthur staat in het bos en zoekt het zwaard.

Arthur: Oh, nee ik kan het zwaard nergens meer vinden. Ik ga maar terug om te vertellen dat het zwaard kwijt is.

Arthur gaat terug en rijdt langs de steen met zwaard.



Arthur: Hé wat is dat nou. Wie laat er nou een zwaard in een steen zitten. Ik kan hem wel aan Kay geven.

Arthur trekt het uit de steen en gaat snel naar Kay.

Arthur vindt Kay verderop in het bos.

Kay: waar komt dat zwaard vandaan?

Arthur: Dat zwaard heb ik uit een steen getrokken dat in het bos stond.


7. Kasteel

Ector, Kay


Kay gaat naar zijn vader

Kay: Kijk! Vader ik heb het zwaard uit de steen dus zal ik koning worden?

Ector: Hoe kom je aan het zwaard?

Kay: Dat komt uit de steen.

Ector: Hoe kom je aan het zwaard?

Kay: Ik heb het van Arthur gekregen. Hij heeft hem uit de steen getrokken.

Ector: Kom we gaan naar Arthur en vragen hem hoe hij er aan is gekomen.

Samen gaan ze naar Arthur. Daar staan een aantal ridders omheen.


8. Bos

Ectyor, Arthur, Kay, ridders


Ector: Hoe kom je aan dat zwaard?

Arthur: Uit een steen getrokken in het bos. Ik was terug gegaan om het zwaard op te halen, maar kon het nergens meer vinden en toen ik weer naar jullie toe ging reed ik langs een steen waar een zwaard uitstak. En toen heb ik het eruit getrokken en aan Kay gegeven.

Ector: Ons werd verteld dat wie het zwaard uit de steen kon trekken koning van Britannië zou worden. Dat betekent dat jij de koning bent!

Ridders: Je denkt toch niet dat deze jongen koning kan worden? Hij is maar een schildknaap.

Ector: Arthur ik moet je wat vertellen. Je bent niet onze echte zoon. Merlijn kwam je brengen toen je nog een baby was en hij heeft gevraagd om voor je te zorgen als onze eigen zoon. Misschien ben je wel de echte zoon van de Koning Uter.

Ridders: Wij willen bewijs zien!

Arthur, Ector, Kay en de toeschouwers gaan mee naar de steen. Het zwaard zit er niet meer in.

Arthur steekt het er terug en vraagt de toeschouwers het zwaard uit de steen te pakken, maar het lukt niemand. Alleen Arthur kan het zwaard pakken. Iedereen knielt voor Arthur

Iedereen: Koning Arthur!!


9. Kasteel

Aartsbisschop, Arthur, Moeder, Ector, Kay en ridders


Arthur wordt koning gekroond door de aartsbisschop.

Aartsbisschop: Kom Arthur en kniel neer.

Hij pakt de kroon en zet het op het hoofd van Arthur.



Aartsbisschop: Hierbij kroon ik je koning van Britannië.

Arthur staat op



Iedereen: Juichen: Koning Arthur voor eens en altijd.

Arthur: Ik beloof goed voor alle mensen te zorgen

Iedereen juicht.

10. Bos

Arthur, goede ridders, slechte ridders, Merlijn


Paar jaar later

Arthur is op weg met twee ridders en dan springen er opeens een paar andere ridders uit de struiken.

Ridder (slecht): Hé ben jij niet koning Arthur?

Arthur: Dat klopt. Kniel je niet voor je koning?

Ridder (slecht): Nee, kniel maar voor mij, want ik ga koning worden. Aanvallen!

In het gevecht breekt het zwaad van Arthur en ze vluchten weg.

Verderop komen ze Merlijn tegen.

Merlijn: Wat is er gebeurd?

Arthur: We zijn overvallen en mijn zwaard is gebroken. Wat moet ik nu doen?

Merlijn: Kom maar met me mee dan komt alles goed.




11. Bos

Arthur, Merlijn, Vrouw van het meer


Merlijn neemt Arthur mee naar het meer.

Merlijn: Hier in dit meer leeft de vrouw van het meer. Zij zal je helpen.

Uit het water komt de vrouw van het meer en ze heeft in haar hand het zwaard Excalibur.



Vrouw van het meer: Koning Arthur, dit is mijn zwaard Excalibur. Het is een heel speciaal zwaard, want met dit zwaard in je hand kan je geen kwaad overkomen. Gebruik het voor het goede en je zal de beste koning worden.

Arthur neemt het zwaard aan en maakt een diepe buiging voor de vrouw van het meer.




12. Bos

Arthur, Guinevere, goede ridders, slechte ridders


Arthur gaat zijn ridders halen.

Arthur: Kom we gaan het land door en gaan mensen helpen die onze hulp nodig hebben.

Hij gaat met een aantal ridders het land door en onderweg zien ze dat een vrouw gevangen is genomen door twee ridders.



Arthur: Laat die vrouw gaan of anders zwaait er wat.

Ridders: Kom die vrouw maar halen!

De ridders en Arthur vechten met elkaar en Arthur verslaat ze allemaal.

Hij maakt de touwen los en bevrijden de vrouw.

Arthur: Wie ben je?

Guinevere: Ik heet Guinevere. Wat fijn dat u me gered heeft. Bent u niet Koning Arthur?

Arthur: Ja dat ben ik

Guinevere: Ik zal u voor altijd dankbaar zijn.

Arthur: Dat hoeft niet, maar ik ben wel een beetje eenzaam met alleen maar ridders. U bent zo mooi en aardig. Zou u met me willen trouwen?

Guinevere: Ja heel graag.

13. Kasteel

Alle spelers


Alle mensen staan aan de kant en koning Arthur loopt met Guinevere aan zijn arm naar de aartsbisschop

Aartsbisschop: Arthur wil jij met Guinevere trouwen?

Arthur: JA

Aartsbisschop: Guinevere wil jij met Arthur trouwen?

Guinevere: JA

Aartsbisschop: Dan verklaar ik jullie man en vrouw. En wordt Guinevere koningin van Britannie

Iedereen juicht. En de muziek gaat spelen en er wordt gedanst.



EINDE




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina