La Grande Guerra Trieste nu en toen



Dovnload 17.88 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte17.88 Kb.
La Grande Guerra

Trieste - nu en toen

Sinds 1983 ben ik tientallen keren in Trieste geweest - de meest oostelijke stad van Italië, ingeklemd door Slovenië en door een smalle strook verbonden met de Venetiaanse vlakte. Voor een bezoek aan het concernhoofdkantoor van de Generali-group. Vele malen heb ik gelopen langs de Riva - de zeekant van de stad -vanaf het huidige kantoor (in gebruik sinds 1886), langs het Palazzo Carciotti (het eerste kantoor vanaf de oprichting in 1831) naar de Piazza Unita d’Italia met het Caffè degli Specchi en het hotel Duchi d’Aosta of iets verder op de Riva het hotel Savoia.

De huidige havenactiviteit speelt zich hoofdzakelijk af aan de achterzijde van de stad. 100 jaar geleden was de haven nog aan de Riva. Trieste was toen een stad in het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk, sinds 1382. Maar met een overwegend Italiaans prekende bevolking.

Als je per vliegtuig naar Trieste gaat, kom je over de monding van de Isonzo om te landen op vliegveld Ronchi; dan nog 35 km per auto door het uiteinde van het Carso-plateau. Niets herinnert vandaag aan het bloedige front van de Eerste Wereldoorlog waarin Italië Trieste wilde veroveren. Behalve dan het oorlogskerkhof in Redipuglia - nabij Ronchi - met in totaal 114.000 Italiaanse en Oostenrijkse graven. Ik heb het nooit bezicht.



Hoe raakte Italië betrokken bij WO1 - La Grande Guerra ?

Daarvoor ga ik terug naar 1848, het jaar van de talloze revoluties in Europa. In Italië - sinds eeuwen een lappendeken van soms kleine staatjes - is er na de Napoleontische tijd een beweging op gang gekomen om een eenheidsstaat te vormen. Daarvoor moesten in de jaren 1848-1866 door het Koninkrijk Sardinië (= Piemonte) drie oorlogen worden gevoerd om Oostenrijk te verdrijven uit Lombardije en de Veneto , twee keer met hulp van Frankrijk. En voorts werd het Koninkrijk van de twee Siciliën (=Zuid-Italie en Sicilië) met enige miltaire druk door Garibaldi ontmanteld. Andere kleinere landsdelen en delen van de pauselijke staat sloten zich aan - meestal na een soort referendum. In 1870, nadat de Paus was teruggedreven in het Vaticaan was de staat Italië gerealiseerd. Cavour was de grote man van dit ‘risorgimento’.

Toch ontbraken volgens de ’irredentisten’ nog Zuid-Tirol, Trieste, Istrië en zelfs nog een stukje van de Dalmatische kust en deze activisten gingen door met hun (vooral) politieke strijd. Maar de Italiaanse staat streefde allereerst naar veilige grenzen; de Triple Alliantie - gesloten in 1882 met Duitsland/Oostenrijk -was in feite een niet-aanvalsverdrag met Oostenrijk en een steun-verdrag indien Frankrijk zou aanvallen.

Ook wilde Italië bij de grote Europese mogendheden horen. In een conferentie in Berlijn (1886) waar Afrika werd ‘verdeeld’ werden de koloniën Eritrea en Somalië verworven. En 1912 viel Italië het Ottomaanse Libië en de Dodekanesos eilanden binnen. Dat was de opmaat naar actie tegen het Ottomaanse rijk in de Balkan door Servië dat vervolgens ook Oostenrijk tartte met de Eerste Wereldoorlog als vervolg.

De Triple Alliantie was een defensief pact en Duitsland/Oostenrijk waren aanvallende partij, dus Italië wilde in 1914 niet aan de oorlog deelnemen. Maar er waren politieke groeperingen, kranten en industriëlen die Oostenrijk wilden aanvallen om de oude territoriale ambities te realiseren. Italië werd door de premier en de minister van Buitenlandse Zaken, tesamen met koning Vittorio Emanuele III de oorlog ‘ingerommeld’. In April 1915 werd met Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland het Pact van Londen gesloten - met de belofte van gebiedsuitbreiding na de oorlog - en verklaarde Italië in Mei de oorlog aan Oostenrijk. Aan Duitsland in Augustus 1916.

De eerste maanden in 1915

Italië had een overmacht aan manschappen tegenover Oostenrijk - dat ook moest strijden in Rusland en Servië - en dacht snel te kunnen optrekken naar Trieste, en vervolgens verder in Oostenrijks (Sloveens) gebied. De opmars liep echter vast doordat de Oostenrijkers zich terugtrokken - ook uit langs de grens in de bergen gebouwde forten - op hoger gelegen en goed te verdedigen posities langs het hele front dat liep vanaf de Stelvio pas op de Zwitserse grens in het noord-westen tot de Isonzo rivier op de grens met het huidige Slovenië in het oosten. Er ontstond - zoals in Frankrijk - een loopgravenoorlog, met in de hoge bergen zeer barre omstandigheden. De verliezen ten opzichte van de marginale terreinwinst zouden veel hoger zijn dan elders. In totaal zijn er 651.000 Italiaanse en 404.000 Oostenrijkse (waaronder ook Hongaren, Tsjechen, Bosniërs) militairen omgekomen door gevechten, ziektes en allerlei ontberingen als koude en honger (al dan niet in krijgsgevangenschap).




Het Isonzo-front

Dit was ca 100km lang vanaf de Adriatische zee tot in de Sloveense alpen. In de periode September 1915 tot September 1917 zijn hier door de Italianen 11 zeer bloedige, nagenoeg vruchteloze offensieven gelanceerd; alleen Gorizia werd veroverd, maar het front kwam nooit verder dan ca 20 km. van Trieste. Ongeveer de helft van de Italiaanse verliezen zijn verbonden met het Isonzo-front.



La guerra bianca’

Dit was de strijd in de (zeer) hoge Alpen en Dolomieten, met name het grensgebied met Zuid-Tirol (Trentino). Een ‘unieke’ oorlog.

De beide partijen voerden vooral een defensieve (loopgraven)strijd om het behoud van hun posities, die dan ook nauwelijks veranderden. Gedurende de wintermaanden was het onmogelijk om iets te ondernemen. Het was een soort guerilla door patrouilles en met kleinschalige operaties. Beschietingen met lichte artillerie. Inslagen veroorzaakten steenscherven en steenlawines. Als de wapens door de koude niet meer werkten, werden stenen en rotsblokken gebruikt. Logistiek was het zeer moeilijk. Er werden paden en tunnels gehakt in de rotsen en door gletsjers, kabelbanen aangelegd. Munitie, wapens, voedsel en andere goederen werden door soldaten naar boven gedragen rven en steenlawines. Als de wapens door de koude niet meer werkte

Koude, sneeuw en lawines maakten meer slachtoffers dan gevechtshandelingen. Vooral in zeer strenge winter 1916-1917. In totaal zijn hierdoor naar schatting 60.000 soldaten van beide partijen omgekomen.



La battaglia degli altipiani’

De ‘altipiano dei sette communi ’is de hoogvlakte (ca 1000 m) ten noorden van Vicenza, de overgang en doorgang van de Dolomieten naar de Venetiaanse laagvlakte.

15 Mei-27 Juni 1916. Tot mei 1916 voerden de Oostenrijkers een defensieve oorlog.

Oostenrijkers wilden Italië straffen voor het verraad aan de Triple Alliantie (Dreibund) en de aanval in 1915. Ook wilden ze een doorbraak forceren naar de laagvlakte. Dat zou de druk van de Italiaanse troepen op het Isonzo-front moeten verminderen. Ze noemden het de ‘Strafexpedition’.

De slag vond plaats op de hoogvlakte van Asiago (ca 1000 m), een uitvalpositie naar de laagvlakte. Oostenrijk drong voor het eerst Italiaans grondgebied binnen. Door een aanval van Rusland in Gallicië werd Oostenrijk gedwongen troepen weg te halen. De Italianen drongen de Oostenrijkers daarna gedeeltelijk terug.

De Italianen beschouwen deze slag als hun eerste overwinning in WOI.


10-25 Juni 1917: Offensief om het bezit van de Monte Ortigara (2113 m) - aan de oostzijde van de Asiago hoogvlakte - door Italianen tegen de sterke en hogergelegen posities van de Oostenrijkers. De top werd op 19 Juni veroverd, maar op 25 Juni weer heroverd door de Oostenrijkers De slag werd zonder succes gestaakt.
Isonzo-front - Oktober 1917: de slag bij Caporetto.
De 11 grootscheepse Italiaanse aanvallen met grote verliezen in de periode Juni 1915 hadden niets opgeleverd, met uitzondering van de verovering van Gorizia.

Er was onder de zeer eigengereide generaal Cadorna een harde krijgstucht en minachting voor soldatenlevens. De gevechtsbereidheid was sterk verminderd. Maar ook de Oostenrijkers leken hun wil tot oorlog voeren te verliezen.


Er wordt ingegrepen door de Duitsers. In September 1917 werd door Oostenrijk/Duitsland besloten tot een aanval in plaats van de tot dan toe gevolgde strategie van verdedigen. Het Isonzo-front bij Caporetto aan de bovenloop van de rivier was het hoofddoel voor een doorbraak. Elders langs de diverse fronten zou ook worden aangevallen om Italiaanse troepen te binden.
De Italianen – niet ingesteld op verdedigen - worden op 24 Oktober volledig verrast door de tot dan toe defensieve Oostenrijkers. Er is onvoldoende tegenvuur van de Italiaanse artillerie, de verbindingen en de commando- structuur worden verbroken, de ontredderde Italianen weten geen weerstand te bieden. Ook het lage moreel leidt ertoe dat velen zich overgeven of hun posities verlaten.
Caporetto valt al op 24 Oktober. Italiaanse verliezen: 12.000 doden, 30.000 gewonden, 294.000 krijgsgevangenen.
Het Piave-front : November 1917 - November 1918
Na een chaotische terugtocht van bijna 3 weken slaagt het Italiaanse leger erin om langs de rivier de Piave (die in zee uitmondt op ca 25 km van Venetië) een verdedigingslinie te vormen. Generaal Diaz krijgt het opperbevel.

Er worden hier drie veldslagen geleverd.


Eerste slag (la battaglia d’arresto) – 13-26 November 1917 : na de nederlaag bij Caporetto – 24 Oktober - en de terugtocht richting Venetië wordt bij de rivier de Piave een nieuwe verdedigingslinie opgeworpen; er wordt een slag geleverd. De Oostenrijkers staken de opmars (o.a. wegens logistieke problemen).
Tweede slag (la battaglia del ‘Solsticio’) - 15-22 Juni 1918: aanval van Oostenrijk om de Piave over te steken; opnieuw ook een Oostenrijkse aanval op Asiago. Gewonnen door de verdedigende Italianen, met enige hulp van Franse en Britse troepen.
Derde slag (la battaglia conclusiva)- 24 Oktober –3 November 1918: Italiaans offensief over de Piave naar Vittorio Veneto. De sterk verzwakte en gedemoraliseerde Oostenrijkers staken de strijd.
In de drie veldslagen was Monte Grappa - een bergmassief op de rand van de Dolomieten, naast de hoogvlakte van Asiago - de spil van de Italiaanse defensie. Daar werd een Oostenrijkse doorbraak naar de laagvlakte en een aanval in de rug voorkomen.
Het einde: 4 November 1918
Op 4 November arriveerde nog een kleine troepenmacht per schip vanuit Venetië in Trieste dat dus werd ‘bevrijd’ zonder dat er een schot ter plaatse was gevallen.
Er wordt een wapenstilstand gesloten. En vervolgens kwamen er twee vredesverdragen (Saint-Germain -1919; Rapallo - 1920) waardoor Italië Zuid-Tirol en Trieste/Gorizia/Istrië verkreeg.
(Na WOII was er opnieuw een conflict over Trieste, nu met Joegoslavië. In 1954 kwam Trieste definitief onder Italiaans bestuur).
Frans Heus/Maart 2015




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina