Liberalisme, socialisme en het nationalisme. De arbeidersklasse



Dovnload 16.78 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte16.78 Kb.
Hoofdstuk 6: Moderne Literatuur 1850-1914

Belangrijkste politieke tendenzen vanaf 1848 zijn het liberalisme, socialisme en het nationalisme. De arbeidersklasse werkte zich goed omhoog. Ze waren ontevreden over hun lot en ze bundelden hun krachten. Zo kreeg je de verlichte burgerij tegenover de arbeiders.


Frankrijk: opstand in Parijs van de burgerlijke republikeinen en socialisten. Napoleon komt aan de macht.

Duitsland: Bismarck, voorstander van de Realpolitiek (met bloed en ijzer).

Nederland: grondwet in 1848, socialisme komt op.

Engeland: Charles Dickens stelt wantoestanden aan de kaak, socialisme komt ook daar op.
Ideeën van de romantiek:

-terugkeer naar eigentijdse werkelijkheid en diepere achterliggende oorzaken

-andere visie op kunst

-kunstwerk wordt autonoom, verwijst naar zichzelf


Kunst:

-werkelijkheid werd zo compleet mogelijk afgebeeld

-romans (Balzac, Flaubert) gingen over levensvragen en conflicten

-poëzie (Baudelaire, Rimbaud, Mallarmé) gaven een schokkende visie op menselijk bestaan


Baudelaire; Les Fleurs Du Mal - levensgevoel van toen, eenzaamheid, walging, verveling, enige ontsnapping is de dood (noodlot).

Mallarmé; ‘taal is niet in staat de wereld volledig te beschrijven, verwijst naar zichzelf’

Rimbaud; werkelijkheid is een raadsel.
Fin de siècle  overgang van 19e naar 20e eeuw

-er was meer sprake van een levenshouding dan van een opvatting over kunst.

-inzichten van schrijvers over het leven kwamen grotendeels uit de natuurwetenschappen, die

de mensheid vooruit hielpen.


Literaire stromingen:

1. Realisme (tot 1880) [Roman + poëzie]

-vooral registeren van de eigentijdse werkelijkheid

-schrijvers observeren mensen uit alledaags leven en maken er literatuur van

- Nederland: Hildebrand - Camera Obscura



Engeland: Charles Dickens, Brontë

Duitsland: Theodor Fontane, Gottfried Keller

Frankrijk: Gustav Flaubert
2. Naturalisme (voortzetting realisme) [Proza + toneel]

-wetmatigheden van de natuurwetenschappen werden toegepast op de beschrijving van

romanfiguren (feiten + werkelijkheid weergeven)

-naturalistische roman bevat puur en alleen waarheid

-naturalistische schrijvers wilden zoveel mogelijk wetenschappelijk verklaren uit

eigenschappen die ze van voorouders zouden hebben gekregen, en het milieu waarin ze

opgroeiden.

-deterministische levensvisie: volgens ijzeren wetten het leven leven.

- Nederland: Louis Couperus - Eline Vere, Herman Heijermans - Op hoop van zegen

Duitsland: Gerhart Hauptmann

Engeland: Thomas Hardy
3. Impressionisme (tot 1874) [Poëzie]

-afbeelden van werkelijkheid, is een toename op het realisme.

-leven betekent: in beweging zijn, voortdurend veranderen.

-alles is zintuiglijk

-schrijvers krijgen meer oog voor detail en voor het uitbeelden van stemmingen door zoveel

mogelijk nuanceringen, vaak wordt met nieuwe woordcombinaties zijn impressie

weergegeven.

-typerend: veel bijvoeglijke naamwoorden, herhaling, overvloedig woordgebruik.

- Nederland: Herman Gorter - Mei

Frankrijk: Paul Verlaine
4. Symbolisme

-dichters zochten nieuwe symbolen, bedachten woorden en zinnen die meer suggereerden dan

omschreven.

-ging erom met literaire middelen door te dringen in het bovenzintuiglijke, waarvan

geïnspireerde dichters af en toe tekens opvingen.

- Nederland: Ronald Holst



Frankrijk: Baudelaire, Stéphane Mallarmé, Arthur Rimbaud
5. Dandyisme

-dandy staat voor elegantie en verfijning.

-ideale dandy: herkenbaar aan gedrag, doet voornamelijk niets, veel aandacht aan uiterlijk.

-dandy’s verdrijven tijd, willen niet als kunstenaar of schilder aangezien worden; die werken.

-rebel tegen de burgermaatschappij.

- Nederland: Louis Couperus - Eline Vere



Frankrijk: Honoré de Balzac

Engeland: Oscar Wilde
6. Neoromantiek

-art nouveau: nieuwe kunstuiting in sierlijke vormen.

-in het werk wordt een droomwereld opgeroepen die nadrukkelijk tegenover de alledaagse

werkelijkheid werd geplaatst.

-fantasie werd op gang gebracht door verhalen uit het verleden, net als in de romantiek.

-personen in sprookjesachtige omgeving.

- Nederland: Aart van der Leeuw, Arthur Schendel, J.C Bloem

Frankrijk: Alain-Fournier
Schrijvers:

-Hildebrand (1814-1903)

Veel ironie en uitvoerige beschrijving over de bekrompen levenswijze van burgers. Gedetailleerde omschrijving van omgeving.



CAMERA OBSCURA
-Louis Couperus (1863-1923)

Schrijft over het noodlot (deterministische levensvisie).



ELINE VERE
-Herman Heijermans (1864-1924)

Schreef toneelstukken, ook met een deterministische levensopvatting.



OP HOOP VAN ZEGEN
-Herman Gorter (1964-1927)

Ging naar een atelier van Breitner en deed daar inspiratie op van die schilder. In zijn kleur en klank van zijn gedichten wilde hij het impressionisme benaderen.



MEI
-Arthur van Schendel (1974-1946)

Schreef veel historische romans waarin veel fantasie naar voren kwam. Dit was neoromantisch.



EEN ZWERVER VERLIEFD
Engelse Literatuur:

Charles Dickens Oliver Twist + Great Expectations

gezusters Brontë Jane Eyre + Wutherin Heigts

Oscar Wilde The Picture of Dorian Gray + The Importance of Being Earnest

Thomas Hardy Jude the Obscure
Franse Literatuur:

Baudelaire Les Fleurs Du Mal

Flaubert Madame Bovary

Fournier Le Grand Meaulnes


Duitse Literatuur:

Keller Romeo und Julia auf dem Dorfe

Marx Das Kapital

Fontane Effi Briest

Hauptmann Vor Sonnenaufgang

Rilke Von Möncherischen Leben










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina