Literatuurdossier Nederlands 2007



Dovnload 223.63 Kb.
Pagina3/7
Datum16.08.2016
Grootte223.63 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

Harry Mulisch - De ontdekking van de hemel


De Bezige Bij, Amsterdam (1992)

Titelverklaring:

Met wetenschap en techniek probeert de mensheid het mysterie van de hemel te ontrafelen. De gevolgen daarvan (met als dieptepunt de holocaust) zijn schrikbarend. God wil niets meer met zijn schepping te maken wil hebben en besluit het testimonium (de stenen tafel met de tien geboden) naar de hemel terug te halen. In zijn functie van sterrenkundige probeert Max Delius het heelal te bestuderen. De engel grijpt in om te voorkomen dat de hemel ontdekt wordt.



De auteur:

Harry Mulisch wordt op 29 juli 1927 geboren in Haarlem. Zijn vader komt uit Oostenrijk-Hongarije (nu Tsjechië) en zijn moeder komt uit Antwerpen. Zijn grootvader van moederszijde was bankdirecteur en zijn vader kon daar een betrekking krijgen. Thuis wordt Duits gesproken maar Harry krijgt een Nederlandse opvoeding. Zijn ouders scheiden in 1939, Harry blijft bij zijn vader en de huishoudster Frieda wonen. Dankzij de nieuwe betrekking van zijn vader blijven Harry en zijn moeder tijdens de oorlog uit handen van de Duitsers. Zijn moeder emigreert naar Amerika en zijn vader wordt na de oorlog gearresteerd, waarna hij drie jaar in een interneringskamp verblijft. Hij overlijdt in 1957. Harry Mulisch gaat in 1958 in Amsterdam wonen. Hij trouwt in 1971 en krijgt twee dochters, Anna en Frieda.

Mulisch debuteert in 1947 met een kort verhaal in ‘Elsevier’. Vanaf 1949 wijdt hij zich geheel aan de ‘schrijverij’. In 1952 komt de roman Archibald Strohalm uit, die met de Reina Prinsen Geerlingsprijs wordt bekroond. Vanaf 1958 is hij redacteur van het tijdschrift ‘Podium’, in 1962 richt hij ‘Randstad’ op en sinds 1965 is hij redacteur van ‘De Gids’. In totaal heeft hij meer dan 50 publicaties gedaan, waaronder romans, autobiografieën, toneelstukken, poëziebundels en studies. Vaak maakt hij gebruik van mythische en magische elementen. Ook houdt hij zich bezig met ‘het raadsel van de tijd’.

Andere werken:

Proza: De versierde mens (1957); Het stenen bruidsbed (1959); Voer voor psychologen (1961); De verteller vertelt (1971); De aanslag (1982); De elementen (1988); De ontdekking van de hemel (1992); Bij gelegenheid (1995) en Vijf fabels (1995). Poëzie: Woorden, woorden, woorden (1973); De taal is een ei (1979). Studies: Soep lepelen met een vork (1975); Mijn getijdenboek (1975). Toneel: De knop, gevolgd door Stan Laurel en Oliver Hardy (1960); Odipous Odipous (1972).

Onderscheidingen:

De Bijenkorf literatuurprijs in 1957, voor Het zwarte licht; in 1957 de Anne Frankprijs; in 1977 de Constantijn Huygensprijs; in 1978 de P.C. Hooftprijs; in 1993 de Multatuliprijs en in 1995 de Prijs der Nederlandse letteren. Op zijn 50e verjaardag wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.



Genre:

De ontdekking van de hemel wordt een totaalroman genoemd. Het boek bevat elementen van:

-                     de psychologische roman

-                     de filosofische roman (de personages filosoferen over o.a. politiek en de schepping van de aarde)

-                     de  historische roman (belangrijke maatschappelijke en politieke gebeurtenissen spelen een grote rol in het verhaal en worden uitvoerig beschreven)

-                     de ontwikkelingsroman

-                     de avonturenroman



Samenvatting:

Eerste deel: het begin van het begin


Een engel vertelt aan een andere engel, hoger in rang, hoe hij in opdracht van de Chef het testimonium terug heeft gehaald naar de hemel. Uit de voorgeschiedenis blijkt dat het hele proces behoorlijk ingewikkeld is geweest. Er moest een persoon geboren worden die beantwoordde aan het vereiste DNA-profiel. De eerste stap was het toepassen van de Eerste Wereldoorlog voor een ontmoeting tussen de Oostenrijker Wolfgang Delius en de Vlaamse Eva Weiß. Hun tweede zoon, Max, fungeerde later als vader. De aanstaande moeder van de gezochte persoon was niet moeilijk te creëren. Ze werd geboren uit het huwelijk van Oswald Brons en Sophia Haken, die elkaar, door een manipulatie vanuit de hemel, ontmoeten. De engel begint met het vertellen van de gebeurtenissen op maandag 13 februari 1967.

Die avond zorgt de engel om precies twaalf uur ’s nachts voor een kortsluiting. De minister van staat, Hendrikus Quist, viert juist die avond zijn 75e verjaardag. De jongste zoon, Onno, jaagt met zijn kwetsende opmerkingen iedereen tegen zichzelf in het harnas. Tevreden loopt hij richting Amsterdam in de hoop dat hij nog een lift krijgt. Op het moment dat Onno zijn ouderlijk huis verlaat, beleeft Max Delius een seksueel avontuur met een vrouw die hij enkele uren tevoren op een studentfeest ontmoette. Als hij vanuit Den Haag naar huis terugkeert, ziet hij Onno op een kruispunt staan. Hij stopt en biedt hem een lift aan. Onderweg stellen de mannen zich aan elkaar voor. Onno vertelt dat hij de Etruskische taal begrijpelijk heeft gemaakt en daarvoor in Uppsala een eredoctoraat heeft gekregen. Zijn vader is minister-president geweest. Onno heeft rechten gestudeerd, maar voelt zich zeer aangetrokken tot de taalkunde. Max is astronoom. Zijn vader was oorlogsmisdadiger. Hij liet zelfs zijn joodse vrouw, Max’ moeder, naar Auschwitz transporteren. De mannen ontdekken dat ze op dezelfde dag verwekt zijn.

In de tijd die daarna volgt trekken ze veel met elkaar op. Ze zijn onafscheidelijk. Hun filosofische gesprekken gaan o.a. over religie, literatuur en politiek. De vriendschap gaat zelfs zo ver dat Helga, Onno’s vriendin, de verkering uitmaakt. Enkele maanden later betreden de twee vrienden een tweedehands boekwinkel. Max raakt plotseling betoverd door cellomuziek. De celliste blijkt de dochter te zijn van de boekhandelaar. Ze heet Ada Brons. In een nabijgelegen café praten ze, in gezelschap van Onno, verder. ’s Middags neemt Max Ada mee naar de sterrenwacht, waar hij werkt. Na een rondleiding gaat ze met hem mee naar huis. Diezelfde avond blijft ze bij hem slapen. In de weken die volgen, ontmoeten zij elkaar dagelijks. In de weekeinden verblijft Ada bij Max in Amsterdam. Het stel voelt zich sterk met elkaar verbonden. Max overweegt Ada zelfs mee te nemen als hij over een paar jaar wordt overgeplaatst naar Westerbork.

Ada wordt uitgenodigd om met haar voormalige partner Bruno op de politiek-sociale manifestatie te komen spelen. Onno, die zich steeds meer met politiek bezig houdt, gaat met Max mee naar de manifestatie. Diverse binnen- en buitenlandse sprekers, waaronder de Duitsers Rudi Dutschke, komen op deze dag het woord. Na het optreden van Ada en Bruno ontstaat er een discussie, geleid door Onno. De discussie ontaardt echter in een chaos. Later die avond worden Ada en Bruno uitgenodigd door enkele Cubanen om eens in hun vaderland te komen spelen. Ada is moe en wil naar huis. Ze gaat alleen, want Max en Onno willen nog wat blijven drinken. Max weet eigenlijk helemaal niet hoe zijn vader er uit ziet. Ze besluiten de volgende dag op onderzoek te gaan bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

Juist op het moment dat Onno bij Max aanbelt, liggen Max en Ada in bed te vrijen. Max breekt de vrijpartij abrupt af om met zijn vriend mee te gaan. Ada blijft beduusd achter, twijfelend aan haar gevoelens voor Max. Ze besluit bij hem weg te gaan. Onno en Max boeken intussen weinig succes in het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Ze kunnen maar één foto vinden van Max’ vader, maar deze is van grote afstand genomen. Bij thuiskomst ontdekt Max Ada’s afscheidsbrief. Hij accepteert haar vertrek onmiddellijk.

Max blijft denken aan zijn vader. Hij wil meer over hem weten en daarom reist Max in zijn zomervakantie naar Polen, de geboortestreek van zijn vader. Onderweg brengt hij een bezoek aan Auschwitz-Birkenau. Hij raakt er diep van onder de indruk. Hij beseft dat er geen hemel is, alleen een hel. Ada neemt in deze periode contact op met Onno. Ze wil weten waar Max is. Onno vertelt haar dat Max ergens in Polen, Tsjecho-Slowakije of Hongarije zit. Ze praten verder in café Keyzer. Max blijkt Ada nooit iets verteld te hebben over zijn ouders. Onno vraagt Ada of ze weer terug wil naar Max, maar Ada weigert. Onno vertelt over zijn politieke carrière bij de nieuwe sociaal-democratische partij ‘Nieuw Links’. Als ze het café verlaten gaat Ada met Onno mee naar huis. Daar aangekomen beseft Onno dat hij verliefd is op Ada. Ada schrikt van de wanorde in Onno’s huis. Ze stuurt hem een paar uur de stad in, zodat ze in alle rust zijn rotzooi op kan ruimen.

Max keert weer terug uit Polen. De gebeurtenissen hebben op hem zo’n indruk gemaakt, dat hij geen oor heeft voor Onno’s politieke carrière. Ook de relatie tussen Onno en Ada doet hem niets. Hij feliciteert zijn vriend; hij had het niet beter kunnen treffen met Ada. Enkele weken later ziet Max Ada weer voor het eerst. Hij bezoekt de uitvoering van het Concertgebouworkest, waar Ada een aanstelling heeft gekregen. Ze praten slechts kort met elkaar. Korte tijd later trekt Ada bij Onno in en stelt Ada hem voor aan haar ouders. Onno belooft Oswald Brons dat hij goed voor Ana zal zorgen.

Ada en Bruno ontvangen een uitnodiging uit Cuba om op het tiendaagse kamermuziekfestival in Havana te komen spelen. Max stelt voor om samen met Onno mee te gaan. Drie weken na het aanvragen van het visum, vertrekken ze naar Cuba. Bij aankomst worden Max en Onno per abuis aangezien voor Nederlandse delegatieleden, deelnemend aan een cultureel congres in Havana. Om de verwarring niet nog groter te maken, laten ze het daar maar bij. Ze worden ontvangen in hotel Habana Libre. De kamers zijn al geregeld voor de ‘gasten van de revolutie’. Het tweetal besluit zich in te schrijven voor het congres. Het blijkt echter te gaan om een revolutionair congres, waarbij het communisme hoog in het vaandel staat. Na de officiële opening van het congres wandelen Onno en Max naar buiten. Plotseling ziet Onno een bekende. Het is Bart Bork, een Nederlander met extreem-linkse ideeën, die zwart geld staat te wisselen. Onno, die nog een rekening met Bart te vereffenen heeft, grijpt in en laat Bart Bork verbijsterd achter.

Na enkele dagen begint Max zich af te vragen wat hij nog in Cuba doet. Hij verveelt zich en de discussies bij het congres kunnen hem niet boeien. Met tegenzin bezoekt hij Ada’s optreden. Hij knapt weer op na het drinken van een aantal daiquiri’s. De volgende dag vertrekt Ada weer naar Nederland. Max en Onno blijven nog enkele dagen, omdat het congres nog niet afgelopen is. Op de laatste dag van haar verblijf spreekt Ada af met Onno. Ze zullen elkaar ontmoeten bij het strand. Terwijl Onno op Ada wacht, gaat er een onbekende Cubaanse op de barkruk naast Onno zitten. Onno knikt haar vriendelijk toe. Als hij na enige tijd wegloopt om te kijken waar Ada blijft, loopt ze hem achterna. Ze stelt zich voor als María en nodigt Onno uit om met haar mee te gaan. Onno verbaast zichzelf erover, dat hij haar uitnodiging direct aanneemt. Bij María’s huis aangekomen, belt Onno naar Ada. Hij vertelt haar dat hij in de kerk is. Nadat hij de telefoon opgehangen heeft, gaat Onno met María naar bed. Ada spreekt die avond af met Max. Ze brengen een bezoek aan de Sierra Maestra en maken een wandeling op het strand. Max belt naar het hotel en krijgt Onno, die zich belabberd voelt, aan de telefoon. Onno smeekt Max niks aan Ada te vertellen. Max keert weer terug naar het strand, waar hij Ada weer ziet. De ontmoeting eindigt in een vrijpartij, die volgens Max nog afgemaakt moest worden.

Op dit moment grijpt de engel in. Hij stuurt de afgezant, Vonk geheten, naar de aarde. Vonk moet, als nakomeling van Ada en Max, het testimonium terughalen naar de hemel.




1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina