M. Puelinckx-Coene Eigen Schoon Grimbergen vzw 2011



Dovnload 43.69 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte43.69 Kb.


Philippe Hanneton

Heer van Linth

M. Puelinckx-Coene







Eigen Schoon Grimbergen vzw 2011


Philippe Hanneton, heer van Linth

M. Puelinckx-Coene



Het personenregister in Kastelen en landhuizen in Grimbergen bevat een vierhonderd namen, allemaal van personen die op een zekere wijze bij een van de behandelde kastelen betrokken zijn geweest. Voor velen onder hen is nader onderzoek meer dan geboden. Dat is onder meer het geval voor Philippe Han(n)eton, een eigenaar van het Lintkasteel in de zestiende eeuw. Aan hem wijdt co-auteur van het boek M. Puelinckx-Coene de hier volgende bijdrage.



Uit het pas verschenen boek Kastelen en land-huizen in Grimbergen blijkt dat verschillende bewoners van onze Grimbergse kastelen en landhuizen hoge politieke functies bekleed-den, zowel in het verre als in het meer nabije verleden.



Dit is in het bijzonder het geval voor het Lintkasteel, waarvan een aantal eigenaars van de zestiende tot in de achttiende eeuw behoorden tot wat men "les grands commis de l' Etat" pleegt te noemen: de grote administratoren van de staat, die achter de schermen een aanzienlijke rol speelden bij het uitstippelen van het beleid van de Lage Landen en wier namen daarom ook geregeld voorkomen op officiële documenten van die tijd.

Een historisch zeer belangrijke ‘heer van Linth’ was Philippe Han(n)eton, eerste secre-taris van de verschillende vorsten, die in zijn tijd over de Lage Landen regeerden. Hij werd geboren in het midden van de vijftien-de eeuw en overleed in 1522. Zijn leven speelde zich af te midden van het politieke gebeuren van toen, de bloeitijd van de Nederlanden en de periode waarin het bewind over onze gewesten van de Bour-gondische hertogen naar het huis van Habs-burg overging.



Onze vorsten in de Bourgondisch-Habsburgse tijd





Wie waren die toenmalige vorsten? In 1477 huwde Maria van Bourgondië, dochter en erfgename van hertog Karel de Stoute, met de Habsburgse Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, die later keizer werd van het Heilig Roomse Rijk. Ze verongelukte vijf jaar later. Filips de Schone, haar zoon maar toen nog een kind, werd haar opvolger. Tot hij in 1494 het bewind persoonlijk in handen nam, was zijn vader regent en de feitelijke heerser in de Nederlanden. Door zijn afstamming was Filips de Schone niet alleen hertog van Bourgondië maar droeg hij o.m. ook de titel van aartshertog van Oostenrijk, een titel waarmee hij tot 1504 regelmatig in docu-menten aangeduid wordt. Daarna wordt hij koning van Castilië genoemd. Dat kwam doordat zijn echtgenote Johanna, dochter van de zeer katholieke vorsten Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië, onverwacht hun troonopvolgster werd, na het vroeg-tijdige overlijden van alle oudere kinderen.

Na de dood van Isabella in 1504 betitelde men het echtpaar als koning en koningin van Castilië.

Filips de Schone overleed al in 1506, toen ook zijn opvolger, de latere Keizer Karel V, nog een kind was. Die werd in 1500 te Gent geboren. Zijn ouders vertrokken in 1502 naar Spanje om er Johanna's rechten op de troon van Castilië te verdedigen, die door haar machtsbeluste vader betwist werden. De jonge Karel bleef in de Nederlanden en daar werd zijn opvoeding toevertrouwd aan zijn tante en meter, Margareta van Oostenrijk. Na de dood van Filips de Schone werd Maximi-liaan van Oostenrijk voor de tweede keer regent van de Nederlanden, maar hij belastte zijn dochter Margareta met die taak. De jonge Karel V bracht zijn jeugd grotendeels in Mechelen door, waar Margareta van Oos-tenrijk zich in 1507 in het hof van Savoye gevestigd had, het huidige gerechtshof. Van Mechelen maakte ze voor enkele decennia de hoofdstad en het politieke en culturele centrum van de Nederlanden.

In datzelfde jaar 1507 werd Karel o.m. tot hertog van Bourgondië gekroond en althans in Brussel ook tot koning van Castilië uit-geroepen. Zijn moeder, die bekend staat als Johanna de Waanzinnige, werd niet in staat geacht regeringsverantwoordelijkheid op te nemen. In 1515 nam Karel het bewind per-soonlijk in handen, want toen was hij meer-derjarig verklaard. Toen hij in 1517, na de dood van Ferdinand van Aragon, naar Spanje vertrok om er zijn rechten op de Spaanse troon op te eisen, stelde hij zijn tante opnieuw aan tot landvoogdes van de Neder-landen, wat ze bleef tot haar dood in 1530. In 1519 werd Karel V tot keizer van het Heilig Roomse Rijk verkozen.




Kasteelheer en vooraanstaand beambte





Haneton, die van huize uit geen edelman was, kocht Lint van ridder Nicolaas van Heetvelde. Zo verwierf hij een imposant kasteel met aanhorigheden, alles samen goed voor een oppervlakte van 20 bunder, d.i. ruim 18 ha. Waarschijnlijk was dit pas toen dat hij dank zij zijn politieke carrière tot de ambtsadel ging behoren. Dat een hoge ambtenaar koos voor een goed in Grim-bergen, halverwege tussen Brussel en Antwerpen en in de buurt van Mechelen, is niet verwonderlijk: op dat ogenblik speelden die drie steden een belangrijke politieke, economische en culturele rol.



Hanetons huwelijk met Margareta Numan was allicht de aanzet tot zijn historische loopbaan. Zijn echtgenote stamde uit een familie van hoge ambtenaren. Haar (natuur-lijke) vader, Gerard Numan, een edelman uit het graafschap Hollland, was secretaris van Karel de Stoute en later van Maximiliaan van Oostenrijk; haar grootvader aan de kant van haar moeder was achtereenvolgens raadsheer en ‘garde des joyaulx’1 van dezelfde vorsten. Haneton begon als klerk van Gerard Numan maar werd door Filips de Schone al in 1494, het eerste jaar van diens effectieve bewind, tot secretaris van de Grote Raad van Meche-len benoemd., toen het hoogste gerechtshof voor de Nederlanden en Bourgondië. Hij volgde zijn schoonvader op 1 januari 1500 op als audiencier en secretaris van Filips de Schone. De audiencier had tot taak personen die voor een audiëntie bij de vorst uitge-nodigd waren, te introduceren en daarbij

zonodig als tolk op te treden. Een eerste secretaris was eerst en vooral betrokken bij de binnenlandse aangelegenheden van het rijk. In het Rijksarchief liggen o.m. enkele documenten die door Haneton ondertekend zijn en die van die betrokkenheid getuigen, zoals een ‘Ordonnantie ende eeuwigh edict vande Erzhertoghen onse souvereyne princen. Tot beter directie vande saeken van justitie in hunne landen van herwaerts-over’ en een ‘Lettre additionelle du Bon Duc Philippe de la date des Lettres de sa joyeuse entrée’. Voor eerste secretaris Haneton was daarnaast echter ook een intense diplomatieke taak weggelegd, om te beginnen al onder het bewind van Filips de Schone.



Hanetons diplomatieke opdrachten onder Filips de Schone





De diplomatieke taak van Haneton had veel te maken met het feit dat Filips’ grootvader, Karel de Stoute, in zijn confrontatie met Lodewijk XI, de toenmalige koning van Frankrijk, in 1477 het onderspit had moeten delven en gesneuveld was tijdens de smade-lijke nederlaag bij Nancy. Als gevolg daar-van had zijn moeder het hertogdom Bour-gondië aan de Franse koning moeten afstaan. Filips de Schone was hierover meer dan ver-bolgen, te meer omdat de vorige hertogen van Bourgondië in de hoofdstad Dijon begra-ven lagen. Zijn buitenlandse politiek stond daarom ook volledig in het teken van het terugwinnen van het hertogdom, niet door wapengeweld maar via diplomatie. Dat te verwezenlijken werd een van de opdrachten van Philippe Haneton.

De relatie tussen Filips de Schone en de toenmalige Franse koning Lodewijk XII was aanvankelijk bijzonder goed en zelfs hartelijk te noemen. Lodewijk XII had alleen maar dochters en in 1501 begonnen er onderhan-delingen om via een huwelijk tussen zijn oudste dochter, Claude de France, en de toen één jaar oude Karel het hertogdom Bourgon-dië als bruidschat terug te geven aan het huis van Bourgondië. De eerste stap hiertoe werd gezet in het in augustus 1501 afgesloten Ver-drag van Lyon, waarvan Philippe Haneton de oorkonde voor Filips de Schone onder-tekende.

Latere verdragen bevestigden en preciseer-den het verdrag van Lyon. Het werd zelfs de bedoeling via dit huwelijk de vereniging te realiseren van Italië, Duitsland, Bourgondië, Spanje en Frankrijk, een Verenigd Europa avant la lettre! In die tijd was het uithuwe-lijken van een prinses om politieke motieven nog schering en inslag, vandaag zou men het zonder meer vrouwenhandel noemen! Vanaf 1505 vond Lodewijk XII evenwel dat de Franse belangen niet door het voorgenomen huwelijk gediend waren. Uiteindelijk ver-klaarde hij zich niet langer door de verdra-gen gebonden te voelen. Daarop huwde Claude de France in 1506 met haar neef, de hertog van Angoulême, (‘qui était plus fran-çais’). Hij werd de volgende Franse koning, onder de naam van Frans I, die ook op het slagveld herhaaldelijk de grote rivaal was van de latere Karel V.

Het verloop van al die onderhandelingen is door Philippe Haneton zelf beschreven in een manuscript dat de volgende titel draagt: Histoire des Tractez de roys XII, ou Recueil faict par le premier secrétaire ou audiencier du Roy de Castille, contenant les titres, actes, et tractez faicts entre le Roy Louis XII et le dit Roy de Castille depuis l'an 1498 jusqu'en 1507. Met de daarin genoemde koning van Castilië wordt Filips de Schone bedoeld.

In de toenmalige koninklijke bibliotheek van Parijs bevond zich een naar het schijnt niet betrouwbare kopie van het manuscript, waar door Franse historici trouwens herhaal-delijk naar verwezen is. Bijna vier eeuwen later vond C. von Höfler, een lid van de Weense Kaiserliche Akademie der Wissen-schaften een minder bewerkte kopie ervan in

de Weense archieven terug. In 1885 wijdde hij in de Sitzungsberichte der philosophisch-historischen Classe der kaiserlichen Akademie der Wissenschaften een uitgebreid artikel aan het Denkschrift des erzherzoglichen Secretärs und Audienciers Philippe Haneton en bestempelde het als een niet Frans geïnspireerde kijk op de gebeurtenissen van eertijds. Tegelijk noemde hij het ook het dramatische verhaal van hoe Frankrijk de vriendschap verbrak tussen de huizen van Habsburg-Bougondië en Valois, gesymboliseerd door het voor-genomen huwelijk tussen Karel en Claude de France. Hij klaagde vooral aan hoe alle ver-dragen opgezegd werden door de koning en de onderhandelaars die ze nochtans hadden afgesloten.

Dat Filips de Schone de toewijding van zijn audiencier en secretaris ten zeerste waar-deerde, blijkt uit het feit dat hij hem als zijn testamentuitvoerder aanstelde. Dat was meer dan een eerbetuiging. De testamentuitvoer-der werd toen als de vertegenwoordiger van de overledene beschouwd en daarom belast met de uitbetaling van de legaten; hij had het recht alle roerende goederen van de overle-dene in bezit te nemen en kon naar de recht-bank stappen als de geldigheid van het testament betwist werd.



Opdrachten onder Margareta van Oostenrijk





De politieke carrière van Haneton eindigde niet met de dood van Filips de Schone. Hij werd ook secretaris van Maximiliaan van Oostenrijk tijdens diens tweede regentschap en later ook van keizer Karel zelf. Dat blijkt ondermeer uit de index van de Sigilla Comi-tum Flandriae, een in 1639 in Brugge uitge-geven verzameling van officiële documenten die alle voorzien zijn van een van de vele zegels die de graven van Vlaanderen ooit gebruikten. Ten gevolge van het huwelijk van Filips de Stoute, de eerste Valoishertog van Bourgondië, met Margareta van Maele, erfgename van het graafschap Vlaanderen, waren de Bourgondische hertogen en hun Habsburgse nazaten immers ook graaf van Vlaanderen.
In de Sigilla-index wordt Hanneton omschre-ven als ‘secret(ar)is Phlippo Pulchro, item Maximiliano & Carolo, item Carolo’. In het boek zelf staan tien documenten uit die verschillende regeerperiodes afgedrukt, nu eens met Haneton en dan weer met Hanne-ton getekend. Ook in het eerste deel van de Ordonnatieën ende Placaeten, ghepubliceerd in Vlaenderen, een publicatie uit datzelfde jaar 1639 in Gent, zijn een aantal door Hanneton ondertekende documenten opgenomen die uit die verschillende periodes stammen.

In 1506 werd Haneton tresorier en charter-bewaarder van Vlaanderen, wat hij bleef tot 1514. Hij stond intussen bekend voor de behendigheid en de integriteit waarmee hij onderhandelingen voerde. Het kan dus geen verwondering baren dat ook Margareta van Oostenrijk geregeld op zijn diensten een beroep deed. Zo was het Haneton die bij-voorbeeld met de Franse ambassadeurs in 1508 het (eerste) verdrag van Kamerijk nego-tieerde toen Lodewijk XII weinig succesvolle territoriale ambities gekoesterd had t.a.v. de Nederlanden, een verdrag dat trouwens zeer gunstig uitviel voor onze gewesten. Even-eens in 1508 stuurde Margareta, die weinig Franse sympathieën koesterde, Haneton   toen herhaaldelijk als ‘geheimschryver’ betiteld - naar Engeland om er te onderhan-delen over een huwelijk van de jonge Karel met Mary, dochter van de Engelse koning Hendrik VII en zuster van de latere Hendrik VIII. Het kwam inderdaad – althans – tot een ‘huwelijk over de hand’, waarbij tijdens de ceremonie Jan Van Bergen in naam van de jonge Karel als bruidegom optrad. Er weze terloops aan herinnerd dat Grimbergen op

dat ogenblik condominium was van het huis van Nassau en van het huis Van Bergen/de Glymes. Ook dat huwelijk werd echter niet voltrokken.



Opdrachten onder Karel V





Omdat ook Karel V, net als zijn vader, de ambitie koesterde om het hertogdom Bour-gondië zonder geweld terug te winnen, wer-den er in 1515, het jaar waarin hij meerder-jarig werd verklaard, meteen onderhande-lingen gestart voor een huwelijk met Renée de France, een andere dochter van Lodewijk XII. Daarbij werd het hertogdom Bourgondië opnieuw als bruidschat bedongen. Haneton was ook nu bij de onderhandelingen betrok-ken. Zo staat in Carlos de Gante’s Estancias y viajes del emperador Carlos V te lezen dat Filipe Haneton op 23 april 1515 een ontvangst-bewijs gaf aan Lorenzo Blioul voor brieven die deze hem overhandigde met betrekking tot het huwelijk van aartshertog Karel van Oostenrijk met Renée de France. Die Laurens de Blioul was ook secretaris en audiencier van Karel V. In de index van de Sigilla Comi-tum Flandriae staat hij vermeld als ‘a secretis Philippi Pulchri & Caroli V’ en in dat boek, evenals in het eerste deel van de Ordon-natieën ende Placaeten, ghepubliceerd in Vlaen-deren zijn ook een aantal door hem onder-tekende documenten opgenomen. Een waar-schijnlijke verklaring van deze passage is dus dat de Blioul brieven met instructies van Karel V aan onderhandelaar Haneton over-handigde.

Haneton werd allicht in 1517 tot eerste se-cretaris van Karel V benoemd. Uit een stads-brief van Alkmaar blijkt dat hij dat zeker in 1518 was. Men noemt hem daarin eerste secretaris van de koning: Karel V droeg toen als hoogste titel die van koning van Castilië. Het is bekend dat Erasmus van Rotterdam in 1516 tot raadsheer van Karel V aangesteld was. Haneton kende hem evenwel al van vroeger: Erasmus was niet alleen een wel-kome gast aan het hof van Margareta van Oostenrijk in Mechelen maar eerder al was Haneton getuige toen Filips de Schone Eras-mus een studiebeurs toekende.

Karel V stelde de diensten van Haneton bijzonder op prijs. In 1520 stelde hij hem aan tot schatbewaarder van de prestigieuze Orde van het Gulden Vlies. Die was in 1429 door de Bourgondische hertog Filips de Goede gesticht naar aanleiding van zijn huwelijk met Isabella van Portugal met de bedoeling de vroegere ridderlijke geest te doen her-leven. De ‘trezorier’ was geen lid van de orde maar een van haar vier hoge functionarissen, naast de kanselier, de griffier en de wapen-koning. Zijn functie bestond erin verant-woordelijkheid te dragen voor charters, ju-welen, sieraden en relikwieën van de Orde en voor de gewaden en mantels van de rid-ders, maar hij hield vooral ook de inkomsten en uitgaven bij. De trezorier moest daarom als waarborg voor zijn beleid een onroerend goed in pand geven. Of Haneton hiervoor het Lintkasteel in pand gaf, viel niet te ach-terhalen. De vier hoge functionarissen droe-gen dezelfde kledij en scharlaken mantels als de ridders, maar zonder bont en met minder borduurwerk. Gedurende de kapittels, waar-in de Orde in naam van alle onderdanen haar trouw en loyaliteit aan de hertog betuig-de, nieuwe ridders verkozen werden en belangrijke politieke kwesties besproken, zaten ze op een krukje voor de soeverein van de Orde, de titelvoerende hertog van Bour-gondië. Die eer viel Haneton echter nooit te beurt: de drie kapittels die door Karel V georganiseerd werden, hadden plaats op een moment dat Haneton die functie nog niet bekleedde of toen hij al overleden was.



In de collegiale kerk Sint-Goedele begraven


Philippe Haneton stief op 18 april 1528. Zijn dood werd diep betreurd. Hij werd begraven in de (toen) collegiale Sint-Goedelekerk in Brussel, een eer die alleen de groten van het land te beurt viel. Van zijn graf is vandaag geen spoor meer terug te vinden. Het bevond zich waarschijnlijk in de Sacramentskapel, toen een laterale kapel links van het koor. Bekend is in elk geval dat Haneton in 1520 bij Barend van Orley, die de hofschilder was van Margareta van Oostenrijk, een triptiek bestelde om boven zijn familiegraf te hangen. Vandaag nog wordt in het Koninklijk Mu-seum voor Schone Kunsten in Brussel de ‘Hanetontriptiek’ van Barend van Orley ten-toongesteld. Volgens een vroegere catalogus is het schilderij afkomstig uit de vroegere Sacramentskapel van de huidige Sint- Michielskathedraal.

Centraal stelt het schilderij de graflegging van Christus voor; aan de linkerkant is Haneton knielend en biddend afgebeeld met zeven zonen; rechts staan zijn vrouw en vijf dochters. Onderaan staat de naam van de opdrachtgevers, volgens de toen gebruike-lijke formule: ‘Philippus Haneton en zijne zeven zonen door Sint Philippus aanbevolen’ en ‘Margareta Numan (de vrouw van Phi-lippus Haneton) en hare vijf dochters door Sinte Margareta aanbevolen’.2

In dezelfde zaal van het museum hangt nog een ander werk van Barend van Orley met als titel Portret van een secretaris van keizer Karel V. Duidelijk is dat het om een ambte-naar gaat van de keizerlijke ambtenarij. Volgens een oudere catalogus van het museum zou dit Haneton op latere leeftijd zijn, maar dat wordt vandaag niet langer aangenomen.

In de in 1743 in Mechelen gepubliceerde Basilica Bruxellensis sive Monumenta antiqua inscriptiones et coenotaphia staat wel een afbeelding van de grafsteen van de familie Haneton, met de volgende, eerder zakelijke Franse tekst: ‘Cy em-bas gisent Messire PHILIPPE HANETON, Chevalier, Thrésorier de l’Ordre de Toison d’Or, premier Secretaire & Audiencier de l’Empereur Charles V, qui trespassa le 18. Avril 1528, avant Pâques, Et Dame Margarite Numan, sa Compagne tres-passée le 29. d’Avril 1531. Priez pour leur Ames. Et Messire Jean haneton, Prevost de Deventer, Canoisne & Tresorier de cette Eglise Collégiale, Trespassa le 3 . de Mars 1559, Aussi Messire Charles Haneton leur fils, Secretaire de l’Empereur Charles, trespassa le 23. juillet 1560’.


Daarna is het volgende lovende Latijnse grafschrift opgenomen, dat alleen maar aan Philippe Haneton opgedragen is:


Philippus Haneton, clarus auro hic est eques

Regi Plilippo Caesarique Carolo

Cum laude gessit audientiarum,

Sacer ordo, quem vellus decorat aureum,

Voluit eundem praeesse thesauris suis,

Virtus in uno hoc vicit inviduam viro;

Tanta erat in omnes et fides comitas

Animique candor, maximis et infimis

Desideratus unice, caelum tenet

In het Nederlands:
Philippus Haneton is een ridder zuiver als goud.

Met eer stond hij aan het hoofd van de audiëntie voor Koning Filips en Keizer Karel

De Heilige Orde van het Gulden Vlies

Wilde dat hij aan het hoofd stond van haar schatkist.

De deugd in deze uitzonderlijke man overwon de afgunst,

Zo groot was in alles zijn trouw, zijn vriendelijkheid en

de oprechtheid van zijn geest dat groten en kleinen

verlangen dat hem de hemel toekomt.





Het Latijnse grafschrift is van de hand van niemand minder dan Erasmus. In het door H.M. Allen uitgegeven Opus epistolarum Des. Erasmi Rotterdami is de tekst ervan terug te vinden en wel in een brief die Erasmus waar-schijnlijk in mei 1522 aan zijn vriend en trouwe orrespondent Martin Davidts stuur-de. Davidts was kanunnik van de collegiale Sint-Goedele. In die brief schrijft Erasmus ‘hoc opellae non gratuate dedi… optimi viri memoriae; cuius” (ik bied dit werkje niet met tegenzin aan…ter herinnering aan een dege-lijk man, wiens geest ik altijd ervaren heb als uitzonderlijk eerlijk en zeer genegen ten op-zichte van mijn ondernemingen.’ Erasmus voegt er echter bescheiden aan toe: ‘Si placet epithaphium, bene habet; sin minus, non grauabor recudere’. In het Nederlands: ‘zo dit grafschrift u behaagt, dan is het goed; zo-niet, dan zal ik me niet bezwaard voelen om het terug te trekken’. In de brief zelf be-schrijft Erasmus Haneton als een degelijk man, wiens geest hij altijd ervaren heeft als uitzonderlijk eerlijk en zeer genegen ten opzichte van al wat hij ondernomen heeft. Waarom het grafschrift destijds niet op de zerk gebeiteld werd, kon niet achterhaald worden.
Het gezin Haneton was zoals uit de Hane-tontriptiek blijk bijzonder kroostrijk. Na het overlijden van Philippe werd zijn zoon Char-les, die eveneens het ambt van secretaris van keizer Karel vervulde, de nieuwe ‘Heer van Linth’. Over diens politieke bedrijvigheid is verder echter weinig bekend.


Afbeeldingen. Op de frontpagina van deze monografie staat het wapenschild van Haneton. Het portret van Philippe Haneton op bladzijde 2 is door Cecilia Viérin nagetekend van het portret op het linker zijpaneel van de Hanetontriptiek uit 1528 van Barend van Orley. De voorstelling van het Lintkasteel op bladzijde 3 is van de hand van G. de Bruyn en dateert uit 1699. Voor de originele afbeeldingen weze naar het boek Kastelen en landhuizen in Grimbergen verwezen.



1 Juwelen, kostbaarheden.

2 In het al genoemde kastelenboek is van de triptiek een afbeelding opgenomen; voor een afbeelding in kleur kan men via Google, Afbeeldingen en het trefwoord Haneton terecht.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina