Liturgie: votum en groet



Dovnload 29.27 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte29.27 Kb.
Preek Genesis 27

Liturgie:

votum en groet

Opw.462


wetslezing

Ld.375:1,4,6,7 [melodie Ps.100]

gebed

lezen: Gen.27:1-45



1 Pet.3:8-12

Ps.60:1,4,5

preek: Heb.11:16b: ‘God schaamt zich er niet voor hun God genoemd te worden’.

Ps.14:1,4,5

gebed

collecte


Ps.133:1,3

zegen


[kindermoment groep 3-8] [dia1]
wie zijn dit? vader of opa? 137 jaar

wat valt je op aan Isaak? rode mantel. blind.

als je blind bent, hoe kun je iemand herkennen? horen – voelen.

kun je met je ogen dicht het verschil voelen tussen je vader en je moeder?

Isaak had twee zonen. er staat er maar één op het schilderij. waar is de ander?
Isaak had juist die andere, Esau, geroepen.

hij was al zo oud, hij dacht dat hij niet zo lang meer zou leven.

maar hij had nog iets heel belangrijks te doen.

hij moest het geheim van het leven nog doorgeven.

dat had hij ooit van zijn vader Abraham gekregen.

dat wilde hij weer aan zijn zoon geven.

normaal gesproken de oudste, Esau.

maar God had gezegd dat in dit geval de jongste het zou krijgen, Jakob.

dat was Isaak even vergeten, denk ik.
weet je wat dat geheim van het leven is?

de belofte van God dat er uit jouw familie een verlosser zou komen voor de hele wereld.

dat zou Jezus worden.

en die belofte kun je natuurlijk maar aan één iemand geven.

en wie die belofte kreeg, die zou ook rijk worden en een machtig volk worden.

het geheim van het leven. de zegen van God.

Jakob vond die belofte van God het belangrijkst. Esau niet. wat moet je nu met een belofte, zei hij. maar rijk worden, dat sprak hem wel aan.
de moeder Rekekka, hield veel meer van de jongste, van Jakob.

hoe zou je dat vinden, als je moeder meer van je broerje houdt dan van jou?

ze verzint een gemeen plannetje.

ze zegt tegen Jakob: ‘gauw, haal twee bokjes uit de kudde. dan maak ik daar een lekkere maaltijd van. en dan kun jij als eerste bij je vader zijn en de zegen krijgen. en niet Esau.’

‘ja, maar dat merkt mijn vader toch? Esau heeft heel veel haar op zijn armen, ik niet.’

‘daar weet ik wel een oplossing voor. doe het nu maar.’
en wat was die oplossing?

Isaak vertrouwt het niet helemaal. hij voelt extra goed. en hij ruikt aan de kleren die Jakob aan heeft. lastig hoor, als je blind bent.

maar dan geeft hij Jakob toch de grote zegen.

en als Esau later binnenkomt, is hij heel erg boos. hij begint zelfs te huilen dat de grote zegen weg is. vooral dat stukje van rijk en machtig, dat had hij willen hebben. ook al wist hij dat het niet voor hem bestemd was, maar voor zijn broer.


Nu moet je even goed nadenken. als je nu Jakob een cijfer zou mogen geven voor wat hij hier doet, zou je hem dan een voldoende geven? en Rebekka? en Isaak? en Esau?

Vier onvoldoendes! Volgens mij weten ze dat ook best. Want ze kijken helemaal niet blij. En toch, en toch. Weet je wat het wonder is? dat God toch van deze mensen houdt. en dat Hij hen het geheim van het leven heeft gegeven. dat geheim kennen jullie ook. want jullie kennen de Here Jezus.



Gemeente van Christus,
Dit schilderij is van Govert Flinck, een leerling van Rembrandt. Dat kun je wel zien. Hij was indertijd zo’n goede leerling, dat hij sommige schilderijen van zichzelf verkocht als een Rembrandt. Het hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.
[dia 2]
Als bijbeltekst bij deze geschiedenis, heb ik een tekst gekozen uit Heb.11. ‘God schaamt zich er niet voor hun God genoemd te worden.’
Eigenlijk is dit voldoende voor de preek. Want deze bijbeltekst bij deze geschiedenis, dat raakte mij in de voorbereiding van de preek sterk. Als ik erbij nadenk, word ik weer stil. Het is toch ongelooflijk hoeveel genade van God hieruit spreekt!
Het zou mij veel waard zijn, als jij ook opnieuw tot verwondering over Gods genade komt. En beseft dat God met diezelfde genade zich aan jou en mij verbindt. En hoe Gods genade helend en vernieuwend inwerkt op je leven, je relaties en je keuzes. Daarvoor moeten we wat dieper deze oude geschiedenis induiken.
** zegen
Ik verbind het woord van Heb.11 aan de geschiedenis van Isaak en Jakob. In Heb.11 worden zowel Isaak als Jakob met name genoemd. Zelfs deze specifieke situatie wordt genoemd: ‘Door zijn geloof zegende Isaak Jakob en Esau en hij dacht daarbij aan wat er in de toekomst zou gebeuren.’
Dat levert al meteen een grote vraag op. Hoezo is er sprake van geloof dat Isaak drijft? Dit lijkt toch op pure eigenwilligheid? We zien alleen kleinmenselijk gedoe, zieke verhoudingen en grote ego’s rond het sterfbed van de aartsvader Isaak. Hoewel hij uiteindelijk nog zeker veertig jaar langer leeft.
Toch is er wel degelijk sprake van geloof. En dat heeft te maken met de zegen zelf. Want het hele verhaal draait om de zegen die Isaak heeft door te geven. De zegen die hij zelf heeft ontvangen van zijn vader Abraham. En die hij als een erfenis weer doorgeeft aan zijn zoon. Die zegen staat centraal. Alle vier de personen lopen zich er het vuur voor uit de sloffen. Ze beseffen allemaal dat in de zegen het geheim van hun leven ligt. Want dit is de zegen van een gelovig man. Van een man, aan wie God zich verbonden heeft. En daarom is het meer dan een erfenis van een vader. Het is ook een Godswoord over de toekomst van zijn zoon. Met Gods zegen komt zijn toekomst er anders uit te zien. Het gaat zelfs nog een stap verder: de zegen die Isaak aan zijn beide zonen geeft, bepaalt hun toekomst. De zegen die Isaak geeft schetst ook immers profetisch hoe het met de volken Israël en Edom verder zal gaan. En je kunt het spoor van die beide volken volgen in de loop van de eeuwen. De zegen die Isaak geeft, bestaat gedeeltelijk uit de belofte die Abraham rechtstreeks van God had ontvangen. Vooral de woorden: vervloekt wie jou vervloekt, gezegend wie jou zegent. Daarmee zegt Isaak dat de Heer zich persoonlijk aan zijn zoon verbindt. Daarnaast gaat het over vruchtbaarheid van het land en macht over anderen. Een zegen die de toekomst opent.
Een zegen is niet zomaar een goede, hartelijke wens. Het is een woord van God. Eenmaal uitgesproken blijft die van kracht. Je hoort het in de smartelijke kreet van Esau: ‘Zegen mij, zegen ook mij, vader! Hebt u dan geen zegen meer voor mij over?’ De zegenspreuk waartoe Isaak zich dan nog laat verleiden kun je nauwelijks een zegen noemen. Want wat hij weg te geven had, had hij al weggegeven.
Het besef van de kracht van Gods Woord. Het respect voor Gods zegen. De eerbied voor de God die zich aan zijn woord houdt. Het verlangen door God zelf gezegend te worden. Het willen leven met de belofte. Het geloof in de toekomst van God. Dat wordt in de Hebreeënbrief gewaardeerd. Om zegen draait deze geschiedenis. In die zegen krijgen je inspanningen betekenis, wordt je leven vruchtbaar en gaat je toekomst open.
** zieke verhoudingen
Het ziet er wel heel huiselijk en gezellig uit, op dit schilderij. Vader, moeder en zoon. Het lijkt alsof ze goede band hebben. Maar dat is slechts de buitenkant. Er mist er een. Het gezin is incompleet en zal ook nooit meer compleet worden. Maar vooral: wat ziet de binnenkant van alle vier de gezinsleden er slecht uit. Wat zijn de verhoudingen in dit gezin ziek. De personen worden daar lelijk van. Ieder gaat voor zichzelf. In eenzaamheid en verdriet. Een hopeloze situatie.
Het mag dan gaan om de zegen. Aan het eind van het verhaal ligt het gezin in scherven uit elkaar. Jakob die moet vluchten naar Paddam-Aram. Esau die in verbittering nog meer onbereikbaar wordt. Isaak en Rebekka, in wier huwelijk leugens en misleiding tot afstand en vervreemding hebben geleid. De verwijdering is al eerder begonnen. Beiden hebben ze een favoriete zoon, maar wel een ander. Wat zegt dat over hun relatie? En over hun communicatie? Hun huwelijk bestaat uit twee ‘ikken’ in plaats van een ‘wij’. En dat is een geweldige deur voor vervreemding, egoïsme, eenzaamheid, leugens en uiteindelijk heel veel schade en weinig geluk. Laat het niet gebeuren dat je zo uit elkaar gedreven wordt! Zoek hulp als je dat zelf of samen niet meer redt. Ben je dat niet aan elkaar en aan anderen verplicht?
Aan het eind van het verhaal staan ze bij de brokstukken, verstoppen ze zich alle vier voor elkaar. Is er enige hoop dat de verhoudingen nog zullen herstellen? Kunnen er nog gezonde verhoudingen ontstaan? Tussen man en vrouw, moeder en kind, vader en kind, broer en broer? Jawel, het kan wel. Wanneer de Heer je stilzet. Als je samen leert zoeken en bidden naar Gods wil. Als Gods Geest nieuwe verbondenheid geeft.
Er is hier geen verbondenheid in de Heer. De verhoudingen zijn ziek. Belangen botsen, communicatie blokkeert, karakters zijn onverenigbaar, er is onmacht in het zoeken van elkaar, er is geen samen zoeken van Gods wil. Dit gezin valt in scherven uit elkaar. Maar de situatie komt meer voor. In huwelijken, gezinnen en families. Maar ook in bedrijven, volken en landen. Dat mensen bij de brokstukken staan. En toch is God groter, genadiger, wijzer en sterker! ‘Hij schaamt zich er niet voor hun God genoemd te worden!’
** Gods Geest en onze keuzes
De kinderen hebben onvoldoendes uitgedeeld aan elk van de vier personen uit deze geschiedenis. Isaak, Rebekka, Esau en Jakob. En daar hebben ze gelijk in. En toch is het goed om nog eens wat precieser naar hen te kijken. Hoe zijn ze in deze situatie beland? Hoe zouden zij hun verhaal vertellen? Wij zien hun fouten en gebreken. Maar bij de drie die op het schilderij staan is ook sprake van geloof. Zo staat het in de Bijbel. We kunnen van hen leren. Of beter gezegd: we kunnen ervan leren als we letten op Gods Geest in hun levens. En zo scherper zien waar je als mens de weg van God kwijt raakt.
** Rebekka
‘Maar God had het toch gezegd?’ Dat is het vehaal van Rebekka. ‘Lang geleden, toen ik nog zwanger was van de tweeling, toen zei God al: de oudste zal de jongste dienen. En wat heb ik een plezier gehad aan de jongste. Hij was rustig, zette zich actief in voor het bedrijf, hielp mij waar nodig. En hij had belangstelling voor God. Hij kende de verhalen van over opa Abraham. Hij besefte dat het leven een geheim had. Ja, Jakob heeft een speciaal plekje in mijn hart. Ik zou mijn laatste cent geven voor zijn toekomst. Ik zou mijn leven geven voor zijn geluk. Jakob is de uitverkorene, dat merk je zo. Maar nu wil Isaak aan Esau de zegen geven voor hij sterft! Ik moet hem toch bewaren voor deze fout? Mijn man is echt blind. En misschien al een beetje dementerend. Ik moet luisteren naar Gods plan? Het is toch ‘bid en werk’? Dit is het moment om God te helpen. Anders gaat het fout. Met zijn belofte. Met zijn plan voor de wereld. En met mijn lieve zoon Jakob. Het doel is goed, dat heiligt toch de middelen?’
Moederliefde. Daar is niets mis mee. Maar moederliefde kan ook met je op de loop gaan. Dat je de grenzen niet meer ziet. Tot daden komt die niet goed zijn. Dan word je een spin in het web om het leven van je kinderen naar je hand te zetten. En uiteindelijk verlies je ze.

Recht willen doen aan Gods belofte. Daar is niets mis mee. En misschien ben je de enige die de naam van de Heer noemt. Maar een koninklijke belofte vraagt om de koninklijke weg. Een belofte van God vraagt om geduld van mensen. Met list en leugen draai je jezelf en anderen vast.


** Isaak
‘Ik heb toch een grote verantwoordelijkheid?’ Dat is het verhaal van Isaak. ‘Wat mijn vader Abraham aan mij gegeven had, dat moet ik doorgeven aan mijn oudste zoon. Dat de Heer door onze familie de wereld wil zegenen, dat ervaar ik als een groot voorrecht. De Heer heeft het ook persoonlijk aan mij bevestigd. En dat de Heer ook werkelijk bewaart en zegent, dat heb ik in mijn leven ervaren. Ik zie het als een hele verantwoordelijkheid om die goddelijke zegen door te geven. Nu ben ik oud, maar nog helder genoeg. Ik ben weliswaar blind, maar nog niet uitgerangeerd. Nu is het de tijd. En wie is er meer geschikt dan mijn oudste zoon. Wat een kracht! Wat een ondernemer! Wat een man is het geworden, recht door zee, hij dwingt respect af bij anderen. Hij heeft succes in zijn werk, heerlijk om te zien. En heerlijk om ervan te genieten van wat hij op de jacht heeft geschoten. Bij hem is de zegen in betere handen dan in dat van mijn jongste, die stille, die gladde, waar je geen hoogte van krijgt. Ja ik weet wel van het Godswoord tegen Rebekka over de jongste. En ik heb ook wel begrepen dat Esau in een vlaag van dwaasheid zijn eerstgeboorterecht heeft verkocht. En ik vind zijn keuze voor zijn vrouwen heel zorgelijk. Maar God heeft nooit tegen mij persoonlijk gezegd dat ik Esau moet passeren. En bij wie is mijn erfenis in betere handen dan bij Esau?’
Verantwoordelijkheid nemen. Daar is niets mis mee. Maar als je dan blind wordt voor de weg die de Heer je concreet wijst, en de verantwoordelijkheid voor de mensen om heen, dan wordt het eigenzinnigheid en koppigheid.

Waardering voor iemands kracht en succes. Dat mag er zijn. Recht doen aan de kwaliteiten van je zoon. Maar als het je blind maakt voor de geestelijke kwaliteiten, dan wordt het afgoderij.


** Jakob
‘Ja, wat moest ik?’ Zo vertelt Jakob zijn verhaal. ‘Ik heb toch recht op die zegen? Esau had die mij zelf verkocht. En ik moet toch recht doen aan mijn moeder? Ik moet haar toch helpen om Gods toezegging te laten uitkomen? Het was toch mijn lot dat ik uitverkoren ben? Dat mijn broer mij zou moeten dienen? Dat heb ik niet bedacht. Ik kan mij tegen Gods verkiezing toch niet verzetten? Ik vond het wel spannend. Ik dacht: ‘Straks heeft mijn vader het door en zegent hij mij niet, maar vervloekt hij mij.’ Maar mijn moeder zei dat zij die vloek op zich zou nemen. Tja, dan heb ik geen reden om me tegen haar wil en Gods wil te verzetten. Tja en die ene leugen om bestwil, die wordt dan gevolgd door de volgende. Zo gaat dat nu eenmaal. Wat mijn broer ervan zou vinden? Geen idee, maar zo belangrijk vindt hij Gods zegen niet.’
Luisteren naar je ouders. Daar is niets mis mee. Maar wel als ze dingen van je vragen die tegen Gods wil ingaan. Als je voor ze moet liegen. Of als ze dingen met je doen die schade geven. Of als ze je in hun ideaalbeeld drukken. Dan mag je nee zeggen. En in sommige gevallen moet je afstand nemen. Om het leven niet te verliezen.

Gods keus voor jou accepteren. Dat is heel goed. Maar neem er dan ook de bijbehorende verantwoordelijkheid bij. Om als een kind van God te leven.


** Esau
‘Wat? Vraag je me naar mijn verhaal?’ We luisteren even naar Esau. ‘Het is toch wel duidelijk! Ik ben bestolen door mijn broer! Die gladjakker, die mij al eerder beet heeft genomen. Volgens mij zit mijn moeder er ook achter, maar dat weet ik niet zeker. Mag ik boos zijn? Mijn vader wilde míj zegenen. Maar toen hij mijn broertje die zegen had gegeven, was er voor mij niets meer over. Ik weet wel dat ik eerder mijn eerstgeboorterecht heb verkocht. Maar ja, ik was nog jong en ik had honger. Dat kun je toch niet serieus nemen? Het waren maar woorden. Ik heb nog geprobeerd om mijn vader te bewegen om mij een vergelijkbare zegen te geven. Ik heb erbij gehuild en erom gesmeekt. Maar mijn vader vond het wel zielig voor mij, maar hij wilde het niet meer veranderen. Wat dat nu zo moeilijk geweest? Om ook nog wat positiefs over mijn toekomst te zeggen? Het zijn toch maar woorden. Maar wat ik kreeg, dat kun je toch geen zegen meer noemen. Ik ben hét slachtoffer. Ik zal mijn broer vermoorden, zodra mijn vader is overleden.’
Boosheid om het gedane onrecht. Dat mag er zijn. Maar niet als blijkt dat er geen sprake is van onrecht, omdat je zelf ermee hebt ingestemd. Je boosheid treft jezelf.

Smeken om een zegen. Dat is prima. Maar niet als je ondertussen geen waarde hecht aan Gods toezeggingen en vooral gericht bent op het materiele. Dan zijn het krokodillentranen. Bij Esau deugen de intenties niet, maakt de Bijbel ons duidelijk. Er is geen geloof. Waardoor hij uiteindelijk het oordeel van God over zich afroept.


** gewone mensen
De kinderen hebben net alle vier een onvoldoende gegeven voor hun gedrag en houding. Ik ga daar geen voldoendes van maken. Maar in het verhaal dat ieder persoonlijk zou kunnen vertellen, liggen ook goede en respectabele motieven. Ze hebben, behalve Esau, ieder voor zich een aantal dingen goed gezien. Zoals ieder mens in het verhaal dat hij of zij vertelt, ongetwijfeld een aantal zaken goed heeft gezien en waarschijnlijk ook goede bedoelingen heeft met zijn woorden en daden. En toch hebben ze die goede motieven en bedoelingen niet geheiligd door gebed. Ze hebben zich in hun beslissingen niet laten leiden door de Geest van God.
Maar daarin zijn ze niet uniek. Het zijn gewone mensen met herkenbare drijfveren. Die er, omdat ze er ongeestelijk mee omgaan, uiteindelijk met elkaar een beschamende situatie van maken, die alleen verliezers kent. Waarbij ze aan het eind van het verhaal bij de brokstukken staan, ieder in eenzaamheid een andere kant opgaat en de realisering van Gods reddingsplan verder weg lijkt dan ooit.
** God schaamt zich niet
‘God schaamt zich er niet voor hun God genoemd te worden.’ De eigenzinnige Isaak, de manipulerende Rebekka en de liegende Jakob. ‘God schaamt zich er niet voor hun God genoemd te worden.’ Vul ook je eigen naam maar in. Inclusief de fouten die je hebt gemaakt, de tekorten die je hebt, de schade die je hebt veroorzaakt, de schuld die je bij je draagt. ‘God schaamt zich niet.’
Hoe schittert Gods genade, die altijd groter is dan zonden van mensen. Hij kan verder.

Hoe glanst Gods kracht, die verkeerde keuzes van mensen niet slechts verdraagt, maar zelfs inzet in zijn regeringswerk.

Hoe fonkelt Gods liefde voor de mensen dat Hij hen niet laat vastdraaien in zichzelf, maar hen een Verlosser geeft die zijn lichaam en bloed gegeven heeft ‘tot een volkomen verzoening van al onze zonden.’

Hoe straalt Gods trouw, die de enige reden is dat Hij met deze familie verder gaat vanwege de belofte die Hij heeft gedaan.


‘God schaamt zich er niet voor hun God genoemd te worden.’

Met diezelfde genade, kracht, liefde en trouw verbindt God zich aan jou en mij.



En daarmee is de uitweg gewezen, de toekomst geopend, de genezing van relaties geboden en de weg naar het leven gebaand. Hij laat zich hun God noemen. Hij laat zich onze God noemen. Hij laat zich jouw hemelse Vader noemen. Niet vanwege jezelf. Maar vanwege zijn genade in Jezus Christus.
Israël vertelde steeds dit schandelijke verhaal van haar aartsvaders en –moeders. Zo vertellen wij het verhaal van de kruisiging van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Het houdt je bescheiden. Besef dat je leeft bij de gratie van God. Zoek biddend naar Gods wil en weg. Laat Gods Geest verbondenheid geven in je relaties. God schaamt zich er niet voor jouw God genoemd te worden. Hoe zou jij je ervoor schamen Gods kind genoemd te worden? Zing van het geheim van het leven: Heer ik ben van u!
Amen


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina