Lassen-constructie derde graad bso



Dovnload 230.54 Kb.
Pagina3/4
Datum20.08.2016
Grootte230.54 Kb.
1   2   3   4

  • Krachten

    LEERPLANDOELSTELLINGEN

    LEERINHOUDEN

    1. Aan de hand van voorbeelden, de invloed van inwerkende krachten op een lasconstructie met eigen woorden toelichten.

    • Uitwendige krachten (belastingen)

    • Verbinding van constructie-element met zijn omgeving

    • Inwendige spanning

    • Soorten belasting

    • Evenwicht van krachten en momenten

    • Evenwichtsvoorwaarden




    1. In te construeren constructie(s) en onderdelen de wijze waarop stabiliteitsvoorzieningen worden aangebracht met eigen woorden uitleggen.






  • Materialen

    LEERPLANDOELSTELLINGEN

    LEERINHOUDEN

    1. Aan de hand van catalogi, de elementen die een invloed hebben op de mechanische verwerkbaarheid en lasbaarheid van verschillende staalsoorten, met eigen woorden toelichten.

    • Legeringelementen

    • Staal

    • Soorten roestvast staal

    • Verwerkbaarheid

    • Lasbaarheid




    1. Aan de hand van catalogi, de elementen die een invloed hebben op de mechanische verwerkbaarheid en lasbaarheid van aluminiumlegeringen, met eigen woorden toelichten.

    • Legeringelementen

    • Soorten

    • Verwerkbaarheid

    • Lasbaarheid




    1. De verschillende vormen van corrosie met eigen woorden toelichten.






    1. Het warmteverloop van het smeltbad bij het lassen toelichten.

    • Smeltzone

    • Warmte beïnvloede zone

    • Niet beïnvloede zone






    1. De invloed van temperatuur, overgangstemperaturen en afkoelsnelheid op de materiaalstructuur van de te lassen constructie-elementen en de lasnaden met eigen woorden toelichten.

    • Invloedsfactoren

    • Temperatuur

    • Afkoelsnelheid

    • Voorverwarmen

    • Lasnaadkenmerken

    • Materiaal

    • Scheurvorming




  • Plaatbewerkingstechnieken en- machines

    1. Aan de hand van een technische documentatie de werking van machines om platen en profielen op maat en vorm te brengen, toelichten.

    • Algemeen

    • Positionering, aanslagen

    • Plaatverdeling, nesten

    • Klemming werkstukken

    • Werkingsprincipe

    • Thermisch

    • Mechanisch

    1. Aan de hand van een technische handleiding, de werking van conventionele plooi- en buigwerktuigen toelichten.



    1. Het plooi- en buigproces bij platen en profielen met eigen woorden toelichten.

    • Buigproces

    • Buigtechnieken

    • Plooitechnieken

    • Buigstraal

    • Neutrale lijn

    • Gestrekte lengte

    • Terugvering

    • Plooihoek, plaatdikte, vervormingversteviging

    • Plooikracht

    • Ligging gaten

    • Plooivolgorde

    1. Aan de hand van de machinemap van de computergestuurde plaatbewerkingswerktuigmachines de werking, besturingsysteem en de bediening toelichten.

    • Besturingssystemen

    • Coördinatenstelsels

    • Verplaatsingen bewegingsassen

    • Gereedschaps- en werkstukverplaatsingen

    • Plooibank

    • Snijmachine (U)

    • Ponsmachine (U)

    • Referentiepunten – nulpunten

    • Machinereferentiepunt

    • Machinenulpunt

    • Werkstuknulpunt

    • Programmanulpunt

    • Gereedschapswisselpunt (U)

    1. Een computergestuurde plaatbewerkingswerktuigmachine instellen, bedienen en het lopend productieproces bijsturen.

    • Computergestuurde werktuigmachines

    • Plooibank

    • Ponsmachine (U)

    • Snijmachine (U)

    • Instellen

    • Inlezen/ingeven programma

    • Gereedschapsgegevens

    • Nulpuntbepaling

    • Aanslagen

    • Bedienen

    • Plooibank



    • Bijsturen productieproces

  • Montage en kringen

    LEERPLANDOELSTELLINGEN

      LEERINHOUDEN

    1. De plaats (bestaande toestand) waar gelaste constructies moeten geplaatst worden, opmeten, deze schetsmatig optekenen en de bijzonderheden noteren.

    2. Volgens ter beschikking gestelde uitvoeringstekeningen, de uitzetwerkzaamheden voor de plaatsing van een gelaste constructie verrichten.

    • Bestaande toestand

    • Uitvoeringstekeningen

    • Opmeten en uitzetten van punten in plattegrond

    • Controlemetingen

    • Hulpmiddelen en gereedschap

    • Materialiseren van de uitzetpunten

    • Uitzettechnieken, -gereedschap

    • Uitlijntechnieken, -gereedschap

    1. Volgens verstrekte richtlijnen en uitvoeringsplannen van een plaat- en lasconstructie, met geschikt gereedschap, referentiepunten, -lijnen en meetkundige constructies uitzetten en traceren.

    • Referentievlakken, -lijnen en -punten

    • Materialiseren van de uitzetpunten

    • Meetkundige constructies

    • Uitzettechnieken

    • Uitzetgereedschap

    • Traceertechnieken

    1. De elementen van een stroomkring herkennen

    • Spanning

    • Stroomsterkte

    • Stroomkring

    • Stroombron

    • Schakelaar

    • Geleider

    • Verbruiker

    • Symbolische voorstellingen

    • Elektrische grootheden

    • Eenheden

    • Magnetische stroomkring (transfo)

    • Gelijkstroom – wisselstroom

  • Lasconstructies uitvoeringen en voorbereidingen

    LEERPLANDOELSTELLINGEN

      LEERINHOUDEN

    1. Volgens verstrekte richtlijnen en uitvoeringsplannen, constructieonderdelen voorbereiden.

    • Zaag-, knip- en plooilijsten

    • Verdeeltechnieken

    • Voorbereidende bewerkingen

    1. De nabewerkingmethoden van constructies met eigen woorden toelichten.

    2. In functie van de opgelegde nabewerking van een constructie, de nodige voorbereidende werkzaamheden uitvoeren.

    • Nabewerking

    • Nat lakken

    • Poederlakken

    • Metalliseren

    • Galvaniseren/Verzinken

    • Stralen

    • Polieren

    • Beitsen/passiveren (U)

    • Boringen in profielbuizen

    • Extra ophangingpunten

    1. Volgens verstrekte richtlijnen en uitvoeringsplannen, de constructieonderdelen, ten opzichte van elkaar, positioneren en bewegingsvrij bevestigen, controlemetingen en eventuele aanpassingen uitvoeren.

    • Positioneertechnieken

    • Bevestigingstechnieken

    • Hulpmiddelen

    • Mallen

    • Laskaliber

    • Klemmen

    • Bruggen en spieën

    • Magneten

    • Hechtlassen

    • Afmetingen

    • Onderlinge afstand, aantallen

    • Volgorde




    1. Het principe van het lasprocedé 111 (1) met eigen woorden toelichten.

    • Lastoestellen en toebehoren

    1. Bij het lasprocedé 111 de invloed van de in te stellen procesvariabelen met eigen woorden uitleggen.

    • Procesvariabelen

    1. De functie en de kenmerken van de lastoestellen en toebehoren met eigen woorden uitleggen.



    1. Bij het gebruik van het lasprocedé 111, voor het leggen van de diverse soorten lassen, een geschikte elektrode kiezen en de keuze verantwoorden.

    • Elektrodekeuze

    1. Het toepassingsgebied en de kenmerken van het lasprocedé 111 met eigen woorden uitleggen.

    • Toepassingsgebied

    • Kenmerken

    1. Bij het lasprocedé 131 (2) en 135 (3) de invloed van de procesvariabelen met eigen woorden uitleggen.

    • Procesvariabelen

    1. Het principe van het lasprocedé 131 en 135 met eigen woorden toelichten.

    • Lastoestel en toebehoren

    1. Bij het lasprocedé 131 en 135 de functie van de beschermingsgassen met eigen woorden uitleggen en de daarbij behorende kleurcodes kennen.

    • Beschermingsgassen

    1. De functie en de kenmerken van de lastoestellen en toebehoren met eigen woorden uitleggen.



    1. Bij het gebruik van het lasprocedé 131 en 135 geschikte lasdraden kiezen en de keuze verantwoorden.

    • Lasdraden

    1. Het toepassingsgebied en de kenmerken van het lasprocedé 131 en 135 met eigen woorden uitleggen.

    • Toepassingsgebied

    • Kenmerken

    1. Het principe van het lasprocedé 141 met eigen woorden toelichten.

    • Toestel en toebehoren

    1. Van het lasprocedé 141 de invloed van de in te stellen procesvariabelen met eigen woorden uitleggen.

    • Procesvariabelen

    1. De functie en de kenmerken van de lastoestellen en toebehoren met eigen woorden uitleggen.

    • Beschermingsgassen

    1. Bij het gebruik van het lasprocedé 141, voor het leggen van de diverse soorten lassen, een geschikte elektrode (draadkeuze) kiezen en de keuze verantwoorden.



    1. Het toepassingsgebied en de kenmerken van het lasprocedé 141 met eigen woorden uitleggen.

    • Toepassingsgebied

    • Kenmerken

    1. Bij het leggen van lassen, de oorzaken en de gevolgen van de krimpwerking met eigen woorden uitleggen.

    2. De mogelijk te treffen maatregelen, om de gevolgen van de krimpwerking tot aanvaardbare proporties te brengen, met eigen woorden uitleggen.

    • Krimpwerking bij lassen

    1. De karakteristieke kenmerken van de soorten lasnaadvormen met eigen woorden uitleggen.

    • Soorten

    • Niet stompe las (hoeklas met niet volledige doorlassing)

    • Stompe las

    • Voorbereiding

    • Vlakken

    • Hoeken

    • Afmetingen van de lasnaad

    • Kenmerken

    • Geometrie

    • Inbranding

    • Doorlassen

    1. Lasnaadvormen volgens verstrekte richtlijnen en geldende normen voorbereiden.



    1. Het lastoestel instellen en bedienen in relatie tot de uit te voeren las.

    • Lastoestellen

    • Instellen

    • Bedienen

    • Lasparameters

    1. Bij het uitvoeren van lasverbindingen het smeltbad beheersen.



    1. Hoeknaadlassen in verschillende posities volgens het lasprocedé 111, in overeenstemming met de vigerende normering, uitvoeren.



    1. Hoeknaadlassen bij aluminium in verschillende posities volgens het lasprocedé 131, in overeenstemming met de vigerende normering, uitvoeren. (U)



    1. Hoeknaadlassen volgens het lasprocedé 135, in overeenstemming met de vigerende normering, uitvoeren.



    1. Hoeknaadlassen in verschillende posities bij verschillende materialen volgens het lasprocedé 141, in overeenstemming met de vigerende normering, uitvoeren.(U)



    1. Plaatnaadlassen volgens het lasprocedé 111, in overeenstemming met de vigerende normering, uitvoeren.



    1. Plaatnaadlas bij aluminium volgens het lasprocedé 131, in overeenstemming met de vigerende normering, uitvoeren.(U)



    1. Plaatnaadlassen volgens het lasprocedé 135, in overeenstemming met de vigerende normering, uitvoeren.



    1. Plaatnaadlassen in verschillende posities bij verschillende materialen volgens het lasprocedé 141, in overeenstemming met de vigerende normering, uitvoeren.(U)



    1. Aan de hand van een constructietekening een werkvoorbereiding opstellen en met eigen woorden toelichten.

    • Plaatconstructie

    • Lasconstructie

    1. Bij een gegeven opgave, aan de hand van verstrekte richtlijnen en uitvoeringsplannen, plaatconstructies vervaardigen.



    1. Aan de hand van verstrekte richtlijnen en uitvoeringsplannen, lasconstructies vervaardigen.



    1. Volgens verstrekte richtlijnen nabewerkingen aan lasnaden uitvoeren.



    1. Bij het uitvoeren van lasverbindingen, de verstrekte richtlijnen om de krimpwerking en vervorming te beperken, opvolgen.

    • Te treffen maatregelen

    • Te lassen stukken klemmen.

    • De opgelegde hechtvolgorde respecteren.

    • De opgelegde lasvolgorde respecteren.

    • Het aanbrengen van een voorhoek.

    • Het aanbrengen van een voorbocht.

    • Lasnaden onderbreken

    1. Mechanische- en thermische richtmethoden met eigen woorden toelichten.



    1. Volgens verstrekte richtlijnen, instructiekaarten en bedieningshandleidingen, machines, lastoestellen en gereedschappen onderhouden.

    • Machines

    • Gereedschappen

    • Gereedschapswisselingen

    • Het instellen

    • Het gebruik

    • Het onderhoud

    • Instructiekaarten en bedieningshandleidingen

      1. Doelstellingen te realiseren via stages

        De leerlingen kunnen via stages met de bedrijfscultuur kennismaken.



        LEERPLANDOELSTELLINGEN

        LEERINHOUDEN

        1. Contacten leggen, communiceren en afspraken maken met bedrijfsleiders.



        • Solliciteren(U)

        • Contractuele afspraken



        • Werkuren



        • Verplaatsing



        • Veiligheid en kledij

        1. Met de bedrijfscultuur en –organisatie van een las- en constructiebedrijf kennismaken.

        2. De eisen die de bedrijven aan de werk nemers stellen zelf ervaren.

        3. De wijze waarop in een bedrijfscontext aspecten van preventie en welzijn worden behartigd en richtlijnen worden verstrekt, ervaren en deze richtlijnen naleven.

        4. De noodzaak van de kennis van basis veiligheid op de bedrijfsvloer ervaren.

        • Bedrijfscultuur



        • Bedrijfsorganisatie



        • Gestelde eisen aan werknemers



        • Arbeidsritme



        • Rendement en efficiëntie



        • Naleven van de bedrijfsrichtlijnen en voorschriften



        • Flexibiliteit



        • Preventie en Welzijnsrichtlijnen



        1. Met werkgevers en werknemers leren samenwerken.

        • Teamwerk

        1. De in de school verworven competenties in een reële arbeidssituatie toepassen.

        2. Met competenties, die slechts in een bedrijfscontext kunnen worden ver- worven, kennismaken.

        • Verworven competenties inoefenen in reële arbeidssituatie

        • Kennismaken met specifieke bedrijfscompetenties

        1. Zich in een methodische en procesmati- ge werking van een bedrijf inpassen.

        • Methodische en procesmatige werking van het bedrijf

        1. Eigen mogelijkheden ontdekken en mo- gelijkheden van opleiding en bijscholing met eigen woorden uitleggen.


  • 1   2   3   4


    De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
    stuur bericht

        Hoofdpagina