Leren moet je raken



Dovnload 13.42 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte13.42 Kb.
Aat Sliedrecht en Elly van der Heide

Interview met Jos Castelijns, lector bij Interactum

Bulletin Onderwijs en Inspiratie, september 2004, jg 33, nr. 9, pag. 37-39

Leren moet je raken


De industriële revolutie perste de productie van goederen in een rationeel, efficiënt, eenduidig stramien. Vervolgens werd het onderwijsstelsel net zo rationeel, efficiënt en eenduidig ingericht. “Maar kennis heeft van doen met hoofd, hart en handen”, zegt Jos Castelijns. “Het huidige onderwijssysteem, dat zich volledig richt op de cognitie, is dan ook volstrekt inadequaat.”
Castelijns is lector van de Interactum Pabo’s en adviseur in dienst van het CPS. Hij heeft geen kant-en-klare antwoorden voor scholen die hun onderwijs anders willen inrichten. Maar wel een theorie, die hij samen met Bob Koster en Marjan Vermeulen beschrijft in het boekje Kantelende Kennis. De basisgedachte is dat je de leerling serieus neemt. “We zijn gewend om leerlingen te zien als personen aan wie je, als alwetende volwassene, je kennis slijt”, zegt Castelijns. “Maar wie is eigenlijk echt de lerende? Dat is de vraag waar het in het onderwijs om draait. Als je díe vraag in alle openheid durft te stellen en als je kinderen serieus vraagt wat ze nodig hebben, dan kantel je al!”
Zin in leren

Volgens de traditionele opvatting is leren kennisoverdracht. De volwassene heeft boekenkennis die hij overdraagt aan de leerling. Niet bepaald een uitdaging voor onze, van nature onderzoekende geest. Kennisoverdracht sluit niet aan bij de denkwereld van de leerling en meestal ook niet bij de individuele interesses. Castelijns: “Niet voor niets hebben veel leerlingen, en je ziet dat nadrukkelijk in het VMBO, ‘geen zin in leren’. Dat komt eigenlijk omdat ze ‘de zin van het leren’ niet inzien. Hoe kun je van een school een betekenisvolle omgeving maken, een omgeving waarin leerlingen ‘zin in leren’ hebben als je niet aansluit bij waar ze zin aan geven? De laatste jaren zeggen we voorzichtig tegen elkaar dat leren via kennisoverdracht eigenlijk een achterhaald concept is. Maar ons onderwijsstelsel is nog wel gebouwd op de fundamenten van die kennisoverdracht.”


Het Amerikaanse onderwijsstelsel zit net zo gevangen in een strak stramien als het Nederlandse. Toen Castelijns dit jaar op studiereis naar Amerika ging, bezocht hij een aantal scholen die het onderwijs volledig anders hadden ingericht. “Ik was vooral onder de indruk van een school in East Harlem”, vertelt Castelijns. “De kloof tussen arm en rijk is daar goed zichtbaar. Er wonen alleen zwarten en Latino’s, de straten zijn smerig en onveilig en de bevolking is arm. De school die ik bezocht, had net als alle andere Amerikaanse scholen een vast curriculum af te werken. Maar dit curriculum staat mijlenver af van de realiteit van de kinderen in East Harlem.
Het schoolteam brak radicaal met het curriculum. Alle kaarten werden gezet op het zelfstandig leren van kinderen. Het onderwijsleerproces start bij vragen. Leerlingen hebben vragen en leraren hebben dat ook. Het gaat om, zoals ze dat noemen, essential questions. Castelijns: “Alle kinderen, van kleuter tot een jaar of 15, waren druk bezig met leren. Ze waren nauwelijks af te leiden en hadden gewoonweg geen tijd voor ons! Dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik was er bijzonder van onder de indruk. Leerlingen hebben de vrijheid om in hun leerproces te kiezen voor onderwerpen die aansluiten bij wat hen interesseert”, legt Castelijns uit. “Ze kiezen hun eigen essential question en houden zich vervolgens aan een strakke intellectuele discipline. Er is hierdoor een grote diversiteit in wat ze leren, maar de metacognitieve vaardigheden en competenties zijn van een vergelijkbaar en hoogstaand niveau.”
Kennis kantelen

Van kinderen verwachten we iets anders dan van (jong)volwassenen. Dat volwassenen sturen in het leerproces van kinderen, daarmee heeft Castelijns geen moeite. Het is geen kwestie van ‘jij vraagt, wij draaien’, vindt hij. “Maar leerlingen zijn wel denkende en handelende subjecten. Net als volwassenen hebben leerlingen hersens, waarmee ze kritisch kunnen nadenken. Dat betekent dat je als volwassene de leerling serieus moet nemen. En dat je vertrouwen moet durven te stellen in het ontwikkelingspotentieel van de leerling. Dat is precies wat je doet als je kennis kantelt.”


Kennis kantelen betekent eigenlijk onderwijs anders inrichten. Een verschuiving van kennisoverdracht naar kenniscreatie. Kenniscreatie staat voor een moderne manier van leren. Eigenlijk bestond kenniscreatie al in de oudheid, in de vorm van de dialoog tussen leraar en leerling. Op gelijkwaardige basis werden ideeën uitgewisseld en perspectieven vergeleken. Door die perspectieven met elkaar te verbinden werd nieuwe kennis gecreëerd. Castelijns: “In een dialoog wordt jouw standpunt verbonden met het mijne en ontstaat er een nieuw inzicht. Het stimuleert de geest, het kritisch nadenken. En dat sluit veel meer aan bij de aard van het beestje. Want zijn we van nature niet allemaal jonge onderzoekers?” Via kenniscreatie ontstaan relaties, verbondenheid en dynamiek. Dat geeft zin aan het leerproces en daarmee krijgen leerlingen ook zin in leren.
De pijnlijke realiteit

We hebben het er maar moeilijk mee, om te accepteren dat we het onderwijs anders zouden moeten inrichten. Castelijns vergelijkt het beeld dat wij van leren en van de school hebben met het beeld dat middeleeuwers hadden van de wereld. Die dachten dat de aarde plat was en toen ze ineens te horen kregen dat de aarde rond was, konden ze dat nauwelijks accepteren. Die kanteling van bestaande kennis druist regelrecht in tegen alles wat we denken te weten, alles wat we voor waar hebben aangenomen. Bovendien zijn er praktische problemen. Want hoe doe je dat dan? Hoe kantel je kennis nu in de praktijk?


Voor kenniskanteling bestaan helaas geen handleidingen en Castelijns heeft ook geen pasklaar antwoord. “Begin met de leerling serieus te nemen”, zegt hij. “Vraag je de leerling naar zijn mening en neem je hem serieus, dan doe je ook wat met de uitkomsten. Dan ga je samen om tafel en bekijkt welke perspectieven er zijn. De perspectieven verbind je met elkaar en daaruit volgen dan vanzelf de consequenties voor je handelen.” Volgens Castelijns is het heel belangrijk dat de school zélf het proces van kenniskanteling doorloopt. Maar hoe kom je tot een doelstelling? Hoe formuleer je ambities? “Scholen die hulp nodig hebben bij hun proces van kenniscreatie, kunnen bijvoorbeeld terecht bij onze Kenniskring”, stelt Castelijns. Die kenniskring bestaat uit 15 opleidingsdocenten, afkomstig van vijf pabo’s die bij het lectoraat zijn aangesloten. Een kring van professionals die direct toepasbaar onderzoek doet naar kenniscreatie en de processen die daar bij horen.
Op zoek naar de balans

“Het is niet zo dat we nu bij slechte situatie A zijn en naar ideale situatie B moeten”, vindt Castelijns. “Bij kenniscreatie gaat het juist om de confrontatie van perspectieven, dus je moet op zoek naar de balans ertussen. Een balans tussen de eigen individualiteit van leerlingen en de eisen die aan het onderwijs worden gesteld.” Onderwijs verandert continu, dus is er geen ideale situatie. Als een school het onderwijs eenmaal heeft gekanteld, dan is de kous daarmee niet af. Castelijns: “Neem je de angsten, passies en wensen van leerlingen als uitgangspunt, dan is het onderwijs continu in beweging.”


Het leren van leerlingen staat natuurlijk ook niet op zichzelf. Het hangt samen met hoe scholen, leerkrachten, teams en ook hoe studenten in lerarenopleidingen leren. Deze verschillende domeinen hangen met elkaar samen. Dus als je in het ene domein de manier van leren aanpast, dan moet je dat ook in de andere domeinen doen. “Als je leren wilt inrichten naar de behoeften, ambities, wensen en zorgen van leerlingen,” zegt Castelijns, “dan is dat bepalend voor de richting waarin de school zich ontwikkelt. Hoe de school kijkt naar de eigen rol in het opleiden van leerlingen, is ook weer richtinggevend voor de lerarenopleiding.” De hele onderwijsketen is in beweging. En dat is goed, vindt Castelijns. “Want van de verschillende variëteiten in het onderwijs kun je alleen maar leren. De verschillende perspectieven moet je als gelijkwaardig zien. Je hebt het perspectief van de ontwikkelingsbehoefte van de student, maar ook dat van de opleiding en dan nog het perspectief van het beroepenveld. Die perspectieven moet je met elkaar verbinden, anders sta je buiten de maatschappij.”



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina