M ma mamma, mem, moe, moer, moeder, moeke maag



Dovnload 0.9 Mb.
Pagina1/14
Datum23.07.2016
Grootte0.9 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

--




M
ma   mamma, mem, moe, moer, moeder, moeke

maag - balg, bloedverwant, familie, familielid, pens, stomachus, vertriculus

maag betreffend - gastrisch, gastro

maag, deel van de - corpus, fundus

maag der herkauwende dieren   boekmaag, leb, pens

maag van grote vissen   rob

maag van een koe - bladmaag, boekmaag, boekpens, leb, lebmaag, muts, netmaag, pens

maag van grote vissen - rob

maagbacterie - sarcine

maagaandoening   gastritis

maagbeweging - peristaltiek

maagbitter   elixer

maagbrems - larve

maagbrij   chijl, chijmcardia, chymus

maagcatarre - gastritis

maagcatheter - maaghevel

maagd   dienstbode, jonkvrouw, meid, meisje, rucelle, virgo, vrouw

maagd, heilige - Maria

maagd uit Mohammedaans paradijs   hoeri

maagdelijk   blank, gaaf, intact, kuis, rein, puur, onbeschreven, onbevlekt, ongebruikt, ongehuwd, ongerept, vers, virginaal, zuiver

maagdelijkheid   onbevlektheid, ongereptheid, reinheid, virginiteit, zuiverheid

maagdenkruid - lis

maagdepalm - vinca

maagdenpalmachtigen - apocynaceeën

maagdenroos - sierstruik

maagdenvlies   hymen

maagdenwas - entwas, stopwas

maagdom - maagdenbloem, maagdenvlies, ongereptheid

maagelixer   maagbitter

maagenzym - ferment, leb

maagferment   pepsine

maagfistel - gastronomie

maaghagedis - mosasaurus

maagingang - cardia

maagkuil - epigastrium

maagkijker   cystoscoop

maagkramp - cardialgie, cardialyte, gastropasme

maagmiddelen - stomachica

maagmond - cardia, ingang

maagonderzoek - gastroscopie

maagontsteking   gastritis

maagpap - chymus

maagpoort - portier

maagpijn   gastralgie, stomalgie

maagportier   pylorus

maagportier, kramp van de - pylorospasmus

maagreinigend zout - zuiveringszout

maagsap - pepsine, maagvocht

maagschap - (bloed)verwantschap, familie(betrekking)

maagslijmvliesontsteking - gastritis

maagstoornis - gastricisme, gastritis

maagspiegeling - gastroscopie

maagingang - portier

maagvergroting - gastromegatie

maagversterkend - stomachiek

maagversterkend middel - alsem

maagverwijding - gastrectasie

maagverzwakking - gastroptose

maagvocht - maagsap

maagzakdieren - weekdieren

maagzuur - pyrosis

maagzuurgisting - pyrosis

maagzweer - ulcer, ulcus

maai - made, worm

maaidorsmachine - combine

maaien   afsnijden, neerhalen, oogsten, schermen, wegrukken

maaien van graan - oogsten

maaier - oogster

maaiers gereedschap   combine, pik, sikkel, strekei, zeis

maaiersterm - mad, wad

maaigeld - maailoon

maaiig - wormstekig

maaimeers (Z.N.) - maailand

maaimes   sikkel, zeis

maaisteek (Z.N.) - wormsteek

maaistekig (Z.N.) - wormstekig

maaitijd - hooitijd

maaiveld   hooiveld, made, voorterrein

maaiwerktuig - grasmachine, sikkel, zeis

maak het nou - maken

maaksel   bouw, constructie, fabrikaat, fatsoen, gedaante,

gewrocht, makelij, inrichting, opbouw, product, voortbrengsel, vorm



maaksel dat niet gelukt is - misbaksel

maakwerk vervangend - confectie, fabrieksgoed

maal   avondmaal, brievenmaal, brievenzak, diner, dis, ditmaal, eten, etmaal, feestmaal, grensteken, keer, knapzak (Z.N.), koffer, lunch, maaltijd, maal (versleer) metrum, middagmaal, moedermaal, moedervlek, noenmaal, ontbijt, reis, reiszak, souper, teken, tijd, valies, vlek, werf, ijzermaal, ijzervlek

maalbak - hollander, roerbak

maalbak bij papierbereiding   hollander

maalderij   molen, mouterij

maalderijprodukt - hardgries

maalgeld   maal recht

maaIinrichting   gemaal, molen, poldergemaal, poldermolen

maalman - markgenoot

maalpers - molen

maalpeil   M.P.

maalpink - pinkvaars

maalpost - brievenpost, postwagen

maalrecht   maalgeld

maalriet   suikerriet

maalsamenstelling   menu

maalschap - mark

maalslot (Z.N.) - hangslot

maalsteen   molensteen, wrijfsteen

maalster - gebit, kiezen, maaltanden

maalstroom - draaikolk, kolk, maling, neer, wieling

maalstroom der gedachten - maling

maaltand   kies, maalster, molaris, molenaar

maaltoestel - molen

maaltijd – acondeten, avondmaal, bruiloftsmaal, diner, eten, feestmal, kerstdiner, koffiedrinken, lunch, maal, middageten, middagmaal, noenmaal, ontbijt, souper, trouwdiner

maaltijd (Fr) - déjeuner, repas

maaltijd gebruiken   dineren, eten, koffiedrinken, lunchen, tafelen, ontbijten

maaltijd in de kerstnacht - reveillon

maaltijd na de jacht - jagersmaal

maaltijd op het paasfeest - paasmaal

maaltijd voor onderweg - lunchpakket

maaltijdbeschrijving - menu, menukaart

maaltijdsamenstelling   menu

maalwerktuig   kogelmolen, molen, pennenmolen, poldergemaal, ringwalsmolen, schijvenmolen

maan   diana, luim, luna, satelliet

maan, (de) - Selene

maan betreffend - lunair, lunarisch

maan die niet te zien is   n.m.

maan van Jupiter - Callistro, Europa, Ganymedes, Lo,

maanbeschrijver   selenograaf

maanbeschrijving   selenografie

maanbewoner - seleniet

maanbloem - klaproos

maanblusser - Mechelaar

maan, schijngestalte van de - e.k, l.k., n.m., v.m.

maand - mensis, mensus

maand (afk.)   jan., febr., mrt., apr., mei, jun., jul., aug., sep.(t), okt., nov., dec.

maandag na Driekoningen - Koppermaandag

maandag na 15 augustus - Hartjesdag

maand (Nederlandse benaming) - bloeimaand, grasmaand,

herfstmaand, hooimaand, lentemaand, louwmaand, oogstmaand,



slachtmaand, sprokkelmaand, wintermaand, wijnmaand, zomermaand

maand van de Franse kalender   Vendémaire (wijnmaand), Brumaire (nevelmaand), Frimaire (rijpmaand), Nivose (sneeuwmaand), Pluviose (regen maand), Ventose (windmaand), Germinal (spruitmaand), (kiem maand), Florèal (bloeimaand), Messidor (oogstmaand), Thermidor (warmtemaand),Fructidor (vruchtmaand)

maand van de grote vasten   ramadan

maandagziekte - myoglobinemie

maandblad - periodiek, tijdschrift

maandelijks - menstruus

maandelijks tijdschrift   maandblad, monthley

maandloon - (maand)salaris

maandsoldij - wedde, wedding

maandstonden - menstruatie, regels

maaneclips   maansverduistering

maanfase   a.m., v.m.

maangestalte   e.k:, l.k., n.m., v.m., fase, maanfase

maanglas - lens, meniscus

maangod - nanna, sin

maangodin   Artemis, Astarte, Bendis, Cynthia, Diana, Luna, Mene, Phoebe, Selene, Sin

maankalf - maankind

maankering   maanloop

maankop - heulbloem, heulbol, heulkop,opium, papaver, slaapkruit

maankrater - Cauchy, Tycho

maankruid - Judaspenning, maanvaren

maanloop   maankering, maansverwisseling

maanloos - donker, duister

maanmaand - lunatie

maanomlooptijd   lunatie

maanreiziger - selenaut

maansikkel met punten omhoog - wassenaar

maanstand - fase, e.k., v.m., l.k., n.m.

maansteen   adulaar, girasol, seleniet, spiegelsteen, variant (doorschijnend), veldspaat

maansverduistering - eclips

maanvaren - botrychium

maansvereffening   evectie

maansverwisseling   maanloop, maankering, maankring

maantje   Iunula, sikkel

maanvaren - botrychium

maanvis - klompvis, kogelvis

maanvorm - sikkel(vorm)

maanwijzer   epacta

maanziek   lunatiek, slaapziek, wispelturig

maanziekte - lunambulist, lunaticus

maar   alleen, bezwaar, (e)doch, echter, evenwel, gerucht, louter, mare, nadeel , nogal, slechts, toch, tijding .

maar een keer - eenmaal, eenmalig, eens

maar eventjes - amper

maar net - amper, krap, kwalijk

maar zo zo - mediocre

maarschalk - Montgomery, Pétain

maarschalk van Napoleon - Ney

maarschalk (hist.)   opperstalmeester

maart   lentemaand

maartfeest (Isr.) - Hamansfeest, Poerim

maartse zaaitijd   dricht

maas - malie, mas, netopening, oogje, steek

Maas en Waal, omsloten gebied door - Bommelerwaard

maas (Lat.) - mosa

maashagedis - mosasaurus

maas in een netwerk - malie

maaswerk - traceerwerk

maat   aam, afmeting, amice, anker, are, bonk, bunder, cadans, cl., deelgenoot, dl., duim, el, formaat, gabber, gars, gezel, genoot, grootte, gros, handlanger, helper, hl, inhoud, juk, kameraad, kan, knoop, kornuit, kop, kwantum, liter, maatje, makker, mate, matroos, medewerker, medestander, meter, metgezel, modulus, modus, morgen, mud, mijl, omvang, pand, partner, pint, ploeggenoot, pond, pot, pind, riem, roe, span, speelgenoot, stère, ton, trawant, vaam, vadem, vat, voet, vriend, zeemijl

maatbuis - buret

maat controleren   nameten

maat (versleer) - metrum

maateenheid (Eng.) - gauge

maat in houthandel   tult

maat in scheepvaart   knoop, last, mijl, ton,

maat in de typografie - augustijn, cicero

maat in de wijnhandel   anker

maat koren - schepel

maat of hoeveelheid – taks, portie

maat of makker - vriend

maat van een gedicht - metriek, metrum

maat van 30 hl.   roggelast

maat van 1 hl.   mud

maat van projektiel   kaliber

maat voor Bordeaux-wijn - bordelaise

maat voor brillen - dioptrie

maat voor de inhoud van zeeschepen - registerton

maat voor de subjectieve geluidssterkte - soon

maat voor de subjectieve toonhoogte - mei

maatanalyse - titratie

maatbuisje - maatglas, buret

maatgevend   normatief

maatgever - dirigent, orkestmeester

maatglas van kwart liter   kapper

maathoudend   gematigd, matig

maatje   deciliter, dcl, dl., handwerksleerling, jongen, knaap, mama, vriendje

maatjespeer - bergamotpeer

maatkleding - confectie

maatlat   liniaal, el

maatmeter   metronoom

maatregel   arrangement, beschikking, besluit, ordening, rancune, schikking, stap, voorziening, wet, wrok

maatregelen - mesures

maatregel ter vergelding   boete, straf, wraak

maatrol - topeline

maatrooster - ruitennet, stramien

maatschappelijk   sociaal

maatschappelijk aanzien - klasse, kring, stand, standing, status

maatschappelijk herstellen - reclasseren

maatschappelijk stelsel   communisme, democratie kapitalisme, marxisme, socialisme, stalinisme, titoïsme

maatschappelijke aanpassing of her  aanpassing van strafrechtelijk veroordeelden   reclassering

maatschappelijke instelling   corporatie, genootschap, lichaam, schap

maatschappelijke kring   klasse, staat, stand

maatschappelijke positie - status

maatschappelijke stand   adel, burgerij, kaste

maatschappelijke werkkring   ambt, baan, beroep, metier, stiel

maatschappij   a.g., communiteit, compagnie, convent, firma, gemeenschap, genootschap, Itd., mij, s.a., samenleving, societas, sociëteit, vereniging, wereld

maatschappijbeschrijver   sociograaf

maatschappijbeschrijving   sociografie

maatschappijkunde   sociologie

maatschappijkundige   socioloog

maatschappijleer - sociologie

maatscheiding (muz.) - maatstreep

maatslaan   tacteren

maatslag   battuta, beat, cadans, ritme

maatstaf   basis, canon, criterium, etalon, leidraad, maat, maxime, model, modul, modules, norm, peil, regel, richtsnoer, schaal, standaard, toets

maatstok - dirigeerstok, duimstok, ellenmaat, maatstaf, roe

maatval - cadans, kadans, metrum, ritme

maatverhouding - euritmie, proportie

maatverhouding van snaren - mensuur

maat voor brillen - dioptrie

maat voor de inhoud van zeeschepen - registerton

macaber   eng, erg, ernstig, griezelig, luguber

macadam - wegverharding

macereren - afmatten, doortrekken, kwellen, weken

maatwerk vervangend   confectie, fabrieksgoed

Macaose munt   avo, pataca

macereren   afmatten, doortrekken, kwellen, weken

machete - junglemes

machinaal   automatisch, mechanisch, werktuiglijk

machinaal gebreide stof - tricot

machinaal gesponnen katoengaren - twist (Eng.)

machinaal gladmaken - kalanderen

machinaal snelschrift - tachotypie

machinaal verwijderen van zaadjes uit katoen - engreneren

machinatie   kuiperij

machine   apparaat, automaat, dorsmachine, heimachine, kunstwerktuig, locomotief, maaimachine, mechaniek, motor, motorfiets, naaimachine, toestel, vliegmachine, wasmachine, werktuig, zetmachine

machine in een bierbrouwerij - eest, kiemtrommel, koeling, vulmachine, wortketel

machine in een papierfabriek - hollander

machine in een textielfabriek - spinmachine, weefgetouw

machine in een vernietigingsbedrijf - destructor

machine ineenzetten - monteren

machine ineenzetter - monteur

machine met middelpuntvliegende kracht - centrifuge

machine om adressen te drukken - adressograaf

machine om in te vriezen - vrieskast, vrieskist

machine om kleren te maken   naaimachine

machine om stro te persen - stropers

machine om te koelen - frigidaire, koelkast

machine voor de keuken - afwasmachine, huishoudmachine

machine voor huishoudelijk gebruik - afwasmachine, breimachine, centrifuge, naaimachine, wasautomaat

machine voor sisalbereiding - koronna

machine voor textielbereiding - spinmachine,

weefgetouw, weefmachine, weefstoel



machine voor wisselstromen - alternatol, alternator

machine waarbij van de middelpuntvliedende kracht gebruikgemaakt wordt - centrifuge

machinearbeider   constructeur, draaier, frezer, machinebankwerker, machinist, monteur, viezer, zwikker

machinebankwerker   draaier, frezer, kotteraar, machinist, schaver

machinedeel   lager, motor, pal, rad, riem, tandrad, vliegwiel

machinedelen inzetten - monteren

machine die stroom opwekt - generator

machinegebouw - ketelhuis

machinegeweer   mitrailleur

machine   ineenzetter   monteur

machine in bierbrouwerij - eest, koeling, wortketel, vulmachine, kiemtrommel

machine in drukkerij – offsetpers, snijmachine, zetmachine

machine in papierfabriek - hollander

machine in textielfabriek - spinmachine, weefgetouw

machinekolen - steenkolen

machinemens   kunstmens, robot

machinepistool - infanteriewapen, sten(gun), uzi

machinerie voor het opwekken van atoomkracht - kernreactor

machines - materieel

machines van een fabriek - machinepark

machineschrift - typescript

machineschrijven - tikken, typen

machineschrijver - typist

machine stikster - naaister

machine-onderdeel - lager, motor, pal, rad, tandrad

machinevermogen - p.k.

machinist - bestuurder, mecanicien

macho - bink

machoch - dikzak

macht - autoriteit, bedwang, beheer, betekenis, bewind, geweld, gezag, hand, heerschappij, invloed, kracht, leger, menigte, mogendheid, ontzag, overheid, overwicht, potentie, potestaat, pouvoir, prestige, staat, sterkte, troepenmenigte, vermogen, zeggenschap

macht bezittend - patent, potent

macht ter zee - marine

macht uitoefenend - gezaghebbend, potestatief

macht van de staat over het volk   staatsgezag

macht van God - almacht, omnipotentie

macht van het volk - democratie

machteloos   armzalig, debiel, futloos, impotent, krachteloos, onmachtig, onsterk, ontwapend, ontzenuwd, slap, weerloos, zwak

machteloos mens - lijk

machteloos zijn - liggen

machteloosheid - bewusteloosheid, flauwte, onmacht, onvermogen, zwakte

machtgelijk   isodynamisch

machtgever   lastgever, opdrachtgever, principaal

machthebbende - gevolmachtigde

machthebber - aanvoerder, autoriteit, bevelvoerder, bewindhebber, despoot dictator, dinast, gebieder, gemachtigde, geront (Sparta), gevolmachtigde, gezaghebbende, gezaghebber, heerser, hoofdman, keizer, koning, landvoogd, leider, mandataris, meester, plenipotentiaris, podesta, potentaat, sheik

machtig - aanzienlijk, autoritair, eigenmachtig, fors, geweldig, gezaghebbend, groot(s), imponerend, imposant, invloedrijk, krachtig, meester, patent, potent, puissant, sterk, talrijk, vermogend, zeer, zwaar

machtig inboorling - dewan

machtig om te zien - groots, imponerend, imposant, kolossaal

machtig persoon - autoriteit, bons, dictator, kopstuk, magnaat, mogol

machtige - grote

machtige overwinnaar - overweldiger, usurpator

machtige warreling (kleuren, geluiden) - orgie

machtigen   autoriseren, mandateren

machtigen der aarde, (de) - machthebbers

machtigheid   dikte

machtiging   autorisatie, exequatur, licentie, mandaat, octrooi, toestemming, vergunning, verlof, volmacht, warrant,

machtig zijn - beheersen

machtsaanwijzer   exponent

machtsbetoon - parade

machtsbevoegdheid - gezag, regering

machtsgebied - domein, machtsbereik, machtssfeer, territoire, territorium

machtsinsigne - scepter, zwaard

machtsmisbruik - despotisme, geforceerd, geweld, tirannie, usurpatie

machtsontwikkeling - machtsbetoon

machtspreuk   aforisme, devies, dooddoener, machtwoord, spreekwoord

machtssfeer   bereik, domein, territoor, territorium

machtsstaat - Chili, politiestaat

machtsuitoefening - aandrang, dwang, imperialisme

machtsverheffing - kwadratering

machtswellust   tirannie

machtswellusteling   despoot, dictator, onderdrukker, tiran

machtwoord   bevel, gebod, last, machtspreuk, order

macigno (It.) - zandgesteente

macis - foelle

mackintosh (Eng.) - regenmantel

maçon   vrijmetselaar

maconnerie - vrijmetselarij

macramé - knoopwerk

macro - groot, lang

macrobiotiek - gezondheidsleer

macrocefalie - waterhoofd

macroglossie - tongziekte

macromanie - grootheidswaanzin

macrosomie - reuzengroei

macuba (Sp.) - snuiftabak

maculatuur   misdruk

Madagaskar, bevolkingsgroep op - Betsileo, Betsimisaraka, Merina

Madagaskar, berg op - Andrinita, Ankaratra, Tsaratanana

Madagaskar, hoofdstad van - Tananarive

Madagaskar, rivier op - Mananara, Mangoro

Madagaskar, stad op - Fianarantsoa, Majunga, Tamatare

Madagaskar, volk op - Hova

Madagaskarkoekoek - coua

madam - mevrouw

madam (Z.N.) - burgervrouw

madam van een bordeel - waardin

madame   dame, mad., mevrouw

made - aardworm, beemd, emelt, engerling, hamel, hooiland, larf, mago, larve, maai, madeworm, weide

madeliefje   bellis, kersouw, koebloem, korsouw, lentebloem, liefkruid, margriet, meizoentje

madeworm - draadworm

madamoiselle - juffer, mamsel, Madonna, Maria, OLV



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina