Lessuggesties



Dovnload 61.07 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte61.07 Kb.
Lessuggesties:

Natuurlijk is er niet één manier om verdriet te verwerken. Er zijn zoveel vormen van verwerken als er mensen zijn. Hier volgen enkele suggesties:


Verhalen helpen kinderen om te communiceren over de dood.

Voorlezen:


  • Verhalen van Toon Tellegen

  • ‘Verdriet’ van Michael Rosen en Quentin Blake, Uitgeverij Hillen B.V. 2005

“Iedereen heeft wel eens verdriet – jij misschien ook, net nu je dit leest.”

  • De gebroeders Leeuwenhart, van Astrid Lindgren


Voorbeeld:

"Op een donkere dag aan het einde van het jaar vergaderden de dieren op de open plek midden in het bos. Toen iedereen wat had gezegd, schraapte de tor zijn keel en vroeg: 'Wie van ons is er wel eens dood gegaan?'
De wind waaide door de bomen, de zon was dof en iedereen zweeg.


'Niemand?' vroeg de tor.
De salamander stond op en vroeg: 'Echt dood? Niet alleen je staart of zo…?'
'Nee, echt dood', zei de tor.
Het bleef stil. Niemand durfde om zich heen te kijken.
Ten slotte zei de tor: 'Dank jullie wel. Dat wilde ik alleen maar even weten.'


Er ontstond geroezemoes. En iedereen stootte iedereen aan.
'Waarom wilde je dat weten?' vroeg de ekster.
'Voor alle zekerheid', zei de tor. Toen draaide hij zich om en verdween in een struik.
Dieren die nog nooit hun voorhoofd hadden gefronst, fronsten het nu, en de wind wakkerde aan en er was niets meer te vergaderen.


De mier en de eekhoorn liepen naar huis. De mier rilde, maar het waren geen gewone rillingen.
'Wat zijn dat voor rillingen?' vroeg de eekhoorn.
'Dat zijn huiveringen', zei de mier.
'Huiveringen??' zei de eekhoorn. 'Daar heb ik nog nooit van gehoord.'
'Nee', zei de mier. 'Die heb ik voor het eerst.'


De eekhoorn begon diep na te denken. Maar plotseling werd hij bang dat hij te diep zou nadenken en misschien wel niet meer terug zou kunnen denken. En zo hevig als hij kon, begon hij aan beukennoten te denken en aan dennenappels en aan de rivier en de zon en de zomer. Hij stootte de mier aan en zei: 'Daar moet je ook aan denken, mier, aan de zomer!"

Tellegen T., Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren, Querido, 1999.

Dit verhaal van Toon Tellegen is in de onderbouw bruikbaar in de periode rond Allerheiligen. Je kan in een klas de dood al ter sprake brengen, voordat men met de dood op school geconfronteerd wordt.

Er kan een klassengesprek volgen op dit verhaal aan de hand van volgende vragen:



  • Hoe komt het dat het stil blijft bij de dieren als de tor naar de dood vraagt?

  • Hoe reageren wij als er over de dood gepraat wordt?

  • Hoe verklaar je dat er niets meer te vergaderen was na de vraag van de tor?

  • Waarom kreeg de eekhoorn huiveringen?

  • Krijg jij ook huiveringen/rillingen als men over de dood praat?

  • Denk je dat er na de dood niets meer is of juist wel?

  • Hoe stel jij je het leven na de dood voor?

  • Waarom geeft de eekhoorn de mier de raad om aan de zomer te denken?

Na het klassengesprek kan men de leerlingen het verhaal laten verder schrijven vanaf de zin 'De eekhoorn begon diep na te denken'. De leerlingen lezen hun stukje verhaal aan elkaar voor.
Zelf lezen:

leeftijd 12 +. Anna’s broer sterft door een ongeval. Waarom is het moeilijk om samen met anderen verdrietig te zijn?

  • ‘Ik mis je, ik mis je’, Peter Pohl en Kinna Gieth, Querido, 1994. Leeftijd 14 +

Tweelingzus komt door ongeluk om het leven.

  • ‘Voor Kaya’, Charlotte Glaser Munch, Lemniscaat 2003, leeftijd 16 +

Kaya’s dagboek is één lange brief aan haar overleden moeder.
Gedichten om voor te lezen:

  • Ivo de Wijs: ‘In alle stilte’; ‘Dood’;

  • Jan Boerstoel: ‘de Lek’, Zwarte dag

  • Koos Meinderts: ‘Die ene ster’, (met Harrie Jekkers): Ballade van de Dood

  • Pieter de Jong: ‘popconcert’

  • Karel Eykman: ‘Ine op station Driebergen-Zeist’; ‘Doodziek katje’

  • Willem Wilmink: ‘dood zijn duurt zo lang’; ‘een probleem’

  • Hetty Heyting: ‘Ik ben soms zo verdrietig’; ‘nog zeven nachtjes slapen ongeveer’

  • Hans Dorrestijn: ‘Droevig’


Andere mogelijkheden:



Laat de leerlingen gedichten opzoeken die een speciale betekenis voor ze hebben. Laat ze door de leerling voorlezen of lees ze zelf voor.

Je kunt de gedichten bundelen en aan de zieke leerling geven of een mooi gedicht voorlezen op de begrafenis.



Zoek gedichten uit die met het onderwerp te maken hebben.

Lees de gedichten, eventueel via een carrouselwerkvorm, laat leerlingen er op reageren. Wat vind je terug dat waar is voor jou, welke woorden dragen de juiste lading, welk gedicht vertaalt jouw gevoel?
Daarna kun je leerlingen een poging laten wagen zelf gedichten te laten schrijven. Bepreek wat een gedicht is, wat de trucs zijn om je gevoelens in woorden te ordenen.
Geef de leerlingen ruim de tijd. Belangrijk is dat alles goed is.
De gedichten kunnen op kaartjes of posters opgehangen of misschien zelfs in een bundeltje uitgegeven worden.

Benodigdheden
Gedichten, veel voorbeelden
Stencil met schrijftips
Bij opschrijven op posters ook grote vellen
Bij bundel : kopij in passend lettertype, kaft ontwerpen etc.

Tips en aandachtspunten voor begeleiders
Een variant is werken met raps, liedjes en verhalen
Voorbeelden van gedichten o.a. in:


‘Kun je de dood ook groeten’, diverse auteurs, Kok Kampen 2003;

‘Ik heb alleen woorden’, H. Warren en M. Molegraaf (samenstellers), Amsterdam, Bert Bakker, 1998;

‘Roltrap naar de maan’, verzamelde kindergedichten, samengesteld door Hilde Scholten, Novella Uitgeverij, Bussum, 1995. (onderdeel: ‘ik zorg zelf wel voor de stilte op die dag’
tips

Het is belangrijk dat kinderen een aantal gedichten gelezen hebben om de sfeer te proeven en om er over te kunnen praten;

Inventariseer met de kinderen de kenmerken van gedichten. Wanneer is iets een gedicht? Als het goed is rolt daaruit het beeld dat in poëzie eigenlijk alles mag, veel meer dan in proza. Wat vorm betreft: het mag rijmen, maar het hoeft niet, het mag in strofen en met hele regelmatige zinnen, maar het hoeft niet, je mag zelf weten hoe je gebruik maakt van de bladzijde, je mag het wit van de bladzijde gebruiken, je hoeft je niet te houden aan alle regels over hoofdletters en leestekens. Wat de inhoud betreft: het mag overal over gaan, elk onderwerp is goed. Vaak zit er wel een dubbele bodem in een gedicht, je kunt er wat langer over nadenken. Wat de taal betreft; meestal noemen leerlingen wel het bijzondere taalgebruik, het “poëtische”.

Je kunt versvormen kiezen die een duidelijke structuur hebben, als houvast. Voorbeelden hiervan zijn het elfje, waarin elf woorden worden gebruikt, en de haiku, een drieregelige Japanse versvorm.


Een elfje is als volgt opgebouwd:
Zilver een woord, kleur

Mijn tranen twee woorden, mens dier of ding

Sporen van verdriet drie woorden, mededeling over mens dier of ding

Ik laat je los vier woorden, meer informatie

Bijna een woord, samenvatting of afronding
Een haiku bestaat uit 17 lettergrepen, geordend in drie regels van 5 –7 – 5 lettergrepen:

Schrijven





  • Laat de leerlingen opstel schrijven over hoe zij denken over de dood.

Heb je wel eens meegemaakt dat iemand dood ging. Hoe ging dat?


  • Laat de leerlingen een verhaal schrijven of een tekening maken voor de zieke leerling. Of laat ze een brief aan de ouders (van de overleden leerling) schrijven. Een laatste brief aan de overleden klasgenoot kan natuurlijk ook.


Voorbeeld: Als ik je nog iets mag zeggen

De bedoeling van deze activiteit is te werken aan 'unfinished business' door een brief te schrijven naar de overledene.

De leerlingen schrijven een brief aan de overledene waarin ze onder andere vertellen hoe ze zich voelen, wat ze nog hadden willen zeggen en hoe het nu met hen gaat. Vaak praten

de jongeren met de overledene hierin bij en stellen ze een heleboel vragen. De leerlingen kunnen deze brief als huiswerk mee krijgen.


In de groep vertellen ze aan elkaar hoe het was om de brief te schrijven. Ze krijgen de mogelijkheid om een stukje van de brief voor te lezen. Daarna komt aan de orde wat ze met de brief zullen doen. Hoe krijg je de brief bij de overledene? Voorbeelden zijn: verbranden, in het water laten wegstromen, aan een ballon oplaten. Belangrijk is dat dit onderdeel van de activiteit een ritueel karakter krijgt. Het 'verzenden' van de brief kan ook in kleine groepjes besproken worden, waarna ze mekaar vertellen wat ze precies gaan doen.

Variatie: Wat ik nog zou willen vragen? Als je achterblijft, blijf je met veel vragen zitten. Op welke vragen wil je antwoord hebben? Wie kan je een antwoord geven? Wanneer ga je die vraag stellen? Schrijf deze dingen eens op een briefje.

Andere mogelijkheden om zinvol bezig te zijn met schrijven:


  • het schrijven van een afscheidsbrief, individueel of gezamenlijk;

  • het schrijven van een condoléancebrief, individueel of gezamenlijk;

Voorbeeld :

De leerkracht kan de leerlingen voorstellen om in de les te werken rond condoléance.

Doel: de leerlingen aanleren om iets persoonlijks te maken van een rouwkaartje/condoléance brief en hen de etiquetteregels daarvan bij te brengen.

Eerst leert men de leerlingen aan hoe men een kaartje of brief schrijft, vervolgens schrijven ze er zelf één.

Etiquetteregels:

Men schrijft een brief naar de rouwende met wie men de nauwste band heeft.

Elke vorm van standaardpapier of kaartje is geschikt. Opvallende kleuren worden vermeden.

Een handgeschreven brief is persoonlijker en komt warmer over.

De lengte is niet belangrijk.
De componenten van de condoléancebrief:

Erkennen van het verlies: men deelt mee hoe men het nieuws heeft vernomen en drukt zijn verslagenheid uit. Het is steeds belangrijk de naam van de overledene te vermelden in de brief.

Uitdrukken van medeleven: door oprecht zijn medeleven uit te drukken, laat men de rouwende weten dat men bezorgd is en zich betrokken voelt bij zijn verdriet.


  • het opstellen van een rouwadvertentie namens de klas/school;

  • Schrijfgesprek: aan een schrijfbord (of blad papier) staan twee mensen. De eerste schrijft een reactie op verdriet, de andere reageert hierop…zo volgen de reacties elkaar op.

Voorbeeld:

Later zie je elkaar in de hemel terug…


daar ben ik nu niets mee, weg is weg en dood is dood
't gaat wel over
maar het doet zo'n pijn
nu moet je sterk zijn
maar ik zal nooit meer sterk kunnen zijn


  • Ik schrijf een brief aan mezelf

Deze activiteit heeft als doel een stap te zetten in het leren leven zonder de lijfelijke aanwezigheid van …….. De opdracht voor de deelnemers is een brief te schrijven aan zichzelf en zichzelf te adviseren hoe verder te gaan zonder die ander er is. Deze brief schrijven kan als huistaak gegeven worden. Tijdens de sessie kan de ervaring en mogelijk de inhoud van de brief gedeeld worden.
Tekenen:

Laat foto’s/ schilderingen of beelden zien die verdriet uitdrukken.

Maak een fotoboek of collage als gezamenlijke herinnering aan de overledene;

Leerlingen kunnen zelf een beeld kleien of een schilderij/tekening maken, waarin zij hun verdriet uitdrukken.
Presenteren: activiteiten ter voorbereiding en invulling van de afscheidsbijeenkomst:

teksten en muziek zoeken en oefenen.



Muziek


Vaak kunnen jongeren via de muziek de dood symbolisch onder woorden brengen. Popsterren schrijven op een sublieme manier over verdriet en al wat daarbij komt kijken.

  • Je kunt daarom een liedjescarrousel gebruiken. Je kan zelf voor liederen zorgen of je kan vooraf vragen dat de jongeren zelf liederen rond dood en sterven meebrengen. Dan is het wel raadzaam dat ze de tekst en eventuele vertaling zouden meebrengen. De aandacht is veel scherper als je tegelijk luistert en de tekst kan meelezen.

Hieronder staan voorbeelden.

Verloop van de liedjescarrousel

Je beluistert met de hele groep jongeren de 10 liederen na elkaar.

De jongeren vertellen door welke liederen ze het meest aangesproken werden. Samen beslis je welke vijf liederen verder besproken zullen worden.

Lied per lied wordt opnieuw beluisterd. Telkens worden de onderstaande opdrachten opgelost.

Schrijf voor jezelf de grote lijnen van het lied op.

Haal uit het lied de sleutelwoorden en probeer er de betekenis van te achterhalen.

Zoek welke beelden gebruikt worden.

Wat raakt jou speciaal in dit lied?

Welke elementen komen bij elk lied terug? (vragen, gevoelens, beelden rond hoop, dood, verrijzenis)

Vorm nu kleine groepjes en laat de rode draad zien in deze vijf liedjes.

Stel, je wil nu een troostend kaartje schrijven naar iemand die treurt om het sterven van een geliefde. Met behulp van de gedachten uit de liederen stel je een mooi tekstje op. Wissel hierover uit met elkaar.


  • Maak een cd met favoriete muziek voor de zieke klasgenoot; leerlingen kunnen ook wat inspreken;

  • Zoek troostrijke muziek om in de klas te luisteren of laat leerlingen die muziek uitkiezen.


Werken met muziek: Op de tonen van mijn gevoel

De activiteit heeft als doel met de leerlingen een van de copingstrategieën (muziek die ervoor zorgt dat je je beter gaat voelen) door te nemen om om te gaan met gevoelens.



Materiaal: cd-speler en cd's

Werkwijze: De leerlingen brengen zelf de cd mee met muziek die voor hen een van de volgende functies heeft.

oproepen van emoties

oproepen van herinneringen

helpen met coping

favoriete muziek van de overledene

om de aanwezigheid van de overledene te kunnen voelen

om nog een boodschap te geven aan de overledene (iets dat je nog had willen zeggen, toen hij nog leefde).

Om beurten wordt naar de muziek geluisterd die de deelnemers hebben meegebracht. Deze vertellen naar keuze vooraf of achteraf, waarom zij deze muziek gekozen hebben en welke functies de muziek heeft voor hen.



Speciale aandachtspunten: Deze activiteit roept veel emoties op, las daarom regelmatig een pauze in. Ga niette snel van de ene muziek over naar de andere, las telkens een korte adempauze in door bijvoorbeeld wat klassieke muziek of muziek van enya te spelen. Let op of ze muziek meebrengen waar suïcidegedachten of -wensen in voorkomen. Dat kan een signaal zijn.

Er is ook muziek die jongeren kan helpen die het niet meer zien zitten, zoals 'Everybody hurts' van REM of 'Er is altijd een weg' van Volumia.




Nederlandstalige luisterliederen



Zeg me dat het niet zo is, Frank Boeijen

Alles kwijt, Marco Borsato

Nooit meer een morgen, Marco Borsato

Papa, Stef Bos

De tederheid, Stef Bos

Tijd om te gaan, Stef Bos

We komen en we gaan, Stef Bos

De roos, Ann Christy

Afscheid van een vriend, Clouseau

Oker, Cloudeau

Onderweg, Boudewijn de Groot

Mag ik komen in je dromen, Bart Herman

Slaap mijn kind, Bart Herman

Afscheid, Paul de Leeuw

Regenboog, Spring

Als ik doodga, Urbanus

Praat dan wat, Herman van Veen

De steen, Bram Vermeulen

Leeg, Bram Vermeulen

Het is niet waar, Bram Vermeulen

Testament, Bram Vermeulen

Runeke’s litanie, Willem Vermandere

Die laatste dag, Willem Vermandere

Klassieke muziek


Cello-suiten, J.S. Bach, solist Mstislav Rostropovich

Pie Jesus, Gabriel Fauré

Lascia ch'io pianga, Handel

Ave Verum, W.A. Mozart

Laudate Dominum, W.A. Mozart

Lacrimosa, W.A. Mozart

Carmina Burana, Carl Orff

Adagio, F. Schubert

Requiem für Mignon, R. Schumann

Vier letzte Lieder, Im Abendrot, R. Strauss

Vier letzte Lieder, Beim Schlafengehn, R. Strauss

De vier jaargetijden, zomer, Vivaldi

Niet Nederlandstalige muziek


Tears in Heaven, Eric Clapton
Vole, Céline Dion
Tell me thers's a heaven, Chris Rea
Walking Higher, Heather Nova
Sanctuary, Luka Bloom
Little Willow, Paul Mc Cartney

Con te partiro, Andreas Bocelli




Film


Een film die samen bekeken en besproken wordt, kan een hulpmiddel zijn in het leren omgaan met verdriet en rouw.

  • Een les opnemen voor de zieke leerling of soap naspelen.

  • Een aflevering van een soap kijken en bespreken in de klas.

  • Onderstaande vragen kunnen op alle films toegepast worden uit de filmlijst van de tweede graad.

In plaats van één film te bekijken, kan je filmfragmenten van verschillende films bekijken. Onderstaande vragen kunnen mits kleine aanpassingen opnieuw gebruikt worden.

  • Welk fragment uit de film heeft je het meest geraakt?

  • Verwoord in een paar zinnen wat je zag en wat het met je deed.

  • Is het een situatie die je in je eigen leven herkent?

  • Kan of wil je er iets meer over vertellen?

  • Welke gevoelens werden opgeroepen bij jou?

  • Hoe zou jij omgaan met gevoelens van verdriet, pijn, liefde?

  • Waren er fragmenten waarvan je dacht: zo zou ik ook willen omgaan met mijn verdriet, zo zou ik ook willen troosten of getroost worden?

  • Wat betekent troosten voor jou?

  • Hoe gaat men in de film om met verdriet, afscheid nemen?

  • Hoe zou jij willen omgaan met verdriet in je relatie, in je gezin?

  • Welk personage in de film bewonder je? Wat doet hij dat zo bijzonder voor je is?

  • Zijn er mensen die mijlpalen zijn in je leven, waar je naar opkijkt?

  • Zijn er waarden die je belangrijk vindt?

  • Welke vragen rond je eigen leven heeft deze film opgeroepen?

  • Kan je met deze vragen ergens terecht?

  • Hoe belangrijk is communicatie, het uiten van gevoelens, vrijheid, verbondenheid, vriendschap, dromen en verlangens, een thuisgevoel voor jou?

  • Wat doe jezelf om je dromen naar vriendschap en communicatie vorm te geven?

  • Stel dat je een film zou schrijven rond omgaan met verdriet. Welke titel zou je eraan geven? Waar zou de film zich afspelen? Zou het gaan over één persoon of zou je werken met een gezin waar elke mens, jong en oud, rouwt op zijn manier?

  • Hoe heb je de muziek van de film ervaren? Welke sfeer, emoties, gevoelens riep die in je op?



ICT-opdracht: interreligieuze dialoog

De leerlingen krijgen een aantal opdrachten die ze door te zoeken op internet proberen op te lossen. Later wordt deze opdracht klassikaal besproken.

1. Vul telkens de passende godsdienst in:

Wordt begraven met het hoofd naar Mekka:...

Er wordt bij de overledene gewaakt en er blijft een kaars branden ...

Hun lichaam wordt altijd gecremeerd ...

De aanwezigen werpen een handvol aarde in het graf ...

De overledene mag niet gecremeerd worden ...

De bezoekers leggen een steentje op het graf ...

De as van de overledene wordt in de rivier uitgestrooid ...

De brandstapel moet gemaakt worden volgens bepaalde rituelen ...

De overledene wordt begraven met het gezicht naar Jeruzalem ...

Er wordt voorgelezen uit de heilige boeken ...

De aanwezigen bidden voor de overledene ...

Ze hebben een rouwperiode van 12 dagen ...

2. Bij welke godsdienstige begrafenis past volgend gebed of volgende woorden.

'Net zoals een man versleten kleren wegdoet en nieuwe aantrekt, zo treedt ook de ziel uit versleten lichamen en treedt in andere die nieuw zijn.'

Deze woorden passen bij de begrafenis van ... omdat ze verwijzen naar ...

3. 'Van aarde bent u gemaakt, in aarde wordt u gelegd en uit de aarde wordt u gehaald op de Dag van het Oordeel.'

Deze woorden passen bij de begrafenis van ... omdat ze verwijzen naar ...

4. Zoek in de eerste opdracht gelijkenissen met een christelijke begrafenis.

5. Wat is de bedoeling van de rouwperiode? Vind je zo'n rouwtijd goed? Waarom? Bestaat er ook zo'n rouwtijd bij christenen?

Bron: zelfgemaakte godsdienstcursus van een collega in Don Bosco Hechtel
Overig:

Doe-activiteiten tussen overlijden en begrafenis of kort erna


Ballonnen met kaartjes maken, stenen beschrijven, vlinders tekenen

De leerlingen verwoorden op deze manier een wens voor de overledene of datgene wat ze nog willen zeggen.



Materiaal: witte ballonnen gevuld met helium, kleine gekleurde kaartjes, lintjes, witte stenen, dikke waterbestendige stiften, papier, schaar, verf, kleurpotloden
Werkwijze: De leerlingen krijgen een gekleurd kaartje waarop ze een boodschap kunnen schrijven voor de overledene. Ze schrijven hun naam eronder. Het kaartje wordt aan de ballon geknoopt. Deze ballonnen kunnen opgelaten worden bij de begrafenis van een medeleerling.

De leerlingen schrijven op een steen een boodschap en hun naam. Deze steen krijgt een plaats bij het graf of je kan als leerkracht in de klas in een hoekje een plekje maken voor deze stenen.

De leerlingen tekenen vlinders en kleuren en beschilderen ze. In de vleugels schrijven ze woorden over de overledene. Je kan in de klas een vlinderboom maken en de vlinders hierin een plaats geven. Of de leerlingen kunnen de vlinders meegeven in de kist.
Een troostboom

Een troostboom is een grote tak in de groepsruimte waaraan de leerlingen tekeningen, brieven voor de ouders of teksten hangen. Ze dienen als troost voor de familie van de overleden leerling. Ze kunnen verzameld worden om aan de familie te geven tijdens het rouwbezoek.


Herinneringsboek of troostboek

Dit boek is een variatie op de troostboom. In dit boek worden tekeningen, brieven en andere teksten geplakt. Het boek wordt aan de familie gegeven als troost maar ook als herinnering. Het is een onbetaalbare kostbaarheid voor de ouders, broers en zussen. Leerlingen kunnen aan dit boek werken de eerste paar dagen na het overlijden.


De herinneringsdoos
Materiaal: lege doos, gekleurd papier, lijm, nietmachine, versiermateriaal: kralen, slingers, schelpjes,… Foto's, voorwerpen, herinneringen die de jongere zelf meebrengt.

Werkwijze: Elk maakt een doos met al die materialen. Op een gekleurd papier worden de foto's geplakt. Bij elke foto wordt een verhaal of gedicht geschreven.

Deze symbolische dingen vol herinneringen krijgen een plekje in de versierde doos. Welke plaats krijgt elk ding in de doos? Nodig de leerlingen uit om hierover te vertellen. Deze activiteit kan afgerond worden met het lied van Bram Vermeulen Testament of het verhaal van Toon Tellegen Bewaren of een bezinningstekst


Bewaren

Op een avond zaten de eekhoorn en de mier naast elkaar op de bovenste tak van de beuk. Het was warm en stil en zij keken naar de toppen van de bomen en naar de sterren. Zij hadden honing gegeten en gepraat over de zon, de oever van de rivier, brieven en vermoedens.

"Ik ga deze avond bewaren", zei de Mier. "Vind je dat goed?"

De eekhoorn keek hem verbaasd aan.

De mier haalde een klein zwart doosje te voorschijn.

"Hier zit ook al de verjaardag van de lijster in", zei hij.

"De verjaardag van de lijster?", vroeg de eekhoorn.

"Ja", zei de mier en hij pakte die verjaardag uit het doosje. En zij aten weer zoete kastanjetaart met vlierbessenroom, en ze dansten weer terwijl de nachtegaal zong en het vuurvliegje aan- en uitging, en ze zagen de snavel van de lijster weer glimmen van plezier. Het was de mooiste verjaardag die zij zich konden herinneren.

De mier stopte hem weer in het doosje.

"Daar stop ik deze avond bij", zei hij. "Er zit al hel veel in." Hij deed het doosje dicht, groette de eekhoorn en ging naar huis.

De eekhoorn bleef nog lang op de tak voor zijn deur zitten en dacht aan dat doosje. Hoe zou die avond daar nu in zitten? Zou hij niet verkreukelen of verbleken? Zou de smaak van honing er ook in zitten? En zou je hem er altijd weer in kunnen krijgen als je hem eruit haalde? Zou hij niet kunnen vallen en breken, of wegrollen? Wat zou er trouwens nog meer in dat doosje zitten? Avonturen die de mier alleen had beleefd? Ochtenden in het gras aan de oever van de rivier, als de golven glinsterden? Brieven van verre dieren? En zou het ooit vol zijn, zodat er niets meer bij kon? En zouden er ook andere doosjes bestaan, voor treurige dagen?

Zijn hoofd duizelde. Hij ging zijn huis in en stapte in bed.

De mier lag toen al lang te slapen, in zijn huis onder de struik. Het doosje lag boven zijn hoofd, op een plank. Maar hij had het niet stevig genoeg dichtgedaan. Midden in de nacht schoot het plotseling open en een oude verjaardag vloog met grote snelheid naar buiten, de kamer in. En plotseling danste de mier met de olifant in het maanlicht, onder de linde.

"Maar ik slaap!", riep de mier.

"O dat geeft niets", zei de olifant en hij zwierde met de mier in het rond. Hij zwaaide met zijn oren en zijn slurf en zei: "Wat dansen wij goed, hè?" en "O pardon" als hij op de tenen van de mier trapte. En hij zei dat de mier ook best op zijn tenen mocht trappen.

De gloeiworm glom in de rozenstruik en de eekhoorn zat op de onderste tak van de linde en wuifde naar de mier.

Plotseling glipte de verjaardag het doosje weer in en even later werd de mier wakker.

Hij wreef zijn ogen uit en keek om zich heen. De maan scheen naar binnen en viel op het doosje op de plank. De mier stond op en duwde het deksel stevig dicht. Maar hij hield zijn oor nog wel even tegen het doosje en hoorde muziek en geritsel en gekabbel van golven. En hij dat zelfs even dat hij de smaak van honing hoorde, maar hij wist niet zeker of dat wel kon.

Hij fronste zijn voorhoofde en stapte weer in bed.

Toon Tellegen
Binnenstebuiten

Met deze activiteit wil de begeleider de leerlingen laten ervaren dat uiterlijk gedrag niet altijd overeenstemt met het innerlijke gevoel en dat daarmee de omgeving vaak op het verkeerde spoor wordt gezet en de jongeren zelf niet krijgen waar ze behoefte aan hebben.



Materiaal: tekenpapier, stiften, kleurkrijt, werkbladen maskers

Werkblad 1
Werkblad 2: Binnenstebuiten buitenkant

 

Werkwijze: Je kan starten met het gedicht van Connie Vollenhoven.

Binnenste buiten

Binnen…, dat is van mij.


Binnen, kan jij niet bij.
Ik zie daar wat jij niet ziet,
en wat ik droom, weet jij niet.
Maar als je echt wilt zien,
komt binnen buiten, misschien.

De leerlingen krijgen de opdracht zichzelf te tekenen zoals ze er aan de buitenkant uitzien. Welk gezicht, welke gevoelens laten ze aan de buitenwereld zien? Hoe denken ze dat anderen hen zien? Op een tweede vel tekenen ze hoe de binnenkant eruitziet en wat ze in werkelijkheid voelen maar niet kunnen of willen laten zien. Als de tekeningen klaar zijn, wisselen ze die uit met een andere leerling. Plenair bespreken de begeleiders de oefening. Ze stellen vragen als:



  • Wat is het grootste verschil tussen de twee tekeningen?

  • Wat vind je moeilijk om aan anderen te laten zien?

  • Hoeveel procent van je buitenkant komt overeen met je binnenkant?

  • Wat maakt het lastig om je binnenkant te laten zien? Welk risico loop je daarmee?

  • Wat maakt het makkelijker om je binnenkant te laten zien?

Als afsluiting wordt het verhaal gelezen van Toon Tellegen

De krekel was zo nieuwsgierig naar wat hij nu voelde.

De krekel was zo nieuwsgierig naar wat hij nu eigenlijk voelde, ergens binnen in zich, dat hij zich binnenstebuiten keerde om daar achter te komen.

Het was aan de rand van het bos, vroeg in de ochtend. De lijster werd juist wakker en wist niet goed of hij nog droomde, en de leeuwerik viel bijna uit de lucht van verbazing, want daar, in het natte gras, in de milde ochtendzon, onder veel gehijg en getsjirp, duwde de krekel zijn binnenste naar buiten, terwijl zijn buitenste naar binnen verdween.

De lijster vloog naar beneden en even later kwam ook de mier uit het struikgewas tevoorschijn, waar hij naar zoethout had gezocht.

"Hoe bestaat het?", zei de mier.
"Hallo!" Plotseling hoorden zij heel zacht van binnen uit de binnenstebuiten gekeerde krekel een stem.
"Ben jij dat, krekel?" , vroeg de mier.
"Ja", zei de stem.
"Wat doe je daar?"
"Kunnen jullie mijn gevoel zien?"
"Je gevoel?"
"Ja. Jullie weten toch wel wat gevoel is…? Het moet daar ergens zitten."
"Zie jij wat?", vroeg de mier aan de lijster.
"Nee", zei de lijster. "Waar moet ik op letten?"
"En mijn gedachten?"; vroeg de gesmoorde stem.
Weer bekeken de mier en de lijster de binnenstebuiten gekeerde krekel, haalden hun schouders op en zeiden: "Nee."
"O", zei de stem. "Wat zien jullie dan wel?"
"Ja", zei de mier. "Hoe moet ik dat zeggen. Het lijkt nergens op."
"Maar misschien is dat mijn gevoel wel!", zei de stem
"Het ziet er eigenaardig uit", zei de lijster.
"Zo kun je ook niet eten, krekel", zei de mier. "Ik zie je mond nergens."
"Dat klopt", zei de stem. "Mijn mond is hier."
Even was het stil. Toen zei de stem:"Dat weet ik niet. Kijk eens"
De mier en de lijster bekeken de binnenkant van de krekel nog eens nauwkeurig en de mier meende dat hij kon zien dat de krekel honger had.
"Ja, je hebt honger", zei hij.
"O", zei de stem. "Wat nu?"
"Ik denk", zei de mier,"dat je buitenstebinnen moet keren, krekel. Er zit niet anders op."
"Dat denk ik ook", zei de lijster.


De krekel vroeg nog een keer of ze heel goed wilden kijken of ze zijn gevoel zagen en ook bepaalde gedachten die hij soms zo maar tegen zijn zin had. Maar zij zagen niet. Toen keerde de krekel zich met veel gekraak en rumoer weer buitenstebinnen. De mier en de lijster hielpen hem met trekken en duwen.

"En toch", zei de krekel toen hij weer in het gras stond, zijn binnenste binnen en zijn buitenste buiten, "toch hadden jullie mijn gevoel moeten zien. Want nu zit het weer hier." Hij tikte op zijn borst. "Hier."

De lijster groette de beide andere en vloog weg, terwijl de mier de krekel meenam naar een geheimzinnige plek onder de eik waar een potje zachte harshoning stond, dat de mier daar verborgen had voor een zeer speciale gelegenheid.

"Vreemd, hè, mier," zei de krekel, terwijl hij een grote hap nam.

De mier knikte.

"Ik denk altijd dat mijn gevoel rood is", zei de krekel," lichtrood. Dat denk ik. Maar ik zou dat zo graag eens zeker willen weten. Jammer dat jullie het niet konden vinden."

De mier knikte en nam nog wat honing.
 Wie troost mij?

Door deze oefening krijgen de leerlingen inzicht in hun eigen net werk van mensen om hen heen. Leerlingen leren initiatief nemen in het zoeken van steun en troost.



Materiaal: werkblad troostcirkels, potloden kleurpotloden en stiften

Werkblad: Troostcirkels


Werkwijze: Begin met een korte inleiding op het thema.

"Om na een verlies je leven weer goed op te kunnen pakken, heb je mensen nodig die om je geven en je steunen in moeilijke tijden. Hoe weet je nu bij wie je terecht kunt? Daarbij kun je vooral naar je eigen gevoel luisteren. Bij sommige mensen kom je altijd beroerd vandaan. Wie heeft er zo'n voorbeeld? Wat doet die persoon dat jij je na dit contact zo beroerd voelt? (bijvoorbeeld advies geven, niet luisteren, over zichzelf praten, doen alsof er niks aan de hand is.) Zijn er dan ook mensen bij wie je je veilig voelt, waar je jezelf kan zijn, waar je goed vandaan komt? Soms zijn dat mensen met wie je voor het verlies helemaal niet zoveel contact had. Wie heeft een voorbeeld? Wat doet die persoon?

Op het werkblad staan troostcirkels. Vaak staan in cirkel 1 mensen uit je gezin. In de cirkel daaromheen, cirkel 2, mensen uit je naaste familie en je vrienden. Iets verder weg, in cirkel 3, staan andere belangrijke mensen zoals bijvoorbeeld een leraar, je mentor, de leerlingenbegeleider op school, een buurman of buurvrouw, iemand die je kent van de sportclub. In cirkel 4 staan bijvoorbeeld mensen uit je kennissenkring die iets verder weg staan. In cirkel 5 mensen die je regelmatig ontmoet maar die niet zo belangrijk zijn.

Zet jij in deze cirkels eens de namen van de personen bij wie jij je goed voelt en die je vertrouwt. In de nabespreking kunnen de dingen besproken worden die de leerlingen zijn opgevallen bij het invullen van de troostcirkels.



Vaak is het opvallend dat bij een verlies in het eigen gezin de leerlingen hun steun meer gaan zoeken in cirkels die verder naar buiten liggen. De binnenste cirkel is te kwetsbaar, ze zijn bang om andere gezinsleden nog verdrietiger te maken. Dat is een normale reactie en het is ook prima om mensen te zoeken die voor het verlies minder in beeld waren, maar die minder kwetsbaar zijn. Een ander belangrijk punt in de nabespreking is dat door het verlies de relatiehuishouding van de rouwende jongere behoorlijk kan veranderen. Vrienden blijken soms minder troost te kunnen bieden dan waarop men gehoopt had, terwijl anderen dat juist wel kunnen. Dat levert gevoelens van teleurstelling op, van eenzaamheid en soms boosheid.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina