Lieve allemaal, Zaterdag 23 januari 2010



Dovnload 21.36 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte21.36 Kb.
Lieve allemaal,
Zaterdag 23 januari 2010

Vandaag stond ik dan weer eens op Schiphol. Aan de ene kant helemaal gelukkig dat ik weer op missie kon, aan de andere kant verdrietig om afscheid te nemen van Guido, mama, Leo en mijn zus die mij uit waren komen zwaaien. En lieve Henry, die mij en Guido weg had gebracht, stond het spektabel eens allemaal te bekijken.....tranen met tuiten van mijn kant.

De reis verliep voorspoedig, maar duurde gevoelsmatig erg lang. Van Parijs naar Santo Domingo (Dominicaanse Republiek) kreeg ik een upgrade en zat ik in Economy Premium, een iets hogere klasse dan economy met lekker veel beenruimte, heerlijk eten en een glas champagne. In Parijs kwam ik een collega tegen die op dezelfde vlucht vertrok als ik. Helaas had hij niet zoveel geluk als ik en hij moest acheterin in de “cattle class” gaan zitten.
De reis duurde lang. Ik was ongeduldig en sliep niet zo veel. Na 9 uur vliegen kwamen we eindelijk aan.

Het weerzien met de collega’s die al in Santo Domingo waren, was zoals altijd uitgelaten en energiek. Lieve Marianel vloog me om mn nek (en ik om de hare) en Pauline kreeg een super knuffel.

Ik was voor een paar dagen in Santo Domingo om met Pauline een plan de campange te maken, om voedsel voor ons team in Haiti in te slaan en ook toiletpapier (hoog op de lijst van prioriteiten), zeep, waspoeder en allerlei practische dingen die in Haiti nog niet verkrijgbaar waren.
De 1e nacht heb ik tot 1 uur snachts met Marianel en nog een collega zitten praten. Deze collega was binnen 48 uur na de aardbeving in Haiti en heeft vreselijke dingen gezien.... Huilende en schreeuwende overlevenden, overvolle ziekenhuizen waar ze soms op de gang met een amputatie bezig waren, straten vol met gewonde en dode mensen, de geur van bloed en dood. En dan weten jullie gelijk wat voor werk ik doe... het luisteren naar en zorgen voor collega’s die vreselijke dingen zien en meemaken.

Niet zo spannend en shiny als mijn collega’s in het veld die het voedsel uitdelen, tentenkampen opzetten enzo, maar wel heel erg hard nodig. We noemen het “care for the caregivers”.

De collega’s die nu het meeste hulp nodig hebben om deze vreselijke ervaring te verwerken zijn mijn Haitiaanse collega’s en zij zijn degenen op wie ik en de rest van mijn “staff care” team ons richten.
Dinsdag, 26 januari 2010

Mijn reis van Santo Domingo naar Port-au-Prince was weer een ervaring en een half. Ik was van tevoren wel op de hoogte gesteld van het feit dat het kleine vliegtuigje, dat op en neer vliegt tussen deze twee steden, maar plaats heeft voor 8 personen, inclusief de 2 piloten, maar ik besloot niet in paniek te raken. Het weer was dagenlang geweldig, dus dat was al een pre. Om 11.00 uur werden Pauline en ik opgehaald van het hotel en reden we naar een klein vliegveldje (het woord klein is toch wel een terugkerend fenomeen hier). Twee avonden vantevoren waren de twee piloten met ons team mee uit eten gegaan en ik had ze al heel veel vragen kunnen stellen. Dat stelde mij gerust, want het waren twee oude Vientam veteranen met super veel vlieguren en ervaring. Dus redelijk stoer liep ik vandaag het asfalt op, maar met elke stap dichterbij, kneep mijn keel een stukje verder dicht. Toen we uiteindelijk bij het miniatuur vliegtuigje stonden, had ik nog net genoeg lucht om tegen Pauline te zeggen: “oh my god, this plane is REALLY small”.




Deze foto is genomen nadat ik een lichte paniekaanval overwonnen had, waarbij de 2 piloten een arm om mee heen hadden geslagen (beter kon het toch niet!).

Toen al onze bagage geladen was en ik het vliegtuigje ingestapt (of liever gezegd – ingekropen was), gingen we op weg. Het duurde een eeuwigheid voordat we op cruising altitude waren, maar gelukkig viel het door de wolken heen vliegen erg mee en uiteindelijk vlogen we boven de strak witte lucht en was het weer een strak blauwe lucht. De vlucht zou een klein uurtje duren van take-off tot landing en Pauline en ik begonnen een spelletje triviant op de computer.

Een half uur later..... ik tik de piloot aan (dat kan in zo’n klein ijzeren vliegblikje): zijn we er al bijna? Nee nog niet, nog een kwartiertje of zo en dan gaan we de landing inzetten.

Weer een half uur later..... Ik: tik, tik, zijn we er nu al bijna? Lieve piloot: Uhmmm, nou er is een beetje teveel bewolking hier, we moeten een stukje omvliegen. Ik: kut! (Ademhalingsoefeningen, blijven ademhalen Johara).

Weer een half uur later..... Piloot: we zetten de daling in. Ik: shit, shit, shit! (dat was als reactie op het vliegtuigje dat op en neer geslingerd werd door turbulentie). En dus nu zaten we midden in de wolken met klein blikje ijzer en slechts 4 mensen. Mijn ademhalingsoefeningen gingen goed (ik leef nog steeds en heb mezelf niet gestikt door zelf-adem-inhouding). Pauline is zo relaxed als maar zijn kan en hield mijn hand vast (shit ja, het is echt waar, net een klein kindje ik geef het toe). Na waarschijnlijk 3 uur in de wolken gevlogen te hebben (dat zijn gevoelsuren, geen werkelijke uren), zag ik weer vast land beneden ons. Gelukkig, ik voelde me stukken beter.... iieeehhhh!!!! Maduradamvliegtuigje werd flink op en neer geschud. Ja, ook onder de bewolking kan turbulentie zijn. Nou gelukkig zag ik de landingsbaan in zicht. Het was alleen nog aftellen, bzzzzz bang bang, dat was het landingsgestel dat naar beneden kwam. Lager, lager, lager, lager en toen...... Hoger! Hoger! Hoger! Bzzzz bang bang.... landingsgestel weer in. Ik: “ooops Pauline, we’re not landing as yet.....”

Ik dacht dat er misschien een cross wind ofzo was en dat het landen niet lukte. Dus vliegtuigje maakte en mooi rondje (het naar benden kijken vind ik wel heel leuk) en toen bzzzzzzzz bang bang.... lager, lager, lager, toink. Ja!!! We waren geland!

Weer veilig met mijn voeten op het asfalt had ik weer een grote mond en vroeg ik mijn vriendelijk piloten waarom we de 1e keer niet landen. Oh dat, zegt die ene, er stond nog een ander vliegtuig op de landingsbaan en die ging niet snel genoeg opzij..... Ik: “oh nou, ok dan....” (weg grote mond).
Onderweg naar kantoor geeft onze chauffeur hier en daar wat commentaar op de omgeving...... “hier stond een ziekenhuis.... er zijn meer dan 100 mensen overleden tijdens de aarbeving.....”

“Hier stond het beroemde Montana 5-sterren hotel, er zijn meer dan 200 mensen overleden....”

“In deze straat stond mijn huis....... mijn broer is er overleden.... ik leef nu in het kamp....”
Zijn verhaal is er slechts één van duizenden. En ik zal er nog velen horen, want daarom ben ik uiteindelijk hier.
Woensdag, 27 januari 2010

Mijn eerste indruk van Port-au-Prince was: wat een vieze puinhoop hier. Nu zul je misschien denken, ja da’s logisch na een aardbeving die half de stad vernielt heeft. Maar nee hoor ik was nog niet eens in dat gedeelte van Port-au-Prince geweest. Het is gewoon overal een grote vuilnisbelt. Alleen in Somalië heb ik een grotere puinhoop gezien, maar dat land is dan ook helemaal disfunctioneel. De straten liggen hier vol met plastic flessen, papieren en nou ja eigenlijk met van alles. De huizen die overeind staan zijn soms amper te onderscheiden van de huizen die ingestort zijn, want ze zien er net zo bouwvallig uit.



De vieze vuiloverladen straten van Port-au-Prince. Een grote donor uit de VS is deze week een “food-for-work” project begonnen: mensen die helpen de straten opruimen ontvangen voedsel voor hun gezin.

Zondag, 31 januari 2010

Pauline en ik slapen in een kleine vieze kamer in het hotel. De badkamer stinkt een uur in de wind naar putluchten. De spoelbak van het toilet is kapot en we moeten met een emmer het toilet doorspoelen. Doordat we zoveel spullen bij ons hebben – vooral lekkere dingen en eten voor het team – is de kamer al snel krap.

Gelukkig is er vandaag een andere kamer vrijgekomen en Pauline en ik huizen snel over.

Eén van mijn collega’s is ziek geworden en ligt met voedselvergiftiging op bed. Niet echt fijn om in dit land ziek te worden, vooral niet omdat veel ziekenhuizen de aarbeving niet overleefd hebben. Maar wij hebben onze eigen paramedic bij ons en hij weet ons collegaatje al snel op te kalavateren (hm raar woord eigenlijk).

Het is weer een gekke drukke dag geweest. ’s Avonds laat hangen we wat met z’n allen buiten rond. We drinken wat, we praten wat, we hebben ook vaak lol. We zijn ondertussen al met zo’n 50 internationale stafleden; de meesten in Haiti en sommigen vanuit een ondersteunende rol in Santo Domingo.


Francis – het lijkt wel of ik hier een hotel run. Ik moet van iedereen bijhouden wanneer ze aankomen, in welke kamer ze verblijven, wanneer ze weggaan. In het hotel zelf hebben we 17 kamers gehuurd, dan hebben we twee teamhuizen met 3 kamers elk, en een guesthouse met 3 kamers. Mensen komen en gaan constant en je kunt zelf wel de berekeningen doen dat met zo’n 40 staf in Haiti we aan 29 kamers niet genoeg hebben. Velen delen dus een kamer. Ik deel de mijne met Pauline. Echt heel gezellig.
Henry – ik heb de afgelopen week overleefd op de MRE’s die je mee hebt gegeven. Echt super! Lekker kopje pickwick thee met MRE crackers (helemaal niet slecht trouwens!), ’s middags een soepje, enz. De chocola heb ik uitgedeeld want dat lust ik niet.

Maar verder ben ik helemaal gelukkig met je pakketjes. Jullie Nederlandse militairen hebben echt niet te klagen!


Guido-moppie – kijk maar eens naar de foto’s in de powerpoint document, we hadden zo ongeveer een heel bataljon Amerikaanse soldaten bij ons vandaag. Het was de 1e dag van de 15-dagen durende marathon van voedseldistributies. Als je in de krant leest dat de VN die distributies doet... mooi niet! Wij krijgen het voedsel van de VN en wij zijn degenen die het naar de mensen brengen, het voedsel uitdelen, mijn collega’s zijn degenen die gevaar lopen. En dus zijn de Amerikaanse soldaten bij mijn collega’s om te zorgen dat de voedseldistributies niet uit de hand lopen
Dinsdag, 2 februari 2010

Vandaag heb ik de balen van het vroege opstaan, iedere ochtend om 6 uur opstaan is niet mijn pakkie an. Ook heb ik het al gehad met de koude douches iedere ochtend en avond. Oftewel ik heb gewoon mijn dag niet zo vandaag. De eerste vermoeidheid begint misschien in te zetten.

Om 7 uur worden we met het hele team vanuit het hotel opgehaald en rijden we naar kantoor. Rond 08.00 komen we aan en begint de drukte en de chaos. Om 18.00 vertrekken de auto’s weer naar het hotel, waar we gewoon verder gaan met werken, want mijn collega van de IT heeft hier in het hotel effetjes een wireless internet connectie aangelegd voor ons. Meestal zitten we met z’n allen buiten te werken, laptops op schoot of op tafel. Zo hebben we toch ook veel lol onder elkaar. Rond een uur of 22.00 gaan de eersten naar boven, die hebben dan toch al een 14-urige werkdag achter de rug.

Vandaag had het stafwelzijnsteam (we zijn nu met zijn 8-en: 3 psychologen en 5 mensen getraind in psychologische first aid) in de ochtend groepsgesprekken met Haitiaanse collega’s om hen psycho-educatie te verstrekken over de problemen waar ze op dit moment mee kampen. Velen van hen hadden slaapklachten: nachtmerries, bang om te gaan slapen voor het geval er weer een aardbeving komt, niet durven in hun huizen te slapen (velen die nog huizen hebben, slapen ’s nachts buiten), anderen klagen over duizeligheid, hoofdpijn, weer een ander bleef sensaties hebben alsof de aardbeving nog aan de gang is. Met dit laatste fenomeen ben ik zelf bekend. Na mijn missie in Indonesië na de Tsunami, waren er zeer veel naschokken. Na 3 maanden op Sumatra verbleven te zijn, heb ik maandenlang lastgehad van het gevoel van de aardbeving in mijn benen. Soms was het zo erg dat ik ’s nachts opstond omdat ik dacht dat er een aardbeving was.


’s Middags ging ik met Michael (mijn- hopelijk- en-hoogstwaarschijnlijk- toekomstige- baas) en Mauricio naar een vergadering bij een andere hulporganisatie. Vele hulporganisaties willen hun eigen personeel helpen om het trauma van de aardbeving te verwerken, maar hebben de middelen niet, de mensen niet of weten niet waar ze moeten beginnen.

Als World Vision International (de grootste hulporganisatie ter wereld) hebben wij heel wat expertise in huis en zijn we al jarenlang bezig met het opzetten van stafwelzijnsprogramma’s. Vandaag presenteerden wij aan de anderen wat wij deden en wij kregen zeer grote complimenten. Een klein beetje trots voelde ik me wel, want ik heb de afgelopen 1,5 week keihard gewerkt om dit programma in elkaar te zetten.


Mijn collega die aan de team huizen werkt is ook ziek geworden – diarree – dus moet ik voor haar boodschappen gaan doen voor het team dat in onze team huizen verblijft. Daar knap ik helemaal van op, want alhoewel ik thuis een gruwelijke hekel heb aan boodschappen doen, is dat hier anders. Overal zijn al weer marktjes ontstaan langs de straten, supermarkten zijn weer geopend en waren worden aangeboden als ik in de auto zit. Ik heb een lokale collega bij me – Josette – die alle onderhandelingen voor mij doet. Het Creools is moeilijk te verstaan, maar ik versta er genoeg van (er zit veel Frans in) om te horen dat de marktkooplui mij af willen zetten omdat ik een “étranger” ben, Josette geeft de vrouw een enorme uitbrander en stuurt haar weg. Ik barst uit in lachen omdat Josette echt grappig is, ze is net een directrice en ze geeft de chauffeur constant op z’n flikker omdat ie te hard, te zacht rijdt of niet naar links gaat als zij het wil, of wat dan ook. De chauffeur – een vrij jonge vent nog – weet wel beter dan niet naar haar te luisteren.

Bij het team huis aangekomen gebeurt er volgens Josette een wonder. Er is een engineer bezig met de generator als rond een uur of 17.30 de straatverlichting aangaat. We kijken met z’n allen een beetje verbaasd omhoog omdat er sinds de aardbeving geen gemeenstestroom meer is. En de stad ziet er nog zo vernietigd uit en zoveel electriciteitskabels zijn nog vernield dat iedereen dacht dat het wel zo’n half jaar zou duren voordat er weer licht zou zijn. In zijn ongeloof zegt de engineer dat het toch eigenlijk niet mogelijk is dat onze generator heel de straat verlicht. Even peinzend staat hij te kijken. Dan draait hij zich resoluut om, loopt naar de generator en zet hem uit. De straat lampen blijven aan, alsook de lichten in het huis... nog steeds staat hij vol ongeloof naar de lichten te kijken. Zo ook Josette en Charles de chauffeur. Ze ontkennen de mogelijkheid dat dit echt “city power” is. Pas als ik hun wijs op de in de verte brandende lampen tegen de andere bergrug aan, dringt het besef door. Josette zit met tranen in haar ogen, Charles heeft een grijns van hier tot aan Amsterdam. Terug naar kantoor rijdende is het gesprek alleen maar gericht op de lampen – ik ben helemaal vrolijk en blij voor mijn collega’s.



Nu denk je misschien – big deal die lichten, maar dat is het echt – a very big deal. Mensen zijn nog zo bang hier voor een herhaling van de aardbeving en dan is niets erger dan in totale donkerte door de straten te moeten lopen of rijden, om ’s nachts wakker te worden uit angst en geen licht aan te kunnen doen. De aardbeving gebeurde rond 17.00 lokale tijd en daarna was het snel donker. Dus mensen hebben in de paniek, angst en chaos die de aardbeving gebracht had, ook nog eens in het pikkedonker gezeten. Geen licht om te zoeken naar hun gezin, familie, vrienden, buren. Geen licht om gewonden te helpen, struikelend in het donker over kermende mensen en lijken. Dus licht is een BIG DEAL.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina