Kwaliteitskader Voorbereiding en screening aspirant pleegouders versie 0 oktober 2013 Wettelijke criteria screening 4



Dovnload 240.61 Kb.
Pagina1/8
Datum21.08.2016
Grootte240.61 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8







Kwaliteitskader

Voorbereiding en screening aspirant pleegouders




versie 2.0 oktober 2013



1. Wettelijke criteria screening 4

2. Landelijke criteria 5

3. Algemene Voorwaarden 6

4. Voorbereidings- en screeningstraject 7

5. Voorbereiding 7

6. Screening 8

7. Transparantie over screeningscriteria 8

8. Selectiebesluit 10

9. Jaarlijkse evaluatie en herhaling Raadsonderzoek 10

10. Herscreening bij wijzigingen met betrekking tot het pleeggezin 11

11. Vervolg na acceptatie: matching, plaatsing en begeleiding 12

12. Het voorbereidings- en screeningstraject en de diversiteit in pleegzorg 13

13. Netwerkpleegzorg 13


Bijlagen 18

Algemeen

De kracht van pleegzorg is het zo gewoon mogelijk opvoeden van kinderen in een particuliere gezinssituatie. Pleegouders zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse zorg en opvoeding, waarbij de organisatie voor Jeugd en Opvoedhulp met pleegzorg de eindverantwoordelijkheid draagt. Dat vraagt onder andere een open en eerlijke samenwerkingsrelatie tussen pleegouders en de organisatie voor Jeugd & Opvoedhulp met pleegzorg. Maar het vraagt ook een zorgvuldig proces van voorbereiding, screening en begeleiding van aspirant pleegouders. De organisaties voor Jeugd & Opvoedhulp met pleegzorg hebben er voor gekozen om gezamenlijk een kwaliteitskader te ontwikkelen dat dit proces beschrijft met als doel om duidelijkheid, eenduidigheid en transparantie te brengen in het proces van voorbereiding en screening van aspirant pleegouders. Duidelijkheid, eenduidigheid en transparantie voor de organisaties zelf, haar medewerkers maar vooral voor de aspirant pleegouders. Daarbij hoort ook een tijdige en goede communicatie met aspirant pleegouders over én gedurende het proces van voorbereiding en screening.


De eerste versie van het Kwaliteitskader Voorbereiding en screening aspirant pleegouders is in april 2011 vastgesteld door de algemene vergadering Jeugd & Opvoedhulp met pleegzorg, als leidraad voor de organisaties voor een nadere concretisering van het instellingsbeleid. Binnen dit abstracte kwaliteitskader is ruimte voor maatwerk voor de individuele organisatie voor Jeugd & Opvoedhulp met pleegzorg, zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de transparantie voor aspirant pleegouders. De kwaliteit van de toepassing van het kwaliteitskader is geborgd via de eisen van de HKZ-certificering.
De voorbereiding en screening van aspirant pleegouders is een specialisme binnen de organisatie en maakt onlosmakelijk deel uit van het proces van de organisatie. Om deze reden wordt, naast de uitgebreide beschrijving van het voorbereidings- en screeningstraject, ook kort aandacht besteed aan het vervolgtraject na de acceptatie. De voorbereiding en screening is een complex proces dat continu in ontwikkeling is door bijvoorbeeld ontwikkelingen in de jeugdzorg en maatschappelijke veranderingen zoals de visie op de positie van biologische ouders en de visie op veiligheid van pleegkinderen. Het kader beperkt zich tot de doelgroep aspirant pleegouders, waardoor gastouders en gezinshuisouders buiten dit kader vallen.
Het kwaliteitskader is van toepassing op zowel bestandspleegzorg als netwerkpleegzorg. Echter bij netwerkpleegzorg is het veelal niet realistisch en niet haalbaar om hetzelfde traject in zijn geheel, in hetzelfde tempo of in dezelfde volgorde te doorlopen. In de meeste gevallen woont het pleegkind immers al bij de netwerkpleegouder(s) en moet er een aangepast traject worden gevolgd. De criteria uit het kader die worden gehanteerd zijn gelijk, maar bij netwerkpleegzorg is er meer aandacht voor de concrete situatie, namelijk: de opvoedingsmogelijkheden van deze netwerkpleegouders ten behoeve van dit specifieke pleegkind. In het kwaliteitskader is daarom een aantal aparte bepalingen opgenomen over netwerkpleegzorg.
De eerste versie van het kwaliteitskader is inmiddels geëvalueerd en aangepast. Daarbij zijn de in de praktijk opgedane ervaringen meegenomen, maar is ook een aantal andere ontwikkelingen meegenomen. De Wet verbetering positie pleegouders en de gewijzigde Regelingen pleegzorg en pleegvergoeding die per 1 juli 2013 in werking zijn getreden, brengen ten eerste een aantal wijzigingen voor het kwaliteitskader met zich mee die in deze versie zijn opgenomen.
Ten tweede verdient het onderwerp voorkomen seksueel misbruik aandacht in dit kwaliteitskader. Deze aandacht is ingegeven door het rapport van de commissie Samson1 en de daarop gevolgde acties vanuit Jeugdzorg Nederland om de aanbevelingen van de commissie Samson op te volgen en te komen tot het Kwaliteitskader voorkomen seksueel misbruik in de jeugdzorg. Jeugdzorg Nederland heeft er in overleg met de Commissie Rouvoet voor gekozen om de aanbevelingen van de commissie Samson, voor zover betrekking hebbend op de voorbereiding en screening van aspirant pleegouders uit te werken in het Kwaliteitskader Voorbereiding en screening aspirant pleegouders. Dit om te voorkomen dat de aanbevelingen versnipperd in beide kwaliteitskaders zouden worden opgenomen en uitgewerkt.

1.Wettelijke criteria screening


  1. De pleegouder heeft tenminste de leeftijd van eenentwintig jaren bereikt.

  2. Een pleegouder is niet tevens degene, die door de desbetreffende zorgaanbieder van pleegzorg is belast met de begeleiding van pleegouder(s).

  3. de pleegouder beschikt over een verklaring van geen bezwaar die voor de aanvang van de opvoeding en verzorging van een jeugdige is afgegeven door de Raad voor de Kinderbescherming, waaruit blijkt dat er geen sprake is van bezwarende feiten en omstandigheden voor het verzorgen en opvoeden van een pleegkind. De verklaring is vereist voorafgaand aan de plaatsing van een eerste jeugdige, bij de komst van nieuwe inwonenden en indien de pleegouder gedurende twee jaren geen pleegouder is geweest. Deze voorwaarde geldt tevens voor alle personen van 12 jaar en ouder die als inwonenden op het adres van de pleegouder staan ingeschreven.

  4. de pleegouder heeft met goed gevolg een door de zorgaanbieder die pleegzorg biedt aangeboden voorbereidings- en selectietraject afgerond.

  5. Voorafgaand aan de plaatsing van een jeugdige in het gezin van de pleegouder beoordeelt de zorgaanbieder die pleegzorg biedt of de jeugdige in het gezin van de pleegouder kan worden geplaatst, gelet op de leeftijd en de problemen van de jeugdige, de samenstelling van het gezin van de pleegouder en de verwachte duur van de plaatsing van de jeugdige in het gezin van de pleegouder.


Toelichting
De screening van aspirant pleegouders valt onder het wettelijk kader van de Wet op de jeugdzorg. Deze wettelijke criteria vormen een belangrijk deel van de basis van het Kwaliteitskader Voorbereiding en screening aspirant pleegouders (zie artikel 28a Wet op de jeugdzorg). Op 1 juli 2013 is de Wet verbetering positie pleegouders in werking getreden. Met deze wetswijziging is een aantal criteria in het kader van de screening van aspirant pleegouders verplaatst van de Regeling pleegzorg naar de Wet op de jeugdzorg en anders verwoord. Artikel 1 is hierop aangepast.
Verklaring van geen bezwaar Raad voor de Kinderbescherming
Een verklaring van geen bezwaar (VGB) van de Raad voor de Kinderbescherming is een onlosmakelijk onderdeel en voorwaarde in de procedure van screening van aspirant pleegouders. Aan dit kwaliteitskader is een ‘model machtiging tot inwinnen van informatie door de Raad voor de Kinderbescherming’ toegevoegd, zoals geldt vanaf 1 januari 2013 (bijlage 1). Deze machtiging wordt door aspirant pleegouders ingevuld en ondertekend. Het model voor het verkrijgen van een VGB bevat alle onderwerpen waarover de Raad gegevens nodig heeft om onderzoek te kunnen doen.
Bij het onderzoek in verband met de verklaring raadpleegt de Raad de volgende gegevensbestan­den voor alle bewoners van 12 jaar en ouder op het pleegadres: het Bevolkingsregister, het archief van de Raad voor de Kinderbescherming en het Justitieel Documentatie Register (JDR). Overigens worden ook de zogenaamde lat-relaties betrokken in het onderzoek2. De Raad voor de Kinderbescherming zal geen VGB afgeven als feiten bekend worden die duiden op een zodanig gedrag, zodanige mentaliteit of zodanige omstandigheden van (één van) de aspirant pleegou­ders of leden van het aspirant pleeggezin, dat het aan hen geven van verantwoor­de­lijkheid voor de opvoeding of de (tijde­lijke) zorg voor kinderen, een gevaar voor het wel­zijn van deze kinderen zou opleveren.
De Raad oordeelt dat een gevaar voor het welzijn van eventueel te plaatsen pleegkinderen in beginsel aanwezig is indien er sprake is geweest van (een) veroordeling(en) wegens misdrijven zoals ernstige vermo­gensdelicten, geweldsdelicten, oplichtingmisdrijven en zedenmis­drijven, veroordelingen wegens overtredingen van zodanige aard en/of frequen­tie, dat blijk wordt gegeven van een gering verant­woordelijkheidsbesef bij betrokkene(n) en geseponeerde zaken die een zodanige aard hebben dat kan worden aange­no­men dat er een bijzonder risico aanwezig is in een pleegsituatie, zoals verden­king van zedenmisdrijven of kindermishandeling.
Indien er sprake is geweest van een veroordeling wegens een zedendelict of kindermishandeling wordt zonder meer afgifte van een VBG geweigerd. In geval de Raad het voornemen heeft geen VGB af te geven of indien er twij­fel bestaat over het al dan niet afgeven van een VGB, nodigt de Raad de aspirant pleegouders uit voor een gesprek om toelichting te geven en/of aanvul­lende informa­tie te vragen. De eventueel door de aspirant pleeg­ouders in het gesprek verstrekte informatie wordt meegewogen bij de be­slissing over het al dan niet afgeven van een verkla­ring van geen bezwaar.
Om te voorkomen dat personen die in het verleden door een organisatie voor Jeugd & Opvoedhulp met pleegzorg als ongeschikt zijn beoordeeld, bij een andere organisatie voor Jeugd & Opvoedhulp met pleegzorg worden ingezet, is per 1 januari 2013 een element aan de procedure rond de VGB toegevoegd. De wijziging in de procedure houdt in dat de Raad voor de Kinderbescherming aan de organisatie voor Jeugd & Opvoedhulp met pleegzorg meedeelt of er al dan niet eerder voor betreffende aspirant pleegouder(s) een VGB is aangevraagd. Indien een aspirant pleegouder eerder bij een andere organisatie voor Jeugd & Opvoedhulp met pleegzorg actief is geweest als pleegouder of de selectieprocedure bij een andere organisatie heeft doorlopen zonder positief resultaat, wordt dit bij de nieuwe organisatie bekend vanwege de kennis over een eerdere VGB-aanvraag. Deze organisatie vraagt vervolgens toestemming aan de aspirant pleegouder om informatie op te vragen bij de collega-organisatie. Indien een aspirant pleegouder hier niet mee akkoord gaat, kan dit voor de organisatie voor Jeugd & Opvoedhulp met pleegzorg reden zijn om niet verder in zee te gaan met deze persoon waardoor deze niet (opnieuw) als pleegouder kan fungeren.




  1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina