Lesvoorbereiding Zakelijke gegevens



Dovnload 32.51 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte32.51 Kb.




Lesvoorbereiding

Zakelijke gegevens
naam student: Kim Troost
stageschool: Openbare Basisschool de Wetelaar in Doesburg
Iselinge klas: Vr2c mentor/mentrix: Heleen Buter
datum: 12-05-2011 aantal leerlingen: 24 tijd: 11:00- 11:40 groep: 7


Inhoudelijke gegevens
vak of vormingsgebied: Wereldoriëntatie
activiteit:
De kinderen gaan vandaag aan de slag met het onderwerp Marokko. Ze krijgen eerst een inleiding waarbij ze niet weten over welk land dit gaat. Daarna gaan ze in groepjes overleggen over welk land dit zou kunnen gaan. Ze vertellen over welk land ze denken dat het gaat en ik vertel of het goed is. Daarna leg ik uit dat we met het project Marokko gaan starten en waarom. (Mijn neef gaat naar Marokko en ik ga bij hem op bezoek, maar weet er nog niet genoeg over.) De kinderen schrijven op wat ze al van Marokko weten. Daarna kijken ze naar een filmpje en overleggen ze met elkaar. Weer schrijven ze een aantal dingen op die ze weten over Marokko. Met de klas maken we een woordweb waar we Marokko in kunnen opdelen. Ik vertel dat we 6 deelonderwerpen moeten hebben omdat we in 6 groepen van 4 gaan werken. De kinderen schrijven hun top 3 op van deelonderwerpen waaraan ze willen werken.

Componenten van de les
beginsituatie van de leerlingen:

De kinderen beginnen vandaag met het project en weten nog niet wat we gaan doen.

De kinderen weten kennen de werelddelen. Ze weten dat Marokko in Afrika ligt. Het ene kind zou meer kennis hebben over het land Marokko dan het andere kind. Er zitten geen Marokkaanse kinderen in de klas.
De kinderen kunnen goed samenwerken en overleggen, vanwege de daltonprincipes. Ze weten dat als ze overleggen ze moeten letten op het niveau.

De kinderen hebben met geschiedenis ook in groepen presentaties gemaakt over een hoofdstuk uit het geschiedenisboek. Ze zijn dus gewend om samen aan een project te werken.


Doelen

persoonlijk leerdoel (gericht op competenties):

Ik wil bij deze les vakinhoudelijk en didactisch competent zijn. Hieraan wil ik deeltaak 69 en 70: Activiteiten ontwerpen die kinderen aanzetten tot het inbrengen van hun initiatieven en interesses en bijdragen tot samenwerkend, verwonderend en zelfstandig leren.
Ontwerpen en uitvoeren van een project, waarmee de kinderen hun horizon verbreden door zelfstandig en/of samen onderzoek te doen, te experimenteren en de opbrengsten daarvan met elkaar te delen.
Lesdoelen

proces-/productdoelen; kennis-, vaardigheids-, vormingsdoelen:






Kennisdoel

Vaardigheidsdoel

Vormingsdoel

Procesdoel








De kinderen oefenen met samenwerken en overleggen en met zelfstandig werken.

Productdoel


Aan het eind van de les hebben de kinderen op het papier ingevuld wat ze voor het filmpje wisten van Marokko en na het filmpje.

De kinderen weten aan het eind van de les al iets meer over Marokko. En kunnen de belangrijkste deelonderwerpen naar voren laten komen.












lesfase


tijd


didactische route (wat doen de kinderen?)
leerstof leerling leefwereld



interventies van de leerkracht


organisatie en hulpmiddelen



inleiding

4 min.

1
3


X

De kinderen kijken naar de spullen die op de tafels liggen.

X

Bij elk groepje vertelt 1 kind wat er op de tafel te zien is aan de rest van de klas.



Ik vraag de kinderen om te kijken naar wat er bij hun op de tafel ligt.

Ik vraag aan elk groepje wat ze op de tafel zien liggen. Ik vraag of ze dit aan de rest van de klas willen vertellen.

Ik vertel dat al deze spullen te maken hebben met een land.


Hulpmiddelen:

  • Foto’s van het

landschap.

  • Kleren

  • Krantenbericht

  • Schrift

  • Zand

  • Eten

Organisatie: Voor elke tafel verzinnen wat er op moet komen te staan.

kern

30 min.


1

3



1

4

1


2
4

2

2


2

5

3



X

De kinderen schrijven op een placemat over welk land ze denken dat het gaat. X


Als ze het hebben opgeschreven overleggen ze met het groepje wat ze hebben opgeschreven.

X

De kinderen proberen tot een antwoord te komen en schrijven deze in het midden van de placemat op.



X

De groepjes vertellen tot welk antwoord ze zijn gekomen en hoe ze aan dit antwoord komen.

X

De kinderen vouwen een blaadje 4 keer dubbel.



X

De kinderen schrijven in de hokjes wat ze al weten van Marokko.

X

De kinderen kijken naar het filmpje.


X

De kinderen luisteren naar wat we de komende weken gaan doen.

X

De kinderen vertellen elkaar wat ze al weten over Marokko (mag aan de hand van het filmpje).



X

De kinderen schrijven op de achterkant van het blad wat ze nu weten over Marokko.

X

De kinderen vertellen in steekwoorden wat ze hebben opgeschreven.



X

De kinderen maken samen met de leerkracht een woordweb op het bord.

X

De kinderen vertellen welke deelonderwerpen we kunnen gebruiken voor het project.



Ik vertel de kinderen dat ze in elk vakje mogen schrijven over welk land ze denken dat het gaat.

Ik vertel de kinderen dat ze met elkaar mogen overleggen over wat hebben opgeschreven. In het midden schrijven ze waar ze denken dat het over gaat.


Ik vraag de kinderen over welk land ze denken dat het gaat. Ik vertel dat het over Marokko gaat, maar dat ik later pas vertel waarom. Ik vraag de kinderen om een a4-papiertje 4 keer dubbel te vouwen.

Ik vraag ze om op te schrijven wat ze allemaal over Marokko weten. Dit moeten ze helemaal voor zichzelf doen. Ik zet het filmpje aan over Marokko. Ik vertel dat ik bij mijn neef, die naar Marokko op bezoek ga, en dat ik niet door de mand wil vallen en dat ik er gelijk een project voor de kinderen van maak.


Ik zeg dat de kinderen mogen vertellen aan elkaar wat ze hebben opgeschreven. Nu mogen ze opnieuw op de achterkan van het blad opschrijven wat ze weten over Marokko.
Ik vraag wat ze hebben opgeschreven. Ik maak hiervan een woordweb.
Samen met de kinderen maak ik deelonderwerpen.

Hulpmiddelen:

  • A3 papier voor de placemat.

  • A4 papier voor elke leerling

  • Filmpje over Marokko

  • Digibord.

Organisatie: 2 kinderen die de blaadjes uitdelen.

Een filmpje maken met movie maker over Marokko.


afsluiting

7 min.

5

2


X

De kinderen schrijven een top 3 van deelonderwerpen waar ze aan willen gaan werken.



X

De kinderen vertellen of ze na deze les dingen hebben geleerd die ze nog niet wisten.




Ik geef aan dat de kinderen een top 3 mogen geven van de deelonderwerpen die we gemaakt hebben.
Ik vraag de kinderen of ze deze les dingen geleerd hebben die ze nog niet wisten.

  • Papiertjes waar de kinderen hun top 3 opschrijven.






Hoe evalueer je om na te gaan hoe de kinderen het gedaan hebben?
Door na afloop te vragen




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina