Luchtdichtheid Naarmate woningen beter geïsoleerd worden neemt het belang van ventilatie toe in de energieverliezen. Een deel van die verliezen is afkomstig van infiltratie en exfiltratie van lucht door materialen en openingen in de



Dovnload 13.96 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte13.96 Kb.
Luchtdichtheid
Naarmate woningen beter geïsoleerd worden neemt het belang van ventilatie toe in de energieverliezen. Een deel van die verliezen is afkomstig van infiltratie en exfiltratie van lucht door materialen en openingen in de gebouwhuid. Om die verliezen te beperken streeft men een goede ‘luchtdichtheid’ na van de gebouwschil, bovendien zal dit het risico op schade en tochtverschijnselen verminderen.
A. Wat?
De luchtdichtheid van gebouwen wordt gemeten aan de hand van een pressurisatieproef of blowerdoor-proef volgens EN 13829. Tijdens de proef wordt met een ventilator een drukverschil van 50 Pa tussen binnen en buiten gecreëerd, en meet men het debiet dat de ventilator bij dat drukverschil door de gebouwhuid blaast. De luchtdichtheid van een gebouw kan op twee manieren uitgedrukt worden: de n50-waarde en de q50-waarde.

De n50-waarde is de verhouding van de gemeten debiet bij 50Pa tot het netto binnenvolume van het gebouw. De q50-waarde is de verhouding van het debiet bij 50Pa tot de totale gebouwschiloppervlakte.


Het totale lekdebiet dat gemeten wordt is dus afkomstig van volgende lekken:

Deze studie heeft twee doelstellingen:



  • het belang van schrijnwerkaansluitingen bepalen op de totale luchtdichtheid.

  • de luchtdichtheid meten van een aantal schrijnwerkaansluitingen aan de hand van ISO 6589.


B. Belang
In de EPB-regelgeving wordt veel belang gehecht aan luchtdichtheid van gebouwen: op onderstaande figuur wordt het effect van luchtdichtheid op het E-peil aangeduid (bron: www.energiesparen.be). Een luchtdichte woning die wordt doorgemeten krijgt dus al snel een bonus van 10 E-peil punten.


Een studie van 9 verschillende schattingsmethodes van luchtdichtheid toont een grote variatie in luchtdichtheid van schrijnwerkaansluitingen. Deze varieert van 0.01 m³/h/m (AIVC) tot 10.2 m³/h/m (ASHRAE), een factor 1000 verschil.
C. Resultaten
In het labo ‘testcentrum voor gevelelementen’ van Universiteit Gent werd de luchtdichtheid gemeten van 4 schrijnwerkaansluitingen volgens ISO 6589.
De luchtdichtheid is gemeten volgens de procedure voorgeschreven in de norm op een gekallibreerde testbank. De opstelling bestaat uit een stuk spouwmuur van 2.10m breed en 1.90m hoog met daarin een raam gemonteerd van 1.23m breed en 1.48m hoog. Tijdens de luchtdichtheidsproef is het gemeten debiet Qtot samengesteld uit verschillende componenten:

Het debiet door de testkast wordt bij elke opstelling apart gemeten, en ook het lekdebiet door het schrijnwerk werd bij elke opstelling bepaald. Door die debieten van het totaal gemeten debiet af te trekken resteert het netto lekverlies door het stuk wand en de schrijnwerkaansluiting. Het lekverlies door een bepleisterde wand bedraagt volgens metingen van het Institut Wohnen und Umwelt 0.05m³/h.m². In de opstelling bedraagt de oppevlakte van de bepleisterde wand 2.17m², bij 50Pa dus verantwoordelijk voor 0.1m³/h.
De schrijnwerkaansluiting op zich bestaat uit 5.42m lineaire voeg + 4 hoeken., maar toch zullen de resultaten per meter voeg uitgedrukt worden. De grootte van het raam is gebaseerd op de meest courante afmeting voor draaikipramen in de markt. Andere types ramen zijn normaal groter en zullen per lopende meter aansluiting minder hoeken bevatten: daarom is het conservatief en veilig om de resultaten van de metingen toe te passen op andere raamaansluitingen.
De specificaties van de afzonderlijke opstellingen zijn opgenomen in de fiches in bijlage. De resultaten van de verschillende opstellingen zijn opgenomen in onderstaande tabel.
[tabel]

NOG TE VOORZIEN

NOG TE VOORZIEN

NOG TE VOORZIEN

NOG TE VOORZIEN

NOG TE VOORZIEN

NOG TE VOORZIEN

NOG TE VOORZIEN

NOG TE VOORZIEN

D. Productreferenties Soudal
Flexifoam

Elastisch PU-schuim met optimale thermische prestaties, blauwe kleur.



  • Rapport IFT (105 33428), luchtdichtheid gemeten volgens EN12114 in navolging van DIN18542:1999-01. a < 0,1 m³ / [h.m. (daPa)2/3. Meetdruk van 50 tot 1000 Pa. Voegbreedte 20mm, voegdiepte 60mm. Indien deze voegdimensies voor de volledige raamomtrek gerespecteerd worden en met Flexifoam gevuld zijn, is dus de luchtdichtheid gegarandeerd.

  • Rapport IFT (105 35276), elasticiteit gemeten op 9000 cycli (3000 in 3 richtingen), voegdimensie 20 mm, beweging van 2,5 mm (12,5%) elke minuut. Geen zichtbare schade

Acryrub

Hoogwaardige en optimaal verwerkbare acrylaatkit voor extra luchtdichte afdichting aan de binnenzijde bij gebruik van omkasting (zonder pleister). Uitstekend overschilderbaar.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina