L’accord de l’adjectif



Dovnload 9.35 Kb.
Datum27.09.2016
Grootte9.35 Kb.
L’accord de l’adjectif

Un adjectif peut se présenter sous deux formes :

Attribut : il suit le verbe.

Épithète : il se trouve devant le mot qu’il qualifie.

  1. L’adjectif attribut

L’adjectif attribut est INVARIABLE.

Ex : Mijn jas is groen. / Jurgen is mooi. / Kim is sportief.



  1. L’adjectif épithète

En général, l’adjectif épithète prend un e.

Ex : Ik heb een groene jas. / Jurgen is een mooie jongen. / Kim is een sportieve vrouw.



L’adjectif épithète ne prend pas un e quand il accompagne un nom :

  • Neutre (het)

  • Singulier

  • Indéterminé (een, geen, rien)


L’accord de l’adjectif : exercices

A/ Accorde les adjectifs si nécessaire



  1. Ik heb…………………….. haar. (blond, bruin, zwart, rossig)

  2. Ik heb ……………………. ogen. (blauw, groen, grijs, bruin)

  3. Ik ben een ………………… meisje. (kalm, nerveus)

  4. Ik ben een ………………… jongen. (kalm, nerveus)

  5. Ik woon in een ……………. huis. (klein, groot, gezellig)

  6. Ik draag een ……………….. hemd. (rood, geel, paars)

  7. Ik trek mijn ………………… broek aan. (nieuw, oud)

  8. Johan is …………………….. (grappig, tof)

  9. Karen is een ………………… vrouw. (gezellig, leuk)

  10. Ik heb geen …………………. t-shirt (wit, oranje, grijs)

  11. Ik heb ……………………….. sokken. (kort, lang)

  12. Tina en Gerda hebben geen ……………. vrienden. (vervelend, pessimistisch, koppig)

B/ Accorde l’adjectif entre parenthèses, si nécessaire


  1. De (jong) leraar 

  2. Een (mooi) huis 

  3. Twee (mooi) huizen 

  4. Een (groot) stad 

  5. Een (heel) maand 

  6. Het (lang) verhaal 

  7. De (nieuw) schoenen 

  8. Grootvader is (oud) 

  9. (Mooi) weer 

  10. Haar (rood) auto 

  11. Een (dom) jongen 

  12. Een (duur) boek 

  13. Het (groen) bord 

  14. De (klein) kinderen 

  15. Zijn kleinkind is (grappig) 




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina