Lossingen met of zonder inversie eindverslag seizoen 2011



Dovnload 1.14 Mb.
Pagina8/10
Datum23.07.2016
Grootte1.14 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

8.00uur

Over Nrd.Frankrijk trekken 2 buienlijnen van west naar oost over het vlieggebied. Tussendoor en er achter mogelijkheden tot lossen.


Buien kunnen in de loop van de ochtend over het hele gebied ontstaan. Geen Inversies.


NATOUR 3

F

B

N

27-8-11

8.00uur

Inversie

++

++

++

Bewolking

+ -

+ -

+ -

Neerslag

+ -

+ -

+ -

Onweer

++

++

++

Zicht

++

++

++

Windrichting

zw3

zw3

Zw3

Advies

+-

+ -

+-


NATOUR 4

AFDELINGEN

WEDVLUCHT

LOSSINGSTIJD

1E DUIF

50e DUIF

DUUR

AANT.D

Sam. Leiden

Peronne

9.10 uur

1556m/pm

1556m/pm

20 m

5294

Afd.NH RayB

Pommeroeul

10.30 uur

1571m/pm

1513m/pm

13 m

2226

8.30uur

Onder een grondinversie tot 400meter komt op uitgebreide schaal nevel en mist voor. Met het opruimen van deze inversie ( bij 19gr. rond 10.00uur) verbetert ook het zicht. Na 14.00 uur ontstaan stapelwolken en kan er lokaal een bui vallen.


1100uur

Bij het bereiken van de 20gr is de inversie overal opgeruimd en verbetert het zicht. In de loop van de middag gaat de wind nog naar zzo.




NATOUR 4

F

B

N

F

B

N

4-9-11

8.00uur

11.00uur

Inversie

+-

- -

- -

++

++

++

Bewolking

++

++

++

++

++

++

Neerslag

++

++

++

++

++

++

Onweer

++

++

++

++

++

++

Zicht

- -

- -

- -

++

++

+-

Windrichting

z2

z1/2

z1/2

z2

z1/2

z1/2

Advies

+-

- -

- -

++

++

++


NATOUR 5

AFDELINGEN

WEDVLUCHT

LOSSINGSTIJD

1E DUIF

50e DUIF

DUUR

AANT.D

Sam. Leiden

Peronne

8.15 uur

1731m/pm

1577m/pm

25 m

3562

Afd.NH RayB

Pommeroeul

8.20 uur

1800m/pm

1742m/pm

35 m

1538

8.30uur

De opklaringen boven de zuidelijke provincies breiden zich van 8.30uur tot 11.00uur over het hele land uit. Alleen in het Noord-Oosten blijft het langer bewolkt. In Twente aanvankelijk nog minder zicht.


NB

De inversie zou om 8.30uur verdwenen zijn. Echter de tabel van 8.30uur geeft nog steeds aan dat er sprake is van inversie.

Om 10.00uur hoorde ik het geluid van de trein. Het spoor ligt op ca.800meter. Als ik dat geluid hoor weet ik dat er nog steeds inversie is.


NATOUR 5

F

B

N

10-9-11

8.30uur

Inversie

++

++

+ -

Bewolking

++

+ -

+ -

Neerslag

++

++

++

Onweer

++

++

++

Zicht

++

++

+ -

Windrichting

ozo2

zo2

Zzo2

Advies

++

++

+ -


STATISCH OVERZICHT VAN DE NATOUR VLUCHTEN



Gemiddelde tijdsduur van de NATOUR DUIVENVluchten :

Samenspel Leiden 17 minuten

Afd Nrd Holland Rayon B 15 minuten

GEMEENSCHAPPELIJK CONCOURS NOORD/ZUID HOLLAND

AFDELINGEN

WEDVLUCHT

LOSSINGSTIJD

1E DUIF

50e DUIF

DUUR

AANT.D

Sam. Leiden

Sens

8.30 uur

1742m/pm

1539m/pm

41 m

321

Afd.NH RayB

Sens

8.30 uur

1708m/pm

1556m/pm

42 m

440

8.30uur

De opklaringen boven de zuidelijke provincies breiden zich van 8.30uur tot 11.00uur over het hele land uit. Alleen in het Noord-Oosten blijft het langer bewolkt. In Twente aanvankelijk nog minder zicht.


NB

De inversie zou om 8.30uur verdwenen zijn. Echter de tabel van 8.30uur geeft nog steeds aan dat er sprake is van inversie.

Om 10.00uur hoorde ik het geluid van de trein. Het spoor ligt op ca.800meter. Als ik dat geluid hoor weet ik dat er nog steeds inversie is.


NRD/ZUID

F

B

N

10-9-11

8.30uur

Inversie

++

++

+ -

Bewolking

++

+ -

+ -

Neerslag

++

++

++

Onweer

++

++

++

Zicht

++

++

+ -

Windrichting

ozo2

zo2

Zzo2

Advies

++

++

+ -

Bijlagen E

NANTEUIL 4-06-2011

Duiven zijn goed vertrokken, toch een slecht verloop.

W. Wijfje adviseert om niet meer voor te lossen.

Toelichting op de weersomstedigheden IWB

6.50uur


Het is in Frankrijk wisselend bewolkt. Een zwak warmtefront boven Belgie en Nrd. Frankrijk gaat in de loop van de dag actiever worden. De wind trekt in de loop van de dag ook nog aan. Na de middag ontstaan er buien, maar in Nederland blijft het droog.
Convoyeursverslag Nanteuil le Haudouin 4 juni.

Donderdagavond is men met 3 wagens en 582 manden om ongeveer 12.45 uur richting Frankrijk vertrokken, men goed weer onderweg en om 03.30 uur is een tussenstop gemaakt in Nijvel. Duiven voorzien van water, en men kon gaan slapen. Vrijdagmorgen om 10.00 uur weer vertrokken, en om 13.00 uur aankomst in Nanteuil le Haudouin. Duiven weer verzorgt, en alle andere dingen die daar omheen moeten gebeuren gedaan. Het was in Frankrijk niet echt warm, lekkere temperatuur. Zaterdagmorgen Arie gebeld, afgesproken is om 07.00 uur te gaan lossen. Normaal gaat de verste afstand als eerste los, maar omdat onze afdeling besloten had om 07.00 uur te gaan lossen wilde Midden Nederland er als eerste uit, en wel om 06.45 uur. Geen probleem, de samenwerking op de losplaatsen is altijd goed, dus Midden Nederland ging er om 06.45 uur uit. Op dat moment was het niet echt goed, dat werd later beter.


De wagens van Noord Holland werden in gereedheid gebracht, maar toen bleek dat de duiven van Midden Nederland niet vertrokken. De duiven waren wel omhoog gekropen, maar bleven rondjes vliegen, ze durfden niet onder de donkere lucht die aanwezig was weg te gaan. Op dat moment heeft onze convoyeur meteen gereageerd, en besloten niet te lossen, hij wilde niet dat onze duiven tussen de achterblijvers van Midden Nederland zouden komen. Direct na de lossing van Midden Nederland zei een Belgische convoyeur al: dit gaat niet goed.
Ook de Franse contactpersoon constateerde dit. Overigens een goede, toen hij aankwam is hij onze wagens ingegaan en inspecteerde de watergoten of er wel water aanwezig was, en alles is in orde bevonden. Dit hadden de convoyeurs ook nog niet eerder meegemaakt. Nadat de duiven van Midden Nederland vertrokken waren, is de Kuststrook gaan lossen, die trokken wel goed weg, maar omdat Noord Holland de lossing uitstelde, waren de Belgen met een paar lossingen aan de beurt om te lossen. Ook die vertrokken goed, en om 07.55 uur zijn onze duiven in vrijheid gesteld. Dat er eerst 08.05 uur op teletekst heeft gestaan kwam door een kleine miscommunicatie, er was niets aan de hand, de lossing is goed verlopen en de duiven zijn onder een blauwe hemel met een NO 3 gelost en snel in de goede richting gegaan. N.a.v. deze vlucht die onregelmatig verlopen is, wat ik aan de convoyeur heb doorgegeven kreeg ik als antwoord: dat snap ik niet, de duiven zijn echt snel vertrokken, en kun jij achterhalen hoe het bij de andere afdelingen is gegaan die er ook stonden. Ik heb dat gedaan, en de lossing verantwoordelijke van Midden Nederland vertelde mij dat de duiven perfect vertrokken waren. Ik heb hem de verklaring van onze convoyeur verteld, en daar werd hij toen wel een beetje stil van en ging dit na trekken, want de leden moeten een goed beeld van de lossing krijgen zei hij. Er waren bij hen geen meldingen van achterblijvers, ondanks dat ze niet vertrokken zijn ze toch naar huis gekomen. Dat wij een onregelmatige vlucht gekregen hebben, met behoorlijk wat achterblijvers kon hij wel verklaren aan de hand van een beeld wat ik schetste van wat Frits van Duin vanuit Zeeland had meegekregen, dat er koppels duiven vanaf de kust weer naar het zuiden trokken. S’morgens lag en een warmte frontje voor de kust wat niet actief was, maar hij had het daar niet zo op, en zo vertelde hij, waarschijnlijk is dat toch weer actief geworden, maar dat weet ik niet want daar heb ik niet meer naar gekeken, maar mogelijk hebben jullie duiven hier mee te maken gehad, en dan heb je weer inversie.
Conclusie die we hier uit kunnen trekken, is dat duiven soms veel te vroeg gelost worden, en niet willen vertrekken, misschien moeten wij ook niet meer voor half 8 lossen, want dan is het nog steeds half zeven. En helaas moeten wij ook constateren dat sommige convoyeurs het blijkbaar niet zo nauw nemen, en er een draai aan geven om zich te vrijwaren. Als je als eerste lost, en het gaat fout, moet je dat niet verzwijgen, dat overkomt je en daar kun je niets meer aan doen. Dan kan je niemand de schuld geven, maar de anderen kunnen daar wel op anticiperen. Maar als je het verzwijgt, dan breng je wel meteen het roddelcircuit in de duivensport weer op gang, gaat men bellen en verwijten maken, en is er weer van alles gebeurd, wat later ongegrond blijkt. De temperatuur op de terugreis was hoog, met beide ramen open liep de temperatuur op tot 27 á 30 graden.

Namens de convoyeurs en chauffeurs


Wim Wijfje
CHATEAUROUX 26-6-2011   

Het werd wel neveliger richting Noord Frankrijk en België tot in Nederland toe.


Toelichting op de weersomstedigheden IWB

7.00 uur

Een warmtefront trekt van west naar oost over de Benelux. Voor het front uit en in het front lichte tot matige (mot)regen. Achter het front lage stratusbewolking met nevel. Frankrijk droog met zon. Het front ligt om 14.00 uur op de lijn Texel-Eindhoven en trekt verder weg.
Convoyeursverslag Chateauroux 26 juni.

Vrijdagnacht om 00.45 uur vertrokken uit Wijdewormer met 2 wagens en 368 manden met in totaal 8222 concours duiven. Om 07.00 uur aangekomen voor een tussenstop op de parkeerplaats bij de overgang België en Frankrijk. Duiven voorzien van water, en na een uur weer vertrokken richting de losplaats in Chateauroux, waar men om 14.30 uur aankwam. De duiven weer verzorgt, het was mooi weer ongeveer 25 graden met een heel zwakke wind. Ook zaterdag was het goed weer, maar België en Nederland waren slecht, dus overstaan tot zondag. Intussen waren er ook Belgen, Duitsers en Engelsen met duiven in Chateauroux aangekomen. Onze convoyeur heeft op Nationale vluchten geen snars te vertellen, dat doet de


NPO lossingcommissie, en die hadden al vroeg besloten dat wij er om 06.15 uur uit gingen, waarschijnlijk waren ze bang dat het in Frankrijk te warm zou worden vertelde Jan.op het moment van lossen was het in Chateauroux mooi weer met een kalme ZW wind, met volop zon. Toen ik Jan vertelde van het slechte verloop, was hij verbaasd, want dit was op de losplaats niet voorzien, maar vertelde hij, het. Werd wel neveliger richting Noord Frankrijk en België tot in Nederland aan toe. Jammer dit had hij niet verwacht maar is wel begrijpelijk.

Zondagavond waren er nog veel achterblijvers, hopelijk komen ze snel weer op de hokken terug. Deze Nationale/Sector vlucht is gewonnen door Hennie la Grouw uit Amsterdam, zijn 09-1010982 maakte 1211.279 mpm, en daarmee werd hij 2e in de sector. Comb. J&J Kaman uit Wormerveer werd 2e en S. Bierlee uit Assendelft 3e en alle drie teletekst. Heren Proficiat.

Namens Albert, Eric, Geert en Jan
Wim Wijfje
STROMBEEK 16-7-2011

De duiven zijn met een ZW wind kracht 2 en licht bewolkt met blauwe plekken, waar de zon regelmatig doorheen kwam. Het slechte weer kwam van achter langzaam naderbij.



Toelichting op de weersomstandigheden IWB

7.00uur


Een rug van hoge druk trekt naar het oosten weg. In de middag arriveert een storing met regen. Voor dit front uit valt er in West België en West Nederland wat lichte regen. Er komen ook opklaringen voor. Inversie op 250m. opgeruimd tussen 8.00uur en 10.00uur.

Convoyeursverslag Strombeek 16-07-2011

Om 22.45 uur vertrokken de wagens vanuit Haarlem, de anderen zijn uit Wijdewormer vertrokken. Aankomst bij de losplaats A, B en D om 01.45 uur de anderen rond 02.15 uur. Helaas kwam men voor een dichte poort, een misverstand bij de Belgische contactpersoon, en niet van onze mensen. Ook Rayon A en D moesten naar Strombeek, in Duffel was en e.o.a. feest, en in St. Niklaas was er een kermis op het terrein. Men moest dus buiten de poort wachten, en dat heeft ook consequenties v.w.b. de rijtijdenwet alles wordt via de tachograaf vastgelegd, sjoemelen kan niet, je moet dan je tijd volmaken anders kan je daar nog eens 9 uur blijven staan. De duiven zijn van water voorzien, en daarna kon men een paar uur gaan slapen.


Het was zaterdagmorgen mooi weer in Strombeek, maar om 07.30 uur motregende het in Zeeland, en dit front moest eerst wegtrekken. Rayon A zou om 09.20 uur los gaan, men kwam een paar minuutjes te kort, dus werd het 09.22 uur. B ging om 09.35 los, D om 09.45 uur en C om 09.55 uur. Bij de wagen van C gingen 5 deuren niet open, maar deze zijn binnen 10 seconden alsnog geopend. Rayon E & F zijn om 10.15 uur gelost, en die 20 minuten heeft men nodig om die twee wagens in gereedheid te brengen, lossnijden, schuiven open enz. dit heeft niets met eigenbelang of zo te maken zoals sommigen al weer beweren, men heeft die tijd gewoon nodig. Patrick heeft bij elke lossing contact gehad met Arie van Dam, om alles zo goed mogelijk te laten verlopen, er is geen risico genomen, de duiven zijn met een ZW wind kracht 2 en licht bewolkt weer met blauwe plekken waar de zon regelmatig doorheen kwam vertrokken, ze gingen meteen in de goede richting, want het slechte weer kwam van achter langzaam naderbij. C had wel iets meer bewolking dan b.v. A, maar het vertrek van alle duiven was goed. Toen ik vertelde dat er nog veel duiven weg waren, baalde hij wel, want dit had hij niet verwacht.
Het enige wat hij uit de praktijk (waterschap) vermoed, is dat we donderdag onstuimig weer hadden, vrijdag goed weer, maar dan is de atmosfeer nog niet tot rust gekomen, daar hebben jonge duiven meer last van dan de oude duiven, zie Breuil le Verte/Clermont. Wat hij nog wel even kwijt wilde is dat de chauffeurs en convoyeurs bij een paar verenigingen met allerlei vragen worden lastig gevallen, en als men dan blijkbaar niet dat antwoord krijgt wat men verwacht, worden deze mensen verrot gescholden en krijgen overal de schuld van. Deze mensen doen hun werk, doen hun best en die kun je niet zomaar overal de schuld van geven. Ze denken altijd maar dat er van alles verkeerd gaat, de beste stuurlui staan aan wal, maar het is wel frustrerend. Ze moeten maar eens een keer mee gaan, dan weten ze hoe het gaat en wat er allemaal voor komt kijken. Dit moet echt stoppen, anders zullen er toch maatregelen tegen deze verenigingen genomen moeten worden, want wij als bestuur willen deze mensen wel binnenboord houden, het begint op crimineel gedrag te lijken.Op Meer vorige week 1072 manden, op Strombeek waren dat er ongeveer 935, dit is even geschat omdat Rayon D nog niet bekend was en een paar verenigingen op het moment van schrijven.
Namens Nick, Peter, Dirk, Ron, Tom Albert, Eric, Berend, Arie Gerard en Patrick,
Wim Wijfje
POMMEROEUL 10-9-2011

Wat opviel, de wind was beneden tussen NO en ZO en boven was de wind Zuid.

Tevens de toelichting van Arie van Dam, Lossingverantwoordelijk
Toelichting op de weersomstandigheden IWB

8.30uur


De opklaringen boven de zuidelijke provincies breiden zich van 8.30uur tot 11.00uur over het hele land uit. Alleen in het Noord-Oosten blijft het langer bewolkt. In Twente aanvankelijk nog minder zicht.

NB

De inversie zou om 8.30uur verdwenen zijn. Echter de tabel van 8.30uur geeft nog steeds aan dat er sprake is van inversie.



Om 10.00uur hoorde ik het geluid van de trein. Het spoor ligt op ca.800meter. Als ik dat geluid hoor weet ik dat er nog steeds inversie is.
Convoyeursverslag Pommeroeul 10-09-2011

Vrijdagavond om 23.30 uur vertrokken uit Limmen, en nadat de duiven in Haarlem waren overgeladen om 24.00 uur vertrokken met in totaal 450 manden met 8686 concours duiven en ongeveer 1200 invliegduiven richting Pommeroeul. Onderweg rustig weer, bewolkt, aankomst in Pommeroeul om 03.30 uur. Duiven van water voorzien en een paar uur slapen. Al vroeg contact met Cor en Arie opgenomen, en na nog een keer bellen werd besloten om 08.20 uur te lossen. Op het moment van lossen was het prachtig weer en goed zicht, temperatuur ± 21 graden en windstil.


De duiven gingen als een raket richting huis, er bleef er niet een hangen, maar toen ik Patrick vertelde dat het zo slecht gegaan was, vroeg hij of ik daar een verklaring voor had, want hij in ieder geval niet.
Op de terugweg naar huis was het ook prachtig weer, ongeveer 22 graden en goed zicht. Onderweg kreeg een wagen van Beets pech, er lag een sjorband met haak op de weg, en daar reden ze overheen met als gevolg lekke voorband. Daar moest een takelwagen bij komen, en na gerepareerd te zijn kon men een aantal uren later verder huiswaarts.
Wat opviel, de wind was beneden tussen NO en ZO en boven was de wind Zuid. Beneden stond vooral op de vlakte een behoorlijke wind, die in kracht toenam, maar ook boven waaide de zuiden wind pittig.
Hopelijk komen de duiven nog na. Namens Dirk, Ed, Geert, Jan, Peter S, en Patrick,
Wim Wijfje
VERKLARING van Arie van Dam

Slechte Pommeroeul overschaduwt goede Sens

De laatste vlucht van het memorabele seizoen 2011 werd op een bij het seizoen 2011 passende wijze afgesloten. De navlucht vanuit Pommeroeul werd namelijk de slechtste van het seizoen 2011. Het werd een rampzalige einde van een rampzalig seizoen. De cijfers die later in dit stuk volgen bewijzen dit. Niet eerder dit jaar kwamen de duiven zo slecht naar huis. De spreidingscijfers zijn waren in geen van de rayons ooit slechter dan op zaterdag 10 september.

Grote tijdverschillen in aankomsten tijden deden veel liefhebbers vertwijfeld naar de hemel staren. Waar bleven de duiven? In de Zuidelijkste rayons waren de verschillen in aankomst tijd het grootst. Ook was hier de snelheid van de eerste duiven het laagst. De conclusie lag/ligt dan ook voor de hand. De duiven zijn en masse langs de kust omhoog gevlogen en doorgeschoten onder invloed van de matige wind uit het Zuid Oosten. De duiven vallen namelijk aan de kust een stuk vlotter en vooral in rayon A zijn de snelheden indrukwekkend. Ondanks dit kennen deze rayons echter ook de meest onregelmatige vlucht van het seizoen. Dus m.i. moet er meer aan de hand zijn geweest?


Nog tijdens de vlucht belde ik daarom met Arie van Dam van het IWB en tevens lossingsverantwoordelijke van de afdeling Noord Holland. Arie had twee mogelijke verklaringen voor het slechte verloop. De meest voor de handliggende was de gekende combinatie van losplaats en wind uit Zuidoostelijke richting. Pommeroeul ligt behoorlijk Westelijk en een wind zonder West in de richting drijft de duiven dan naar de Belgische kust. Ondanks het feit dat veel melkers die aan de kust wonen het niet met mij (en van Dam) eens zijn, zijn dit onmiskenbaar de ingrediënten voor een moeilijke veelal rampzalige vlucht. De duiven die niet opletten komen boven zee en raken in paniek.
Opmerkelijk is dat het nu veelal oude duiven zijn die uit koers raakten. Wellicht komt dit door de tweede verklaring die van Dam mij gaf. De zonneactiviteit was namelijk zaterdagmorgen vroeg bijzonder hoog. Er waren rond 6:40 uur zware uitbarstingen die leiden tot zware radiogolven en een sterk verhoogd magnetische activiteit. Van het laatste hebben de duiven niet veel last maar de radio golven verstoren de oriëntatie totaal, aldus van Dam.
‘Ze raken dan geheel gedesoriënteerd’. Ook meldde hij dat ten tijden van ons gesprek (12:10 uur) de waarden weer naar normaal gezakt waren. Hij gaf aan dat de vlucht vanuit Sens er dan ook weinig last van zou hebben en dat de jonge duiven waarschijnlijk normaal zouden thuis komen.
Nu heb ik van bovengenoemde materie weinig kaas gegeten maar hetgeen van Dam meldde kan wel verklaren waarom de vluchten in heel het land in de morgen bijzonder matig verliepen (Verkerk had bijvoorbeeld een gat van 12 minuten tussen zijn eerste 2 duiven op Peronné en ook in de Kuststrook waren er veel duiven achter). Ook zijn voorspelling over het verloop van de derby kwam uit. Deze verliep zonder noemenswaardige problemen en nagenoeg geen verliezen, waar voor wat betreft de ochtendvluchten nog veel duiven achter waren (en zijn).
Het verloop van de ochtendvlucht wierp een schaduw over de derby der junioren. Er zijn immers weinig melkers die vol goede moed op de volgende vlucht gaan wachten als er van de ochtendvlucht nog maar 30 a 40% thuis niet gearriveerd is. Op menig hok was de stemming gedaald tot ver onder het nulpunt. Ook zorgden de achterblijvers voor een hoop verwarring omdat zij juist arriveerden op het tijdstip dat de eerste duiven van de derby verwacht werden.
BIJLAGEN F

2.1 Inversie Volkskrant 1977 De zomertijd gaat in, massale verliezen van duiven

In de Volkskrant van 26 augustus 1977 stond het bericht dat er een half miljoen postduiven waren zoekgeraakt in een periode van enkele maanden tijd. De volgende morgen ging de cartoon van Wilbo hierover. Volgens het bericht was het verlies van duiven nog nooit zo groot geweest. Oorzaak: slechte weersomstandigheden.


Hoewel er bij het lossen van de duiven terdege rekening werd gehouden met de weersverwachting, bleken zich onverwacht veel extra storingen op de vluchtroute te hebben voorgedaan.



In de winter blijken er grotere verliezen op te treden dan in de zomer. Dit komt niet omdat de duif niet tegen de lagere temperatuur kan, maar omdat het oriëntatievermogen nadelig wordt beïnvloed door de temperatuur. De grootste verliezen voor korte afstandsvluchten treden op in maart en april, hoewel vluchten uitgevoerd bij echt hoge temperaturen ook rampzalig kunnen zijn.(NB. Opmerking is twijfelachtig)
RAMPZALIG

Het meest rampzalig is echter als er een onzichtbare temperatuursprong (een inversie) op de route zit. Wind blijkt de navigatie van de duif nauwelijks te beïnvloeden, maar natuurlijk wel de snelheid, die varieert van 50 tot 110 km per uur. De directeur van het KMI, dr. A. Vandenplas, zelf een groot duivenliefhebber, schrijft echter dat er bij oostelijke en noordoostelijke wind mogelijk wat meer verliezen zijn dan anders.


Duiven blijken zeer gevoelig te zijn voor lucht- en drukverschillen. Het is beter duiven niet te lossen als het zicht minder is dan 5 km. Onweer is om twee redenen gevaarlijk: als een duif een onweersfront passeert kan zij de oriëntatie kwijtraken en de neerslag kan funest zijn.
Vaak zijn er grote verliezen als duiven op hun vlucht een onweer passeren. Overigens wachten de duiven meestal het einde van het onweer op de grond af. Voor het lossen van duiven moet zijn voldaan aan de volgende voorwaarden: goed zicht (geen mist), geen wolken onder de 300 meter (geen stratus), geen onweer of neerslag, wind niet te hard en uit één richting, geen onweersvoorspelling op de vluchtroute.

NB.

De inversie wordt in dit artikel als meest rampzalig genoemd. Het kan ook te maken hebben met de Zomertijd, die in 1977 voor het eerst is ingegaan. De lossingstijden worden vanaf 1977 op dezelfde aangehouden.

Anno 2011 is er t.a.v. het lossingbeleid niets veranderd. Ondanks de informatie die het IWB ( ik neem aan dat dit niet kosteloos is) verstrekt, wordt deze vaak genegeerd. Blauwe lucht, oostenwind en de duiven worden gelost.
In het hierop volgend artikel wordt een overzicht opgebouwd, hoe de wedvluchten per afdeling zijn verlopen. De gegevens van het IWB gelden hierbij als leidraad.

NVE

E

2.2 INVERSIE BRON : WIKIPEDIA

Een inversie is een term uit de meteorologie die aangeeft dat de temperatuur in een laag van de atmosfeer een omgekeerd verloop heeft ten opzichte van de normale situatie. Normaal wordt het steeds kouder, hoe hoger men in de troposfeer (onderste 11 km van de atmosfeer) komt. Bij een inversie wordt het over een gedeelte van de hoogte steeds warmer.



Doordat koude lucht zwaarder is dan warme lucht, dat wil zeggen een hogere dichtheid heeft, heeft koude lucht de neiging om te dalen terwijl warme lucht de neiging heeft te stijgen. Normaliter leidt dit tot een zekere circulatie waarbij koude lucht aan de grond wordt opgewarmd en warme lucht op grotere hoogte afkoelt. In sommige situaties krijgt de koude zware lucht de kans niet om op te warmen en blijft op lagere hoogte hangen.

Een inversie treedt in Nederland vaak 's zomers op, bij windstil en onbewolkt weer gedurende de nacht. In dit geval komt het doordat de bodem dan sterk afkoelt en de lucht hierboven warm is na een warme dag. In Azië koelt het land 's winters sterk af, waardoor ook vaak een inversielaag kan ontstaan. In Siberië kan het op bergtoppen van 1500-2000 meter soms tot 20 graden warmer zijn dan in de dalen als daar een inversielaag blijft hangen.

ROOKPLUIM

Een inversielaag kan zichtbaar worden bij een rookpluim uit een schoorsteen. Doordat de warme lucht uit de rookpluim een relatief warme luchtlaag tegenkomt, stijgt de rookpluim niet verder en verspreidt de rook zich horizontaal. Men ziet dan een verticale rookkolom, die zich plotseling op een bepaalde hoogte horizontaal uitbreidt, alsof de pluim bij een glazen plafond is aangeland. Smog treedt daardoor met name op ten tijde van een inversie.



DUIVENSPORT

Een eigenschap van een inversielaag is dat geluid daar tegen gereflecteerd wordt. Bij een inversie is geluid daardoor op aanzienlijk grotere afstand hoorbaar dan zonder inversie. In de duivensport kan inversie aanleiding zijn voor oriëntatieproblemen bij duiven waardoor verliezen ontstaan. Luchtvervuiling blijft door inversie in de winter boven de grotere Siberische en Noord-Chinese steden hangen, wat grote smogproblemen geeft.



2.3 VLIEGEN ZONDER VERLIEZEN DOOR: Willem Mulder
De vluchten zijn overal voorbij of zo goed als voorbij. Er zijn nog wel taartvluchten voor de volhouders maar dan heb je het ook wel gehad. Tijd om eens na te denken hoe het komt dat wij zoveel jonge duiven verliezen. Daar wordt al de nodige aandacht aan besteed, maar misschien kan ik ook een duit in het zakje doen. Ik was enige tijd geleden in gesprek met de schoonzoon Hans Josef en dochter Claudia van mijn voedingsleraar Horst Collenberg uit Haltern. Daar boven in het Roergebied worden erg weinig jonge duiven verspeeld. Ik heb gehoord hoe dat daar lukt om een zeer groot deel van de duiven te behouden. Zij hebben daar goed zicht op, want de inkorfwagen inclusief de aanhanger staan in de loods, naast de winkel van Collenberg. Ze zijn beide bij het inkorven zeer betrokken. Ik schrijf dit niet om het maar direct moeten overnemen, maar om het eens door de gedachten te laten gaan. Zo van: zo kan het ook. Misschien kunnen we er iets mee, misschien niet.
GEZONDHEID EN TRAINING IS ALLES!

Ook in Duitsland geldt, dat met name jonge duiven kerngezond moeten zijn. De luchtwegen moeten top zijn, anders heb je geen kans op goede uitslagen maar wel op grote verliezen. Hoe doen jullie dat was mijn eerste vraag. Een goede duiven-dierenarts speelt hierin de hoofdrol. Als er iets is, moet worden ingegrepen.




V.l.n.r; Martina Collenberg, Hans-Josef,Horst Hermann, Claudia Collenberg, Bernhard Bickhove
De jonge duiven worden bij Collenberg met de vlag verplicht getraind. Elke dag iets langer tot ze uit zichzelf minimaal 1 tot 1 ½ uur vrijwillig trainen. Daarna beginnen de opleer vluchten. Ze starten met een afstand van 25 km voor de eerste trainingsvlucht. Daarna wordt het 30 km, 50 km, 70 km 80km en 100 km. Niet in een eigen karretje, nee, duizenden duiven allemaal in de grote transportwagen! Leren omgaan met de stress van het spelletje wat wij zo leuk vinden. Dan volgt de eerste prijsvlucht op 128 km. In Haltern worden ± 1500 duiven ingekorfd die samen met andere CC´s (RV´s) in een vrachtauto + aanhanger naar de plek van bestemming vertrekken.
Twee keer per week.

In de mand gaan 25 jonge duiven of 23 oude duiven. De manden zijn 80 cm x 85 cm. De afstanden van de prijsvluchten gaan van 128 km tot en met 325 km. Verder gaan de Duitsers niet. Ja, er zijn nog wel een paar extra attractie vluchten tot 450 km maar die behoren niet tot het officiële programma. Niet alleen op zaterdag of zondag, maar ook midden in de week wordt er ingekorfd. Op donderdag (vluchtdag) wordt dan elke keer gekozen voor de 128 km. Je kunt klokken want het is een prijsvlucht. Je kunt ze ook meedoen als wekelijkse training. Het is aan de duiven te zien zegt Hans Josef. Die wekelijks mee gaan zijn verder in de rui dan die ook op woensdag / donderdag meegaan op de vlucht. De duiven worden ook scherper, want training en ervaring opdoen is het allerbelangrijkste voor jonge duiven.


Verliezen.

In Haltern is men op 7 augustus begonnen met 1574 duiven en op 3 september waren er nog 1329. We moeten rekening houden met het feit dat er 2 liefhebbers met vakantie zijn gegaan. Als we die erbij tellen zijn er eigenlijk maar 80 duiven weg, de rest is nog op de hokken. Verliezen? Rond de 5% !! Daar teken ik direct voor. . En daar hebben ze echt hetzelfde kl…weer gehad als wij hier!!


Creatief lossen.

De “Auflassleiter” ( convoyeur) is hier Bernhard Bickhove en Bernhard is goed in zijn vak. In principe vliegen ze hier in Duitsland op zondag. Maar als het zondag slecht wordt en het is zaterdag beter, dan wordt alles in het werk gesteld op op die zaterdag te vliegen. De liefhebbers worden geïnformeerd via telefoon of mail. Door die flexibiliteit wordt veel ellende voorkomen.


Anders voeren.

U kunt zich voorstellen, dat het voeren anders moet als je 2 x per week een vlucht hebt. Met zuivering kun je dan niets meer doen. Daar heb je geen tijd voor. Bij thuiskomst wordt hier ´s avonds een energie mengeling gevoerd. Daarmee bedoel ik een mengeling zoals Super Dieet, Super Energie, Turbo Energie, Vandenabele, Gerry Plus etc. De laatste 2 wat extra snoepzaad erbij om ook op een vetgehalte van rond de 12 – 13% uit te komen. Ik zal het vanaf nu energie mengeling noemen. Ook de volgende morgen krijgen ze energie mengeling. Daarna ´s avond een vliegmengeling of Jonge duiven mengeling. Maandag en dinsdag weer vliegmengeling en woensdag morgen ½ vlieg en ½ energie mengeling, ´s avonds alleen energie mengeling. Ook op de inkorfdag alleen energie mengeling. Zo ongeveer verloopt het voeren hier. Het is ook belangrijk om mineralen te geven, want jonge duiven hebben daar veel van nodig. Dit moet altijd vers op het hok aanwezig zijn.



Water en golfbrekers.

Nog veel belangrijker dan voer is water in de transportwagen. Daar hebben ze in Haltern iets op gevonden. Er is tijdens transport gewoon altijd water ter beschikking voor de duiven. In de goten bevinden zich zogenaamde “plastic golfbrekers”. Die zorgen ervoor dat er totaal geen water in de auto´s wordt gemorst. Ik heb op de foto ranja in de golfbreker gedaan. Zo kun je zien, dat zelfs in de bergen geen druppel water wordt gemorst. De duiven kunnen water drinken zoveel ze willen en wanneer ze willen. Dat houdt de hersenen scherp. Ideaal, iets voor Nederland? Ze zijn vast wel ergens te koop!!




GOLFBREKER
Oriëntatie.

De hersenen functioneren alleen als voldoende vocht wordt aangevoerd. Indien dit niet het geval is, zal het oriëntatievermogen zo goed als uitvallen. Het geval is: grote verliezen van de duiven, boze en gefrustreerde liefhebbers, slechte mediaberichten en minder duiven die de volgende weken worden aangeboden voor een komende vlucht.


Transportkosten.

Oude duiven kosten in deze afdeling de eerste vlucht € 3,00 per duif. Dat is hier belastingvrij. Daarna € 0,15 per duif ( niet belastingvrij) voor alle opvolgende 12 vluchten. De jonge duiven: de eerste vlucht € 2,00 (zonder belasting) voor de 6 jonge duiven vluchten. Daarna ook € 0,15 per duif.


Andere voordelen.

Als we zo weinig duiven verspelen tijdens de vluchten, dan houden we er voldoende over om uit te selecteren. We hoeven het volgende jaar ook niet te kweken uit alles wat veren heeft. We kunnen kweken uit de bewezen kwekers en of uit de beste vliegduiven. Alleen dat levert resultaat op en alleen daaruit kun je succes verwachten!!


Die betere jonge duiven hebben dan ook meer plaats op het hok, want we kunnen het met minder duiven doen. Weer 5 jonge duiven per m² zoals het hoort. Op een afdeling van 2 meter x 2 meter zitten dan….20 jonge duiven. (ook bij u???) U kunt ze weer beter in de gaten houden. De jongen hebben weer hun eigen territorium en zullen zich thuis voelen op hun hok. Daar willen ze graag zijn. U kunt weer selecteren. U hoeft niet gefrustreerd te zijn als u van de 80 jonge duiven na de 3e vlucht nog 3 over heeft.
Wellicht een overweging waard?

2.4 TEMPERATUURINVERSIE BRON : WIS EN WAS

INLEIDING EN DEFENITIE

Normaal neemt de temperatuur in de dampkring met de hoogte af. Boven een inversie (een temperatuuromkering) stijgt de temperatuur juist met de hoogte. Boven een koude luchtlaag die aan het aardoppervlak grenst, ligt dan een warmere luchtlaag. Op de grens tussen deze beide gaat de temperatuur met een sprong van5 Ctot10C omhoog. Er worden grondinversies en subsidentie-inversies onderscheiden.


Door sterke uitstraling in de avond en nacht koelt de lucht vlak boven het aardoppervlak sterker af dan wat meer daarboven. Sterke afkoeling van de grenslaag (de onderste kilometer van de atmosfeer) veroorzaakt een grondinversie. Aan de grond is het dan vele graden kouder dan op enkele tientallen tot 200 meter hoogte. Deze situatie komt in heldere en windarme nachten zeer veel voor.
Een subsidentie-inversie wordt in of nabij een hogedrukgebied gevormd. Dalende luchtbewegingen in een hogedrukgebied veroorzaken verwarming van de lucht. De verwarming reikt echter niet tot het aardoppervlak, omdat de grondlaag door uitstraling koud blijft. Opstijgende luchtstromingen worden hierdoor onderdrukt.

Onder de inversielaag hopen zich vocht, stof, roet en andere vervuiling zich op. Dat bevordert een gelaagde bewolking onder de warmere luchtlaag. De daarbij voorkomende bewolking is dan Stratus, Stratocumulus en Altocumulus

(Bron: www.knmi.nl. www.meteonet.nl)
J. DEN TONKELAAR

Ten aanzien van temperatuursinversies concludeert J. den Tonkelaar het volgende (Den Tonkelaar, 1972]:

“Mist komt voornamelijk voor tijdens weersomstandigheden waarbij ook een uitgesproken inversie aanwezig is. Juist bij deze omstandigheden is de mist hardnekkig van aard. Bij afwezigheid van inversies lost de mist in de ochtend op en vertoont het vluchtverloop minder onregelmatigheden. Maar, óók de aanwezigheid van inversies zónder mist, nevel of sterke heïgheid, zijn voor het luchtverloop fataal” [... ]
"In het huidige stadium van onderzoek is gebleken dat vooral inversies lager dan 1200 meter een sterk vluchtbelemmerende invloed hebben. In het bijzonder inversies op hoogten van 100 tot 300 meter en vooral wanneer zij gepaard gaan met bewolking. De bewolking die zich nabij zo'n inversie vormt, is van een gelaagde horizontale structuur,is nagenoeg contrastloos, vezelig en egaal grijs van aanblik. De naam ervan is: stratusbewolking (stratus=deken)".
VRAAG

Is de thuiskomst van vluchten slechter, waarbij er sprake is van een Inversie?

Na de studie IN 1972van J. den Tonkelaar ( blijkt ook uit deze studie dat temperatuursinversies een negatief effect hebben op de thuiskomst van de duiven. Het is echter niet duidelijk welke temperatuursinversies het precies zijn ( type, sterkte, hoogte, tijdstip, mate van ophoping onder de inversie ) die de duiven hinderen. Het is ook niet duidelijk op welke manier temperatuursinversies voor problemen kunnen zorgen.
Boven in inversielagen kan het hard waaien en de wind kan erg veranderlijk zijn. Inversies kunnen gepaard gaan met Stratusbewolking en mist. Ook is het draagvermogen minder in inversies, waarvan vliegtuigen bijvoorbeeld veel hinder ondervinden. ( Bron : Eric Chavanu, meteoroloog. Presentatie over duivensport en meteorologie op vrijdag 14 december 2007 te Veenendaal ),. Vooral de eerste twee verschijnselen zouden een belangrijke rol kunnen spelen bij de negatieve effecten van inversies.
CONCLUSIES


  • De aanwezigheid van een temperatuursinversie heeft een duidelijk negatief effect op de thuiskomst van de duiven, vooral op dag een, en in mindere mate op dag twee.

  • Voor de toekomst is het belangrijk vast te stellen welke inversies de duiven precies hinderen



2.5 Frontale storingen BRON: WIS EN WAS

INLEIDING EN DEFENITIE

Een front is een overgangszone tussen twee luchtsoorten met uiteenlopende eigenschappen, bijvoorbeeld verschillen in temperatuur, relatieve vochtigheid en stabiliteit, Een front is dus een grensgebied tussen verschillende soorten luchtmassa’s.


KOUFRONT

Bij de passage van een koufront stroomt er relatief koudere lucht binnen. De koudere, zwaardere lucht duikt onder de warmere lucht en stuwt zo de warmere lucht snel omhoog. Op voldoende hoogte condenseert de warme, vochtige lucht tot bewolking en vaak neerslag.


In koufronten kunnen grote, dreigende buienwolken (Cumulonimbus, Cb) ontstaan, met buien en onweer. De neerslag is meestal kort en hevig. Het grensvlak tussen koude en warme lucht loopt vrij steil omhoog. De doorsnede van een koufront is vaak slechts tientallen kilometers. Koufronten passeren meestal relatief snel. Na het passeren van het front is de temperatuur gedaald.
Op weerkaarten worden koufronten meestal aangegeven door een (blauwe) lijn met driehoekjes.
WARMTEFRONT

Bij de passage van een warmtefront stroomt er relatief warmere lucht binnen. De warmere lucht glijdt over de koude, zwaardere luchtlaag heen en stijgt zo steeds verder in hoogte. Op voldoende hoogte condenseert de warme, vochtige lucht tot bewolking en vaak neerslag.


De bewolking kan zich ontwikkelen tot Nimbostratus (Ns), Stratus (St) of Stratocumulus (Sc). De wolkenbasis daalt soms tot slechts 200 of 300 meter. Uit de bewolking kan langdurig regen of motregen vallen. De frontale zone is vaak honderden kilometers breed en verschuift maar langzaam. Na het passeren van het warmtefront is de temperatuur gestegen.
Op weerkaarten worden warmtefronten meestal aangegeven door een (rode) lijn met halve bolletjes.
Wanneer een koufront een warmtefront inhaalt en daarmee samensmelt, ontstaat er een occlusiefront, waarbij de warme, vochtige luchtlaag geheel van het aardoppervlak wordt opgetild. Is er weinig beweging in het front en dringen warme en koude luchtmassa's elkaar binnen, dan wordt gesproken van een stationair front.
Schietecat stelde een minder goed tot duidelijk verstoord vluchtverloop vast bij 3 van de 4 wedvluchten waarbij er zich een frontale storing op de vlieglijn bevond [Schietecat, 1987].

Ook Den Tonkelaar merkte al op: "het blijkt dat voor de meeste postduiven het passeren van een frontale zone een onoverkomelijke zaak is" [den Tonkelaar, 1972]. Duiven hebben zelfs grote moeite met een front, als deze weinig actief is. Duiven die geconfronteerd worden met een front in het vlieggebied ’vertikken het om er doorheen te vliegen’. Bevindt het front zich in de buurt van de losplaatst, dan willen de duiven niet van de losplaatst vertrekken.(persoonlijke mededeling, Arie van Dam, IWB)


CONCLUSIE

De aanwezigheid van een frontale storing op de vlieglijn leidt bij de vluchten in de door WIS en WAS gedane studie in ongeveer tweederde van de gevallen tot een moeizame of slechte thuiskomst.


Dit is in overeen eenstemming met de bevindingen van Schietecat, die in driekwart van de gevallen een ‘minder goed tot duidelijk gestoord vluchtverloop’ vaststelde.
(Dr. G. Schietecat van het Koninklijk Meteoroligisch Instituut in Brussel) (J. den Donkelaar, werkzaam in 1972 bij het KNMI en verrichte waarschijnlijk als eerste meteoroloog een studie naar “ vluchtbelemmerde weersomstandigheden bij postduiven).
2.6 NOORDERLICHT BRON: WIS EN WAS

POOLLICHT

Het poollicht is een lichtverschijnsel in de aardatmosfeer dat bij duisternis kan worden waargenomen. Men ziet het vooral op hoge geografische breedtes en dat betekent dat het verschijnsel vooral 's winters zichtbaar is. Andere namen zijn noorderlicht (aurora borealis) en zuiderlicht (aurora australis). Als het poollicht zich voordoet zien we vaak een lichte gloed of is het licht zichtbaar als bewegende bogen, stralenbundels of gordijnen van licht en heel zelden is het zelfs vlammend. Soms staat aan de noordelijke horizon een boog waaruit de lichtstralen als zoeklichten omhoog schieten.




INHOUD

1 Natuurkunde van het poollicht

2 Folklore en mythologie

3 Relatie met zonnevlekken

4 Waarneming

5 Op andere planeten

6 Externe links

7 Bronnen, noten en/of referenties


1.NATUURKUNDE VAN HET POOLLICHT

Het poollicht hangt samen met uitbarstingen (plasmawolken) op de zon, waarbij grote hoeveelheden geladen deeltjes het heelal in geslingerd worden. Het aardmagnetisch veld zorgt ervoor dat de deeltjesstroom in de omgeving van de aarde wordt afgebogen en in de buurt van de Noord- en Zuidpool met verhoogde snelheid de atmosfeer binnendringt. De van de zon afkomstige deeltjes bevatten veel energie, die in de bovenste kilometers van de atmosfeer door botsingen wordt overgedragen op zuurstof- en stikstofatomen. Die energie komt uiteindelijk weer vrij en wordt op 80 tot 1000 kilometer hoogte uitgestraald in de vorm van het kleurrijke poollicht. Dit werd pas in 1957 ontdekt, tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina