Lezingen: Psalm 1 en Lucas 13: 1-9



Dovnload 17.17 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte17.17 Kb.
Fonteinkerk, 28 februari 2016 (zondag Oculi)

Lezingen: Psalm 1 en Lucas 13:1-9


Waar groeit een mens van? In elk geval van dit: als een ander iets in jou ziet! Dat is mooi en inspirerend: iemand ziet wat in mij! Toen ik predikant werd in Drenthe vonden sommige mensen mij “veelbelovend”. Het waren vooral mensen uit omliggende gemeentes die dat vonden, maar dat maakte mij niet uit; ik had het nodig om overeind te blijven temidden van de kritiek uit mijn eigen gemeente. Het is natuurlijk nóg mooier als je het zélf weet, dat je veelbelovend bent. Toen Harry Kuitert in 1950 als jonge predikant beroepen werd in het Zeeuwse Scharendijke, waren de mensen niet tevreden over hem, want ze vonden hem veel te modern en te weinig bevindelijk. Op een avond ging hij met een ouderling mee op huisbezoek, waar de ouderling tegen het echtpaar bij wie ze op bezoek waren sprak: “U vindt toch ook dat dominee Kuitert tegenvalt? U vindt toch ook dat we een kat in de zak hebben gekocht?” Toen Kuitert na dit gesprek een beetje beduusd huiswaarts keerde, dacht hij opeens bij zichzelf: “Ze kunnen me wat! Ik ben veel méér waard dan ze denken!” Dat is natuurlijk het mooiste: dat je óók altijd iets waardevols in jezelf blijft zien.

Overigens heb ik ook ontdekt dat het begrip “veelbelovend” een keerzijde heeft! In mijn eerste en in mijn tweede gemeente was ik “veelbelovend”, en toen ik hier in Amersfoort aankwam hoorde ik het woord alwéér. Dus tegenwoordig word ik ’s nachts weleens zwetend wakker, en dan denk ik: “Oh lieve hemel, laat me alsjeblieft NIET veelbelovend meer zijn…!!” Want het klinkt wel leuk als je nog jong bent, maar als je tegen de 60 loopt en dan nog stééds “veelbelovend” moet zijn, dan heb je toch ergens een afslag gemist! Dan ben je een soort van “eeuwige student” (maar dan anders) geworden, en dat gun je toch ook niemand?


Vandaag bevestigen wij Anja Koolstra en Gerrit Riks in het ambt van ouderling en diaken. Als gemeente zien wij “iets” in jullie, en daarom hebben we jullie gevraagd. Wellicht zagen jullie het zelf allang, maar misschien zijn jullie óók een beetje verbaasd. Hoe dan ook: mochten jullie in de komende maanden of jaren twijfels voelen, - kom gerust naar ons toe. Die talenten, die mogelijk­heden, - wij zien het wél, en we leggen het met plezier nog een keer uit!

In de gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom blijft de wijngaardenier een mogelijkheid, een verborgen kracht in deze boom zien. Dat is een ontroerend beeld: God blijft iets zien in ons! Maar aan dat ontroerende beeld gaat een ingewikkelde discussie vooraf. Allerlei mensen komen met een opgewonden vraag naar Jezus toe. "Meester, heeft U het al gehoord? Er zijn Galileeërs in de tempel vermoord. Ze stonden op het punt om hun offerdieren te gaan slachten, toen ze zonder genade door de Romeinen werden afgemaakt. Waar hebben ze dit aan verdiend? Bij de gevechten die daarop uitbraken, zochten 18 mensen hun toevlucht in de wachttoren bij de Siloam­vijver.

De toren kon hun gewicht niet dragen en stortte in. Ze waren allemaal dood, al die 18 mannen. Waarom heeft God deze mensen zo zwaar gestraft??"

Het is bekend dat de Romeinen altijd opzagen tegen de Joodse feestdagen. Dan liep Jeruzalem vol mensen, en dan was er een grote kans op rellen. Tijdens feestdagen kwam de landvoogd Pontius Pilatus uit zijn paleis in Caesarea naar Jeruzalem, om op alles voorbereid te zijn. Vrijwel zeker werden die vermoorde Galileeërs ervan verdacht dat ze in opstand hadden willen komen. Het is ook zeker mogelijk dat ze dat inderdaad in de zin hadden, en dat het offeren van een paar dieren het sein tot de aanval was. In elk geval was deze opstand, beraamd of niet, in de kiem gesmoord. De Galileeërs waren zonder pardon afgeslacht. In de paniek die daarop ontstond, hadden 18 mannen de toren van Siloam beklommen. Waren het gewapende opstandelingen, of onschuldige pelgrims? Wie of wat ze ook waren, - ze waren bedolven onder de instortende toren.

En Jezus hoort de opgewonden vragen: "Was dit een straf van God? Wat hadden die Galileeërs op hun geweten, dat ze dit vreselijke lot hebben moeten ondergaan?" Het is duidelijk dat de mensen een verklaring zoeken, en dat ze proberen "God" die verklaring te laten zijn. Maar Jezus slaat hun deze verklaring uit handen. "Deze Galileeërs waren niet slechter dan andere mensen. Jullie zien hier meteen een straf van God in, maar dat is niet zo!"

Nog niet zo heel lang geleden geloofden wij niet in het toeval. In de Heidel­bergse Catechismus staat bij Zondag 10 te lezen dat “…alle dingen ons niet bij toeval maar uit Gods vaderlijke hand toekomen.” Zo werd er in protestantse kring gedacht: toeval bestaat niet, alles wat er gebeurt, of het nou mooi of vreselijk is, komt uit Gods hand. Ook bij ziekten of rampen werd deze gedachte overeind gehouden. Dat lukte met behulp van drie verklaringen. De eerste was: God maakt van kwaad en ongeluk gebruik om de mensen te straffen. Een voorbeeld bij deze verklaring was het verhaal van de zondvloed. De tweede was: God gebruikt het kwade om er een opvoedkundige tik mee uit te delen, om ons op het rechte pad te houden. Een voorbeeld bij deze verklaring was Spreuken 3:12, “Want God bestraft wie Hij liefheeft…” Moeilijk­heden kunnen je vormen tot een beter, wijzer, geloviger mens. De derde verklaring was: God maakt gebruik van het kwaad om er een hoger doel mee te bereiken. Een prachtig voorbeeld bij deze derde verklaring was het verhaal van Jozef. Jozef wordt door zijn broers verkocht als slaaf, en komt in Egypte in de gevangenis terecht. Maar via een wonderlijke omweg brengt hij het tot onderkoning van Egypte. En zo redt hij het volk van Egypte, maar ook de omliggende volken van de hongerdood. Ook zijn broers, die voor graan naar Egypte komen. En daarom zegt Jozef tegen zijn broers, in het laatste hoofdstuk van Genesis: “Gij hebt wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht…”

In onze dagen hebben wij het min of meer afgeleerd, dat zoeken van Gods hand in en achter alle dingen. Liever leven wij met vraagtekens dan met verklaringen die meer vragen oproepen dan beantwoorden. Hoewel…, - als je bladert in esoterische boeken, kom je al die oude verklaringen (maar dan in New-Age-jargon) stuk voor stuk weer tegen. Blijkbaar kunnen mensen het niet laten om een oorzaak te vinden voor de dingen die hun over­komen. Die behoefte zit vaak dieper dan je denkt. Ook de verklaring die naar straf verwijst is nog altijd springlevend. Veel mensen denken bij tegenslag of ongeluk nog altijd: "Heb ik het misschien ergens aan verdiend? Zou dit een straf kunnen zijn?" Sommigen denken het hooguit drie seconden lang, en anderen denken het jaren achtereen, maar die gedachte leeft nog altijd! Jezus zegt: “Zo moet je niet denken; zo zit het niet!”

Waarna opeens dreigende woorden klinken: "Maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen!" Wat nu? Is God dan toch die strenge rechter die de mensen straft voor hun fouten? Maar dat zègt Jezus hier helemaal niet. Hij laat God erbuiten. Waarschijnlijk doelt Hij op die opstand: "Willen jullie zó leven, zó met wapens de vijand te lijf gaan? Als je op dat spoor blijft lopen, dan wacht jou hetzelfde lot als die Galileeërs..." Jezus zegt niets meer en niets minder dan dat de gewapende strijd zal uitlopen op een bloedbad.

Het evangelie volgens Lucas is geschreven kort na het jaar 70. Lucas heeft geweten van de Joodse opstand in de jaren 66 t/m 70. Hij weet hoe Jeruzalem onder de voet is gelopen door de Romeinen, en dat die strijd tienduizenden levens heeft gekost. Dàt bedoelt Jezus met zijn waarschuwende woorden: "Deze weg van geweld is een heilloze weg..." Want het loopt soms wel slecht af met een mens, maar daarbij hoef je niet meteen "God" als een verklaring te noemen. De mens heeft zijn eigen verantwoordelijkheid, en moet de gevolgen van zijn daden onder ogen zien. Wie met het zwaard leeft, zal door het zwaard sterven. En wie roekeloos over de weg rijdt, loopt een grote kans op een ongeluk. Wie veel drinkt of rookt, is bezig roofbouw op zijn lichaam te plegen. En wie weinig liefde geeft, zou wel eens een eenzaam mens kunnen worden. Haal niet meteen God erbij als verklaring. Kijk eerst eens naar de gevolgen van je eigen daden...

Daarna vertelt Jezus hoe Hij dan wèl God ziet: niet als een straffende God, maar als een God met veel geduld. Hij vertelt een verhaal over een vijgenboom. Als een vijgenboom geplant was, moest men volgens de Thora de eerste drie jaren van de vruchten afblijven. Daarna, dus in het vierde jaar, moesten alle vruchten aan God geofferd worden. Pas in het vijfde jaar mocht de planter van de boom zelf van de vruchten gaan genieten. In de gelijkenis staat de vijgenboom dus al zes jaar onvruchtbaar te wezen. In het vierde jaar kwam de eigenaar vruchten zoeken voor God, in het vijfde en in het zesde jaar voor zichzelf. "Al drie jaar kom ik kijken of deze vijgen­boom vrucht draagt..." Het valt te begrijpen dat deze eigenaar zijn geduld begint te verliezen...

Zijn tuinman is een eigenwijs mens. Hij zegt: "Heer, laat hem dit jaar nog staan. Ik zal er nog van alles aan doen. Als er dàn nog geen vruchten komen, dan... kunt u (!!) hem alsnog omhakken..." Hij zegt niet: "Ik zal hem dan wel omhakken." Hij zegt: "U moet dat tegen die tijd dan zelf maar doen..." In feite weigert hij de boom neer te halen!

Aangaande de rolverdeling in deze gelijkenis wordt meestal gezegd dat God de eigenaar is, en Jezus de tuinman. Dat is zeker mogelijk. Jezus speelt dan de rol van smekende rechtvaardige die bezorgd is om het lot van mislukte mensen. Zoals eens Abraham pleitte voor Sodom en Gomorra, en zoals Mozes pleitte voor het rond dat gouden kalf dansende volk, zo pleit Jezus voor verloren mensen. Ik zie de eigenaar en de tuinman ook als twee kanten van God zèlf. De heilige veront­waardiging hoort bij God, maar ook het medelijden en het geduld. De eigenaar gaat in op de argumenten van de tuinman, omdat hij er in wezen precies hetzelfde over denkt. God is een God die geduldig is, anders zou Hij nooit kunnen samenwerken met deze tuinman...

Wat is ònze plek in het verhaal? Er ligt in onze samenleving een zware druk op mensen, om te presteren, succes te hebben. Nooit eerder kregen we zoveel kansen en mogelijkheden. De keerzij hiervan is, dat je min of meer buiten de maatschappij komt te staan, als je om de een of andere reden niet slaagt. Teveel mensen voelen zich mislukt, op een zijspoor gezet, of zijn doodmoe van die onophoudelijke druk om zichzelf te bewijzen. Teveel mensen gaan gebukt onder de gedachte: “Wat doet mijn leven ertoe?” Zij voelen zich als een onvruchtbare vijgenboom.

Maar de vruchten die deze Eigenaar zoekt, hebben niets met succes of prestatie te maken. Hij zoekt vruchten van liefde, vruchten van belangeloze liefde, van vrede en recht. En dan kan ook een buitengewoon succesvol mens toch onvruchtbaar blijken te zijn. Wij die zó bezig zijn onszelf te bewijzen, wij die zo moeten knokken voor een plaatsje in deze maatschappij, - zijn wij weleens los van ons eigenbelang, wèrkelijk gericht op die ander? Waar blijven wij eigenlijk, als niet die Tuinman zich garant stelt voor ons lot? Hij blijft geduldig de liefde in ons zien.

De Tuinman reikt ons een levenshouding aan: met eindeloos geduld je plantjes zorg en aandacht geven, en nooit het geloof opgeven dat het nog wat worden kan. Als we zó toch eens met elkaar, met onze vrienden of vijanden, met de kerk, met het leven zouden omgaan, wat zou ons bestaan er dàn anders uitzien…

Vandaag is het zondag “Oculi”: het gaat over onze ogen die gericht zijn op God. In een gedicht van René van Loenen gaat het over de ogen van God, die kritisch naar ons kijken maar altijd “iets” in ons blijven zien. “Visioen” heet het gedicht:



Ik sta hier in zijn ogen nutteloos

te zijn: ik draag geen vrucht,

ben blijkbaar ongezond.

Al drie jaar hoor ik zijn verwijt:
Wat zonde van mijn goeie grond.


Hak hem maar om. Dit is geen leven.
Toch is er ook die tegenstem,

de ander die mijn takken snoeit

en toegewijd de grond bewerkt

en die mij nog een kans wil geven.

Ik voel de dorst van zijn verlangen

in mijn stam. Ik voel de vrucht

van zijn geloof als rijpe vijgen

aan mijn takken hangen.
Waar groeit een mens van? Als een Ander iets in hem ziet!



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina