Lotgevallen van een transvaalsen boerenjongen



Dovnload 187.49 Kb.
Pagina12/15
Datum20.08.2016
Grootte187.49 Kb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

Hoofdstuk 23: Voorbereidingen

De met zoveel doodsverachting uitgevoerde aanval was afgeslagen, het gezang van de zwarte krijgers was verstomd, de wallen van het Engelse kamp hadden opgehouden dood en verderf te braken. Pieter reed terug naar het kamp en droeg de hoofdband van Dabu­lamanzi met zich mee. De commandant bracht Pieter naar de opperbevelheb­ber en stelde hem aan deze voor en zei: "De vijan­delijke aan­voerder is door deze Boerenzoon gevallen, deze hoofd­band heeft hij de zwarte prins in een eerlijk tweegevecht van het hoofd gerukt."


De opperbevelhebber wierp een blik op Pieter en scheen hem te herkennen. "Is dat niet dezelfde jongeman, die getuige was van de slag bij Isandula?" vroeg hij. Pieter nam zijn hoed af en maakte een buiging voor de gene­raal. Deze nam het Victoriakruis van zijn borst en spelde hem op Pieter's hemd. "In naam van Hare Majesteit de Koningin," sprak hij, "reik ik u dit ereteken over, als een beloning voor uw betoonde moed. Ik verzoek u mij deze hoofdband af te staan, zodat ik hem bij de veroverde trofeeën kan voegen; driemaal het gewicht in goud krijg je er voor terug."
Pieter mompelde enige woorden van dank; de eer en de vreugde maakten hem duizelig. De officieren feliciteerden Pieter harte­lijk en de hoofdband ging van hand tot hand. In het kamp werd twee dagen rust gehouden om weer enigszins op krachten te komen. Intussen kwamen verse Engelse troepen aan, het ene regiment na het andere kwam binnen. In totaal verzamelden zich 22.000 man om op te trekken naar Ulundi, de hoofdstad van Cetschwayo.

Hoofdstuk 24: De slag bij Ulundi

Aan beide stegen de vlammen ten hemel, de terugtrekkende Zoeloes staken overal het gras in brand en vluchtten naar Ulundi. Pieter behoorde steeds tot de voorste ruiters; hij zag het eerst Ulundi en de kraals in de nabijheid van de hoofdstad. Hij zag thans het landschap terug dat hij met de zendeling had bezocht. Pieter begreep dat de Zoeloekoning in de onmiddellijke nabijheid van de hoofdstad, die door zijn voorouders bewoond was geweest, de beslissende slag wilde afwachten.


Toen het Engelse leger opmarcheerde bleek wel dat de Zoeloes nog niet versla­gen waren. Talloze kleine afdelingen lagen in de bossen en ravijnen verborgen en de gehele dag knalde het geweer­vuur bij de voorhoede. De Engelse opperbevelhebber wist dat hij in het open veld aangevallen zou worden, daarom vormde hij de gehele krijgsmacht tot één grote groep, zodat hij zich aan alle kanten kon verdedi­gen en stuurde hij Pieter voor het leger uit om uit te kijken naar de vijand. Het verwonderde Pieter, dat de vijand zich niet liet zien. Waar waren de Zoeloe-regimenten? Omdat hij bekend was met het terrein, waagde hij zich ver vooruit en verkende geheel alleen het gebied tot de hoofdstad Ulundi.
Pieter keek om, het Engelse leger was niet meer te zien. Zou hij nog verder gaan? Hij ver­trouwde op Jager en reed door. Binnen enigen minuten zag Pieter een grote massa Zoeloes, wel 2000 man. De mannen stonden onbe­weeglijk, het schild aan de arm in een lange rij. Boven op de heuvel stond een groep, die als de koninklijke hofstoet te herkennen was. Een gestalte, op een witte staf geleund, stond vooraan, het was koning Cetschwayo. Op een afstand van ongeveer 2000 passen trok een grote Zoe­loem­acht naar de rechterflank van het Engelse leger. Toen Pieter omzag, ontdekte hij een tweede leger dat naar de linkerflank optrok, op een iets grotere afstand gevolgd door een derde zwarte massa, die vanuit Ulundi het leger tegemoet liep. Zo werd het Engelse leger aan drie zijde ingesloten terwijl Cetschwayo vanaf de heuvel het gevecht gadesloeg, dat over het lot van zijn rijk zou beslissen.
Ondanks de kogels en granaten die nu werden afgevuurd, kwamen de Zoeloes in hun snelle en dansende stormpas naderbij. Maar hun gezang klonk niet meer over de vlakte; ze kwamen zwijgend aan­stormen, men hoorde niets. Het was alsof er een leger donkere schaduwen oprukten. Pieter kon nu duidelijk zien hoezeer de regimenten waren uitgedund. Het vuur was veel sterker dan bij Gingilowo, geen dapperheid kon de zwarte krijgers helpen, die bovendien bergopwaarts moes­ten stormlopen; zij zonken allen neer. Eindelijk werden de verliezen zo ontzaglijk, dat de Zoeloes begonnen te aarzelen. Het leger dat de linkerflank bestormde maakte rechtsom keer, het centrum trok langzaam terug onder een voortdurende kogelregen. De gehele vlakte was bedekt met vluchtende troepen en de achter­volgende cavalerie deelde menige sabelhouw of lanssteek uit.
Het hoerageroep der overwinnaars dreunde over het slagveld.

Hoofdstuk 25: De gevangenneming van Cetschwayo

Pieter zag, hoe de vlammen zich in Ulundi uitbreidden, totdat de hele kring van hutten één brandende massa leek. De gehele hori­zon was door rook aan het oog onttrokken. Lord Chelmsford trok met het overwinnende leger naar het ver­sterk­te kamp terug. Reeds in de loop van de dag werd duidelijk hoe belangrijk de overwinning op de Zoeloes was geweest. Al de voor­naam­sten uit het Zoeloeland, die slechts door het geweld van Cet­schwayo tot gehoorzaamheid gedwongen waren, kwamen de machti­ge overwinnaars hulde brengen. Cetschwayo's macht was gebroken.

­

Het Engelse leger, waar Pieter deel van uit maak­te, zette samen met Humbati's zwarte troepen de achtervolging in. Humbati marcheerde vooraan, officieren en manschappen volgden hem. Het ravijn dat men doortrok, was zeer nauw en donker, slechts een dunne streep nachtelijk licht scheen door de toppen van de bomen. Aan het einde van het ravijn lagen een paar kolos­sale rotsblokken, die bijna geheel met gras en struiken waren begroeid. Humbati bleef staan en gaf enkele van zijn krijgers bevel de rotsblokken weg te rollen. Achter de rotsblokken bevond zich een reusachtige ruimte, Pieter zag dat ze met allerlei schitterende gouden voorwerpen gevuld was. Humbati had aan de blanken de schatkamer van de koning verraden. Op dit ogenblik echter, terwijl Humbati een der schitterende voorwerpen te voorschijn haalde, werd een luide, doordringende gil vernomen en in de volgende seconde vertoonde zich een hoge, zwarte gestalte, die op de nieuwsgierigen losstormde.


Pieter kon zijn ogen niet geloven, het was Prins Dabulamanzi, die met buks, speer en schild bewapend, kwam aanstormen. De Prins die door Pieter's degen dodelijk getroffen was en van wie hij de gouden hoofdband had afgenomen. Pieter zag dat hij alleen oog had voor de verrader Humbati. Hij sprong op hem toe en nu begon een woest tweegevecht, want Humbati dacht er niet aan te vluchten. Hij week geen voet achteruit.

Dabulamanzi stiet met zijn speer naar de borst van zijn tegen­stander. Snel en behendig sloeg Humbati de speer met de hand opzij, zodat de punt langs de linker bovenarm uitweek. Daar stiet hij zelf toe, terwijl hij snel vooruitsprong. De prins pareerde de stoot met zijn schild, maar de speer doorboorde de ossenhuid en veroorzaakte een lichte schram aan zijn arm. Ze waren nu zo dicht bij elkaar gekomen dat ze de speren niet meer konden gebruiken. De worsteling werd met blote handen op de grond voortgezet. De strijdenden rolden over de grond en kwamen tussen de stenen terecht. Humbati sloeg met zijn hoofd tegen een steen en bleef bewusteloos liggen. In de volgende seconde had Dabula­manzi reeds zijn speer opgeraapt en met een gillende triomfkreet stiet hij de verrader de speer door de borst. De strijd had slechts weinige minuten geduurd, toen hij Humbati dood aan zijn voeten zag liggen verdween de Prins even snel als dat hij geko­men was.


Weken daarna werd koning Cetschwayo' schuilplaats verraden door één van zijn hofbedienden en werd Cetschwayo gevangen genomen door het Engelse leger dat hem naar Engeland bracht om veroor­deeld te worden. Pieter was bij de gevangen­neming aanwezig en zag hier de eens zo machtigen tiran voor het laatst.



1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina