Lezing Saskia Noorman-Den Uyl, Ab Harrewijn prijs 2009



Dovnload 21.87 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte21.87 Kb.


Lezing Saskia Noorman-Den Uyl, Ab Harrewijn prijs 2009
Waarde aanwezigen,

Lieve Siska,


De uitnodiging om bij deze gelegenheid te spreken is mij een grote eer.
Er is alle reden om te praten over de positie van mensen die arm zijn te weinig kansen krijgen en in de knel zitten. En dat toegespitst op de actualiteit van maatschappelijke en economische ontwikkelingen te houden. De huidige economische situatie is voor veel mensen bedreigend, maar is niet het enige dat mensen tekort doet. Sociale verworvenheden komen onder druk te staan. Het perspectief voor veel meer mensen is slecht: werkloosheid, plotselinge inkomensdalingen en daarmee het ontstaan van schulden. De toename van armoede.
Er zijn factoren die niet direct met de economische recessie te maken hebben en die we in Nederland gewoon slecht geregeld hebben, soms niet zien, of niet willen weten. Ik noem:

  • De te geringe kansen voor kinderen vooral voor hen uit een arm gezin.

  • De kwetsbare positie van gezinnen van alleenstaande ouders.

  • De nieuwe Nederlanders, die het moeilijk krijgen. De tweede en derde generatie worden weer als eerste van de arbeidsmarkt opzij gezet.

Zorgelijk is de beeldvorming over mensen die werkloos zijn, een uitkering hebben. Zorgelijk is het gemak waarmee zonder respect over mensen wordt gepraat of het nu een minister is., een overheidsorganisatie, een politieke tegenstander of mensen met een uitkering. In tijden van recessie laait het fortuynisme onder een andere naam weer op als PVV en Wilders.

Ik heb me in 2001 en 2002 zo geërgerd aan de romantisering van Fortuyn als een Robin Hood in de politiek. Terwijl hij in grove grievende karikaturen over kwetsbare mensen sprak. Een citaat uit de boekjes van Fortuyn en zijn programma dat voor mij de deuren dicht deed naar enige respect over zijn opvattingen.

Uitkeringsgerechtigden zijn bankzitters met een grote mond die de nodige maatschappelijke overlast bezorgen om wat te doen te hebben. Ambtenaren willen voor een uitkering jouw ziel terug hebben. Met de verstrekking van een uitkering geef je een fundamenteel mensenrecht op: het recht op zelfbeschikking, het recht om zelf je eigen broek op te houden.” (p103).

Dat mensbeeld, die opvatting verfoei ik.
Wat hoop geeft is dat we de afgelopen 25 jaar wel iets geleerd hebben over hoe je recessie overleeft en hoe de politiek wel fatsoenlijk kan blijven. Hoe je elkaar en de samenleving kunt aanspreken op wat sociaal, fatsoenlijk en eerbaar is.
Ab Harrewijn was een woordvoerder sociale zaken, waarmee ik nauw heb samengewerkt en voor wie het resultaat van wetgeving voor de mensen vaak belangrijker was, dan politiek theater. Zijn manier om het politieke handwerk te bedrijven heb ik de Kamer na 2002 zeer gemist. Ab Harrewijn was meer dan een aardige collega waarmee ik vele debatten voerde in de tweede kamer. Akkoord: hij was groen en ik rood, maar we waren het vaak zeer eens over oplossingen voor schrijnende misstanden op sociaal gebied. Een goede herinnering heb ik aan ons gezamenlijk initiatief in december 2001. Het ging om mensen met bijstand of AOW die gekort worden of soms zelfs hun bijstand verliezen als ze gaan samenwonen met iemand die ernstig ziek is en intensieve zorg behoeft. We vonden het niet eerlijk dat je dan meteen 20% van je AOW moet inleveren. We vonden het niet eerlijk dat een gescheiden vrouw met kinderen die bij haar broer intrekt geen recht heeft op bijstand. Die broer moet dan maar in haar onderhoud voorzien. Dat was de regel.

Onze motie werd toen weg gestemd maar in 2005 is het gelukt met een initiatief uit de Kamer de wet te toch veranderen.

Ook rond cliëntenparticipatie, recht op voorlichting en kans op zelfredzaamheid van werklozen waren initiatieven waarbij we elkaar vonden.
Als Kamerlid gebruikte ik vaak de signalering van sociaal raadslieden. Deze sociaal juridische dienstverleners zien eerder en als geen ander hoe de wetten en regels bij mensen landen.

Welke misstanden er kunnen ontstaan onbedoeld, maar soms juist beoogd. De sociale werkelijkheid lijkt vaak niet op de wat fictieve situaties waar wetgevers vanuit gaan. De gemiddelde mens met een gemiddeld laag inkomen. Dat onbegrip of onkunde zie ik ook bij politici.


Ik leer nu want sinds 2006 ben ik voorzitter van de Landelijke Sociaal Raadslieden ik volgde Wilbert Willems op. Hoe het werkt?

Je wordt wanhopig omdat je als alleenstaande moeder in de bijstand te weinig geld krijgt, niets begrijpt van wat die sociale dienst nu weer verknoeit aan het schrale inkomen waar je recht op hebt. Je krijgt structureel 120 euro te weinig. Ver onder het bestandsminimum. Maar volgends de Sociale Dienst heb je geen recht op een woonkostentoeslag want die hebben ze gewoon afgeschaft. Terwijl het geld daarvoor wel bij de gemeenten zit. Dit voorbeeld is van de Sociale Dienst Amsterdam. Niemand wil je helpen of kent de regels goed genoeg om door de afwijzende houding van de sociale dienst (of de belastingdienst toeslagen) heen te breken. Het is een muur.


Dan zijn er de sociaal raadslieden die wèl weten hoe de regels moeten worden toegepast. Die voorbeelden hebben om de sociale dienst duidelijk te maken hoe wèl gewerkt moet worden. Zij helpen je en ze schrijven jouw bezwaarschrift, nemen zo nodig contact op met de sociale dienst. Zo ziet het werk van sociaal raadslieden of sociaal juridische dienstverleners er uit. Dank zij de signaleringsfunctie die sociaal raadslieden landelijk georganiseerd hebben leiden zulke signalen als die van de bijstandsmoeder soms tot forse aanpassing van wet- en regelgeving.
De massale foute toepassing van gemeenten bij de vrijlating van de beslagvrije voet is er een zeer recent voorbeeld van. De gemeenten lieten veel bijstandsklanten veel te weinig inkomen bij het verrekenen van vorderingen. Na signalering van de sociaal raadslieden is dat beleid in begin dit jaar in alle gemeenten gewijzigd op aanwijzing van de staatssecretaris. De Belastingdienst blijft tot op heden halsstarrig in het weigeren om de norm voor het vrij te laten inkomen te respecteren.
De bijna een half miljoen cliëntcontacten per jaar van de sociaal raadslieden zijn broodnodig. In sommige steden zijn er forse wachttijden voor hulp en bijstand. Er zijn witte vlekken in het land waar mensen geen professionele hulp kunnen krijgen voor hun sociaal juridisch probleem. Al die vragen van mensen die hulp nodig hebben omdat ze verstrikt raken in wetten en regels laat zien dat de sociale werkelijkheid er vaak anders uitziet dan de overheid denkt.
Heel veel burgers hebben ondersteuning nodig op het gebied van financiën, schulden, incasso, uitkeringen, belasting, toeslagen, sociale zekerheid en persoonsgebonden budgetten. Veel hulpvragen zijn complex en hangen met elkaar samen. De expertise van sociaal raadslieden en sociaal juridische hulpverleners zit vooral in de breedte van hun kennis en de samenhang tussen wetten en regels.
Signalering

De Landelijke organisatie sociaal Raadslieden hebben vorig jaar twee rapporten gepubliceerd. Schuldenaren in de knel en Incasso een bron van ergernis. Beide rapporten leiden tot wijziging van wetten en regels. Uit die rapporten blijkt ook dat armoede en schulden vaak voortkomen uit fouten in wetten, regels en het meest in de uitvoering.


Ik noem er een paar en zal niet volledig zijn.

  1. Mensen krijgen niet waar ze recht op hebben.

  2. Uitvoeringsorganisaties houden zich niet aan de wettelijke regels.

  3. De overheid verzuimt regels te stellen o.a. incasso die de bescherming moeten bieden die in het burgerlijk wetboek is neergelegd.

  4. De toegankelijkheid van verstrekkingen en voorzieningen is volstrekt onvoldoende zoals de bijzondere bijstand.

  5. Toeslagen die als inkomensondersteuning worden ingezet komen door manco’s in de uitvoering niet te laat of onvoldoende bij mensen terecht.


Maatregelen

Volgend jaar is het Europese jaar voor de armoedebestrijding. Ik heb voor mijzelf een lijstje gemaakt van zaken en acties die er wat mij betreft moeten gebeuren. Ik noem er een zevental.


1. Vrijwilligerswerk bij armoedebestrijding

Aandacht voor vrijwilligerswerk om onbenutte rechten te verzilveren en budget te begeleiden. Nodig is een infrastructuur. Opleiding, training, supervisie op lokaal/regionaal niveau. Want een formulierenbrigade die fouten maakt brengt meer schade aan dan dat ze goed doet. Toch is een hoogwaardige inzet van vrijwilligers onmisbaar.


2. Adoptieprogramma’s

Adoptieprogramma van serviceorganisaties en bedrijfsleven voor voedselbank, vakantieprogramma’s in eigen land, zwemdiploma voor iedereen onder de 16 jaar; eindejaarspakketten, etc.


3. Alleenstaande ouders

Armoedeval oplossen bij (gedeeltelijke) inkomen uit arbeid tot 130% minimumloon. De wet die daarin voor alleenstaande ouders voorziet is in maart 2007 door de eerste kamer aangenomen . Maar nog steeds niet ingevoerd. Met die wet kunnen alleenstaande ouders arbeid en zorg combineren en zo hun kinderen betere kansen bieden. De Wet Voorzieningen Arbeid en Zorg Alleenstaande Ouders (VAZALO) invoeren per 1.1.2011.


4. Kansen voor Kinderen

De Deense hoogleraar Esping Anderson concludeerde in 2005 dat achterstand arme kinderen hun leven lang doorwerkt. Gemiddeld hebben ze 2 jaar minder schoolopleiding, zij leven gemiddeld 4 jaar korter, zijn vaker en langer ziek. Zij hebben 70% kans zelf net zo arm te worden als hun ouders. Op het initiatief van Hans Spekman PvdA ‘Alle kinderen een goede start’ maakte het kabinet eerder 80 miljoen euro vrij voor armoedebestrijding onder kinderen. Er werd afgesproken dat aan het eind van de regeerperiode van het kabinet het percentage kinderen in arme gezinnen die om financiële redenen geen lid zijn van een (sport)vereniging, gehalveerd moet zijn. Dat geld zit nu niet geoormerkt bij de gemeenten en wordt nog nauwelijks besteed.

Om in 2011 vast te kunnen stellen of deze doelstelling gehaald wordt, is aan het SCP gevraagd twee metingen te verrichten. Bij deze ‘nulmeting’ heeft het SCP in kaart gebracht hoeveel kinderen in Nederland in 2008 om financiële reden maatschappelijk niet meedoen. Vervolgens zal in 2010 bij de vervolgmeting moeten blijken of het gewenste effect is behaald.
Uit de nulmeting van het SCP kwam naar voren dat een half miljoen van de 2,5 miljoen kinderen tussen de 5 en 18 jaar niet op sport, muziekles of scouting zit. Vaak is dat te wijten aan geldgebrek: het percentage arme kinderen dat helemaal niets doet in de vrije tijd (34 procent) is twee keer zo hoog als dat van niet-arme kinderen (17 procent).

5. Tweetalige kinderen

Eergisteren werd bericht over recent vergelijkend onderzoek in Europa, dat laat zien dat met name Turkse scholieren het in Nederland zeer slecht doen. De helft komt niet verder dan een startkwalificatie. Het vergelijkend onderzoek laat zien dat in nagenoeg alle Europese landen van de Turkse scholieren maar 10% slecht presteert.

De conclusie is dan ook dat wij in Nederland slechte scholen hebben en een onderwijssysteem dat volstrekt onvoldoende kansen bieden aan leerlingen met een anderstalige achtergrond. Beschamend niet? Een deltaplan onderwijskwaliteit voor kinderen met een achterstand op grond van tweetaligheid in het voortgezet onderwijs zal snel ontwikkeld moeten worden.
6. Wettelijke bescherming van schuldhulp

Actieve handhaving verbod op betaalde schuldhulp/ schuldsanering door Economische Controle dienst: meldingsplicht doorverwijzers (maatschappelijkwerk, juridisch loket gemeenten bij constatering illegale schuldhulp tegen betaling). Openbaarmaking van misbruik.

Ook is verbetering nodig van de wettelijke regels voor budgetbeheer ter bescherming van onvermogenden. Toezicht en controle die bijna niet plaats vindt is hoogst noodzakelijk.

Openbaarmaking tarieven, vaste tarieven etc.


7. Rol gemeenten

Gemeenten hebben inmiddels veel geld gekregen om armoede te bestijden. Maar ze gebruiken het geld voor de schuldhulp maar voor 17% (november 2008). Er is 80 miljoen voor participatie van arme kinderen in arme gezinnen. Dat geld wordt nog nauwelijks gebruikt. Er is verder een fors bedrag uitgetrokken voor armoedebestrijding. E zijn miljoenen voor informatie, voorlichting en ondersteuningsfuncties in het kader van de Wmo. Geld waar gemeenten voor die taken nog nauwelijks iets mee doen. Ik noem het sociaal raadslieden werk dat in vele gemeenten ontbreekt. Al dat geld is ongelabeld. Gemeenteraadsleden zelf weten vaak niet hoeveel geld de eigen gemeenten heeft gekregen met welk oogmerk. Laat staan dat ze weten wat ze het College van B en W moeten vragen om te beoordelen of dat geld aan het oogmerk besteed is en wat het resultaat daarvan is.

Ik ben een beetje cynisch dat hoort u wel.

U als inwoner van een gemeente die het wat kan schelen hoe het mensen die kwetsbaar zijn gaat kan er iets aan doen. Spreek uw gemeenteraadsleden aan. Organiseer dat er jaarlijks een openbaar gesprek is met gemeenteraadsleden en cliënten, maatschappelijke instellingen etc. over wat er wel en niet goed gaat.


Tot slot

Ik heb nog zo veel politieke wensen.



  • Dat het inkomensbeleid en de koopkrachtplaatjes van de regering overeen stemmen met de werkelijkheid zoals mensen die ervaren.

  • Dat in de toekomst het verschil tussen arm en rijk afneemt en Nederland een meer solidaire samenleving wordt.

  • Dat we investeren in werk, participatie en sociaal isolement tegengaan.

  • Ja, ja het staat in al die verkiezingsprogramma’s, maar ik kan het niet laten er op te wijzen

Nu 10 jaar geleden waren we in Berlijn op een werkbezoek met een delegatie van de Tweede Kamer. Het ging over arbeidsongeschiktheid en hoe werkloze mensen weer aan het werk komen. Drukke dagen en nauwelijks vrije tijd om in ieder geval iets aardigs mee te nemen voor thuis. Met Ab Harrewijn wisselde ik ideetjes uit. Hij zei dat hij iets aardigs voor Siska zocht en trots liet hij ’s avonds bij het eten twee piepkleine gekleurde glaasjes van Boheems kristal zien die bij in een tweedehands winkel voor Siska vond. Hij was een mooi mens, hoekig, ronduit, solidair.


De Ab Harrewijnprijs die van middag wordt uitgereikt brengt mensen in het voetlicht die belangrijk werk doen. Ik heb respect voor mensen die als drijfveer hebben de samenleving wat rechtvaardiger maken. Die mensen die arm en kwetsbaar zijn meer recht willen doen. Die bewijzen dat solidariteit niet van gisteren is, maar een eeuwige waarde in een samenleving die bestaat uit sterken en zwakkeren. Dat zijn zeker grote woorden. Maar die drijfveer was in de aard en persoon van Ab Harrewijn verweven.

Dat is waarom we hier bijeen zijn.


Saskia Noorman - den Uyl

13 mei 2009





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina