Log 3: Jeugdclub



Dovnload 128 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte128 Kb.

Log 3


LOG 3: Jeugdclub


JAVIER







iedereen




tout le monde

dromen van




rêver de

de toekomst - toekomstig

het heden - huidig

het verleden - vorig





l'avenir - future (adj)

le présent - actuel

le passé - passé (adj)


er uitzien




avoir l’air

de wereld




le monde

de aarde

1. Hoe zal onze aarde er uitzien?

la terre

zich afvragen of

+ rejet


2.Ik vraag me af of onze wagens elektrisch zullen zijn

se demander si

gebruik maken van




utilizer, faire usage de

de technologie




la technologie

zorgen voor iets




veiller à qch, se soucier de

het milieu

3.We moeten meer voor het milieu zorgen.
We moeten er meer voor zorgen.

l'environnement

inspanningen doen




faire des efforts

Ik ga ermee akkoord dat

Ik ga er niet mee akkoord.



4 Ik ga ermee akkoord dat we meer inspanningen moeten doen

je suis d'accord que

Je ne suis pas d’accord.



iets + adj + s

iets beters, iets nieuws





quelque chose de mieux, de nouveau



de periode (s)




la période

de hoop

5.Het geeft hoop.

l'espoir

(on)mogelijk




(im)possible

zich interesseren voor

6. Hij interesseert zich voor de Oudheid.
Hij interesseert zich ervoor.

s'intéresser à

de Oudheid




l'Antiquité

de geschiedenisperiode




la période de l'histoire

Daar komen de cijfers vandaan




les chiffres viennent de là

geloven (in)

7. Ik geloof dat de toekomst beter zal zijn.
Daarin geloof ik niet.

croire (à), penser

belangrijk




important

voornamelijk

= vooral

principalement, surtout

veranderen (z/h)

7 bis Alles is veranderd.

changer

Ik ben ervan overtuigd dat

8.Ik ben ervan overtuigd dat hij ons zal helpen

je suis convaincu/persuadé que

de kennis (kennen)




la connaissance

de maatschappij




la société

onlangs




récemment

de oorsprong




l'origine

Ik vind het fascinerend te + inf




Je trouve cela fascinant de ....

vaststellen (stelde vast, vastgesteld)

9. Ik vind het fascinerend vast te stellen dat alles een betekenis heeft

constater

de betekenis

betekenen



9 bis Wat betekent dat woord?

la signification

signifier



het kenmerk




la caractéristique

de strijd tegen
strijden tegen

9 ter: Ik stel vast dat hij daar nog altijd tegen strijdt.

la lutte contre
lutter contre

de carnavalstoet




le cortège de carnaval

droevig = triestig




triste

goede voornemens maken




prendre de bonnes résolutions

Ik ben er niet zeker van dat ....

10. Ik ben er niet zeker van dat het een goed idee is

Je ne suis pas sûr que ....

voorbijvliegen
vloog, vlogen, z voorbijgevlogen

11. Ik weet dat de tijd voorbijvliegt

filer (le temps)

genieten van
genoot - genoten

12. Men moet van elk moment genieten.
Daarvan moet je genieten.

profiter de

zelden




rarement

persoonlijk




personnellement










Yana







de bangerik




le/la peureuse

de ervaring




l’exprérience

de orkaan




l’ouragan

de aardbeving




le tremblement de terre

de storm




la tempête

beseffen dat




se rendre compte que

schadelijk

13. Ons gedrag is daar schadelijk voor.

nuisible, dommageable

doordat + rejet




du fait que

de armoede




la pauvreté

veroorzaken




provoquer

een hekel hebben aan iets

14. Waaraan heb je een hekel?

détester qch, avoir qch en horreur

de ramp, de catastrofe




la catastrophe

verbaasd




étonné

alsof + rejet




comme si

de rijkdommen




les richesses

(on)uitputtelijk
uitgeput




(in)épuisable
épuisé

beschermen

15. We moeten daar de aarde tegen beschermen.

protéger

elektriciteit, energie verbruiken




consommer de l’électricité, énergie

seizoensgroenten




les légumes de saison

het afval (tjs sing)




les déchets

sorteren




trier

het gebied

op dat gebied : dans ce domaine

le domaine, territoire

de jeugd




la jeunesse

de illusie




l’illusion

de zorgloosheid




l’insouciance

Ik doe er mijn best voor om te




je fais de mon mieux pour

X klagen over

16. Hij klaagt er zo vaak over.

se plaindre de

de idool




l’idôle

lijken op

17. Ze hebben idolen op wie ze willen lijken.

ressembler à

bewonderen




admirer

de verdraagzaamheid
verdraagzaam




la tolérance
tolérant

volwassen zijn
de volwassene




être adulte
l’adulte

onder druk leven




vivre sous pression

zijn hebben in

18. Waar heb je zin in?

avoir envie

zijn brood verdienen




gagner sa croute










Nabil







de kinderjaren




les années d’enfance

hecht

19. een hechte familie

uni, soudé

het dak

20. een dak boven mijn hoofd

le toit

iets tekort komen

21. We komen vaak geld tekort.

être à court de, manquer de

verantwoordelijk voor

22. Ik ben er zelf verantwoordelijk voor.

responsable de

bezig zijn met

23. Ik ben daar zelden mee bezig.

être occupé avec

hoe + comp, hoe + comp + rejet

24. Hoe ouder je wordt, hoe groter de verantwoordelijkheden worden.

plus + comp, plus + comp

het nadeel
het voordeel




l’inconvénient
l’avantage

de bedoeling is + te + inf

25. De bedoeling is er zoveel van te genieten.

le but est de + inf

leren uit de moeilijkheden




apprendre de ses difficultés

toegeven (aan)

26. Hij gaf eraan toe dat het niet de bedoeling was.

ajouter

verschijnen
verscheen, verschenen, verschenen z




apparaitre, sortir (livre, film)

tijdreizen




voyager à travers le temps

bedenken

27. De mens probeert de toekomst te bedenken.
Ik probeer een oplossing te bedenken.

imaginer

oplossen
de oplossing




résoudre
la solution

de voorouders




les ancêtres

de uitvinding
uitvinden
vond uit, uitgevonden




l’invention
inventer

uiterst




extrême(ment)

het voorwerp




l’objet

nadenken over
dacht na, nagedacht

28. Denk er eens over na.

réfléchir à

de menselijke relaties




les relations humaines

communiceren




communiquer










KIM







het seizoen




la saison

De vier seizoenen :

(in) de lente


(in) de zomer
(in) de herfst
(in) de winter




les quatre saisons : le printemps - l'été - l'automne - l'hiver

het zomeruur

29.Met het zomeruur krijgen we langere zomeravonden

l'heure d'été

het zonnelicht




la lumière solaire/ du soleil

de helderheid




la clarté

de sneeuw – sneeuwen




la neige - neiger

de lange zomeravonden




les longues soirées d'été

beïnvloeden
een invloed hebben op

30 Het heeft een invloed op onze humeur.
Het heeft er een invloed op.

influencer
avoir une influence sur

zonnig

31. Ik vind het leuk als het zonnig is

ensoleillé

afhangen van

32. Het hangt ervan af.

dépendre de

uitkijken naar

33. Ik kijk al uit naar het lange weekend.
Ik kijk er al naar uit.

se réjouir de, attendre avec impatience qch

de klok een uur vooruitzetten

34. In dit weekend zetten we de klok een uur vooruit

avancer l'heure

opstaan
stond op, z opgestaan

35.Hoe laat ben je vanmorgen opgestaan?

se lever

dienen tot

36. Waartoe dient het?

servir à

Ik weet niet of....

37. Ik weet niet of het echt noodzakelijk is.

je ne sais pas si....

nuttig




utile

streng zijn




être sévère

wat .... betreft

38. Mijn ouders zijn streng wat mijn schoolresultaten betreft

en ce qui concerne

afhangen van

39. Mijn schoolresultaten hangen van mijn humeur af.
Mijn schoolresultaten hangen ervan af.

dépendre de

Ik heb het moeilijk




J'ai du mal, j'ai "difficile"

efficiënt




efficace

prikkelbaar




irritable

te wijten zijn aan

40. Waaraan is het te wijten?
Ik weet niet waaraan het te wijten is.

être dû à

de lesrooster




l'horaire des cours

het schoolritme




le rythme scolaire

bestaan
bestond – bestaan h




exister

leiden tot

41. Waartoe leidt het? Ons ritme leidt tot depressie.
Het leidt er zeker toe.

mener à

het arbeidsleven




le monde du travail




De tijd




de datum (data)

op een januari negentienhonderd eenennegentig

op twee mei tweeduizend en een





la date (dates)

le 1e janvier 1991


le 2 mai 2001

op maandag
op dinsdagmorgen
op woensdagmiddag
op donderdagnamiddag
op vrijdagavond




le lundi
le mardi matin
le mercredi midi
le jeudi après-midi
le vendredi soir

de morgen, de ochtend
in de morgen
’s morgens, ’s ochtends
vanmorgen
morgenochtend




le matin
le matin, dans la matinée
le matin (chaque matin)
ce matin
demain matin

’s middags, op de middag
vanmiddag
in de namiddag

42. We krijgen les tot ’s middags.

le midi, sur le temps de midi
ce midi
dans l’après-midi

’s nachts
vannacht




la nuit, tard le soir
cette nuit, ce soir

door de week
in het weekend
het hele jaar door
tijdens de vakantie

43. Door de week ga ik om 10 uur slapen, in het weekend na 11 uur.

44. Het hele jaar door werk ik onder druk. Tijdens de vakantie wil ik rusten.



(pendant) la semaine
(pendant) le weekend
toute l’année
pendant les vacances

eergisteren
gisteren
morgen
overmorgen
binnen de week
over één week
over veertien dagen
de dag ervoor
vorige week
vorig jaar
twee dagen geleden
volgende maand
volgend jaar

45. Binnen de week krijgt u uw colli.


46. Tot over een week.



avant-hier
hier
demain
après-demain
endéans, dans la semaine
dans une semaine
dans 15 jours
le jour d’avant
la semaine passée
l’année passée
il y a deux jours
le mois prochain
l’année prochaine

om twee uur
om tien over twee
om kwart over twee
om halfdrie
om twintig voor drie
om kwart voor drie
rond middernacht




à deux heures
à 2h10
à 2h et quart
à 2h30
à 3h moins10
à 3h moins quart

vers minuit



de kinderjaren
de jeugd
de volwassenheid
de ouderdom




les années d’enfance
la jeunesse
l’âge adulte
la vieillesse

Vertaling van de voorbeeldzinnen




1. A quoi ressemblera notre terre?.
2. Je me demande si nos voitures seront électriques.

3. Nous devons davantage nous préoccuper de l'environnement.

Nous devons plus nous y veiller.
4. Je suis d'accord que nous devons faire plus d'efforts.

5. Ca donne de l'espoir.

6. Il s'intéresse à l'Antiquité. Il s’y intéresse.
7. Je crois que l'avenir sera meilleur.

Dans cela, il ne croit pas.


7 bis : Tout a changé.
8. Je suis persuadé qu'il va nous aider
9. Je trouve cela fascinant de constater que tout a une signification
9 bis : Que signifie ce mot ?
9 ter : Je constate qu’il lutte encore toujours contre cela.
10 Je ne suis pas sûr que ce soit une bonne idée
11. Je sais que le temps file
12. Il faut profiter de chaque moment.

De cela tu dois profiter.


13. Notre comportement est dommageable à cela.

14. Qu’as-tu en horreur ?


15. Nous devons protéger la terre contre çà.

16. Il s’en plaint si souvent.

17. Ils ont des idoles à qui ils veulent ressembler.

18. De quoi as-tu envie ?

19. une famille unie

20. un toit au dessus de ma tête

21. Nous sommes souvent à court d’argent.

22. J’en suis moi-même responsable.

23. Je suis rarement occupé avec çà.

24. Plus tu deviens vieux, plus grandes deviennent les responsabilités.

25. Le but est d’en profiter le plus possible.

26. Il ajouta que ce n’était pas le but.

27. L’Homme essaie d’imaginer le futur.
J’essaie d’imaginer une solution.

28. Réfléchis-y un peu.

29. Avec l'heure d'été on a de plus longues soirées d'été
30. Cela a une influence sur notre humeur.
Ca a une influence dessus.
31. Je trouve cela chouette quand il y a beaucoup de soleil

32. Ca dépend.

33. Je me réjouis du long week-end.
Je m’en réjouis déjà./ je l’attends avec impatience.
34. Ce week-end, on avance l'heure
35. A quelle heure t’es-tu levée ce matin ?
36. A quoi ça sert?
37. Je ne sais pas si c’est vraiment nécessaire.
38. Mes parents sont sévères en ce qui concerne mes résultats scolaires
39 Mes résultats scolaires dépendent de mon humeur
Mes résultats scolaires en dépendent.

40. A quoi est-ce dû ?


Je ne sais pas à quoi c’est dû.
41. A quoi cela mène-t-il ? Notre rythme mène à la dépression.
Il y mène certainement.
42. Nous avons cours jusque midi.

43. Pendant la semaine je vais dormir à 10h, le weekend après 11h.


44. Pendant l’année je travaille sous pression. Pendant les vacances je veux me reposer.

45. Endéans la semaine, vous recevrez votre colis.



46. A dans une semaine.










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina