Lied van de opstanding



Dovnload 243.37 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte243.37 Kb.




Lied van de opstanding

De steppe zal bloeien.

De steppe zal lachen en juichen.

De rotsen die staan vanaf de dagen der schepping,

staan vol water, maar dicht,

de rotsen gaan open.

Het water zal stromen, het water zal tintelen, stralen,

dorstigen komen en drinken,

de steppe zal drinken. De steppe zal bloeien.

De steppe zal lachen en juichen.


De ballingen keren.

Zij keren met blinkende schoven.

Die gingen in rouw tot aan het einde der aarde,

één voor één, en voorgoed, die keren in stoeten.

Als beken vol water, als beken vol toesnellend water,

schietend om laag van de bergen,

als lachen en juichen. Die zaaiden in tranen,

die keren met lachen en juichen.


De dode zal leven.

De dode zal horen: nu leven.

Ten einde gegaan en onder stenen bedolven:

dode, dode, sta op,

het licht van de morgen.

Een hand zal ons wenken, een stem zal ons roepen:

Ik open hemel en aarde en afgrond

en wij zullen horen. En wij zullen opstaan

en lachen en juichen en leven.

M=37-b, E=49, K=36, L=181



Magnificat
Zegen nu Maria,

Zegen nu Uw kind;

Dat zij hier de vrede,

Ginds de hemel vindt.

Zegen al haar denken

Zegen al haar werk.

Houdt haar door uw zegen

Altijd, altijd sterk.


Magnificat anima mea Dominum,

Magnificat anima mea Dominum.


Zegen nu Maria, allen in de kerk,

Want Uw moeder zegen,

houdt hen vroom en sterk.

Spreid Uw moederhanden

Geef hen kracht naar kruis.

Zegen alle harten,

Zegen ieder huis
Magnificat anima mea Dominum,

Magnificat anima mea Dominum


Zegen ons Maria,

zeker in deez’ kerk,

vol onzekerheden,

iedereen voert strijd.

Laat ons doen en laten

Op U zijn gericht,

Dan weer krijgt ons leven,

Een heel nieuw gezicht.


Magnificat anima mea Dominum,

Magnificat anima mea Dominum

M=36, E=22, K= L=128

De zon God mens te zijn
De zon God, ’n lach God, ’n woord, God, voor mij

’n kus, God, ’n hand, God, het maakt me zo blij.

’n Vriend God, ’n spel, God, ’n lied, ’n refrein.

O, het is machtig mens te zijn.


God er zijn geen woorden voor, je weet wat ik bedoel.

Je weet dat ik je dankbaar ben voor ieder blij gevoel.

Te weten dat je leeft, al voel je je soms klein

O, het is machtig mens te zijn.


De zon God, ’n lach God, ’n woord, God, voor mij

’n kus, God, ’n hand, God, het maakt me zo blij.

’n Vriend God, ’n spel, God, ’n lied, ’n refrein.

O, het is machtig mens te zijn.


Niet dat ik de zon niet zie, of nooit eens treurig ben,

Je weet dat ik als ieder mens, ook die momenten ken.

Soms wil ik niet erkennen, het kan soms moeilijk zijn.

O, het is machtig mens te zijn


De zon God, ’n lach God, ’n woord, God, voor mij

’n kus, God, ’n hand, God, het maakt me zo blij.

’n Vriend God, ’n spel, God, ’n lied, ’n refrein.

O, het is machtig mens te zijn.


Niet dat ik vaak spreek met jou, al heb je dat verdiend.

Maar een gesprek een man een vrouw, de handdruk van een vriend

Ze geven toch een antwoord, ’n blijk van dankt, ‘tis fijn.

O, het is machtig mens te zijn.


De zon God, ’n lach God, ’n woord, God, voor mij

’n kus, God, ’n hand, God, het maakt me zo blij.

’n Vriend God, ’n spel, God, ’n lied, ’n refrein.

O, het is machtig mens te zijn.


M=24-b, E=24, k= ,l=91





Voor kleine mensen
Voor kleine mensen is Hij bereikbaar.

Hij geeft hoop aan rechtelozen.

Hun bloed is kostbaar in zijn ogen.

Hij koopt hen vrij uit het slavenhuis.


Hij zal opkomen voor de misdeelden,

hij zal de machten die ons dwingen,

breken en binden, Hij zal leven,

onvergankelijk als de zon.


Refrein.
Zoals de dauw, die de aarde drenkt,

zo zal Hij komen, en in die dagen

zullen trouw en waarachtigheid bloeien,

zal er vrede in overvloed zijn.


Dan dragen de bergen schoven van vrede

en de heuvels en oogst van gerechtigheid,

een vloed van korengolvende velden,

een stad rijst op uit een zee van groen


Refrein
Zijn naam is tot in eeuwigheid,

zolang de zon staat aan de hemel.

Zijn naam gaat rond over de aarde,

een woord van vrede,

van mens tot mens.
Refrein

M=47, E=62, K=62, L=



God van alle mensen (polderlied)
God van alle mensen,redding in de nood.

U vervult mijn wensen: leven in de dood.

U aanhoort ons bidden U ziet naar ons om.

God kom in ons midden, kom Heer Jezus kom.2x


Heer die door uw leven, ’t lijden overwon,

wil de vreugde geven, die met uw dood begon.

Luister naar ons bidden, wees voor ons tot kracht.

Kom toch in ons midden, God die ik verwacht (2x)

M= E=20 K= L=

Geef mij kracht
refr: Geef mij kracht Geef mij kracht Geef mij kracht O geef mij kracht.
Ik ben mens onder velen Heer,

ik ben mens zoals velen Heer,

Ik ben mens, ‘k wil geloven Heer,

o geef mij kracht.

M= E=15 K= L=

Waarheen, waarvoor.
Waarheen leidt de weg die we moeten gaan,

Waarvoor zijn wij op aard?

Wie weet wat er is achter ster en maan,

Hoe lang duurt nog de nacht.


Waar ligt het land waar we volken zijn.

En wat is de taak die ons wacht?

Waar is de geest die met ons leeft?

Die ons vrede geeft.


Waar staat de poort die ons binnen laat.

En die ons ook beschermt.

Hoeveel offers werden er gebracht,

Toch blijft het nacht.


Waarvoor is het licht op ons duistere pad.

De zon die ons geleidt.

En hoelang, ja hoelang duurt nog de tijd.

Dat wij zijn bevrijd

M= E= 25 K= L=

God is die goed is
refr: God is die goed is, woorden van liefde doet

vrede voor mensen is, tijd geeft van leven.


Zoals een adelaar jongen op vleugels draagt,

draagt hij zijn mensen als vrienden op handen.


Licht in hun ogen gunt hij de levenden,

wonen in stilte doet hij de doden.


refr
Zolang er woorden tussen de mensen zijn

is hij te horen en sprekend nabij.


Nooit en te nimmer gaat hij geborgen,

dichtbij en ver is hij van ons vandaan.


refr (2x)

M=57 E=50 A K= L=



Een toekomst droom (mel I have een dream)
Ik zie een droom een vergezicht.

Voor jou en mij, een troost een licht.

Komend uit de hemel daalt er neer een stad.

Als een bruid zo stalend ons door God gebracht.

Ja, een stem weerklinkt er , zie dit is de woning

waar ik God wonen bij de mensen

jullie zijn mijn volk en ik je God

zo wil ik zijn een God voor jou.2x


Meer dan een droom, is wat ik zeg

Ik maak het waar. Ik God die redt

Ik maak nieuw de hemel nieuw zal d’aard zijn.

Wat geen mens vermoed heeft nieuw zal alles zijn.

alle tranen droog ik.

zelfs zal daar de dood dan niet meer zijn,

geen geween en smarten al het oude is voorgoed voorbij.

Dit is mijn droom voor jouw, toekomst droom. 2x


M= E=53 K= L=



O Sterre der zee
O reinste der schepselen , o moeder en maagd

Gij die in uw armen het Jezus kind draagt

Maria aanhoor onze vurige bee

geleid ons door ’t leven o Sterre deer zee


refr. o Sterre der zee, o Sterre der zee

geleid ons door ’t leven o Sterre der zee


Bedreigen ons noodweer of storm op ons baan.

Is ’t scheepje onze ziel in gevaar te ver gaan.

Bedaar, o Maria , de storm op uw bee

stort hoop ons in ’t hart, o Sterre der zee


refr.
Maria, als gij onze schreden geleidt

schenkt gij ons licht en uw bijstand altijd.

Dan landen wij veilig ter hemelse ree

en danken u eeuwig, o Sterre der zee.


refr.

M= E=139 K= L=



Ik roep u Uit de diepten, o Heer
Ik roep uit de diepten tot U

Want bij U heer is erbarming.


Uit de diepten, o Heer, roep ik tot U

Heer hoor naar mijn stem

Laat uw oor aandachtig luisteren

naar de stem va mijn smeken.


Als Gij de zonden gedenkt o Heer,

Heer wie zal het bestaan

Maar bij U is vergeving

Opdat in vreze Gij gediend wordt.


In vertrouwen verwacht ik den Heer

Ik vertrouw op zijn woord

Mijn ziel ziet uit naar den Heer

Meer dan wachters naar den morgen


Want bij den Heer is erbarming

En de weelde der verlossing

En Hij zal Israël verlossen

Van al zijne zonden


Glorie aan den Vader en de Zoon

En den heiligen Geest

Die is en die was en die komt

In de Eeuwen der Eeuwen.

M= , E=159 , K= , L= ,

270 A(bruine bundel)
Uw woord is waarheid, Heer

Uw woord is de weg waarvan uw volk niet wijken wil

Wie zal ons leiden.
270 B (bruine bundel)
Gelukkig die het woord hoort en het beleeft

Gelukkig is die mens, Heer Jezus, wij danken U



Dat wij vol stromen
Dat wij vol stromen met levensadem

en schreeuwen eindelijk geboren.


Dat wij vol stromen met levensadem

en lachen eindelijk geboren.


Dat wij vol stromen met levensadem

en weten eindelijk geboren.


M= E=158 K= L=

Laat mij niet los.
God nu u bij mij bent, laat mij niet los.

U die mijn zwakheid kent, laat mij niet los.

In voor of tegen spoed, armoe of over vloed,

Hoe ik ook leven moet, laat mij niet los.


U bent mijn zekerheid, laat mij niet los.

U wil ik nooit meer kwijt, laat mij niet los

O,houd zo veel van mij,dat ik bij ieder tij.

Nog weet: u bent nabij, laat mij niet los.


Vervloek ik u misschien, laat mij niet los.

Wil ik u nooit meer zien, laat mij niet los.

Maakt mij een ander blind, zodat in weer en wind

Ik nergens u meer vind, laat mij niet los.


Waar ik ook ga of sta, laat mij niet los.

God, kom mij achterna, laat mij niet los.

Tot ik in Uw huis ben en ik u werk”lijk ken

En aan uw zonlicht wen, laat mij niet los.

M= E= K= 30 L=

De dag gaat open.

De dag gaat open voor het woord des Heren,

Zon die wij zoeken, kracht die wij ontberen,

bron die wij horen als wij tot Hem keren,

Vroeg in de morgen.
Voor wij bestonden, riep Hij ons bij name,

voor wij ontwaakten en ter wereld kwamen,

zag Hij ons aan en bracht Hij ons tesamen,

God onze vader.


Door U geschapen om uit U te leven,

hartslag en adem hebt Gij ons gegeven,

Land waar wij wonen, Licht waarnaar wij streven,

oorsprong en toekomst.


Wilt Gij vandaag en tot het eind der dagen,

ons doen en laten zuiveren en dragen,

dan stijgt de vreugde van uw welbehagen

in onze wereld.


Aan U ons loflied: glorie aan de Vader,

dank aan de Zoon die ons bestaan aanvaardde,

zijn Geest geleidde ons en onze aarde,

naar de voltooiing.


M=45, E=41, K= , L=174



Waar vind ik een plaats op aard
4Waar vind ik een plaats op aard’,

waar ik kan bestaan?

Waar ik rijk ben zonder geld,

Daarheen wil ik gaan.

Waar wij werken voor elkaar,

zonder onderscheid

Waar geweld ons niet bedreigt,

wanneer komt die tijd.


Waar men enkel strijden zal,

voor elkaars bestaan

Waar een kind nog spelen kan,

daarheen wil ik gaan.

Wanneer zullen U en ik

rijp zijn voor een tijd,

die een wereld levend houdt,

zonder haat en nijd.


Waar de mensen mensen zijn,

die elkaar verstaan,

Waar de liefde liefde is,

daarheen wil ik gaan.

Waar het eeuwig VREDE is

waar de ZON steeds schijnt

Waar een nieuwe wereld is,

die niet meer verdwijnt.

M=35, E= , K= , L= ,

Leg maar stil je hand in Zijn handen
Leg maar stil je hand in Zijn handen,

Zeg maar stil Amen op zijn woord,

Laat zijn licht in je hart zo branden,

Voor hem die je ja heeft gehoord


Leg maar stil je hand in Zijn handen,

Zeg maar ja, amen op Zijn woord.

Op de weg naar hemelse landen,

naar de stad met gouden poort.


Kom maar steeds met moeilijke vragen,

Tot de God die het antwoord weer,

Hij die jouw lasten ook wil dragen,

Is het die je nimmer vergeet.


Leg maar stil je hand in Zijn handen,

Zeg maar ja, amen op Zijn woord.

Op de weg naar hemelse landen,

naar de stad met gouden poort.


Geef Hem maar je volste vertrouwen,

Weet ook dat je Zijn kind mag zijn,

Je mag Zijn kerk mee helpen bouwen

Zing maar mee heef zacht dit refrein.


Leg maar stil je hand in Zijn handen,

Zeg maar ja, amen op Zijn woord.

Op de weg naar hemelse landen,

naar de stad met gouden poort.


M=27, E=42, K= , L=135



Zoveel jaren mensenleven.

Zoveel jaren mensenleven,

tocht door water en woestijn

Pelgrims aan elkaar gegeven

om elkaar een weg te zijn.

Zoveel jaren angst en hopen

dwars door vreugde, dorst en pijn

Liefde riep twee mensen open

om elkaar een huis te zijn.
Zoveel jaren groei en leven,

kinderstemmen in de zon.

Eerste stapjes, handjes geven,

of je zelf opnieuw begon.

Zoveel jaren samen delen

ouders, kinderen, burenschaar.

Samen lachen, samen spelen

altijd welkom bij elkaar.


Zoveel jaren groeien kinderen

naar hun eigen toekomst heen.

‘t Huis raakt leeg, de stemmen minderen,

ouders blijven weer alleen.

En na zoveel jaren samen

kijken we elkaar weer aan.

Om het dankbaar te beamen

en gewoon maar door te gaan.

M= E= K= L=

Ave Maria

Wees gegroet,o Maria Wees gegroet, o Maria.

Lof en dank zij u bezongen,

die de kroon des Hemels draagt.

Lof en dank zij u gezongen,

die de kroon des Hemels draagt.

Zie uw kindren neergebogen voor uw troon

verheevne Maagd.

Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria, Maria.

Wees Gegroet, o Maria Wees gegroet, o Maria.

U ter eer klinkt in de hemel, onverpoosd het Eng,len koor.

U ter eer klinkt in de hemel, onverpoosd het Eng,len koor.

Dring van ons die hier nog strijden

ook de lofzang tot u door

Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria, Maria.

M= E= K= 32 L=




Sancta Maria

Sancta, Sancta, Sancta, Maria,

Sancta Dei genitrix.

Sancta virgo virgo virginum.

Ora orapro nobis.
Ave ave ave maris stella

Aula lucis fulgida.

Ave stella sidus siderum.

Ora orapro nobis.

Salve salve salve regina.

Angelorum Domina.

Vide mater tuos famulos.

Ora orapro nobis.

M= E= K=12 L=
Laat mij niet los.
God nu u bij mij bent, laat mij niet los.

U die mijn zwakheid kent, laat mij niet los.

In voor of tegen spoed, armoe of over vloed,

Hoe ik ook leven moet, laat mij niet los.


U bent mijn zekerheid, laat mij niet los.

U wil ik nooit meer kwijt, laat mij niet los

O,houd zo veel van mij,dat ik bij ieder tij.

Nog weet: u bent nabij, laat mij niet los.


Vervloek ik u misschien, laat mij niet los.

Wil ik u nooit meer zien, laat mij niet los.

Maakt mij een ander blind, zodat in weer en wind

Ik nergens u meer vind, laat mij niet los.


Waar ik ook ga of sta, laat mij niet los.

God, kom mij achterna, laat mij niet los.

Tot ik in Uw huis ben en ik u werk”lijk ken

En aan uw zonlicht wen, laat mij niet los.

M= E= K=30 L=

Wees gegroet
Wees gegroet, Maria,

vol van genade de Heer is met u.

Gij zijt de gezegende onder de vrouwen,

gezegend is Jezus,

de vrucht van uw schoot.

Heilige Maria Moeder van God,

Bid voor ons zondaars,

nu en in het uur van onze dood.

Amen.
M=6, E= , K=31, L=177

----------------------------------------------------------------------



Ave Maria
Ave Maria gratia plena dominus tecum.

Ave Maria Benedicta, benedicta tu in mulierbus,

Et benedictus fruotus ventris tui Jezus.

Santa Matia ora ora pro nbis

Sancta Maria ora pro nobis.

Sancta Sancta Maria,ora pro nobis Amen.

M= , E= , K=32, L=
---------------------------------------------------------------------
Ave Maria (Haagh)
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria,

Gratia plena, Dominus tecum,

Benadicta tu in mulieribus.

Et benedictus fructus ventris tui, Fructus ventris tui,Jesus, Sancta Maria, Sancta Maria, Mater Dei,

Ora pro nobis peccatoribus, ora pro nobis peccatoribus,

Nunc et in hora mortis nostrae,

Nunc et in hora mortis nostrae. Amen, Amen
M=7, E=3, K=60, L=10-a

Onze Vader (korsakow)

Onze Vader,die in de hemel zijt,

Uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome

Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel

Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schuld

Zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven

En leidt ons niet in bekoring,

Maar verlos ons van het kwade Amen.

M=5-b E= K= 34 L=5-c



Onze Vader

Onze Vader die in de hemelen zijt;

Uw naam worde geheiligd,uw rijk kome

Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel

geef ons heden ons dagelijks brood,

En vergeef ons onze schulden zoals ook wij aan anderen hun schulden vergeven

En leid ons niet in bekoring maar verlos ons van het kwade.
M= E= K=37 L=

Wees niet een naam
Wees niet een naam zonder gezicht,

Maar een levende mens als een licht,

Voor uw mensen.

M= E= K=40 L=48



Looft de Heer, alle gij volken
Looft de Heer, alle gij volken
Ik ben de Verrijzenis en het Leven:

wie in Mij gelooft zal leven in eeuwigheid.


Looft de Heer, alle gij volken

GVL 248


Niemand leeft voor zichzelf
Niemand leeft voor zichzelf,

niemand sterft voor zichzelf.

Wij leven en sterven voor God onze Heer:

aan Hem behoren wij toe!


Rode bundel 389

U zij de glorie
U zij de glorie opgestane Heer,

U zij de victorie nu en immermeer.

Uit een blinkend stromen daal de d,engel af,

Heeft de steen genomen van verwonnen graf.


Zie Hem verschijnen Jezus,onze Heer,

Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.

Wees dan volk des Heren blijde en welgezind

En zegt telkenkere: Christus overwint;

U zij de victorie, nu en immermeer.
Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,

Die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?

In zijn goddeliik wezen is mijn glorie groot:

Niets heb ik te vrezen in leven en in dood.

U zij de glorie, opgestane Heer.

U zij de victorie, nu en immermeer.

M= E= 19 K= 51 L= 47

Alle mensen dromen van de dag
Alle mensen dromen van de dag,

dat zij vrede vinden in hun hart.

Zoals een kind zijn vreugde vindt,

in al het moois en liefs dat en omringt.

Zo wil ik blij gelukkig zijn,

zo zou ik heel mijn leven willen zijn.


Alle mensen hopen op een dag,

dat er iemand is die op je wacht.

In ieder mens een stille wens,

al roepend vragend om een medemens.

Die jou ziet staan en jou verstaat,

die luisterend, jouw pijn en vreugde draagt.


Alle mensen dromen van de dag,

dat Gods vrede in ons leven mag.

Alwie zich geeft, zijn liefde deelt,

bouwt aan een wereld onverdeeld.

Waar vrede wacht en liefde lacht,

waar God herleeft in mensen onverwacht.


Alle mensen bidden om de dag,

dat God inspeelt op hun vragend hart.

“God zie mij aan, ik roep Uw naam,

ik voel me soms zo leeg en eenzaam staan”

“Ik ben nabij,” zo antwoordt Hij,

“Als jullie voor elkaar wat liefde zijn.”

M=19 E= K= L=60
God, ik geloof in uw scheppende kracht
God, ik geloof in uw scheppende macht

uw liefde voor iedere mens

‘k geloof in de Vader die steeds op ons wachten in ons geluk als Uw wens

‘k geloof in uw geest die ons nimmer ontbrak

Hij houdt ons in liefde bijeen.
Refrein:

Maar sterk ons geloof

zo wankel en zo zwak

door twijfels en moeilijkheden heen


Christus de zoon van de levende God

op aarde verschenen als mens

‘k geloof U als eerlijk begaan met ons lot

en in ons geluk als uw wens

‘k geloof dat het lijden en sterven U brak

en dat U weer levend verscheen.


Refrein
Samen verenigd rond Christus de Heer

zo vormen wij samen de kerk

‘k geloof in haar ware gestalte en leer

haar eenheid in liefde en werk

‘k geloof in het vuur dat de Heer eens ontstak

door dood en verrijzenis heen.


Refrein
M= , E= , K= , L=102 ,

Onze Vader (Ellie & Rikert)
Onze Vader

die in de hemelen zijt

Uw naam worde geheiligd

Uw koninkrijk kome

Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel
Onze Vader

die in de hemelen zijt

Uw naam worde geheiligd

Uw koninkrijk kome

Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel
Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schulden

Gelijk ook wij

aan anderen vergeven

en leidt ons niet in vezoeking

maar verlos ons van de boze


want van u is het koninkrijk

en de kracht

en de heerlijkheid tot in eeuwigheid

in eeuwigheid

Amen

M= , E= , K= , L=160 ,



Tel uw zegeningen
Als op ’s levenszee de storm wind om u loeit,

als ge tevergeefs uw arme hart vermoeid

tel uw zegeningen, tel ze een voor een

en ge zegt verwonderd:

Hij liet nooit alleen
Refrein:

Tel uw zegeningen, tel ze een voor een

tel ze tel ze alle, en vergeet er geen

tel ze alle, noem ze een voor een

en ge ziet Gods liefde

dan door alles heen


Drukken ’s levens zorgen nu soms zwaar ter neer,

schijnt het kruis te zwaar u zeg het aan de Heer

tel uw zegeningen, wil op Jezus zien

dan zal ’t harten zingen

en de zorgen vliën
Refrein
Als ge ziet op and’ren met veel geld en goed

weet u hemel Vader geeft u overvloed

tel uw zegeningen, voor geen geld te koop

schatten in de hemel

zijn uw blijde hoop
Refrein
Zo in alle moeiten zorgen zonder tal

wees toch nooit ontmoedigd, God is overal

tel uw zegeningen. eng’len luis’tren toe

troost en hulp schenkt Hij u

volg dan blij te moe.

Refrein
M= , E= , K= , L=126 ,



Wij zoeken U
Wij zoeken U als wij samen komen,

hopen dat Gij aanwezig zijt,

hopen dat het er eens van zal komen:

mensen in vrede vandaag en altijd.


Wij horen U in oude woorden,

hopen dat wij uw stem verstaan,

hopen dat zij voor ons gaan verwoorden

waarheid en leven, de bron van bestaan.


Wij breken brood en delen het samen,

hopen dat het wonder geschiedt,

hopen dat wij op hem gaan gelijken

die ons dit teken als spijs achterliet.


wij vragen U om behoud en zegen,

hopen dat Gij ons bidden hoort,

hopen dat Gij ons adem zult geven:

geestkracht die mensen tot vrede bekoort.

M= , E= , K= , L=125 ,

Ik bied U dit brood
Ik bied U dit brood

’t is als gave niet groot,

neem mij zelf,

neem mijn hart,

mijn verstand.

Want in wijn en in brood,

kom ik los van de dood.

Reikt de hemel,

de aarde de hand
Refrein:

Heer, heer neem het aan

neem mij zelf,

neem het hart,

mijn verstand.

Want in wijn en in brood,

kom ik los van de dood.

Reikt de hemel de aarde de hand


Ik bied U de wijn,

die een teken moet zijn,

van een nieuw

en een eeuwig verbond,

waar een heil werd hersteld,

wat door zonde geveld,

ook in mij door het kwaad werd gewond
Refrein

M= , E= 7 , K= , L=32 ,



Niemand gaat alleen
We gaan langs vele wegen maar waar gaan we heen

in zonneschijn of regen niemand gaat alleen

’t is als een droom waarin je samen verder gaat

niemand gaat alleen


Refrein:

Niemand, niemand gaat alleen.

Niemand, niemand gaat alleen

’t is als een droom waarin je samen verder gaat

Niemand gaat alleen
We zijn op weg naar vrede wil je daar ook heen

we zijn op weg naar vrijheid niemand gaat alleen

’t is als een droom waarin je samen verder gaat

niemand gaat alleen


Refrein
Jij en ik gaan samen door het leven heen

jij en ik gaan samen niemand gaat alleen

’t is als een droom waarin je samen verder gaat

niemand gaat alleen


Refrein

M= E=28 K= L=73



Mensen die naamloos zijn
Voor mensen die naamloos,

kwetsbaar en weerloos

door het leven gaan:

ontwaakt hier nieuw leven,

wordt kracht gegeven:

wij krijgen een naam


Voor mensen die roepend,

tastend en zoekend

door het leven gaan:

verschijnt hier een teken,

brood om te breken,

wij kunnen bestaan.


Voor mensen die vragend,

wachtend en wakend

door het leven gaan:

weerklinken hier woorden,

God wil ons horen,

wij worden verstaan.


Voor mensen die hopend,

wankel gelovend

door het leven gaan:

herstelt God uit duister

Adam in luister:

wij dragen zijn naam

M= E= K= L=226 GVL 644

Handen heb je om te geven
Handen heb je om te geven

van je eigen overvloed

en een hart om te vergeven

wat een ander jou misdoet


Refrein:

open uw oren om te horen

open uw hart voor alleman
Ogen heb je om te zoeken

naar wat mensen nog ontbreekt

en een har om uit te zeggen

wat een ander moed inspreekt


Refrein
Schouders heb je om te dragen

zorg en pijn van alleman

en een hart om te aanvaarden

wat een ander beter kan


Refrein
Voeten heb je om te lopen

naar de mens die eenzaam is

en een hart om waar te maken

dat geen mens een eiland is


Refrein
Oren heb je om te horen

naar de mens die vrede is

en een hart om te geloven

in zijn God die liefde is


Refrein

M=14 E=47 K= L= 19



Ubi Caritas
Ubi caritas

et amor,


ubi caritas

deus ibi est


M= E= K= L= 179



Abba Vader
Abba Vader, U alleen,

U behoor ik toe

U alleen doorgrondt mijn hart,

U behoort het toe.

Laat mijn hart steeds vurig zijn,

U laat nooit alleen

Abba Vader U allen U behoor ik toe.
Abba Vader laat mij zijn

slechts voor U alleen

Dat mijn wil voor eeuwig zij

D’U-we’en anders geen.

Laat mijn hart nooit koud zijn Heer,

Laat mij nimmer gaan

Abba Vader laat mij zijn,

Slechts van U alleen.

M=176, E= K= L=

Als God ons thuisbrengt
Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap

Dat zal een droom zijn.

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,

Dat zal een droom zijn.


Wij zullen zingen, lachen gelukkig zijn,

Dan zegt de wereld:”Hun God doet wonderen”.

Ja, Gij doen wonderen, God in ons midden,

Gij onze vreugde.


Breng ons dan thuis,

Keer ons tot leven,

Zoals rivieren in de woestijn

Die, als de regen valt, opnieuw gaan stromen.


Wie zaait in droefheid zal oogsten in vreugde.

Een mens gaat zijn weg en zaait onder tranen.

Zingende keert hij terug met zijn schoven.
Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,

Dat zal een droom zijn.

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,

Dat zal een droom zijn.

Bruine bundel 126-1

Blijf mij nabij
Blijf mij nabij,

Wanneer het avond is,

Wanneer het licht vergaat in duisternis

Waneer geen mens mijn hulpeloosheid ziet,

Bid ik tot U o Heer, verlaat mij niet.
Reik mij uw hand en spreek uw reddend woord,

Wijs mij de weg en leid mij veilig voort

Blijf mij nabij in vreugde en verdriet.

Ik heb U lief, o Heer, verlaat mij niet.


Waneer uw licht mij voorgaat in de nacht,

Wanneer ik hoor dat U mij thuis verwacht,

Dan weet ik, Heer, dat U mijn zwakheid ziet,

dan zeg ik dank, want U verlaat mij niet.

Rode bundel 216

Het lied van de Heilige Geest.
De Geest des Heren heeft

Een nieuw begin gemaakt,

In al wat groeit en leeft

Zijn adem uitgezaaid,

De Geest van God bezielt

Die koud zijn en versteend

Herbouwt wat is vernield,

Maakt één wat is verdeeld.


Wij zijn in Hem gedoopt

Hij zalft ons met zijn vuur.

Hij is een bron van hoop

In alle dorst en duur.

Wie wet vanwaar Hij komt

Wie wordt zijn Licht gewaar?

Hij opent ons de mond

En schenkt ons aan elkaar.


De Geest die ons bewoont

Verzucht en smeekt naar God

Dat Hij ons in de Zoon

Doet opstaan uit de dood.

Opdat ons leven nooit

In weer en wind bezwijkt,

Kom Schepper Geest, voltooi

Wat Gij begonnen zijt.

M= E= K= L= 211

Bruine bundel 419-A Rode bundel 203



Dit is de Dag
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt en gegeven.

Laat ons Hem loven en danken verheugd dat wij leven.

Diep in de nacht

Heeft Hij verlossing gebracht,

Heeft Hij ons licht aangeheven.
Waren wij dood door de zonde, verminkt en verloren,

Doven van harte, verhard om zijn woord niet te horen,

Hij is zo groot,

Hij overmande de dood,

Wij zijn in Jezus herboren.
Nu zend uw Geest, als een vuur, als een stem in ons midden.

Dat wij van harte elkander verstaan en beminnen.

En zo voortaan

Eren uw heilige Naam.

En U in waarheid aanbidden.

M= E= K= L= 3


Bruine bundel nr. 429

Eert God die onze Vader is.
Eert God die onze Vader is,

Weest allen welgemoed.

Looft Hem, gij zult in vrede zijn,

Aanbidt al wat Hij doet.

U, Heer, komt alle leven toe

En, wie of waar Gij zijt,

U is de macht, U zingen wij

Dank voor uw heerlijkheid.


Lam Gods dat onze zonden draagt,

Neem deze lofzang aan.

Gedenk ons in uw koninkrijk,

Want Jezus is uw naam.

Gij die voor ons ten beste spreekt,

Messias, onze Heer.

O eengeboren Zoon van God,

Kom haastig tot ons weer.


M=3, E= , K= , L= , GVL 401



Jerusalaim

Er is een stad voor vriend en vreemde

Diep in het bloemendal,

Er is een mens die roept om vrede

Die mens roept overal.
Refrein:

Jerusalaim, stad van God

Wees voor de mensen een veilig huis

Jerusalaim, stad van vrede

Breng ons weer thuis.
Er is een huis om in te wonen

Voorbij het dodendal,

Er is een vader met zijn zonen,

Zij roepen overal.


Refrein:
Er is een tafel om te eten

Voorbij het niemandsland.

Er is een volk dat wort vergeten,

Dat volk roept overal.


Refrein:

Er is een wereld zonder grenzen,

Zo groot als het heelal.

Er is een hemel voor de mensen,

Dat hoor je overal.
Refrein:

Rode bundel: 431



Als God ons thuisbrengt
Refrein:

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,

dat zal een droom zijn.

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,

dat zal een droom zijn.
Wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn.

Dan zegt de wereld: ‘Hun God doet wonderen.’

Ja, Gij doet wonderen, God in ons midden,

Gij onze vreugde.


Breng ons dan thuis, keer ons tot leven,

zoals rivieren in de woestijn

die als de regen valt, opnieuw gaan stromen.
Wie zaait in droefheid zal oogsten in vreugde.

Een mens gaat zijn weg en zaait onder tranen.

Zingende keert hij terug met zijn schoven.
Refrein:

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,

dat zal een droom zijn.

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,

dat zal een droom zijn.

GVL 126.


Het lied van alle zaad
Wie als een God wil leven hier op aarde

hij moet de weg

van alle zaad

en zo vindt hij genade.


Hij gaat de weg van alle aardse dingen

hij leeft het lot

met hart en ziel

van alle stervelingen.


Hij wordt aan zon en regen prijsgegeven

het kleinste zaad in weer en wind

moet sterven om te leven.
De mensen moeten sterven voor elkander

het kleinste zaad

wordt levend brood

zo voedt de een de ander.


En zo heeft onze God zich ook gedragen

en zo is Hij

het leven zelf

voor iedereen op aarde.


God heeft het eerste woord
God heeft het eerste woord.

Hij heeft in den beginne

het licht doen overwinnen,

Hij spreekt nog altijd voort.


God heeft het eerste woord.

Voor wij ter wereld kwamen,

riep Hij ons reeds bij name,

zijn roep wordt nog gehoord.


God heeft het laatste woord.

Wat Hij van oudsher zeide,

wordt aan het eind der tijden

in heel zijn rijk gehoord.
God staat aan het begin

en Hij komt aan het einde.

Zijn woord is van het zijnde

oorsprong en doel en zin.

GVL 446

Heer ontferm U
Heer ontferm U, (3x)

Christus ontferm U, (3x)

Heer ontferm U, (3x)

Lam Gods
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld

Ontferm U over ons.

Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld

Ontferm U over ons

Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld

Geef ons de vrede.



Acclamatie
U komt de lof toe,

U het gezang

U alle glorie, o Vader

O, zoon, o Heilige Geest

in alle eeuwen der eeuwen.

Requiem aeternam
Requiem aeternam Heer, geef hun

dona eis, Domine, de eeuwige rust,

et lux perpetua en het eeuwige licht

luceat eis. verlichte hen.

Te decet hymnus U komt een lofzang toe,

Deus in Sion, God, in Sion

et tibi reddetur en U zal onze wens

votum in Jerusalem: worden voorgelegd in Jeruzalem:

exaudi orationem meam, verhoor ons gebed,

ad Te omnis caro veniet. Tot u zal ieder komen



Het lied van de oproep ten leven
Het mensenvolk dat in het duister leeft

zal eenmaal een groot licht aanschouwen.

Er is een God ie ons geroepen heeft

er is een woord dat wij vertrouwen.

Door de wolken zal Hij breken

uit de heem’len zal Hij spreken.

Stem van God ie ons geroepen heeft.

o, woord van God dat wij vertrouwen.


De stem van God die door de wolken breekt,

roept alle mensen bij hun namen;

dat woord van God dat in de wereld spreekt,

geeft alle mensen nieuwe namen;

Woord van God dat ons bejegent,

die ons met uw adem zegent,

Gij die alle harten openbreekt.

roep alle doden bij hun namen.


Die vriend van Jezus die gestorven is,

moet dagenlang in ’t donker wachten.

Een dode slapend in zijn duissternis.

Heer God, wat laat Gij op U wachten.

maar een stem roept: kom naar buiten!

Jezus’ stem is niet te stuiten.

Jezus zelf is de verrijzenis,

o woord van God dat wij verwachten.


De stem van God was in de dood verstomd

o Heer, belijd ons voor uw Vader;

de Zoon van God lag in de dode grond

o Heer, belijd ons voor uw Vader.

Door de mensen dood gezwegen,

heeft Hij macht van God gekregen.

Woord van God, Gij zijt ons nieuw verbond,

o Heer, belijd ons voor uw Vader.


Het mensenvolk moet in het duister zijn,

maar in Gods woord is licht en leven.

De harde aarde zal ons leven zijn,

want God heeft ons zijn woord gegeven.

Stem van God, roep onze namen,

roep ons uit de dood te samen.

Op uw woord zullen wij eeuwig zijn:

schenk ons uw licht, uw leven. Amen.


Gvl 615
Ik sta voor U in leegte en gemis
Ik sta voor U in leegte en gemis,

vreemd is uw naam, onvindbaar zijn uw wegen.

Gij zijt mijn God, sinds mensenheugenis

dood is mijn lot, hebt Gij geen and’re zegen?

Zijt Gij de God bij wie mijn toekomst is?

Heer, ik geloof, waarom staat Gij mij tegen.


Mijn dagen zijn door twijfel overmand,

ik ben gevangen in mijn onvermogen.

Hebt Gij mijn naam geschreven in Uw hand,

zult Gij mij bergen in uw mededogen?

Mag ik nog levend wonen in uw land,

mag ik nog eenmaal zien met nieuwe ogen?


Spreekt Gij het woord dat mij vertroosting geeft,

dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.

Open die wereld die geen einde heeft,

wil alle liefde aan Uw Zoon besteden.

Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft,

Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.



In Gods Hand
Ik droomde eens en zie ik liep

aan ´t strand bij lage tijd.

Ik was daar niet alleen want ook

de Heer liep aan mijn zij.

We liepen saam het leven door

en lieten in het zand,

Een spoor van stappen twee aan twee,

de Heer liep aan mijn hand.


Ik stopte en keek achter mij

En zag mijn levensloop.

In tijden van geluk en vreugd´,

Van diepe smart en hoop.

Maar als ik goed het spoor bekeek,

Zag ik langs heel de baan,

Daar waar het juist het moeilijkst was

Maar een paar stappen staan


Ik zei toen:"Heer, waarom dan toch?

Juist toen ´k U nodig had,

Juist toen ik zelf geen uitkomst zag

Op´t zwaarste deel van´t pad".

De Heer keek toen vol liefd´mij aan,

Antwoordde op mijn vragen:

"Mijn lieve kind, toen ´t moeilijk was,

Toen heb ik jou gedragen"

M=174 E= K= L=
Jeruzalem, mijn vaderstad
Jeruzalem, mijn vaderstad,

mijn moederhuis waanneer

Zal ik u zien zoals gij zijt:

De bruid van onze Heer.

Daar is geen pijn en geen verdriet,

Geen afgunst en geen nijd,

En angst en armoe zijn er niet,

Maar altijd vrolijkheid.


God geve, mij, Jeruzalem,

Dat ik eens op een dag

Een pelgrim aan uw poorten ben

En dat ik binnen mag,

De negers met de loftrompet,

De joden met hun ster:

De laatste is de eerste hier,

Al kwam hij ook van ver.


Van alle kanten komen zij

De lange lanen door;

Het is een eindeloze rij:

De kinderen gaan voor,

Jeruzalem, mijn vaderstad,

Mijn moederhuis, wanneer

Zal ik u zien zoals gij zijt:

De bruid van onze Heer

Rode bundel 380

Lied van ons Polderland
Land van God gegeven

aarde is Uw naam

Land om van te leven

uit de zee vandaan.

Dat wij U bebouwen

als een volk dat dient

in het vast vertrouwen

eens de oogst te zien.

In het vast vertrouwen

eens de oogst te zien.


Land onder de wolken

achter de woestijn

Land waarheen de volken

gaan om brood en wijn.

Dat wij u bewaren

totdat God verschijnt

en op onze aarde

alles nieuw zal zijn.

En op onze aarde

alles nieuw zal zijn.



Lied aan het licht
Licht dat ons aanstoot in de morgen,

voortijdig licht waarin wij staan

koud, één voor één, en ongeborgen,

licht overdek mij, vuur mij aan.

Dat ik niet uitval, dat wij allen zo

zwaar en droevig als wij zijn

niet uit elkaars genade vallen

en doelloos en onvindbaar zijn.


Licht, van mijn stad de stedehouder,

aanhoudend licht dat overwint.

Vaderlijk licht, steevaste schouder,

draag mij, ik ben jouw kijkend kind.

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of

ergens al de wereld daagt

waar mensen waardig leven mogen

en elk zijn naam in vrede draagt.


Alles zal zwichten en verwaaien

wat op het licht niet is geijkt.

Taal zal alleen verwoesting zaaien

en van ons doen geen daad beklijft.

Veelstemmig licht, om aan te horen zo-

lang ons hart nog slagen geeft.

Liefste der mensen, eerstgeboren,

licht, laatste woord van Hem die leeft.

GVL 489

Nu gaan de bloemen nog dood
Nu gaan de bloemen nog dood.

Nu gaat de zon nog onder.

Nooit gebeurt er een wonder,

niemand kan zonder brood.


Refr.

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,

de hemel en de aarde.

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,

de hemel en de aarde.
Nu ben je soms nog alleen.

Nu moet je soms nog huilen.

En als je weg wilt schuilen,

kun je haast nergens heen.


Daar is geen zon en geen maan.

Daar zal God ons verlichten.

Daar zullen alle gezichten

vol van zijn heerlijkheid staan.


Zing van de eeuwige dag.

Zing voor zijn komst en zeg amen.

Zing voor de Heer die ons samen,

daar al van eeuwigheid zag.

Rode bundel 384
Psalm 23
Refrein:

Want mijn Herder is de Heer:

nooit zal er mij iets ontbreken.
Mijn herder is de Heer:

het ontbreekt mij aan niets.

Hij legt mij in grazige weiden,

Hij geeft rust aan mijn ziel,

Hij leidt mij naar rustige waat’ren

om mijn ziel te verkwikken. Refrein


Hij leidt mij in het rechte spoor

omwille van zijn Naam.

Al moet ik door donkere dalen,

ik vrees geen kwaad.

Uw staf en uw stok zijn mijn troost,

Gij zijt steeds bij mij. Refrein


Gij bereidt voor mij een tafel

voor het oog van mijn vijand.

Gij zalft met olie mijn hoofd

en mijn beker vloeit over. Refrein


Mij Volgen uw heil en uw mildheid

al de dagen van mijn leven.

In het huis van mijn Heer wil ik wonen

tot in lengte van dagen. Refrein


Glorie aan den Vader en den Zoon

en den heiligen Geest,

die is en die was en die komt,

in de eeuwen der eeuwen. Refrein

GVL 23

Een nieuw bruiloftslied
Uit vuur en ijzer, zuur en zout,

zo wijd als licht, zo eeuwenoud,

uit alles wordt een mens gebouwd

en steeds opnieuw geboren.

Om ijzer in vuur te zijn,

om zout en zoet en zuur te zijn,

om mens voor een mens te zijn

wordt alleman geboren.


Om water voor de zee te zijn

om anderman een woord te zijn,

om niemand weet hoe groot en klein,

gezocht, gekend, verloren.

Om avond- en morgenland,

om hier te zijn en overkant,

om hand in een andre hand,

om niet te zijn verloren.


Om oud en wijd als licht te zijn,

om lippen, water dorst te zijn,

om alles en om niets te zijn,

gaat iemand tot een ander.

Naar verte die niemand weet,

door vuur dat mensen samensmeedt,

om leven in lief en leed

gaan mensen tot elkander.


GVL 531 L=206



Waar liefde mensen samenvoegt
Waar liefde mensen samenvoegt

worden stenen een paleis,

de kille straat een lentetuin,

de hel een paradijs.

Een land van licht en zonneschijn,

een haard waar men zich warmt:

Een overvolle beker wijn,

een mens die je omarmt.


De deur roept je een welkom toe,

een stoel staat voor je klaar:

de tafel is gastvrij gedekt,

een heerlijk avondmaal.

Een land van licht en zonneschijn,

een haard waar men zich warmt:

Een overvolle beker wijn,

een mens die je omarmt.


Rode bundel 380

Wanneer ik door de velden ga”
Wanneer ik door de velden ga

en zon en hemel gadesla,

dan weet ik Heer, hoe groot Gij zijt

en buig mij voor Uw majesteit.


Refr. U zingt mijn ziel op blijde toon

Mijn God, Gij zijt oneindig schoon.


Gij tooit de feestelijke zon

gelijk een jonge bruidegom,

die als een reus zijn tocht begint

en alles met zijn gloed doordringt.


Wanneer mijn ziel Uw wet beleeft,

Uw heilzaam woord dat vreugde geeft,

Uw wet is als een heerlijk licht

dat veilig op mijn schreden richt.



Wie in de schaduw Gods mag wonen
Wie in de schaduw Gods mag wonen,

hij zal niet sterven in de dood.

Wie bij hem zoekt naar onderkomen

vindt eenmaal vrede als zijn brood.

God legt zijn vleugels van genade

beschermend om hem heen als vriend.

En Hij verlost hem van het kwade,

opdat hij een geluk zal zien.


Engelen zendt Hij alle dagen

om hem tot vaste gids te zijn.

Zij zullen hem op handen dragen

door een woestijn van hoop en pijn.

Geen vrees of onheil doet hem beven,

geen ziekte waar een mens van breekt.

Lengte van dagen zal God geven,

rust aan een koele waterbeek.


Hem zal de nacht niet overvallen

zijn dagen houden eeuwig stand.

Duizenden doden kunnen vallen

hij blijft geschreven in Gods hand.

God legt zijn schild op zijn getrouwen

die leven van geloof alleen.

Hij zal een nieuwe hemel bouwen

van liefde om hun tranen heen.

GVL 654 L=146

Wij eten van hetzelfde brood

Wij eten van hetzelfde brood.

Wij wonen op dezelfde aarde.

Vader dank U wel.


Als mensen samen vrienden zijn,

dan zal de aarde vol vrede zijn.

Vader dank U wel
Wij eten van hetzelfde brood.

Wij wonen op dezelfde aarde.

Vader dank U wel.
Als mensen samen vrienden zijn,

dan zal de aarde vol vrede zijn.

Vader dank U wel

M=137 E= K= L=220



Zo vriendelijk en veilig als het licht
Zo vriendelijk en veilig als het licht

Zo als een mantel om mij heen geslagen

Zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht

Ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen,

Dat Hij mij maakt,dat Hij mijn wezen richt.

Wil mij behoeden en op handen dragen.


Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd

Waakt over mij en over al mijn gangen

Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid

Om, als ik val mij telkens op te vangen.

Ik leef iet echt, als Gij niet met mij zijt.

Ik moet in lief en leed naar U verlangen.


Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,

Dat mij bevrijd en op neemt in uw vrede.

Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,

Wil alle liefde aan uw mens besteden.

Wees Gij vandaag mijn brood zowaar Gij leeft

Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.

GVL 570

Het lied van God die vóór ons is
God die ons heeft voorzien

en kent bij onze naam,

die ons ten leven riep

en houdt in het bestaan.

Hij heeft ons voorbestemd

te lijken op zijn zoon

die mens is zoals wij

en in ons midden woont.


Hij heeft zijn eigen Zoon

geen enkel leed bespaard.

Hij heeft ten einde toe

zijn geest geopenbaard.

Als God zo vóór ons is

wie zal dan tegen zijn?

Al wat ons overkomt

zal hoop en zegen zijn.


Wie zal ons scheiden ooit

van god ons goed en bloed.

Geen toekomst en geen dood

bedreigt ons meer voorgoed.

Genadig en getrouw

wil Hij mijn vrede zijn.

Geen mens die Hem weerhoudt

om onze God te zijn.

GVL 444

Danken wij U
Als het leven goed is in het licht van de zon

En de liefde er is als verfrissende bron.


Refr. Danken wij U dat wij mensen zijn,

Dat wij uit liefde geboren zijn,

Dat wij in U geborgen zijn

Danken wij U dat wij liefde zijn.


Als de mensen leven oog in oog met elkaar

En durven vergeven wat zij doen aan elkaar


Refr.
Als de kind´ren spelen met een lied in de mond

Aan elkander helen wat hen kwetst en verwondt


Refr.
Als de mensen delen van het brood dat er is

In de vreugde delen dat geen mens eenzaam is.


Refr.

M= 52/A E= K= L=



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina