Kwelgevoelige vegetatie



Dovnload 9.4 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte9.4 Kb.
Kwelgevoelige vegetatie

Ben Westerink, biochemicus RUG, hoofd onderzoek Farmaceutische faculteit, maar vooral ook amateurbotanicus (naast amateurhistoricus, en amateurgeograaf).

Ben Westerink deed in 1980 en 1990 onderzoek in het Westerkwartier en ontdekte toen een grote biodiversiteit van planten in dit gebied.

Het door hem onderzochte deel gebied overlapt het in het symposium besproken landschap ten dele.

De Mensumaweg is globaal de scheiding, alles ten oosten daarvan is door hem onderzocht.


Westerink bespreekt vooral de kwelgevoelige planten en hun achteruitgang in de laatste tien jaar.

De dotterbloem, de wateraardbei, de grote boterbloem, krabbescheer, watergentiaan en waterdrieblad zijn alen zeer achteruit gegaan. Dotterbloem, watergentiaan en grote boterbloem komen hier en daar nog wel voor waar een veenondergrond aanwezig is, maar het wordt snel minder. Krabbescheer en Watergentiaan vertonen een zeer sterke afname. Krabbescheer komt alleen nog voor nabij Enumatil en in ’t Kret, watergentiaan is alleen nog bij ’t Kret te vinden.

Het waterdrieblad lijkt geheel uit het gebied verdwenen te zijn.

De aanwezigheid van kwel is zeer sterk bepalend voor de botanische natuurwaarden in dit gebied.

Pastinaak komt nog wel steeds voor op de kleiruggen in het Westerkwartier, net als de slipbladige ooievaarsbek. Pastinaak is zelfs zo kleispecifiek dat je het gebied doorkruisende letterlijk binnen 10 meter van geen Pastinaak in een strook vol met Pastinaak terecht kunt komen. Indien dit laatste het geval is dan weet je; hier zit klei!.
Ondanks de achteruitgang van vele kwelgevoelige soorten signaleert Westerink ook nieuwe kansen in het gebied.

Westerink vertelde dat hij recent is gaan kijken wat er groeit in de nieuw gereconstrueerde petgaten nabij Pasop. Nu is het vooral nog veel riet, lisdodde en biezen, maar de eerste tekenen van verlanding beginnen zichtbaar te worden.

De natuurontwikkeling aan De Dijken biedt nieuwe kansen voor botanische variëteit.

En hetzelfde geldt voor het nieuwe waterbergingsgebied, de bergboezem tussen Enumatil en de A7.


Hij besloot zijn inleiding met de opmerking dat het gebied nog steeds een prachtig landschap biedt en hier en daar nog vrijwel ongeschonden is.
Als waarschuwing gaf hij het publiek de volgende stelling mee: Met de natuur als baken dreigt het cultuurlandschap vergeten te raken. Als je te veel ‘aan natuur doet’, dreigt het cultuurlandschap te verdwijnen!

Een tweede door hem ingebrachte stelling; met alle nieuwe functies die het gebied krijgt dreigt dit gebied te verrommelen.

Desgevraagd legt Westerink uit wat hij met verrommeling bedoeld. Westerink (die een grote rol speelde in het plaatsen van Middag-Humsterland op de Unesco-lijst) legt uit dat het gaat om verstoring van de samenhang in een gebied als gevolg van een combinatie van verschillende ingrepen: huizenbouw, industrie (-terreinen), egalisering van bestaande hoogtes in het landschap, sloten die verdwijnen, etc. Het landschap wordt hierdoor moeilijker ‘leesbaar’, de cultuurhistorie van het landschap verdwijnt zo onherroepelijk en onomkeerbaar.

Alle genoemde ingrepen horen in de ’bestemmingsplannen buitengebied’ van de gemeentes opgenomen te worden. Bescherming van reliëf is bijvoorbeeld nog geen onderdeel van de bestaande bestemmingsplannen. In de Dijkstreek (bij Enumatil) zou bijvoorbeeld weer aandacht voor het oude reliëf moeten komen. Er zou dan wel een vergoeding aan de boeren tegenover moeten staan om dit reliëf in stand te houden.

Via onderstaande links ziet u enkele afbeeldingen uit Ben Westerinks' presentatie.

Onderzoeksgebied.doc (1058 Kb)

Watergentiaan.doc (1934 Kb)

Krabbescheer.doc (2686 Kb)

Wateraardbei.doc (1961 Kb)

Pastinaak.doc (1039 Kb)



Gaaf Landschap.doc (1184 Kb)




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina