Lijden en hoop Wanneer het onderwerp ‘dood’ ter sprake komt, …



Dovnload 102.42 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte102.42 Kb.
Thema:

Lijden en hoop





  1. Wanneer het onderwerp ‘dood’ ter sprake komt, …

    1. voel ik me bang

    2. ga ik me vervelen

    3. ben ik gefascineerd

    4. heb ik zin om weg te lopen

    5. word ik zenuwachtig

    6. ………………………………………………………




  1. Ik ben reeds direct geconfronteerd geweest met de dood …

    1. nee.

    2. Ja, van grootouders

    3. Ja, van een ouder, broer of zus

    4. Ja, van een vriend(in).

    5. Ja, van een klasgenoot

    6. Ja, van mijn lievelingsdier

    7. ………………………………………………………




  1. Ik ben bang van mijn eigen dood omdat …

    1. ik daardoor gescheiden word van de mensen van wie ik houd

    2. Omdat ik niet weet wat erna zal komen

    3. Omdat sterven pijnlijk kan zijn

    4. Omdat mijn lichaam zal vergaan

    5. Omdat de dood het einde van mij als persoon betekent

    6. Omdat ik dan afscheid moet nemen van vrienden en familie

    7. ………………………………………………………………




  1. Ik vind doodgaan ‘mooi’ …

    1. wanneer het snel gebeurt

    2. wanneer je bewust afscheid kunt nemen van de mensen van wie je houdt

    3. wanneer het onverwacht gebeurt

    4. wanneer je de tijd hebt om je erop voor te bereiden

    5. omdat het het einde is van een leven vol ellende

    6. ………………………………………………………………………




  1. Zou je eeuwig willen leven?

    1. ja

    2. nee

    3. …………………………………………………………………………………

  2. Wanneer ik ongelooflijk ziek zou worden, wil ik …

    1. dat de dokter mij onmiddellijk de waarheid vertelt

    2. dat mijn familie of vrienden mij onmiddellijk de waarheid vertellen

    3. dat men inschat of ik psychisch sterk genoeg ben om de waarheid aan te kunnen.

    4. er absoluut niets over horen

    5. dat men liegt

    6. …………………………………………………………………………………………




  1. Als ik zou ontdekken dat ik nog maar één maand te leven had, zou ik …

    1. zelfmoord plegen

    2. gewoon verder leven

    3. de gezonde mensen haten

    4. zoveel mogelijk genieten van het leven, nl ………………………………………

    5. iets uitzonderlijks doen, nl …………………………………………………………………

    6. mijn toevlucht nemen tot God of tot een andere religie

    7. het proberen te accepteren

    8. mijn begrafenis regelen

    9. mijn testament schrijven

    10. ……………………………………………………………………………………………………………………




  1. Ik zou graag hebben

    1. dat er veel mensen aanwezig zijn op mijn begrafenis

    2. dat er veel geweend wordt op mijn begrafenis

    3. dat ik in alle stilte wordt begraven

    4. dat ik gecremeerd wordt

    5. dat er een groot feest gegeven wordt

    6. ………………………………………………………………………………………………………




  1. Als iemand waarvan ik houd doodging, zou ik …

    1. onverschillig worden

    2. ook dood willen zijn

    3. razend worden op God of het leven

    4. mijn verdriet opkroppen

    5. wekenlang wenen

    6. radeloos zijn

    7. doen alsof er niets gebeurd was

    8. het dode lichaam gaan groeten

    9. bidden voor hem/haar

    10. ………………………………………………………………………………………………………………………




  1. Dood zijn is: …

    1. overgaan naar een andere wereld

    2. verder leven in een of andere vorm

    3. wedergeboren worden

    4. opgenomen worden in Gods licht

    5. opgenomen worden in de natuur

    6. beloond of/ en gestraft worden door God voor je daden

    7. een rustige slaap

    8. niet(s) meer zijn

    9. …………………………………………………………………………………………………………………………

Uit de nagelaten geschriften van Etty Hillesum

Lijden is niet beneden de menselijke waardigheid. Ik bedoel: men kan mensonwaardig lijden en onmenswaardig. Ik bedoel: de meeste westerlingen verstaan de kunst van het lijden niet en ze krijgen duizend angsten in de plaats. Dit is geen leven meer wat de meesten doen: angst, resignatie, verbittering, haat wanhoop.

Hillesum, E., De nagelaten geschriften van Etty Hillesum 1941-1943




De drie bomen
Gisteren was ik in het bos.

Op zoek naar drie bomen, bomen die ik gekend had.

Drie bomen die alle drie een tak hadden verloren.

Drie bomen die daar alle drie op een manier mee omgegaan waren.

Vandaag heb ik ze gevonden.

De eerste boom was gaan treuren om zijn verlies, en zei ieder voorjaar als de zon hem uitnodigde om te groeien: ‘Dat kan ik niet, want ik mis een tak.’

De tweede boom was geschrokken van de pijn en had maar snel besloten om het verlies te vergeten. En ieder voorjaar als de zon hem uitnodigde om te groeien, groeide hij.

De derde boom was geschrokken van de pijn. Maar hij had gerouwd om het verlies.

En het eerste voorjaar dat de zon hem uitnodigde om te groeien had hij gezegd. ‘Dit jaar nog niet.’

Maar de zon kwam het jaar daarop terug.

Nu zei de boom: ‘Ja, zon, verwarm mij, opdat ik mijn wond kan verwarmen. Ziet u, mijn wond heeft warmte nodig, opdat hij zou weten dat hij erbij hoort.

En het derde jaar dat de zon terugkwam, sprak de boom: ‘ja zon, laat mij groeien, want er is nog zoveel te groeien.

Na wat zoeken, vond ik de drie bomen, of eigenlijk twee.

De eerste boom was klein gebleven. De plaats van de wond was duidelijk te zien, het was het hoogste punt van de boom.

De tweede boom was geen boom meer. Een voorjaarsstorm had hem doen omwaaien. De plek van de wond moest ik gaan zoeken. Onder een heleboel bladeren vond ik hem.

De derde boom was het moeilijkst te vinden, want ik had niet verwacht dat hij zo groot en sterk was geworden? Maar gelukkig kon ik hem herkennen aan de dichtgeschroeide wond die vol trots in het zonlicht stond.


LANDWAARD, E., geciteerd in: SOMERS, P., Gebroken wit, bewust omgaan met de dood.

  • Schrijf een commentaar bij het citaat van Etty Hillesum

  • Wat betekent dat: ‘de kunst van het lijden’?



  • Probeer de drie levenshoudingen met eigen woorden te omschrijven

  • Doen de reactiewijzen van de drie bomen je denken aan concrete lijdenssituaties?

  1. Fasen van lijdensverwerking volgens Elisabeth Kübler-Ross

Na talloze gesprekken met ongeneeslijke zieken kwam de Zwitsers-Amerikaanse psychiater Elisabeth Kübler)Ross tot de ontdekking dat mensen vijf stadia (kunnen) doormaken wanneer ze met een ernstig verlies of een tegenslag te maken krijgen.



1. Ontkenning

De droeve realiteit wordt op een afstand gehouden. De eerste reactie op een rampzalig bericht is vaak: ‘Nee, dit is niet waar, dat kan mij niet overkomen!’ Het is een tijdelijk verdedigingsmechanisme, om de eerste schok op te vangen.?



2. Woede

Gevoelens van ergernis, woede, afgunst en wrok worden nu de vrije loop gelaten. Zij richten zich op alles en iedereen, maar vooral op de mensen die het meest nabij zijn.



3. Marchanderen

Men probeert te onderhandelen, maakt voornemens, doet beloften … om verlies ongedaan te maken. Men probeert een handeltje op te zetten met de dood, het leven, God, …



4. Depressie

Vlagen van neerslachtigheid en moedeloosheid volgen op de fase van het marchanderen, die onbeantwoord is gebleven. De fase van de depressie is de langste en de zwaarste. Droefheid is het grote kenmerk.



5. Aanvaarding

Er komt een zekere rust over degene die het verlies heeft geleden? Het is alsof de strijd gestreden is, de bitterheid is geweken. Met een zekere mildheid en dankbaarheid kan men het verlies onder ogen zien.



Samenvatting










  1. Zelfdoding


A. Gedichten
Zal ik weggaan?

Zal ik verdrietig worden en weggaan?

Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden, mijn schouders ophalen en weggaan?

Zal ik een deur zoeken,

En als er geen deur is, zal ik een deur maken, hem voorzichtig opendoen

En weggaan - met kleine zachtmoedige passen?

Of zal ik blijven?
Zal ik blijven?
(Toon Tellegen)


En wat dan ?
Op een dag zal ik weg zijn en

wat dan? Verdwenen zonder een

teken te geven of te nemen en

het puin dat ik achterlaat is

niet langer lachwekkend.
Want wie zoals ik nooit heeft

gebouwen laat niets achter dan

verwachting en verwarring en

wat dan?


Wellicht in uw herinnering zal ik

stollen en verstijven, niet lang meer

blijven maar verbleken tot verleden

En wat toen? Te doen?

‘Het was waar’ zult ge zeggen ‘hij speelde

met woorden als geen ander maar wat

heeft dat te betekenen.’ Zo bleek zal



ik zijn.
In u … en wat dan … ?








( Jotie T’Hooft uit Schreeuwenlandschap )

B. 12 keer zwart-wit



Is de volgende stelling…

juist

fout

1. Wie zich echt van kant wil maken, kan je niet tegenhouden. Het gebeurt plots en onverwacht. Je komt altijd te laat







2. Iemand die in zijn polsen snijdt, doet dit om aandacht te trekken, niet om te sterven







3. "Zelfmoord is vaak een permanente oplossing voor een tijdelijk probleem.”







4. Je mag niet openlijk over zelfmoord praten met iemand die zwaar in de problemen zit. Het zou hem/haar alleen maar op het idee brengen zich van kant te maken







5. Jongeren die over zelfmoord praten, zullen het nooit doen. Anders zouden ze er niemand mee lastig vallen







6. Mensen die een zelfmoordpoging ondernemen, sterven nadien door een nieuwe zelfmoordpoging







7. In België sterven dagelijks 6 à 7 mensen aan de gevolgen van een zelfmoordpoging







8. Een overdosis drugs (Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jotie 't Hooft,...) is in werkelijkheid een gemaskeerde zelfmoord.







9. Jan Palach die zichzelf in brand steekt in Praag uit protest tegen de toenemende concessies van de regering aan Rusland is geen zelfmoord.








10. Niemand kan over zijn eigen leven beslissen. Het leven is een geschenk.







11. "Wie zelfmoord pleegt komt er gemakkelijkst van af. De familie krijgt levenslang…”







12. "Zelfmoord is de meest egoïstische daad die een mens ooit kan stellen. Je stelt geen misdaad tegenover jezelf, maar wel tegenover de gemeenschap.”










Die avond las ik eerst rustig een strip van Suske en Wiske. Vervolgens nam ik een glas water en slikte 32 slaappillen. Nee, ik was niet bang. Integendeel : ik voelde me heel rustig. Het was de verlossing. Dit was de uitweg. Het gelukkigste moment van mijn leven.



Proces


Over zelfdoding

Cijfergegevens

Preventie












Oorzaken


Levensbeschouwing

Nabestaanden





C. Songtekst: My my hé hé – Neil Young

My my, hey hey


Rock and roll is here to stay
It’s better to burn out
Than to fade away
My my, hey hey.

Out of the blue and into the black


They give you this, but you pay for that
And once you’re gone, you can never come back
When you’re out of the blue and into the black.

The king is gone but he’s not forgotten


This is the story of a johnny rotten
It’s better to burn out than it is to rust
The king is gone but he’s not forgotten.

Hey hey, my my


Rock and roll can never die
There’s more to the picture
Than meets the eye.
Hey hey, my my.




D. Zelfdoding in cijfers – enkele grafieken
A.

Vlaams gewest

mannen

vrouwen

Totaal aantal zelfdodingen

Per 100 000 inwoners

1990

639

304

943

16.35

1991

647

247

894

15.50

1992

626

287

913

15.76

1993

727

302

1029

17.63

1994

790

316

1106

18.88

1995

793

297

1090

18.58

1996

745

282

1027

17.46

1997

770

286

1056

17.90

(uit B. Demyttenaere, De last van het leven)
B. C.

- Onderzoekers gaan ervan uit dat het werkelijke aantal 25 procent hoger ligt (bijvoorbeeld gecamoufleerde auto-ongevallen, niet rapporteringen door artsen,…) = …………………………………

- Het aantal …………………………………………………is ongeveer tien keer groter dan het aantal zelfdodingen. Naast de 1100 (in 2002) zelfdodingen proberen in België nog eens ongeveer 11.000 mensen per jaar een eind aan hun leven te maken. Dat zijn ongeveer 45 pogingen per dag.

- Zelfmoord wordt als doodsoorzaak steeds belangrijker. Bij jongeren tussen ……………… is het zelfs de tweede doodsoorzaak na verkeersongevallen.

(K. Van Heeringen, psychiater professor )

Wat valt je op bij deze cijfers?

Welke cijfers had je niet verwacht? Waarom?

Cijfers en statistieken zijn zakelijk en nuchter. Ze tonen de omvang van een probleem maar niet de diepgang. Ze vertellen niets over de tragiek die aan dit ingrijpende gebeuren voorafgaat bij de betrokkene zelf en die erop volgt bij de nabestaanden.



E. Als een donderslag bij heldere hemel? Of toch niet?
Sabrina (13 jaar)
Ik ben Sabrina, binnen twee maanden word ik 14. Nou, misschien. Mijn vader ken ik niet, nog nooit gezien. Mijn moeder hangt de hele dag op café, die kijkt niet naar mij om. En als ze naar mij kijkt, dan wordt ik bang. Zonder woorden weet ik dat ze me haat. Dat ik teveel ben. Maar ’t is toch niet mijn schuld dat ik geboren ben? Sinds mijn oma dood is, is er niemand die om mij geeft. Ik ben toch maar een vergissing, een last. Ik kan er beter niet meer zijn.
Peter (22 jaar)
Zeg me eens waarom ik hier nog zit. Kun jij me vertellen waarom ik alleen een gebroken been heb en Julie dood is? Waarom zij en niet ik? Waarom wij niet allebei? We hadden zo’n fijne avond gehad, zoals altijd. En ik drink nooit alcohol als ik rijd? Ik niet, neen. Maar wat maakt het uit, ik ben niet de enige chauffeur. Ach, Julie, ik kan het niet verdragen dat je er niet meer bent. Nooit meer. Ik wil bij je zijn.
Thomas ( 34 jaar)
Ik hoef geen schrik meer te hebben, ik weet het: ik heb Aids. Niet dat het zo volkomen uit de lucht komt gevallen. Iedere homo van mijn leeftijd houdt er wel ergens rekening mee, denk ik. Geen uitgebreide campagnes over veilige vrijen, zo’n 15 jaar geleden. Ik wil niet aftakelen, ik wil niemand tot last zijn, ik wil mijn familie en collega’s geen slapeloze nachten bezorgen. Met Erik heb ik er al uitgebreid over gepraat. Niemand anders hoeft het te weten. Het zal gewoon een ongeluk lijken.
Kristel( 57 jaar)
Ik weet niet wat me overkomt. Ik ben mezelf niet meer sinds ons Marij, ons jongste, het huis uit is. Ik vind mijn draai niet meer in mijn eigen huis. ’s Morgens geraak ik niet uit bed, tegen de middag ben ik nog niet aangekleed en ik moet alle moeite van de wereld doen om het eten klaar te maken tegen dat Jef thuis komt. Ik voel me zo moe. Mijn man verstaat er niets van. Voor wat loop ik hier nog rond? De kinderen hebben me niet meer nodig, en Jef heeft ook niet meer aan mij, integendeel.
François (76 jaar)
Het is genoeg geweest. Mijn tijd zit erop. Ik heb niets meer te verwachten. Ik heb van het leven veel gekregen. War er nog kan komen, daar bedank ik voor. Ik maak me uit de voeten vooraleer ik niet meer uit de voeten kan! En ik zal er niemand verdriet mee doen, al diegene die ik graag zie, liggen al op het kerkhof. Zesenzeventig jaar, das toch al schoon hé.

Zelfdoding is geen losstaand feit maar het eindpunt van een lang crisisproces in iemands leven. De idee dat zelfdoding steeds bruusk, onverwacht en onvermijdelijk optreedt wordt niet meer aanvaard. Zelfdoding heeft een voorgeschiedenis.



Zelfdoding


Zelfmoordpoging
Zelfmoorddreiging/plan

Stop, u mag niet weggaan zonder dat iemand u uitgeschreven heeft.
Zelfmoordwens
Zelfmoordgedachte

z


Jolein (18) probeerde toen ze nog net geen zestien was, zichzelf van het leven te ontnemen. Als ze daar nu op terugkijkt. ziet ze vijf oorzaken.
RUZIE THUIS

Van mijn jeugd herinner ik me vooral de vele slaande ruzies tussen ma en pa. Ook ik kreeg geregeld mot. Eén keer heb ik teruggeslagen: hij had een blauw oog. Vanaf toen waren alle bruggen definitief opgeblazen. Sinds mijn veertien jaar heb ik geen woord meer tegen hem gesproken. We leefden als doofstommen naast elkaar. Blijkbaar zag hij wel in dat het zo niet verder kon: mijn jongere broer en zus heeft hij nooit meer geslagen. De relatie met mijn moeder is verbeterd naarmate het slechter werd tussen hem en mij. Het leek wel alsof ik haar rol overnam.



PESTERIJEN

Ik werd uitgelachen door de kinderen uit de buurt. Ze dreven de spot met mijn scheve tanden en mijn tandbeugel. Ze lachten om mijn naam. In plaats van Jolein noemden ze me Gelei. Sommigen kenden mijn echte naam niet eens. Ik was altijd de pispaal en ging dan thuis uithuilen bij mijn moeder: 'Mama, ze hebben me weer uitgescholden.'



GEEN LIEF

Ik vond geen lief. Ik werd beschouwd als het seuteke en ik voelde me ook zo: een onnozel wicht met een paardenstaartje. Al mijn vriendinnen hadden een lief. Ze lachten me uit omdat ik alleen bleef. Eén keer vroeg een jongen me of ik zijn lief wou zijn. Ik wou graag maar durfde niet meteen 'ja' zeggen, omdat er andere jongens omheen stonden. Achteraf vertelde een vriend me dat die jongen zijn antwoord al klaar had: 'Dan moet je eerst een ander gezicht kopen.' Het lijken allemaal maar kleinigheden, maar als je gevoelig en eenzaam bent, wordt dat onhoudbaar.



COMPLEXEN

Ik dacht dat ik lelijk en dik was. Dat was niet zo, integendeel: als ik nu de foto's van toen bekijk, lijkt het alsof ik anorexia nervosa had. Toch droeg ik alleen maar wijde kleren. Mijn vriendin zei dat ik niet te dik was. Maar zij was nog dikker dan ik, dus zweeg ik om haar niet te kwetsen. En kropte ik alles op.



EEN MASKER

Ik had een overdreven drang om mezelf voor een ander weg te cijferen. Ik zou zelfs mijn lief afgestaan hebben, als een ander er maar gelukkig mee werd. Ik kon me ook ontzettend inleven in de stress van een ander. Ik absorbeer blijkbaar verdriet en moeilijkheden. Dat betekent niet dat ik er toen depressief uitzag: ik was de lolbroek van de klas en leek altijd opgewekt.


(Uit: Humo, 'Help, ik leef nog'. Dossier zelfmoord bij jongeren
elfmoordgedachte
zelfmoord wensen

zelfmoorddreiging/plan


zelfmoordpoging
zelfdoding


Dirk Deboutte, Professor Kinder- en Jeugdpsychiatrie UIA:

Ik zie een verband tussen de toename van het zelfmoordgedrag bij jongeren en de hogere prestatiedruk, de ieder-voor-zich-mentaliteit, de afwezigheid van solidariteit, de vereenzaming, het gebrek aan opvangmogelijkheden voor kinderen en volwassenen...

Twintig procent van de jongeren in grote steden als Antwerpen en Brussel hebben moeilijkheden met contacten leggen, worden voortdurend door angst overspoeld, kunnen zich moeilijk ontwikkelen en krijgen vanuit hun milieu weinig kansen. Zij vormen zeker een risicogroep.

Erik-Jan De Wilde psycholoog, Vakgroep Klinische en Gezondheidspsychologie aan de Universiteit van Leiden:

Het is een ingewikkelde samenleving. Vroeger lag alles al vroeg vast, nu moeten jongeren heel veel kiezen: welke opleiding ze zullen volgen, welke relatie ze zullen aangaan, hoe ze zullen wonen, hun job, hun seksuele oriëntatie... Het zijn allemaal heel belangrijke keuzes: ze bepalen hoe de rest van je leven eruit zal zien.

Hoe meer keuzemogelijkheden, hoe meer twijfels en onzekerheid over de toekomst. Via de media en de reclame krijgen jongeren bovendien een bepaald beeld opgedrongen waaraan ze moeten voldoen: dat van geslaagde, succesvolle mensen. Je ziet zelden een lelijke jongen tandpasta aanprijzen. Daarbij komt dat biologisch gezien jongeren steeds vroeger volwassen worden. De leeftijd waarop meisjes menstrueren en jongens hun eerste zaadlozing hebben, wordt steeds lager: ongeveer rond elf jaar. Maar jongeren worden wel veel later zelfstandig dan vroeger. Het gat tussen de biologische volwassenheid en de sociale zelfstandigheid wordt groter. Dat draagt allemaal bij tot de stijging van het aantal zelfmoorden bij jongeren.

(Uit: Humo, 'Help, ik leef nog'. Dossier zelfmoord bij jongeren)




Karl Andriessen van het Centrum ter preventie van zelfmoord:

Waarom denkt de ene persoon in bepaalde omstandigheden aan zelfmoord en de andere niet?

Dat heeft vooral te maken met welke houvast iemand heeft: in zichzelf en in zijn omgeving, bijvoorbeeld in zijn gezin. Valt die steun vanuit de omgeving weg, dan kan de stap naar het denken aan zelfmoord verkleinen. Zelfmoordneigingen komen vaak voort uit een objectief vaststelbaar verlies of met schrik voor verlies. De partner gaat weg of sterft, kinderen verlaten het huis, ouders overlijden, er dreigt verlies van werk of van gezondheid. Van jongs af leren mensen omgaan met verlies en tegenslagen. Maar ze kunnen ook iets meemaken dat zo zwaar weegt, dat ze het niet kunnen verwerken.

Het leven is een balanceeract tussen enerzijds draagkracht en anderzijds draaglast. De draaglast bestaat uit de stressoren die op iemand inwerken. Zolang draagkracht en draaglast elkaar min of meer in evenwicht houden, kan een mens relatief gelukkig functioneren. Slaat de balans door in negatieve zin, dan belandt hij in een crisis, waarbij de gedachte aan zelfmoord kan opduiken als uitweg uit de moeilijkheden.

(R. Goris - Uit: Knack)


 Welke redenen voor zelfdoding die de professionele begeleiders aangeven, vind je in Joleins getuigenis?

 Welke gegevens zullen volgens jou het zwaarst doorwegen op de schalen van de balans? Welke kunnen de balans doen doorslaan?






Erik-Jan De Wilde

'Het gaat altijd om een opeenstapeling van problemen, bij jongeren die tegelijk heel ongunstig over zichzelf denken, somber naar de toekomst kijken en vaak denken dat zij niet te helpen zijn. Anders gezegd: elke zelfmoord is een optelsom.'

Een suïcidepoging bij jongeren is veelal een keerpunt, een nieuw begin. Daarom is het niet voldoende iemands wonden te verbinden en hem terug naar huis te sturen. Nazorg is zeer belangrijk: om te weten waarom iemand daar ligt en om te voorkomen dat hij daar nog eens terugkomt. De kans dat iemand zelfmoord pleegt, is groter bij jongeren die het al eens geprobeerd hebben. Toch ondernemen de meeste jongeren maar één keer een zelfmoordpoging en daarna nooit meer. Vaak denken ze: 'Dit is ook niet de oplossing.' Ofwel hebben ze bereikt wat ze wilden bereiken: niet de dood, maar meer aandacht voor hun problemen. De mensen in hun omgeving zijn plots wakker geschrokken.

(Uit: Humo, 'Help, ik leef nog', Dossier zelfmoord bij jongeren)









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina