Learn for life



Dovnload 48.06 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte48.06 Kb.


LEARN FOR LIFE

Beeld van het tweede rondetafelgesprek over een leven lang leren








Jumbo Klercq

Tweede rondetafelgesprek over een Leven Lang Leren

7 maart 2012

Aanwezigen: Jaap van Lakerveld (Plato), Theo van Dellen (RUG), Ina den Hollander (CINOP), Dennis Wacht (Europees Platform), Lourina de Voogd (SIOB), Henk Hijink (Learn for Life), Dinie Goezinne (Learn for Life), Learn for Life (Lidwien Vos de Wael), Klaas Bijleveld (Learn for Life), Norbert Kuijpers (Learn for Life), Rick de Rijk (VETRON)

Verhinderd: Ria van ’t Klooster (NRTO), Mieke de Haan (MBO-Raad), Marissa van der Valk ( Europees Platform), Maurice de Greef (Arteduc), Joop Kools ( Socratisch Cafe Utrecht),Ben Janssen (Open Universiteit), Henny Ketelaar (Spectrum)
Niemand wil blijven steken in het bekritiseren van een falend want grotendeels afwezig overheidsbeleid. Het is aan onszelf als spelers in het veld om te laten zien waar we voor staan en hoe we van daaruit nieuwe initiatieven kunnen ontplooien. Er is geen trainer of coach die ons voorgat, we moeten het samen doen. Dat was de uitkomst van het eerste rondetafelgesprek op 12 september 2011.

Het resultaat: een nieuw discussiekader Een nieuw leven voor een leven lang leren.

Op 7 maart 2012 vond het tweede rondetafelgesprek plaats, waar aan de hand van een rondje actuele ontwikkelingen en nadere studies naar onze professionaliteit (met dank aan Ina den Hollander, Jaap van Lakerveld en Theo van Dellen) met elkaar verder praten en proberen te analyseren

wat de nieuwe ontwikkelingen, zoals een terugtredende landelijke overheid en lokale overheden die drastisch moeten bezuinigen, voor ons betekenen, welke problemen zich gaan voordoen, welke kansen daar wellicht weer uit te creëren zijn en wat voor actieplan daarop mogelijk te ontwikkelen is.


Er is geen echt verslag opgemaakt van 7 maart , maar ik heb op basis van mijn aantekeningen het beeld geconstrueerd zoals dat op het voorblad van deze notitie prijkt.:
In deze notitie lichten wij dit plaatje verder toe, mede gebaseerd op impressies uit de rondetafelgesprek op 7 maart en aanvullende informatie uit de tijd daarna.
Centraal in de discussie staat het thema professionaliteit en beleid, zoals we dat al eerder met elkaar vaststelden. Op dit terrein zijn recentelijk diverse onderzoeken gedaan of nog lopend. Dit vraagt om nadere uitwisseling, afstemming en een vertaling naar zowel het beleid als de beroepspraktijk.
Deze professionaliteit bevindt zich tussen twee uiteenlopende polen: aan de ene kant ervaring als de maatschappelijke component en aan de andere kant de empirische wetenschap van evalueren, meten (van effecten) en valideren. Professionals aan deze zijde communiceren moeizaam met professionals aan gene zijde. Ook is er een kloof tussen theorie en praktijk, tussen formeel en non-formeel, tussen oud en jong en tussen beleidsmakers en werkers in het veld..
Tegelijkertijd zien we educatie als gevolg van bezuinigingen en gewijzigd beleid op veel punten uit het zicht verdwijnen, terwijl op Europees niveau met op de achtergrond de financiële crisis de agenda, het beleid en het nieuwe stimuleringsprogramma 2014-2020 in de steigers gezet wordt. En in ons eigen land zien we dat de aandacht nadrukkelijk (en soms wat eenzijdig) is komen te liggen op het opheffen van laaggeletterdheid en het stimuleren van basisvaardigheden.
Niet alleen ons land, maar ook op Europees niveau zien de aandacht voor competence development (European reference framework for key competencies) weer verschuiven naar het aanleren en updaten van skills. Bij projecten verschuift de aandacht van proces naar (eind)producten. Tenslotte zien we ook een verschuiving van aandacht voor het collectieve bewustzijn en maatschappelijke leerprocessen en –ervaringen naar wat dat betekent voor het individu (persoonlijke leereffecten).
Deze notitie brengt deze ontwikkelingen in beeld en licht ze, mede vanuit impressies van het gesprek op 7maart nader toe, en hoopt daarmee een aanzet te geven tot een diepgaandere analyse naar de samenhang tussen deze ogenschijnlijk op zich staande ontwikkelingen. Hiermee is tevens het doel van de rondetafelgesprekken, zoals Learn for Life die tot nog toe georganiseerd heeft, nog eens puntig geherformuleerd.
Professionaliteit en beleid

Centraal in de discussie staat “professionaliteit en beleid” – dat is wat ons bindt als deelnemers in dit gesprek en dat thema is tevens object van diverse onderzoeksprojecten:




  • Qf2TEACH, Qualified to teach project (Theo van Dellen, RUG,2011), een LeonardodaVinci-project, een zogenaamde Delphi-studie in acht Europese landen naar de bekwaamheid of competentie van professionals die leren van volwassenen faciliteren. In het Handboek Effectief Opleiden is hierover een artikel van zijn hand verschenen.




  • CINOP (Ina den Hollander) doet in opdracht van OCW mede n.a.v. het Aanvalsplan Laaggeletterdheid onderzoek naar rollen, taken en competenties van vrijwilligers in educatieve trajecten. Verder is er aandacht voor de ontwikkelingen rond het Nederlandse kwalificatiekader NLQF en de kwaliteit van de volwasseneneducatie. Er worden nieuwe standaarden voor de volwasseneneducatie (NT, Basisvaardigheden, Rekenen) ontwikkeld die medio 2012 moeten leiden tot eindtermen (gericht op NLQF) – vooruitlopend op de nieuwe wet op VE die in voorbereiding voor 2013.




  • ALPINE, Adult Learning Professions In Europe, Research en Beleid (Jaap van Lakerveld), een tender uitgeschreven door de Europese Commissie, gericht op het geheel van beroepen in de niet-beroepsgerichte volwasseneneducatie in de 27 lidstaten van de EU Member States, de EFTA-landen (Noorwegen, IJsland, en Liechtenstein), en twee van de drie kandidaat-landen (Turkije en Kroatië).

De belangstelling voor professionaliteit in de zin van vakmanschap komt ook tot uitdrukking in het recentelijk bij CINOP verschenen essay “Meesterschap – van gildebaas naar eigentijds toptalent” van Tjeu Cornet, die ingaat op de historische betekenis van meesterschap, de bijdrage van beroepsoplei-dingen aan vakmanschap en het belang van excellent presteren voor vakmensen en de samenleving.

Er is momenteel een sterke focus op kennis, in de zin van basiskennis en prestaties, vastgelegd in portfolio’s prestaties. Hier zit ook een link met het onderzoek van Maurice de Greef.
Er is behoefte inhoud , opzet, en uitkomsten van deze onderzoeken nader op elkaar af te stemmen en te vertalen zowel naar het beleid als naar de beroepspraktijk zelf. Learn for Life wil hiervoor een podium blijven bieden en experts vanuit uiteenlopende invalshoeken werkzaam binnen de volwasseneneducatie met elkaar in contact brengen. De onderlinge vervlechtingen en afhankelijkheden van de huidige aanwezige initiatieven vraagt om een andere benadering met een nieuw platform waarin ´algemeen belang van het leren van volwassenen zelf´ de kern moet zijn
Meten is weten

In het kader van aandacht voor kwaliteit en verantwoording is er een toenemende vraag naar evidence based praktijken. Al in 2006 adviseerde de Onderwijsraad een gefaseerde overgang naar meer evidence-based onderwijs: “Onderzoek kan een betrouwbaar oordeel leveren over de geschiktheid van methoden en aanpakken, en zo het voortduren van ideologische discussies en ‘trial and error’ voorkomen. Niet voor niets groeit binnen en buiten het onderwijs het draagvlak voor evidence based werken. In de gezondheidszorg bijvoorbeeld is er op dit gebied een duidelijke traditie. Die komt vooral voort uit de aandacht voor kwaliteitsverbetering, maar ook uit het streven naar doelmatigheid. In de jeugdzorg zijn er diverse initiatieven om ook dit werkveld meer evidence based te maken. In het onderwijs in het buitenland krijgt de evidence based benadering op verschillende plaatsen voet aan de grond, vooral in de Angelsaksische landen”.



Sindsdien is er vooral bij de overheid, gevolgd door andere stakeholders, veel belangstelling voor evaluaties en effectmetingen, het borgen en valideren van beproefde methodieken en praktijken. Maar ook voor allerhande andere kwantitatieve en kwalitatieve gegevens.

Een mooi voorbeeld is de CINOP-rapportage Leven lang leren 2011-2012. In dit rapport wordt de verbinding gemaakt tussen Leven Lang Leren en EVC. Het rapport geeft inzicht in de bekendheid, penetratie en behoefte van Leven Lang Leren en EVC. Het onderzoek is uitgevoerd door NIDAP in opdracht van CINOP. EVC is al meerdere jaren onderdeel van het NIDAP onderzoek over de bestedingen aan bedrijfsopleidingen en –trainingen in Nederland. Uit deze rapportage blijkt het percentage van organisaties en bedrijven die bekend zijn met een leven lang leren niet of nauwelijks zijn toegenomen ten opzichte van 2010. 23% heeft er wel eens van gehoord, bij 12 % is het nauwelijks bekend en bij14%0 is het totaal onbekend. Een leven lang leren wordt vooral gezien in relatie tot loopbaanontwikkeling en arbeidsmobiliteit. De leercultuur bij twee/derde van de organisaties is gericht op de huidige functies en directe werkzaamheden van het personeel.

Ook de Vetron meldt een grote behoefte aan het inzichtelijk maken van het resultaat van opleiden, trainen en coachen. Bedrijven zijn hier allemaal op één of andere manier mee bezig zijn, maar er is gebrek aan meetinstrumenten die werkelijk het resultaat van opleidingen meten.

Een ander mooi voorbeeld van deze meten+weten-trend is het Hoofdrapport Doorlopende Leerlijnen Rekenen en Taal. Uitgangspunt is de vraag: wat moet je voor taal en rekenen op jouw niveau beheersen om goed voorbereid te zijn op de volgende fase in je schoolloopbaan en op behoorlijk functioneren in de maatschappij? In die schoolloopbaan zitten een paar lastige “drempels”: overgangen tussen de verschillende schooltypen (basisschool, vmbo, mbo, havo, vwo, hbo, universiteit). De hier ontwikkelde niveaubeschrijvingen moeten helpen een beetje soepel over die drempels te komen.

En meten is weten ligt ook ten grondslag aan de onlangs ingevoerde NLQF-ordening, waarover verderop meer..

In de onderwijspraktijk is het meten=weten-verhaal al snel ook een alibi voor nog verder voeren van testen, toetsen en examineren van prestaties. Nog meer certificering, kwalificering en diplomering zonder dat daar automatisch verdere betekenis aan gekoppeld kan worden, terwijl de facto daarom ook het prestatiedenken zonder verdere kritische reflectie aangemoedigd en gestimuleerd wordt.

.

Ervaring als maatschappelijke component

Zonder afbreuk te doen aan de noodzaak tot meer evidence based educatie is het ook belangrijk op een andere component te wijzen, namelijk die van de maatschappelijke ervaring. Ervaring is kennis hebben van de gebruikelijke gang van zaken, verkregen door observatie en betrokkenheid bij bepaalde processen of toestanden. Ervaring is een vorm van kennis of inzicht, die door ondervinding geleerd wordt. Maatschappelijk ervaring is ervaring die door meer mensen met elkaar gedeeld wordt in het collectief bewustzijn. Kennis wordt hierbij wel gezien als geheel van theorie en ervaring. Op ervaring gebaseerde kennis heeft een speciale betekenis in relatie tot de wetenschap, er wordt in dit verband soms gesproken van praktijktheorie.

Zo vertelt Klaas Bijleveld van een uitwisseling met Engeland waaraan hij vanuit Learn for Life heeft deelgenomen met als thema dorpsontwikkeling en de rol van educatie in plattelandsgemeenschappen, in tal van mengvormen van formele en niet-formele educatie: “Certificatie is prima, maar het is vooral de ervaring die centraal moet staan en die, als het goed is, beklijft”.



Mensen leren altijd en overal, binnen en buiten hun werk, binnen en buiten het onderwijs - en hebben dat al hun hele leven gedaan. Leren is in essentie betekenisgeving. Leren is het proces waarbij verschijnselen en de eigen persoon betekenis krijgen. Dat proces gaat voortdurend door. De resultaten van al die leerprocessen vormen het persoonlijke referentiekader, de persoonlijke constellatie van kennis, vaardigheden en houdingen, deels bewust maar ook onbewust, waarmee een individu de wereld en zichzelf begrijpt en tegemoet treedt (Bolhuis, 1995). Daarbij leren mensen niet alleen doelbewust en gericht, maar ook terloops, ongemerkt en op verschillende manieren (zie Simons, 2000). De sociale omgeving heeft een grote invloed op het leren. Leren is niet alleen een individueel proces met individuele resultaten, maar evenzeer een sociaal proces waarvan de resultaten bestaan uit sociaal gedeelde betekenissen. Die maken op hun beurt de cultuur of subcultuur van de omgeving uit. Voor (HRD-beleid in) organisaties is die samenhang tussen de leerprocessen van de organisatieleden en de cultuur van de organisatie een belangrijk aandachtspunt


Educatie die verdwijnt

Inmiddels is duidelijk dat er door de bezuiniging van 50 miljoen euro uit het budget voor educatie en van 35 miljoen binnen de teams van educatie een kaalslag plaatsvindt op de ROC’s . Veel teams zijn tussen 2009 en 2011 min of meer gehalveerd. De minister stelt wel een Actieplan vast dat doorloopt tot eind 2015, maar laat de marktwerking in 2014 'boven de markt hangen'. Daarnaast blijkt, dat net als in het verleden, 4 miljoen euro wordt ingezet om organisaties te ondersteunen bij de implementatie van acties die gericht zijn op de programmalijnen onderwijs, regio’s, bedrijfsleven en gezin en gezondheid. Daarbinnen valt ook de voortzetting van de ontwikkeling van programma’s in de digitale leeromgeving.


Het beschikbare budget voor educatie van 57,5 miljoen euro wordt gedurende de looptijd van het Actieplan 2012-2015, jaarlijks met 5 miljoen gekort. Die 5 miljoen wordt toegekend aan de Stichting Lezen en Schrijven die daarvoor pilots moet uitvoeren. Dit zijn bijvoorbeeld pilots om nieuwe werkwijzen uit te proberen in de Nederlandse context die zijn gebaseerd op ervaringen uit het buitenland en op wetenschappelijke inzichten. Het gaat dan om 5 miljoen per jaar die niet direct in de klas terecht komt. Bovendien is het de vraag of de Stichting Lezen en Schrijven van Prinses Laurentien de aangewezen organisatie is om onderwijskundige pilots uit te voeren.

Educatie verdwijnt op veel plekken: adult learning is weg in Leiden, ROC’s heffen educatie op, CMO’s geen aandacht meer voor educatie, welzijnswerk is enkel nog “nieuwe stijl” en concentreert zich vooral op het niveau van de buurt (verschillende bronnen). Spectrum bijvoorbeeld ziet ook af van deelname aan dit rondetafelgesprek: door de bezuinigingen is Spectrum gedwongen scherpere keuzes te maken. Een leven lang leren heeft daarbij als thema nu minder prioriteit. Dit laat onverlet het belang ervan in z’n algemeenheid. De aansluiting bij Spectrums nieuwe kerntaken (participatie, jeugdzorg, burgerkracht) is echter te gering; LLL is vanuit dit perspectief te specifiek (Henny Ketelaar, niet aanwezig, afgezegd).

De markt voor opleidingen zit nog steeds in een dal. In de VETRON Marktmonitor van begin dit jaar werd al duidelijk dat in 2011 minder is besteed dan begroot. Ook dit jaar ziet het er naar uit dat door de recessie de bestedingen lager uitvallen dan begrotingen. Daarnaast is de voorspelling van inkopers van opleidingen over de toekomstige ontwikkeling van de markt is somber. Anderzijds biedt de recessie ook kansen. Doordat organisaties van structuur veranderen, lijkt er behoefte te ontstaan aan om- en bijscholing van zittend personeel of juist scholing van jonge medewerkers. Maatwerk en e-coaching blijven als opleidingsvorm het meest in trek. Maatwerk was al populair en hierin wordt ook de meeste groei verwacht. E-coaching groeit ten koste van coaching.
Educatie die verschijnt

De NRTO is verheugd vernoemd te worden in dit debat over een leven lang leren en wil in het verovlg ook graag betrokken zijn. Men is hier van mening dat de overheid niet veel meer doet aan LLL maar vraagt zich af of dat erg is. LLL is toch vooral zaak van werkgevers en werknemers . Bij de eerste groep leeft het al steeds meer (in 70 % van de cao’s worden al afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid), bij vakbonden leeft het ook maar is het blijven steken in oude mantra’s; ze willen het oude niet loslaten voor een nieuw mantra maar de grootste bottleneck zit m.i. in het feit dat individuele mensen/volwassenen zelf niet het heft in handen nemen. Dat geldt minder voor de jongeren en zeker niet voor de jongere hoogopgeleiden, wel voor de laagopgeleiden, ouderen. De dialoog tussen werkgever en werknemer op de werkvloer is hierbij belangrijk . Er is heel veel opleidingsgeld aanwezig , dat wordt niet opgemaakt (!) , er is heel veel opleidingsaanbod. Nu nog de opleidingscultuur/leercultuur op de werkvloer, in het hoofd van mensen. De NRTO staat erg voor vraagfinanciering (dus als de overheid als iets moet doen, moet ze vooral de burger financieel stimuleren) in combinatie met verandering van leercultuur (en dat begint al op de basisschool). Ria van ’t Klooster (verhinderd).

Private opleiders bieden veel beroepsopleidingen aan in de richtingen economie, gezondheidszorg en techniek. Dat blijkt uit de onlangs uitgebrachte marktmonitor die door SEO Economisch Onderzoek in opdracht van de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO) is uitgevoerd. Het is voor het eerst dat de markt voor private beroepsopleidingen op deze wijze in kaart is gebracht. Zowel techniek als zorg ziet de overheid als tekortsectoren. Uit deze marktmonitor blijkt dat de private aanbieders deze markt bedienen en daarmee kunnen bijdragen aan het oplossen van de tekorten. Daarnaast bieden de private opleiders veel wettelijk erkende MBO/HBO opleidingen aan in de richtingen economie, commercieel, management en dienstverlening. Bij niet wettelijk erkende opleidingen worden de richtingen communicatie, persoonlijke effectiviteit en vakgerichte opleidingen het meest aangeboden.
Het eerste exemplaar van de marktmonitor is op 2 februari 2012 overhandigd aan de heer Niek Jan van Kesteren (algemeen directeur VNO-NCW) door Ria van ’t Klooster (directeur NRTO). ‘Het doel van de monitor was het verkrijgen van een representatief beeld van de opleiders en opleidingen in deze markt. De omzet van deze gehele markt was ruim 3 miljard euro in 2010. Het aanbod omvat zowel wettelijk erkende MBO/HBO opleidingen als opleidingen die niet opleiden tot een wettelijk erkend diploma. Ook kan de duur van de opleiding of training verschillen. Van enkele dagen tot enkele jaren. Dit laat zien waar de private aanbieders goed in zijn: de vraag van de deelnemers centraal stellen en het leveren van maatwerk.’, aldus Ria van ’t Klooster.

Bij de nieuwe verschijningsvormen van educatie gaat het om eigen initiatief en eigen kracht en om het doorbreken van oude scheidslijnen en creëren van nieuwe verbindingen zowel naar vorm als naar inhoud en naar organisatie.



Learn for Life is daarvan een lichtend voorbeeld als opvolger van de stichting voor volkshogeschoolwerk: de traditie werkt nog besloten om voor de komende twee jaar de landelijke coördinatie van het Festival van het Leren over te nemen als initiatief vanuit het veld. (Henk Hijink). De bedoeling is om door dit aansprekende initiatief andere partijen te vinden die mee willen investeren in deze landelijke campagne om mensen meer bewust te maken van de leerprocessen in hun eigen omgeving en de organisaties die dat ondersteunen. Veel openbare bibliotheken in de lande zien dit als een goed initiatief om te laten zien dat zij een goede plek zijn voor allerhande activiteiten om bij te blijven en nieuwe kennis op te doen.

In Lelystad ligt bij het Aanvalsplan Laaggeletterdheid de focus op mensen die nog aan het werk zijn. Pilots in de grote steden, waaronder Almere. Taalcoaches en taalregisseurs zijn geen professionals, maar vrijwilligers , geworven en getraind door NT2 docenten (Lidwien Vos de Wael): ook hier een opvallende verschuiving. Drempelverlagend of vooral kostenverlagend, betere leerresultaten of juist kwaliteitsverlies, de tijd zal het leren.

Op de ESBN conferentie in Praag stond social inclusion centraal en daar was veel aandacht voor ouderparticipatie om vroegtijdige schooluitval terug te brengen naar 10% en doorstroom naar beroepsvorming verder te bevorderen (Jaap van Lakerveld). Ook bij de inburgeringsprogramma’s is ouderenparticipatie op scholen een effectief instrument gebleken. En zo is ouderenparticipatie terug van weggeweest en voorzien van een nieuw elan.

En tenslotte is het nationaal kwalificatiekader NLQF eindelijk klaar om bemind te worden: verslag startconferentie en de meerwaarde van een nieuw product liggen klaar om gelezen te worden en voor d niet-formele educatie liggen hier uitgelezen kansen om opgenomen en erkend te worden op een van de genoemde kwalificatieniveaus, die ook nog weer compatibel zijn met het Europese kwalificatieraamwerk EQLF.


Herijking van Europees beleid m.b.t. educatie

Hier volgt een korte visuele presentatie van het door de Europese Commissie voorgestelde nieuwe Erasmus for All- programma:












Of het Erasmus for All wordt is nog maar de vraag, er is van verschillende kanten veel kritiek op het voorstel gekomen – met name op de naamgeving, het loslaten van de oude programmalijnen, weinig kansen voor nieuwe organisaties om aan te vragen – en er ligt een ingediend amendement van MEP Doris Pack om veel van deze kritiekpunten te herstellen – maar ook dat amendement is niet door iedereen met evenveel bijval ontvangen. Op 6 november start de discussie in het Europees parlement. Tegelijkertijd is er een Europese Agenda voor Adult Learning vastgesteld en die is eigenlijk belangrijker dan het gesteggel over het nieuwe programma. Deze Agenda is een oproep aan de nationale lidstaten die allemaal een nationaal coördinator benoemd hebben om deze speerpunten naderbij te brengen. Voor Nederland is dat Caroline Liberton van OCW. De nationale coördinatoren kunnen inschrijven op speciale EU-tenders om in eigen land acties met het veld te ontplooien op deze aandachtspunten.


Van competenties naar skills

Binnen het MBO is momenteel veel aandacht voor Skills for Life > VE + lager beroepsonderwijs, skills en beroepsonderwijs. Zoals in het NANSSI-project: New Approaches, New Skills for Social Inclusion, mede gebaseerd op het EDAM-project. De MBO Raad is positief over veel maatregelen in het Aanvalsplan Laaggeletterdheid. Zo komt de focus op taal, rekenen en digitale vaardigheden te liggen. Daarvoor worden algemene standaarden ontwikkeld en de deelnemers worden aan de hand van deze standaarden getoetst. Dat is een uitwerking van het idee dat educatie op de lagere niveaus ook kan worden opgenomen in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

Het denken is skills staat ook centraal in het Europese vlaggeschip New Skills for New Jobs. Toch is de vraag wat deze nadruk op skills betekent. Het begrip competentie, dat lang centraal stond en uiteindelijk ook de voorkeur leek te krijgen als beleidsterm, was breder en omvatte zowel kennis, vaardigheden als attitude. Als skills staat voor de lettelrijke vertaling in vaardigheden, dan betekent dat een belangrijke verschraling van de aanvankelijke aandachtspunten. Maar soms is het zoeken naar betekenis ook primair iets voor Nederlanders, Duitsers en Fransen. In het Engels gaat het soms alleen maar om een woord. Just a word, nothing less nothing more.

Waar de verschuiving naar skills echter wel degelijk op duidt is een de toenemende oriëntatie vanuit educatie op wat nodig is voor employment en self employment. Dat betekent niet vanzelfsprekend beroepsgericht, maar wel gericht op kansen en verschuivingen op de arbeidsmarkt. Ook de niet-formele educatie ontkomt er niet aan, al is het maar vanuit de discussie over social inclusion, om zich hiermee bezig te houden. Ook hier, of misschien wel, juist hier is het tijd voor nieuwe verbindingen en nieuwe vormen.


Overige ontwikkelingen
Theo van Dellen heeft voor het Handboek Effectief Opleiden een nieuw artikel over een leven lang leren geschreven ism met Ruud van der Veen.

Jaap Lakerveld memoreert zijn activiteiten in het GINCO-, en TEMP-project, de scholingsactiviteiten in Thessaloniki, en Moves & Shakes als nieuw project van Research en Beleid



Dennis Wacht verlaat het Europees Platform en gaat naar het kenniscentrum SVGB. Binnen het Nederlandse deel van het Grundtvigprogramma is het accent verschoven van projecten van aanbieders van formele educatie naar aanbieders van non-formele educatie, de taakstelling wordt gehaald, dat betekent dat Nederland geen budget hoeft in te leveren.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina