Literatuurproject b havo



Dovnload 67.91 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte67.91 Kb.

Literatuurproject B Havo



Opdracht 1


1. Ridders

2. Kloosters met geleerden die schrijven

3. Grote kastelen
Als ik aan de Middeleeuwen denk, dan zie ik ridders voor me, samen strijdend om het een of het ander. Grote kastelen, gracht eromheen, draakje in de plomp, etc…. Natuurlijk ook grote kloosters met geleerden die schrijven erin. De bijbel lezend en schrijvend (ze hadden toen nog niet van copyright gehoord). Dat is wat ik zie als ik aan de middeleeuwen denk.

Voorgeschiedenis (tot circa 1100)

Korte samenvatting:

Tijdsbeeld
Prehistorie (50 v.Chr.) Het primitieve leven in Europa. De stammen die in Nederland, België en Duitsland leefde werden de Germanen genoemd. Dit begon ongeveer 500 jaar voor Christus.
De Germanen Bewoners van Nederland, België en Duitsland. Leefden in groepen waar een hechte band was tussen de groepsleden. Een God was een soort bondgenoot van een Germaan, er werden dan ook offers gebracht.

De Kelten Bewoners van Ierland tot en met Spanje en richting Klein Azië. De Kelten waren ook erg gelovig, zelfs een boom was een God. Hun offers bestond uit oorlogstuig en wapens.

Oude geschiedenis Begon in 50 v. Chr. tot en met 500 na Christus. In deze tijd bloeide het Romeinse Rijk.
Vroege middeleeuwen Van 500 tot 1100 na Christus. Het Romeinse Rijk werd aangevallen door Noord Europese volksstammen, waaronder Saksen, Franken en Friezen. West Europa ontwikkelde tot een agrarische samenleving.

Kunst In Europa is de kunst begonnen met grotschilderingen, deze kunst werd later beïnvloed door de Romeinen en het geloof. Pas in de 9e eeuw kwam de letterkunst met een soort standaard, Karolingische minuskel.

Mondelinge literatuur Gebed, lied of imitatiespel waren bij de Germanen en Kelten een belangrijk deel van de offerrituelen. Ook verhalen die telkens werden doorverteld behoren hiertoe.

Germaanse literatuur Hiervan is niet veel overgebleven, wat we wel weten is dat het in dichtvorm alliteratie werd opgeschreven.

Keltische literatuur Beowulf is een overgebleven verhaal over een mens die erg sterk is en de strijd aangaat met monsters. Dit verhaal is opgeschreven in een grootgedicht van 3000 regels.

Grieks-Romeinse Rond 800 v. Chr. zijn door de Griek Homerus verhalen opgeschreven over Odyssee en Ilias.

Vroegmiddeleeuwse In deze tijd werden er in kloosters grote bibliotheken aangemaakt met veel boeken over wetenschap, deze boeken zijn in het Latijn handgeschreven. Onder andere werd de Bijbel ook steeds herschreven.

Opdracht 2


a. Bijna niemand kon lezen of schrijven, alleen priesters en geleerden. Er was dus weinig kans dat er iets werd opgeschreven omdat de mensen die het wel konden alleen interesse hadden in andere dingen.

b. Omdat rijm een makkelijke vorm van lezen was en omdat veel teksten gezongen werden. Ook konden ze zo beter worden onthouden.

c. Sommige verhalen werden veranderd omdat ze gewoon oud waren en vernieuwd moesten worden omdat veel dingen niet meer klopten met de tijd.


De Late Middeleeuwen

Korte samenvatting:


Tijdsbeeld Vergeleken met de vroege middeleeuwen (500-1100) waren de late Middeleeuwen een rustige periode waarin de ambachten en de handel een bloei doormaakte.

De mensen in de middeleeuwen werden niet oud (30-35 jaar), ook waren er nog vele ziekten en epidemieën waaraan veel mensen stierven.

Kunst In de middeleeuwen was kunst een gemeenschapskunst. De makers vonden het niet belangrijk om hun naam te vermelden.

De kunst in de late middeleeuwen werd erg beïnvloed door de christelijke godsdienst. In de kloosters werden de handgeschreven boeken versierd.

Bouwkunst In de 11e en 12e eeuw ontwikkelde een Romaanse bouwstijl zich met kenmerken als: horizontale lijnen, kleine vensters met ronde bogen.

In de 13e eeuw kwam de Gotische bouwkunst op gang met als kenmerken: een verticale bouwstijl (driemaal hoger als de breedte), grote binnenruimten, zeer grote spits toelopende gebrandschilderde ramen.

Muziek Naast de godsdienstige liederen bestonden er ook volksliederen van heidense oorsprong (Kelten en Germanen). Deze eenvoudige teksten werden mondeling overgegeven.

Daarnaast waren er ook kunstliederen in opkomst, deze liederen bevatten zowel tekst als melodie.

Literatuur De schrijvers uit de middeleeuwen keken heel anders tegen de wereld aan als wij nu doen, ze konden niet openlijk hun kritiek uiten. Want daar stond vaak de doodstraf op. De schrijvers verstopte hun kritiek in fabels en sprookjes .

Omdat boeken met de hand werden geschreven waren ze erg kostbaar en waren er niet zo veel. Dit veranderde later toen de boekdrukkunst in 1450 op gang kwam.



Opdracht 3

Omdat de mensen geen vervoermiddelen hadden konden ze niet zomaar even naar een andere nederzetting gaan, hierdoor bleef het dialect in een kleine kringen voortbestaan. Nu de mensen wel makkelijk naar andere plaatsen kunnen is er ook een algemene taal.



Opdracht 4

De bewaarder van de boeken


De bibliothecaresse ziet erop toe, dat zij alle boeken van het klooster zal bewaren, die niet bij de boeken van God horen. En moet ook noteren wie de boeken gebruikt. Ook moet zij ieder boek twee of drie keer per jaar open leggen en zal snel kijken of ze bederven. Ze moet op een lijst noteren welke boeken ze in haar bezit heeft. De bewaarder van de boeken toezien op het uitlenen van boeken, dit moet hij noteren. Hij moet de naam, datum, hoelang en welk boek werd uitgeleend. Niemand zal boeken uitlenen zonder toestemming van de Pater. Ook worden er geen boeken uitgeleend zonder toestemming van de rector. Er worden geen boeken uitgeleend aan onbekende.Als de bewaarder niet aanwezig is, dan moet je aan de oudste vragen of hij toestemming geeft. Wij proberen de boeken met de grootste zorgvuldigheid te bewaren, zodat ze niet vies worden of kapot gaan.

Opdracht 5

a.


wide

weide




zidenen

zijdene

gelike

gelijke




ziden

zijden

siin

zijn




si

zij

hi

hij




gi

gij

wonde

moet




doe

droge

doet

liggen




die

canten

lopen

roden




wacht

bloeden

steken

wit




wel

stect

diepe

splinter




niet

dickere

bodem

benen




geroepen

vint

b.


sniden

snijden

datter

dat er

eer

eer (hetzelfde dus)

c.
Geachte Heer J. Ypermans

Ter aanvulling aan uw tekst over de behandeling van een verwonding van een zwaard. U kunt beter eerst de wond schoonmaken met alcohol en daarna met nylon draad de wond dicht hechten. Als dit niet mogelijk is houd dan de wond dicht met uw handen en brand de wond dicht met verhit metaal.

Opdracht 6

Bruine saus voor op de Karper

Neem een schone Karper en kook hem gaar. Haal hem van het vuur en laat hem in zijn vet staan. Doe wat peperkoek in een andere pan, dat moet u wat vet van de ketel afscheppen met een lepel. U moet dan de koek in stukken wrijven met dezelfde lepel, in elk geval zo klein mogelijke stukjes. Meng dan het geheel met wat azijn en wijn. Zet de pan dan weer op het vuur en laat het een beetje sudderen. Voeg dan wat gember, kaneel, suiker, zout en rozijnen toe en giet het over de karper.

Opdracht 7

Bestiarium (Lat.), verzameling van moraliserende dierengeschiedenissen, die de kenmerken van een leerboek over natuurlijke historie en de fabels van Aesopus combineren. Bestiaria waren in de middeleeuwen zeer populair, met name de Physiologus.


Aesopus (Gr.: Aisoopos) (wrschl. 6e eeuw v.C.), Grieks fabeldichter, gold bij de Grieken als de schepper van de fabel. Volgens de legende zou hij, uit Phrygië afkomstig, op Samos slaaf zijn geweest. Hij zou gebocheld geweest zijn, na zijn vrijlating rondreizend met zijn vertelkunst zijn brood hebben verdiend en ten slotte in Delphi onschuldig gedood zijn. De in proza geschreven fabels op zijn naam zijn niet in de oorspronkelijke vorm bewaard gebleven. De oudste bekende collectie wordt toegeschreven aan Demetrius van Phaleron (ca. 300 v.C.). Babrius heeft ze later in verzen omgezet (in het Latijn vertaald door Avianus); vooral door toedoen van de bewerkingen van Phaedrus raakten ze over heel Europa verspreid. Vanaf de 12e eeuw ontstonden bewerkingen in de volkstaal. Ook de grote fabeldichter Jean de La Fontaine ontleende veel stof aan Aesopus.
VERT.: d. B. van Bilsen, Aesopus’ fabels, keuze uit zijn werk (z.j.).

Physiologus, in de vroege middeleeuwen een populair-theologisch allegorisch werk in het Latijn, waarin werkelijke en toegeschreven eigenschappen van dieren (ook fabeldieren) typologisch toegepast worden op Christus, de duivel, de kerk, enz. Het werk heeft grote invloed gehad op verscheidene genres van de middeleeuwse literatuur en beeldende kunst.


Ik heb de informatie van de Encarta 99 editie.

(een voorbeeld van een Bestiarium in de bijlage geschreven door La Fontaine)



Opdracht 8

Maerlant, Jacob van (tussen 1221 en 1235–ca. 1300), Vlaams dichter, schreef aanvankelijk ridderromans (Alexanders geesten, Historie van den grale, Merlijns boeck en Istory van Troyen). Geleidelijk ging hij over op behandeling van wetenschappelijke en stichtelijke stof. Der naturen bloeme, naar De natura rerum van Thomas van Cantimpré, vat alles samen wat in die tijd omtrent de natuur bekend was. In zijn Scholastica (de zgn. Rijmbijbel) verhaalde hij de gewijde geschiedenis. De niet-gewijde geschiedenis behandelde hij in de Spieghel historiael, waarvoor hij als bron het Speculum historiale van Vincentius van Beauvais gebruikte. De hagiografie beoefende hij met o.a. een Leven van S. Franciscus. In zijn  strofische gedichten (Wapene Martijn, ca. 1266; Der Kerken claghe; Van den lande van overzee, ca. 1291) toont Van Maerlant zich een dichter van formaat.


Rijmbijbel, benaming voor middeleeuwse vertalingen van de Latijnse bijbeltekst in versvorm en op rijm. De oudste (slechts gedeeltelijk bewaard gebleven) rijmbijbel dateert van ca. 1120, is afkomstig uit Zuid-Duitsland (auteur onbekend) en heeft als voorbeeld gediend voor verscheidene andere Duitse rijmbijbels. Het genre is ook in Frankrijk tot ontwikkeling gekomen en bloeide vooral in de 15de eeuw. Een bekende rijmbijbel in de Nederlanden is die van Jacob van Maerlant, een bewerking van Petrus Comestors Historia scholastica (1271).
Ook nu heb ik de informatie van Encarta 99 editie.

Opdracht 9

De Watermonsters Die bestaan niet, tegenwoordig hebben ze een naam en worden ze niet meer als monster beschouwd.

Kruipende dieren Wat zijn kruipende dieren? Slangen zijn toch ook kruipende dieren, het begrip ‘kruipende dieren’ kan van alles zijn, dus die zul je tegenwoordig wel tegenkomen.

Wie zich ....... verstrooide verhalen Tegenwoordig staat er in een natuurboek geen recepten meer, ook geen fraaie woorden en zeker geen verstrooide verhalen.

Heilige maagd Maria om inspiratie Tegenwoordig zoeken ze het op een wetenschappelijke basis.

Opdracht 10

Omdat schrijvers van verhalen vaak een andere mening hadden dan de machthebbers in die streek. Het was dan ook gevaarlijk je eigen mening te geven. Daarom verstopte schrijvers hun mening in sprookjes en fabels, waarin de namen van de personen (die namen konden ze beter niet gebruiken in de verhalen). De schrijvers veranderde die namen dan in dieren die niet bestonden. Zo ontstonden er dus vreemde dieren.



Opdracht 11


a. Hij zal zeggen dat hij die informatie heeft van Albertus Magnus en dat dat de grootste is van alle geleerden en die maakt nooit fouten en altijd de waarheid spreekt.

b. Ik denk dat de meeste mensen het wel geloofden omdat ze er zelf toch niets van af wisten. Ze moesten het wel geloven want ze hadden geen keus.

Korte samenvatting:
Proza Een van de oudste verhaalvormen die met de hand geschreven zijn, zijn ridderromans zoals Karelromans en Arthurromans. Deze verhalen die hardop werden voorgelezen waren in rijmvorm geschreven zodat ze makkelijk uit het hoofd te leren waren.

Karelromans In deze verhalen stond de ridder Karel de Grote centraal. De

verhalen werden als waar gebeurd gepresenteerd, maar in de verhalen waren oude volksliederen en sprookjesmotieven verwerkt. Persoonlijke moed, lichaamskracht en het recht van de sterkste waren telkens terugkerende verhaalgegevens.

Arthurromans In deze romans wordt het hofleven van de 12e eeuw geschetst. De ridder valt ook draken en vijanden aan, maar is ook hulpvaardig voor de zwakken en kameraden. Deze roman blijkt met geen enkele punten aan de waarheid te zijn verbonden. In de verhalen is koning Arthur de ideale vorst en zijn hof met de ridders van de ronde tafel vormt het de ideale wereld.

Poëzie De poëzie is ontstaan in Frankrijk, met een minnelied, dat zich heel snel verspreide in de Provence. Jaren lang zongen troubadours voor de rijke met normale liederen. Later begonnen troubadours met poëzie.

Toneel Toneel is een mengeling van religieuze spelen, hoofse toneelstukken en kluchten. Vooral de Romeinse komedies werden op den duur vrijmoedig dat toneel door de kerkelijke overheid werd verboden. Volgens de kerk kon toneel alleen leiden tot onzedelijkheid en bederf. Later kwam de kerk ermee om toneel tijdens de eredienst te laten zien. Want ze wilden de eredienst verrijken met spelvormen.



Opdracht 12


Karel ende Elegast, Middel-Nederlands dichtwerk uit eind 12de eeuw. Het verhaalt hoe Karel de Grote, samen met Elegast, moet gaan stelen om achter een samenzwering tegen zijn leven te komen.
Doel van dit verhaal: Trouw en ontrouw.

Goed en Kwaad: De oneerlijkheid van de leenheer tegen over de leenman.

Positie van de vrouw: Edele vrouwen werden onbeschoft en ruw behandeld.

De winnaar: Karel en Elegast.

Karel ende Elegast: Twee vrienden de gaan stelen voor de armen.


Opdracht 13


Mijn Bestiarium
De Eilandvis

Niet ver hier vandaan leeft in de grote zee een eilandvis. Het lijkt van boven op een normaal eiland maar het is een zeer grote vis die gewoon kan gaan zwemmen. Op zijn rug staan een aantal bomen en is er wat drinkwater aanwezig. Volgens Sint Brandaan. Hij was de eerste mens die daar toen is geweest omdat hij op een lange reis was. Toen Brandaans mannen ‘s- avonds een vuurtje wilde maken werd de vis woest en gooide iedereen er af. De eilandvis is eigenlijk een levensredder want als er een schip in problemen is gaat hij er naar toe om de opvarende te helpen, ander verdrinken deze mensen. Maar als een vuurtje op de rug word gestoken vind de vis dat niet leuk. Een keer was er een groot schip dat op een rotsvis was gelopen, de eilandvis moest toen gaan helpen maar de rotsvis (een grote tegenstander van de eilandvis die juist mensen in de problemen wil brengen) hield hem tegen. Na een hevig gevecht won de eilandvis en kon hij nog net tientallen opvarende redden.


Opdracht 14

Ik persoonlijk denk dat de reis niet heeft plaats gevonden. Volgens mij heeft Brandaan wel bestaan maar heeft hij heeft van het boek een denkbeeldig verslag gemaakt omdat hij graag wilde zien hoe die wonderen gebeurd zouden zijn. Door middel van dagdromen heeft hij dat verslag gemaakt.


Opdracht 15

Ik denk dat ze de verhalen wel geloofden anders gingen ze Brandaan niet volgen. Meestal werden de verhalen geschreven door monniken en die logen niet volgens de gewone mens, dus ze moesten het wel geloven.




De Renaissance (1500-1700)

Tijdsbeeld Het woord renaissance betekend wedergeboorte, men wilde dan ook de Griekse en Romeinse cultuur opnieuw tot leven brengen. In de renaissance kwam ook de moderne mens tot leven, deze werd ook wel de humanist genoemd. Deze mens ging optimistisch opzoek naar zijn eigen waarde. Ook het beeld van de ideale mens ontstond, de uomo universale.

Kunst De kunst in de renaissance had veel meer een individueler

karakter dan in de middeleeuwen. De grote kunstenaars zoals Leonardo da Vinci en Michelangelo gaven de toon aan.

Beeldende kunst Veel uit marmer gemaakte kunst beelden werden door groot kunstenaars gemaakt, de nadruk lag op de anatomie. Ook in de schilderkunst werd de mens centraal gesteld en ze werden levensecht uitgebeeld.

Bouwkunst De barok ontstond in de 17e eeuw, heersers wilde macht illustreren met uiterlijk vertoon. Zo ontstonden gebouwen met zeer veel detailes en krullen.

Muziek Ook ontstond er in de barok tijd een aparte soort muziek dat lijkt op klassiek. In Frankrijk werd ballet opgevoerd en zuidelijk Europa ontstond Opera.

Literatuur In de renaissance werd nog steeds de schrijfstijl van de Grieken en Romeinen overgenomen.

Proza Het schrijven van een verhaal werd tot het verleden beschouwd, een tekst moest bestaan uit poëzie en toneel. De ridders waren totaal uitgestorven, maar een nieuwe generatie moest de ridders vervangen. De reisverhalen van handelaren en ontdekkingsreizigers waren de opvolgers.

Poëzie Overgenomen uit de 14e eeuw van met name de dichter Petrarca die een liefdesgevoel ontwikkelde in poëzie. Ook werden gelegenheid dichters ingezet om bij speciale gebeurtenissen daarvoor een passend gedicht te schrijven.

Toneel Het toneel verhuisde van de straat naar de schouwburg. De schrijvers maakte speciale stukken voor gegoede burger.

Opdracht 16


1. H en I staan beide in de houding om elkaar op de vuist te nemen. In de juiste houding staande ( als dat niet het geval was) zodat de een de ander een schop kan geven zodat diegene die geschopt is zou moeten vallen.

2. H slaat I neer, maar I bukt zodanig dat H, door zijn slag, zichzelf uit balans slaat. I pakt dan de voet van H om hem te laten vallen.


3. Als H voelt dat hij gaat vallen, dan stoot hij met zijn knie tegen I zijn billen

waardoor I ook valt. In deze val grijpt H naar het linker been van I maar kan daar niet bij komen.


4. H en I zijn beide weer opgestaan en staan gereed elkaar op de vuist te nemen. Zo slaat H eerst naar I, die dan de slaande arm van H grijpt en achter zijn schouder langs pak I met zijn rechter hand. Met zijn linker hand pakt I het rechter been van H en laat hem vallen.
5. I laat H vallen en houd zijn arm vast, die hij het eerst had gepakt en draait hem iets om, dan pakt hij met zijn linker hand de linker schouder van H. Daarna duwt hij zijn linker knie tegen de lenden van H en buigt hem achterover waardoor H zeker zal vallen.

Opdracht 17


In de winter worden de Olifanten drachtig en zijn dan dol en razend en niet meer te houden, daarom worden ze dan buiten de stad aan bomen gebonden met dikke ijzeren kettingen aan hun benen. Ze worden daar gevoed en verblijven onder de blauwe hemel zolang de dolligheid duurt, dit kan van april tot september zijn.

Ooit kwam er eens een half dolle olifant de markt op lopen en zag daar een dame die groente verkocht. Toen ze zag dat de olifant haar kant op kwam maakte ze dat ze weg kwam. De verkoopster rende een huis in, maar was zo geschrokken dat ze haar kind was vergeten die nog in een mand op de markt lag. De vrouw was gewend dat deze olifant af en toe op de markt kwam en dan wat groente naar hem toe gooide. Hij gooide alles omver wat hij tegenkwam totdat hij het kind zag, terwijl hij nog in zijn dolligheid was, en herkende hij de moeder van het kind en haar daden. Hij pakte met zijn slurf het kind van grond en legde het voorzichtig op een luifel neer zonder het kind pijn te doen, daarna ging hij verder met zijn razernij.



Opdracht 18


a. Het woord olifant is verschillend.

Olifanten worden anders gevangen.

Het is onzin dat olifanten buigen en wijn drinken.
b. Het is een groot en sterk dier. Slurf voor het pakken van voedsel.
c. De olifant is een groot grijs zoogdier, dat van nature alleen in Afika en Azië voorkomt. Een olifant heeft een slurf in plaats van een neus, waarmee hij voedsel en water naar binnen lepelt. Ook heeft hij twee grote slagtanden aan zijn hoofd, die, afhankelijk van soort, leeftijd en geslacht, ongeveer 75cm lang worden. Een wijfjesolifant is ± 18 mnd drachtig, waarna meestal slechts 1 kalf geboren wordt. Het kalf zoogt nog een poosje bij zijn moeder, maar gaat relatief snel over op vast voedsel. Binnen de olifantengroep bestaat een strenge rangorde. Kalfjes worden soms ook, al dan niet tijdelijk, ‘overgenomen’ door zussen of zelfs tantes van de moeder.
d. Hun ‘kennis’ was gebaseerd op vermoedens en oude verhalen. Onze kennis is gebaseerd op feiten.
e. Olifanten, de familie Elephantidae van de orde van de Olifantachtigen, omvattend slechts twee recente soorten, de Indische olifant (Elephas maximus) en de Afrikaanse olifant (Loxodonta africana). Tot deze familie behoort ook de vrij recent uitgestorven mammoet.

De Olifanten zijn de zwaarste en grootst bekende recente landdieren. De dieren staan op vier zuilvormige poten, waarvan opperarm en dijbeen niet opgenomen zijn in de romp. De tenen steunen op een kussen van bindweefsel (wat maakt dat olifanten zich vrijwel onhoorbaar kunnen voortbewegen) en zijn aan de uiteinden voorzien van hoeven. De grote kop is gekenmerkt door de multifunctionele slurf, bestaand uit uitgegroeide neus en bovenlip, en de slagtanden of stoottanden. De slurf wordt gebruikt als grijporgaan bij het voedsel zoeken, als pomp en slang om water op te nemen, dat in de bek gespoten wordt, voor tast en reuk, en als orgaan in het sociale verkeer, o.a. voor liefkozing en tuchtiging. De zware schedel heeft luchtholten en een eigenaardig gebit. De slag- of stoottanden zijn doorgroeiende en wortelloze snijtanden in de bovenkaak, die als werktuig worden gebruikt; deze bestaan geheel uit het zo begeerde ivoor omdat de oppervlakkige emaillelaag snel afslijt. Verder kent het gebit slechts vier functionele kiezen, in elke kaakhelft één. Deze complex gebouwde kiezen bestaan uit verticale platen van tandbeen (ivoor), bedekt met emaille en onderling verbonden door cement. De kiezen slijten af door het harde plantenvoedsel en worden vervangen door de er onder uitgroeiende volgende generatie kiezen; dat gebeurt vijf- of zesmaal, waarna de dan nog levende olifant de hongerdood moet sterven. Dat stelt een duidelijke limiet aan de levensduur; men neemt aan dat een olifant hooguit ca. 70 jaar oud kan worden. De grote oren spelen een rol in het sociale verkeer en bij de temperatuurregeling (de [goed doorbloede] oren zijn nl. het grootst bij de Afrikaanse savanne-olifant, die het meest aan de zon is blootgesteld, kleiner bij de Afrikaanse bosolifant [bosbewoner] en het kleinst bij de Indische olifant, die de meest uitgesproken bosbewoner is). De dikke, maar hier en daar toch zeer gevoelige huid is grijs van kleur en spaarzaam behaard met hard en stug haar; jonge olifanten kunnen redelijk behaard zijn, maar dit verdwijnt met het opgroeien. Aan de staart vindt men een platte kwast met bijzonder harde borstels. Olifanten zijn intelligente dieren met een slecht gezichtsvermogen, maar met goed ontwikkelde reuk, smaak, tastzin en gehoor.

Het voedsel is louter plantaardig en bestaat uit schors, takken, vruchten en gras, terwijl soms aarde wordt opgenomen omwille van de daarin tegenwoordige mineralen. Olifanten hebben grote behoefte aan drink- en badwater en zijn bereid dagelijks lange tochten te ondernemen om open water te bereiken; in droogtesituaties graven zij in rivierbeddingen naar water, wat ook andere dieren ten goede kan komen. Als kuddedieren die behoefte hebben aan enorme hoeveelheden laagwaardig voedsel kunnen olifanten grote schade aanrichten aan land-, tuin- en bosbouw. In natuurreservaten kan het landschap geheel veranderen onder druk van overbevolking, waarbij vooral de bomen moeten verdwijnen. In wezen is de mens de enige natuurlijke vijand van de olifanten; grote roofdieren kunnen hooguit een klein jong bemachtigen, wat echter voor hen zeer gevaarlijk is, want kleine olifanten worden goed bewaakt. Olifanten slapen weinig en dienen de meeste tijd te besteden aan foerageren; op het heetst van de dag wordt in de schaduw gerust. Olifanten bewonen allerlei typen terrein tot hoog in de bergen; rust, voldoende voedsel en open water zijn de enige voorwaarden voor hun bestaan. Het zijn uitgesproken sociale dieren die in groter of kleiner kuddeverband leven. De kudden bestaan veelal uit vrouwelijke dieren met  verschillende generaties jongen; bullen die geslachtsrijpheid hebben bereikt, verlaten de kudde om samen verder op te trekken. Oude bullen leven vaak solitair. Na een draagtijd van 21–25 maanden wordt als regel één jong geboren, dat lang van de moeder afhankelijk blijft.

De olifanten hebben een oude relatie met de mens; als kuddedieren laten zij zich gemakkelijk temmen en zijn dan voor allerhande werkzaamheden te gebruiken – tegenwoordig eigenlijk alleen nog maar in de bosbouw in Zuid-Azië. Olifanten behoorden tot de vroegste inwoners van de dierentuinen, waar zij overigens maar zelden gefokt worden vanwege de voor het personeel zo gevaarlijke geslachtsrijpe bullen. Het ivoor van de slagtanden heeft een grote cultuurhistorische betekenis.



1. Voorkomen

De Indische olifant bewoont Zuid-Azië, nl. India tot aan de zuidrand van de Himalaja, Birma en Indo-China tot in zuidwestelijk China toe; zuidwaarts strekt de verspreiding zich uit tot Sri Lanka, Malakka en Sumatera (het voorkomen op Borneo gaat terug op door de mens uitgezette dieren). Sommige eilandvormen zijn wel te onderscheiden (o.a. de Sumatraanse olifant) en worden dan als ondersoorten beschouwd. De Indische olifant heeft de oudste relatie met de mens en wordt nog steeds, vaak volgens oude tradities (keddahsysteem), gevangen om als rij-, trek- en lastdier en als hulp in de bosbouw dienst te doen. Het dier is nooit huisdier geworden; van planmatige fok is geen sprake – bronstige wijfjes worden het bos in gezonden om een bul te vinden, of men vangt steeds nieuwe dieren. In het kader van sagen, mythologie en theologie speelde deze olifant een belangrijke rol in Zuid- en Zuidoost-Azië; hier en daar worden witte olifanten (lichtgekleurde individuen, partiële of complete albino's [zie albinisme]) als goden vereerd. De Indische olifant is meer bosbewoner dan zijn Afrikaanse verwant. In het westen van zijn verspreidingsgebied (van Klein-Azië tot Afghanistan) is het dier echter al lang geleden uitgeroeid en momenteel wordt de soort over vrijwel het gehele huidige verspreidingsgebied bedreigd door kaalslag van het bos, bevolkingstoename, jacht omwille van het ivoor en naar aanleiding van landbouwschade, enz. De Sumatraanse vorm (nog enige honderden) is al ver teruggedrongen en de situatie op het overbevolkte en onrustige eiland Sri Lanka geeft weinig hoop op de lange termijn (nu nog ca. 2500 olifanten). Het wereldtotaal van de Indische olifant beliep in 1988 ca. 50!000 stuks, waarvan de helft arbeidsolifanten in de houtindustrie.

De Afrikaanse olifant bewoonde aanvankelijk vrijwel geheel Afrika. Hannibal gebruikte Noord-Afrikaanse olifanten om de Alpen over te trekken en Rome te bedreigen. Thans zijn de dieren beperkt tot Afrika bezuiden de Sahara; in het uiterste zuiden (Kaap de Goede Hoop) zijn nog twee kleine populaties (Knysna en Addo); daarna zijn de zuidelijkste olifanten te vinden in Zuid-Mozambique/Zoeloeland en Transvaal (Krugerpark). De savanne-olifant (wel beschouwd als ondersoort, Loxodonta africana africana) is zeer groot en heeft naar voren gerichte dikke stoottanden; de bosolifant (Loxodonta africana cyclotis, de andere ondersoort) is kleiner en slanker en heeft ronde oren en dunne, meer naar onderen gerichte, slagtanden. In Belgisch-Kongo hebben de Belgen destijds aangetoond dat de Afrikaanse olifant even gemakkelijk te temmen is als de Indische. Hoewel de Afrikaanse olifant hier en daar nog wel algemeen is (in 1989 totaal meer dan 625!000 exemplaren, wat inhoudt dat het bestand in tien jaar ongeveer gehalveerd is), raakt het gebied sterk verbrokkeld, is migratie vrijwel onmogelijk en worden de dieren sterk vervolgd vanwege het ivoor. Beide soorten olifanten staan vrijwel overal onder strikte bescherming; professionele stroperij neemt echter hand over hand toe.
….tja… ’t is maar wat je kort noemt natuurlijk….
f. Er is nu veel meer informatie over deze dieren omdat ze nu bestudeerd zijn. Ook is hun leven beter onderzocht en zo hebben we veel kennis van de dieren gekregen.

Opdracht 19
Strofe I Wilhelmus van Nassouwe, ik heb Duits bloed. Ik ben trouw aan mijn vaderland en blijf dat tot aan de dood. Als prins van Oranje ben ik niet bang. De koning van Hispange heb ik altijd geëerd.
Strofe VI Mijn schild en vertrouwen zijn goed, o God mijn heer op u zou ik willen bouwen. Verlaat mijn nooit meer. Dat ik steeds vroom mag blijven en voor u als dienaar altijd klaarsta. De Tirannie te verdrijven heeft mijn hart doorboort.

Opdracht 20

a. Waardeloos! Ik vind het een vernedeing voor het land! Als ik voetballer

was (ik zeg als) dan zou ik niet de gene willen zijn die voor het hele land representatief is en dus het hele land van vaderlandsverachtenis (mooi woord voor galgje) beschuldigd. Het steekt gewoon schril af bij de andere nationale clubs. Ook vind ik dat ze een mooie traditie om zeep helpen. Ik vind het prachtig als voetballers zingen om aan te geven waar ze voor spelen, in de ruime zin des woords. Ik vin het een moment van rust. Een soort stilte voor de storm.

b. Ze kennen de tekst niet, ze zijn ban om een flater te slaan en misschien ook een beetje onverschillig?

c. Dat het volkslied van Nederland de spelers weer moet aanmoedigen om te winnen. Het is een moment van bezinning, waarna de verklaring van de ‘oorlog’ volgt.

d. Ik vind niet dat men het gehele Wilhelmus à 15 (ofzo) coupletten uit het hoofd moet leren. Dat lijkt me toch iets te veel van het goede. Het wordt immers nooit meer in z’n totaliteit gezongen. De 1e en 6e strofe lijkt me echter geen slecht plan. Deze worden immers nog vaak gebruikt, bijvoorbeeld bij voetbalwedstrijden.




Opdracht 21



Joost van den Vondel


Uit de periode tot 1610 is enige lyriek van Vondel overgeleverd. Uit 1610 dateert zijn eerste grote werk, Het Pascha ofte de Verlossinge Israels wt Egypten, tragecomedischer wyse eenyeder tot leeringh opt tonneel gestelt: de joodse exodus uit Egypte profeteert de christelijke exodus uit de slavernij der zonde, dankzij Christus' verlossing. Dit prefiguratieve element komt in Vondels werk veel voor.

Een nieuw hoogtepunt in zijn oeuvre betekent Adam in ballingschap (1664): de val van de hemels-gelukkige naar diepe ondergang: ‘hier heeft de zomer uit’. Drie jaar later kwam het merkwaardige spektakelstuk Zungchin, over het verdwijnen van de Ming-dynastie, evenals zijn laatste oorspronkelijke stuk, Noah of Ondergang der eerste wereld. In de laatste jaren van zijn leven kwamen nog tot stand het treurspel Feniciaensche (1668), naar Euripides en De Groot, en Herkules in Trachin (1668), naar Sophocles; voorts de klacht over de dood van zijn kleindochter, Uitvaert van Maria van den Vondel (1668), en de vertaling van Ovidius' Metamorphoses als Herscheppinge van P. Ovidius Naso (1671)

(Keulen 17 nov. 1587 – Amsterdam 5 febr. 1679), Noord-Nederlands dichter, wel bijgenaamd ‘de prins onder de dichters’.

Vondel was een zoon van Joost van Vondel, die Antwerpen was ontvlucht wegens zijn doperse gezindheid, en Sara Cranen. In 1597 vestigde het gezin zich te Amsterdam, waar Joost in 1606 lid werd van de rederijkerskamer Het Wit Lavendel.


Wederom (deze keer iets korter) uit Encarta 99 editie
Opdracht 22
De Verovering van Groll
Door onze correspondent Bart Salemink:

Het leger van Spinola heeft met alle macht het veld bestormd. Het was de Nederlandse veldheer Van Dulcken die de stad met geweld liet ontruimen. Hij heeft de troon van de oorlog omgedraaid en zelf gezocht naar onze helden die vereerd zijn met de zege.

Met de kanonnen en granaten werden de poort, kerktoren, huizen en zelfs het dak van ‘t klooster aangevallen. De honden in de stad begonnen hard te blaffen en zwaar gewonde mensen huilde op straat. Mensen die nog konden zochten een schuilplaats in kelders en in kuilen.

De grond beefde van de granaatinslagen en gaf een dof geluid. In de lucht hing een mengsel van zand, rook, vuur en dampen. De zon was hierdoor bijna niet meer te zien en vlak boven de grond hing een dikke mist van rook. Het leek er de hel waarin je zo kon vallen. Na een tijd klonk dan eindelijk het bevrijdend geluid van de zege klok. Het land was veroverd. Uit alle hoeken van de omgeving wordt de verovering aangeprezen.




Opdracht 23





 De oude affuit die vroeger voor de

deur van het grols museum lag, is

weer in ere hersteld.


 Groenlo’s trots: Het kanon op de wal.
 De grolse gracht, zoals ‘ie er nu

bijligt…
Opdracht 24

Doordat de boekdruk kunst was uitgevonden was het mogelijk om boeken en pamfletten snel en goedkoop te maken. Hierdoor konden scholen van meer boeken worden voorzien waardoor meer mensen leerden lezen en schrijven. Omdat er boeken gemaakt werden kon de literatuur uit die tijd goed bewaard blijven. Daarom kunnen we nu nog steeds boeken uit die tijd lezen.
Opdracht 25

Ik citeer uit Eldorado

pagina 93

In deze tijd kreeg de kunstenaar meer aanzien en bewoog zich in de best kringen, dit in tegenstelling tot de middeleeuwse kunstenaar, die slechts dienaar was van de gemeenschap, een ambachtsman met een bescheiden loon, die in de meest gevallen anoniem bleef en voor zijn broodheren werk leverde dat paste binnen de christelijke traditie.


Pagina 95

Typerend voor de Renaissance zijn ook de gelegenheidsgedichten. Bij belangrijke sociale gebeurtenissen werd een dichter gevraag een passende tekst te schrijven.




De achttiende eeuw


Tijdsbeeld In de achttiende eeuw was er een periode van modernisering in Europa. Dit werd de verlichting genoemd dat de voorloper van het moderne levensgevoel van de twintigste eeuw vormde.

Verlichting In het eerste deel van de achttiende eeuw werd door velen de wereld beschouwd als een geheel dat door vaste natuurwetten keurig geordend was. Deze eeuw werd de verlichting genoemd en de eeuw van geloof in de vooruitgang. Het geloof verloor een deel van zijn invloed en het gezond verstand stond centraal. Men vond dat alles uitgelegd kon worden met behulp van een rede (het ontstaan van het rationalisme). De wetenschappelijke revolutie kwam in een stroomversnelling en voor alle gebeurtenissen wilde men een verklaring hebben.

In het toenmalige west Europa overheerste de absolute broederschap = monarchie, waarin de koning regeerde bij de gratie Gods, gesteund door de hoge adel en de kerk. Maar verlichte filosofen als Montesquieu en (later) Rousseau wilde een verdeling van de macht. De koning moest dus minder macht krijgen en vrijheid, gelijkheid en broederschap werd de leuze. Ook wilde ze een hervorming doorvoeren door opvoeding en beter onderwijs.

Sociale verhoudingen Doordat er een rijke en een arme bevolking was waren de rijken verplicht de armen te helpen zo ontstonden er dus vele liefdadigheidsinstellingen. Maar halverwege de achttiende eeuw ging het fout, door revolutionaire landbouw technieken werden veel landarbeiders werkloos en trokken naar de stad op zoek naar werk. Er kwamen vele krottenwijken en mensen leefde in armoede. In 1789 brak de Franse revolutie uit met democratische ideeën. Daarna werd heel Europa door deze ideeën overspoeld.

Kunst De kunstenaars werden gesponsord door de rijke. Het kunstvoorwerp werd gemaakt volgens strenge regels voor vorm en inhoud. In de schilderkunst werd de nadruk gelegd op de realiteit want alles moest zo realistisch mogelijk worden geschilderd. Er was een regelmaat van symmetrie, helderheid en regelmaat.

Muziek In 1725 kwamen er voor het eerst muziekvoorstelling voor de burgers, deze werden gehouden in speciale gebouwen met concertzalen en kleine ruimtes. De overbekende geniale componisten uit die tijd waren Mozart, Beethoven en Haydn. Ook werd de opera vernieuwd en dans kwam weer op het podium.

Vroege romantiek en In het laatste gedeelte van de achttiende eeuw sentimentalisme ontstond een kunstbeweging die vooral vanaf de negentiende eeuw een enorme invloed zou gaan krijgen in West-Europa.

Niet het verstand maar emoties en gevoel moesten in de kunst een overheersende rol spelen.

Opdracht 26

a. Het gaat over een mug die dood is gegaan omdat hij in een kaars vloog door zijn eigen onvoorzichtigheid.

b. De dichter heeft als bedoeling dat je altijd oplettend (bedachtzaam) moet zijn anders kunnen er ongelukken gebeuren zoals bij de mug.

c. Ik vind het een goed gedicht omdat het een goede weergave is van de werkelijkheid, als je in het verkeer even je gedachte er niet bijhoud dan kan het al over zijn.

d. Het leert de leerling dat ze zich bewust moeten worden van wat ze doen en altijd moeten uitkijken.

e. Ik ben het er mee eens, omdat het goed is dat je leert dat je altijd oplettend moet zijn voor alle gevaren die er zijn.



Opdracht 27


a. ANW, omdat dit vak 100% gebasseerd is op geleerde kennis van vroeger.

b. Levensbeschouwing, omdat in dit vak verschillende soorten van geloven behandeld worden waarvan de meeste niet erg realistisch zijn.

c. Een arts, omdat hij met zijn werk de bouw van het menselijk lichaam moet kennen en hierin zijn geen dingen verzonnen. De paragnost is een helderziende die zeker dingen kan verzinnen om meer geld te verdienen.

d. Volgens de Van Dale woordenboek

1 de geest van de romantiek volgend, brekend met de klassieke modellen;

2 aan romans herinnerend; dichterlijk dromend en geen rekening met de werkelijkheid houdend

Het gaat dus ook om de werkelijkheid en de klassieke modellen.

e. Ik denk zelf dat ik rationalistisch van aard ben, omdat graag de werkelijkheid zie (ook al is deze soms erg hard). Bij de meeste vakken ben ik op de waarheid gericht.



Evaluatie opdrachten



Opdracht 1








Middeleeuwe

Renaissance

18e eeuw

Trefwoord 1

Karelromans

Boekdrukkunst

Vrijheid

Trefwoord 2

Troubadoers

Adel

Natuurwetenschappen

Trefwoord 3

Kloosters

Barok

Franse revolutie


Opdracht 2

a. Ik vond de hoeveelheid informatie en de kwaliteit ervan erg goed.

b. Het vele vertalen van de teksten werd op den duur minder leuk.

c. Ik had tijd genoeg maar deze had ik misschien iets nuttiger moeten gebruiken…..



d. Minder samenvattingen, minder vertalingen, verder prima.

Pagina © Bart Salemink 24-7-16 Docent: dhr. Kempers.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina