La Révolution Française De Franse Absolute Monarchie en de Grondwet



Dovnload 167.17 Kb.
Pagina1/4
Datum25.07.2016
Grootte167.17 Kb.
  1   2   3   4
La Révolution Française


  1. De Franse Absolute Monarchie en de Grondwet
    Matthijs Catsman

  2. De invloed van de wetenschap op de Franse Revolutie Gerben van Hal

  3. Belangrijke personen uit de Franse revolutie
    Saskia van Erp

  4. Het Franse koningshuis tijdens de Franse Revolutie
    Jorika Oostdam

  5. Schilderkunst en muziek
    Maartje van de Ree

  6. Napoléon Bonaparte
    Renske Berckmoes



Matthijs Catsman V5P



Het principe van de Absolute Monarchie.
De absolute monarchie is een regeringsvorm die een variant is op de monarchie. Er zijn verschillende vormen van een monarchie, zoals de absolute monarchie maar bijvoorbeeld ook de constitutionele monarchie of de gekozen monarchie.
Het principe van een monarchie is een regeringsvorm waarbij één persoon de macht heeft. De naam komt van de twee Griekse woorden ‘’ (monos) en ‘’ (archein) die ‘alleen’ en ‘heersen over’ betekenen.De persoon die alle macht heeft is de monarch en heeft vaak een titel zoals bijvoorbeeld koning(in), keizer(in), prins(es) of sultan. Vanaf het punt dat een monarch is aangesteld blijft hij/zij voor de rest van zijn/haar leven monarch tenzij de monarch zelf troonafstand doet of de monarch wordt afgezet. Als de monarch sterft of afstand doet van de troon wordt hij/zij opgevolgd door zijn/haar oudste kind en indien die er niet zijn, door degene die het dichtst gerelateerd is aan de monarch, dus eerder een broer dan een neef of een nicht.
Bij een absolute monarchie heeft de monarch de absolute macht. Dit wil zeggen dat de monarch alle macht heeft en dat die macht niet beperkt is en dat zijn woord wet is. Dit in tegenstelling tot een constitutionele monarchie waar de macht van de monarch is vastgelegd in de grondwet en daardoor beperkt is. In de Middeleeuwen, toen veel koningen absolute monarchen waren, werd de absolute macht gerechtvaardigd door te zeggen dat de koning een goddelijk recht had. Dit hield in dat de koning regeerde in naam van God en dus aan niemand verantwoording moest afleggen behalve aan God zelf. Volgens dit recht kon de macht van de koning dus niet beperkt worden door welke aardse instelling of wet dan ook. Ook de Franse koningen zeiden dat ze volgens dit recht mochten regeren. Tegenwoordig zijn de meeste monarchieën uit het verleden of constitutionele monarchieën geworden of een republiek. Toch zijn er noch steeds een aantal landen die een absolute monarchie hebben, dit zijn: Vaticaanstad, Saoedi-Arabië, Oman, Bahrein, Bhutan en Brunei.
Het Franse Absolutisme.
De Franse koningen begonnen pas aan het eind van de Middeleeuwen en in de loop van de Renaissance absolute monarchen te worden. Voor deze tijd was de monarch misschien in naam wel een absolute vorst maar werd de monarch in de praktijk beperkt door de macht van de adel.

In die tijd was de macht van de adel was namelijk zeer groot. Dit kwam omdat in de Middeleeuwen Frankrijk volgens het feodale stelsel werd geregeerd. Dit systeem stamde uit de tijd van Karel de Grote toen hij bijna heel West-Europa had veroverd. Hierdoor bleven er geen gebieden meer over voor Karel om te plunderen omdat de rest van Europa onder de macht vielen van twee andere grote rijken, namelijk het oude Oost-Romeinse Rijk en het Islamitische rijk dat in het noorden van Afrika lag en helemaal tot aan het noorden van Spanje doorliep. Doordat hij geen plundertochten meer kon houden kon Karel zijn soldaten niet meer goed aan zich binden. Dit kwam omdat de buit van de plundertochten altijd onder de soldaten werd verdeeld. De grootte van zijn rijk had ook een ander gevolg, namelijk dat hij niet zelf steeds door zijn rijk kon reizen om belastingen te innen en recht te spreken.Vandaar dat hij vertegenwoordigers nodig had die in gebieden belastingen ophaalden en recht spraken. Dit waren ambtenaren die stukken grondgebied van het keizerrijk kregen toegewezen waar zij vertegenwoordigers waren van Karel.


Uit dit systeem van ambtenaren kwam de adel voort ontstond het feodale stelsel waarin de koning aan een edelman een stuk grondgebied in leen geeft in ruil voor trouw en economische en militaire steun. Zo’n leenheer werd dan een vazal en moest trouw zweren aan de koning.

In de tijd van Karel de Grote was de koning nog machtig genoeg zodat zijn leenheren nog naar hem luisterden. Dit kwam vooral omdat deze leengebieden niet erfelijk waren zodat elke keer dat een vazal stierf, een lid van zijn familie, als ze het leengoed wilden behouden, opnieuw trouw moest zweren aan de koning en zijn vazal moest worden. Dit had als gevolg dat de adel afhankelijk was van de koning om hun leengoed te behouden. Behalve dat controleerde Karel de Grote zijn leenheren heel erg streng met speciale ambtenaren en liet hij zijn vazallen vaak bij zich komen en ging hij vaak met ze op veldtocht waardoor hij ze in de gaten kon houden.


Maar onder de zoon van Karel de Grote, Louis de Vrome, werd de controle van de adel minder en werd het langzaam gebruikelijk dat de leengoederen erfelijk werden. Deze trend zette zich voort toen de zonen van Louis de Vrome ruzie kregen over de verdeling van het rijk en zij de steun nodig hadden van de adel. Toen uiteindelijk het keizerrijk van Karel de Grote verdeeld werd tussen de drie zonen moest de zoon die koning van Frankrijk werd, Charles le Chauve, de toezegging doen aan de adel dat de opvolging erfelijk werd om hun steun te behouden en zo zijn koninkrijk bijeen te houden. Dit had ten gevolg dat de gebieden voor altijd eigendom van de adellijke families werden en ze dus feitelijk de heersers werden over de grondgebieden die ze eigenlijk in leen hadden gekregen van de koning en waar hij dus eigenlijk de rechtmatige heerser over was. De koning bestuurde hierdoor in het begin van de Middeleeuwen dus eigenlijk alleen de gebieden die tot zijn familie behoorden, het zogenaamde kroondomein. Een voorbeeld hiervan is het Graafschap van Parijs. Voor de rest van het bestuur was de koning eigenlijk afhankelijk van de trouw van de edellieden die de rest van Frankrijk bestuurden.

Hierdoor werden de edellieden een stuk machtiger omdat ze nu niet meer afhankelijk waren van de koning om hun grondgebied te behouden en omdat de koning afhankelijk was van de edellieden voor zijn macht als koning over Frankrijk.


D


Het bezit van de koning van Frankrijk: rood is van Engeland en blauw en groen van de koning van Frankrijk Het meeste van deze gebieden die veroverd werden op de Engelsen zouden Frankrijk weer verliezen, totdat ze het weer terugveroverden tijdens de Honderdjarige Oorlog.
it zou zo blijven voor een lange tijd en toen de dynastie van Karolingers uiteindelijk verdween voor die van Capet hadden zij ook eerst met dit probleem te maken. Maar door de eeuwen heen wisten de koningen door oorlogen en huwelijken steeds machtiger te worden. Zo had de Franse koning in de dertiende eeuw bijna weer heel Frankrijk onder zijn controle en was hij weer een machtige koning. Het was ook deze koning die een grote rol speelde in het begin van de centralisatie van de macht, zo richtte hij het parlement op waar de drie standen, de adel, de geestelijkheid en de burgers, in vertegenwoordigt waren. Maar de Franse monarchie verloor deze macht weer door verschillende oorzaken zoals de Engelse invloed en de Honderdjarige Oorlog. Hierdoor duurde het tot het einde van de Honderdjarige Oorlog voordat de Franse koningen de macht weer de macht stevig in handen had

Aan het eind van de Middeleeuwen en in de loop van de Renaissance werden de koningen steeds machtiger en het absolutisme begint vorm aan te nemen in de zeventiende en achttiende eeuw.


Een van de belangrijkste personen die een rol zou spelen in het invoeren van de absolute monarchie was Richelieu. Deze kardinaal was de Eerste Minister van Louis XIII en voerde een heleboel maatregelen in om de macht verder te centraliseren en de macht van de adel te verkleinen en die van de koning te vergroten.

Zo stelde Richelieu administrateurs in die door het hele koninkrijk de plaatselijke machthebbers moesten controleren en die er op moesten letten dat alle koninklijke besluiten werden opgevolgd. Deze administrateurs waren in tegenstelling tot adel niet machtig omdat hun positie niet erfelijk was. Daarnaast liet Richelieu 2000 forten die niet belangrijk waren voor de verdediging van Frankrijk slopen zodat de adel deze forten niet tegen de koning kon gebruiken. Door deze maatregelen werd de macht van de adel behoorlijk beperkt.


Behalve de macht van de adel beperkte Richelieu ook de macht van de protestanten. De protestanten hadden na de godsdienstige oorlogen veel macht gekregen. Ze vormden een soort staat in een staat want ze hadden hun eigen nationale vergadering en hun eigen forten met legers om zich te beschermen. Richelieu maakte een einde aan de macht van de Protestanten door ze in een oorlog te verslaan. Na deze oorlog hadden de protestanten nog wel het recht om hun geloof te beoefenen maar verloren ze hun politieke macht doordat ze geen forten en geen nationale vergadering meer mochten hebben.
Toen Richelieu stierf werd hij opgevolgd door Mazarin die samen met de moeder van Louis XIV regeerde en die het beleid van Richelieu volgde en voortzette. Onder zijn bewind vond er twee keer een opstand plaats van de adel. De oorzaak hiervan was de genoemde centralisatie en het verlies van macht van de adel. Deze gebeurtenissen hebben er waarschijnlijk voor gezorgd dat Lodewijk toen hij zelf ging regeren de macht van de adel noch verder wilde beperken.
T


Lodewijk XVI:l’État c’est moi
oen Mazarin stierf koos Lodewijk XIV ervoor om geen eerste minister meer te kiezen en zelf de leiding van de regering over te nemen. Lodewijk beperkte de macht van de adel nog meer. Dit deed hij door ministers uit de burgerij te kiezen in plaats van uit de adel, daarnaast gingen de administrateurs een steeds belangrijke rol spelen in het bestuur van het land. Behalve dat dit de macht van de adel beperkte was het voor Lodewijk ook makkelijker om een burger uit de regering te verwijderen dan een edelman die tot een belangrijk geslacht behoorde. Door deze maatregelen was de adel eigenlijk zijn politieke macht kwijt en door de adel naar zijn hof te laten komen en ze daar bezig te houden kon Lodewijk ze ook onder controle houden en zorgen dat de macht van de adel beperkt bleef. De adel moest wel aan het hof van Lodewijk blijven omdat het de enige plek was waar ze weer een beetje machtig konden worden. Behalve het verder beperken van de macht vergrootte Lodewijk ook zijn eigen macht, hij ging namelijk verder met de centralisatie van de macht. Dit deed hij o.a door provinciale parlementen op te heffen en door het rechtssysteem te hervormen zodat er één rechtssysteem was voor heel Frankrijk in plaats van meerdere. Door al deze maatregelen had Lodewijk alle macht stevig in zijn handen. Hiermee was het hoogtepunt van de Absolute Franse Monarchie bereikt.
Onder Lodewijk XV komt er weer een minister president. Lodewijk probeert net zoals de vorige koning verder te gaan met hervormingen, maar hij wordt hierin belemmerd door de verschillende parlementen in Frankrijk. Onder zijn opvolger, Lodewijk XVI, gaat het helemaal mis. Door allerlei verschillende oorzaken, waarvan geldtekort de grootste oorzaak was maar ook door de Verlichting die ervoor zorgde dat de mensen gaan twijfelen aan het droit divin waarmee de absolute heersers regeren en door de kleine daadkracht van de koning komt het uiteindelijk tot de Franse Revolutie. Tijdens deze revolutie wordt eerst de macht van de koning in een grondwet vastgelegd voordat de monarchie helemaal wordt afgeschaft: het Ancien Regime, zoals de absolute monarchie en het oude feodale stelsel van Frankrijk heette, verdwijnt.
Grondwet

De eerste aanloop tot een grondwet werd gemaakt toen de bijeenkomst van de Staten-Generaal in 1789 mislukte. De Staten-Generaal werd bijeengeroepen omdat Lodewijk nieuwe belastingen wilde invoeren om de grote financiële crisis waar Frankrijk in zat op te lossen. Dit was de eerste bijeenkomst van de Staten-Generaal sinds 1614. De Derde Stand, de burgers, zagen in deze bijeenkomst hun kans om hervormingen door te voeren. Het volk was namelijk steeds minder voor het idee van een absolute vorst. Dit kwam door allerlei redenen. Zo werd het volk beïnvloedt door de verlichtingsfilosofen, zoals Montesquieu, die het idee van een absolute vorst verworpen. Daarnaast werden ze ook geïnspireerd door landen zoals Amerika en Engeland die wel een grondwet hadden. De bijeenkomst mislukte omdat er onenigheid ontstond tussen de verschillende standen over hoe er geregeerd zou moeten worden.

De Derde Stand die het toen eigenlijk zat was nam de zaak in eigen handen en gaat apart zelf vergaderen en noemt zich voortaan de Assemblee des Communes. Ook de adel vormt zijn eigen vergadering, terwijl de geestelijkheid tijd probeert te rekken. Uiteindelijk vraagt de Assemblee des Communes de adel en de geestelijkheid zich bij de Assemblée des Communes te voegen. Een aantal van de geestelijkheid doen dit. De Assemblée des Communes beslist dan door stemming zich voortaan de Assemblée Nationale, de nationale Vergadering, te noemen. Deze vergadering zegt te regeren in naam van het Franse volk.




De eed op de kaatsbaan

Lodewijk die het hier niet mee eens is probeert ze te stoppen en besluit het gebouw waar de Assemblee Nationale vergadert te laten sluiten. Als zij dit zien besluiten ze naar de kaatsbaan te gaan en daar te vergaderen. Tijdens deze vergadering vindt le Serment du Jeu de Paume, de eed op de kaatsbaan plaats, waarmee de Assemblée Nationale zichzelf verplicht bijeen te blijven totdat er een grondwet is.

Na deze eed ziet Lodewijk in dat hij wel zal moeten toegeven aan deze Assemblée Nationale en hij vraagt aan de andere standen, de adel en de rest van de geestelijkheid, die nog niet deelnamen aan de Assemblee zich ook bij de vergadering te voegen. Als dit gebeurt hernoemt de Assemblée Nationale zich tot de l’Assemblée nationale constituante.
De eerste ingrijpende beslissing die de Assemblée nationale constituante nam was het afschaffen van alle oude privileges en feodale rechten. Met deze maatregel werd eigenlijk effectief het Ancien Regime beëindigd. De volgende belangrijke beslissing was de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. Hiermee werd een belangrijke basis gelegd voor hoe de nieuwe maatschappij er uit zou moeten gaan zien, namelijk een maatschappij waarin iedereen gelijk hoort te zijn.
In september 1790 is het dan eindelijk zo ver en komt er een grondwet. Met deze grondwet wordt de macht van de koning aan banden gelegd. Zo komt er een scheiding van de macht in het koninkrijk, worden er een heleboel regels vastgesteld waar de koning zich aan moet houden. Zo moet hij trouw zweren aan de grondwet, mag hij niet aan het hoofd staan van een leger of het land verlaten, als hij deze niet/wel doet wordt hij automatisch afgezet. De macht wordt in drieën gesplitst, zoals Montesquieu het in zijn esprit des lois voorstelt, namelijk in de uitvoerende macht, de wetgevende macht en de gerechtelijke macht.

De uitvoerende macht komt in handen van de koning en zijn ministers. De koning heeft een aantal rechten met betrekking tot de uitvoerende macht. Zo heeft de koning een veto, niet om een wetsvoorstel af te schaffen maar om hem tijdens een periode van maximaal vier jaar te veranderen, als hij daar mee klaar is wordt de wet van toepassing.Daarnaast heeft hij het recht zijn ministers zelf te benoemen, maar ook ambassadeurs en hoge militaire en publieke functionarissen De ministers zijn politiek wel verantwoordelijk voor de koning en moeten ook al zijn besluiten ondertekenen. Dit om te zorgen dat de koning niet te veel macht krijgt.


De wetgevende macht komt in handen van de Assemblée legislative, de opvolger van de Assemblée nationale constituante. De Assemblée legislative bestaat uit één kamer van 745 afgevaardigden die om de twee jaar herkozen worden. De Assemblée legislative is de enigste instantie die de grondwet kan veranderen.
De gerechtelijke macht komt in handen van onafhankelijke magistraten die gekozen worden.



De onthoofding van Lodewijk XVI en het einde van de constitutionele monarchie
Op 3 september gaat ook de koning akkoord met de grondwet en vanaf 1 oktober 1791 is de grondwet van kracht. Hiermee verdwijnt definitief het Ancien Regime en wordt Frankrijk een constitutionele monarchie. Lang zal dit trouwens niet duren want een jaar later wordt Lodewijk XVI beschuldigt van verraad en onthoofd. Na deze eerste grondwet zouden er de komende 10 jaar noch 5 grondwetten volgen totdat Napoleon keizer zou worden en hiermee er weer een absolute vorst was.

De invloed van de wetenschap op de Franse Revolutie







Naam: Gerben van Hal

Klas: V5p

Inleiding
Om achter de invloed van de wetenschap op de Franse Revolutie te komen, moeten er eerst een paar verschijnselen nader uitgelegd worden. Zo zal eerst de geschiedenis en de ontwikkeling van de wetenschap moeten worden verteld en de gevolgen hiervan. Ook de politieke situatie in Frankrijk op dat moment en de leefomstandigheden van het Franse volk spelen allemaal een rol als het gaat over welke invloed de wetenschap heeft gehad in de Franse Revolutie.


Geschiedenis
Zo begon het allemaal in Italië rond de veertiende, vijftiende eeuw. In deze periode werd namelijk geprobeerd de klassieke oudheid weer tot leven te brengen. Door deze verandering in de mentaliteit van de mens ontstond zo de Renaissance. Deze nieuwe stroming betekent letterlijk ’de wedergeboorte’ en dit verwijst weer naar de klassieke oudheid. Hierdoor werd de belangstelling voor kunst en literatuur weer aangewakkerd. Het doel van de Renaissance was om de kennis uit de oudheid toe te passen op de eigen tijd. Voor de opkomst van de Renaissance was de wetenschap volledig gebaseerd op de Bijbel en op andere geschriften van belangrijke filosofen zoals Aristoteles, Plato en Galenus etc. Rond deze tijd zijn spelen zich in Frankrijk vele godsdienstoorlogen af, maar de invloed van de Italiaanse en Romeinse cultuur nam steeds meer toe. Gulden snede- da Vinci

Een belangrijk persoon van de Renaissance was absoluut Leonardo da

Vinci. Hij was dan ook wel een persoon die zich al onder andere bezig

hield met de wetenschap.


Het succes van de Renaissance is voor een groot deel te verklaren door de uitvinding van de boekdrukkunst. Hierdoor moesten niet hele boekwerken meer worden overgeschreven en konden boeken en geschriften veel gemakkelijker worden verspreid door West-Europa. De opvattingen van de Renaissance werden door middel van reizende Italianen aan buitenlandse landen verder verspreid.
Mede door de nieuwe kijk van de Renaissance op het leven ontstond grofweg rond 1543 de Wetenschappelijke revolutie. Aangezien in dit jaar de wetenschapper Copernicus zijn boekwerk Revolutionibus orbium coelestium gepubliceerd had. Dit werk van Copernicus had te maken met de theorie dat er een heliocentrisch zonnestelsel zou bestaan. Volgens de rooms- katholieke kerk stond de aarde centraal in het heelal en volgens Copernicus was dit de zon in plaats van de aarde. Galilei heeft dit werk nog verder uitgebreid van Copernicus.

Ook was het boek van Andreas Vesalius een stap naar een verandering. Zijn boek Humani corporis fabrica libre septem gaat over de bouw van de mens en bezat vol kennis die voor die tijd nog onbekend was.


In de periode vanaf 1600 was de drang naar verandering zo groot dat de Wetenschappelijke Revolutie een feit werd en hierdoor gingen wetenschappers de klassiek religieuze ideeën en opvattingen vervangen voor de modern wetenschappelijke ideeën en opvattingen. Deze revolutie zorgde ervoor dat er ingrijpende veranderingen plaatsvonden op gebieden zoals de wiskunde, natuurkunde, scheikunde, fysiologie en de biologie. Ook de manier van wetenschappelijk onderzoeken werd drastisch veranderd.

De reden van het succes van de Wetenschappelijke Revolutie is mede te danken door onder andere de drukpers, geleerde wetenschappers, maar vooral doordat er een reformatie binnen de kerk kwam. Sommige geestelijken gingen de wetenschap zien als een middel om het bestaan van God te bevestigen. Hiervoor was de geestelijkheid tegen andersdenkenden van de kerk. Door de goedkeuring van de kerk werd de wetenschappelijke bloei steeds meer gestimuleerd. Dankzij deze reformatie van de kerk konden typische kenmerken van de Wetenschappelijke Revolutie echt tot stand komen, zoals:



  • Observering

  • Experimenteren

  • Redeneren


Gevolgen
De gevolgen die de door de Wetenschappelijke Revolutie ontstaan waren, waren immens. Zo ging men echt wetenschappelijk onderzoeken hanteren zoals we dat vandaag de dag nog steeds doen. Door te observeren, experimenteren en daar vanuit te gaan redeneren om zo tot

conclusie te komen, was men op een heel andere manier met de wetenschap om aan het gaan. Men was nu op het punt gekomen dat er van feiten moest worden uitgegaan in plaats van meningen. Uit de Wetenschappelijke Revolutie is een nieuwe stroming ontstaan: het Empirisme. Deze stroming was voornamelijk gebaseerd op het plegen van wetenschappelijk onderzoek door middel van waarneming en onderzoek (experimenten); kennis moest als het ware uit ervaring voortkomen. Deze stroming was echter vooral in Engeland voelbaar. Belangrijke namen die bij het Empirisme worden ingedeeld zijn toch wel de Poolse Copernicus en de Italiaanse Galilei.


In Frankrijk kwam er de tegengestelde stroming van het Empirisme, namelijk het Rationalisme. Deze stroming was gebaseerd op de ideeën en opvattingen van de Fransman René Descartes en is door de Wetenschappelijke Revolutie echt doorgedrongen. Descartes zelf was geboren in La Haye en Touraine op 31 maart 1596 en in zijn jeugd ging hij naar een jezuïetenschool. Na zijn studie hij groeide al snel uit tot een groot wiskundige, natuurkundige, filosoof en fysioloog. Descartes had het Rationalisme gebaseerd op een wetenschappelijke methode waarbij redenering en gevolgtrekking een waarneming moesten bewijzen. Volgens Descartes moest men ook gebruik gaan maken van het verstand (de ratio) en de mens moest letterlijk aan alles René Descartes

gaan twijfelen. Zo vond hij dat waar aan getwijfeld kon worden verwerpt

moest worden. Volgens Descartes waren er drie redenen om te twijfelen:


  1. Redeneringen zouden onwaar kunnen zijn;

  2. De zintuigen zouden kunnen bedriegen;

  3. Het bewustzijn zou kunnen dromen.

Zo had Descartes ook nog een typische uitspraak voor het Rationalisme, namelijk cogito ergo sum (ik denk, dus ik ben). Hij had over allerlei verschijnselen en gebeurtenissen wel een duidelijke mening over hoe het zou moeten zijn. Zijn ideale beeld van de wetenschap was dat de ontwikkeling van de wetenschap het werk van één persoon moest zijn, zodat de kennis verworven was door de rede (het verstand) en niet door oude meningen of vooroordelen. Verder is Descartes een belangrijk persoon geweest voor de wetenschap en heeft hij op meerdere gebieden verbanden en patronen ontdekt. Hieronder is zijn aandeel te zien in onder meer de wiskunde, natuurkunde en de fysiologie.


Wiskunde:

  • Het bedenken van de wiskundige notatie die vandaag de dag nog worden gehanteerd, zoals a,b,c en de x, y, z. Verder heeft Descartes bedacht om de exponent op een variabele te gebruiken om aan te geven met welke macht je te maken hebt;

  • De invoering van het cartesische assenstelsel waarbij twee lijnen loodrecht op elkaar staan (de y-as en de x-as). Deze ontdekking leidde uiteindelijk tot het ontstaan van de analytische meetkunde. Het begin van de moderne wiskunde was hiermee ontstaan;

  • De wiskundige notatie van het wortelteken is ook bedacht door Descartes. Met het wortelteken kan worden aangeven tot waar er gewortel trokken moet worden;

  • De invoering van variabelen en getallen om zo de lengte van een lijnstuk aan te geven;

  • Het idee om een wiskundige vergelijking eerst gelijk aan 0 te maken zodat deze gemakkelijker op te lossen is.


Natuurkunde:

  • De werveltheorie: Descartes zijn samenhangende theorie over de aantrekkingskrachten van magnetisme en het zonnestelsel;

  • Op het gebied van de mechanica voerde hij botsingswetten in;

  • Descartes heeft voor de wetenschap de kristallografie gezorgd door het bestuderen van sneeuwkristallen;

  • Op het gebied van de optica heeft Descartes de verklaring achter de regenboog en de brekingswet gevonden.


Fysiologie:

  • Op het gebied van de fysiologie heeft Descartes de werking van het oog ontdekt.

Rond 1700 gebeurt er iets opmerkelijks in Frankrijk: de opkomst

van de stroming de Verlichting, ook wel le siècle des lumières genoemd. Deze stroming is onder invloed van het Rationalisme ontstaan, aangezien de mens nu niet altijd meer vanuit God moest gaan redeneren maar louter door het verstand te gebruiken. Het verschil met het Rationalisme is dat de Verlichting de mensen het goede voorbeeld wilde geven (verlichten), mensen mondig maken en informatie verschaffen. Andere kenmerken van de Verlichting waren:

Voltaire


  • Dat de mens de samenleving op dezelfde manier moest onderzoeken als de natuur;

  • Verering van de natuur (een voorbeeld nemen naar de natuur);

  • Ieder individu zou recht moeten hebben op vrijheid, persoonlijke ontwikkeling en een redelijke behandeling;

  • Dat het volk de macht moest hebben in plaats van één persoon.

  • gelijkheid voor ieder individu

Door dit aan te houden zouden de mensen vooruit gaan streven waardoor ze het uiteindelijk beter zouden krijgen. Door de Wetenschappelijke Revolutie werd er al aangetoond dat er veel

anders was dan dat er eeuwenlang gedacht was. Dit deden mensen inzien dat er ook over andere zaken anders gedacht kon worden. Bijvoorbeeld of de mensen wel op de juiste manier met elkaar omgingen, of de koning alles voor het zeggen moest hebben of over welke invloed het geloof nou eigenlijk in de samenleving moest hebben. De Verlichting was de periode waar vele grootheden in hebben geleefd die veel hebben bijgedragen aan de Verlichting zoals: Diderot, Montesquieu en Voltaire.


Opmerkelijk is wel dat Voltaire een belangrijk persoon was voor de Verlichting waarbij zijn opvattingen en ideeën veel geïnspireerd waren door de wetenschapper Isaac Newton. Voltaire was namelijk verbannen uit Frankrijk in de periode van 1726 tot 1729 en verbleef die tijd in Engeland. Tijdens zijn verblijf raakte Voltaire erg geïnteresseerd in Isaac Newton en het politieke beleid van Engeland (constitutionele monarchie). Mede door zijn boek Les Lettres Anglaises waarin hij al zijn opvattingen en ideeën in had samengevat is de Verlichting echt doorgebroken.
De Verlichting was deels geïnspireerd door Isaac Newton doordat Voltaire (belangrijk persoon van de Verlichting) over de opvattingen en ideeën van Newton schreef. Newton was ook een filosoof die geloofde dat er in het heelal wetten golden die door de mensheid ontdekt kon worden. Newton is verder één van de belangrijkste personen op het gebied van de wetenschap ooit geweest. Zo leefde deze Engelse wetenschapper van vier januari 1643 tot 31 maart 1727. Newton heeft ook een grote rol gespeeld in de Wetenschappelijke Revolutie. Hij heeft namelijk veel bijgedragen aan de wetenschap onder andere aan de natuurkunde, wiskunde en de sterrenkunde. Hieronder is zijn aandeel te zien in de wiskunde en de natuurkunde
Wiskunde:

  • Newton was medeontdekker van de infinitesimaalrekening (dit is de verzamelterm voor de differentiaalrekening en de integraalrekening);

  • Het binomium van Newton;

  • De Newton-Cotes formule voor de numerieke integratie.


Natuurkunde:

  • Hij heeft de zwaartekracht ontdekt en de formule om deze te berekenen;

  • De wetten van Newton: over traagheid of inertie, de hoofdwet van de mechanica en over actie en reactie;

  • Newton had voor de warmteleer een wet bedacht voor de afkoeling, namelijk de Newtonkoeling. Hiermee kan de afkoelsnelheid berekend worden;

  • Newton toonde aan dat wit licht is samengesteld uit alle kleuren van de regenboog en dat verdere breking van het licht niet mogelijk was. Dit bewees hij door middel van het zogenaamde prisma-experiment;

  • Hij heeft ook nog de spiegeltelescoop uitgevonden.

Alle ideeën en verdere uitwerkingen van Newton zijn door hemzelf opgeschreven in zijn boek



Philisophiae Naturalis Principa Mathematica. Dit boek wordt als één van de allerbelangrijkste wetenschappelijke geschriften ooit gezien.


Franse situatie
Maar het was niet alleen de Wetenschappelijke Revolutie die ervoor had gezorgd dat de Verlichting een succes zou worden. De tweede reden was namelijk dat het volk de absolute monarchie die geleid werd door Lodewijk 16de steeds minder begon te accepteren. Er waren drie standen met allemaal verschillende voorrechten:

  1. De adel (La noblesse): hoefde (bijna) niks te betalen aan belasting, kregen de belangrijkste functies in het leger, de kerk of in het bestuur van het land. De adel behoorde tot 1,5 % van de bevolking maar bezaten wel 20% gebied van het land.

  2. De geestelijkheid (Le clergé): hoefde ook geen belasting te betalen maar ze mochten wel belasting heffen. De geestelijkheid behoorde tot 1% van de bevolking maar bezaten wel 10% gebied van het land.

  3. De Derde stand (Le Tiers-État): Bestond uit vrije boeren, lijfeigenen, horigen en laten. Zij hadden geen voorrechten.

De Franse Revolutie is mede ontstaan door de grote ontevredenheid over deze verschillende standen waar weinig tot geen sociale mobiliteit in mogelijk was. De directe aanleidingen van de Franse Revolutie hadden te maken met de standen, macht, geld en de dynastie. Dat er door de verschillende standen veel ontevredenheid was is te wijten aan de grote verschillen tussen de standen. De Derde stand moest veel belasting betalen waardoor de frustratie steeds groter werd. Ook was de absolute macht steeds minder in trek bij de Derde stand omdat zij door de Verlichting steeds meer vonden dat de macht bij het volk moest liggen in plaats van bij één persoon. Een andere directe aanleiding was dat de belastingen nog hoger werden voor de Derde stand omdat de begroting niet in evenwicht was. Hierdoor kregen veel mensen te maken met honger, vooral toen ook nog eens in 1788 de graanprijzen enorm stegen was er echt sprake van hongersnood. De laatste directe aanleiding was de toenemende haat tegenover het Koninklijke huis van Frankrijk. De belastingen waren mede omhoog gegaan zodat de Koninklijke familie nog grote feesten kon geven en dat ze nog zouden kunnen jagen. Er werd veel geld gespendeerd aan eigen voorzieningen ten koste van de leefomstandigheden van de Derde stand.


Echter dit waren de directe aanleidingen tot de Franse Revolutie. De onderliggende oorzaken waardoor deze Revolutie plaatsvond waren als volgt:

  • De enorme armoede en honger die onder het gewone volk heerste, terwijl de adel en de geestelijkheid zich nergens zorgen over hoefde te maken.

  • De Staat was financieel helemaal uitgeput, hierdoor werden de belastingen steeds maar verder verhoogd terwijl de levensomstandigheden van het volk steeds slechter werden.

  • De opkomst van de stroming de Verlichting zorgde ervoor dat het volk anders ging gaan denken over verschillende traditionele onderwerpen. Zo wilden steeds meer dat het absolutisme van het koningshuis werd afgeschaft en dat het volk de macht in handen zou krijgen.


Conclusie
De invloed van de wetenschap op de Franse Revolutie heeft een grote indirecte rol gespeeld. Door de ontwikkeling van de wetenschap ontstond de Wetenschappelijke Revolutie waardoor er een heleboel andere ontwikkelingen op gang zijn gekomen. Zo is de stroming het Empirisme uit de Wetenschappelijke Revolutie gevloeid. Toen het Empirisme in Engeland ontstond, kwam in Frankrijk de stroming het Rationalisme op gang onder leiding van René Descartes. Bij beide stromingen werd er nu vanuit een wetenschappelijk perspectief op de maatschappij gekeken. Er moest wetenschap gevoerd worden door middel van observatie, experimenteren en redeneren. Bij het redeneren moest men gebruik maken van het verstand (de ratio) en niet altijd alles door God verklaren. Ook was door de Wetenschappelijke Revolutie de mentaliteit gaan veranderen, want door de wetenschap was er al aangetoond dat veel verschijnselen anders waren dan dat er eeuwenlang werd gedacht. Hierdoor ging het volk ook anders denken over de absolute macht van het Koninklijk huis. Verder heeft de wetenschap nog een rol gehad op de revolutie, want Voltaire was een belangrijk persoon voor de Verlichting en heeft veel betekend voor de Verlichting. Voltaire had tijdens zijn verbanning naar Engeland veel inspiratie opgedaan van de grote wetenschapper Isaac Newton en hierdoor was een deel van de Verlichting gebaseerd op zijn ideeën en opvattingen.
De Verlichting was dus ontstaan uit de andere stromingen die door de Wetenschappelijke Revolutie waren ontstaan en deze stroming was zelf één van de oorzaken van het ontstaan van de Franse Revolutie. Hierdoor heeft de wetenschap zeker een grote rol gespeeld in het ontstaan van de Franse Revolutie.

Belangrijke personen uit de Franse Revolutie

Inhoud:


  • Inleiding pagina 2




  • Stukje vooraf pagina 3




  • Maximilien de Robespierre pagina 4




  • Louis de Saint-Just pagina 5




  • Georges Couthon pagina 5




  • Georges Danton pagina 6




  • Jean-Paul Marat pagina 6




  • Charlotte Corday d'Armont pagina 7




  • Joseph Fouché pagina 7




  • Collot d’Herbois pagina 8




  • Billaud- Varenne pagina 8


Inleiding:

Dit werkstuk gaat over belangrijke personen uit de Franse Revolutie. Het zijn vooral personen die voor de Revolutie waren en er ook veel mee te maken hebben gehad. Het is niet heel lang, en over één persoon heb ik redelijk veel informatie en over de andere personen niet, omdat ik zelf persoonlijk vind dat deze persoon, Robespierre, veel met de Revolutie te maken gehad heeft en de andere personen ook veel met hem te maken gehad hebben. Hij heeft namelijk veel voor de Revolutie gedaan, maar hij heeft ook heel veel mensen, misschien wel ten onrechte naar de guillotine veroordeeld.



Stukje vooraf:
In dit werkstuk komen sommige woorden en kreten meerdere malen voor. Ik zal hier de belangrijkste begrippen uitleggen om het zo duidelijk mogelijk te maken.
De periode van de Terreur: deze term wordt gebruikt om twee periodes uit de franse revolutie aan te duiden waarin Frankrijk geregeerd werd door een uitzonderlijke uitvoerende macht die berustte op kracht, illegaliteit en repressie. De opvallendste personen die aan dit Terreur deelnamen zijn Robespierre, Saint-Just, Couthon, Collot d’Herbois, Fouché en Billaud- Varenne
de girondijnen: de girondijnen waren in 18e eeuw een franse politieke beweging die uitging van de liberale burgerij uit de franse west en zuid povincies. Ze onstonden in 1791 uit een groep van afgevaardigden uit de Legislative (de opstelling van de franse grondwet). Het grootste deel van de afgevaardigden kwamen uit Gironde, hier is de naam girondijnen vanaf gekomen. Tijdens de periode van de Terreur werden ze uitgeschakeld. De aanvoerders werden allemaal onthoofd.
De Jacobijnen: radicale revolutionaren in de periode 1792 tot 1794. ze stonden onder leiding van Maximilien Robespierre. Ze grepen de macht in frankrijk en onder Terreurbewind werden velen, waaronder de koning Lodewijk XVI, geëxecuteerd op verdenking van landverraad. Ze waren ook verandtwoordelij voor de vele veranderingen tijdens de Franse revolutie. De Jacobijnen hebben hun naam te danken aan hun bijeenkomsten in de Rue St. Jacques te Parijs. Hun ideeën:

  • Het christendom werd verboden en kerkgoederen werden ingenomen (vooral grond, die weer verkocht werd aan rijke boeren). In de plaats hiervan moest het menselijke aanbeden worden.

  • De koning en iedereen die tegen de Republiek was, werd terechtgesteld.

  • De opvoeding en scholing van iedereen moest in het teken staan van de revolutie.

  • De maanden van het jaar werden veranderd in revolutionaire maanden.

  • Andere talen dan het Frans werden verboden.

  • Betere werkomstandigheden

  • Meer loon

  • Minder belasting

  • Herendiensten afschaffen


De nationale conventie: de wetgevende vergadering tijdens de Franse Revolutie, het was gekozen met algemeen mannenkiesrecht. Tijdens de Nationale Conventie bereikte de Franse Revolutie haar radicale hoogtepunt: de monarchie werd afgeschaft en de koning (Lodewijk XVI) werd terechtgesteld.Na de terreur, onder leiding van Robespierre, werd de Nationale Conventie ontbonden en vervangen door het Directoire.

Maximilien de Robespierre
Maximilien-Marie-Isidore de Robespierre, geboren op 6 mei 1758, gestorven op 28 juli 1794.

hij was een Frans advocaat en staatsman tijdens de Franse revolutie. Hij was afgevaardigde van Arras voor de Derde stand in de Staten-Generaal in Versailles. Hij was aanvankelijk voorstander wan een constitutionele monarchie, maar hij werd in 1792 republikein.

Robespierre was een van de heren die over het lot van de Koning mocht beslissen, bij de stemming stemde hij voor de doodstraf.

Robespierre nam deel aan de opstelling van de “déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen”(verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger) en ook aan de opstelling van de eerste franse grondwet van 1791. Robespierre was initiatiefnemer tot de Nationale Conventie, een nieuwe volksvergadering die met algemeen mannenkiesrecht werd verkozen. Robespierre zetelde hier met de radicale fractie van de "Montagnards". Hij keerde zich in de Conventie fel tegen de oorlog met de andere Europese mogendheden, die zich tegen het revolutionaire Frankrijk hadden aaneengesloten, een oorlog waarop de gematigder en federalistisch gezinde fractie van de Girondijnen met enthousiasme had aangestuurd om de aandacht van de bevolking af te leiden van de interne problemen.

Robespierre richten een regime, een schrikbewind(= Terreur), op dat zich baseerde op “de deugd”. Zijn ijver voor de “deugd” liep uit op “Terreur” tegen allen die in zijn ogen onvoldoende ijver voor de revolutionaire beginselen gaven, dit kwam uit zijn gedachte dat hij overal om zich heen corruptie en verraad zag, of in ieder geval meende te zien. Vanaf 5 september 1793 tot de val van Robespierre kwamen ruim 16.000 mensen, gemiddeld ongeveer 50 per dag, onder de guillotine terecht.

Robespierre werd door zijn aanhangers “L’Incorruptible”, de onkreukbare genoemd, omdat zijn altijd trouw bleef aan zijn principes, zelfs als het om zijn vrienden ging. Hij vond het niet erg om ze vanwege zijn principes ook onder de guillotine te laten doden.


Het tij begon zich tegen Robespierre te keren toen hij werd gearresteerd en onverwacht werd aangeklaagd samen met een aantal vurige aanhangers waaronder Saint – Just. Dit was de roemruchte machtsgreep van 27 Juli 1794. de volgende dag werden de aangeklaagden, zonder enige vorm van proces, naar de guillotine gestuurd (zoals dat tevoren ook met duizenden tegenstanders van hen was gebeurd). Er werd een poging gedaan om Robespierre te bevrijden maar die mislukte, evenals de poging om zichzelf met een pistoolschot te doden.

De executie van Robespierre markeerde het eindpunt van de radicale fase van de Franse Revolutie.


Robespierre was op sommige punten ver vooruit op zijn tijd want hij was de eerste die pleitte voor algemeen kiesrecht voor mannen en een progressief belastingsstelsel.
Louis de Saint-Just


Louis Antoine Simon de Saint-Just, geboren op 25 Augustus 1767 te parijs en gestorven op 28 Juli 1794.

De Saint-Just was een medestander van Robespierre en lid van de Jacobijnen
Hij vormde samen met Robespierre en George Couthon een driemanschap dat de uitvoerende macht in Frankrijk in handen had en hij was mede verantwoordelijk voor de Terreur.

In april 1794 was hij aanwezig bij het noordelijke leger bij Charleroi en Fleurus. De Generaals moesten winnen want anders zouden ze onder de guillotine belanden, en Saint-Just moest dit controleren.

Hij werd samen met Robespierre en Couthon geëxecuteerd onder de guillotine.


Georges Couthon
Georges August Couthon geboren op 22 December 1755, gestorven op 28 Juli 1794.

hij was advocaat en werd gezien als een eerlijke en vrijgevige man. Hij had een zwakke gezondheid en zijn beide benen waren verlamd waardoor hij in een rolstoel zat.

Hij was liberaal en voor een constitutionele monarchie. Hij was een van de heren die over het lot van de Koning mocht beslissen, bij de stemming stemde hij voor de doodstraf. Hij was een van de aanhangers van Robespierre, hij had veel dezelfde meningen als Robespierre en hij was de eerste die vroeg om de arrestatie van de girondijnen.

Hij werd samen met Robespierre en Saint-Just gearresteerd en samen met hen naar de guillotine gebracht.



Georges Danton
Georges Jacques Danton, geboren op 26 Oktober 1759 te parijs en gestorven op 5 April 1794.
Danton werd geboren in een respectabele familie, hij kreeg een goede opleiding en werd advocaat in Parijs.

Hij wordt door historici gezien als de belangrijkste persoon in het omverwerpen van de monarchie en het oprichten van de eerst franse republiek.

Hij werd beïnvloed door de Jacobijnen. Hij was mede verantwoordelijk voor de val van de girondijnen.

Hij werd tot de doodstraf veroordeeld door Robespierre wegens samenzwering met de vijand.


Jean-Paul Marat
Jean-Paul Marat, geboren op 24 mei 1743 te Zwitserland en gestorven op 13 Juli 1793. hij was journalist en politici.
Jean-Paul Marat was lid van de radicale vleugel van de Jacobijnen. Hij was niet verantwoordelijk voor het Terreurbewind, die de Jacobijnen na zijn dood voerde. Hij was fel voor de afschaffing van de monarchie en hij ging te keer tegen iedereen die gematigdere opvattingen hadden als hij. Marat stelde de dodenlijsten op met de mensen die onder de guillotine moesten sterven, hierbij maakte het hem niet uit of de personen schuldig of onschuldig waren.

Marat werd vermoord in zijn Badkuip, door Charlotte Corday. Marat had een huidziekte en zat daarom heel vaak in een bad want dan had hij er het minst last van. Na zijn dood was Marat een aantal jaren een icoon van de Franse revolutie.




Charlotte Corday d'Armont
Marie-Anne-Charlotte de Corday d’Armont werd geboren op 27 Juli 1768 te parijs en is gestorven op 17 Julie 1793.
Corday stond voor de Franse Revolutie en was een enthousiaste aanhanger van de Girondijnen.

Marat was een Jacobijn en fanatisme en meedogenloosheid beangstigde Corday en zij besloot hem te vermoorden om erger te voorkomen. Tijdens de rechtszaak die volgde op de moord verklaarde zij: 'Ik hem één man omgebracht om er 100.000 te redden'. Vier dagen na Marats dood werd zij geëxecuteerd onder de guillotine.



Joseph Fouché


Joseph Fouché, geboren op 21 Mei 1763 en gestorven op 25 December 1820. hij was een Frans staatsman. Hij was Jacobijn en hij werd gekozen tot afgevaardigde van de Loire-Inférieure bij de nationale conventie. Hij mocht meestemmen over het lot van Koning en hij stemde voor de doodstraf. Fouché zorgde voor de neergang van Robespierre. Hij werd minister van politie onder het regime van Napoleon Bonaparte in 1799. omdat hij volgens Napoleon te machtig werd, werd Fouché terug geplaatst naar hij ministerie van justitie. Later kreeg hij zijn positie weer terug en verloor hem weer een keer.



Jean-Marie Collot d'Herbois
Jean-Marie Collot d’Herbois, geboren op 19 Juni 1749 en gestorven op 8 Januari 1796. hij was acteur en dramateur. Hij was een afgevaardigde in de nationale conventie voor Parijs en ook hij stemde voor de doodstraf voor de koning. In Juni 1793 werd hij president van den nationale conventie en in september van datzelfde jaar kwam hij in het comité voor het algemene welzijn.

In mei 1794 werd er een poging gedaan om hem te vermoorden maar dit mislukte en hij werd hierdoor nog populairder dan hij al was.

Hij werd veroordeeld voor medeplichtigheid met de gevallen leider, Robespierre en werd samen met billaud-Varenne verbannen naar Cayenne in Frans Guinea, waar hij in het begin van 1796 stierf aan de gele koorts


Jacques Nicolas Billaud-Varenne
Jacques Nicolas Billaud-Varenne, hij werd ook wel Jean Nicolas genoemd werd geboren op 23 April 1756 en is gestorven op 3 Juni 1819. hij was advocaat in het parlement. hij was een Jacobijn en een van de meest anti- konings mensen. Hij was een afgevaardigde in de nationale conventie en hij was voor de directe afschaf van de monarchie. Hij stemde voor de doodstraf van de koning. Hij vroeg ook om de executie van Marie Antionette, de koningin.

In1795 werd hij gearresteerd en samen met Collot d’Herbois naar Frans Guinea verbannen, hij kreeg een pardon om terug te keren toen Napoleon viel, van de Franse regering. Maar dit weigerde hij en ging in 1816 naar New York city en later naar Haïti waar hij stierf aan dysenterie.

Het Franse koningshuis tijdens de Franse Revolutie






  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina