Landelijke Collectieve arbeidsovereenkomst voor de Afbouw, 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012



Dovnload 0.9 Mb.
Pagina1/12
Datum24.07.2016
Grootte0.9 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12
Cao afbouw 2011-2012
integrale cao tekst
Versie 2 (20 september 2011)

Landelijke Collectieve arbeidsovereenkomst voor de Afbouw, 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012
Tussen de ondergetekenden:
de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven, gevestigd te Veenendaal;
partij ter ene zijde, verder ook te noemen ‘werkgeversorganisatie’,
en
FNV Bouw, gevestigd te Woerden,

CNV Vakmensen, gevestigd te Utrecht,
partijen ter andere zijde, verder ook te noemen ‘werknemersorganisaties’,
alle ter deze zake rechtens vertegenwoordigd, is de volgende collectieve arbeidsovereenkomst aangegaan.
Hoofdstuk 1

Definities, werkingssfeer en overeenkomst

Artikel 1 Definities
1. Waar in de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst van werkgevers wordt gesproken, worden daaronder verstaan werkgevers, die werkzaamheden, als bedoeld in artikel 2, verrichten of doen verrichten.
2. Onder werkgevers worden in deze collectieve arbeidsovereenkomst mede verstaan:

a. rechtspersoonlijkheid bezittende coöperatieve woningbouw- en andere verenigingen;

b. stichtingen of kerkgenootschappen;

c. natuurlijke of rechtspersonen, die in eigen beheer bouwwerken uitvoeren of daaraan herstellings- en onderhoudswerkzaamheden doen verrichten, een en ander voor zover de onder a, b of c bedoelde personen of instellingen daarbij werkzaamheden doen verrichten als bedoeld in artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst en niet vallen onder de werkingssfeer van een andere loonregeling of collectieve arbeidsovereenkomst.


3. Onder werknemer wordt verstaan degene, die voor een onderneming of een afdeling van een onderneming, vallende onder de werkingssfeer van deze cao als omschreven in artikel 2, werkzaam is:

a. ingevolge een arbeidsovereenkomst;

b. ingevolge een overeenkomst tot aanneming van werk, tenzij hij zelf ondernemer is.

Niet als werknemer in de zin van deze overeenkomst worden beschouwd: stagiaires; vakantiewerkers. Hieronder worden verstaan de werknemers die als regel dagonderwijs volgen en in de periode mei tot en met augustus voor maximaal 6 weken in dienst van een werkgever zijn.


4. Onder uitkeringsgerechtigden worden verstaan degenen, die een sociale verzekeringsuitkering ontvangen en bij werken als werknemer in de zin van lid 3 zouden moeten worden beschouwd.
5. Onder jeugdigen worden in deze regeling verstaan de werknemers die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt en nog niet de leeftijd waarvoor de lonen van de volwassen werknemers zijn vastgesteld.
6. Onder erkende algemene en erkende christelijke feestdagen worden verstaan:Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de Kerstdagen, Nieuwjaarsdag en Koninginnedag.
7. Onder garantieloon wordt verstaan: het loon waarop de werknemer krachtens artikel 18 per week of per uur recht kan doen gelden.
8. Onder ‘vast overeengekomen loon’ wordt verstaan: het onder lid 7 hiervoor genoemde garantieloon, vermeerderd met prestatietoeslag en eventueel diplomatoeslag, voorliedentoeslag en indien van toepassing de toeslag verschoven arbeidstijd.
9. Onder roostervrije dagen wordt verstaan: de in deze collectieve arbeidsovereenkomst toegekende dagen waarop door de arbeidsgeschikte werknemers geen arbeid wordt verricht en de werkgever aan de werknemer over die dagen het vast overeengekomen loon uitbetaalt en waarover de werkgever de verschuldigde premies en bijdragen afdraagt ingevolge de landelijke collectieve arbeidsovereenkomst voor de Afbouw inzake de bedrijfstak eigen regelingen.
10. Waar in deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesproken van Bedrijfschap wordt bedoeld het Bedrijfschap Afbouw, dan wel zijn rechtsvoorgangers en/of mogelijke rechtsopvolgers.
11. Een partner wordt gelijkgesteld aan de echtgenoot (echtgenote) indien wordt overlegd:

a. een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst;

b. een uittreksel uit het bevolkingsregister waaruit blijkt dat de werknemer en zijn partner ten minste
1,5 jaar op hetzelfde adres zijn ingeschreven.

Een wettelijk geregistreerde partner wordt altijd gelijk gesteld aan een echtgenoot (echtgenote).


12. Onder uta-personeel wordt verstaan: uitvoerend, technisch en administratief personeel zoals bedoeld in artikel 62 van deze cao..
13. Waar in deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesproken over A&O Services moet worden gelezen: het administratiekantoor van de bedrijfstakeigenregelingen voor de sector Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf.
14. Waar in deze overeenkomst wordt gesproken over Kenniscentrum Savantis, wordt bedoeld Savantis, het Vakcentrum Afbouw en Onderhoud, Presentatie en Communicatie – Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven, gevestigd te Waddinxveen.
15. Onder werkervaringsjaar wordt verstaan een periode van 12 maanden, waarin een werknemer meer dan 220 rechtdagen heeft opgebouwd.
16. Waar in deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesproken over cao inzake de bedrijfstak eigen regelingen, wordt bedoeld de Landelijke collectieve arbeidsovereenkomst voor de afbouw inzake de bedrijfstak eigen regelingen lopende van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013.

Artikel 2 Werkingssfeer
1. De bepalingen van deze cao zijn van toepassing op alle werkgevers, die werkzaamheden verrichten of doen verrichten in ondernemingen op het gebied van het Stukadoors, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf en op alle werknemers, werkzaam in de ondernemingen op het hiervoor genoemde gebied.
2. Onder stukadoors-afbouwbedrijf wordt verstaan het ten behoeve van derden verrichten of doen verrichten van werkzaamheden als:

a. het met de hand dan wel mechanisch verrichten van raapwerk aan wanden, plafonds of gevels met bijvoorbeeld de volgende materialen: kalk; zand; cement; natuurlijke en chemische handgipsen; natuurlijke en chemische spuitgipsen en alle andere soorten bindmiddelen;

b. het met de hand dan wel mechanisch verrichten van pleisterwerk aan wanden, plafonds of gevels met een samenstelling van bijvoorbeeld de volgende materialen: kalk; gips; bindmiddel op basis van kunstharsen; cement; krijtwit; marmermeel; kwartsmeel; cellulose; kunsthars; steenslag en soortgelijke toeslagen;

c. het met de hand dan wel mechanisch verrichten van schuurwerk aan wanden, plafonds of gevels met bijvoorbeeld de volgende materialen: fijn-zand; kalk; gips; cement; bindmiddel op basis van kunstharsen; krijtwit; marmermeel; kwartsmeel; cellulose; kunsthars; steenslag en soortgelijke toeslagen;

d. het met de hand dan wel mechanisch plaatsen dan wel aanbrengen van: gips- en cellenbeton-, kalkzandsteenblokken of elementen en ander soorten bouwblokken; alle soorten gipskartonplaten; stucanet; riet- of rietmatten; steengaas; ribbenstrekmateriaal; profielen; houtwol-cementplaten; kunststofschuimplaten; minerale en soortgelijke materialen die eventueel een ondergrond kunnen vormen voor verdere afwerking;

e. het met de hand dan wel mechanisch behandelen van plafonds, wanden, vloeren of gevels met een samenstelling van bijvoorbeeld de volgende materialen: kalk; natuurlijke of chemisch handgips; natuurlijke of chemisch spuitgips; zand en/of andere vulstoffen; gedolven, gebroken en/of gemalen steengruis; steen of kwartspoeder of soortgelijke materialen met cement, kalk, gips of andere bindmiddelen; marmermeel en/of soortgelijke vulstoffen met bindmiddelen;

f. het met de hand dan wel mechanisch behandelen van gevels met bijvoorbeeld de volgende materialen: kunststofschuimplaten; minerale dan wel mineraalgebonden platen; lijm; wapeningsweefsel en profielen; zand; cement; bindmiddelen;

g. het met de hand dan wel mechanisch behandelen dan wel herstellen van betonvlakken waarin al dan niet een wapening is opgenomen, met species bestaande uit cement of andere bindmiddelen en zand of andere vulstoffen, daaronder mede begrepen één of meer componenten kunststof reparatiespecies al dan niet onder toevoeging van andere stoffen;

h. het met de hand dan wel mechanisch vervaardigen of aanbrengen van ornamenten, lijstwerk of soortgelijke versieringen van bijvoorbeeld: gips; zand; cement; kalk; kunststof of soortgelijke materialen;

i. het met de hand dan wel mechanisch verrichten van wit-, saus-, silicaat- of soortgelijk werk;

j. het met de hand dan wel mechanisch verwerken dan wel herstellen van ondergronden met bijvoorbeeld de volgende materialen: cement; gips of andere bindmiddelen; zand of andere vulstoffen al dan niet onder toevoeging van andere stoffen;

k. het met de hand, mechanisch dan wel op enigerlei andere wijze plaatsen dan wel aanbrengen dan wel monteren – ter vervaardiging – van al dan niet vrijhangende systeemplafonds, systeemwanden, mobiele systeemwanden en/of (verhoogde) systeemvloeren, waarbij worden verwerkt metalen en/of minerale producten, kunststof of enigerlei ander materiaal, inclusief alle bijkomende werkzaamheden, zoals daar onder meer zijn het aanbrengen van een raamwerk dan wel bevestigingselementen, het aanbrengen van profielen/strips en het aanbrengen van armaturen;

l. bij ieder van de hiervoor onder a tot en met k genoemde materialen, dient te worden gelezen: dan wel elk ander materiaal, dat kan worden toegepast ook als dat een andere verwerkingsmethode tot gevolg heeft;

m. het vervaardigen van vloeren met cement of andere bindmiddelen en zand of andere vulstoffen al dan niet onder toevoeging van andere stoffen voorzover een en ander geschiedt in samenhang met het verrichten van de hiervoor onder a tot en met l beschreven handelingen;

n. het aanbrengen van: keramische en/of glazen en/of natuurstenen en/of kunststenen tegels; mineraal gebonden en/of kunststof gebonden producten, voorzover een en ander geschiedt in samenhang met het verrichten van de hiervoor onder a tot en met l beschreven handelingen;

o. het verrichten van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden van niet constructieve bouwkundige aard, die rechtstreeks voortvloeien uit, althans op gronden van praktische aard moeten worden beschouwd als nauw samen te hangen met, de hiervoor onder a tot en met l beschreven handelingen, indien de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden van niet constructieve bouwkundige aard een ondergeschikt bestanddeel vormen van de totale bedrijfsuitoefening in een bepaalde onderneming;

p. het al dan niet systeemmatig verwerken van riet of rietmatten dan wel houtwol-, gips-, gipskarton-, steenwol-, kunststofschuim- of soortgelijke platen tot een ondergrond voor raap-, pleister- of schuurwerk;

q. het stellen van steengaas, metaalgaas, kunststofgaas of soortgelijke pleisterdragers tot een ondergrond voor raap-, pleister- of schuurwerk;

r. het aanbrengen van raaplagen op wanden, muren en gevels;

s. het vertinnen van wanden, muren en gevels;

t. het vervaardigen van sgrafitto’s;

u. het vervaardigen van fresco’s;

v. het aanbrengen en/of het verwerken van stucmarmer;

w het aanbrengen en/of het verwerken van decoratieve pleisters.


3. Onder stukadoors-afbouwbedrijf wordt mede verstaan – voorzover na te melden werkzaamheden niet worden verricht in de uitoefening van het schilders- of behangersbedrijf in de op 1 januari 1966 gebruikelijke zin van het woord en voorts tenzij door een commissie, elke haar bevoegdheid ontleent aan het Bedrijfschap, de betreffende onderneming verklaard wordt niet onder het stukadoorsbedrijf te ressorteren, – het ten behoeve van derden aanbrengen van betonémaille of ander materiaal ter afwerking van pleisterlagen, zulks ongeacht de daarbij gebruikte methode.
4. Onder vloerenbedrijf wordt verstaan het ten behoeve van derden verrichten of doen verrichten van werkzaamheden als:

a. het vervaardigen of bewerken dan wel afwerken van vloeren door menging van grint, steenslag of zand of mengsels daarvan al dan niet met andere vulstoffen en/of vezels met cement of andere bindmiddelen en/of toeslagstoffen;

b. het monolithisch afwerken van vloeren door middel van het aanbrengen van een dunne pleisterlaag;

c. het vervaardigen of bewerken van vloeren door menging van korrels, poeder of vezelachtige vulstoffen hetzij van organische hetzij van anorganische aard met bindmiddelen dan wel componenten welke tezamen het bindmiddel vormen;

d. het in het werk uit een pasteuze of vloeibare massa vervaardigen en aanbrengen, of het bewerken van kunststof vloeren, slijtlagen, beschermlagen of andere afwerklagen al dan niet naadloos;

e. het prepareren, bewerken of afwerken van niet constructieve cementgeboden of kunststof vloeren door middel van vlinderen, frezen, stralen, schuren en/of andere soortgelijke werkzaamheden.


5. Onder terrazzobedrijf wordt verstaan het ten behoeve van derden verrichten of doen verrichten van werkzaamheden als:

a. het vervaardigen van kunstgraniet, terrazzo, sierbeton en andere soortgelijke door menging van zand, grind, steenslag (grof en gemalen) al dan niet uitsluitend met cement of andere bindmiddelen verkregen producten;

b. het bewerken en/of afwerken van terrazzoproducten en -vloeren met de bedoeling het oppervlak de beoogde structuur, samenstelling of gebruikseigenschappen te geven door middel van verdichten, slijpen, schuren, boucharderen, polijsten en/of soortgelijke werkzaamheden.
6. Hetgeen in de hoofdstukken 2 t/m 6, 8 en 9 van deze cao is bepaald, is niet van toepassing op uta-personeel. De overige hoofdstukken zijn van toepassing op het uta-personeel.

Artikel 2A Buitenlandse werknemers
1. In overeenstemming met het bepaalde in artikel 2 en met de Wet Arbeidsvoorwaarden Grensoverschrijdende Arbeid zijn verbindend verklaarde bepalingen van deze cao ten aanzien van:

- maximale werktijden en minimale rusttijden;

- minimum aantal vakantiedagen, gedurende welke de verplichting van de werkgever om loon te betalen bestaat;

- minimumlonen, daaronder begrepen vergoeding voor overwerk en daaronder niet begrepen aanvullende bedrijfspensioenregelingen;

- voorwaarden voor het ter beschikking stellen van werknemers, in het bijzonder voor uitzendbedrijven;

- gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk;

- beschermende maatregelen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van zwangere of pas bevallen vrouwen, kinderen en jongeren;

- gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede andere bepalingen inzake niet-discriminatie;

van toepassing op ter beschikking gestelde werknemers, die in het kader van een transnationale dienstverrichting tijdelijk in Nederland werkzaamheden verrichten en waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beheerst door ander recht dan het Nederlandse recht.
2. De toepassing van dit artikel zal wijken indien het recht van de lidstaat dat de arbeidsovereenkomst beheerst een gelijkwaardige of betere bescherming biedt aan de werknemer met betrekking tot genoemde cao-bepalingen en de additionele gelding van dit artikel de gelijke concurrentiepositie van buitenlandse ondernemingen zou verstoren.
3. Werknemers die tijdelijk in Nederland werken van wie de arbeidsovereenkomst wordt beheerst door een ander recht dan uit een van de lidstaten van de EU en de EER, vallen integraal onder deze cao.
4. In bijlage 15 bij deze cao worden de van toepassing zijnde bepalingen weergegeven.

Artikel 2B Uitzendarbeid
1. De bepalingen van deze overeenkomst zijn tevens van toepassing op alle uitzendwerknemers die ter beschikking worden gesteld aan een werkgever als bedoeld in artikel 1 door een uitzendonderneming die voor meer dan 50% van de loonsom uitzendt naar werkgevers als bedoeld in artikel 2 lid 1.
2. Met ingang van 1 juli 2010 mogen ondernemingen bij de inleen van uitzendkrachten alleen nog gebruik maken van uitzendbureaus met een NEN-certificaat. Voor in Nederland gevestigde bureaus is dit NEN-4400-I; voor in het buitenland gevestigde bureaus NEN-4400-II.

Artikel 3 Onderaanneming
1. De werkgever is verplicht in overeenkomsten van onderaanneming met zelfstandige ondernemers met personeel, die als werkgever in de zin van deze cao optreden, te bedingen dat zij de bepalingen van deze cao zullen naleven en op de door hen af te sluiten individuele arbeidsovereenkomsten van toepassing zullen verklaren.

Uitbesteding van werkzaamheden aan andere werkgevers is uitsluitend toegestaan indien deze alle premies voor de zogenoemde ‘bedrijfstak-eigenregelingen’ afdragen aan de fondsen die daarvoor bij deze cao worden aangewezen. Deze verplichting geldt niet indien op de werknemer een andere cao van toepassing is.


2. Vervallen.
3. Bij inlening van personeel zijn zowel de inlenende als de uitlenende werkgever hoofdelijk aansprakelijk voor het nakomen van de uit de cao Afbouw voortvloeiende verplichtingen.

Artikel 4 Duur van de overeenkomst
Deze cao geldt van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012, zulks met inachtneming van het in de artikelen 5 en 6 bepaalde.

Artikel 5 Beëindiging van de overeenkomst
Indien de overeenkomst niet ten minste drie maanden voor de afloopdatum door één der partijen is opgezegd, wordt zij geacht stilzwijgend voor de duur van een jaar te zijn verlengd.

Artikel 6 Vernieuwing van de overeenkomst
Voorstellen tot het aangaan van een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst worden ter kennis gebracht aan ieder der deelnemende organisaties. Partijen zijn verplicht zo spoedig mogelijk in onderhandeling te treden over de ingediende voorstellen.

Artikel 7 Verplichtingen van werkgevers- en werknemersorganisaties
1. Werkgevers- en werknemersorganisaties verbinden zich hun volle medewerking te zullen verlenen aan de naleving der bepalingen van deze cao en de volle aansprakelijkheid te zullen aanvaarden voor alle handelingen ter uitvoering der door hen genomen beslissingen, waardoor inbreuk wordt gemaakt op de bepalingen van deze cao.
2. Zij verbinden zich voorts de nodige maatregelen ten aanzien van hun leden te zullen nemen, teneinde de naleving van deze cao te bevorderen en hun leden aan te spreken indien de cao niet wordt nagekomen.
3. De werknemersorganisaties verbinden zich gedurende de tijd, dat de bepalingen van deze cao van kracht zijn, bij leden van de deelnemende werkgeversorganisaties of hun onderaannemers, voor zover deze op hun bouwwerken onderdelen uitvoeren, geen acties te voeren en geen stakingen toe te passen welke beogen wijziging te brengen in deze overeenkomst, noch werkgevers en werknemers die daartoe mochten overgaan, te steunen.
4. Voor zover een staking op grond van het bepaalde in lid 3 niet uitgesloten is en die een aangelegenheid betreft welke uitsluitend de bedrijfstak of onderneming aangaat, zal eerst getracht worden via overleg tussen partijen bij deze cao een oplossing te vinden.
5. De werkgeversorganisaties verbinden zich voor de duur van deze cao geen uitsluiting op de leden van de deelnemende werknemers organisaties toe te passen noch steun te verlenen, wanneer een of meer van hun leden daartoe mocht(en) overgaan.
6. Partijen bij deze cao verbinden zich te werken aan de ontwikkeling van een beleid, dat in het arbeidsproces gelijke kansen biedt aan ieder, ongeacht sekse, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, godsdienst, huidskleur, ras of etnische afkomst, nationaliteit en politieke keuze.

Dit principe is van toepassing op alle arbeidsvoorwaarden met uitzondering van specifieke beschermende wettelijke bepalingen met betrekking tot bepaalde groepen. Partijen komen overeen regelmatig de toepassing van dit gelijke-kansen-beleid aan een evaluatie te onderwerpen.



Artikel 8
Vervallen.

Artikel 9 Dispensaties
Door cao-partijen kan dispensatie worden verleend, inhoudende afwijkingen van één of meerdere bepalingen, respectievelijk een algehele dispensatie van deze overeenkomst. De dispensatie dient te worden aangevraagd bij de secretaris van Cao-partijen Afbouw, Mauritskade 27, 2514 HD Den Haag. Hierbij dient duidelijk aangegeven en met redenen omkleed op welk cao-artikel dispensatie verleend dient te worden.

Hoofdstuk 2

De individuele arbeidsovereenkomst
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het uta-personeel.

Artikel 10 Algemene verplichtingen van de werkgevers en werknemers
1. De door de leden der deelnemende werkgevers- en werknemersorganisaties te sluiten individuele arbeidsovereenkomst mag geen bepalingen bevatten, welke strijdig zijn met deze cao.
2. De werkgever verstrekt een schriftelijke arbeidsovereenkomst aan de werknemer.
3. Een individuele arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Afwijking hiervan moet schriftelijk tussen werkgever en werknemer worden overeengekomen.
5. Wanneer een proeftijd tussen werkgever en werknemer wordt overeengekomen dient deze schriftelijk te worden vastgesteld. Een dergelijke proeftijd bedraagt:

- maximaal één maand voor arbeidsovereenkomsten korter dan of gelijk aan één jaar;

- maximaal twee maanden bij arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd dan wel arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met een looptijd van meer dan één jaar.
6. a. Conform de wettelijke systematiek van artikel 7:668a BW kunnen werkgever en werknemer driemaal achter elkaar een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangaan, waarbij ook de derde overeenkomst van rechtswege eindigt, mits de totale duur niet langer is dan 36 maanden.

b. Conform artikel 7:668a BW mogen werkgever en werknemer na het verstrijken van een periode van drie maanden na beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wederom een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangaan.


8. a. Indien een onderneming met minimaal 20 personeelsleden 25% of meer van haar personeelsleden in een andere functie wil indelen, dienen de bij deze cao betrokken vakbonden geïnformeerd te worden indien en zodra zich problemen voordoen over de indeling in een andere functie.

b. Indien een werknemer als gevolg van technologische vernieuwingen in een andere functie wordt ingedeeld dan wel zijn functie-inhoud een ingrijpende wijziging ondergaat heeft de werknemer recht op minimaal handhaving van zijn functieniveau en beloningsniveau.

c. Indien als gevolg van de gewijzigde functie dan wel gewijzigde functie-inhoud bij-, her- of omscholing vereist is, dient de werknemer hiervoor qua tijd en kosten in de gelegenheid te worden gesteld.
9. Het is de werkgever verboden te discrimineren op basis van leeftijd bij aanname en ontslag van werknemers.

Artikel 11 Beëindiging van de arbeidsovereenkomst
1. Ten aanzien van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen van het Burgerlijke Wetboek van toepassing, met inachtneming van de navolgende bepalingen.
2. Vervallen.
3. De opzegging van het dienstverband geschiedt tegen het einde van de betalingsperiode, tenzij bij schriftelijke overeenkomst of door het gebruik een andere dag daarvoor is aangewezen, en kan uitsluitend schriftelijk gebeuren tegen afgifte van een ontvangstbewijs.
4. Wanneer de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd na verkregen vergunning van de directeur van het UWV WERKbedrijf wordt de opzegtermijn verminderd met zoveel loonweken als zijn verlopen tussen de datum van de aanvraag van de ontslagvergunning bij het UWV WERKbedrijf en de datum van ontvangst van deze vergunning, waarbij weken van arbeidsongeschiktheid tot een maximum van vier weken in mindering worden gebracht, met dien verstande, dat steeds een opzegtermijn van ten minste één maand in acht dient te worden genomen. Van de aanvraag tot vergunning om ontslag ontvangt de werknemer gelijktijdig een aangetekende schriftelijke kennisgeving van de werkgever.
5. Vervallen.
6. a. Conform artikel 7:672 BW bedraagt de door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging bij een arbeidsovereenkomst die op de dag van opzegging

- korter dan vijf jaar heeft geduurd en zolang hij bij dezelfde werkgever in dienst is gebleven: één maand;

- vijf jaar of langer, maar korter dan tien jaar heeft geduurd: twee maanden;

- tien jaar of langer, maar korter dan vijftien jaar heeft geduurd: drie maanden;

- vijftien jaar of langer heeft geduurd: vier maanden.

Werknemers die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder zijn, hebben, indien het dienstverband ten minste vijf jaar heeft geduurd en zolang zij bij dezelfde werkgever in dienst zijn gebleven, recht op ten minste de wettelijke opzegtermijnen zoals weergegeven in dit artikel, tenzij er op basis van bijlage 3 van deze cao recht bestaat op een langere opzegtermijn.

Werknemers van 65 jaar en ouder hebben recht op ten minste de wettelijke opzegtermijnen zoals weergegeven in dit artikel, tenzij er op basis van bijlage 3 van deze cao recht bestaat op een langere opzegtermijn.

b. De door de werknemer in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt één maand.


7. In afwijking van het bepaalde in lid 6, sub a geldt voor chauffeurs die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder zijn niet de voorwaarde dat het dienstverband ten minste vijf jaar heeft geduurd.
8. In afwijking van artikel 7:670 lid 1 BW, waarin is bepaald dat de werkgever niet kan opzeggen gedurende de tijd dat een werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, tenzij de ongeschiktheid ten minste twee jaar heeft geduurd, kan de werkgever het dienstverband wel opzeggen, met inachtneming van de krachtens dit artikel vigerende opzegtermijnen, indien er tijdens de bedoelde ongeschiktheid op het object waar de werknemer vóór de aanvang van de ongeschiktheid werkzaamheden heeft verricht geen werk voor hem meer voorhanden is.

Een dienstverband dat aldus is opgezegd, eindigt niet indien de werknemer op de laatste dag van de opzegtermijn ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid in de zin van artikel 7:670 lid 2 BW. Het dienstverband eindigt in dat geval – zonder dat herhaalde opzegging vereist is – eerst op de dag dat de werknemer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid in de zin van artikel 7:670 lid 1 BW.


8a. Conform artikel 7:670 lid 1 van BW bepaalde, mag de werkgever het dienstverband wel beëindigen, met inachtneming van de daarvoor geldende voorschriften, indien de aanvraag tot afgifte van de ontslagvergunning door het UWV WERKbedrijf is ingediend, voordat de ziekte van de werknemer is ingetreden.
9. Bij arbeidsverhindering door vorst of een daarmede in het Vorstuitkeringsreglement genoemd in artikel 27 van de cao gelijkgestelde omstandigheid kan de arbeidsovereenkomst beëindigd worden op grond van gewichtige redenen ex artikel 7:685 BW, dan wel indien daartoe een dringende reden als bedoeld in artikel 7: 678 BW aanwezig is.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina