Koninklijk nederlands korfbalverbond werkgroep regelingen



Dovnload 131.89 Kb.
Pagina1/3
Datum24.08.2016
Grootte131.89 Kb.
  1   2   3





Voor scheidsrechters / beoordelaars en scheidsrechters-

Coördinatoren DWS- DEJ in Noord-West.



Diemen 14 november 2007.


Secretariaat Kobus Treuren, van Dijkstraat 8, 1111 ND Diemen tel: 06-17640966

Mail: kobustreuren@planet.nl.



KONINKLIJK NEDERLANDS KORFBALVERBOND

WERKGROEP REGELINGEN


Nieuwe spelregels per 1 juli 2007
Veel gestelde vragen en antwoorden daarop
In de periode: 1 maart 2007 – 1 november 2007 zijn aan de Werkgroep Regelingen met regelmaat vragen voorgelegd over de nieuwe spelregels. Deze vragen zijn beantwoord.

In genoemde periode zijn er bijscholingsbijeenkomsten geweest voor scheidsrechters en beoordelaars (ongeveer 25) en voor verenigingen, die daar om vroegen (ruim 200). Aan de bijscholers is gevraagd de meest gestelde vragen aan de werkgroep door te geven. Aan de scheidsrechterswerkgroepen is die vraag ook voorgelegd. Veel reacties zijn ontvangen.

De Werkgroep Regelingen heeft onder meer tot taak vragen te beantwoorden en uniforme toepassing van de spel- en aanverwante regels te bevorderen.

De meest gestelde vragen en de daarop gegeven antwoorden zijn hieronder vermeld.
Hoe te zoeken?

Er zijn twee delen:

  1. Deel A

    • Algemeen

    • alle nieuwe spelregels met uitzondering van § 3.6, 3.9 en 3.10

  2. Deel B

    • § 3.6 Spelovertredingen

    • § 3.9 Spelhervatting

    • § 3.10 Vrije worp


Opgelet

De vragen zijn cursief aangegeven; de antwoorden gewoon (uitgave augustus 2007) en vet (aanvulling november 2007).
De werkgroep zal deze lijst regelmatig actualiseren.
Deze publicatie is ook te vinden op de site van het KNKV: www.knkv.nl: reglementen

Deel A

Algemeen

1. Welke spelregel is van toepassing en voor wie?

Antwoord

Er staan in het spelregelboekje drie “soorten” nieuwe spelregels:



  1. een spelregel, waarbij verder niets staat vermeld: deze spelregel geldt dan voor elke korfballer;

  2. een spelregel, waarbij staat dat “een wedstrijdreglement iets anders kan bepalen”: is er niets anders bepaald of niets nader gedetailleerd, dan geldt gewoon de spelregel. Is er wel iets anders bepaald of iets nader gedetailleerd, dan geldt dat laatste;

  3. de spelregel, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen lichte en zware overtredingen van verdedigers.

Het KNKV is bevoegd te bepalen of en zoja, in welke speelklasse en voor welke

leeftijdsgroepen deze spelregel geldt. Het Algemeen Bestuur van het KNKV heeft

op 19 februari 2007 bepaald dat deze spelregel voor het gehele korfbal geldt.
2. Hoe moeten de nieuwe spelregels worden toegepast bij wedstrijden in het éénvakskorfbal (E-tjes en F-jes)?

Antwoord (vrij naar het antwoord van de OJC (Overleg Jeugd Coördinatoren) dd juli 2007).

In het éénvakskorfbal is er geen sprake van een aanvals- en een verdedigingsvak. Er zijn kinderen, die aan het aanvallen dan wel aan het verdedigen zijn in hetzelfde vak. Deze functies kunnen van het ene op het andere moment wijzigen en overal in het vak plaatsvinden. Een verdediger kan bij het opbrengen van de bal in de buurt van de korf, waarop wordt aangevallen, de bal onderscheppen en meteen in schietpositie, dus aanvaller, zijn.

Hoe nu om te gaan met – met name – het nemen van de vrije worp in het éénvakskorfbal?

Wedstrijden van viertallen (E-tjes en F-jes) worden in het breedtekorfbal gespeeld. Van bewuste zware overtredingen zal dus bijna nooit sprake zijn; het spel zal dan ook nagenoeg altijd worden hervat met een spelhervatting. De meeste kinderen op dit niveau weten niet om te gaan met een vrije worp van 2.50 m. Zij zijn niet in staat om een situatie neer te zetten, waarbij een nemer van een vrije worp en “een aangeef” zijn betrokken. Bovendien kost het teveel tijd om dit te organiseren.

In het seizoen 2006-2007 werden er formeel wel vrije worpen toegekend, maar in de praktijk zag dit er al vaak uit als wat we nu een spelhervatting zouden noemen: bij een overtreding wordt er gefloten; de desbetreffende ploeg krijgt de bal, de andere kinderen staan om de nemer heen (zowel aanvallers als verdedigers) en de scheidsrechter fluit om verder te spelen.

Wanneer een kind een scoringskans wordt ontnomen ( bijvoorbeeld: het wordt bij het schieten omvergelopen of een jongen hindert een meisje – of andersom - bij het schieten) dient natuurlijk wel gewoon een strafworp te worden toegekend.

De conclusie moet zijn dat bij de E-tjes en de F-jes in het éénvakskorfbal er in hoofdzaak alleen sprake zal zijn van spelhervattingen en strafworpen.
§ 1.1. Speelgebied

1. Zijn banken voor alle speelklassen en leeftijdsgroepen verplicht?

Antwoord

Ja, zowel zaal als veld.


§ 1.2. Afbakening

1. Mogen voorwerpen binnen de “obstakelvrije ruimte” staan bij veldwedstrijden?

Antwoord

Neen. Volgens de spelregels dient om het speelveld een strook van ten minste 1 meter, doch bij voorkeur 2 meter “vrij van obstakels” te zijn. Het Bestuursbesluit afrastering bepaalt zelfs dat – als een afrastering verplicht is – deze op ten minste 2 meter moet staan vanaf de zij- en achterlijnen.

De spelregels zelf geven helaas geen toelichting of voorbeelden voor wat betreft het begrip “obstakels”.

Bij “obstakels” moet gedacht worden aan: publiek, kinderwagens, buggy’s, rolstoelen, haspels, voetstukken voor palen, banken voor het publiek (banken voor de coach, vervangers en andere tot de ploeg behorende personen mogen wel), sporttassen, flessen, kratten, drinkbekers, reclameborden, attributen voor andere sporten e.d.

Het KNKV wijst er met nadruk op, dat de scheidsrechters dit voorschrift strikt moeten toepassen, omdat obstakels binnen genoemde ruimte niet zijn toegestaan, dit tot heel gevaarlijke situaties kan leiden en uiteindelijk aansprakelijkheidsproblemen op kan leveren voor het KNKV en voor zijn vertegenwoordigers.

NB: het bovenstaande geldt natuurlijk ook voor zaalwedstrijden. Alleen: daar zullen obstakels zich veelal beperken tot sporttassen, flessen, kratten, drinkbekers e.d.
2. Mag een strafworppunt ook rond zijn?

Antwoord

Ja. Een strafworppunt mag rechthoekig zijn (15 x 5 cm) of rond (cirkelvlak met een diameter van 8 tot 10 cm).


3. Is het aanbrengen van het strafworpgebied rond de paal verplicht?

Antwoord

Neen.


Het aanbrengen van het strafworpgebied, met daarin aangegeven de “vrije worpcirkel”, wordt wel sterk aangeraden, omdat het daardoor voor de spelers en de scheidsrechter veel eenvoudiger is te bepalen wat de afstand bij een vrije worp vanaf het strafworppunt tot de voeten van de spelers is.
4. Mogen bij veldwedstrijden nog hoekvlaggen worden gebruikt?

Antwoord

Neen, die zijn niet meer toegestaan.


5. Voor welke klassen geldt dat een afrastering moet worden gebruikt bij veldwedstrijden? Is er nog iets gewijzigd?

Antwoord

Jazeker, medio 2007 is het “Bestuursbesluit afrastering” gewijzigd. Een afrastering is sindsdien verplicht voor wedstrijden, die worden gespeeld in de:

gemengd

hoofdklasse, overgangsklasse, 1e en 2e klasse, res. hoofdklasse, res. overgangsklasse, res. 1e klasse, hoofdklasse A-jeugd.

dames

topklasse.

Dus: in bijvoorbeeld de standaard 3e of 4e klasse (gemengd) of in de hoofdklasse dames is het niet meer verplicht. Districten zijn niet meer bevoegd om aanvullende besluiten te nemen.
§ 1.3. Palen

1.Mag de kunststofkorf op een andere dan de voorgeschreven aluminium paal worden gebruikt? Is de combinatie: kunststof korven/metalen-stalen palen toegestaan?

Antwoord

Van toepassing is het”Bestuursbesluit kunststofkorf met bijbehorende paal”.

Voor het topkorfbal geldt: neen, dit is niet toegestaan. Alleen de combinatie: kunststofkorf - voorgeschreven aluminium paal is toegestaan.

Voor het wedstrijdkorfbal geldt: op 1 juli 2008 dient de kunststofkorf, in combinatie met de aluminium paal, te worden gebruikt. Tot 1 juli 2008 dient formeel de aluminium paal te worden gebruikt als ook de kunststofkorf wordt gebruikt. Het Algemeen bestuur heeft echter besloten dat tijdens het seizoen 2007-2008 een kunststof korf in combinatie met een andere dan de voorgeschreven aluminium paal toelaatbaar is.

Voor het breedtekorfbal geldt dat met ingang van 1 juli 2008 de kunststofkorf verplicht is, maar het gebruik van een aluminium paal niet. Indien gedurende het seizoen 2007-2008 een kunststofkorf wordt gebruikt is het gebruik van een andere dan de voorgeschreven aluminium paal toelaatbaar.
§ 1.5 Bal

1. Mag bij een veldwedstrijd nog steeds een éénkleurige bal worden gebruikt?

Antwoord

Neen. Voor zowel de zaal als het veld geldt nu: een tweekleurige bal.


§ 1.6 Uitrusting van spelers en officials

1. Waar staat dat het de scheidsrechter en de assistent-scheidsrechter verboden is voorwerpen te dragen die tijdens het spel letsel kunnen veroorzaken?

Antwoord

Het staat niet expliciet in deze spelregel (“het is de spelers verboden voorwerpen te dragen die tijdens het spel letsel kunnen veroorzaken”), maar omdat de tekst valt onder het kopje “spelers en officials” gelden de bepalingen ook voor de (assistent-)scheidsrechter. Dat is ook logisch, want zij zijn onderdeel van het spel. Heel formeel mogen ze zelfs geen polshorloges dragen, maar in de Aandachtspunten 2007-2008 staat terecht dat daarvoor een uitzondering dient te worden gemaakt: ze moeten hun taak nu eenmaal optimaal kunnen uitvoeren.


§ 2.1. Spelers

1. Hoeveel spelers mogen zonder goedkeuring van de scheidsrechters worden vervangen?

Antwoord

Het aantal, dat mag worden vervangen, was, is en blijft vier. Dat geldt voor:



gemengd korfbal

x senioren in het top- en wedstrijdkorfbal;

x jeugd in het top- en wedstrijdkorfbal; dat zijn:

-- de A-jeugd: topklasse, overgangsklasse, 1e klasse en 2e klasse;

-- de B-jeugd: hoofdklasse, 1e klasse en 2e klasse;

-- de C-jeugd: hoofdklasse en 1e klasse;

-- de D-jeugd: hoofdklasse.

dameskorfbal

x senioren in het wedstrijdkorfbal;

x jeugd in het wedstrijdkorfbal; dat zijn:

-- de A-jeugd: hoofdklasse;

-- de B-jeugd: hoofdklasse.
Let op:

Wisselen is op het volgende niveau toegestaan:

Voor alle seniorenploegen en jeugdploegen (achttallen) in het breedtekorfbal; er mag onbeperkt worden gewisseld, zij het dat een gewisselde speler slechts één keer terug het veld in mag. Bij de jeugd geldt dat dan voor:



gemengd korfbal

-- de A-jeugd: 3e klasse en lager;

-- de B-jeugd: 3e klasse en lager;

-- de C-jeugd: 2e klasse en lager;

-- de D-jeugd: lager dan de hoofklasse;

-- de E-jeugd: alle klassen.



dameskorfbal

-- de A-jeugd: lager dan hoofdklasse;

-- de B-jeugd: lager dan hoofdklasse;

-- de C-jeugd: alle klassen;

-- de D-jeugd: alle klassen;

-- de E-jeugd: alle klassen.

Bij jeugdploegen (viertallen: de E-tjes en de F-jes, uiteraard ook breedtekorfbal, mag onbeperkt worden gewisseld. Dit geldt zowel voor gemengde als voor damesploegen.

2. Mag een dame voor een heer spelen of een heer voor dame?

Antwoord

Neen, § 2.1 van de spelregels bepaalt dat het spel wordt gespeeld door twee ploegen, elk van vier spelers en vier speelsters, van wie in elk vak twee spelers en twee speelsters worden ingedeeld.

Het “Bestuursbesluit jeugdkorfbal” maakt hierop echter een uitzondering. Artikel 2.1. bepaalt: “Ploegen, die uitkomen in breedtekorfbalafdelingen voor gemengde ploegen van de A-, B-, C-, D- en E-jeugdklassen die in twee vakken spelen, bestaan uit vier spelers en vier speelsters. De sekseverdeling mag losgelaten worden indien er met hesjes wordt gespeeld, zodat het twee-tegen-tweeprincipe gehandhaafd blijft. Bij de A-, B- en C-jeugdklassen geldt als aanvullende voorwaarde dat een speler of speelster in dezelfde wedstrijd altijd als dame of heer moet blijven spelen.

Er is ook een afwijkende regeling getroffen voor E-ploegen, die in één vak spelen en voor F-ploegen.

§ 2.2. Aanvoerder en coach

1. In de spelregels staat nu dat de coach voor het geven van aanwijzingen niet meer van de bank af mag. Klopt dat?

Antwoord

Dat klopt niet.

In de spelregels staat dat wel, maar er staat bij dat in een wedstrijdreglement anders kan worden bepaald. Dat is gebeurd: het Algemeen Bestuur heeft op 19 februari 2007 het “Bestuursbesluit banken, coach en vervangende spelers” zodanig gewijzigd, dat de situatie van vóór 1 juli 2007 gewoon gehandhaafd blijft. De coach mag dus aanwijzingen geven op een wijze, die niet storend is voor anderen; het is hem daarbij toegestaan zijn plaats op de bank tijdelijk, voor een korte periode, te verlaten om van een andere plaats aan dezelfde zijlijn, waar de banken staan, van buiten het speelveld, aanwijzingen te geven. In de praktijk verandert er dus niets.
2. Mag een verzorger bij een blessure de bank verlaten?

Antwoord

Een lid van de medische staf mag de bank verlaten om een geblesseerde speler te onderzoeken en/of te behandelen. Hij mag alleen na toestemming van de scheidsrechter het speelveld betreden.


3. Het maakt nu niet meer uit om welke arm de aanvoerder de aanvoerdersband draagt. Mag het ook tape zijn? En mag de band ook op een andere plaats dan de arm worden gedragen?

Antwoord

De spelregels kennen geen definitie van “aanvoerdersband”. De Engelse tekst laat ruimte tot een ruimhartige interpretatie.

Het is dan ook niet bezwaarlijk als een aanvoerder tape gebruikt mits de tape:

x op de mouw is aangebracht;

x goed zichtbaar is voor met name de scheidsrechter; de kleur dient dus ook af te wijken van de kleur van de mouw van het shirt;

x goed is aangebracht. De scheidsrechter mag geen genoegen nemen met tape, die los laat.

Bij mouwloze shirts dient de aanvoerdersband om dan wel op (tape) de arm te worden gedragen.

Voor alle duidelijkheid: de aanvoerdersband mag uitsluitend om de arm worden gedragen. Dus niet op de rok/broek, op de schouder of het been of welk ander lichaamsdeel dan ook.
§ 2.3. De Scheidsrechter

1. Mag een scheidsrechter een overtreding, die gemaakt wordt terwijl het spel is onderbroken, bestraffen?

Antwoord

Ja.


Als bijvoorbeeld tijdens een blessurebehandeling een speler elders een overtreding maakt tegen zijn tegenstander (bijvoorbeeld: wegduwen bij de paal om alvast een gunstige afvangpositie in te nemen), dan is de scheidsrechter nu bevoegd daartegen op te treden. Hij doet er in dat geval goed aan dit de spelers in woord en/of gebaar duidelijk te maken; hij kan in formele zin geen fluitsignaal geven, want het spel is al onderbroken. Wel kan hij de fluit gebruiken om aandacht te trekken of de situatie duidelijk te maken.

Bij een overtreding van een aanvaller volgt een spelhervatting.

Bij een overtreding van een verdediger moet de scheidsrechter bepalen of deze met of zonder opzet geschiedt. Is het zonder opzet (een lichte overtreding), dan volgt een spelhervatting; de scheidsrechter dient echter zoveel mogelijk de voordeelregel toe te passen. Is het met opzet (een zware overtreding), dan volgt een vrije worp op het strafworppunt. Het is zelfs denkbaar dat een strafworp volgt wegens “herhaalde overtreding”.

Een ander voorbeeld: er wordt geduwd bij de paal nadat de scheidsrechter heeft gefloten voor een vrije worp maar zijn arm nog niet omhoog heeft gestoken, ten teken dat hij over uiterlijk vier seconden zal fluiten voor het nemen van de vrije worp. Vóór 1 juli 2007 kon de scheidsrechter geen vrije worp toekennen, nu kan hij wel optreden.

Bij een overtreding van een aanvaller volgt een spelhervatting.

Bij een overtreding van een verdediger moet de scheidsrechter bepalen of deze met of zonder opzet geschiedt. Is het zonder opzet (een lichte overtreding), dan ligt het voor de hand dat de scheidsrechter de oorspronkelijke vrije worp gewoon handhaaft. Is het met opzet ( een zware overtreding), dan is en blijft het een vrije worp. De scheidsrechter doet er goed aan de speler dit mede te delen. In beide gevallen “telt de gemaakte overtreding wel mee” voor de desbetreffende speler.


2. Kan de scheidsrechter een coach direct straffen?

Antwoord

Ja. Hij is bevoegd om de coach te verbieden de bank tijdens de rest van de wedstrijd te verlaten zonder zijn toestemming. Dit stond eerder al in een bestuursbesluit, maar nu dus in de spelregels. De mogelijkheid om te straffen is als het ware naar “een hoger niveau getild”. Scheidsrechters zouden deze mogelijkheid – zeker nu het in de spelregels staat - veel meer moeten benutten.


3. Vanaf wanneer en tot wanneer moet de scheidsrechter bij een formele waarschuwing of bij wegzending de gele respectievelijk de rode kaart tonen?

Antwoord

x Het beginmoment is het moment van het betreden van de sportaccommodatie.

x Het eindmoment is het moment van het tekenen van de wedstrijdformulieren.

Het wangedrag dient op het wedstrijdformulier te worden aangetekend door de scheidsrechter.

Vindt er wangedrag plaats vóór het beginmoment of ná het eindmoment, dan dient de scheidsrechter daarvan afzonderlijk aangifte te doen bij de Tuchtcommissie.
4. Welke aanvoerder dient bij overlast van het publiek op last van de scheidsrechter het publiek te waarschuwen?

Antwoord

De scheidsrechter kan kiezen welke aanvoerder hij de opdracht geeft. Het antwoord op de vraag “van welke ploeg het publiek is, dat overlast geeft” zal voor hem bepalend zijn.


5. Bij lichte overtredingen zal de scheidsrechter zoveel mogelijk de voordeelregel toepassen. Geldt dat voor zware overtredingen ook?

Antwoord

Neen. De scheidsrechter heeft al sinds 1999 de ruimte en het recht om de voordeelregel niet toe te passen, ook als daar op zich zelf aanleiding toe zou bestaan. Uitgangspunt is eigenlijk: bij een zware overtreding fluiten. Niet toepassen van de voordeelregel zal met name om preventieve redenen gebeuren. Ook de sfeer van de wedstrijd zal een belangrijke rol spelen. Zie ook deel B, § 3.6, vraag 2.


§ 3.1a Zuivere speeltijd

1. In de spelregels staat dat er “zuivere speeltijd” kan worden toegepast als een wedstrijdreglement dit voorschrijft. In dat geval gaat het om twee minuten. In de Korfbal League wordt een zuivere speeltijd van vijf minuten aangehouden. Hoe kan dat?

Antwoord

Er is nog geen wedstrijdreglement vastgesteld. Dat betekent dat het systeem van zuivere speeltijd nergens wordt toegepast c.q. mag worden toegepast.

In de Korfbal League, en met ingang van het zaalseizoen 2007-2008 de reserve Korfbal League en de Hoofdklasse, wordt het systeem van zuivere speeltijd toegepast en – inderdaad – voor vijf minuten. Dit is mogelijk omdat de IKF de KNKV heeft toegestaan hiermee te experimenteren.
§ 3.1b Time-out

1. Is het toegestaan een tweede time-out toegewezen te krijgen terwijl de eerste nog gaande is?

Antwoord

Dit is niet toegestaan. Volgens de spelregel dient na de eerste time-out eerst het spel te worden hervat. Wel kan, voordat het spel is hervat, een coach om een vervanging vragen.


2. Kan sinds l juli 2007 elke ploeg, op welk niveau dan ook spelend, een time-out aanvragen?

Antwoord

Neen.

Het “Bestuursbesluit time-out” is en blijft van toepassing. Dat betekent, dat van de time-out alleen gebruik kan worden gemaakt door ploegen, die spelen in:

gemengd

x de Korfbal League en de reserve Korfbal League in de zaalcompetitie;

x de hoofdklasse, de reserve-hoofdklasse, de overgangsklasse en

de reserve-overgangsklasse, alsmede de hoofdklasse A-jeugd in de

zaal- en veldcompetitie.

dames

x de topklasse, de hoofdklasse en de hoofdklasse A-jeugd in de zaal- en

veldcompetitie.
In alle overige klassen is de time-out dus niet van toegestaan.
§ 3.3 Opstelling

1. Volgens de spelregel dient er nu geloot te worden over de vraag welke ploeg in welk vak gaat aanvallen? Waarom is dit?

Antwoord

Dit geldt alleen voor het internationale korfbal. In de spelregels staat ook dat het in een wedstrijdreglement anders kan worden geregeld. Het Algemeen Bestuur heeft op 19 februari 2007 besloten dat de situatie van vóór 1 juli 2007 gehandhaafd blijft. In de praktijk verandert er ten aanzien van de keuze van het aanvalsvak, de indeling van de spelers en het nemen van de uitworp dus niets.


§ 3.5 Uitworp en 3.7 Uitbal

1. Wat is de afstandseis voor de overige spelers bij het nemen van een uitworp of een uitbal?

Antwoord

Er geldt geen afstandseis.

De bepaling van § 3.9 (spelhervatting) is van toepassing. De uitworp (aan het begin van iedere speelhelft en na een geldig doelpunt) en de uitbal (nadat de bal buiten het speelveld is gekomen) zijn qua uitvoering gelijkgesteld aan de spelhervatting. Dat betekent dat de nemer van de uitworp en de uitbal er voor moet zorgen dat de bal binnen vier seconden ten minste 2.50 m aflegt, gemeten over de grond en vanaf de plaats van de uitworp of de uitbal. Alle spelers mogen bij de nemer staan; de spelers van de andere ploeg mogen niet hinderen, actief noch passief.
2. In § 3.9, toelichting, staat o.a.: “Elke overtreding van § 3.6g – toelichting punt 2 en 4 – wordt niet bestraft met een vrije worp of een spelhervatting”, omdat na een doelpunt altijd een uitworp moet worden genomen. Dit is erg onduidelijk. Klopt dat?

Antwoord

Het is niet alleen onduidelijk, het is ook verwarrend.

In genoemde paragraaf staat eerst: “Nadat een doelpunt is toegekend, wordt het spel altijd hervat met een uitworp conform § 3.5”. De bovengenoemde zin is dus overbodig en dient bij een volgende wijziging van de spelregels te worden geschrapt. Uitgangspunt is dat na het toekennen van een doelpunt er altijd een uitworp volgt, ongeacht wat er gebeurt. Wel is het natuurlijk mogelijk bij wangedrag een gele of rode kaart te tonen.



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina