Lied 4 Ubi caritas Deus ibi est Psalmlezing 116: Alleluia 7 (Lied 69)



Dovnload 10.54 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte10.54 Kb.
Taizéviering 23 maart 2014
Lied 113 Gott ist nur Liebe

Gott ist nur Liebe, wagt für die Liebe alles zu geben.

Gott ist nur Liebe, gebt euch ohne Furcht.
Lied 4 Ubi caritas Deus ibi est
Psalmlezing 116: Alleluia 7 (Lied 69)

Alleluia

1 De HEER heb ik lief, hij hoort

mijn stem, mijn smeken,

2 hij luistert naar mij,

ik roep hem aan, mijn leven lang.

Alleluia

3 Banden van de dood omknelden mij,

angsten van het dodenrijk grepen mij aan,

ik voelde angst en pijn.

4 Toen riep ik de naam van de HEER:

‘HEER, red toch mijn leven!’



Alleluia

5 De HEER is genadig en rechtvaardig,

onze God is een God van ontferming,

6 de HEER beschermt de eenvoudigen,

machteloos was ik en hij heeft mij bevrijd.

Alleluia

7 Kom weer tot rust, mijn ziel,

de HEER is je te hulp gekomen.

8 Ja, u hebt mijn leven ontrukt aan de dood,

mijn ogen gedroogd van tranen,

mijn voeten voor struikelen behoed.



Alleluia

9 Ik mag wandelen in het land van de levenden

onder het oog van de HEER.

10 Ik bleef vertrouwen, ook al zei ik:

‘Ik ben diep ongelukkig.’

11 Al te snel dacht ik:

Geen mens die zijn woord houdt.

12 Hoe kan ik de HEER vergoeden

wat hij voor mij heeft gedaan?

Alleluia

13 Ik zal de beker van bevrijding heffen,

de naam aanroepen van de HEER

14 en mijn geloften aan de HEER inlossen

in het bijzijn van heel zijn volk.

Alleluia
Schriftlezing

1 Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. 2 Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. 3 Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, 4 stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om 5 en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had. 6 Toen hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ 7 Jezus antwoordde: ‘Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ 8 ‘O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,’ 9 antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ 10 Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.’ 11 Hij wist namelijk wie hem zou verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren. 12 Toen hij hun voeten gewassen had, deed hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg hij. 13 ‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. 14 Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. 15 Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.


Lied 3 Bleibet hier
Stilte
Lied 1 Dans nos obscurités

Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft,

een vuur dat nooit meer dooft.

Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft,



een vuur dat nooit meer dooft.
Gebeden afgewisseld met Kyrie 10 (Lied 84)
afgesloten met Our Father (Lied 145)
Lied 30 In manus tuas, Pater
Lied 137 Behüte mich, Gott



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina