Limited access societies


Een continent vol (on)ontgonnen mogelijkheden



Dovnload 1.06 Mb.
Pagina9/22
Datum19.08.2016
Grootte1.06 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   22

Een continent vol (on)ontgonnen mogelijkheden
In het rijke Westen kunnen wij het ons al enige decennia veroorloven ons druk te maken over energie- en milieuvraagstukken die in Afrika als luxeprobleem worden gezien: uitstoot van giftige gassen, zwaar gesubsidieerde “duurzame” elektriciteit of besparing van energie door bijvoorbeeld de verplichte afschaffing van de gloeilamp. Recentelijk zette deze denktrant zich langzaamaan om in een noodzakelijke discussie over de toekomstige leveringszekerheid van onze eigen energie.

Deze discussie gaat een rol spelen in relatie tot het Afrikaanse energievraagstuk en we komen hier later op terug. Eerst zullen we uiteenzetten hoe de Afrikaanse energiehuishouding er op dit moment uitziet. We houden hierbij het onderscheid in energiebronnen aan zoals BP die in haar Statistical Review hanteert: Olie, Gas, Kolen, Nucleaire Energie en Waterkrachtelektriciteit.

We hebben in hoofdstuk II reeds vastgesteld dat gegevens uit ontwikkelingsgebieden vaak onbetrouwbaar zijn. Als het om de consumptie van energiedragers in Afrika gaat is dit zeker het geval. De reden van deze onbetrouwbaarheid is echter tekenend voor het probleem: aangezien grote delen van het continent nog steeds niet geëlektrificeerd of op gasnetwerken aangesloten zijn, is de consumptie van biobrandstoffen nergens ter wereld groter dan in Afrika. Het gaat dan uiteraard niet om de luxe biobrandstoffen zoals wij die hier in onze kolencentrales verbranden, maar om hout, droog gras, takken en andere brandbare producten. Met die wetenschap in ons achterhoofd kijken we naar de cijfers.
A. Olie

Olie is nog steeds de meest geconsumeerde energiebron in de wereld. Met een totale mondiale consumptie van 3927 miljoen ton olie in 2008, wordt er per jaar ruim 1200 miljoen ton meer dan gas en 600 miljoen ton meer dan kolen verbruikt.136 Olie is met een geconsumeerde hoeveelheid van 135 miljoen ton de grootste bron van energie op het continent. Deze eerste statistische aanwijzing indiceert de zeer bescheiden positie die Afrika inneemt in de mondiale energieconsumptie. Het continent, het op een na grootste in de wereld, verbruikt in totaal slechts 3,4 procent van de mondiale olieconsumptie. Een vergelijking met de rest van de mondiale olieconsumptie: de Verenigde Staten verbruiken daarvan ruim 22 procent, China bijna een tiende en Rusland slokt evenveel op als heel Afrika.


Olie137

Productie in miljoen ton

1998

2003

2008

2008 % van mondiaal

Algerije

61.8

79.0

85.6

2.2

Angola

36.0

42.5

92.2

2.3

Kameroen

5.3

3.4

4.3

0.1

Tsjaad

-

1.2

6.7

0.2

Kongo

13.6

11.1

12.9

0.3

Egypte

43.0

36.8

34.6

0.9

Equatoriaal Guinee

4.1

12.0

17.9

0.5

Gabon

16.8

12.0

11.8

0.3

Libië

69.6

69.8

86.2

2.2

Nigeria

106.0

110.3

105.3

2.7

Soedan

0.6

13.1

23.7

0.6

Tunesië

4.0

3.2

4.2

0.1

Overig Afrika

3.0

3.5

2.7

0.1

Totaal__111.8__118.8__135.2__3.4'>Totaal__363.9__397.8__488.1__12.4'>Totaal

363.9

397.8

488.1

12.4

Consumptie in miljoen ton




Algerije

8.2

10.1

14.0

0.4

Egypte

27.3

25.9

32.6

0.8

Zuid-Afrika

21.3

24.2

26.3

0.7

Overig Afrika

55.0

58.5

62.3

1.6

Totaal

111.8

118.8

135.2

3.4

Uit tabel 1 wordt duidelijk dat Afrika beduidend meer olie produceert dan zij consumeert. Slechts een kwart van de Afrikaanse olie is bestemd voor eigen consumptie. Het valt op dat een kwart van de Afrikaanse consumptie voor de rekening van het relatief rijke Egypte komt. Dit land voorziet in het oliegebruik door de eigen bronnen. Daarnaast zien we dat drie landen, te weten Zuid-Afrika, Egypte en Algerije, samen goed zijn voor meer dan de helft van de gehele Afrikaanse oliegebruik. De belangrijkste conclusie die we uit de cijfers kunnen afleiden is, dat olie een belangrijk exportproduct is voor veel Afrikaanse landen maar dat de consumptie daar schril bij afsteekt.


B. Gas

Afrikaans gas laat een, in termen van industrialisatie door energieconsumptie, gematigd positievere consumptie- en exportverdeling dan olie zien. De grootste gasproducent van Afrika, Algerije, is met een mondiaal productie-aandeel van 2,8 % ook een van de grotere mondiale spelers. De 86,5 miljard kubieke meter gas die het land produceert gaat echter voor bijna een derde op aan lokale consumptie en de overige productie wordt via een pijpleiding naar Italie gepompt en in de vorm van Liquified Natural Gas (LNG) per schip naar andere Europese landen verscheept. Slechts een half procent van het Algerijnse gas bereikt de binnenlanden van Afrika.



Egypte, de tweede Afrikaanse gasproducent naar orde van grootte, verbruikt met 40,9 miljard kubieke meter ruim zeventig procent van haar eigen gas. Van de overige dertig procent wordt vijf procent naar Jordanië geëxporteerd. Bijna het gehele resterende kwart exporteert Egypte als LNG naar verschillende nabijgelegen landen. Libië, na Nigeria de vierde gasproducent van het Afrikaanse continent, exporteert tweederde van haar jaarproductie naar Italië. Zoals we in tabel 2 kunnen zien, is de verhouding tussen productie en consumptie van gas gunstiger dan die van olie. Deze verhouding is echter vrijwel volledig op het conto van Algerije en Egypte te schrijven. Deze landen zijn zowel de grootste producten als de grootste consumenten; samen zijn zij goed voor bijna 70% van de totale Afrikaanse gasconsumptie.

Gas138

Productie in miljard m2

1998

2003

2008

2008 % van mondiaal

Algerije

76.6

82.8

86.5

2.8

Egypte

14.0

30.1

58.9

1.9

Libie

6.4

5.5

15.9

0.5

Nigeria

5.1

19.2

35.0

1.1

Overig Afrika

5.1

7.1

18.5

0.6

Totaal__132.0__137.5__143.4__4.3'>Totaal

107.2

144.8

214.8

7.0

Consumptie in miljard m2




Algerije

20.9

21.4

25.4

0.8

Egypte

13.7

29.7

40.9

1.3

Overig Afrika

15.0

20.4

28.6

0.9

Totaal

49.5

71.5

94.9

3.1

De cijfers zijn echter een stuk minder rooskleurig dan men op het eerste gezicht zou denken. De toename van de consumptie lijkt stabiel te zijn, maar Sub-Sahara Afrika verbruikt jaarlijks nog altijd tien miljard kubieke meter minder gas dan Nederland. We kunnen dit ook anders uitdrukken: De bewezen voorraad Nigeriaans gas was met 5.22 triljoen kubieke meter (2008) voldoende om de huidige Afrikaanse gasconsumptie nog 182 jaar vol te houden! Het zijn cijfers die pijnlijk duidelijk maken dat de Afrikaanse economie er nog bar slecht aan toe is. Een hoge brandstofconsumptie impliceert immers economische kracht.


C. Kolen

Zuid-Afrika beschikt over een indrukwekkende kolenreserve van ruim 30 miljard ton, ruwweg 3.7 procent van de wereldvoorraad. Verder dan dit lichtpuntje wat betreft de Afrikaanse kolenvoorraad mag onze hoop niet reiken. Naast Zuid-Afrika kan namelijk alleen de karige half miljard ton van Zimbabwe nog als noemenswaardige voorraad gelden. Wat BP aanduidt als “de rest van Afrika” is slechts goed voor een miljard ton kolen in totaal, slechts 0.1 % van het wereldtotaal. Voor Afrika geldt dus dat de goedkoopste der fossiele brandstoffen ontoereikend voor handen is op het eigen continent. Kolen zullen geïmporteerd moeten worden om van enige betekenis voor de energiehuishouding te zijn.


Kolen139


Productie in miljoen ton olie equivalent


1998


2003


2008


2008 % van mondiaal

Zuid-Afrika

127.1

134.1

141.1

4.2

Zimbabwe

3.5

1.8

1.1

*

Overig Afrika

1.4

1.6

1.1

*

Totaal

132.0

137.5

143.4

4.3

Consumptie in miljoen ton olie equivalent




Algerije

0.5

0.8

0.7

*

Egypte

0.8

0.9

1.0

*

Zuid-Afrika

83.4

89.3

102.8

3.1

Overig Afrika

7.0

6.4

5.7

0.2

Totaal

91.6

97.4

110.3

3.3

*=minder dan 0.05 %
De spoedige elektrificatie van het Afrikaanse continent is ver weg als we moeten constateren dat het verbruik van de goedkoopste bron van energie in de afgelopen tien jaar is afgenomen. Slechts in Zuid-Afrika neemt de kolenconsumptie toe. Helaas heeft deze toename de vele grootschalige elektriciteitsstoringen van de afgelopen jaren niet kunnen verhinderen.140
D. Nucleaire energie en waterkracht

Zuid-Afrika is het enige Afrikaanse land dat nucleaire energie opwekt. Het is een geruststellende gedachte dat met het oog op non-proliferatie en de gewelddadige staat van dienst van sommige Afrikaanse landen, kernenergie alleen voor dat land beschikbaar is. Zuid-Afrika is met haar opwekking en consumptie van drie miljoen ton olie-equivalent op jaarbasis slechts goed voor een half procent van de mondiale elektriciteitsopwekking uit uranium.

De laatste relevante mogelijkheid om tot energieopwekking te komen, is waterkracht. Het is opvallend dat het Afrikaanse continent op een ‘reserve’ van waterkrachtenergie die nauwelijks wordt benut. Wetenschappers schrijven ongeveer de helft van de mondiale waterkrachtcapaciteit aan Afrika toe. Volgens het Zuid-Afrikaanse energieagentschap Southern African Power Pool141 is de hydrocapaciteit zelfs afdoende om het gehele continent van energie te voorzien. Dit terwijl het continent in 2008 slechts goed was voor 3.1 % van de totale productie van waterkrachtenergie. Hiervan was al een half procentpunt toe te kennen aan alleen de Nijldelta-projecten in Egypte.

De reden voor het samennemen van nucleaire energie en waterkracht is het feit dat ze iets belangrijks gemeen hebben: ze zijn beiden niet exporteerbaar over grote afstanden. Voor de overzeese energiejagers is er dus weinig te halen als het om deze twee energiebronnen gaat. De problemen aangaande Afrikaanse nucleaire energie zijn daarmee niet weggenomen, maar het is duidelijk dat vooral waterkracht Afrika kansen biedt.


Uit bovenstaande analyse blijkt dat Afrika over voldoende bronnen beschikt om energie uit op te wekken. Deze opwekkingscapaciteit blijft echter in grote mate onbenut.142 Dit is voor de armere Afrikaanse landen goed verklaarbaar. Het aanleggen en onderhouden van een elektriciteitsnetwerk is immers zeer kostbaar en dus voor Afrika in principe onbetaalbaar. De westerse landen die ontwikkelingshulp geven, zullen ook niet overgaan tot het aanleggen van een elektriciteitsnetwerk om de volgende twee redenen. Ten eerste is het een lange-termijninvestering met een hoog risicoprofiel en ten tweede is de aanleg te kostbaar om te betalen van enkel ontwikkelingsgelden.

Voor landen met een grotere inkomstenbron, zoals olie-exporterende landen, zijn de hoge kosten echter een onvoldoende verklaring voor de lage mate van elektrificatie. Waarom blijft elektrificatie hier uit? Een vraag die daarmee samenhangt is de vraag waarom Afrika er niet in slaagt meer olie te besteden aan de intracontinentale consumptie. Het antwoord op deze vragen vereist kennis over de corrumperende werking van het bezit van het zwarte goud.



De zwarte vloek
Inkomsten uit natuurlijke bronnen bevrijden een land lang niet altijd uit armoede. Sterker nog: de aanwezigheid van deze bronnen kan armoede in de hand werken. Nigeria is hiervan een duidelijk voorbeeld. Hoewel het land al jaren de grootste olieproducent van Afrika is, leeft nog steeds ongeveer 70 procent van de bevolking onder de armoedegrens. Als we de grote binnenkomende geldstromen bezien, is dit onvoorstelbaar. Zuiver economisch gezien, zou de olie het land een flinke welvaartsboost moeten geven. Waar gaat het mis?

Ten eerste heeft de geschiedenis bewezen dat het op de markt brengen van grote hoeveelheden natuurlijke grondstoffen kan leiden tot economische problemen. Een bekend voorbeeld hiervan is the Dutch Disease, naar de titel van een artikel in The Economist143. De Nederlandse gasexport maakte de gulden eind jaren zeventig duur, vanwege de grote stromen binnenkomende vreemd valuta. Door de harde gulden nam de export af, omdat die voor het buitenland duur was. Dientengevolge nam de Nederlandse werkloosheid toe en raakte de economie in het slop. Afrikaanse landen die grondstoffen exporteren kampen met een soortgelijk probleem.

Ten tweede werkt de export van grote hoeveelheden natuurlijke bronnen democratisering tegen. Wanneer overheden het merendeel van hun inkomsten uit externe bronnen betrekken, zoals inkomsten uit natuurlijke bronnen of buitenlandse hulp, dan zijn zij bevrijd van de noodzaak om belasting te heffen. En zonder belasting is er ook geen reden voor democratische vertegenwoordiging.144

Ten derde is er het probleem van het bezit van grond- en delfstoffen an sich. Wie een schat heeft, moet die bewaken, want niet zelden zal een andere partij zijn oog laten vallen op de voorraden. In Afrika betekent dit, zoals de geschiedenis heeft uitgewezen, een vergrote kans op burgeroorlogen. De gerenommeerde Britse econoom Paul Collier ontdekte, na analyse van 47 verschillende burgeroorlogen tussen 1965 en 1999, dat landen die een substantieel deel van hun inkomen uit de export van producten uit hun natuurlijke bronnen halen, een significant groter risico lopen in conflicten verwikkeld te raken.145

Ten vierde is er het probleem van een fluctuerende olieprijs. Fluctuaties in de olieprijs zijn funest voor de Afrikaanse olielanden, aangezien zij er voor het overgrote deel van hun BBP afhankelijk van zijn. Dit betekent dat de hoogte van het BBP afhankelijk is van de olieprijs. Zeker in tijden van economische crisis worden deze economieën dan ook buitenproportioneel hard getroffen.

Het is duidelijk dat het bezit van grondstoffen, zoals het zwarte goud, grote potentiële problemen met zich meebrengt. De bovenstaande problemen speelden allemaal aan de aanbodzijde. Er hebben zich echter ingrijpende veranderingen voorgedaan aan de vraagzijde van de oliemarkt. In de strijd om de gunst van de olie-exporterende landen, is de opkomst van China het belangrijkst. Het Chinese optreden kent namelijk zijn eigen wetten, die grote gevolgen hebben voor Afrika en voor de effectiviteit van onze hulp.


De Chinese belangstelling voor Afrika
Instituut Clingendael heeft in juli 2009 een uitvoerige studie gepubliceerd naar de Afrikaanse energieveiligheid, met speciale aandacht voor de Chinees-Afrikaanse verhoudingen.146 Het is slechts één recent voorbeeld uit een lange rij publicaties over dit onderwerp die sinds 2006 zijn verschenen, het jaar dat door de Chinezen was gedoopt tot het “Jaar van Afrika”. De Chinese preoccupatie met Afrika, die vanaf ongeveer 2000 sterk toenam, laat zich goed verklaren door de groeiende handelsbelangen in Afrika. Zo becijfert Clingendael het totaal aan Chinese handel met Afrika in 2007 op $73 miljard. In 1998 bedroeg dit nog slechts $4.8 miljard. Dit is een stijging van liefst 1421 procent.147

Deze toename is natuurlijk grotendeels toe te schrijven aan de sterk groeiende Chinese economie. Met een economie die, ondanks de kredietcrisis, zo snel in omvang toeneemt, spreekt het voor zich dat aanvoer van grondstoffen van onschatbaar belang is.

De Chinese energiehuishouding laat zich snel schetsen. China produceert ongeveer evenveel kolen als het op jaarbasis consumeert. Het land kan ook voorzien in de nationale gasbehoefte door contracten met Iran en met de Russen op Sachalin. Bovendien verbruikt China nog geen grote hoeveelheden gas. Hoewel de Chinese vraag de afgelopen tien jaar bijna is verviervoudigd, is deze nog steeds vrijwel gelijk aan die van Italië en slechts twee keer die van Nederland.

Minder fortuinlijk is China als het gaat om de voor het land beschikbare oliereserves. De binnenlandse productie is iets meer dan de helft van de jaarlijkse olieconsumptie. China kampt dus met een olietekort. Een bijkomend probleem is dat de internationale vraag naar olie het laatste decennium sterk is gestegen. China moet dus grote hoeveelheden olie zien te bemachtigen op een markt waar een steeds grotere olieschaarste heerst. China heeft verschillende opties om de externe olietoevoer veilig te stellen. Een van deze opties is het internationaal geïsoleerde Iran dat over grote olievoorraden beschikt. Iran is naarstig op zoek naar een afzetmarkt voor deze olie vanwege het westerse handelsembargo. China durft echter haar groeiende olieafhankelijkheid niet aan één, politiek instabiele staat op te hangen. Dus probeert zij de risico’s te spreiden; haar economische groei is immers grotendeels afhankelijk van een gegarandeerde olietoevoer.

De Chinese strategie van spreiding van risico’s, om zo een constantere aanvoer van olie te kunnen garanderen, is dus goed verklaarbaar. Hoewel China contracten af zou kunnen sluiten met het communistisch-gezinde regime van Hugo Chavez148 of andere OPEC-landen, heeft ze haar oog laten vallen op Afrika. Dit continent is China’s volgende kraan die haar dorst naar olie kan lessen

Ten opzichte van deze OPEC-landen kent Afrika twee grote voordelen voor oliezoekende partijen. In de eerste plaats zijn de olievelden in Afrika verdeeld over een groot aantal landen, die door China tegen elkaar uit kunnen worden gespeeld. In de tweede plaats is de interne politieke en economische situatie in die Afrikaanse landen instabiel. Zij zijn dus niet in staat de olievelden op eigen kracht te exploiteren en zijn daardoor afhankelijk van een partij als China.





1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   22


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina