kris peeters vlaams minister van openbare werken, energie, leefmilieu en natuur gecoördineerd antwoord



Dovnload 16.77 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte16.77 Kb.
kris peeters

vlaams minister van openbare werken, energie, leefmilieu en natuur





gecoördineerd antwoord

op vraag nr. 562 van 23  

van joke schauvliege




Met de aanpassing van de vroegere omzendbrief inzake windturbines en de nieuwe omzendbrief EME/2006/01 – RO/2006/02 hebben we een aantal knelpunten willen oplossen en dit in eerste instantie om de planning van grootschalige windturbines te vereenvoudigen evenals de vergunningverlening soepeler te laten verlopen. Daarbij hebben we geenszins de hinderaspecten over het hoofd gezien, wel integendeel! Zoals in de eerdere omzendbrief reeds was voorgeschreven, gelden er immers tal van afwegingselementen inzake de locatiekeuze en moet de concrete aanvraag vergezeld worden van een zogenaamde lokalisatienota waarin die aspecten uitvoerig worden beschreven en de keuze wordt gemotiveerd. Hinderaspecten zoals geluid, slagschaduw, lichtreflectie, veiligheid en dergelijke meer, krijgen daarin ruime aandacht. Een aanvraag zal in de regel moeten geweigerd worden als onvoldoende is voldaan aan de uitgangspunten die in de omzendbrief zijn vermeld. Omwonenden hebben aldus de garantie dat met hun bezorgdheid reeds van bij de planningsfase rekening wordt gehouden.
Uw concrete vragen blijken uit te gaan van het specifieke windturbineproject in de Gentse haven. Het gaat hierbij om één van de voorbeeldprojecten waarbij de uiteindelijke locatiekeuze, gesteund op de hierboven vermelde uitgangspunten, intensief en lang is voorbereid en op een heel ruime consensus heeft kunnen rekenen. Meer specifiek is binnen de zogenaamde ROM-stuurgroep op initiatief van het provinciebestuur, een totaalbeeld voor windturbines in het Gentse havengebied tot stand gekomen. Dat gaat uit van een situering van windturbines langs de randen van het havengebied, ter hoogte van het Kluizendok en ten zuiden in het aansluitende industriegebied in Wondelgem. Bij dat totaalbeeld is wel degelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van de dorpen die binnen de havenzone kunnen bestendigd blijven. Aanvragen worden steeds aan dat totaalbeeld getoetst en de in de Gentse haven momenteel gerealiseerde windturbines beantwoorden aan die uitgangspunten.
Het zal u bekend zijn dat het ruimtelijk uitvoeringsplan waarbij de Gentse haven werd afgebakend, een deelplan met betrekking tot het Kluizendok en de aansluitende kanaaldorpen van Rieme en Doornzele bevat. In dat deelplan werden windturbines uitdrukkelijk opgenomen, vanuit de resultaten van de ROM-studie. De windturbines mogen echter niet zomaar lukraak worden ingeplant. Er is geopteerd voor een duidelijk, coherent totaalbeeld en er wordt een ruime afstand gehouden tot de bebouwing binnen de vrij lineair uitgebouwde vernoemde kanaaldorpen. Het RUP voorziet de mogelijkheid tot uitbouw van een rij windturbines ten noorden van het Kluizendok, ten zuiden ervan en op de grens tussen de stad Gent en Evergem. De bewuste rijen dienen zich in principe integraal binnen de vrij smalle zone voor infrastructuurbundel te situeren, behoudens waar dat om uitzonderlijke redenen niet mogelijk zou zijn (bijvoorbeeld om de lijn idealer te maken); dan kunnen ze ook in de aansluitende zone maar dan enkel aan de rand ervan, aansluitend bij de infrastructuurbundel. De ordeningsprincipes zijn uitdrukkelijk opgenomen in het RUP (landschappelijk accentueren van grens tussen zeehavengebied en omliggende koppelingsgebieden, accentueren R4, maximale afstand tot de woonkernen aanhouden, enz.). Die boszones aansluitend aan de zone voor infrastructuur zijn van de eigenlijke woonkernen dan nog eens gescheiden door een zone voor landbouw.
Belangrijker is echter ook te vermelden dat de bewuste windturbines aan noord- en zuidzijde, met andere woorden de turbinerijen parallel met de kanaaldorpen Rieme en Doornzele, inmiddels al zijn gerealiseerd. Het gaat om vrij krachtige windturbines (2 MW), zes ten noorden en vijf ten zuiden van het Kluizendok. De noordelijke rij staat op 400 m tot 600 m ten zuiden van de bebouwing, de zuidelijke op 300 m tot 400 m ten noorden van de bebouwing. Er wordt met andere woorden een ruime afstand ten aanzien van de bebouwing aangehouden. Slagschaduw en lichtreflectie lijken aldus onder meer ook gelet op de beboste of te bebossen tussenzone zeer beperkt.


  1. Eén van de onderdelen van de via omzendbrief voorgeschreven locatienota omvat het aspect geluidsimpact. In de omzendbrief is in tabelvorm omschreven aan welke milieukwaliteitsnormen bepaalde zones moeten voldoen (woongebieden, gebieden in de nabijheid van industriegebieden, landelijk gebieden, enz.). De aanvrager moet aantonen dat de geplande windturbines aan die normen kunnen voldoen. De omzendbrief bepaalt dienaangaande uitdrukkelijk dat indien het specifieke geluid voldoet aan de opgenomen milieukwaliteitsnormen of indien het specifieke geluid in de nabijheid van de dichtstbijzijnde woning die vreemd is aan de aanvrager of het dichtstbijzijnde woongebied 5 dB(A) lager is dan het achtergrondgeluid, dat er dan mag vanuit gegaan worden dat de hinder veroorzaakt door de windturbine/het windturbinepark tot een aanvaardbaar niveau beperkt kan worden. Als met andere woorden uit de resultaten van simulaties blijkt dat dit niet kan gegarandeerd worden, zal de aanvrager in de regel aangeraden worden een andere locatie te zoeken ofwel een ander type van windturbine te voorzien.




  1. De omzendbrief laat de reglementaire vergunningsprocedures met de erin vervatte regels inzake openbaarheid en inspraak onverlet.




  1. In mijn inleiding heb ik de uitgangspunten van het ROM-project en het navolgende RUP met betrekking tot de afbakening van het zeehavengebied geschetst. Daaruit blijkt dat het geenszins de bedoeling is de overgangszone tussen bedrijventerrein en de kanaaldorpen vol te bouwen met windturbines, integendeel de turbines zijn enkel acceptabel in de infrastructurenbundel die de bedrijvenzone begrenst. De kanaaldorpen blijven dus van de industrie gebufferd door een vrij brede zone omvattende bos en landbouwgebied.

De stedenbouwkundige voorschriften van "bosbuffer" en "bosbuffer met Kasteelbe­bouwing" in het RUP Afbakening zeehavengebied (die juridische waarde hebben) geven aan dat de inplanting van windturbines mogelijk moet zijn als deze om ruimtelijke redenen niet in de zone voor infrastructuurbundel kunnen worden ingeplant en op voorwaarde dat de functie van buffer niet gehypothekeerd wordt. Aangezien deze stroken nog van het woongebied gescheiden worden door een gebied voor ecologische infrastructuur en een landbouwgebied wordt bijna overal een ruimte afstand tot woongebied of woningen gerespecteerd, zeker indien de inplanting gebeurt in de nabijheid van de infrastructuurbundel.




  1. In allereerste instantie moet een burger die klachten heeft over hinder van een windturbine terecht kunnen bij de uitbater zelf. In de meeste gevallen zal dat overigens uitdrukkelijk worden opgelegd in de milieuvergunning en worden op of nabij de windturbines contactgegevens vermeld. Als dàt geen bevredigend resultaat oplevert kan de burger beroep doen op het algemene toezicht door de overheid. Het toezicht op de exploitatie van bedoelde ingedeelde inrichtingen is geregeld door de VLAREM-reglementering. Burgers die klachten hebben over hinder na inplanting van de windturbines, kunnen bijgevolg ook terecht bij de Afdeling Milieu-inspectie (eerste klasse-inrichtingen) of de gemeentelijke milieu-inspectie. Verder staan de bestaande VLAREM-procedures open voor gemotiveerde en onderbouwde vragen tot aanpassing van vergunningsvoorwaarden (artikel 45 van titel I van het VLAREM).

Specifiek voor de Gentse Kanaalzone kan men anderzijds met klachten ook terecht bij het milieuklachtenmeldpunt Gentse Kanaalzone op het nummer 0800 92 999. Dit meldpunt is 24 uur op 24 bereikbaar. Na registratie wordt steeds de vermoedelijke veroorzaker op de hoogte gebracht indien mogelijk.


Ter beperking van de hinder door slagschaduw: door een juiste aanplant van bomen kan schaduw voorkomen worden (de bomen worden zo dicht mogelijk bij de gehinderde aangeplant). De VLM zal bij de opmaak van de inrichtingsplannen voor Doornzele-Noord en Rieme-Zuid hiermee rekening houden o.a. door realisatie van perceelrandbegroeiing in de zones voor landbouw of door eventuele beplanting van stroken na onteigening.


  1. Aanhoudende klachten zullen uiteraard ook ten berde komen bij verdere aanvragen, ofwel tijdens het openbaar onderzoek, ofwel naar aanleiding van het aan de betrokken gemeente(s) gevraagde advies. Bij de het beoordelen van de vergunningsaanvraag wordt daar vanzelfsprekend mee rekening gehouden.




  1. Uit wat voorafgaat moge duidelijk zijn dat het totaalbeeld voor de Gentse haven vanuit een weldoordacht idee is tot stand gekomen, terwijl het tegelijk geenszins de bedoeling is massaal veel turbines in het havengebied in te planten en evenmin het huidige aantal nabij de kanaaldorpen substantieel uit te breiden.




  1. Dienaangaande kan ik verwijzen naar wat onder het punt 3 “Beleidsondersteunende initiatieven aangaande de inplanting van windturbines” in de omzendbrief RO/2006/02 is vermeld:

  • In opdracht van de Vlaamse overheid stelde de Organisatie Duurzame Energie, in samenwerking met de VUB, een Windplan Vlaanderen op. Op basis van de gewestplanbestemmingen en de op dat ogenblik geldende afwegingscriteria, werd een inschatting gemaakt van de ruimte die beschikbaar kan zijn voor windenergie in Vlaanderen. Deze studie resulteerde in een gedetailleerde kaart van Vlaanderen, waarop de gebieden zijn aangeduid die op basis van bestemming en afstandsregels in principe niet in aanmerking komen voor de inplanting van windturbines, en de gebieden die in principe bij voorkeur in aanmerking komen na verder gedetailleerd onderzoek van alle afwegingscriteria.”;

  • Het pro-actief aanduiden van zones die prioritair in aanmerking komen voor de inplanting van windturbines is één van de taken van de Interdepartementale Windwerkgroep, naast onder andere het adviseren van aanvragen van derden: De Vlaamse Windwerkgroep heeft als taak om locaties voor grootschalige windturbineparken te selecteren met het oog op de opmaak van gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen. Deze locaties zullen voorgelegd worden aan de minister van ruimtelijke ordening.

  • Het Instituut voor Natuurbehoud stelde een beleidsondersteunende vogelatlas samen, waarin de meest gevoelige gebieden ten aanzien van de inplanting van windturbines zijn geïnventariseerd op basis van speciale beschermingsgebieden, vb. vogelrichtlijngebieden, broed- en pleistergebieden, trekroutes, enz. “;

  • Voor de provincie West-Vlaanderen werd een inpasbaarheidskaart op het vlak van landschap door de provinciale administratie opgemaakt. Daarbij werden op basis van een globale landschapsanalyse een aantal zoekzones afgebakend die volgens de provinciale administratie geschikt zijn voor de inplanting van windturbines.”.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina