Leerplandoelen



Dovnload 140.13 Kb.
Datum02.10.2016
Grootte140.13 Kb.
Thema 1: Wat maakt mij gelukkig?

Leerplandoelen


De kinderen:

  • verzamelen bouwstenen waarmee mensen hun leven mooier en gelukkiger willen maken.

  • stellen vragen bij de vele manieren waarop mensen – ook zijzelf – in hun leven geluk nastreven.

  • zien dat christenen het geluk zoeken in Jezus’ visioen van het Rijk van God.

  • gaan op weg om stilaan zelf vorm te geven aan hun eigen leven met bouwstenen die ze als zinvol en waardevol ontdekken.



Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

We hebben zin, spring erin!


De kinderen:

  • verwoorden wat hen zelf (on)gelukkig maakt.

  • gaan na wat mensen (on)gelukkig maakt.

Gelukkig hier en daar, altijd waar?


De kinderen:

  • zien a.h.v. enkele voorbeelden hoe mensen in andere culturen geluk nastreven.

  • onderzoeken hoe het geluk van mensen wordt voorgesteld in de media: in tv-series, in sport en amusement, in nieuwsberichten, in reclame, in literatuur.

Uit het thema ‘Grenzen van het leven’

  • bekijken kritisch hoe geluk en grenzen aan bod komen in de media, nieuwsberichten, reclame, talkshows, soaps, … .

Streven naar geluk


De kinderen:

  • zien wat mensen rondom hen doen om gelukkig te zijn.

Geluk is waarde(n)vol. (1)


De kinderen:

  • bevragen en toetsen zichzelf aan eigen aanvoelen wat via verschillende kanalen (familie, school, omgeving, media, …) als waardevol wordt voorgehouden of opgedrongen.

  • maken onderscheid tussen louter ik-betrokken waarden en sociale waarden.

  • kunnen de symboliek van ‘rots’ en ‘zand’ toepassen op waarden en onwaarden die ze ontdekken.

Geluk is waarde(n)vol. (2)


De kinderen:

  • komen de keuze van Jezus voor het Rijk Gods op het spoor via evangelieteksten: de bekoring van Jezus in de woestijn (Lc 4, 1-13) en fragmenten uit de Bergrede, met name de Zaligsprekingen (Mt 5, 1-12).

Geroepen om anderen gelukkig te maken


De kinderen:

  • komen de keuze van Jezus voor het Rijk Gods op het spoor via de evangelietekst: Jezus viert een bruiloft mee (Joh 2, 1-11).



Gelukkig zijn, een opdracht voor ieder van ons.


De kinderen:

  • zien dat hun eigen leven vorm krijgt in relatie en confrontatie met andere mensen.

  • begrijpen dat vertrouwen en zelfaanvaarding nodig zijn om gelukkig te zijn.

  • begrijpen dat zij pas gelukkig kunnen worden door liefde en solidariteit.

  • weten dat liefde en solidariteit ook een risico inhouden.

Evaluatie


De kinderen:

  • gaan na welke bouwstenen zij zelf als zinvol en waardevol zien voor hun leven en verwoorden waarom dat zo is.

Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding

Een spiegel van geluk

De kinderen:

  • onderzoeken wat geluk betekent voor iemand die voor hen een idool, een voorbeeld is.

  • bevragen het leven van idolen uit sport en ontspanning.

Beelden van geluk


De kinderen:

  • kunnen beelden van geluk en schijngeluk in reclame kritisch bespreken.

Element van de kern (herhaling):

  • kunnen de symboliek van ‘rots’ en ‘zand’ toepassen op waarden en onwaarden die ze ontdekken.

Wereldwinkels


De kinderen:

  • ontdekken dat zij unieke wezens zijn die geroepen worden zelf verantwoordelijkheid voor een gelukkig leven op te nemen.

  • zien in hoe wereldwinkels en andere organisaties op een eigen manier handel drijven en reclame maken.

Thema 2: De bijbel, een lange geschiedenis van bewogen mensen 1

Leerplandoelen


De kinderen:

  • ontdekken dat een boek een bijzondere betekenis kan hebben in hun leven.

  • zien in dat mensen in hun verhaaltradities en ‘heilige boeken’ een godsdienstige kijk op het leven verwoorden en doorgeven.

  • onderkennen in verhalen uit het Oude Testament de godsdienstige zingeving van de joodse geschiedenis.

  • verkennen in het Nieuwe Testament en herkennen daarin het geloof in een enthousiasme voor Jezus en Zijn boodschap.

  • ontdekken de Bijbel als bron van kerkelijk leven en van cultuur.



Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

Wijze verhalen in boeken


De kinderen:

  • vertellen concrete verhalen die hen geholpen hebben om ‘groot’ te worden.

  • ontdekken hoe mensen in allerlei culturen verhalen vertellen om hun levenswijsheid door te geven van generatie op generatie.

Element van de uitbreiding:

  • interpreteren een mythisch verhaal als een (godsdienstig) antwoord op een levensvraag.

Heilige boeken


De kinderen:

  • kennen de herkomst (volk, godsdienst) van enkele ‘heilige boeken’: de thora, de koran, de bijbel.

  • bespreken enkele godsdienstige inzichten uit ‘heilige boeken’, die voor de gelovigen van de betrokken godsdiensten oriënterend zijn bv. uit de thora: het verbond tussen God en Israël; uit de koran: Allah is de énige God; uit het evangelie: God doet mensen opstaan, ook uit de dood.

  • gaan respectvol om met ‘heilige boeken’.

  • ontdekken raakpunten tussen christenen, joden en moslims door gemeenschappelijke elementen in hun heilige boeken.

Het Oude of Eerste Testament


De kinderen:

  • weten dat er in het Oude Testament drie grote delen zijn: thora, profeten, wijsheidsboeken.

  • gaan respectvol om met ‘heilige boeken’.

  • zien in dat joden bezwaar kunnen hebben tegen de term ‘Oude’ Testament en dat daarom ook over het ‘Eerste’ Testament gesproken wordt.

  • herkennen enkele bijbelse taferelen in de muziek (kerkliederen).


De geschiedenis van de bijbel


De kinderen:

  • verkennen hoe het Exodusverhaal spreekt over Gods bevrijding van mensen in alle tijden.

  • ontdekken dat het Oude Testament voor Jezus, zowel als voor de evangelisten, het ‘heilig boek’ is.

  • situeren enkele belangrijke personen en gebeurtenissen op een tijdlijn.

  • verkennen het jood-zijn van Jezus.



Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding

Eerbied voor heilige boeken

De kinderen:

  • maken kennis met rituelen van eerbied waarmee godsdiensten hun ‘heilige boek’ omgeven: de joden met de thora, moslims met de koran, christenen met het evangelie.

Element van de kern (herhaling):

  • maken kort kennis met de betekenis van de homilie (de bijbel interpreteren en actualiseren).

De ark van Noach, een verhaal over het verbond tussen God en mensen


De kinderen:

  • begrijpen de symbooltaal van een mythisch verhaal uit het Oude Testament nl. de ark van Noach.

Kerkelijk Jaar: Allerheiligen – Allerzielen


Leerplandoel


De kinderen maken het onderscheid tussen Allerheiligen en Allerzielen.

Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

Een vlieg vertelt …


De kinderen:

  • kunnen Allerheiligen duiden als het feest van verbondenheid met alle mensen die leefden en leven vanuit het evangelie.

  • leren enkele ‘heiligen’ (hun patroonheilige, bekende heiligen, …) kennen via de waarden die ze beleefden.

Drie levens


De kinderen:

  • kunnen Allerzielen duiden als de gedachtenis aan en uitdrukking van de verbondenheid met de mensen uit eigen omgeving die gestorven zijn.

  • kunnen stil worden bij de gedachtenis aan mensen die gestorven zijn.

Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding

Afscheid nemen in andere culturen

De kinderen:

  • zien dat mensen in alle culturen hun overledenen gedenken in riten en symbolen.

  • leren via beelden en verhalen enkele dodenrituelen uit andere culturen kennen.

Thema 3: Bewogen worden en in beweging komen


Leerplandoelen


De kinderen:

- ontdekken waardoor mensen bewogen worden en hoe ze in beweging komen.


  • verkennen bij zichzelf en bij elkaar waardoor ze bewogen worden en hoe ze in beweging komen.

  • leren spreken over de heilige Geest van God als bron van christelijke bewogenheid.

  • ontdekken het vormselsacrament als een deel van de christelijke initiatieritus om in de beweging van de heilige Geest te worden opgenomen.


Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

In beweging zetten


De kinderen:

  • stellen aan de hand van enkele voorbeelden vast en onderkennen hoe mensen beïnvloed en bewogen worden (bv. actuele modes, trends, stromingen, …).

Mensen in beweging


De kinderen:

  • kunnen vragen stellen bij enkele stromingen en bewegingen in de huidige samenleving en daarin verschillende motieven van bewogenheid onderscheiden.

  • kunnen een persoonlijke bewogenheid (van hart en geest) aanwijzen als bron van ‘bewegingen’ in de samenleving (zoals: bewegingen voor mensenrechten, Amnesty International, onthaasting, vrede, dierenrechten, …).

Gedreven door de Geest


De kinderen:

  • leren begrippen en beelden als stroming, wind en adem, stuwkracht, beweging, … kennen in het spreken over de God van de bijbel.

  • herkennen hoe in bijbelteksten in die betekenis gesproken wordt over de Geest van God, bv. Gen 2, 7; Ez 37, 14; Jer 4, 11-12; Jl 2, 28 vgl. Hand 2, 17; Mt 4, 1; Joh 3; Hand 2, 1-4.

  • leren de werking van de Geest kennen uit wat in Gal 5, 16-23 ‘de vrucht van de Geest’ wordt genoemd.

De Geest rust op Jezus


De kinderen:

  • verkennen hoe Jezus bewogen wordt voor het koninkrijk van God en gedreven wordt door de kracht van de heilige Geest (bv. in Lc 4, 16-22).

  • leren mensen kennen die Jezus willen navolgen.

  • ontdekken hoe diepe bewogenheid ook gewekt en gevoed wordt door stilte en gebed.

  • ontdekken dat het religieuze bij mensen een sterke bewogenheid kan opwekken (aan de hand van enkele voorbeelden: personen, groepen, bewegingen, godsdiensten).

Initiatieriten


De kinderen:

  • verkennen het menselijke fenomeen van religieuze initiatieriten (met name op de drempel van de volwassenheid) via enkele voorbeelden.

  • zien de zin en het belang van religieuze initiatieriten in en respecteren ze.

  • weten dat mensen door doopsel, eucharistie en vormsel geïnitieerd worden in de christelijke gemeenschap.

Het vormsel


De kinderen:

  • kunnen de betekenis van het christelijk vormsel verklaren als een persoonlijke bevestiging van de initiatie.

  • ontdekken de verwijzing naar de heilige Geest in de ritus van het vormsel.

  • kunnen het vormsel typeren als een ‘bewogen en gezonden worden door de heilige Geest’ om in en vanuit de geloofsgemeenschap christen te zijn.

  • overwegen de mogelijkheid om zich te laten vormen.

Bewogen en geroepen


De kinderen:

  • kunnen verschillende wijzen van bewogen worden bij zichzelf en bij elkaar onderscheiden: ontroerd worden, moeten van anderen, willen, verlangen, inzien, verontwaardigd zijn, zin hebben, dromen van, …

  • kunnen en durven uitspreken of duidelijk maken aan elkaar waardoor ze persoonlijk en/of samen in beweging komen.

  • kunnen de bijbels-christelijke term ‘roeping’ in verband brengen met bewogen worden.

Evaluatie


De kinderen:

  • herkennen vanuit eigen ervaring en verwoorden dat wat henzelf of andere mensen als persoon beweegt – in zekere zin – sterker is, groter is dan henzelf.

  • ervaren en verwoorden hoe ‘bewogenheid’ een gevoel geeft van echt leven: ‘zin’, iets om voor te leven, iets wat inhoud geeft aan het leven.

Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding

Bewogen of fanatiek?

De kinderen:

  • bespreken vormen van religieus heroïsme en/of fanatisme in heden en verleden en beoordelen deze kritisch, bv. vormen van martelaarschap, sectair geweld.

Een vormselcatechist vertelt.


De kinderen:

  • kunnen de betekenis van het christelijk vormsel verklaren als een persoonlijke bevestiging van de initiatie.

  • overwegen de mogelijkheid om zich te laten vormen.

De dansende ooievaar


De kinderen:

  • kunnen de term ‘geweten’ als appèl tot handelen in verband brengen met bewogen worden en in beweging komen.

Kerkelijk Jaar: Advent


Leerplandoel


De kinderen kunnen de advent duiden als tijd van voorbereiding op Kerstmis.

Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

Advent


De kinderen:

  • herkennen de symbolen van de advent (bv. adventskrans, groen, rood, kaarsen, groeiend licht, …) in verhalen over voorchristelijke natuurfeesten, nl. in het joelfeest bij de Germanen.

Johannes de Doper


De kinderen:

  • leren Johannes de Doper kennen, zoals hij ter sprake komt in de liturgie van de advent.

Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding

Aandacht voor Welzijnszorg

De kinderen:

  • werken rond het concrete thema dat door de actie Welzijnszorg centraal wordt gesteld.

Kerkelijk Jaar: Kerstmis


Leerplandoel


De kinderen begrijpen Kerstmis als het feest waarin christenen hun ervaring van ‘God wordt mens’ vieren.

Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

Het kerstverhaal anders vertelt …


De kinderen:

  • lezen de kerstverhalen (Lc en Mt) als verhalen waarin christenen hun geloof in Jezus als de Messias, de Zoon van God, uitdrukken en niet als historische verhalen.

Uit het thema ‘Bijbel’


  • maken kort kennis met bijbelse verhalen achter enkele hootepunten uit het kerkelijk jaar (bv. Kerstmis).

Welzijnszorg, een zorg voor iedereen


De kinderen:

  • leggen de band tussen de actie Welzijnszorg en Kerstmis.

Uit het thema ‘Grenzen van het leven’

  • leren de inspiratie en het werk kennen van organisaties zoals Welzijnszorg.

  • worden uitgedaagd om zich hiervoor ook te engageren.

Uit het thema ‘Bijbel’

  • ontdekken bijbelse wortels van vormen van maatschappelijke bewogenheid nl. adventsacties.

Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding

Lichtfeesten bij de joden en de hindoes

De kinderen:

  • maken kennis met het Diwalifeest bij de hindoes en het Chanoekafeest bij de joden (ook lichtfeesten).

De profeet Elia


Leerplandoelen


De kinderen:

  • leven zich in in de personages van het verhaal.

  • kunnen de symbolische betekenis vatten van voorwerpen en situaties die erin voorkomen.

  • verstaan de tekst als uitdrukking van geloof, hoop en liefde, door te ontdekken wat er gezegd wordt over de relatie tussen God en mens en tussen mens en wereld.

  • vinden in de tekst een oproep tot geloof, hoop en liefde.

  • brengen hun indrukken in verband met een verhaal tot expressie: in woord, drama, muzische expressie, …

  • reflecteren op het gods- en Jezusbeeld dat spreekt uit de verhalen en de teksten.

  • reflecteren op de betekenis van het verhaal voor mensen van vroeger en nu en denken erover na hoe aspecten van de bijbelse boodschap een invloed kunnen hebben op hun eigen manier van denken, zijn en doen.

  • kunnen de relatie zien tussen de onderwerpen die in de loop van het jaar aan bod komen en aspecten ervan die in de verhalenreeks ter sprake komen.

  • kunnen aspecten van de boodschap van een verhaal actualiseren en in verband brengen met verschillende relatievelden in hun eigen bestaan. Voor de derde cyclus ligt hierbij het accent vooral op het relatieveld ‘zij-ik-zij’.



Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

Elia, wie is dat?


De kinderen:

  • leven zich in in de personages van het verhaal.

Uit het thema ‘Bijbel’

  • lezen hoe de profeet Elia de trouw aan de thora aan het joodse volk voorhoudt als ‘levenslijn’ in slecht tijden.

Elia, een man van God


De kinderen:

  • kunnen de symbolische betekenis vatten van voorwerpen en situaties die in het verhaal voorkomen.

  • reflecteren op het godsbeeld dat spreekt uit het verhaal van 1 Kon 17.

  • verstaan de tekst als uitdrukking van geloof, hoop en liefde, door te ontdekken wat er gezegd wordt over de relatie tussen God en mens en tussen mens en wereld.

Voor of tegen


De kinderen:

  • reflecteren op het godsbeeld dat spreekt uit de verhalen.

Uit het thema ‘Samen leven tussen werkelijkheid en droom’

  • ontdekken dat profeten recht en onrecht aanvoelen en van daaruit geëngageerde keuzes maken.



Een man van vuur


De kinderen:

  • vinden in de tekst 1 Kon 18, 20-46 een oproep tot geloof, hoop en liefde.

Uit het thema ‘Samen leven tussen werkelijkheid en droom’

  • leren profeten kennen als mensen die hun levenskeuze interpreteren als een ingaan op de roepstem van God.

En toch een mens van vlees en bloed


De kinderen:

  • reflecteren op het godsbeeld dat spreekt uit het verhaal 1 Kon 19.

  • kunnen de symbolische betekenis vatten van voorwerpen en situaties die in het verhaal voorkomen.

Uit het thema ‘Bewogen worden en in beweging komen’

  • leren begrippen en beelden als stroming, wind en adem, stuwkracht, beweging … kennen in het spreken over de God uit de bijbel.

De wijngaard van Nabot


Uit het thema ‘Samen leven tussen werkelijkheid en droom’

De kinderen:



  • ontdekken dat profeten recht en onrecht aanvoelen en van daaruit geëngageerde keuzes maken.

Wordt voortgezet …


De kinderen:

  • reflecteren op de betekenis van het verhaal voor mensen van vroeger en nu en denken erover na hoe aspecten van de bijbelse boodschap een invloed kunnen hebben op hun eigen manier van denken, zijn en doen.

Evaluatie


De kinderen:

  • brengen hun indruk in verband met Elia tot expressie in woord, drama, muzische expressie, … .

  • kunnen aspecten van de boodschap van het verhaal van Elia actualiseren en in verband brengen met verschillende relatievelden in hun eigen bestaan. Hierbij ligt het accent vooral op het relatieveld ‘zij-ik-zij’.

Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding
De raven

Element van de (herhaling):

De kinderen:



  • kunnen de symbolische betekenis vatten van voorwerpen en situaties die voorkomen in 1 Kon 17.

Elia, een nieuwe Mozes?


Element van de kern (herhaling):

De kinderen:



  • kunnen de symbolische betekenis vatten van voorwerpen en situaties die erin voorkomen.

Uit het thema ‘Bijbel’ (herhaling)

  • lezen hoe de profeet Elia de trouw aan de thora aan het joodse volk voorhoudt als ‘levenslijn’ in slechte tijden.

Elia en Achazja


Element van de (herhaling):

De kinderen:



  • reflecteren op het godsbeeld dat spreekt uit het verhaal 2 Kon 1.

Kerkelijk Jaar: Veertigdagentijd


Leerplandoel


De kinderen kunnen de veertigdagentijd duiden als tijd van voorbereiding op Pasen.

Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

Carnaval, aswoensdag en veertigdagentijd


De kinderen:

  • verkennen het ritueel van het askruisje (vergankelijkheid en relativiteit van alles wat leeft).

Ook wij maken de aarde leefbaar.


De kinderen:

  • zien, naar aanleiding van de actie Broederlijk Delen, de band tussen de veertigdagentijd als voorbereiding op Pasen en het engagement van christenen voor mensen in de Derde Wereld.

  • leren de actie Broederlijk Delen in de veertigdagentijd kennen als zinvol initiatief van solidariteit met medemensen in de Derde Wereld.

Uit het thema ‘Grenzen van het leven’

  • leren de inspiratie en het werk kennen van organisaties zoals Broederlijk Delen.

  • worden uitgedaagd om zich hiervoor ook te engageren.

Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding

Vasten bij joden, moslims en christenen

De kinderen:

  • verkennen de beleving, de duiding en rituelen van het vasten in de islam, in het christendom en bij de joden.



Thema 4: Grenzen van het leven

Leerplandoelen


De kinderen:

  • confronteren zich ermee dat de weg naar geluk geen rechtlijnige vervulling kent.

  • bespreken hoe mensen vanuit hun levens- of geloofsovertuiging zoeken om te gaan met grenzen.

  • ontdekken hoe volgens het christelijk geloofsgetuigenis God grenzen opent door Christus.

  • komen tot het besef dat christenen van vroeger en nu tot engagement komen omdat ze gehoor geven aan het roepen van ‘mensen aan de rand’.



Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

Op stap door het leven


De kinderen:

  • verkennen en wisselen zowel positieve als negatieve ervaringen uit van geluk, eigen mogelijkheden, groei, geborgenheid, speelsheid, gezelligheid, maar ook kwetsbaarheid, ziekte, handicap, echtscheiding, onmacht, lijden, dood.

Ik kan niet alles … en toch!


De kinderen:

  • zien in dat medeleven en betrokkenheid van mensen wegen kunnen openen naar aanvaarding, verrijking en perspectief.

  • staan stil bij levenservaringen van mensen bij wie grenservaringen leiden tot optimisme bij de enen en soms tot pessimisme bij anderen.

  • beseffen en – indien mogelijk – verwoorden op wie en waarop zij zelf steunen in de confrontatie met de grenzen van hun leven.

Het eeuwige leven … Amen.


De kinderen:

  • leren de bedoeling en het verloop kennen van het sacrament van de ziekenzalving.

  • maken kennis met de manier waarop gelovigen en niet-gelovigen omgaan met lijden en dood.

  • beseffen en – indien mogelijk – verwoorden op wie en waarop zij zelf steunen in de confrontatie met de grenzen van hun leven.

Werken van barmhartigheid


De kinderen:

  • ervaren de oproep God te ontmoeten in mensen die ‘de minsten’ genoemd worden in Mt 25, 31-46.

  • lezen enkele verhalen over ontmoetingen van Jezus met zieken, mensen met een handicap, gemarginaliseerde mensen.

Grenzen leren kennen


De kinderen:

  • vergelijken verschillende woorden die God ter sprake brengen bij grenservaringen bv. God als Almachtige, Beproever, Straffer, Stoplap, Verlosser, Medelijder, Verborgene, Machteloze, Opstandige.

  • herkennen het omgaan met grenzen in enkele verhalen en/of teksten uit de bijbelse traditie zoals bv. het paradijsverhaal (Gen 2), de toren van Babel (Gen 11), David en Jonathan (1 Sam 19-20), Job, het boek Prediker.


Uit het thema ‘Bijbel’

  • begrijpen de symbooltaal van een mythisch verhaal uit het Oude Testament nl. de toren van Babel.

Ik heb Je stem gehoord. (1)


De kinderen:

  • maken kennis met een christen die zich vandaag inzet voor de minsten.

Ik heb Je stem gehoord. (2)


De kinderen:

  • leren mensen kennen uit de geschiedenis van de kerk die ingegaan zijn op het roepen van mensen in grenssituaties.

  • leren de inspiratie en het werk kennen en waarderen van congregaties en/of religieuze gemeenschappen.

Uit het thema ‘Wat maakt mij gelukkig?’

  • waarderen mensen die hun keuze voor het Rijk Gods beleven in een gemeenschap van religieuzen.

  • zien dat mensen bij hun keuze voor het Rijk Gods in hun dagelijks leven de steun van een gemeenschap nodig hebben.

Evaluatie


De kinderen:

  • beseffen en – indien mogelijk – verwoorden op wie en waarop zij zelf steunen in de confrontatie met de grenszen van hun leven.

Specifiek doel:

  • verwerken op een creatieve en speelse manier wat ze leerden over het omgaan met grenzen, over de stap- en struikelstenen in het leven.

Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding

Rozengeur en maneschijn!?

De kinderen:

  • leren kritisch omgaan met de ideaalbeelden die bv. in de reclame worden opgehangen.

  • verkennen de mogelijkheden en moeilijkheden van mensen met een handicap in het openbare leven.

Zoveel vragen zonder antwoord


De kinderen:

  • erkennen dat mensen soms ontroostbaar blijven.

  • bespreken enkele populaire opvattingen over leven na de dood, bv. reïncarnatie, vergelding.

Goed of slecht nieuws?


De kinderen:

  • bespreken een opname van het nieuws op radio of tv om te zien wat aandacht krijgt en wat niet.

  • geven uit het nieuws actuele voorbeelden van het leed dat mensen overal in de wereld treft.

Kerkelijk Jaar: Pasen



Leerplandoel


De kinderen leren de betekenis van de Goede Week en Pasen kennen.

Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

Jezus’ laatste dagen


De kinderen:

  • ontdekken in de verhalen over de laatste dagen van Jezus (de Goede Week) waar het Hem in wezen om te doen was.

Terug naar Jeruzalem


De kinderen:

- herkennen de paasboodschap in het verhaal van de leerlingen van Emmaüs (Lc 24, 13-35).


Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding
Een paashoekje

De kinderen:

  • werken op een creatieve wijze met de paassymbolen: o.a. paasvuur, paaskaars, doopwater, eventueel ook paaseieren.

  • werken op een creatieve wijze met tekens van leven in de natuur (lente).

Thema 2: De bijbel, een lange geschiedenis van bewogen mensen 2


Leerplandoelen


De kinderen:

  • ontdekken dat een boek een bijzondere betekenis kan hebben in hun leven.

  • zien in dat mensen in hun verhaaltradities en ‘heilige boeken’ een godsdienstige kijk op het leven verwoorden en doorgeven.

  • onderkennen in verhalen uit het Oude Testament de godsdienstige zingeving van de joodse geschiedenis.

  • verkennen in het Nieuwe Testament en herkennen daarin het geloof in een enthousiasme voor Jezus en Zijn boodschap.

  • ontdekken de Bijbel als bron van kerkelijk leven en van cultuur.



Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

Het nieuwe of Tweede Testament


De kinderen:

  • weten dat er in het Nieuwe Testament vier evangelies zijn, brieven en andere boeken.

  • weten dat het Nieuwe Testament een getuigenis is van het geloof in Jezus Christus.

  • zien in dat de term het ‘Nieuwe’ Testament voortbouwt op het Oude Testament.

Verhalen van en over Jezus


De kinderen:

  • maken onderscheid tussen woorden en verhalen van Jezus (bv. parabels) en verhalen over Jezus (bv. genezingsverhalen).

  • bespreken hoe het verhaal van Jezus Gods bevrijding in het leven van mensen aanwezig brengt.

  • ontdekken hoe heilige boeken, bv. de bijbel, mensen in beweging zetten.

Sacramenten in de bijbel


De kinderen:

  • maken kort kennis met de bijbelse achtergrond van enkele sacramenten (bv. doopsel, eucharistie en ziekenzalving).

De bijbel in mijn leven


De kinderen:

  • kiezen enkele bijbelverhalen uit die zij belangrijk vinden voor alle mensen.

  • ontdekken dat mensen in de bijbel inspiratie vinden voor hun dagelijks leven.



Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding

De storm op het meer

De kinderen:

  • ontdekken de beeldtaal van een N;T.-wonderverhaal bv. de storm op het meer: Lc 8, 22-25.

Kerkelijk Jaar: Hemelvaart en Pinksteren

Leerplandoel


De kinderen leren de betekenis van Hemelvaart en Pinksteren kennen.

Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

Hoe moet het nu verder?


De kinderen:

  • ontdekken het hemelvaartverhaal (Hand 1, 1-11) als een afscheidsverhaal dat de verschijningsverhalen na Pasen afsluit.

Uit het thema ‘De bijbel, een lange geschiedenis van bewogen mensen’

  • maken kort kennis met bijbelse verhalen achter enkele hoogtepunten uit het kerkelijk jaar (bv. Hemelvaart).

Ja! Zo gaan we het doen!


De kinderen:

  • ontdekken in het pinksterverhaal (Hand 2, 1-13) de vervulling van de belofte van het hemelvaartverhaal.

Uit het thema ‘De bijbel, een lange geschiedenis van bewogen mensen’:

  • maken kort kennis met bijbelse verhalen achter enkele hoogtepunten uit het kerkelijk jaar (bv. Pinksteren)

  • ontdekken in de pinkstertoespraak van Petrus (Hand 2) dat het paasgeloof de leerlingen in beweging zette, o.a. om over Jezus te beginnen vertellen.

Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding

Een bibliodrama rond het pinksterverhaal

De kinderen:

  • interpreteren de opdracht om getuige te zijn als een appèl tot engagement.

Thema 5: Natuur en cultuur

Leerplandoelen


De kinderen:

  • verwonderen zich erover hoezeer natuur, wetenschap en techniek onze leefwereld tekenen.

  • ervaren positieve en negatieve aspecten van natuur, wetenschap en techniek.

  • ontdekken dat omgaan met natuur en cultuur ook beschouwend kan zijn en bron van geluk en zinvol leven.

  • verkennen de innerlijke bewogenheid in de wereld van kunst en cultuur.



Kernlessen




Titel

Elementen van de kern

De wereld zit vol met …


De kinderen:

  • verwonderen zich over de schoonheid van de natuur.

  • ontdekken dat voor heel wat mensen geluk en zinvol leven ook afhankelijk zijn van de omgang met natuur en cultuur.

  • ontdekken een bruisende activiteit in zichzelf en in de dingen.

  • verduidelijken met voorbeelden hoe de natuur de plannen van mensen doorkruist.

Wondere wereld (1)


De kinderen:

  • bespreken aan de hand van voorbeelden hoe wetenschap en techniek evolueren als een antwoord op menselijke problemen en behoeften.

  • laten zich uitdagen om zich te verwonderen over natuur, wetenschap en techniek.

  • onderscheiden positieve verworvenheden van wetenschap en techniek, bv. in de geneeskunde, ruimtevaart, communicatietechniek.

  • onderkennen gevaren en negatieve gevolgen van wetenschap en techniek.

  • stellen vragen over hun afhankelijkheid van wetenschap en techniek, bv. bij stroomuitval, bij autopech, bij een computervirus, … .

Wondere wereld (2)


De kinderen:

  • bespreken aan de hand van voorbeelden hoe wetenschap en techniek evolueren als een antwoord op menselijke problemen en behoeften.

  • laten zich uitdagen om zich te verwonderen over natuur, wetenschap en techniek, bv. in de geneeskunde, ruimtevaart, communicatietechniek.

  • onderkennen gevaren en negatieve gevolgen van wetenschap en techniek.

  • stellen vragen over hun afhankelijkheid van wetenschap en techniek, bv. bij stroomuitval, bij autopech, bij een computervirus, … .

Temidden van Gods schepping


De kinderen:

  • verwoorden de ervaring van de bijbelse mens, die in de natuur en de cultuur een spoor ontdekt van Gods scheppende kracht, bv. door Ps 8 te lezen als een lofzang op Gods grote daden.

Ssst …


De kinderen:

  • krijgen de kans om in stilte en gebed de scheppende kracht van mensen (ook van henzelf) te vieren als medewerking aan Gods schepping.

  • Ontdekken dat stilte, gebed en beschouwing het werken aan een betere wereld kunnen voeden.

Meesterlijk


De kinderen:

  • gaan in verschillende kunstvormen (beeldende kunst, muziek, dans, film, …) op zoek naar de inspiratie van de kunstenaar(s).

  • gaan op zoek naar het mens- en wereldbeeld dat in kunstwerken tot uiting komt.

Veelkleurige muziek


De kinderen:

  • gaan in verschillende kunstvormen (beeldende kunst, muziek, dans, film, …) op zoek naar de inspiratie van de kunstenaar(s).

  • gaan op zoek naar het mens- en wereldbeeld dat in kunstwerken tot uiting komt.

  • ontdekken in religieuze kunst de verwijzing naar God.

Evaluatie


De kinderen:

  • krijgen de kans om zelf hun innerlijke bezieling uit te drukken (op een muzische manier).

  • ontdekken een bruisende activiteit in zichzelf en in de dingen.

Uitbreidingslessen


Titel

Elementen van de uitbreiding

Het spel van techniek

De kinderen:

  • ontdekken spelelementen die natuur en techniek bieden.

Milieubewust leven


De kinderen:

  • ontdekken hoe mensen milieubewust proberen te leven en daartoe wetenschap en techniek gebruiken.

Laat ons een bloem …


De kinderen:

  • gaan met elkaar in gesprek over de innerlijke bezieling in hun eigen muzische werk.

Element van de kern (herhaling):

  • gaan in verschillende kunstvormen (beeldende kunst, muziek, dans, film, …) op zoek naar de inspiratie van de kunstenaar(s).

  • ontdekken een bruisende activiteit in zichzelf en in de dingen.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina