Kuieren door de souks van Marokko en kasbah’s in de bergen



Dovnload 62.29 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte62.29 Kb.
Kuieren door de souks van Marokko en kasbah’s in de bergen
Marokko

13 t/m 20 november 2007


Inhoudsopgave ‘MAROKKO’





1. Met Robijntje naar Marokko 1

2. Marrakech 2

2.1 Ons hotel in de nieuwe wijk Gueliz 2

2.2 ‘Djemaa-el-Fna’, het beroemdste plein van Afrika 3

2.3 Ronddwalen in de soeks van de Medina 3

2.4 In een koetsje naar ‘palais de la Bahia’ 5

2.5 Naar Menara park en ‘Jardin Majorelle’ 5

2.6 Mausoleum van de Saädieden 6

2.7 Verder ‘struinen en winkelen’ 7

3. Hoog Atlasgebergte 8

3.1 Het sprookjesachtige Ait Ben Haddou 8

3.2 Bezoek aan de Atlas filmstudio’s bij Ouarzazate 10

3.3 Telouet, herinneringen aan de Pasja van Marrakech 10

4. Terug in Marrakech 10




1. Met Robijntje naar Marokko



Di. 13-11-07
Om 1:10 gaat de wekker. Wat een tijd, zeg! Het valt niet mee om een beetje wakker te worden, misschien hadden we toch maar beter op kunnen blijven. Anwar wil in zijn pyjama naar Schiphol, maar zodra hij in de auto zit heeft hij volop praatjes en valt hij niet meer in slaap. Iets voor 3-en zijn we bij Piet en Ria, met wie we naar Marokko gaan. We rijden met z'n allen naar Schiphol. Marieke brengt ons weg. Het is uiteraard lekker rustig op de weg, zelfs bij Schiphol is er nog weinig leven. De eerste deur van de vertrekhal is zelfs nog gesloten op dit vroege uur en wat is het koud. We checken zelf in bij een incheckpaal en geven onze bagage af bij een drop-off point. De controlepoortjes gaan bijna bij iedereen wel af, laarzen uit en riemen af. Bij een sandwich bar eten we een lekker broodje, want ondanks dat het nog maar half 5 is hebben we toch best wel trek.

Nog een laatste controle bij de gate (D7) en dan zitten we eindelijk. Anwar wil bij het raam, want dan kan Robijntje goed naar buiten kijken. Robijntje is de heer van zijn school, die normaal gesproken weekendjes bij de kleuters mag logeren. Maar nu mag hij een hele week met Anwar mee op vakantie. We vertrekken mooi op tijd. Zodra we opgestegen zijn vallen we weer in slaap. Tot een uur of negen, het is dan al licht buiten. We vliegen boven een mooi wolkendek en zodra het helder wordt zien we land, Marokko!


Bruin, roodachtig landschap met bergketens, die op een maanlandschap kijken. Er lijkt geen boom te kunnen groeien en de huisjes lijken op lucifers die op een willekeurige manier over het land zijn uitgestrooid. Maar dan komt er een rivier in zicht, die als een groene ader door het landschap stroomt. Deze rivier is blijkbaar de overgang naar een meer vruchtbaar deel van het land. Het land is hier opgedeeld in rechte stukken land, de bomen in de boomgaarden zijn in keurige rijtjes aangepland. Nu zijn er compounds te herkennen, waarin meerdere huisjes zijn gebouwd binnen een muur. Eén bergketen is in tegenstelling tot de rest van het land wat grauw, blauwgrijsachtig en heeft puntige toppen die de hemel in rijzen. Het is echt bijzonder om zo vanuit de lucht de eerste contouren van het land al zo goed te kunnen zien. Het is jammer dat de bemanning van Transavia op dat moment bedenkt dat er nog arrival-cards voor de douane in Marrakech moeten worden ingevuld.

Marrakech is een stad in het westen van Marokko en de hoofdstad van de gelijknamige provincie. De stad heeft 823.154 inwoners (maart 2004) en is één van de vier koningssteden van Marokko, samen met Fez, Meknes en Rabat. De stad is gelegen op de vruchtbare Haouzvlakte aan de voet van de Hoge Atlas.


De temperatuur is bijzonder aangenaam. Niet te warm, niet te koud. Heerlijk. Last van een jetlag hebben we niet, want het is in Marokko tijdens de wintertijd slechts 1 uur vroeger dan in Nederland.

Bij de douane maken ze zich niet druk. Het ene na het andere chartervliegtuig arriveert. Marrakech is echt een geliefd stedentrip-uitje. Onze bagage ligt al op de band en geld is zo gewisseld. De munteenheid van Marokko is de Dirham. € 10 is ongeveer 110 Dirham. Mensen van Coridon (blijkbaar werken die samen met Go Mundo waar we dit reisje hebben geboekt) staan ons op te wachten. Ze zijn wat wazig waar we heen moeten, dus wachten we maar even onder het dak van het schitterende luchthavengebouw dat hier gebouwd wordt.

Samen met een aantal andere mensen die ook hun keuze op Moroccan House hebben laten vallen als accommodatie, stappen we in een busje en wachten op wat komen gaat. Een man, die alle talen door elkaar heen spreekt, probeert ons duidelijk te maken dat dit de bus is naar Moroccan House en dat er nog deze ochtend een informatiebijeenkomst is.

De stad was een belangrijke handelsstad voor de karavaanroutes in de Sahara. Na de Franse bezetting in 1913 werd het moderne gedeelte van de stad gebouwd. In deze nieuwe wijk Gueliz staat ons hotel. Het valt ons op dat het verkeer voor zo'n grote stad zo relatief rustig is. Schoon ook. Het is Anwar niet ontgaan dat er ook een Mac Donalds is.



2. Marrakech




2.1 Ons hotel in de nieuwe wijk Gueliz

Het hotel ziet er echt heel gezellig uit. In Marokkaanse stijl, met veel mozaïek, fraai schilderwerk, leuke stoeltjes en tafels zijn bekleed met kleurige stofjes. We hebben, net als Ria en Piet, een kamer op de 5e verdieping. De kamers worden nog even schoongemaakt en ondertussen worden we uitgenodigd om een kopje muntthee te drinken. De daarbij geserveerde koekjes smaken ons prima. We hebben inmiddels zo'n trek, dat het schaaltje zo leeg is. De excursies die ons ondertussen worden aanbevolen laten we voor wat het is, daar verzinnen we zelf wel iets op. Vlakbij ons hotel zijn diverse restaurants waar we eerst een hapje gaan eten. Ze hebben hier heerlijk belegde stokbroodjes en panini's, met frisdrank uiteraard, want alcohol wordt hier bijna niet geschonken. Het wordt snel warmer, Anwar zit al snel in zijn hempje. Sommige Marokkaanse Islamitische vrouwen zijn nog volledig gehuld in een ‘nikaab’, dit is de Arabische benaming van een sluier die het hele lichaam bedekt en alleen de ogen vrijlaat. Andere Marokkaanse vrouwen lopen er zelfs voor Europese maatstaven bijna bloot bij. De eerste schoenenpoetser kondigt zich aan.

Onze kamers zijn net als de entree / het restaurant zeer kleurrijk. Echt Marrokkaanse stijl, compleet met hemelbedden, veel kant en schilderijen. Een typisch Marrokaanse spiegel maakt het met een in dezelfde stijl krukje helemaal af. We zijn zonet ook tot de ontdekking gekomen dat we halfpension hebben, terwijl we zelf er eigenlijk van overtuigd waren dat we alleen logies & ontbijt hadden. Dat is een leuke meevaller.
We halen de rugzakken leeg en maken er voor een week ons huisje van. Anwar zegt keer op keer:

' Wat een mooi huisje, hè? Gaan we hier nu wonen?'

Boven onze verdieping bevindt zich het dakterras. Terwijl Piet en Roland op zoek gaan naar biertjes, settelen Ria, Anwar en ik ons op het dakterras. Even een beetje bijbruinen. Het is er behoorlijk warm, zodat Anwar al snel onder de parasol wil. Z'n nieuwe klei is wat taai, maar toch krijgen we het voor elkaar een taartje te kleien. En een ketting rijgen, ook dat vind 'ie wel wat. Dit cadeautje, gekregen van Ria en Piet valt helemaal in de smaak. Piet en Roland blijven wel erg lang weg, het valt blijkbaar echt niet mee om hier biertjes te kopen. Ook wij krijgen behoorlijke dorst, dus Ria haalt beneden een fles water. Daar zijn we echt aan toe. Het onverwarmde buitenzwembad ligt bijna de gehele dag in de schaduw en het water is dus echt ijskoud. Dat is wel erg jammer, ik had echt gehoopt om als afwisseling met drukke stadsbezoeken hier als ontspanning een paar baantjes te kunnen trekken. Anwar vind het waarschijnlijk nog vervelender.

‘Misschien morgen?’, Anwar zal heel de vakantie blijven hopen.

Roland en Piet arriveren uiteindelijk met een paar flesjes bier. Biertje drinken achter gesloten deuren is geen probleem, maar meenemen over straat … dat gaat niet zomaar. Rond een uur of vier gaan we naar het Djemaa El-Fna plein, wat eigenlijk betekent "de verzamelplaats van de doden". Vroeger toonden de sultans op de plein namelijk de hoofden van veroordeelden. Die macabere herinneringen behoren nu gelukkig tot het verleden. Nu is het het centrale plein van de oude stad en het is erg populair bij toeristen. De oude en nieuwe stad zijn gescheiden door een lange laan (Avenue Mohammed V) die te voet, per taxi of per koetsje kan worden overbrugd. Wij kiezen voor een taxi.

2.2 ‘Djemaa-el-Fna’, het beroemdste plein van Afrika

We passen niet met z'n 5-en in een taxi, dus gaan Ria en ik in een taxi en de mannen in een andere. We laten ons afzetten bij het Djemaa El-Fna plein en hebben hierbij het geluk dat beide taxi's vanaf hetzelfde punt aan komen rijden. Anders hadden we elkaar vast niet snel meer gevonden, want wat is het een drukte op het plein en in de omringende soeks! Direct wordt duidelijk dat dit inderdaad het snel kloppende hart van de stad is. Overal zijn souvenir winkels met kleding, sieraden en ambachtelijke producten. Er is ook van alles te zien, zoals verhalenvertellers, sinaasappelkarren, amulettenverkopers, acrobaten en slangenbezweerders.

Anwar vindt de slangenbezweerders maar niets. Zelfs voor de nepslangen kruipt hij weg. Ze proberen ook cobra’s over je schouder te hangen, maar daar moet ik ook niets van hebben. De meeste toeloop hebben de verhalen vertellers. Om hen heen vormen zich de dichtste kringen van mensen. Hun voordrachten duren lang. Vlak voor de verteller zitten ademloze toehoorders op de grond gefascineerd te luisteren. Gesluierde vrouwen komen als bijen met hennaspuiten op je af, erop hopend dat ze een tattoe bij je mogen zetten. We werpen een blik in een paar winkeltjes aan de rand van het plein, wat is hier gigantisch veel te koop! Hier kunnen we ons hart ophalen ... wat een mooie lampen, theebladen, sieraden, noem maar op.

De dakterrassen van de restaurants, die uitzicht hebben over het plein, lopen langzaam helemaal vol. We wagen een poging bij het mooist gelegen dakterras, maar eenmaal boven aangekomen staat er al een rij om het balkon alleen maar op te mogen. Laat staan dat er plaats is om te zitten en/of een hapje te eten. Dan maar even een ijsje eten. Anwar knapt na dit ijsje helemaal op, want wat is hij moe zeg. En dat is ook niet zo gek, natuurlijk. Hij is vannacht van één tot zes uur toch wakker geweest en dat ga je merken. Wij trouwens zelf ook. Piet heeft nog wel geluk, want het pootje van zijn bril dat bij de gate op schiphol ineens afbrak, kan worden vervangen door een nieuwe. Het is dan wel een andere kleur, maar ach wat maakt dat uit. Ook Piet kan nu weer wat beter zien.

In de namiddag loopt het plein vol met eetstalletjes. Maar zo op de eerste dag durven we het nog niet aan om daar te eten. We kopen appels voor Anwar, want we kunnen pas eten rond half 8 en dat is voor hem op zo’n dag als dit natuurlijk veel te laat.

Via een wirwar van steegjes vinden we een taxi-standplaats. Zodra we er zijn heeft de schemer al plaats gemaakt voor duisternis. In een grote 5-persoonstaxi rijden we terug naar het hotel. Zo tegen de avond kost het wat meer dan overdag en al snel wordt duidelijk waarom; Wat een verkeerschaos … We staan vaker stil dan dat we rijden.

Het 5-gangendiner in het hotel smaakt prima. Salade, soep, couscous, tajin met sardines en zoete koekjes als toetje. De tajine is heel populair in Marokko. Zo heet niet alleen de stenen schotel, maar ook het gerecht zelf dat rechtstreeks uit de oven op tafel wordt gezet. Het is in principe een stoofschotel van bijvoorbeeld kip, schapenvlees of lamsvlees.

Na de salade gaat Roland met Anwar mee naar boven. Anwar is gevloerd, maar ook Roland zien we niet meer terug. Robijntje slaapt de hele nacht in Anwar zijn armen. Zo lief.



2.3 Ronddwalen in de soeks van de Medina


Wo. 14-11-07
Heerlijke bedden, geen lawaaierige omgeving, het is prima slapen in Marroccon House. Pas rond acht uur worden we wakker, echt goed uitgeslapen.

We ontbijten op het dakterras. In een soort van tent staat alles uitgestald. Schalen vol met zoete koekjes, cake, verpakte kaakjes, brood, jam, komkommer, tomaat, muesli, melk. Dus voor ieder wat wils. Tenminste dat zou je denken … maar niet voor Anwar. Hij heeft geen trek, we schillen maar een appeltje. Al met al eet hij zo wel het gezondst van ons allemaal.


Door een taxi laten we ons afzetten bij moskee Ben Youssef. De grote taxi ziet er

goed onderhouden en schoon uit, ook de chauffeur is aardig en komt betrouwbaar over. Dit is aanleiding om aan hem te vragen of hij ook bereid is om ritjes buiten de stad te doen. We willen graag naar Ait Ben Haddou, wat vanaf Marrakech zo'n 3,5 uur rijden is. We komen tot een mooie deal. 2 dagen met z'n 5-en voor 1500 Dirham. Dat is de helft van de prijs, dat gevraagd wordt voor georganiseerde excursies. Maar wat nog veel prettiger is: we zijn zo veel vrijer, we kunnen stoppen waar we willen. Naast Ait Ben Haddou is het de bedoeling dat we ook naar Dadzes, een berberdorpje gaan.

De Ben Youssef moskee ligt verscholen tussen een wirwar van steegjes van de soeks. Hier in het noordelijk gedeelte van de souks zijn de steegjes nog heel smal, je ziet er nauwelijks toeristen. Marokkaanse vrouwen doen inkopen en mannen zijn druk bezig om dingen te maken, zoals koperen badkuipen en gietijzeren lampen. Ook zien we hout, koper- en ijzerwerkplaatsjes. Ezeltjes trekken karren door de smalle straatjes, maar ook brommers sjezen langs ons, dus je moet wel goed aan je kantje blijven als je niet overreden wilt worden. We lopen langs oude huisjes, waar de prachtigste houten deuren toegang verschaffen tot binnenplaatsjes of soms een keukentje of kamertje. We werpen nieuwsgierig een blik naar binnen. Slenteren door de Medina is kuieren door de Middeleeuwen. De geur die er hangt, is bijzonder; munt, wierook, kaneel, parfum, vlees en noten. Alles ruik je door elkaar. Gesluierde vrouwen doen hun inkopen bij handelaren en houden soms hun hand op om te bedelen. Op terrassen luisteren rijen mannen (voor Marokkaanse vrouwen is dit echt verboden terrein) onder het genot van een kopje muntthee naar Arabische muziek.
Ria en ik zien zoveel moois, telkens weer gaan we in onderhandeling. Je weet nooit wat het moet gaan kosten. Er wordt over en weer gemarchandeerd. Voor iedere situatie, voor iedere koper, voor ieder uur van de dag andere prijzen.

Piet en Roland hopen dat we nu toch eens doorlopen, zo komt er toch geen einde aan? Voor 1 D kopen we een lolly voor Anwar, Robijntje past een Fez-hoedje. Verder kopen we een tanjin, een zilveren dienblad, een lamp, een leren riem. En de mannen maar sjouwen. We zijn een paar uur verder en dan nog zijn we niet bij de moskee, waar we voor af waren gezet. De moskee ligt dermate in de soeks verscholen dat we alleen de toren kunnen bewonderen. Bij de ingang van Medersa Ben Youssef kopen we van een oud gesluierd vrouwtje ( alleen haar ogen zijn zichtbaar) een leren kameeltje. Medersa Ben Youssef is een koranschool uit het midden van de 16de eeuw. De wanden van de binnenplaats zijn versierd met houtsnij- en stucwerk en tegeltableaus. Wij komen niet verder dan de entree. Bij ‘Cafe de Musée de Marrakesh’ drinken we een colaatje. Anwar heeft geen zin meer, hij wil naar het huisje. We lopen weg, maar hij blijft star voor zich uit zitten kijken op het terras. Hij zit daar prima en maakt echt geen aanstalten om ons te volgen. Dus draagt Roland hem maar. 17 kg op je nek, eigenlijk valt dat niet mee.


We gaan de soeks weer in richting plein Djemaa el Fna. Het is dan een uur of twee, dus we hopen snel ergens een eettentje te vinden, maar temidden van de souks valt dat niet mee. Voor Anwar kopen we nog wel een nepslang, maar voor de lunch moeten we echt op het plein zijn. Dit leidt er ondermeer toe dat we het laatste stuk soek best snel doen. Het laatste stuk is ook dermate op toeristen gericht dat zelfs Ria en ik er de vaart in zetten. De straten zijn er breder en het geheel oogt eigenlijk te netjes, zeker in vergelijking met het authentieke soukdeel dat we eerder vanmorgen hebben gezien.
Op één van de dakterrassen langs het plein eten we een hapje. We zijn blij om even te zitten. De Marokkaanse salade smaakt voortreffelijk, lekker pittig, waarschijnlijk op smaak gebracht met harissa; een mélange van piment, knoflook, zout, komijn, koriander en olijfolie. Roland zijn sateetjes gaan drie keer terug, maar blijven rauw en koud, alleen wordt de buitenkant telkens wat zwarter. Het uitzicht is leuk, gebeden overstemmen de stadsgeluiden. Het zonnetje hangt laag, maar wat hebben wij het getroffen met het weer; strakblauwe lucht en temperatuur is gewoon heel aangenaam. Prima voor een T-shirtje. Pas nadat we Robijntje zo ver hebben kunnen krijgen dat ‘ie een patatje eet, gaat ook Anwar overstag.

2.4 In een koetsje naar ‘palais de la Bahia’

In een calèche (hoezo toeristisch, maar voor Anwar zo leuk, hè) laten we ons rijden naar het paleis ‘Palais de la Bahia’. Voor het koetsritje moeten we uiteraard ook weer flink afdingen. Van 250 D -> 80 D, 20 D per persoon (€2). Het koetsje met twee paarden past maar net door de smalle straatjes van de soeks. Nu moet iedereen voor ons wijken, even lijkt er zelfs een paard op hol te willen gaan. Ja, eigenlijk is dit best grappig. Was dit alleen leuk voor Anwar, we hebben er alle vijf best lol in. Maar laten we alsjeblieft de zo kunstig gemaakte 'torens' van kruiden niet omver lopen ...

Het paleis is een oase van rust. Hoe kan het, zo midden in de stad. Het is een heel erg uitgestrekt complex van versierde zalen en grote binnenplaatsen. Het werd aan het einde van de 19e eeuw gebouwd door een grootvizier (Ba Ahmed Ben Moussa) voor zijn 4 vrouwen, z'n 24 concubines en de talrijke kinderen. De gebouwen zijn soms her en der aan restauratie toe, maar het geheel is toch wel heel mooi zo. Als fotoliefhebbers zetten we het één na het andere beschilderde plafond en felgekleurde mozaïek vloertegeltjes op de foto. Anwar belandt bijna met z'n billen in een fontein, net als Robijntje trouwens.
In een taxi gaan we rond vijf uur terug naar het hotel. Het spitsuur is da alweer begonnen. We droppen de souvenirs en gaan dan bij een hotel een paar deuren verder een biertje drinken. Anwar drinkt fanta uit een wijnglas en wil zoals de etiquette het beaamt zijn glas aan de voet vasthouden. Hij morst geen druppel. We eten weer in ons hotel: salade, soep, rijst met sateetjes en fruitsalade. Anwar beent een stukje stokbrood uit, zo krijgt hij tenminste toch nog wat binnen. Zodra wij toe zijn aan de rijst, valt Anwar op de bank naast ons in slaap.

Mijn ogen vallen dicht, terwijl ik in bed het reisverhaal typ.



2.5 Naar Menara park en ‘Jardin Majorelle’



Do. 15-11-07
We hebben weer goed geslapen. Het weer lijkt wel wat veranderd, want het is bewolkt. Anwar eet bij Ria zijn toetje op, wat ‘ie gisterenavond had gemist: fruitsalade. Als ontbijt staan weer de nodige schalen met koekjes op ons te wachten. Ook Anwar eet nu lekker mee, hij komt blijkbaar ook een beetje in zijn ritme.
We wachten tevergeefs op een taxi die ons naar het Menara park zou kunnen brengen. We lopen daarom alvast maar richting de brede Mohammed V straat en zien dan een standplaats van de hop on - hop off bus van Marrakech. Voor een vast bedrag kan je de hele dag van deze bus gebruik maken en uit- en weer instappen bij de grootste bezienswaardigheden. Eigenlijk lijkt dat ons wel wat, zo zien we gelijk veel van Marrakech, zeker omdat het een dubbeldekker is en je vanaf het bovendek dus veel kan overzien. Al snel doemt de Koutoubia moskee voor ons op. De naam Koutoubia is afgeleid van het woord kitab (boek) en betekent zo veel als 'moskee van de boekhandelaren'. De moskee kreeg deze naam omdat van oudsher boekhandelaren hun markt in de nabijheid van de moskee hadden. Er zijn twee vaste routes die we met de bus kunnen maken. We doen eerst het rode rondje zonder uit te stappen. Piet en Roland hebben alleen een T-shirt aan, maar dat is voor de open bus toch wel wat fris. We eten een pizzaatje en stappen dan weer in om ons naar Park Menara te laten brengen. Dromedarissen liggen bij de ingang op ons te wachten, maar zodra er eentje een lik in Anwar zijn nek wil geven, heeft Anwar daar geen zin meer in. We lopen naar het vierkante meer, waar een paviljoen aan ligt. Honderden olijfbomen staan hier in keurige rijen gepland en het lijkt erop dat een ieder die daar zin in heeft hier olijven mag plukken. Maar geloof me, olijven die je net hebt geplukt, die smaken echt voor geen meter! Wat zijn die bitter. De plaatselijke bevolking voert chips aan de vissen en Anwar vermaakt zich met het lopen over muurtjes. 'Dit is toch wel een leuke dag', beaamt hij tenslotte.
Het is even rennen voor de bus, die ons weer naar het beginpunt brengt. Daar stappen we over op de blue line, deze route doorkruist de buitenwijken van Marrakech. Bij ‘Jardin Majorelle’stappen we uit. Aan deze prachtige tuin hangt een hele geschiedenis vast. De naam van deze tuin is afkomstig van Jacques Majorelle, een Franse schilder die in 1886 in Nancy geboren werd en zich in 1919 in Marrakech vestigde om de medina van Marrakech, de omliggende bergen, het licht en de kleuren van Marokko op doek vast te leggen. In 1947 heeft hij zijn tuin open gesteld voor het grote publiek en na zijn dood in 1962 kwam de tuin ondermeer in handen van Pierre Bergé en de beroemde ontwerper Yves Saint Laurent. De tuin bestaat uit plantsoorten die afkomstig zijn uit vijf continenten. De nadruk ligt voornamelijk op verschillende cactussen, palmbomen, bamboesoorten en waterplanten. Anwar haalt zijn hand langs een cactus, waarna zijn vinger onder cactushaartjes komt te zitten, hij schreeuwt zo hard dat zelfs de tuinmannen met desinfecterende doekjes aankomen. Ria heeft zowaar een pincet in haar tas, zodat we gelijk het ergste weg kunnen halen.

De tuin is opgefleurd met fonteinen en plantenbakken en kruiken die felgeel, groen of blauw geschilderd zijn. Ook de gebouwen zijn idyllisch blauw geverfd. Te midden van de prachtige groene begroeiing heb je niet het idee dat dit ook Marrakech is, en zeker niet het hartje van. Als ik mijn aquarelspullen had meegenomen, dan had ik me hier vast heel wat uurtjes kunnen vermaken. Anwar heeft Robijntje bij de ingang laten staan en daar schrikken we wel even van. Ziels alleen zit ‘ie op ons te wachten, gelukkig is ’t ie door niemand meegenomen ...


Na een uurtje rondstruinen stappen we weer op de bus en vervolgen we de blauwe route. Overal staan hotels of worden er nieuwe gebouwd, het is werkelijk onvoorstelbaar. Het is wel bijzonder dat echt alle gebouwen rood geverfd zijn, ook voor de nieuwste hotels wordt niet van deze kleur afgeweken. Het is niet voor niets dat ze Marrakech ook wel de “Rode Parel” van Marokko noemen. Buiten het centrum van Marrakech staan nog vele palmbomen, maar dat is niet zo gek als je je bedenkt dat Marrakech feitelijk een oase is. Piet en Roland krijgen het steeds kouder en takken moeten we echt proberen te mijden zo op het bovendek. Maar desondanks krijgen ze onder aanmoediging van Ria toch de slappe lach.

Zodra de schemer invalt is het ook zo echt donker. De sleutel van onze kamer is zoek, dus gaan we nog maar even een biertje drinken. Anwar ziet een Marrokaans gebreid petje te koop liggen. Hij hoeft niet verder te kijken, die wil hij. En grappig dat het staat, echt leuk! We zijn rond 7 uur terug en gaan dan gelijk maar aan tafel. Anwar slaapt al voordat de eerste gang wordt geserveerd, was die even moe! Gelukkig heeft hij bij de tuinen van Majorelle nog vier banaantjes gegeten. Het diner is weer meer dan voldoende; salade, pompoensoep, aardappelen met bloemkool en rundvlees en als toetje sinasappel met kaneel. Een heel gewaagde combi, maar verrassend lekker (tenminste dat vinden Ria en ik, de mannen vinden het maar niets).

2.6 Mausoleum van de Saädieden



Vr. 16-11-07
Om half vijf word Anwar wakker, in bed geplast. Hij slaapt te vast, dan heb je dat. Hij maakt ook zoveel mee. De pampers-nachtbroekjes zijn echt waardeloos. Z'n kroel is gewassen en dus nog nat, met als gevolg dat het een heel lang duurt voordat hij weer in slaap valt. Haar wassen is er vanmorgen niet bij, want ineens is het warme water op.
Het is warm op het balkon tijdens het ontbijt. Net als gisteren eet Anwar weer aardig mee. Ook de melk heeft hij nu ontdekt en drinkt er twee glazen van op. We wisselen nog wat geld en laten ons dan met een taxi afzetten bij de Saädieden-graftomben. Moorden, verraad, vergiftigingen, dit was allemaal heel gewoon in de 16e-eeuwse Saädieden-dynastie. Het mausoleum, verscholen achter hoge muren, ligt er echter toch heel vreedzaam bij. Het is gebouwd door de sultan Ahmed el-Mansoer. Sultan Moulay Ismaïl van de daaropvolgende Alawietische dynastie wilde de herinnering aan zijn voorgangers uitwissen. Verwoesting van de graven ging hem te ver. Daarom liet hij de graven aan het oog onttrekken door het dichtmetselen van alle toegangen. De graven werden pas in 1917 herontdekt. De muren werden afgebroken en het mausoleum werd weer toegankelijk. Prachtig mozaïek en stucwerk.
Watermannen hopen bij de ingang voor een paar Dirham met je op de foto te mogen en voor poppetjes van deze watermannetjes is het behoorlijk afdingen. Om de hoek drinken we op plastic stoeltjes aan plastic tafeltjes sterke muntthee, dat eigenlijk alleen drinkbaar is met een paar flinke scheppen suiker. De zoomlens erop en zo schieten we een paar mooie portretten.

2.7 Verder ‘struinen en winkelen’

We willen lopend naar de oostkant van de stad en lopen zodoende dwars door het hart van authentiek oud Marrakech. Dwars door markten en pleintjes waar kinderen spelen (waar Ria snoepjes voor koopt). Er is een hoop leven.

‘Fermer, fermer’, en toch blijven we stug doorlopen.

We lopen als het ware in het doolhof tegen een blinde muur. Ja, je kunt hier echt verdwalen. We sturen nog even een emailtje naar het thuisfront en na al het rondgedwaal en afding-circus om een lamp te kopen, komen we dan eindelijk uit bij de zuidkant van het koninklijk paleis waar Hassan II, de overleden koning, vaak kwam (Dar el-Makhzen). De huidige koning Mohammed VI heeft een ander paleis laten bouwen. Het wordt flink warm en er moet nodig geplast worden ... dus nemen we maar weer een taxi naar de oudste poort van de kasbah. Er zijn daar veel poortjes, dikke muren en houten deuren. Daarachter bevinden zich de leerlooierijen. Ik loop met een jongen mee om vanaf het dak van een huis een foto te maken, wat een vies werk is dat! De huiden worden bewerkt zoals dat ook eeuwen geleden gebeurde. De leerlooiers balanceren in hoge laarzen op de randen van kuipen met duivenmest, kalk en klei.


Lopend gaan we naar het plein van Ben Youssef, we drinken wat op hetzelfde stekje als eergisteren en dan via de soeks weer terug naar het plein ‘Djemaa el Fna’. Halverwege de soeks eten we een overheerlijk broodje tonijn. Dit adresje moeten we onthouden. Roland en ik kopen lampjes voor in de serre en dan zijn we weer op het plein.

We veroveren een mooi plaatsje op het buitengewoon plezierige dakterras van Café Palais El-Badia. Ria en ik laten daar de mannen achter en zo kunnen wij op ons gemakje op sieraden-tour gaan. We slagen prima en nemen een kijkje in een hammam. Als we maandag nog tijd en zin hebben, dan moeten we daar beslist nog naartoe voor een één of andere massage. Zodra we weer bij de mannen terugkomen is het al donker. De rook van alle eettentjes, zee van licht, te samen met het doordringende snerpende geluid van slangenbezweerders is dit echt het ‘duizend-en-één-nacht’ gevoel. Ik kan me wel voorstellen dat de mannen er genoeg van hebben, want wat we ons niet gerealiseerd hebben: het uitzicht kan dan wel mooi zijn, maar als je te lang het gefluit van de slangenbezweerders aan moet horen dan is dat zeker geen pretje.


Het is erg druk en zie dan maar eens een taxi te vinden. Een stukje lopen dan maar. Uiteindelijk moeten we een veel te groot bedrag betalen voor het stukje plein – hotel; 60D. Daar komt nog bij dat onze chauffeur nogal ongedurig is, hij rijdt zich bijna klem tussen een auto en een bus.

We eten weer in het hotel: salade met tomaat, kaas, paprika, selderij-soep, couscous met kip en groen/oranje te gare groente. Als toetje iets wat op baklava lijkt.

Anwar eet een banaan en appel en valt dan weer naast ons in slaap. Wat is het toch een makkelijk kind. Bij ‘Salon Ria’ wordt bij mij een tattoe gezet van henna met sjablonen die we zelf in de soek hebben gekocht. Piet zet ondertussen een bakje koffie, wat handig om een waterkokertje van thuis mee te nemen.

3. Hoog Atlasgebergte



Za. 17-11-07
Om half zeven word Anwar wakker. En dat is voor mij ook wel een goede tijd om eruit te gaan, want om half negen hebben we afgesproken met Aziz. Vandaag brengt Aziz ons in zijn taxi naar de bergen, dus moeten we even het nodige bij elkaar zoeken, douchen en ontbijten. Het is wel wat fris op het dakterras, maar binnen in de ontbijttent is het zo mogelijk nog frisser. Op het dakterras zitten we tenminste nog in de ochtendzon.
Aziz staat precies op de afgesproken tijd voor het hotel. Marrakech is dermate uitgestrekt dat het even duurt voordat we de stad uitzijn. Buiten de stad is weinig bebouwing, maar het is dan nog wel vlak. Na een minuut of twintig beginnen de bergen. Het is eerst nog groen, daarna dor, kaal en onherbergzaam. Er zijn flinke haarspeldbochten, maar Aziz stuurt behendig zijn taxi over de slingerende wegen tussen de bergruggen door. Af en toe stoppen we bij fraaie vergezichten. Anwar slaapt een poosje. Mooie bergdorpjes lijken tegen de bergen te zijn aangeplakt. Doordat de huisjes dezelfde kleuren hebben als de bergen (ze zijn waarschijnlijk ook van hetzelfde materiaal gemaakt) zie je vanuit de verte nauwelijks dat het om dorpjes gaat.
We stoppen in Taddert (1870 m) voor een kopje thee met cake. Binnen stinkt het zo verschrikkelijk naar zojuist geslachte runderen, dat we onze toevlucht zoeken naar een tarrasje buiten. Via een brug kom je uit op een klein speeltuintje. Al jaren lijkt het niet meer gebruikt, maar Anwar wil alles toch even uitproberen.

3.1 Het sprookjesachtige Ait Ben Haddou

Rond één uur rijden we Ait Ben Haddou binnen. Bij Riad Merzouga zijn leuke kamers, echt in berberstijl. Na een ontvangst-theetje lopen we naar het stadje. Ait Benhaddou is één van de meest exotische en best bewaarde kashba's (lemen fort) van Marokko. En daarom is dit fort door de Unesco benoemd tot werelderfgoed locatie. De vele gekanteelde torens zijn versierd met ruitmotieven. Zij vormden het decor voor talloze films waaronder 'Lawrence of Arabia', 'Jesus of Nazareth', ‘The Gladiator’, The Exorcist, The Troy’en ‘The Mummie’. De muren zijn van leem, stukjes stro steken er her en der nog uit. Er wonen helaas niet veel mensen meer, maar het is toch een heel leuk dorpje. Tijdens een wandeling door de kleine straatjes waan je je echt in een sprookje van duizend en één nacht. We mogen een berberhuisje bezichtigen, maar of dat daar echt iemand woont is nog maar de vraag. In een ander huisje zit een jongen te schilderen met natuurlijke producten zoals thee. Hij verhit het papier met een gasbrander, waarna de harde lijnen prachtig uitkomen. Echt heel kunstig, je moet maar op het idee komen.

Eenmaal boven is het uitzicht over de weidse woestijn schitterend. Nee, magnifiek.
De rivier Asif Mellah die langs het dorpje stroomt staat droog. Beneden drinken we bij een restaurant met panorama-view een colaatje, de kleuren worden zachter, het dorpje steekt steeds mooier tegen de achterliggende bergen af.
In de patio eten we zojuist gekochte chipjes en mini salamiworstjes, die Piet en Ria van thuis hebben meegenomen. Piet doet een poging om bier te bestellen, maar ook hier is dat niet voorhanden. Rond zes uur kunnen we aan tafel voor het diner.

We zijn de enigen. Het soepje smaakt prima en in de tanjine zit een mengsel van kip, aardappelen, groente en sinasappel, die in de tanjine een heel doordringende smaak krijgt. We mixen de rose die Ria van thuis heeft meegebracht met water. Ik vraag naar een muziekje, want het is zo stil. Het duurt een poosje, maar dan horen we Celin Dion, waarschijnlijk uit onze taxi afkomstig.


Ik ben duizelig en ga met Anwar terug naar onze kamer. Piet, Ria en Roland lopen nog een rondje en vinden een hotelletje waar wel bier gedronken kan worden. Er zijn nog veel meer toeristen, het is er gezellig. Uit de douche in ons berberkamertje komt met horten en stoten water. Wel warm water, maar de raarste plofgeluiden producerend. Anwar glijdt uit en ligt languit. Hij kan er wel om lachen.

3.2 Bezoek aan de Atlas filmstudio’s bij Ouarzazate



Zo. 18-11-07
We houden de tijd van onze GSM aan, met als gevolg dat we een uurtje te vroeg wakker worden. Zes uur, het is dan nog donker. En koud, want dat is het hier zeker.
Het ontbijt stelt niet zoveel voor. Het brood en de ‘pannenkoekjes’ zijn hard. De koffie is waarschijnlijk al 3 x doorgelopen. Anwar noemt het thee en zo ziet het er ook uit.

We rijden richting Ouarzazate, ook wel de toegangspoort tot de Sahara genoemd of het "Hollywood van Marokko" genoemd. Een paar kilometer voor Ourzazate bevinden zich namelijk de Atlas cooperation filmstudios. We kunnen daar door de decors lopen van films zoals ‘Cleopatra’, ‘Asterix, Obelix en Cleopatra’, ‘The Gladiator’, ‘Kundun’ en ‘Jewel of the Nile’ met muziek van Billy Ocean zijn opgenomen.

De decors bestaan uit spaanplaat, hout en karton en ondanks dat het nogal vergane glorie is, zou je toch bijna denken dat je dan je dan weer in Mongolië, dan in China of in Rome of Egypte loopt. Het is leuk om te zien hoe kunstig de decors zijn gemaakt.


3.3 Telouet, herinneringen aan de Pasja van Marrakech

Over de adembenemende Tizi-n-Tichka pas (hoogste punt 2260 meter) rijden we naar Telouet. In de verte zien we besneeuwde bergtoppen. Eeuwenlang, tot de aanleg van de Tizi-n-Tichka-route in de jaren ’20 door het vreemdelingenlegioen, was Telouet de doorgaande route voor karavaantochten die tol moesten betalen aan de Glawa-stam. In de rijke kasba boven de wadi Imaren en de omliggende gehuchten, werd El-Hadj Thami geboren, de pasja van Marrakech. Hij was een feodaal leenheer. De pasja stierf ook in Telouet. De oude, lemen kasba uit de 18e eeuw werd steeds meer uitgebouwd, om tenslotte in een stenen fort te veranderen. In de 20e eeuw naam de pasja er een luxe paleis bij. De ‘gids’ die aan het begin van het dorp achterop is gesprongen, haalt de sleutel bij een bewaker op, zodat we dit paleis deels kunnen bezichtigen. Alleen de feestzalen zijn nog intact gebleven. Kostbare marmeren vloeren, mozaïeken en stucwerk, cederhouten, beschilderde plafonds; je kan goed zien hoe glorieus de kasba heeft geleefd. Vanuit het grote raam in de feestzaal hebben we een mooi uitzicht over de vallei.


Daarna moeten we een groot deel van de Hoge Atlas nog over, het wordt dan snel warmer in de taxi. Onderweg eten we een omelet, patatjes met salade. Marrokkaanse muziek snerpt twee uur lang in onze oren, dan zijn we thuis.

4. Terug in Marrakech

Wat is een douche na zo'n stoffig uitstapje heerlijk zeg. We zijn zo vies dat het water dat van ons afloopt bruin is. Anwar krijgt van Ria een hondje van smurfensnot die vanzelf naar beneden lopen als je hem tegen een glazen wand of zo aangooit. Hij beleeft er heel wat plezier aan terwijl we drie deuren verder een biertje drinken voordat we in ons eigen hotel aan tafel kunnen. Anwar eet zowaar eens iets mee, spaghetti ... het is voor het eerst deze vakantie dat er eindelijk een paar happen warm eten in gaan. Het andere hoofdgerecht is kefta, wat ik thuis ook al meerdere keren in m'n tanjin heb gemaakt. 't Smaakt allemaal weer prima, maar nu is het echt teveel, vijf gangen, dat is nogal niet wat!

Wanneer als laatste gang een puddinkje, zo rond de klok van negen, wordt geserveerd, zitten we allemaal zowat te slapen. Vroeg naar bed dan maar ...
Ma. 19-11-07
Voordat Roland wakker is, zet ik bij Anwar en mezelf weer een henna-tattoe, de vorige is zowat al helemaal vervaagd. We moeten nog leren hoe dat precies werkt. Roland is aan de diaree.
We hebben nog een hele volle dag om Marrakech op ons in te laten werken. We gaan voor de afwisseling eens lopend naar de Medina. Onderweg genieten we bij Mac Donalds in de zon van een milkshake. We wandelen door de Medina en de souks en kopen de laatste sieraden. Robijntje zetten we nog even op een ezel. Het spektakel op het Djemaa El Fna plein bewonderen we weer vanaf een dakterras en op het plein laat ik toch nog maar even door een jongen een heel beschaafde tattoe op mij hand zetten. Misschien blijft die langer zitten.
Voor de laatste keer drinken we een biertje in Marokko en eten we in ons hotel. Ik heb teveel nootjes en olijven gegeten en heb dus nauwelijks trek meer.
Di. 20-11-07
We staan vroeg op, want om 7 uur worden we opgehaald om naar de luchthaven te gaan. We hebben nog een half uurtje de tijd om te ontbijten, maar veel staat er nog niet zo vroeg. Eenmaal op de luchthaven hebben we onze tijd hard nodig. Overal staan rijen en Ria wil nog even de laatste Dirham’s opmaken. Het vliegtuig komt wat later aanvliegen en dus hebben we een poosje vertraging. In het vliegtuig ontdekt Anwar ineens dat hij zijn kroel mist … het zal toch niet waar zijn?

‘We vragen wel of Sinterklaas hem wil halen’.

Ach ja, je moet toch iets verzinnen.

Jeroen staat ons al op te wachten, in de beginnende avondspits rijden we naar Delft. We eten een pizzaatje mee en Anwar kijkt zijn ogen uit naar een Sinterklaas-film. Het zit er weer op. We hebben geen van allen het idee dat we maar een week zijn weg geweest. We hebben weer zo veel gezien en gedaan … Waar zal de volgende reis naar toe gaan?


Eenmaal thuis hebben we de avonturen van Robijntje in zijn logboek geschreven:
Hallo allemaal,

Ik ben een weekje met Anwar mee geweest naar Marokko. Dat is een land waar we in het vliegtuig naar toe moesten. Ik vloog voor het eerst en ik mocht van Anwar voor het raampje zitten, leuk he?

Het was erg leuk in Marokko. We zijn in een koetsje met twee paardjes ervoor door de soeks van Marrakech gelopen. Soeks zijn hele smalle straatjes, waar van alles wordt verkocht; vlees, groente, kleertjes, kruiden, brood, leren tassen, lampen, tapijt en zelfs lolly’s. Bij mij zetten ze ineens een Fez-hoedje op, deze hoedjes worden hier door mannen veel gedragen. En weetje, er waren ook slangenbezweerders, dat zijn mannen die heel hard fluiten, waarna de slangen gaan dansen.

Ik heb ook wel lekker gegeten, hoor. Ze hadden daar zelfs patatjes. Anwar heeft daarom mijn tandjes goed gepoetst. Ook ben ik een keer uit het rugzakje gevallen, zo in het rode zand. Maar gelukkig had Anwar een zeepje bij zich, zodat hij er weer voor kon zorgen dat ik weer lekker ging ruiken. Zeker in de bergen werd ik snel vies, want alles is stoffig daar. De huizen in de bergen zijn van klei en stro gemaakt, wij hebben daar ook een nachtje in geslapen. Maar daar was het wel erg koud, hoor! Gelukkig hield Anwar mij iedere nacht dicht tegen zich aan, zodat ik weer snel warm werd en geen heimwee kreeg.

In de bergen was ook een filmstudio, waar veel films opgenomen zijn. De decors zijn gemaakt van karton, gips of papier mache. De paleizen, pilaren, beelden en zelfs een vliegtuig waren zo goed nagemaakt dat ze net echt leken, maar dat was dus niet zo. We zijn nog wel in een echt paleis geweest, met heel veel mozaïek, mooi beschilderde plafonds en fonteinen. Ik mocht op het randje zitten, maar had ineens natte billen! Nu ben ik wel een beetje moe en ik ben erg blij om jullie allemaal weer te zien!
Oh, enneh … Anwar zijn papa heeft een website gemaakt van ‘Robijntje in Marokko’, die kunnen jullie vinden op: http://www.flakkee.net/~woutersen/anwar/robijntje/
Liefs, Robijntje






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina