Lezing databases en sql



Dovnload 146.79 Kb.
Pagina6/8
Datum20.08.2016
Grootte146.79 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

2.6 Gegevens wijzigen


Met de instructie UPDATE kunt u gegevens bijwerken. U kunt UPDATE op twee verschillende manieren gebruiken:

Een UPDATE-instructie bestaat uit drie delen:



  • De tabel die moet worden bijgewerkt;

  • De kolomnaam of -namen en hun nieuwe waarde

  • De criteria waarmee bepaald wordt welke rijen moeten worden bijgewerkt.

Een eenvoudig voorbeeld:




UPDATE Klant

SET Adres = "Nieuw adres 22"

WHERE KlantID = "22";


(QueryWijzig1 in test.mdb)

De instructie UPDATE begint altijd met de naam van de kolom van de bij te werken tabel. In dit voorbeeld is dat de tabel Klant. De component SET wordt gebruikt om een nieuwe waarde aan een kolom te geven.

De instructie UPDATE eindigt met een WHERE-component waarmee wordt bepaald welke rij moet worden bijgewerkt. Zonder deze component zouden alle rijen in de tabel het nieuwe adres worden ingevoerd.
Voor het bijwerken van meerdere kolommen gebruikt u een iets andere syntaxis:


UPDATE Klant

SET Adres = "Nieuw adres 22",

Postcode = "8800NG"

WHERE KlantID = "22";



(QueryWijzig2 in test.mdb)
Wanneer u gegevens in meerdere kolommen bijwerkt, wordt er maar één SET-component gebruikt. Elke opdracht kolom = waarde wordt gescheiden door een komma, behalve bij de laatste kolom. In dit voorbeeld worden de kolommen Adres en Postcode van de Klant 22 bijgewerkt.

2.7 Gegevens verwijderen


Met de instructie DELETE kunt u gegevens uit een tabel verwijderen. Er zijn twee manieren om DELETE toe te passen:

Een voorbeeld:




DELETE FROM Klant

WHERE KlantID = "22";



(QueryVerwijder1 in test.mdb)
De instructie spreekt eigenlijk voor zich. U geeft de naam van de tabel op waaruit gegevens moeten worden verwijderd. De WHERE-component filtert de rijen die u wilt verwijderen. In dit voorbeeld worden de gegevens van klant 22 verwijderd. Als u geen WHERE-component zou gebruiken, zouden alle klanten uit de tabel worden verwijderd.
Met DELETE kunt u geen kolomnamen opgeven of jokertekens gebruiken. DELETE verwijdert hele rijen en geen kolommen. Om specifieke kolommen te verwijderen gebruikt u de instructie UPDATE.

2.8 Gegevens opvragen


De SQL-instructie die u waarschijnlijk het meest zult gebruiken, is de instructie SELECT. Het doel van deze instructie is informatie uit één of meer tabellen op te vragen.
U moet tenminste twee dingen opgeven:

  • welke gegevens u wilt selecteren en

  • uit welke tabel u deze gegevens wilt selecteren.




SELECT Naam

FROM Klant;



(SelectQuery1 in Boekenwinkel.mdb)
In deze instructie wordt SELECT gebruikt om een enkele kolom met de naam Naam uit de tabel Klanten op te vragen. De gewenste kolomnaam staat rechts van het sleutelwoord SELECT. Na het sleutelwoord FROM staat de naam van de tabel waaruit de gegevens moeten worden opgehaald.
In deze eenvoudige SELECT-instructie zijn geen voorwaarden gesteld. De gegevens zijn niet gefilterd en niet gesorteerd.
Met de volgende SELECT-instructie vraagt u vier kolommen op uit de tabel Klanten.


SELECT Naam, Adres, Postcode, Plaats

FROM Klant;



(SelectQuery2 in Boekenwinkel.mdb)
Net als in het vorige voorbeeld vraagt u met de instructie SELECT gegevens uit de tabel Klant. In dit voorbeeld worden vier kolommen opgegeven, die van elkaar gescheiden zijn door een komma.
Behalve dat u met SELECT één of meer kolommen uit een tabel kunt opvragen, is het ook mogelijk om alle kolommen op te vragen zonder ze allemaal apart te vermelden. Dit is mogelijk met de asterisk (*). Dit zogenaamde jokerteken gebruikt u in plaats van alle kolomnamen.


SELECT *

FROM Klant;



(SelectQuery3 in Boekenwinkel.mdb)

2.8.1 Gegevens sorteren


Met de component ORDER BY van de instructie SELECT kunt u de opgevraagde gegevens sorteren.


SELECT *

FROM Klant

ORDER BY Naam;


(QueryOrderBy1 in Boekenwinkel.mdb)
Deze instructie zorgt ervoor dat alle velden uit de tabel Klant worden gesorteerd op volgorde van Naam.
Sorteren op meerdere kolommen is ook mogelijk.


SELECT *

FROM Klant

ORDER BY Naam, Adres;


(QueryOrderBy2 in Boekenwinkel.mdb)
Deze instructie zorgt ervoor dat alle velden uit de tabel Klant worden gesorteerd op volgorde van Naam en vervolgens op Adres. Dit betekent dat wanneer de naam vaker voorkomt, per naam ook nog eens op adres gesorteerd wordt.

U sorteert meerdere kolommen door de kolomnamen gescheiden door een komma op te geven.


Gegevens hoeven niet per se in oplopende alfabetische volgorde (van A tot Z) gesorteerd te worden. Hoewel dit de standaardsorteervolgorde is, kunt u de component ORDER BY ook gebruiken om gegevens in aflopend volgorde (van Z tot A) te sorteren. In dat geval moet u het sleutelwoord DESC, afkorting van DESCENDING, gebruiken.


SELECT *

FROM Klant

ORDER BY Naam, Adres DESC;


(QueryOrderBy3 in Boekenwinkel.mdb)
Deze instructie zorgt ervoor dat alle velden uit de tabel Klant worden gesorteerd op volgorde van Naam en vervolgens –in aflopende volgorde- op Adres.
Wanneer u alle geselecteerde kolommen aflopend wilt sorteren, moeten alle kolommen hun eigen sleutelwoord DESC krijgen.



1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina