Licht op de Dispensaties Hoofdstuk 13 De verschillen onderscheiden



Dovnload 103.74 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte103.74 Kb.

Licht op de Dispensaties

Hoofdstuk 13 - De verschillen onderscheiden

http://www.middletownbiblechurch.org/

Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling (1977 of HSV)
Vertaling, bewerking en plaatjes door M.V.

De verschillen onderscheiden tussen ...


1. DE TWEE KOMSTEN VAN CHRISTUS
2. DE VIJF OORDELEN
3. DE TWEE OPSTANDINGEN

Nogal wat mensen raken in verwarring als zij de Bijbel bestuderen. Een van de redenen hiervoor is dat ze geen onderscheid kunnen maken tussen dingen die verschillend zijn. In dit hoofdstuk zullen we drie belangrijke onderwerpen bekijken die mensen dikwijls in verwarring brengen. God wil niet dat we in verwarring geraken (vergelijk 1 Korinthiërs 14:33, dat zegt: “Want God is geen God van __________________”). Laten we dan Gods Woord raadplegen en zorgvuldig deze drie belangrijke onderwerpen in beschouwing nemen:


1. DE TWEE KOMSTEN VAN CHRISTUS


Bijna tweeduizend jaren geleden kwam Jezus Christus naar de aarde. Hij werd geboren aan de maagd Maria; Hij leefde een zondeloos leven; Hij stierf aan het kruis voor onze zonden; Hij stond op uit het graf en Hij vaarde op naar de hemel, van waaruit Hij was gekomen. Op de avond voordat Hij naar het kruis ging, zei Jezus: “Ik kom ____________” (Johannes 14:3). Hij kwam EENS maar Hij beloofde een TWEEDE KEER te komen. De Bijbel leert duidelijk dat er TWEE KOMSTEN zijn van Christus. De EERSTE KOMST is geschiedenis; het is al gebeurd. De TWEEDE KOMST is toekomst; het is nog niet gebeurd. Vandaag leven we TUSSENIN twee grote gebeurtenissen: de twee komsten van de Heer Jezus Christus.

Jezus Christus kwam naar de aarde een eerste keer, stierf aan het kruis, stond op uit de dood, en wat gebeurde er toen 40 dagen na Zijn opstanding (Handelingen 1:9)? ___________________________ _______________________________. Deze gebeurtenis markeerde het eind van de eerste komst van de Heer vermits Hij terugkeerde naar de hemel. Twee engelen verschenen toen en welke belangrijke boodschap verkondigden zij aan de discipelen (Handelingen 1:10-11)? ______________________________________________________________________________.



JEZUS KOMT TERUG! Hij kwam een eerste keer, en Hij zal een tweede keer komen!

 HOE VERTROK JEZUS?
(Handelingen 1:9-12)

HOE KOMT JEZUS TERUG?


Hij werd opgenomen!

Hij zal neerkomen!

Hij verliet de aarde om naar de hemel te gaan.

Hij zal de hemel verlaten om naar de aarde te gaan.

Hij verliet de aarde in een wolk (Handelingen 1:9).

Hij zal terugkeren met de wolken (Mattheüs 24:30; Openbaring 1:7).

Hij werd met een echt lichaam opgenomen (het opstandingslichaam).

Hij zal terugkeren in een echt lichaam.

Mensen zagen Hem vertrekken (Handelingen 1:9).

Mensen zullen Hem zien komen (Openbaring 1:7).

Het was JEZUS CHRISTUS die opvaarde naar de hemel.

Het zal dezelfde JEZUS CHRISTUS zijn die terugkomt (Handelingen 1:11).



Profetieën over de komende Messias

Zij die vandaag leven kunnen terugkijken naar de eerste komst van Christus en zij kunnen vooruit kijken naar de tweede komst van Christus:  

Stel dat je zou leven in de dagen van Abraham of Mozes of David of Jesaja. Deze mannen leefden voordat Christus de eerste keer naar de aarde kwam. Zij konden niet terugkijken naar Christus’ komst want de Heer was nog niet gekomen. Zij moesten vooruit kijken. Zij wisten dat de Messias op een dag zou komen, maar zij begrepen niet dat er twee afzonderlijke komsten zouden zijn.



Het Oude Testament had veel te zeggen over de komst van de Messias. Oudtestamentische gelovigen wisten dat de Messias (de Christus) op een dag in de wereld zou komen. Sommige oudtestamentische passages beschrijven de Messias als een heerlijke Koning die over de wereld zou heersen. Maar er waren andere oudtestamentische delen die de Messias beschreven als Iemand die zou lijden en sterven. Een gelovige kon in de war geraken en denken dat deze oudtestamentische passages TWEE VERSCHILLENDE PERSONEN beschreven.

De echte oplossing hiervoor is niet twee Messiassen te hebben, maar TWEE KOMSTEN van de ene Messias: 1) Zijn eerste komst waarbij Hij zou lijden en sterven; 2) Zijn tweede komst waarbij Hij zou overwinnen, heersen en regeren.

Kijk naar de volgende oudtestamentische verzen die de komende Messias beschrijven. Zet vooraan elke beschrijving ofwel de letters LM (de Lijdende Messias), ofwel HK (de Heerlijke Koning):



1. _______

“Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden” (Daniël 7:14)

2. _______

“Aan de grootheid van deze heerschappij en van de vrede zal geen einde zijn op de troon van David en in zijn koninkrijk” (Jesaja 9:6).

3. _______

“zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven [doorboord, HSV]” (Psalm 22:17)

4. _______

“Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid .... de HEERE is onze Koning” (Jesaja 33:17, 22)

5. _______

“alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen” (Jesaja 52:14).

6. _______

“Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten”
(Jesaja 53:3).

7. _______

“Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn” (Jeremia 23:5)

8. _______

“En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden” (Daniël 9:26).

9. _______

“omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in de dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft” (Jesaja 53:12).

10. ______

“Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen de sterke, en Zijn arm zal heersen” - “En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat het de mond des HEEREN het gesproken heeft” (Jesaja 40:10, 5).

Als je kijkt naar twee bergtoppen vanop een afstand, dan kan het lijken dat er slechts één berg is. Vanuit je comfortabele positie kan het moeilijk zijn te onderscheiden dat er in werkelijkheid twee bergen zijn met een vallei ertussen. De oudtestamentische gelovige had het moeilijk twee aparte komsten van de Messias te onderscheiden. Voor hem leek de komst van de Messias vanop afstand als één bergtop. Hij realiseerde zich niet dat er in feite twee bergtoppen zijn met een vallei van 2000 jaren ertussen.



Lees de volgende Schriftpassages. Onderstreep datgene wat behoort bij Christus’ eerste komst en omcirkel datgene wat behoort bij Christus’s tweede komst:


1. Micha 5:1


“En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid”.

2. Jesaja 9:5-6


“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; 6 aan de grootheid van deze heerschappij en van de vrede zal geen einde zijn op de troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe”.

3. Jesaja 61:1-2 (vergelijk Lukas 4:18-19).


“De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen de zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om de gevangenen vrijheid uit te roepen, en de gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en de dag der wraak van onze God”.

4. Zacharia 9:9-10 (vergelijk Mattheüs 21:1-7).


“Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen. En Ik zal de wagens uit Efraïm uitroeien, en de paarden uit Jeruzalem; ook zal de strijdboog uitgeroeid worden, en Hij zal de heidenen vrede spreken; en Zijn heerschappij zal zijn van zee tot aan zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde”.

5. Jesaja 40:3-5 (vergelijk Mattheüs 3:3; Markus 1:3).


“Een stem van de roepende in de woestijn: Bereidt de weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onze God! Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvels zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden. En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat de mond des HEEREN het gesproken heeft”.

6. Maleachi 3:1-2; 4:5 (vergelijk Markus 1:2 en Mattheüs 17:3,10-13).


“Ziet, Ik zend Mijn engel, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal; en haastig zal tot Zijn tempel komen die Heere, Die gijn zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Wie gij lust hebt; ziet, Hij komt, zegt de HEERE der heerscharen. Maar wie zal de dag van Zijn toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? …. Ziet, Ik zend u de profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal”.

7. Lukas 1:31-33.


“En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen”.

_______________________________________________________________

Heb je het moeilijk met sommige passages? Een oudtestamentische gelovige die deze verzen leest zou ze zelfs nog moeilijker begrijpen. Hij wist dat de Messias zou komen maar hij begreep niet dat er twee afzonderlijke komsten zouden zijn.

Als we het Nieuwe Testament lezen, dan is het veel gemakkelijker een onderscheid te maken tussen de twee komsten van Christus. Zoek de volgende verzen op. Als het vers de 1ste komst van Christus beschrijft, plaats dan het cijfer 1 ervoor; als het vers de 2de komst beschrijft, plaats dan cijfer 2.



1. _____1 Timotheüs 1:15
2. _____ Johannes 3:17
3. _____ Johannes 14:3
4. _____ Mattheüs 16:27
5. _____ Lukas 19:10
6. _____ Mattheüs 24:30
7. _____ 1 Johannes 4:2; 5:20
8. _____ Handelingen 1:11
9. _____ Openbaring 19:11-16
10._____ Johannes 10:10

11. _____ Jakobus 5:8
12. _____ 2 Petrus 3:4
13. _____ Johannes 12:47
14. _____ Johannes 18:37
15. _____ Openbaring 22:20
16. _____ Johannes 1:14
17. _____ Titus 2:13
18. _____ Galaten 4:4
19. _____ Openbaring 19:11-16
20. _____ Johannes 6:38,41,42,51

Waarvoor kwam Christus de eerste keer, volgens deze verzen? Waarvoor zal Christus een tweede keer komen?

De volgende tabel maakt het onderscheid tussen de twee komsten van de Heer Jezus Christus:

De eerste komst van Christus

De tweede komst van Christus



Het Kruis

Christus kwam om te sterven.




De Kroon

Christus zal komen om te heersen en te regeren.



De eerste komst van Christus is een kwestie van GESCHIEDENIS.

De tweede komst van Christus is een kwestie van PROFETIE.

Het is al gebeurd!

Gods Woord zegt ons dat het zal gebeuren!

Het vond plaats in het VERLEDEN.

Het zal plaatsvinden in de TOEKOMST.

Christus IS GEKOMEN (1 Johannes 4:2).

Christus ZAL KOMEN (Handelingen 1:11).

Christus kwam om de REDDER VAN ZONDAARS te zijn (Mattheüs 1:21).

Christus zal komen om de KONING VAN _______________ te worden (Openb. 19:16).

Christus kwam om ’s mensen redder (of: behouder) te zijn (Johannes 3:17).

Christus zal komen om ’s mensen RECHTER te zijn (Judas 14-15).

Wat zal Hij zijn voor jou? Als je Christus niet ontvangt als je Redder,
dan zal je Hem op een dag ontmoeten als je Rechter !

Christus kwam naar de aarde als een pasgeboren baby (Lukas 2:7).

Christus zal naar de aarde komen als een overwinnende Krijger (Openbaring 19:11-16).

Christus kwam in zachtheid, rijdend op een ezel (Mattheüs 21:1-5).

Christus zal komen in kracht, rijdend op een wit paard (Openbaring 19:11-16).

Christus kwam om vrede te brengen voor het menselijke hart (Efeziërs 2:13-19; Rom. 5:1).

Christus zal komen om vrede te brengen voor de hele wereld (Jesaja 9:6-7; Zacharia 9:10).

Toen Christus de eerste keer kwam, was het bestuur in handen van mensen (Herodes de Grote, de Romeinen, enz.)

Wanneer Christus de tweede keer komt, zal het bestuur in Zijn handen en op Zijn schouders rusten (Jesaja 9:5-6).

Christus werd gedood door Zijn vijanden
(Mattheüs 27:20-25).

Christus zal Zijn vijanden doden
(2 Thess. 1:7-10; Openbaring 19:21).

Toen Christus de eerste keer kwam, werd Hij afgewezen door het Joodse volk (Johannes 1:11). Zij kruisigden hun Messias.

Wanneer Christus de tweede keer komt; zal Hij aangenomen worden door het Joodse volk (Zach. 12:10-11; Romeinen 11:25-28; Mattheüs 23:39).

Wat heb jij gedaan met Hem die jou kwam redden ongeveer 2000 jaar geleden? (zie Johannes 3:18; 3:36)? Hij kwam om te redden (1 Timotheüs 1:15). Heeft Hij jou
gered (Handelingen 16:30-31)? Ben jij een Echte Gelovige? (NL, pdf).


Jezus zal komen vóór en na de Verdrukking

Er is nog iets anders dat we zorgvuldig moeten onderscheiden. De Tweede komst van Christus bestaat eigenlijk uit twee fazes. De eerste faze van de tweede komst wordt de OPNAME van de Kerk naar de hemel genoemd. Zie meer in: De Opname vóór de Verdrukking (NL, pdf).

De tweede faze van de tweede komst gebeurt zeven jaar later. Wij noemen dit de tweede komst van de Heer naar de aarde. Beschouw het volgende schema:



De volgende vergelijkende studie maakt onderscheid tussen de twee fazes van de tweede komst van Christus: 


Een vergelijking tussen de Opname (vóór de Verdrukking) en de Tweede Komst (na de Verdrukking)

1. TIJD


  1. OPNAME - vóór de Verdrukking (Openbaring 3:10). De Kerk zal gespaard worden van deze tijd van beproeving en oordeel die over de hele wereld zal komen. Zie voor méér: De Opname vóór de Verdrukking (NL, pdf).

  2. TWEEDE KOMST - na de Verdrukking (Mattheüs 24:29-30; Openbaring 19:11-16).

2. SNELHEID


  1. OPNAME - in een “ondeelbaar ogenblik” (Grieks: “atom”, letterlijk: “ondeelbaar” - 1 Kor. 15:52). Het gaat plotseling. Het zal gebeuren voordat mensen het zich zullen realiseren (zoals het was met Henoch, zie Genesis 5:24; Hebreeën 11:5). Een voorbeeld van een man die plotseling werd opgenomen vinden we in Handelingen 8:39 (waar het Griekse woord voor opname, harpazo, wordt gebruikt).

  2. TWEEDE KOMST - traag genoeg opdat de mensen zich zullen realiseren wat er gebeurt (Mattheüs 24:27; Openb. 1:7; Psalm 2:2; Openb. 19:19). De tweede komst van Christus naar de aarde zal zichtbaar en duidelijk zijn voor iedereen. Niemand zal ze missen.

3. DATUM (DE DAG WAAROP HET ZAL PLAATSVINDEN)


  1. OPNAME - ONBEKENDE DAG. De Heer Jezus zal zeker komen voor Zijn Kerk (Johannes 14:3) maar we weten niet wanneer (vergelijk 1 Johannes 2:28 en 3:2, waar de aanvoegende wijs is gebruikt, aangevend dat terwijl het feit van Zijn komst zeker is, de tijd van Zijn komst onzeker is). De opname is imminent: Jezus kan op elk ogenblik komen.

  2. TWEEDE KOMST - GEKENDE DAG. De datum van de tweede komst kan uitgerekend worden tot op de dag. Ze zal gebeuren na 2520 dagen (7 jaren, of 84 maanden, met maanden van 30 dagen gerekend) vanaf het moment dat de Antichrist een verdrag sluit met Israël (Daniël 9:27). De tweede komst zal ook gebeuren na 1260 dagen (3½ jaren) vanaf de “gruwel van de verwoesting” (Mattheüs 24:15). Zie Openbaring 11:2, 3; 12:6, 14; 13:5; 2 Thess. 2:8 (Antichrist vernietigd bij de 2de komst). Uiteraard kan deze “gekende dag” niet gekend zijn of berekend worden voordat het verdrag is gesloten (Dan. 9:27).

4. VOORAFGAANDE TEKENEN


  1. OPNAME - GEEN TEKENEN (Tit. 2:13; Openb. 22:20; enz.). Jezus kan voor Zijn Kerk komen op elk moment, en niets moet er vervuld worden voordat Hij komt. Het enige waar we op wachten is de completering van de Kerk (Matt. 16:18; Rom. 11:25), en enkel God weet wanneer dat zal zijn.

  2. TWEEDE KOMST - VELE TEKENEN (Mattheüs 24:3-28). Er moet veel vervuld worden voordat Christus terugkeert naar de aarde (zoals al de gebeurtenissen in Openbaring 6-18 en in Mattheüs 24).

5. ZICHTBAARHEID


  1. OPNAME - Christus enkel door de Kerk gezien (1 Thess. 4:17; 1 Johannes 3:2).

  2. TWEEDE KOMST - Christus gezien door ieder oog (Openb. 1:7; Mattheüs 24:24-27).

6. LOCATIE


  1. OPNAME - in de lucht (1 Thess. 4:17).

  2. TWEEDE KOMST - op de aarde (Zach. 14:4; Handelingen 1:11).

7. VERGEZELD OORDEEL


  1. OPNAME - de Rechterstoel van Christus (Rom. 14:10; 2 Tim. 4:1, 8; 1 Pet. 1:7).

  2. TWEEDE KOMST - vernietiging van de goddeloze legers (Openb. 19:17-19) en het oordeel van de levende naties (Mattheüs 25:31-46).

8. IDENTITEIT VAN HEN DIE MEEGENOMEN WORDEN VAN DE AARDE, EN ZIJ DIE OP DE AARDE BLIJVEN


  1. OPNAME - gelovigen worden meegenomen; ongelovigen achtergelaten (Matt. 24:36-44; Johannes 14:3; 1 Thess. 4:13-18; 1 Kor. 15:51-53).

  2. TWEEDE KOMST - Ongelovige legers worden gedood (Openb. 19:17-19) en de overlevenden worden geoordeeld: het oordeel van schapen en bokken in het dal van Josafat (Mattheüs 25:31-46; Joël 3:2)

9. DOEL VAN CHRISTUS’ KOMST


  1. OPNAME - om Zijn bruid te ontvangen (Johannes 14:3; 1 Thess. 4:17).

  2. TWEEDE KOMST - om Zijn Koninkrijk te ontvangen (Lukas 19:22; Openb. hfdst. 19-20)

10. DE LICHAMEN VAN LEVENDE GELOVIGEN


  1. OPNAME - de overleden heiligen staan op uit de doden en de levende heiligen worden “veranderd” met een onsterfelijk opstandingslichaam (1 Kor. 15:52-53; 1 Thess. 4:17).

  2. TWEEDE KOMST - de levende gelovigen komen het Koninkrijk binnen in natuurlijke lichamen (Mattheüs 25:23), en zij zullen kinderen krijgen en de aarde herbevolken.

2. DE VIJF OORDELEN


Zie verderop het Schema van de Oordelen

Er zijn er velen die geloven dat er slechts één ALGEMEEN OORDEEL zal zijn. Zij beschrijven dat als de grote gebeurtenis die plaatsvindt aan het einde van de wereld, waarbij alle menselijke wezens - heiligen en zondaars, Joden en Heidenen, de levenden en de doden - voor God zullen staan om geoordeeld te worden. Dit is beslist niet wat de Bijbel leert. Als de Schrift zorgvuldig wordt bestudeerd zal de gelovige leren een onderscheid te maken tussen verscheidene oordelen. Deze oordelen verschillen van elkaar. Ze verschillen met betrekking tot de subjecten (zij die beoordeeld worden), de plaats, de tijd en het resultaat.

Wij zijn nu klaar om vijf belangrijke oordelen te beschouwen die vermeld worden in de Bijbel. Het zijn niet de enige oordelen die in de Bijbel genoemd worden, maar deze vijf moeten zorgvuldig begrepen en onderscheiden worden:

1. Het oordeel aan het Kruis

God is volmaakt heilig en gerechtig en daarom moet Hij zonde oordelen en bestraffen. De Bijbel vertelt ons het goede nieuws dat “Christus gestorven is voor onze ____________” (1 Korinthiërs 15:3). Dit wil zeggen dat Christus werd gestraft in plaats van wij! Als schuldige zondaar ben ik het die Gods oordeel verdient, maar Gods oordeel viel op mijn Plaatsvervanger, de Heer Jezus Christus. Ik ben het die de doodstraf verdien. Ik ben het die aan het kruis had moeten hangen voor mijn misdaden, maar mijn Redder stierf in mijn plaats. (Romeinen 5:6).


1) Wie is de Rechter?

De heilige God, de Rechter van de hele aarde (Psalm 22:1-4; Jesaja 53:6, 10).



2) Wie is het subject? Wie wordt geoordeeld?

De Heer Jezus Christus (1 Petrus 3:18).



3) Waar vond het oordeel plaats?

Aan het kruis (1 Petrus 2:24).



4) Wanneer vond dit oordeel plaats?

Ongeveer 30 n.C., op de dag dat Christus stierf.



5) Het resultaat:

De dood voor Jezus Christus (Romeinen 5:6, 8) maar eeuwig leven voor de gelovige (Romeinen 6:23). Het oordeel viel op Christus, zodat de gelovige nooit zal veroordeeld worden voor zijn zonden (Romeinen 8:1; Johannes 5:24).  



6) Sleutelpassages:

Jesaja 53; 2 Korinthiërs 5:21; Galaten 3:13; 1 Petrus 3:18 en vele andere.


2. Het zelfoordeel van gelovigen

Dit oordeel wordt beschreven in 1 Korinthiërs 11:31-32: “Want als wij ___________ zouden beoordelen, zouden wij niet geoordeeld worden. Maar als wij geoordeeld worden, worden wij door de Heere _________________, opdat wij niet met de wereld _________________ zouden worden”.

God wil dat wij op de juiste manier omgaan met zonde. Wanneer er een zonde is in mijn leven, moet ik die niet negeren, of doen alsof ze niet ernstig is, of ze bedekken. Zonde is iets wat erkend, beleden en bekend gemaakt moet worden bij God. Ik moet MEZELF OORDELEN: “Heer, ik ben schuldig! Ik heb gezondigd tegen U en ik heb verkeerd gedaan. Dank U dat Jezus voor mij stierf en dank U om het mij te vergeven in Zijn Naam!”



1) Wie is de Rechter?

De gelovige (1 Korinthiërs 11:28,31; 1 Johannes 1:9).



2) Wie is het subject? Wie wordt geoordeeld?

De gelovige. Hij beoordeelt zichzelf (1 Korinthiërs 11:31).



3) Waar vindt het oordeel plaats?

Overal waar de gelovige is.



4) Wanneer vindt dit oordeel plaats?

Doorheen het hele christelijke leven (vergelijk Psalm 139:23-24).



5) Het resultaat:

Als de gelovige weigert zichzelf te beoordelen: TERECHTWIJZING (1 Kor. 11:32) en TUCHTIGING (Hebr. 12). Voor de gelovige die zichzelf beoordeelt: VERGIFFENIS (1 Joh 1:9).



6) Sleutelpassages:

1 Korinthiërs 11:28-32; 1 Johannes 1:5-10.


3. Het oordeel voor de Rechterstoel van Christus

Dit is een oordeel van gelovigen. Dit oordeel heeft niets van doen met de redding van de gelovige want dat is al geregeld toen hij tot geloof kwam. Het is een kwestie van de WERKEN VAN DE GELOVIGE: “Want wij moeten allen voor de ____________stoel van Christus geopenbaard worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad” (2 Korinthiërs 5:10).

1) Wie is de Rechter?

De Heer Jezus Christus (2 Korinthiërs 5:10; Romeinen 14:10).



2) Wie is het subject? Wie wordt geoordeeld?

Enkel gelovigen - de leden van Christus’ lichaam, de Kerk. In de context van 2 Korinthiërs 5:10 en Romeinen 14:10 is het duidelijk dat Paulus spreekt over gelovigen, niet ongelovigen.



3) Waar vindt het oordeel plaats?

In de aanwezigheid van de Heer in de Hemel. Zie het volgende punt.



4) Wanneer vindt dit oordeel plaats?

Onmiddellijk na de opname (1 Korinthiërs 4:5; 2 Tim.4:8; Openb.22:12).



5) Het resultaat:

Getrouwe gelovigen ontvangen een beloning (1 Korinthiërs 3:14). Ontrouwe gelovigen zullen verlies lijden, maar “Hijzelf echter zal ________________ worden, maar wel zo, als door vuur heen” (1 Korinthiërs 3:15). Hij lijdt verlies van beloning maar verliest zijn redding niet.



6) Sleutelpassages:

2 Korinthiërs 5:10; Romeinen 14:10-12; 1 Kor.3:11-l5; 4:4-5; 2 Timotheüs 4:8.


4. Het oordeel van de Naties (van de Schapen en Bokken)

Dit belangrijke oordeel mag niet verward worden met het oordeel voor de “Grote witte troon”:

1) Wie is de Rechter?

De Zoon van ________ (Mattheüs 25:31).



2) Wie is het subject? Wie wordt geoordeeld?

“Al de _________________” (Mattheüs 25:32). Dit zijn volkeren die op aarde zullen leven in de tijd van de tweede komst van Christus.



3) Waar vindt het oordeel plaats?

Op de aarde, omdat Christus naar de aarde is teruggekeerd (Mattheüs 25:31; Joël 3:2). Het zijn dezen die de Grote Verdrukking hebben overleefd.



4) Wanneer vindt dit oordeel plaats?

“Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid” (Mattheüs 25:31). Deze komst wordt ook beschreven in Mattheüs 24:30.



5) Het resultaat:

De “schapen” (zij die gered worden) zullen het Koninkrijk binnengaan (Mattheüs 25:34) en de “bokken” zullen veroordeeld worden (Mattheüs 25:41, 46).



6) Sleutelpassages:

Mattheüs 25:31-46 en Joël 3:1,2,13-14.



Schema van de Oordelen



Voor uitleg bij de gebeurtenissen 1 tot 10 zie verderop het Schema van de Opstandingen
5. Het oordeel voor de Grote Witte Troon

Dit is het grote finale oordeel voor alle ongeredde mensen die ooit leefden. Het wordt beschreven in Openbaring 20:11-15. In 2 Petrus 3:7 wordt dit genoemd “de dag van het ______________ en van het ______________ van de goddeloze mensen”:

1) Wie is de Rechter?

God (Openbaring 20:12). Johannes 5:22,27 identificeert deze Rechter als de Zoon van God (de Heer Jezus Christus).



2) Wie is het subject? Wie wordt geoordeeld?

DE DODEN, groot en klein (Openbaring 20:12). Dit zijn de mensen die nooit het Lam Gods, de Messias en Christus, als Redder ontvingen. Zij zijn levenloos omdat zij niet Gods gave van eeuwig leven bezitten (1 Johannes 5:11-12).



3) Waar vindt het oordeel plaats?

Niet op de aarde, want “Voor Zijn aangezicht _____________ de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was” (Openbaring 20:11 en vergelijk 2 Petrus 3:7-12). Het vindt plaats voor Gods “grote witte troon”.



4) Wanneer vindt dit oordeel plaats?

Lees Openbaring 20:1-10. Dit vindt plaats na het duizendjarig Koninkrijk, na de finale rebellie (verzen 7-9) en nadat Satan geworpen werd in de “poel van vuur”.



5) Het resultaat:

De doden werden geworpen in de _________ ____ _________(Openbaring 20:15).



6) Sleutelpassages:

Openbaring 20:11-15 (en vergelijk 2 Petrus hoofdstuk 3).

Hoe staat het met jou? Welk oordeel zal jij ondergaan: de Rechterstoel van Christus of het oordeel voor de Grote Witte Troon? In de dagen van Noach was de enige veilige plaats IN DE ARK. Vandaag is de enige veilige plaats IN CHRISTUS JEZUS (Romeinen 8:1). Zij die IN CHRISTUS zijn zullen nooit het oordeel en de veroordeling van God moeten vrezen (Romeinen 8:1; Johannes 5:24; Johannes 3:18). Er is slechts één weg om te VLUCHTEN VOOR DE TOORN DIE KOMT, en dat is maken dat je IN DE ARMEN VAN CHRISTUS bent, de enige Redder. Als je tot Hem komt zal hij je nooit verwerpen (Johannes 6:37).

Het oordeel voor de Grote Witte Troon - Persoonlijke toepassing

De Schrift lijkt aan te geven dat gelovigen in Christus zullen aanwezig zijn bij het oordeel voor de Grote witte troon, dat beschreven wordt in Openbaring 20:11-15. Welke bijbelpassages lijken te suggereren dat gelovigen daar aanwezig zullen zijn?

1) Vanaf de opname en daarna hebben we de belofte: “En zo zullen wij altijd met de Heere zijn” (1 Thess. 4:17). We weten dat de Heer Jezus Christus aanwezig zal zijn bij het oordeel voor de Grote witte troon, want Hij is de Rechter. Zal zijn Bruid dan ook niet bij Hem zijn?

2) In Openbaring 3:9 wordt aan de gelovigen in de kerk van Filadelfia beloofd dat bepaalde ongeredde personen “zich [zullen] neerbuigen aan uw voeten en erkennen, dat Ik u heb liefgehad” (Openb. 3:9). Dit is een verbazingwekkende toekomstige belofte voor alle kinderen Gods doorheen de eeuwen die vervolgd, verwond, gefolterd en aangevallen werden door ongeredde mensen. Het enige moment dat ongeredden zich zullen kunnen neerbuigen aan de voeten van de heiligen is bij het oordeel voor de Grote Witte Troon. Blijkbaar zal dit ook de tijd zijn dat alle ongeredden hun knieën zullen buigen voor Christus en zullen belijden dat Hij de Heer is (Filippenzen 2:9-11). 

3)  In 1 Korinthiërs 6:2 zegt Paulus: “Weet u niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen?” Tijdens het duizendjarige rijk zal de Heer Jezus de primaire Rechter zijn (Jesaja 33:22), maar de gelovigen van de kerkbedeling, in hun verheerlijkte lichamen, zullen gedelegeerd gezag krijgen om te oordelen. Het oordeel zal hen gegeven worden (Openb. 20:4; vergelijk Mattheüs 19:28). De Heer Jezus Christus zal de finale Rechter zijn van alle ongeredden bij de Grote witte troon (Johannes 5:22,27), maar blijkbaar zullen heiligen uit de kerkbedeling met Hem participeren in dit oordeel als getuigen.

4) Openbaring 20:15 lijkt het contrast aan te geven tussen de namen die niet gevonden worden in het boek des levens en de namen die er wel in gevonden worden: “En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het Boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen”. Het feit dat grote aantallen namen niet gevonden worden in dit boek impliceert dat er een groot aantal namen wel in geschreven staan. Als de heiligen aanwezig zijn als getuigen bij dit grote oordeel, zouden zij diegenen vertegenwoordigen die geschreven staan in het boek van het Lam. De subjecten van dit verschrikkelijke oordeel zullen dan “de doden” zijn (Openb. 20:12), dat zijn de ongeredden (allen die niet geschreven staan in het boek des levens van het Lam). 

5)  Als de heiligen niet aanwezig zijn bij de Grote witte troon als getuigen, waar anders zouden zij dan kunnen zijn? In Openbaring 20:11 leren we over de tijd van dit oordeel: “voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg”. Onze Heer had eerder al gezegd dat hemel en aarde zouden voorbijgaan (Matt. 24:35). De totale destructie van de hemelen en aarde wordt beschreven in 2 Petrus hoofdstuk 3. De timing van die gebeurtenis wordt ook vermeld: “de dag van het oordeel en van het verderf van de goddeloze mensen” (2 Petrus 3:7). Dit kan enkel het oordeel zijn bij de Grote witte troon. De heiligen kunnen dan niet op de aarde zijn en niet in de hemelen, en evenmin op de nieuwe aarde of in de nieuwe hemelen, want die worden pas geschapen na het oordeel voor de Grote witte troon (Openb. 21:1). Als de “hemelen” die verwoest worden verwijzen naar de eerste en tweede hemel (1. de luchtsfeer en 2. het universum, zoals we die nu kennen), dan kan de enige plaats voor de heiligen de derde hemel (de eigenlijke hemel) zijn.

Noot:  Openbaring 14:10 geeft aan dat ook Gods heilige engelen getuigen zullen zijn van de doem van de goddelozen.

Toepassing:   Wij kunnen ons inbeelden aanwezig te zijn bij het oordeel voor de Grote witte troon als getuigen van deze verschrikkelijke gebeurtenis:

Ik zie dat de boeken opengaan, en dat de ongelovigen veroordeeld worden op basis van de boze werken die zij gedaan hebben (Openb. 20:12). Ik realiseer me dan dat ook ik eens schuldig was aan dezelfde boze werken (zie Kol. 1:21). Ik ben er getuige van dat deze ongeredde mensen in de “poel van vuur” geworpen worden (Openb. 20:15), en ik tril bij de gedachte dat ook ik deze bestraffing verdiende, en dat de enige reden dat ik niet in de poel wordt geworpen is wegens Christus en Zijn genade. Ik realiseer me dat ik de hel evenzeer verdien als zij. Ik erken dat ik eens een “kind van de toorn” was (Efez. 2:2-3; Kol. 3:6-7), schuldig aan vele van dezelfde misdaden en dat ik dezelfde straf verdiende als zij die voor mijn ogen in de poel van vuur geworpen worden. Ik weet dat de onrechtvaardigen het koninkrijk van God niet zullen beërven, en daarin zijn begrepen: “Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen gemeenschap hebben, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers” (1 Kor. 6:9-10). Vlak daarna zegt Paulus: “En sommigen van u zijn dat geweest” (1 Kor. 6:11), en dat herinnert me dat ook ik ooit onrechtvaardig was, schuldig aan misdaden tegen God, en dat ik het verdien in de “buitenste duisternis” geworpen te worden en eeuwige bestraffing te krijgen.

Alle gelovigen die getuigen zijn bij de Grote witte troon zullen zeker een nog dieper inzicht hebben van de genade van God en van wat het betekent bevrijd te zijn van zo’n grote dood (2 Kor. 1:10).

3. DE TWEE OPSTANDINGEN


Alle doden, zowel gered als ongered, zullen op een dag opgewekt worden!

Opstanding is iets wat gebeurt met het lichaam. “Verwondert u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de ____________ zijn, Zijn stem zullen horen” (Johannes 5:28). Wanneer een persoon sterft zal zijn lichaam in het graf gelegd worden (niet zijn ziel of geest).

Jezus Christus zal de doden oproepen. Het is ZIJN stem die zij zullen horen (Johannes 5:28). Zullen zij Zijn stem gehoorzamen (Johannes 5:29)? ______. Net zoals Lazarus reageerde op de stem van Jezus (Johannes 11:43-44), zo ook zal er een dag komen dat alle gestorvenen “Zijn stem zullen ___________ en zij zullen ____________” (Johannes 5:28b-29).

Schema van de Opstandingen




De Bijbel meldt TWEE OPSTANDINGEN en alle mensen worden in een van deze twee opstandingen ondergebracht. Bemerk de twee opstandingen die genoemd worden in Johannes 5:29:  

1) de opstanding ten  ___________
2) de opstanding ter ____________________

Bemerk de twee opstandingen die genoemd worden in Handelingen 24:15:

1) de opstanding van de ________________
2) de opstanding van de ________________

Bemerk de twee opstandingen die genoemd worden in Daniël 12:2:

1) dezen ten _______________ __________
2) genen tot ________________ en tot ___________ _______________

Jezus sprak van de eerste opstanding in Lukas 14:14:

De opstanding van de ___________________.

De tweede opstanding wordt genoemd in Openbaring 20:12:

En ik zag de doden (opgewekt), klein en groot, voor God staan (vergelijk Openbaring 20:4-6).

Aan welke opstanding zou jij deel willen hebben: de eerste of de tweede? _______________.

Alle geredden behoren tot de eerste opstanding (zie Openbaring 20:6). Alle ongeredden behoren tot de tweede opstanding.

De eerste opstanding

Betekenis volgens de nummering in het schema hierboven.

1. De Heer sterft aan het kruis omstreeks 30 n. Chr.

2. Opstanding uit het graf, op de derde dag: Mt 12:40; Mt 16:21; 17:23; 20:19; Lk 9:22; 18:33; 24:21, 46.

Samen met eerstelingen1 van de heiligen: Mt 27:52-53; vgl. Ex 23:16 en Lv 23:10, 11.

Opgestaan UIT de doden: Mk 9:9-10. Hij is de Eersteling van de opstanding: 1Ko 15:20, 23.

3. De Heer werd 40 dagen gezien: Hd 1:3; 1Ko 15:6.

4. Jezus’ hemelvaart: Mk 16:19; Lk 24:51; Hd 1:9-11.

5. Pinksteren: Lv 23:16; Jh 14:16; 16:7, 8; Hd 2.

6. Het Gemeente:Kerktijdperk. De Gemeente2 was in het Oude Testament een verborgenheid: Rm 16:25; Ef 3:3-6; Ko 1:24-27.

7. Opname van de Gemeente, zowel de gestorvenen als de levenden: Jh 14:1-4.

a. De gestorvenen: 1Ko 15:51-53; 1Th 4:16. Waarschijnlijk inbegrepen zijn de oudtestamentische gelovigen3: Js 26:19; Dn 12:2a, 13; Hb 11:39-40. Dit is tevens het eerste deel van de “eerste opstanding”. Zie bovendien verderop het Addendum.

b. De levenden: Mt 24:40-41; 1Th 4:17; 1Ko 15:51-53; 1Th 4:17.

Ze is lichamelijk: Rm 8:11.

8. De opstanding van de twee getuigen, tijdens de tweede helft van de 70ste jaarweek, de Grote Verdrukking: Op 11:11, 12. Dit werd niet afgebeeld in ons schema.

9. De “eerste opstanding” nu voleindigd: Op 20:4-6; zie ook Js 26:19; Dn 12:2a, 13.

Deze is tot leven: Jh 5:29. UIT de doden: Mk 9:9, 10; Hd 4:2. Van de rechtvaardigen: Hd 24:15; Lk 14:14.

Ze is lichamelijk: Rm 8:11.

a. De opstanding van de heiligen die ná de Gemeente-opname en vóór de Grote Verdrukking werden omgebracht. Het zijn “de zielen onder het altaar” (Op 6:9, 11), “de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd zijn” (20:4). Dit zijn enerzijds de omgekomen Joden die het evangelie verkondigd hebben vóór de laatste 3,5 jaar (vóór de eigenlijke Grote Verdrukking), én anderzijds hun omgekomen bekeerlingen uit de volken.

b. De opstanding van de heiligen uit de volken die tijdens de Grote Verdrukking (de laatste 3,5 jaar) werden omgebracht en die “het beest of zijn beeld niet hadden aanbeden en niet het merkteken van het beest aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hebben” (20:4; 13:15; 15:2). (De Joodse gelovigen zijn vooraf verzegeld en overleven de Grote Verdrukking).

De tweede opstanding

Betekenis volgens de nummering in het schema hierboven.

10. Tweede opstanding (naar analogie met de “eerste” opstanding), voor de “grote witte troon”: Op 20:11-15.

Ook “laatste oordeel” genoemd (echter niet in de Schrift).

Bestemd voor “de overigen” van de “doden” (Op 20:5) en van de “doden” (Op 20:12).

Opstanding “ter verdoemenis”: Jh 5:29, “van de onrechtvaardigen” (Hd 24:15), bestemd voor “de poel van vuur, de tweede dood” (Op 20:14, 15), de “hel” (Mt 10:28).

Oordeel naar werken: Op 20:12, 13.


* * * * * * * * * * * * * * * *
Addendum: Waar zijn de Oudtestamentische gelovigen?

In Openbaring wordt nergens iets over de oudtestamentische gelovigen gezegd. Worden ze ook opgenomen mét de Gemeente en behoren ze bij de 24 oudsten? Ik meen van wel, maar dat wordt in Openbaring niet uitdrukkelijk gezegd.

In Dn 12:1, 2a, 13 (vgl. Js 26:19-21) zien we dat er gelovigen aan het eind van de Grote Verdrukking worden opgewekt. Als dit de algemene opstanding is van de oudtestamentische gelovigen, dan kunnen zij niet begrepen zijn in de eerder opgenomen 24 oudsten (Op 4:4). Moeten we de tekst van Dn 12:2a helemaal beperken tot de opstanding van de gelovigen die in de eindtijd als martelaren zijn omgekomen? Aan Daniël wordt in 12:13 gezegd dat hijzelf zou “opstaan” en dit kan moeilijk anders zijn dan de opstanding die bedoeld is in 12:2a. Dit betekent dan dat Daniël zal opstaan ná de Grote Verdrukking. De opstanding in Dn 12:2a lijkt overeen te komen met die in Op 20:4-6, maar hier in Openbaring wordt enkel gesproken over de martelaren die binnen de 70ste jaarweek zijn omgekomen, en dus hebben wij niet de vrijheid om hier de OT-gelovigen bij te rekenen. Het licht van de Openbaring moeten wij niet ondergeschikt maken aan de schaduwen van het Oude Testament - dat zou een grove fout zijn. De onthulling van waarheid gaat in de Bijbel van “halm naar aar en daarna het koren in de aar” (Mk 4:28). Het is een grove fout wanneer Schriftuitleggers blijven stilstaan bij de schaduwen van het Oude Testament en het volle licht van het Nieuwe Testament voorbijzien. In deze val zijn al velen getrapt. Waar komt dit concreet op neer? Ik meen dat Daniël in 12:2a de opstanding in ‘verkort perspectief’ weergeeft, namelijk het gehéle opstandingsgebeuren voor Israël, namelijk zowel vóór de verdrukking (samen met de Gemeente) als ná de verdrukking (de martelaren). Daniël wist immers niets van een opstanding van gelovigen vóór de verdrukking - de Gemeente was in het Oude Testament een verborgenheid: Rm 16:25; Ef 3:3-6; Ko 1:24-27. Deze zienswijze hou ik aan.

Fijnvandraat (Babylon, Beeld & Beest, p. 340) zegt:

“Anderen nemen het begrip ‘einde’ (Dn 12:13) ruimer en menen dat de oudtestamentische heiligen vallen onder hen, die in 1Th 4:16 aangeduid worden als “de doden in Christus”. Als van Mozes gezegd wordt dat hij de smaadheid van Christus groter rijkdom geacht heeft dan de schatten van Egypte (Hb 11:26), terwijl hij Christus toch niet zo gekend heeft als wij, dan mogen de oudtestamentische gelovigen beschouwd worden als doden in Christus. Persoonlijk geef ik aan deze opvatting de voorkeur en dat te meer omdat in Op 20:4-6 enkel sprake is van de opstanding van martelaren als een sluitstuk van de eerste opstanding”.

De gelovige martelaren van de 70ste jaarweek - of ze nu uit Israël of uit de volken zijn - zullen allen worden opgewekt tot hemels leven. Alle gestorven gelovigen zullen opgewekt worden tot hemels leven.

Ook de oudtestamentische heiligen zullen opstaan tot hemels leven. Zie het antwoord van de Heer aan de Sadduceeën, die niet geloofden in opstanding, noch engelen:

“Maar die waardig zullen geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden; Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn de engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods, omdat zij kinderen der opstanding zijn” (Lk 20:35-36).

Zij behoren blijkbaar tot de 24 oudsten, waarbij 24 een voorstelling kan zijn van de 12 apostelen en 12 stammen van Israël. Deze oudsten zijn een voorstelling van allen die verheerlijkt werden vóór de oordelen die in Op 6 beginnen, en zij zullen opstaan om samen met Christus als priesters-koningen regeren in het Vrederijk. Elke opstanding is hemels!

Hb 11:39-40 toont verder aan dat de OT-gelovigen niet eerder tot volmaaktheid konden komen dan de afwerking van de nieuwtestamentische bedeling, én dat zij zonder de Gemeente niet konden volmaakt worden:

“En deze allen [allen die genoemd worden in Hb 11: de OT-gelovigen], hebbende door het geloof getuigenis gehad, hebben de belofte niet verkregen; Alzo God wat beters over ons voorzien had, opdat zij zonder ons niet zouden volmaakt worden”.

Ook de oudtestamentische gelovigen hebben hun hoop gesteld op de Messias, want Abraham en Mozes hebben de dag van Christus gezien en zich daarin verheugd (Jh 8:56; Hb 11:26). Hb 11:39-40 wijst er volgens mij op dat de oudtestamentische gelovigen niet eerder maar wel samen met de Gemeente tot volmaaktheid zullen komen, namelijk ten tijde van de opname, “in een punt des tijds … en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij [de levenden] zullen veranderd worden” (1Ko 15:51-53) “en die in Christus ontslapen zijn [waaronder ook de OT-gelovigen] zullen eerst opstaan”.

Zie meer hier : http://www.verhoevenmarc.be/PDF/Opstanding.pdf
* * * * * * * * * * * * * * * *
Geloof jij in Hem Die de OPSTANDING EN HET LEVEN is (Johannes 11:25-26)? ______. 

Als jij zo gelooft dan ben jij ZALIG EN HEILIG (Openbaring 20:6)! Je zal nooit de “tweede dood” ervaren, dat is de “poel van vuur” (Openbaring 20:6,14-15)!



“Wie overwint, zal zeker niet worden beschadigd door de tweede dood” (Op. 2:11).

verhoevenmarc@skynet.be - www.verhoevenmarc.be - Nieuwste Artikelen

1 In Mt 27:52 staat: “en vele lichamen der heiligen … werden opgewekt”, dus niet alle heiligen. De Schrift zegt niet wie deze heiligen waren, waarom zij verschenen of waar zij nu zijn. Daar moeten wij het bij houden. Wij moeten ons beperken tot wat wij mogen weten en niet te gaan “boven hetgeen geschreven is” (1 Kor 4:6).

2 Gemeente of Kerk: Gr. ekklesia - betekent ‘uitgeroepenen’ (uit de wereld) - vandaar het woord Kerk. Ekklesia (Gemeente, Kerk) slaat op alle ware gelovigen in Christus: Zijn ‘lichaam’ (Rm 12:5; 1Ko 12:27; Ef 1:22, 23; Ko 1:18). De Gemeente bestond niet vóór pinksteren (zie mijn artikel “Israël en Gemeente”).

3 De oudtestamentische gelovigen behoren evenwel niet tot de Gemeente (zie mijn artikel “Israël en Gemeente”). Zij behoren waarschijnlijk bij de 24 oudsten die in de hemel gezien worden na de Opname (Op 4:1, 4). Hb 11:39-40 toont aan dat de OT-gelovigen niet eerder tot volmaaktheid konden komen dan de afwerking van de nieuwtestamentische bedeling. En verder: niet alles is ons geopenbaard zoals blijkt uit b.v. Mt 27:52 (zie voetnoot 1).







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina