Les 15: De christelijke kerk



Dovnload 142.21 Kb.
Pagina1/5
Datum26.08.2016
Grootte142.21 Kb.
  1   2   3   4   5

Les 15: De christelijke kerk

De Heere heeft op deze aarde Zijn volk, dat Hij uit soeverein (vrijmachtig) welbehagen van eeuwigheid liefheeft.1 Deze liefde maakt Hij ze door Woord en Geest bekend. Het is een volk dat Hij uit satans macht verlost2 en aan Zich verbindt door de Heilige Geest, de Goddelijke Band van Leven.3 Hij zet dat volk apart4, Hij gaf het vóór de grondlegging der wereld aan Zijn Zoon5 en Hij bepaalde dat het eeuwig zalig zal worden, hoe fel de hel ook woedt en strijdt6 en hoe onwillig dat volk zelf ook was!7 Dit is de enige reden waarom er vandáág een kerk / gemeente is en waarom er ook mórgen voor deze kerk hoop is, zelfs in de donkerste tijden, waarin veel doemdenken is.8 Deze kerk is dus het geschenk van de genade van God en het werk van de Heilige Geest. Haar diepste geheim is de inwoning van deze Geest in haar (in haar leden).9


Deze kerk is

  • één

  • heilig

  • katholiek of algemeen

  • apostolisch

Deze kerk is (1) één in Christus door de Geest, in de Waarheid, in het ene geloof. Zij is dus niet verdeeld in wezenlijk verschillende kerken. Deze eenheid is Gods opdracht aan ons, maar vooral Zijn gave aan ons, Zijn bede voor ons.10 Deze eenheid is gegrond in Gods verkiezend welbehagen, in Christus’ kruisverdiensten, en in de inwoning van de Heilige Geest.11 Deze eenheid vindt onder andere uitdrukking in de eenheid aan het avondmaal: één brood is het, zo zijn wij velen één lichaam... (I Korinthiërs 10 vers 17). Zo wordt de gemeenschap der heiligen gevoed, die onder andere hierin bestaat dat je in liefde alles voor de ander doet, onder andere een goed voorbeeld zijn in alles12 – in het bijzonder: elkaar onderwijzen, troosten en beschermen, en in het gebed aan Gods genadetroon opdragen!

Ze is (2) heilig, dat is: aan Christus verbonden in hartelijke geloofstoewijding (daarom heet ze ook christelijk) en dus even hartelijk en ook in de praktijk afgescheiden van alle zonden, door de Heilige Geest Die in haar werkt en haar heiligt.13 De kerk is met dát doel heilig14, dat zij deze wereld weer onder de duistere macht van satan en zonde vandaan haalt. Zij is gericht op heel het geschapen leven, dat geleefd moet worden naar de wil van de heilige God. Toch komt zij (als hebbend maar een klein beginsel van deze nieuwe gehoorzaamheid) in deze (aardse) bedéling nooit, zegt Luther, boven de gestalte uit van een zondares aan de voet van het kruis. De heiligheid van de kerk betekent dus niet dat ze een gemeenschap is van zondeloze mensen, maar dat Christus met zondaren wil samenkomen en samenwonen.15 Deze heiligheid-in-praktijk is ook meteen één van de redenen waarom zij door de wereld wordt gehaat.16 Dit heilig zijn is én opgave17 én gave én bede.18

De kerk is (3) katholiek of algemeen; ze is over heel de aarde verspreid, ze omvat alle rassen, culturen en talen19 en overstijgt die – zodat een slavenheer naast zijn slaaf aan één (avondmaals)tafel zit en uit dezelfde beker drinkt! Haar boodschap geldt heel de mensheid, zoals God al aan Abraham beloofde20, hoewel ze zich vooral plaatselijk openbaart. Deze kerk wordt dus niet door landsgrenzen beperkt, ook niet door culturele gewoonten. Ze is de vervulling van Christus21, Die Zelf alle dingen vervult. Daarom kondigt zij de heerschappij van Christus, haar Hoofd, af over heel de aarde.22 Dit roept natuurlijk ergernis op: de kerk bezit in Christus immers de volle waarheid23, en komt hier vrijmoedig-bescheiden voor uit!24 Deze katholiciteit geeft haar spreken een zeker gezag onder andere om, zoals Augustinus belijdt, tot geloof in het gezag van de Schrift te komen.

De kerk is (4) apostolisch en wijkt dus geen streepje van de leer en het goede voorbeeld van de door Christus geroepen en aan haar geschonken apostelen.25 Er zijn wel opvolgers van apostelen, maar zij zelf zijn geen apostelen. Apostelen waren grond- of fundamentleggers.26 De apostolische geschriften zijn het eten en drinken van Jezus’ kerk.

Deze kerk vergadert de Goede Herder tot Zich27 doordat Hij de onweerstaanbare kracht van Zijn Heilige Geest28 verbindt aan het uitwendig gepredikte Woord, Zijn heilig evangelie (waardoor deze uitwendige roeping een inwendige wordt). Dit blijkt heel duidelijk op de pinksterdag, en de vele preken en toespraken in het boek Handelingen. De reden is: omdat Hij deze kerk heeft gekocht met Zijn kostbaar (dierbaar) bloed.29 Dit volk doet Hij door dat krachtige Woord30 sterven aan zichzelf en ook geboren worden uit de Heilige Geest tot een levende hoop.31 Dit volk beschermt Hij tegen alle vijanden door Zijn macht, door het geloof32 en Hij bouwt en onderhoudt haar door de voortdurende inwoning van Zijn Geest33, Die alle weldaden uit Christus neemt en Die daarmee dit Godsvolk voedt en verkwikt. Hij troost dit volk en maakt het heilig.34

Dit volk vergadert Hij rondom Zijn Woord en sacramenten; en Hij regeert het door dat Woord. De prediking moet dan ook zuiver zijn: geheel de Schrift en niets dan de Schrift; de bediening der sacramenten moet rein zijn; en de tucht moet op zo’n manier worden bediend, dat alle zonden worden gestraft (NGB, 29).35 De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt niet, dat tegen openbare zondaren allerlei kerkelijke maatregelen moeten worden getroffen, al moet dat ook wel; maar dat de zonden worden bestraft; wat in getrouwe prediking gebeurt! Zie ook les 20. De sportwereld heeft tuchtcommissies en de medische wereld haar tuchtcollege; zo heeft de kerk haar opzicht, door de ambten.

De kerk wordt door Christus Zelf geregeerd, en Hij gebruikt daarvoor mensen, ambtsdragers.36 Wij kennen in onze kerk de volgende ambten: predikant (ook wel lerend ouderling genoemd37 of ‘herder en leraar’38), ouderling39 en diaken40. Deze ambten zijn gelijk, en hebben ieder een eigen taak. Diakenen (zie Handelingen 6) hebben de taak ordelijk zorg te dragen voor behoeftige naasten (in en buiten de gemeente). Ouderlingen hebben opzicht zowel over de predikant (is het Bijbels wat hij de gemeente leert?), als over de gemeenteleden41 (gedragen dezen zich zoals Gods Woord het zegt (I Timotheüs 3)?)42 Daarom gaan zij pastoraal = herderlijk op bezoek in de gemeente (huisbezoek). Predikanten hebben de verantwoordelijke en bevoorrechte opdracht om Gods Woord uit te leggen en toe te passen. Ambtsdragers voeren als Gods medearbeiders geen heerschappij over het geweten van gemeenteleden, maar ze hebben het voorrecht mee te werken aan de blijdschap van de gelovigen.43 Doe je belijdenis dan beloof je onder andere mee te werken aan de bloei van Gods Koninkrijk (dus ben je beschikbaar voor dienst en ambt) én je te onderwerpen aan de orde en het opzicht in Gods kerk, uitgeoefend door de ambtsdragers.

De Bijbel noemt de kerk Gods huis44; een vaste pilaar45; een tempel46; bruid47; het lichaam van Christus (Efeziërs 1 vers 23); Gods volk.48 De leden van deze gemeente worden aangeduid met heiligen49, uitverkorenen50, geliefden51, geroepenen52.

Door Gods bijzondere genade verbindt dit volk zich in vrijwillige en vurige liefde aan de Heere en zo ook aan elkaar: een kenmerk van de christelijke levensstijl!53 Dit volk reist voort op druk- en kruiswegen54 en houdt onwrikbaar stand op grond van het onfeilbare Woord van zijn God, in de weg van het tere, afhankelijke smeekgebed55. Dit volk, verenigd rondom de getrouwe prediking van het onfeilbare Woord in hartelijke en broederlijke liefde door het geloof, noemen we kerk (van het Griekse Kuriakè – dat is: van de Kurios, de Heere). Hij is de Bruidegom en Losser van dit volk. De Schrift gebruikt niet het woord kerk, maar gemeente (Grieks: ekklesia), een woord dat betekent: er uit geroepen, namelijk uit de duisternis van blindheid, satansdienst en zondelust56 tot Zijn wonderbaar licht, met als roeping en doel: de Deugden van God te verkondigen – om zo de wereldbevolking te be-evangeliseren, onder andere door een sierlijke levenswandel.57

Op weg van Pasen naar de wederkomst bevindt Gods kerk zich onophoudelijk in de gevarenzone van dwaalleer, individualisme, groepsvorming, partijschappen, terugval in het heidense, van God vervreemde leven, en vijandschap van de wereld (Efeziërs 4 vers 17-32).58 Jezus waarschuwt Zijn discipelen ervoor.59 Dit blijkt ook uit alle vervolgingen door joden en heidenen60 (zie het boek Handelingen – met Saulus van Tarsen als duidelijkste voorbeeld61). Het blijkt niet minder uit de verleiding van de aantrekkelijke wereld.62 Toch haat de kerk de wereld niet (wel de zonde in en van de wereld, niet de wereldse mensen), maar uit liefde bedrijft zij op allerlei manieren zending om deze wereld – indien mogelijk – voor Christus te winnen (zie HC, 86).

Wie zijn lid van deze kerk? Allen die op het erf van het verbond zijn geboren.63 Allen zijn echter niet op dezelfde manier lid. Er zijn lévende leden en er zijn dóde leden. De levende leden zijn van de kerk, de dode (huichelachtige mondbelijders) alleen in de kerk. Daarom maken we onderscheid tussen zichtbaar en onzichtbaar. Niet dat er twee kerken zijn, maar deze ene kerk heeft een zichtbare en een onzichtbare gestalte: van de kerk is haar geestelijke leven / geloofsleven onzichtbaar (voor God alleen bekend64); zichtbaar wordt zij in eredienst, onderwijs en gemeenschapsvorming. De zichtbare gestalte van de kerk is vermengd met huichelaars; onzichtbaar is, wie waarlijk lid zijn door wedergeboorte en geloof. Het verschil is slechts voor God zichtbaar (lees: Mattheüs 13 vers 24-30, 36-43; 25 vers 1-13). Het ‘oordeel der liefde’ verbindt de zichtbare met de onzichtbare kerk. Daarom worden doopouders aangesproken met ‘Geliefden in de Heere Christus…’

Op de grote dag van het gericht zal echter de wan de dorsvloer zuiveren: tarwe komt in de hemelschuur, kaf in het onuitbluslijk vuur. Van groot belang voor een ieder is te weten of wij levende lidmaten zijn. Dit worden we niet door doop en belijdenis, maar door wedergeboorte en geloof – zijn wij wedergeboren, geloven wij? Woont Christus in ons, vormen ons lichaam en onze ziel een tempel van de Heilige Geest?65 Is ons geweten met het bloed van Christus besprenkeld en gereinigd van dode werken om de levende God te dienen?66 Dan zijn wij levend verbonden aan Christus, wat onder andere te herkennen is aan de vrucht van de Geest.67 Zie jij er iets van – én bij je zelf én om je heen?


Deze kerk onderscheiden we in triomferende kerk68 en strijdende kerk69, waarvan de gezaligden70 de triomferende (overwinnende) kerk zijn; en de hier op aarde levenden de strijdende kerk zijn – die toch ook nu al de méér-dan-overwinnende kerk is!71 Dit wijst erop dat er een strijd is (Openbaring 12) en wel tegen een driekoppige doodsvijand: duivel, wereld en eigen vlees.72 In deze strijd zijn wij kansloos, tenzij wij door Christus worden beschermd, wat Christus de Zijnen heeft beloofd (Psalm 3; 18; 91)73 en wat Hij ook volbrengt. Daarom belijden wij met het vijfde hoofdstuk van de Dordtse Leerregels de volharding der heiligen. Deze volharding is én een opgave74 én een gave.75

In deze kerk zijn alle leden geestelijke broeders en zusters, omdat ze door de wedergeboorte uit God kinderen van dezelfde Vader zijn; die elkaar hartelijk moeten liefhebben en ook om Jezus’ wil daadwerkelijk liefhebben.76 Ze hebben alles voor elkaar over en ze wensen hun leven te besteden in dienst van elkaars tijdelijke en eeuwige welzijn. Zoals Calvijn zei: terar, dum prosim = laat mij verteren, als ik maar nuttig ben. Ze achten dit hun schuldige plicht en rekenen er dus niets voor, ze verheffen zich er niet op dat ze zich in hartelijke liefde geven ter zaligheid van de andere lidmaten.77 Ze doen het uit onbaatzuchtige liefde en gunnen elkaar het beste voor tijd en eeuwigheid, al kost het hun zelf alles.78 De kerk openbaart zich dus ook in medemenselijkheid, liefde en hulpvaardig zijn, wanneer dit tenminste niet inhoudt in onwaarachtigheid de Waarheid te begraven (daarom kunnen we niet mee met de huidige tendens naar eenheid [oecumene] als van de PKN en de wereldraad van kerken), maar zij openbaart zich vooral in het ware geloof, dat zich fundeert op de Waarheid79, die wij vinden in het profetische Woord.80 Dit laat zich hieraan kennen: onverzettelijkheid in hoofdzaken, verdraagzaamheid in bijzaken, liefde in alle zaken. Wat is de verscheurdheid tussen broeders van hetzelfde huis een aanklacht en smart!81

Al komen we alleen te staan, tegenover een grote meerderheid van valse of onzuivere kerken – zoals de profeet Micha in I Koningen 22 vers 6, 1382 –, toch willen we liever bij de verdrukte kerk van Jezus Christus horen, dan mee te heulen met valse voorgangers (wolven in schaapskleren) – tegen wie Jezus en de apostelen waarschuwen (II Petrus 2; Brief van Judas).83

Ware christenen zijn ook in een zuiver kerkverband lang niet altijd in de meerderheid – omdat de kerk soms zuiverder is en soms minder zuiver óf in de ene plaats zuiverder en in de andere minder zuiver, zoals Augustinus in zijn dagen over zijn kerk klaagt.

Zij zijn echter volgens NGB, 29 te herkennen aan de volgende kenmerken. Levende christenen:


  • bezitten een waar geloof84

  • ontvluchten, na de enige Zaligmaker te hebben aangenomen, de zonde85

  • jagen de gerechtigheid na86

  • hebben de ware God en hun naaste lief87

  • wijken niet af ter rechter- of ter linkerhand88

  • kruisigen het vlees plus zijn werken89

  • strijden door de Geest tegen hun zwakheid, al de dagen van hun leven door gestadig hun toevlucht te nemen tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heere Jezus, in Wie zij vergeving van hun zonden hebben, door het geloof in Hem90

We kunnen ook verwijzen naar de zaligsprekingen. Jezus beschrijft daar wie christenen zijn:



  • zij zijn armen van geest

  • zij treuren

  • zij zijn zachtmoedig

  • zij hongeren en dorsten naar de gerechtigheid

  • zij zijn barmhartig

  • zij zijn rein van hart

  • zij zijn vredestichters en

  • zij worden vervolgd omwille van de gerechtigheid.91

Of naar de negenvoudige vrucht van de Geest.92 Ook is haat van de wereld een kenmerk van het bij de kerk horen.93
Verder wil ik nog twee kenmerken noemen. Levende christenen:

  • groeien in kennis en genade94

  • kunnen hun mond niet houden, maar móeten van Jezus getuigen95.

Behalve een ware kerk, met als kenmerken ‘zuivere prediking van het evangelie’, ‘reine bediening van de sacramenten’ en ‘uitoefening van de tucht om de zonden te bestraffen’, is er ook een valse kerk96, waarvan we ons moeten afscheiden. De kenmerken van een valse kerk zijn: meer gewicht aan mensen, hun leringen en inzettingen, toekennen dan aan God en Zijn Woord; de sacramenten niet op de goede manier bedienen, maar er iets van af doen of er iets aan toe voegen; Gods volk haten en (op de een of andere manier) vervolgen.97 Een kerk met een bijbelse grondslag (in de belijdenisgeschriften) kan in de praktijk al wel kenmerken van de valse kerk vertonen – zoals de Nederlandse Hervormde Kerk tientallen jaren deed.

Ben jij lid van de ware kerk? Ben jij een lévend lid van de ware kerk? Vertoon jij de kenmerken van de ware christenen?
* * *

*



  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina