Lochristi, 8 mei 2012 koninklijke belgische korfbalbond vlaamse Liga V. Z. W



Dovnload 33.61 Kb.
Datum14.08.2016
Grootte33.61 Kb.
Lochristi, 8 mei 2012
KONINKLIJKE BELGISCHE KORFBALBOND - Vlaamse Liga V.Z.W.

Aangesloten bij het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité

Aangesloten bij de International Korfball Federation

Erkend door het B.L.O.S.O.

Gesticht te Antwerpen op 28 april 1921

Cassatiecomité


Secretariaat

Frédéric De Schryver

Bevrijdingslaan 45, 9080 Lochristi

0472 / 57 73 43

fredkorfbal@telenet.be

Aan:


  • Mevrouw Ann Van regemortel, secretaris van Royal Scaldis S.C. v.z.w., Minervastraat 73, 2640 Mortsel (via mail: scaldis@korfbal.be)

  • Meester Jan De Man, raadsman van Royal Scaldis S.C. v.z.w., Venstraat 153a, 2900 Schoten (via mail: jan.de.man@adv-deman.be)

  • Mevrouw José Vanheerentals, secretaris van Kon. K.C. Voorwaarts v.z.w., Rozenhof 29, 2650 Edegem (via mail: voorwaarts@korfbal.be)

Kopie:


  • Bondssecretariaat, t.a.v. de Heer Jan Van den Berghe, secretaris-generaal K.B.K.B., Bondsgebouw, Gabriël Vervoortstraat 4, 2100 Deurne (via mail: jan.van.den.berghe@korfbal.be)

  • de Heer Willem Maerievoet, secretaris van het Comité voor behandeling van Beroepen, Bouwhandelstraat 81, 2140 Borgerhout (via mail: wim.maerievoet@korfbal.be)

  • de Heer Frank Janssens, secretaris van het Disciplinair Comité, De Borrekensstraat 100, 2100 Deurne (via mail: frank.janssens@korfbal.be)

  • de leden van het Cassatiecomité (via mail)

Betreft:


Cassatieberoep van Kon. K.C. Voorwaarts v.z.w. tegen de uitspraak van het Comité voor behandeling van Beroepen inzake de beslissing van het Disciplinair Comité m.b.t. wedstrijd W2 Scaldis-Voorwaarts (kruisfinale Topleague) dd. 10 maart 2012

Mevrouw, Mijnheer,

Gelieve in de bijlage de beslissing van het Cassatiecomité te willen vinden.
Met sportieve groeten,

Frédéric De Schryver

Secretaris

KONINKLIJKE BELGISCHE KORFBALBOND - Vlaamse Liga V.Z.W.


CASSATIECOMITE
Cassatieberoep van Kon. K.C. Voorwaarts v.z.w. tegen de uitspraak van het Comité voor behandeling van Beroepen inzake de beslissing van het Disciplinair Comité m.b.t. wedstrijd W2 Scaldis-Voorwaarts (kruisfinale Topleague) dd. 10 maart 2012
Het cassatieberoep werd tijdig en op geldige wijze ingediend (voorziening tot cassatie dd. 29 maart 2012).
De secretaris van het Cassatiecomité heeft, conform art. 50-7 Huishoudelijk Reglement, op 26 april 2012 aan de Raad van Bestuur van de K.B.K.B. gemeld dat de uitspraak niet kan worden gedaan binnen de vier weken na ontvangst van het verzoek tot cassatie op het bondssecretariaat, gezien de complexiteit van het dossier en aangezien het dossier pas op 13 april 2012 werd bezorgd aan de secretaris van het Cassatiecomité (terwijl de termijn van vier weken begon te lopen bij ontvangst van het verzoek tot cassatie dd. 29 maart 2012 op het bondssecretariaat, d.i. op 30 maart 2012).
Op de zitting van 24 april 2012 waren voor het Cassatiecomité aanwezig: dhr. Corry Masson (voorzitter), dhrn. Herman Gielen, Jean Frederickx en John Gielis (leden) en dhr. Frédéric De Schryver (secretaris).
Art. 50-1, tweede lid Huishoudelijk Reglement voorziet uitdrukkelijk dat het Cassatiecomité enkel een uitspraak van het Comité voor behandeling van Beroepen kan verbreken op grond van:

  • procedurefouten

  • verkeerde interpretatie van de reglementen K.B.K.B. en/of de officiële spelregels.

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van het Comité voor behandeling van Beroepen om de kwestieuze wedstrijd (kruisfinale) te laten herspelen.


Gehoord Kon. K.C. Voorwaarts bij monde van haar raadsman Mter. Jan De Nef.

Voor Kon. K.C. Voorwaarts was tevens aanwezig: dhr. Dirk Van Rompaey, behoorlijk gevolmachtigd.

Gehoord Royal Scaldis S.C. bij monde van haar raadsman Mter. Jan De Man.

Voor Royal Scaldis S.C. waren tevens aanwezig: mevr. Ann Van regemortel en dhr. Dirk Laureyssens, beiden behoorlijk gevolmachtigd.


Gehoord de replieken van beide partijen.

Gezien de besluiten ter zitting neergelegd door zowel Mter. Jan De Nef als door Mter. Jan De Man voor hun respectieve verenigingen.



Het Cassatiecomité heeft zich beraad en is tot het besluit gekomen:


  1. Over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep

Het cassatieberoep werd tijdig en op de voorgeschreven wijze ingediend.


Het lijkt gepast vooreerst de bevoegdheid van het Disciplinair Comité toe te lichten.

De bevoegdheid van het Disciplinair Comité blijkt uit art. 48 Huishoudelijk Reglement, dat onder 1c bepaalt dat het Disciplinair Comité uitspraak doet in het geval vermeld in art. 101 Reglement van Wedstrijden, dat voorziet dat bij het staken van een wedstrijd een wedstrijdgebonden sanctie kan worden opgelegd aan een achttal.

Het Disciplinair Comité is trouwens op basis van art. 25-4 Huishoudelijk Reglement tevens bevoegd om bij handelingen die de goede naam van Korfbal kunnen schaden een niet-wedstrijdgebonden sanctie op te leggen aan een club (waarbij clubs moeten worden gezien als leden van de K.B.K.B., zoals blijkt uit art. 6 Statuten).
Het lijkt tevens gepast te antwoorden op het argument van Scaldis dat stelt dat het cassatieberoep onontvankelijk is omdat Voorwaarts geen belanghebbende partij zou zijn.

Het Disciplinair Comité heeft in eerste aanleg noch Scaldis noch Voorwaarts opgeroepen. Het Comité voor behandeling van Beroepen heeft dit rechtgezet door zowel Scaldis als Voorwaarts op te roepen en te horen.

Het is echter duidelijk dat de beide clubs, die tegenstrevers waren in de wedstrijd, de betrokken partijen uitmaken. In die omstandigheden werden zij dan ook terecht opgeroepen voor het Comité voor behandeling van Beroepen om hun zienswijze uiteen te zetten.

Scaldis onderschijft in haar besluiten trouwens deze stelling door bij het stellen van haar visie over de ongegrondheid van het cassatieberoep te argumenteren :

Bijkomend moet vastgesteld worden dat de huidige cassatiedoende partij thans slecht gekomen is om kritiek te leveren op de motivering van de beslissing van 22 maart 2012 van het Beroepscomité, nu zij op deze zitting voor dit Comité vertegenwoordigd werd door haar voorzitter en een tweede afgevaardigde, dit ter zitting bij de behandeling van de procedure in graad van hoger beroep werden gehoord en op dat ogenblik geen enkele, maar dan ook geen enkele bemerking i.v.m. de door het Beroepscomité gevolgde werkwijze formuleerden, noch schriftelijke conclusies ter zitting indienden ter betwisting van bepaalde aspecten van de zaak…”
In de gegeven omstandigheden moet worden gesteld dat het ingestelde cassatieberoep ontvankelijk is.


  1. Over de middelen tot cassatie

Aangezien Voorwaarts in het cassatieberoep stelt dat de uitspraak van het Comité voor behandeling van Beroepen moet worden verbroken en dat de uitspraak van het Disciplinair Comité moet worden bevestigd wegens schending van artikel 101-1 Reglement van Wedstrijden door het Comité voor behandeling van Beroepen.


Artikel 101-1 Reglement van Wedstrijden luidt :

Wanneer een scheidsrechter genoodzaakt is geweest wegens wangedrag van of belediging door spelers, coaches, ploegafgevaardigden, clubafgevaardigde of wegens overlast van het publiek, een wedstrijd voor het einde te staken, wordt het betrokken achttal een boete van 80 k opgelegd, terwijl het de wedstrijd verliest met 0 doelen voor en 5 doelen meer tegen, dan het aantal door de tegenpartij gemaakte doelpunten. (…)”.


Art. 101-1 Reglement van Wedstrijden maakt alleen melding van “overlast van het publiek” en “het betrokken achttal”. Het artikel bepaalt niet dat de overlast het gevolg moet zijn van daden gepleegd door een lid van de club (waarvan het achttal de wedstrijd betwist) of door een persoon verbonden aan de K.B.K.B. (geaffilieerde, recreant, adherent, individueel lid, …).
Het is algemeen geweten dat het publiek bij sportwedstrijden niet alleen wordt gevormd door leden van een club of personen verbonden aan een sportfederatie, maar ook door loutere sympathisanten.
Art. 101-1 Reglement van Wedstrijden is derhalve ruim geformuleerd; het volstaat dat de overlast afkomstig is van het publiek van een achttal, opdat de sanctie zou kunnen toegepast worden. Een club kan derhalve aansprakelijk zijn voor haar publiek, zelfs indien de club geen fout heeft begaan en zelfs indien de identiteit van de dader nog niet gekend is.
Het Comité voor behandeling van Beroepen maakt derhalve een onjuiste interpretatie van art. 101-1 Reglement van Wedstrijden.
Om deze redenen verklaart het Cassatiecomité het cassatieberoep van Voorwaarts gegrond voor wat betreft de middelen tot cassatie.

Verbreekt de beslissing van het Comité voor behandeling van Beroepen.




  1. Ten gronde

Het Cassatiecomité trekt bij verbreking de zaak opnieuw tot zich; partijen hebben bij de behandeling van de zaak de gelegenheid gehad hun standpunt ten gronde te verdedigen.


Daarbij stelt het Cassatiecomité vast dat de zaak niet zou gebaat zijn bij uitstel omwille van het lopende politioneel of strafrechtelijk onderzoek.

Noch de K.B.K.B. noch de gerechtelijke overheid hebben op huidig ogenblik de dader van het ontsteken van de rookbom kunnen identificeren. Algemeen wordt echter aangenomen dat tuchtorganen de afloop van een gerechtelijk onderzoek niet moeten afwachten om uitspraak te doen (zie art. 417 Gerechtelijk Wetboek, dat stelt dat de tuchtvordering los staat van de strafvordering, en het arrest van het Hof van Cassatie van 15 oktober 1987, J.T., 1988, 104 – bron: Verstraeten, R., Handboek Strafvordering, 45-46).


Aangezien Scaldis stelt dat de uitspraak van het Comité voor behandeling van Beroepen moet worden bevestigd omdat er geen betrokkenheid is zolang niet vastgesteld is dat de dader lid zou zijn van Scaldis.
Vooreerst oordeelt het Cassatiecomité dat vaststaat dat de rookbom werd ontstoken vanuit het publiek van (het achttal van) Scaldis.
Uit de beelden van het incident en ook uit de foto’s die door partijen aan het dossier worden toegevoegd blijkt dat op de plaats waar de rookbom wordt ontstoken enkel mensen met de oranje trui van Scaldis bevinden.

Uit deze beelden blijkt ook overduidelijk dat zij niet verontrust zijn bij het vaststellen van de rookontwikkeling doch dat zij nog steeds joelend ter plaatse zijn en genieten van het moment.

Het is weliswaar duidelijk dat op dat ogenblik niemand van de feestvierders zich bewust is van de ernstige gevolgen die deze rookbom met zich zal brengen.
Zoals hoger vermeld zijn de identiteit van de dader en de band van de dader met Scaldis of met de K.B.K.B. niet relevant.
Het argument van Scaldis, dat er zich tussen het “publiek van Scaldis” ook niet-leden en/of neutrale toeschouwers konden bevinden, kan worden gevolgd. De argumentatie dat een neutrale toeschouwer deze bom zou hebben kunnen aansteken, wordt echter tegengesproken door:


  • de beelden, waarop duidelijk kan vastgesteld worden waar de bom gelokaliseerd is;

  • de vaststelling dat, indien de rookbom zou zijn ontstoken door een persoon vreemd aan het publiek van Scaldis, mag verondersteld worden dat de supporters van Scaldis meer verontrust zouden zijn geweest en dat Scaldis actief zou hebben meegewerkt aan het ontdekken van de identiteit van de dader.

Bijkomend wordt vastgesteld dat Scaldis zelf op haar website op zondag 11 maart 2012 (de dag na de wedstrijd) volgende persmededeling deed :

De raad van beheer en de korfbalvereniging Royal Scaldis SC VZW in het algemeen, distantiëren zich hierbij van de individuele aktie door één van haar vermoedelijke sympathisanten veroorzaakt, sympathisant waaromtrent de identiteit nog steeds onbekend is”.
Vervolgens moet worden vastgesteld dat, zoals hoger vermeld, een club aansprakelijk kan zijn voor haar publiek, zelfs indien de club geen fout heeft begaan en zelfs indien de identiteit van de dader nog niet gekend is.
De aansprakelijkheid van de club geldt des te meer nu de KBKB aan de betrokken clubs duidelijke instructies gegeven had in verband met de houding van de supporters en dat duidelijk vermeld was dat geen rookbommen mochten worden gebruikt.
Bijgevolg diende in de gegeven omstandigheden de wedstrijd gestaakt te worden wegens overlast van het publiek van Scaldis.

Derhalve kan de sanctie vermeld in art. 101-1 Reglement van Wedstrijden worden toegepast ten aanzien van Scaldis.



Om deze redenen,
Verklaart het Cassatiecomité het cassatieberoep van Kon. K.C. Voorwaarts gegrond, zowel voor wat betreft de middelen tot cassatie als voor wat betreft de beoordeling ten gronde.

Verbreekt de beslissing van het Comité voor behandeling van Beroepen dd. 21 maart 2012 op grond van verkeerde interpretatie van art. 101-1 Reglement van Wedstrijden.

Bepaalt, de zaak opnieuw behandelend, ten gronde dat het betrokken achttal van Royal Scaldis S.C. een boete van 80K wordt opgelegd en dat de uitslag van de wedstrijd Scaldis-Voorwaarts moet worden bepaald op 0-7 in het voordeel van Voorwaarts.

De kosten vallen ten laste van de K.B.K.B.


Frédéric De Schryver

Secretaris




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina