Maandbericht uit Berlijn dr ir. Dirk bergen landbouwraad



Dovnload 90.84 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte90.84 Kb.

Maandbericht uit Berlijn

dr. ir. Dirk BERGEN

Landbouwraad




Vlaamse Vertegenwoordiging


Jägerstrasse 52-53

10117 Berlin

Deutschland

Tel. 00-49-30-20 64 25 09

Fax 00-49-30-20 64 25 45

E-mail: landwirtschaft@flandern.biz





AMBASSADE

VAN

BELGIE


Jaargang 4 nr. 7 – Juli 2006





Maandbericht uit Berlijn 1

dr. ir. Dirk BERGEN 1

Landbouwraad 1

Vlaamse Vertegenwoordiging 1

A. DUITSLAND 2

1. ALGEMEEN - POLITIEK - BELEID 3

1.1. Ook Minister SEEHOFER betreurt voorlopig mislukken WTO-onderhandelingen 3

1.2. Inleveringen bij de tweede pijler waarschijnlijk minder dramatisch dan gevreesd 3

1.3. SEEHOFER wil bureaucratie verminderen en schaft jaarlijkse landbouwrapport af 4

1.4. Bondsregering en deelstaten willen cross compliance verder vereenvoudigen 5

1.5. Rapport over toestand van bos verschijnt voortaan slechts om de vier jaar 5

1.6. Regering huldigt dubbele strategie bij de groene gentechniek 6

1.7. Bundestag keurt consumenteninformatiewet goed 7

1.8. Accijns op zuivere biobrandstoffen wordt stapsgewijze ingevoerd 7

1.9. Bundesrat terughoudend tegenover openbaar maken van EU-landbouwsubsidies 8

1.10. Geen bezuinigingen bij subsidiëring dorpsontwikkeling in Schleswig-Holstein 9

1.11. Bio-energie en hernieuwbare grondstoffen prioritair bij plattelandssteun in B-W 9

1.12. Rheinland-Pfalz maakt prioriteiten in de plattelandsontwikkeling bekend 10

2. DIEREN – DIERLIJKE PRODUCTIES 10

2.1. Prijzen voor melkquota lichtjes gestegen 10

2.2. Greenpeace: biomelk is gezonder 11

2.3. Verordening over dierhouderij is nog niet van kracht 11

2.4. Ophokplicht wordt verlengd tot eind februari 2007 12

3. PLANTEN – PLANTAARDIGE PRODUCTIES 12

3.1. Duitse suikerproducenten kopen bijkomend quotum 12

3.2. Südzucker biedt leveringscontracten voor ethanolbieten 13

3.3. Gentechniektegenstanders vernielen proefvelden in Ladenburg en Dachwig 13

4. OVERIGE 14

4.1. Biosector in Duitsland ook in 2005 gegroeid 14

4.2. Bioproducten : klein marktaandeel, grote toegevoegde waarde 15

4.3. Stemming onder de landbouwers verbeterd 15

4.4. Duitse voedingsindustrie kent opwaartse trend 15

4.5. Emissie van koolzaadolie mogelijk kankerverwekkend 16

B. POLEN 17

Poolse regering keurt brandstofsubsidies voor landbouwers goed 17

Prijzen landbouwgrond stijgen 17




A. DUITSLAND




1. ALGEMEEN - POLITIEK - BELEID

1.1. Ook Minister SEEHOFER betreurt voorlopig mislukken WTO-onderhandelingen

Onmiddellijk na bekendmaking van het “voor onbepaalde tijd” verschuiven van de WTO-onderhandelingen drukte Landbouwminister SEEHOFER zijn spijt uit over het voorlopig mislukken van de DOHA-ontwikkelingsronde.


SEEHOFER stelde “dat een historische kans verkeken is om faire regels voor de handel in landbouw- en industriegoederen te creëren en het op internationale samenwerking berustende multilaterale systeem te versterken. Dit is een gevoelige terugslag voor de ontwikkelings- en industrielanden. Het unilateralisme en het protectionisme zijn geen alternatieven.”
De minister beklemtoonde nogmaals dat de Europese Unie “tot aan de grenzen van het maakbare” gegaan is en tot op het laatst getracht heeft om door constructieve voorstellen tot een evenwichtig voorstel te komen. “De EU heeft door de sinds 2003 doorgevoerde markthervormingen een zover mogelijk gaande marktopening gerealiseerd en een afbouw van handelsverstorende steun ingesteld. Zij is gangmaker geweest bij de onderhandelingen. Zij heeft ook door het “Everything but Arms”-initiatief de armste ontwikkelingslanden al eenzijdig accijns- en quotavrije markttoegang verleend en door een veelvoud van preferentieregelingen haar markten voor producten uit de ontwikkelingslanden geopend.
Zonder de USA bij naam te noemen, stelde SEEHOFER bovendien dat de onderhandelingen mislukt zijn “wegens de politieke kalender van een grote onderhandelingspartner en zijn ontbrekende wil om passende hervormingen door te voeren op het niveau van de interne landbouwsteun. Het is frustrerend om zo kort bij het einddoel te moeten vaststellen dat een partner, waarvan men een leidende rol zou mogen verwachten, weigert om de estafettestok over te nemen en een bijdrage te leveren. Het valt nu te vrezen dat in de toekomst moet worden uitgeweken naar bilaterale en regionale handelsakkoorden en dat meer zal moeten worden teruggegrepen naar arbitrages en rechtszaken over geschillen.”

1.2. Inleveringen bij de tweede pijler waarschijnlijk minder dramatisch dan gevreesd


 

Het federale landbouwministerie verwacht dat de discussie over de financiële besparingen bij de tweede pijler van het Europese landbouwbeleid zal bedaren. “De bezuinigingen zullen helemaal niet zo dramatisch uitvallen als tot dusver door bepaalde groepen voorgesteld,” zeggen politiek leidinggevende bronnen binnen het ministerie. Weliswaar verwacht men pas over enkele weken een definitieve bevestiging van de Europese Commissie, maar het ziet ernaar uit dat er voor de tweede pijler in Duitsland niet 37% minder geld wordt vrijgemaakt dan in de lopende begrotingsperiode, maar slechts 12%. Het ministerie gaat uit van een bedrag van 8,1 miljard euro in plaats van de tot dusver genoemde 7,2 miljard euro, die in de periode 2007-2013 uit Brussel naar de plattelandsontwikkeling in Duitsland zal vloeien. Daarmee bedraagt de inlevering maar 1,1 miljard euro t.o.v. de huidige begrotingsperiode.

 

De leiding van het ministerie acht deze som redelijk en wijst erop dat er alleen al bij de Gemeenschappelijke Opgave “Verbetering van de Landbouwstructuur en de Kustbescherming” (GAK) in de voorbije vier jaar 210 miljoen euro gesnoeid werd. Bovendien komt het er uiteindelijk op aan hoeveel geld de deelstaten voor hun plattelandsontwikkelingsprogramma’s ter beschikking stellen, die dan met EU-middelen gecofinancierd worden.



 

Aanleiding voor de optimistische zienswijze van het ministerie is een omrekening van de besloten besparingen op basis van lopende prijzen. Het in december 2005 door de Europese staats- en regeringsleiders bereikte begrotingscompromis omvatte een totaal bedrag van 70 miljard euro, waarmee de EU in de periode 2007-2013 de tweede pijler uitrust. Duitsland krijgt daarvan 5,9 miljard euro. Als men de middelen uit de verplichte modulatie met inbegrip van tabak meerekent, stijgt dit bedrag tot 7,2 miljard euro. Deze sommen werden telkens in constante prijzen van het jaar 2004 berekend. Ze zullen in de komende subsidiëringsperiode reëel ter beschikking staan. Om dat te garanderen, moet een stijging met het inflatiecijfer gebeuren en het budget voor de plattelandsontwikkeling in lopende prijzen en dus nominaal berekend worden. De Europese Verordening over het Platteland voorziet in een inflatiecijfer van 2%. Dat leidt ertoe dat in de eerstkomende periode Duitsland met inachtneming van de verplichte modulatie nominaal circa 8,1 miljard euro ontvangt.

 

Nog steeds zal de daling van de middelen in de West-Duitse deelstaten sterker zijn dan in Oost-Duitsland. Vooral de Zuid-Duitse deelstaten Baden-Württemberg (-27%) en Beieren (-26%) moeten inboeten, terwijl Nordrhein-Westfalen, Mecklenburg-Vorpommern en Brandenburg de schade heel goed kunnen beperken. Een oorzaak van de kloof is zeker het feit dat er in het Zuiden ten opzichte van het Oosten veel meer kleinere bedrijven zijn die minder dan 5.000 euro Europese steun ontvangen, waardoor via modulatie minder geld kan worden gemobiliseerd voor de bijkomende financiering van het plattelandsbeleid.



1.3. SEEHOFER wil bureaucratie verminderen en schaft jaarlijkse landbouwrapport af

Federaal landbouwminister Horst SEEHOFER wil het tot dusver jaarlijkse landbouwrapport slechts eenmaal in de legislatuurperiode publiceren. Bij de ledenvergadering van de Deutsche Bauernverband (DBV) in Maagdenburg verdedigde de minister deze beslissing met een dringend noodzakelijke inkrimping van de rapportagedienst binnen het landbouwministerie. In de plaats van de periodieke rapporten van het ministerie komen actuele gegevens en gerichte public relations.


Tegenover de DBV-afgevaardigden kondigde de minister verdere concrete maatregelen aan om de bureaucratie in de landbouw te verminderen. Daarbij hoort vooral de afschaffing van het runderpaspoort. Daarnaast moeten de controle-inspanningen op landbouwvlak gereduceerd worden. In dat verband bevestigde SEEHOFER zijn voorstel om voortaan in de vleesindustrie zogenaamde “bottleneckcontroles” uit te voeren. Als de aan de slachterij aankomende waren in orde zijn, kan men ervan uitgaan dat dit ook al bij de boer het geval geweest is, zodat controles daar kunnen wegvallen. De bondsregering zal bovendien haar voorzitterschap van de Europese Raad in het komende jaar benutten om verdere vereenvoudigingen bij de omzetting van de Europese landbouwhervorming te realiseren. Dat geldt in eerste instantie voor cross compliance, maar ook voor enkele aspecten bij de hantering van de toeslagrechten.
DBV-voorzitter Gerd SONNLEITNER overhandigde in het kader van de ledenvergadering aan bondskanselier Angela MERKEL een door de landbouworganisatie uitgewerkt “zwartboek voor de ontbureaucratisering”. Inmiddels is een door SEEHOFER ingezette stuurgroep met vertegenwoordigers van bond en deelstaten het eens geworden over een catalogus van individuele maatregelen voor de vermindering van de bureaucratie.

1.4. Bondsregering en deelstaten willen cross compliance verder vereenvoudigen

De landbouwministers van de bondsregering en de deelstaten willen de cross compliance verder vereenvoudigen. Daarover zijn de bewindslieden het tijdens een ontmoeting onder leiding van federaal minister Horst SEEHOFER in Berlijn eens geworden. Er was eensgezindheid over de doelstelling om de overlast zowel voor de landbouwbedrijven als voor de administraties te beperken tot het absoluut vereiste minimum. Het gaat er vooral om de controles te bundelen en het percentage van de gecontroleerde bedrijven, indien mogelijk, te reduceren tot 1% van de ontvangers van de rechtstreekse betalingen.


Met het oog op de in het komende jaar onder het Duitse EU-voorzitterschap plaatsvindende evaluatie van cross compliance (cc) stellen de ministers een reeks verlichtingen voor: de invoering van realistische bagatelgrenzen, het vooraf aanmelden van controles ter plaatse, de beperking van sancties op landbouwmilieuvlak tot milieurelevante gebieden. Daarenboven pleiten de ministers voor de erkenning van kwaliteitsbeveiligingssystemen, de invoering van een sanctievrij pilootjaar voor nieuwe verplichtingen en voor de opstelling van een afsluitende lijst van concrete eisen in het EU-hygiënepakket. Een uitbreiding van cc naar bijkomende EU-normen botst op een nee van de ministers. Bevestigd wordt de intentie om inadequate controleverplichtingen te verminderen door een verlaging van het controlecijfer bij de rundvee-identificatie en veranderingen bij het bestandsregister voor varkens. De bestaande werkgroep van bond en deelstaten moet de eisencatalogus concretiseren en de mogelijkheden aangeven voor de vereenvoudiging van de controlesystemen.
Ook op de organisatoren van kwaliteitsbeveiligingssystemen willen de landbouwministers een beroep doen. Ze moeten uiteenzetten hoe de deelname van landbouwbedrijven aan hun systeem de naleving van cross-compliance-verplichtingen kan garanderen en dus bijkomende overheidscontroles overbodig kan maken. Wat de overheidscontroles betreft moeten de mogelijkheden onderzocht worden om verdere vereenvoudigingen te bereiken. Genoemd worden een beperking van de bedrijfscontrole tot geselecteerde domeinen, een gebruik van het zogenaamde EU-typedocument voor de beperking van de cc-eisen tot de uit het EU-recht voortkomende verplichtingen, een mogelijk afzien van systematische controles op bepaalde gebieden, de naleving van de EU-eisen over bodembescherming en het benutten van technische marges voor de vereenvoudiging en de beperking van het aantal cc-controles.

1.5. Rapport over toestand van bos verschijnt voortaan slechts om de vier jaar

Niet alleen het landbouwrapport en het rapport over dierenbescherming, maar ook het rapport over de toestand van het bos zal voortaan maar één maal in de legislatuurperiode verschijnen. In plaats van de jaarlijkse gespecialiseerde rapporten komt er dan om de vier jaar een gezamenlijk rapport over de toestand van de land- en bosbouw en de visserij. Dat heeft een woordvoerder van het federale landbouwministerie bevestigd.


Hij verdedigde de beslissing met de dringend vereiste vermindering van de bureaucratie. Een nieuwe invulling van de rapportagedienst en een versterking van de public relations moeten ervoor zorgen dat aan de diverse groepen de noodzakelijke gegevens gerichter en actueler ter beschikking gesteld worden. Voor het bosrapport geldt ook dat de aan de basis liggende Europese verordening eind van het jaar afloopt. Vanzelfsprekend zal de bondsregering haar internationale verplichtingen omtrent de gegevensinzameling over de ontwikkeling van bosschade verder nakomen. Tot dusver zijn er geen plannen om de voor de aanpassing van de landbouwberichtgeving noodzakelijke verandering van de landbouwwet te gebruiken voor een uitvoerige wetswijziging.
Milieuorganisaties zoals NABU en BUND en ook de Groenen beschuldigden de minister er inmiddels van dat hij de bosschade onder het tapijt wil vegen en eisten het behoud van het jaarlijkse rapport.

1.6. Regering huldigt dubbele strategie bij de groene gentechniek

De bondsregering huldigt bij de groene gentechniek een dubbele strategie, enerzijds volgens het motto “groen licht voor het onderzoek in Duitsland”, anderzijds terughoudendheid tegenover het commerciële gebruik. Dat blijkt uit verklaringen van landbouwminister Horst SEEHOFER en bondskanselier Angela MERKEL.


Bij een forum van het weekblad “Die Zeit” in Berlijn kondigde SEEHOFER aan dat de bestaande aansprakelijkheidsregeling bij de voorziene aanpassing van de gentechniekwet op de precisering na van “een of twee onbepaalde rechtsbegrippen” niet veranderd wordt. De door de vorige regering ingevoerde schuldonafhankelijke aansprakelijkheid blijft bestaan. Tegelijk is uit gesprekken met de sector echter gebleken dat de betrokken bedrijven bereid zijn de aansprakelijkheid individueel te regelen. Daarvoor streeft men een raamakkoord na tussen de biotech- en plantenveredelingsbedrijven, de DBV als vertegenwoordiger van de landbouw en de bondsregering. Voorbeeld voor een dergelijk akkoord is Nederland. De minister is blij dat de sector haar verantwoordelijkheid neemt en bereid is de aansprakelijkheid op eigen verantwoordelijkheid met de betrokken boeren te regelen.
SEEHOFER beklaagde zich opnieuw over het ontbreken van bindende co-existentieregels van de Europese Unie en verweet de Commissie dat ze zich voor deze belangrijke kwestie “gedrukt” heeft. De bondsregering zal bij de wijziging van de gentechniekwet criteria vastleggen voor de goede landbouwpraktijk bij de teelt en in de omgang met genetisch veranderde gewassen, maar tegelijk verder aandringen op geharmoniseerde voorschriften in de EU. SEEHOFER pleitte verder voor een voorzichtige aanpak bij de isolatieafstanden: “We kunnen beter nu grotere veiligheidsafstanden kiezen om ze later eventueel te reduceren in plaats van het omgekeerde scenario.” Tevoren was bekend geworden dat de bondsregering haar strategienota voor de verandering van de gentechniekwet in tegenstelling tot eerdere plannen pas na de zomerpauze zal voorstellen, waarschijnlijk in september.
Kanselier MERKEL sprak zich op de ledenvergadering van de DBV in Maagdenburg uit voor het principe van de keuzevrijheid tussen genetisch veranderde en traditioneel geproduceerde producten. De mensen moeten zelf beslissen “ in hoeverre ze opteren voor genetisch gewijzigde levensmiddelen”. Ze zei dat de regering rekening zal houden met de grote scepsis van de bevolking tegenover de groene gentechniek, maar tegelijk het veelbelovende wetenschappelijke onderzoek zal stimuleren, bv. bij hernieuwbare grondstoffen en in de witte gentechniek. De goede landbouwpraktijk zal men “verstandig definiëren”, zodat ook met de belangen van de gentechniekvrije teelt voldoende rekening gehouden wordt.

1.7. Bundestag keurt consumenteninformatiewet goed

De Bundestag heeft de consumenteninformatiewet in tweede en derde lezing goedgekeurd. De wet wil tegemoetkomen aan het recht op informatie over alledaagse producten die de gezondheid in gevaar brengen of risico’s met zich meebrengen. Overheidsdiensten zijn voortaan verplicht consumentenvragen over levensmiddelen, cosmetica, kleding, speelgoed, levensmiddelenverpakkingen, beddengoed of was- en schoonmaakmiddelen binnen vier weken uitvoerig te beantwoorden. Ze kunnen daarvoor kostendekkende bijdragen heffen. Tegenover bedrijven hebben consumenten geen recht op informatie.


Verder moet de overheid de openbaarheid informeren, met vermelding van de naam van de producent of handelaar. Met de belangen van derden, vooral bedrijfs- en handelsgeheimen, moet echter nog altijd rekening gehouden worden. Ingeval van rechtsovertredingen kan echter niet naar bedrijfs- of handelsgeheimen verwezen worden. Principieel moet de overheid openbare en publieke belangen afwegen. Een mogelijke schade voor een bedrijf mag de overheid er niet van weerhouden de openbaarheid bijvoorbeeld over gezondheidsrisico’s van levensmiddelen te informeren. Bovendien wordt de informatie-uitwisseling tussen overheidsdiensten verbeterd. Zo is het parket voortaan verplicht de voedseltoezichtsdiensten te informeren als er onderzoek verricht wordt naar overtredingen van het levens- en voedermiddelrecht. De coalitiefracties zetten ook een resolutie door, volgens welke de wet na twee jaar getoetst wordt om een overzicht te krijgen van de kostenontwikkeling en de redenen waarom een inlichting geweigerd wordt .
De meningen over de wet zijn verdeeld. Volgens de CDU/CSU zorgt de wet voor een evenwicht tussen de gestegen behoefte van de consumenten aan informatie en de bescherming van de gerechtigde belangen van bedrijven. De SPD wijst op de onder haar invloed aangebrachte wijzingen aan het wetsvoorstel, met name de “moet-“regeling (in plaats van “kan”) die geldt voor de informering van de openbaarheid over in voedselschandalen verwikkelde bedrijven. Na de afweging van openbare en publieke belangen zal enkel in uitzonderlijke gevallen van de informering afgezien worden. De grootste oppositiepartij FDP vindt dat de bedrijfs- en handelsgeheimen van ondernemingen niet systematisch genoeg beschermd worden. Bündnis 90/Die Grünen is van oordeel dat de rechten van de consumenten niet gesterkt worden en verwijst naar de vele uitzonderingen op het recht op informatie en de ondoorzichtige bijdrageregeling.

1.8. Accijns op zuivere biobrandstoffen wordt stapsgewijze ingevoerd

Er is een einde gekomen aan de al maanden aanslepende politieke discussie over de accijns op zuivere biobrandstoffen. De Bundestag keurde eind juni de energiebelastingwet goed, de Bundesrat volgde begin juli. De uiteindelijke wettekst, die er kwam na onderhandelingen tussen de fractievoorzitters Peter STRUCK (SPD) en Volker KAUDER (CDU), houdt in dat de accijns op zuivere biodiesel vanaf augustus tot eind 2007 9 cent/liter bedraagt. Vervolgens wordt de accijns van 2008 tot 2012 stapsgewijze verhoogd totdat vanaf 2013 het volledige tarief van 47 cent/liter geldt. Een analoog model komt er in afgezwakte vorm voor pure plantenolie, die dit en volgend jaar nog compleet van de olieaccijns vrijgesteld blijft. Vanaf 2008 geldt ook voor ppo een faseplan dat in vijf accijnsverhogingen voorziet tot in 2013 hetzelfde belastingniveau bereikt wordt als bij fossiele diesel.


De volgens een eerder akkoord voorziene accijnsvrijstelling voor het eigen verbruik van plantenolie in de landbouw wordt door de wet niet aangetast en blijft behouden. Ook E85, een mengsel dat voor 85% uit bio-ethanol en 15% uit fossiele brandstof bestaat en tot dusver in Duitsland enkel in pilootprojecten ingezet wordt, blijft tot 2015 van de accijns vrijgesteld, net als BTL (biomass to liquid). De accijnsvoordelen moeten jaarlijks geëvalueerd worden.
De vanaf 1 januari 2007 geldende bijmengingsplicht voor biobrandstoffen wordt pas na de zomerpauze geregeld. Het bijmengingsquotum zou volgens een op tafel liggend ministerieel ontwerp, gemeten aan het volume, voor diesel 5% bedragen, gemeten aan het energiegehalte 4,4%. Voor benzine is sprake van 2%. Als de quota niet gehaald worden, zouden er boetes opgelegd worden. Er werd reeds vastgelegd dat vanaf augustus voor bijgemengde biobrandstof een accijnstarief van 15 cent/liter geldt. Vanaf het komende jaar wordt de bijgemengde biobrandstof met de volledige olieaccijns belast.
Voorziene accijnstarieven voor zuivere biobrandstoffen


Jaar

Plantenolie (cent/liter)

Biodiesel (cent/liter)

2006

0

9

2007

0

9

2008

10

15

2009

18

21

2010

26

27

2011

33

33

2012

45

45

2013

47

47


1.9. Bundesrat terughoudend tegenover openbaar maken van EU-landbouwsubsidies

De Bundesrat staat terughoudend tegenover het openbaar maken van gegevens over de ontvangers van EU-geld in de landbouwsector. Dat heeft de deelstatenkamer gezegd in haar opinie over het transparantie-initiatief van de Europese Commissie.


De deelstaten wijzen erop dat bij de omzetting van het gemeenschappelijke landbouwbeleid vandaag al voldoende transparantie bestaat. Zowel de algemeen geldende criteria voor het verstrekken van Europese premies als de nationale en intersectoriële verdeling is in principe voor iedereen toegankelijk, bv. in het landbouwrapport van de bondsregering. Om de transparantie bij Europese betalingen te verbeteren noemt de Bundesrat een publicatie in geanonimiseerde en geaggregeerde vorm voldoende. Dat geldt bijvoorbeeld voor gegevens over EU-betalingen volgens regio’s of bedrijfstypes. Een verder gaande publicatie van persoonsgerelateerde gegevens is enkel acceptabel als voordien de noodzakelijke rechtsbepalingen inzake databescherming geschapen zijn en als de publicatie van compenserende vergoedingen en subsidies van de EU, de bondsregering en de deelstaten geldt voor alle economische sectoren, bedrijven en niet-regeringsorganisaties.
Uitdrukkelijk waarschuwt de Bundesrat voor aanzienlijke bijkomende kosten, extra administratie en personeel die het vrijgeven van de namen van de ontvangers van begrotingsmiddelen zou veroorzaken. Dat zou in tegenspraak zijn met het doel om de bureaucratiekosten in de EU te verminderen. De publicatie van gegevens moet zich oriënteren aan de “publicatiecultuur” van de deelstaten, aldus nog de Bundesrat.

1.10. Geen bezuinigingen bij subsidiëring dorpsontwikkeling in Schleswig-Holstein

In Schleswig-Holstein zal in de komende twee jaar niet bezuinigd worden bij de ondersteuning van de dorpsontwikkeling en het plattelandstoerisme. Dat heeft minister van Landbouw Christian von BOETTICHER (CDU) duidelijk gemaakt. Met het subsidiëringsbeleid wil de regionale regering veeleer ook in de toekomst het platteland als attractief leef- en werkgebied in stand houden en verder ontwikkelen. Intussen zijn er meer dan 100 landelijke structuur- en ontwikkelingsanalyses met meer dan 900 participerende gemeenten. In de voorbije jaren is er in de dorps- en plattelandsontwikkeling jaarlijks ongeveer 50 miljoen euro geïnvesteerd, met een subsidievolume van 20 miljoen euro per jaar


De minister wees erop dat in de komende subsidiëringsperiode 2007-2013 de EU-verordening over het Platteland aan de grondslag ligt van de subsidies. Naar aanleiding daarvan wordt het tot dusver lopende programma Zukunft auf dem Land (ZAL) door een nieuw programma vervangen. Bedoeling is de opbouw van sterke, zelf georganiseerde landelijke regio’s in Schleswig-Holstein. Het nieuwe initiatief moet het creatieve potentieel van de mensen op het platteland mobiliseren en de krachten in nieuwe partnerschappen bundelen. Het waarborgen van de levenskwaliteit en het zorgen voor de ontwikkeling van de plattelandsregio’s zijn echter opgaven die de Staat niet alleen tot een goed einde kan brengen. Privé-ondernemers, economische en sociale partners moeten, naast de gemeenten als houders van de gemeentelijke autoriteit, in de besluitvormingsprocessen geïntegreerd worden. Het subsidiëringsbeleid van de deelstaat wordt daarbij nog gerichter georiënteerd op de economische ontwikkeling, de versterking van de regionale economische kracht en het garanderen en creëren van arbeidsplaatsen.


1.11. Bio-energie en hernieuwbare grondstoffen prioritair bij plattelandssteun in B-W

Hernieuwbare energieën en grondstoffen krijgen vanaf het komende jaar voorrang bij subsidies in het plattelandsontwikkelingsprogramma van Baden-Württemberg. Dat maakte landbouwminister Peter HAUK bekend. Vanaf het programmajaar 2008 zullen rationeel energiegebruik en het benutten van hernieuwbare energieën of grondstoffen bij gemeentelijke projecten zelfs voorwaarde voor een subsidie worden.


Tegelijkertijd zal de exploitatie van industrieterrein enkel nog gesubsidieerd worden als voordien braakliggend industriegebied geregistreerd wordt en een gebruiksconcept voor deze percelen gepresenteerd wordt. Voor niet industriële, private woonbouwprojecten moeten zowel een registratie van de leegstand van gebouwen en braakgrond als een gebruiksconcept voorgelegd worden om subsidies te kunnen krijgen. Daarmee wil HAUK het landschapsverbruik verder indammen.
De vroegtijdige aankondiging moet de aanvraag stellende gemeenten de noodzakelijke voorsprong geven om zich op de nieuwe voorwaarden in te stellen. Voorwaarde voor de opname in het plattelandsontwikkelingsplan is een gemeentelijke conceptie. Daarin moet de gemeente haar structurele uitgangssituatie, haar ontwikkelingsdoelstellingen en de concreet voorziene projecten uiteenzetten. Prioritair zal de deelstaat maatregelen ondersteunen die leiden tot een structuurverbetering van de locatie in haar geheel. Het landbouwministerie van Baden-Württemberg heeft het jaarprogramma voor plattelandsontwikkeling 2007 in het staatsblad gepubliceerd. Aanvragen voor opname in het jaarprogramma kunnen steden en gemeenten indienen tot 27 oktober.

1.12. Rheinland-Pfalz maakt prioriteiten in de plattelandsontwikkeling bekend

Ook in Rheinland-Pfalz tekent zich geleidelijk af hoe vanaf het komende jaar het overheidsgeld voor het platteland verdeeld wordt. Minister van Economie en Landbouw Hendrik HERING (SPD) deelde mee dat in de komende zeven jaar samen met de middelen uit het Europese Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling meer dan een half miljard euro wordt vrijgemaakt voor het plattelandsontwikkelingsprogramma in Rheinland-Pfalz.


Met het ontwikkelingsprogramma “landbouwbusiness, milieumaatregelen, landontwikkeling” (PAUL) zet Rheinland-Pfalz de verplichtingen voor de tweede pijler van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid om. Voor de verbetering van de concurrentiekracht van de land- en bosbouwsector is 37% van de EU-middelen voorzien, verklaarde de minister. In milieu- en natuurverbeteringsmaatregelen wordt 41% van het geld geïnvesteerd, voor de geïntegreerde ontwikkelingsperspectieven, onder meer het Leaderplan, is 19% weggelegd. De uiteenlopende belangen op het platteland vereisen een brede bundel aan maatregelen. Het platteland in Rheinland-Pfalz staat voor grote uitdagingen, onderstreepte de minister, verwijzend naar de demografische veranderingen, de structurele aanpassing van de landbouw aan de landbouwhervormingen van de EU en het behoud van de waardevolle cultuurlandschappen.
HERING kondigde aan dat de regering haar partnerbenadering bij de omzetting van de maatregelen verder zal volgen. Het aantal lokale Leadergroepen wordt verhoogd van zeven naar tien. Tegelijk worden in andere regio’s geïntegreerde plattelandsontwikkelingsconcepten en het regionale management ondersteund. “We hebben in het kader van een hearing van de betrokken federaties en organisaties waardevolle stimulansen gekregen voor de invulling van het ontwikkelingsprogramma PAUL. De voorstellen zullen geëvalueerd worden en, indien mogelijk, bij de eindredactie van het programma gehonoreerd worden,“ aldus de minister. Met de verdeling van de middelen plaatst Rheinland-Pfalz andere accenten dan Baden-Württemberg, waar meer geld voor de projecten van het tweede zwaartepunt, dus landbeheer/milieu, voorzien is. In Baden-Württemberg wordt haast twee derde van het geld voor die projecten uitgegeven.


2. DIEREN – DIERLIJKE PRODUCTIES

2.1. Prijzen voor melkquota lichtjes gestegen

In haast alle transfergebieden stegen de quotumprijzen bij de melkquotumbeurs op 3 juli in vergelijking met de vorige editie in april lichtjes. In 19 van de in totaal 21 regio’s werden dezelfde of hogere quotumprijzen aangerekend. Enkel in Niedersachsen en Sachsen zijn de quotumprijzen licht achteruitgegaan met resp. 4 en 1 cent/kg. In de oude deelstaten werd een gemiddelde prijs van 55 cent/kg berekend (+2 cent/kg t.o.v. de afspraak van april). De nieuwe deelstaten bevonden zich met 31 cent/kg 44% onder de quotumprijs van de westelijke deelstaten. Met 70 cent/kg moesten de vragers in de Oberpfalz (Beieren) opnieuw de hoogste quotumprijzen neertellen, terwijl in Sachsen de laagste prijzen betaald werden. Het Duitse gemiddelde bedroeg 50 cent/kg.


De vraag naar melkquota zakte lichtjes. Met circa 304 miljoen kg was de totale gevraagde hoeveelheid lager dan tijdens de laatste vier handelsafspraken. Tegelijk was er een quotumaanbod van 189 miljoen kg te koop – een daling van 41 miljoen kg quotum. Met een aantal van 7.546 (april: 9.958) participeerden ook dit keer haast dubbel zo veel vragers als aanbieders (3.844 t.o.v. 4.397 in april). In alle regio’s was de vraag naar quotum groter dan het aanbod. Het grootste verschil werd in Schleswig-Holstein opgetekend (28 miljoen kg), maar ook in de districten Niederbayern, Mittelfranken, Thüringen, Nordrhein-Westfalen, Berlijn en Sachsen-Anhalt was de vraag dubbel zo groot als het aanbod.
De Deutsche Bauernverband reageerde bezorgd op de resultaten van de melkbeurs. De actuele situatie op de melkmarkt, de ontkoppelde melkpremie en de discussie over het einde van de melkquotumregeling na 31 maart 2015, zouden doen hopen op lagere melkquotumprijzen. De melkproducenten zouden zich bij hun toekomstige investeringsbeslissingen veel meer moeten oriënteren aan economische en politieke raamvoorwaarden., aldus de DBV.

2.2. Greenpeace: biomelk is gezonder

Biologisch geproduceerde melk bevat een dubbel zo hoog percentage aan onverzadigde omega 3-vetzuren als drinkmelk uit de intensieve dierhouderij. Het aandeel van de gezonde vetzuren in melk zakt bij een stijgend percentage van maïs en krachtvoer in het voederrantsoen van de melkkoeien. Dat zou blijken uit een onderzoek naar de kwaliteit van melk, waarvan Greenpeace de resultaten presenteerde.


Het hoogste gehalte aan omega 3-vetzuren bevatten volgens de test drinkmelkproducten van de biomelkerijen Berchtesgadener Land, Gläserne Meierei Rostock en Upländer Bauernmolkerei. Het slechtst scoorden daarentegen conventionele melkproducten van Allgäuer Alpenmilch en Campina. Melk uit de conventionele landbouw die voornamelijk uit graslandgebieden stamt, zoals Breisgaumilch, haalde een relatief hoog omega 3-percentage. Zoals bekend helpt de regelmatige consumptie van omega 3-vetzuren bij de preventie van hartinfarcten en kankeraandoeningen.
Greenpeace wil daarmee aangeven dat de consument soms misleid wordt. Niet overal waar “Alpenmilch” of “Milch aus Grünlandhaltung” opstaat, zit dit product er volgens de organisatie ook werkelijk in. Greenpeace claimt uit de analyses te kunnen aantonen dat melk soms geproduceerd wordt met veel meer maïs en krachtvoer dan voor “alpenmelk” gangbaar is.

2.3. Verordening over dierhouderij is nog niet van kracht

De door de Bundesrat goedgekeurde verandering van de zogenaamde Tierschutz-Nutztierhaltungsverordnung is nog niet van kracht. Dat heeft het federale landbouwministerie op aanvraag bevestigd. Reden is dat het verordeningsontwerp aan de Europese Commissie overgemaakt is en men daar eerst moet afwachten of een EU-lidstaat bezwaren heeft tegen de nieuwe regeling. Deze status-quotermijn loopt af op 31 juli 2006. Tot dusver heeft men er geen weet van dat er door een partnerland bezwaren geopperd zijn. “We verwachten geen problemen,” luidt het in het ministerie. Men gaat ervan uit dat minister SEEHOFER de verordening zo snel mogelijk na afloop van de termijn kan ondertekenen.


Met de nieuwe regeling wordt de kleinvolière als nieuwe houderijvorm voor legkippen in Duitsland toegelaten. De overgangstermijn voor de conventionele kooi wordt onder bepaalde voorwaarden met twee jaar verlengd tor eind 2008. Daarnaast wordt met de verordening de weg vrijgemaakt voor een nationale verordening inzake varkenshouderij. Duitsland komt zo – weliswaar met aanzienlijke vertraging – zijn verplichting na en zet de Europese varkenshouderijrichtlijn om.

2.4. Ophokplicht wordt verlengd tot eind februari 2007

De pluimveehouders in Duitsland moeten zich ook in de komende maanden houden aan de ophokplicht. De Bundesrat verzette zich wel tegen een verlenging van onbepaalde duur van de spoedverordening die minister van Landbouw Horst SEEHOFER midden mei afgekondigd heeft. In de plaats daarvan stemde de deelstatenkamer voor een verlenging van de ophokplicht tot eind februari 2007. Er zijn, zoals tot dusver, genereuze uitzonderingen mogelijk als de desbetreffende bedrijven zich niet in risicogebieden bevinden. Tot deze gebieden behoren zones met een hogere pluimveedichtheid en gebieden in de buurt van verzamelplaatsen van wilde vogels. Volgens de nog steeds geldende bepalingen komen echter ook zeer grote vrije-uitloopbedrijven, zoals die bv. in Mecklenburg-Vorpommern bestaan, in aanmerking voor uitzonderlijke toelatingen.


In een resolutie verlangde de Bundesrat de opheffing van de principiële ophokplicht vanaf maart 2007 “indien de epidemiologische situatie geen andere maatregelen vereist”. In de plaats van de ophokplicht zouden er dan eventueel gebieden gedefinieerd worden met een volgens de huidige criteria hoger in te schatten risico, waarin de vrije-uitloophouderij enkel met inachtneming van bijzondere veiligheidsmaatregelen toegelaten is. De vrije-uitloophouderij in risicogebieden zou dan weer mogelijk kunnen worden. Sinds 1 juni 2006 is Duitsland de enige EU-lidstaat, waarin aan de stalplicht wordt vastgehouden, constateerde de Bundesrat. Het nog steeds hoge aantal controles op wilde vogels toont aan dat het epidemiegevaar sterk achteruitgaat.


3. PLANTEN – PLANTAARDIGE PRODUCTIES

3.1. Duitse suikerproducenten kopen bijkomend quotum

De verdeling van de bijkomende suikerquota in Duitsland staat vast. Südzucker zal als grootste suikerconcern 109.610 t productierechten mogen bijkopen. De schriftelijke toestemming van het federale landbouwministerie is er. Nordzucker krijgt 72.000 t, Pfeifer & Langen circa 39.500 t en de onlangs met Pfeifer & Langen gefuseerde suikerfabriek Jülich AG circa 9.500 t. Danisco Duitsland neemt 7.950 t voor zijn rekening. Daarmee kopen de Duitse suikerproducenten het totale bijkomende quotum van 238.560 t op, dat door de Europese Commissie in het kader van de hervorming van de marktordening aan Duitsland toebedacht is. In totaal kunnen in de EU 1,1 miljoen t productierechten gekocht worden. Uit de opbrengst wordt het herstructureringsfonds voor de Europese suikerindustrie gefinancierd.


Nordzucker zal volgens de voorzitter van het bestuur Ulrich NÖHLE bij een quotumprijs van 730 euro/t in totaal 52,6 miljoen euro in de verhoging van zijn productiemogelijkheden investeren. De bietentelers zullen hiervan 11 miljoen euro dragen, doordat ze 296.939 t leveringsrechten tegen 37 euro/t suikerbieten kopen. De bijkomende leveringsrechten zullen in de zomer aangeboden en in 2007 uitgegeven worden. NÖHLE benadrukt dat Nordzucker de suikermarkthervorming niet enkel zal overleven, maar als winnaar eruit te voorschijn zal komen en verder gestaag zal groeien.

3.2. Südzucker biedt leveringscontracten voor ethanolbieten

Südzucker plant in Zeitz, naast de bio-ethanolinstallatie op basis van graan, nog een installatie voor de verwerking van suikerbieten. De Federatie van Zuid-Duitse Suikerbietentelers (VSZ) reageerde positief op deze aankondiging en deelde mee dat het concern binnenkort alle Zuid-Duitse suikerbietentelers een aanbod zal doen voor de afsluiting van een leveringscontract voor ethanolbieten. Daarmee verbonden is de inschrijving voor het leveringsrecht “E” van de Zuid-Duitse Suikerbietenverwerkingsvennootschap (SZVG). Met deze maatregel zullen de boeren de mogelijkheid krijgen aan de groeiende markt voor regeneratieve brandstoffen deel te nemen. Om kansen en risico’s gelijkmatig te verdelen over telers en bedrijven, zal de prijs voor de ethanolbieten in een bepaalde omvang van de ethanolprijs afhangen. De VSZ en de SZVG hebben al een overeenkomst gesloten. De annex-installatie in Zeitz zal circa 100.000 m3 bio-ethanol op basis van suikerbieten produceren, waardoor de jaarlijkse capaciteit van de fabriek zal stijgen tot 360.000 m3 . Eerder dit jaar had concurrent Nordzucker al voorcontracten voor bio-ethanolbieten aangeboden.


De contractvoorwaarden:


  • De ethanolbietenprijs is afhankelijk van de verkoopsopbrengsten voor ethanol (bietenprijs met als basis 16% suikergehalte). De bietenprijs bedraagt 15,50 euro/ton als de ethanolprijs 0,50 euro/l is, 18,00 euro/ton als de ethanolprijs 0,55 euro/l is, 20,50 euro/ton als de ethanolprijs 0,60 euro/l is.

  • De loopduur van het contract is vijf jaar.

  • Voor ethanolbieten worden alle nevenprestaties (toeslag voor suikergehalte van meer dan 16%, kwaliteitspremie, vroegleveringspremie, financiële vermindering voor late levering en hurenbescherming) zoals bij quotumbieten uitbetaald. Uitzondering: bietenpulpvergoeding zoals bij industriebieten.

  • De levering van de ethanolbieten gebeurt samen met de quotumbieten (geen afzonderlijke aanvoer).

  • De vrachtkosten draagt de teler. Südzucker betaalt een vrachtkostensubsidie van 50%, maximum 2 euro/t. Afgetrokken worden kosten voor de aardereiniging van 0,77 euro/t, naar analogie van de industriebieten.



3.3. Gentechniektegenstanders vernielen proefvelden in Ladenburg en Dachwig

In Duitsland zijn er opnieuw twee proefvelden met maïs vernield. Het gaat om velden in Ladenburg (Baden-Württemberg) en Dachwig (Thüringen), waar onderzoek verricht werd naar genetisch veranderde en conventionele maïssoorten. Meer bepaald werd onderzocht in welke mate een gg-soort zich in haar fenotypische, dus uiterlijk herkenbare, kenmerken onderscheidt van alle al toegelaten soorten en of ze “productiever” is dan al toegelaten soorten. In Ladenburg werd het complete veld verwoest door middel van een pletwals en ook in Dachwig is de voortzetting van het onderzoek – en daarmee naar verluidt 18 arbeidsplaatsen – in gevaar. Het Bundessortenamt en de Sortenbeförderungsgesellschaft dienden klacht in tegen onbekenden.


Minister van Landbouw Horst SEEHOFER veroordeelde de acties. Hij sprak van “criminele praktijken, waarnaar het parket nu een onderzoek zal instellen”. Hij verklaarde in een persmededeling dat de vernietiging van proefvelden onderzoeksresultaten verhindert, die we nodig hebben om duidelijkheid te krijgen over de toekomst van de groene gentechniek. Hij wees erop dat de daders zichzelf schade berokkenen, want zonder gefundeerde onderzoeksresultaten blijven niet alleen de kansen, maar ook de mogelijke risico’s van de gentechniek onontdekt.
De Deutsche Bauernverband riep de bondsregering en de deelstaten op om de voor de hele landbouwsector belangrijke proeven effectief te beschermen. Hulp zouden ook aandachtige buren kunnen verlenen, die opvallend gedrag waarnemen en constateren. Er moet vooral gelet worden op niet uit de plaats afkomstige autonummerplaten op het gemeentegebied, aldus de DBV.


4. OVERIGE

4.1. Biosector in Duitsland ook in 2005 gegroeid

Uit de jaarlijkse meldingen van de deelstaten over de biolandbouw blijkt dat de biosector in Duitsland ook in het voorbije jaar een groei kon optekenen. Terwijl de biologisch bewerkte oppervlakte er in 2005 met 5,2% (2004: 4,6%) op vooruitging, is het aantal landbouwbedrijven die volgens de Europese Biorichtlijn werken met 2,5% (2004: 0,8%) gestegen.


Volgens de meldingen werd in Duitsland eind 2005 807.406 ha landbouwareaal door 17.020 biobedrijven bewerkt. Het aantal biologische landbouwbedrijven nam tegenover 2004 met 417 toe en het bio-areaal met 39.515 ha. Het percentage bio binnen het totale aantal landbouwbedrijven bedroeg in 2005 circa 4,3% (2004: 4,1%), dat binnen het totale areaal 4,7% (2004: 4,5%).
Het totale aantal van de in de biosector actieve bedrijven (telers, verwerkers, importeurs, handelaars) in Duitsland is in 2005 met 5,4% gestegen tot 22.032. Terwijl bij de verwerkende bedrijven tegenover het jaar ervoor een groei van 10,7% genoteerd werd, nam vooral het aantal bedrijven die invoertransacties met derde landen ondernemen met 15% toe.
Terwijl het totale aantal landbouwbedrijven in Duitsland met circa 1,5% achteruitging, kon de biolandbouw bij het aantal landbouwbedrijven en de bewerkte oppervlakte een groei noteren. Daarbij is vooral in de laatste twee jaar de gemiddelde grootte van de biobedrijven toegenomen. Deze bedroeg in 2005 47,4 ha en ligt iets boven de gemiddelde grootte van alle landbouwbedrijven in Duitsland vanaf 2 ha landbouwgrond (46,4 ha).


4.2. Bioproducten : klein marktaandeel, grote toegevoegde waarde

In Duitsland bedroeg de omzet van biologische levensmiddelen in 2005 ongeveer 4 miljard euro. Ook al is bio in Duitsland meer en meer te verkrijgen, inmiddels zelfs bij discounters, het marktaandeel blijft gering. Bioproducten worden in vergelijking met conventionele waren echter tegen aanzienlijk hogere prijzen verkocht, zodat de toegevoegde waarde mag gezien worden. Bij bio-eieren is de prijstoeslag zelfs meer dan 100%.


Marktaandelen bioproducten in 2005


Producten

Verkochte hoeveelheid

Omzet

Eieren

4,5%

9,4%

Groenten

3,8%

5,8%

Brood

3,4%

5,6%

Fruit

2,2%

3,6%

Kaas

1,5%

2,5%

Vlees*

0,6%

0,9%

Gevogelte*

0,3%

0,5%

* Zonder directe verkoop Bron: ZMP

4.3. Stemming onder de landbouwers verbeterd

De stemming onder de Duitse landbouwers is verder verbeterd. Dat toont de actuele conjunctuurbarometer Agrar van de Deutsche Bauernverband (DBV). De index, die berekend wordt aan de hand van de inschatting van de actuele en toekomstige financiële toestand onder 1000 ondervraagde landbouwers en loonondernemers, bereikte in het tweede kwartaal van dit jaar 113 punten. In september 2005 bedroeg de stand nog 67 punten, waarna een explosieve groei plaatsvond (van 88 naar 104 naar nu 113). De hoogste waarde werd totnogtoe bereikt in juni 2001 met 114 punten. Vooral de actuele financiële toestand wordt in juni/juli 2006 beter ingeschat. Bedrijfsleiders die varkens en pluimvee houden, beoordelen hun huidige toestand gunstiger dan akkerbouwbedrijven, melkvee- en voederbouwbedrijven. De landbouwers zijn voorzichtiger als het gaat om de financiële situatie in de komende twee tot drie jaar.



4.4. Duitse voedingsindustrie kent opwaartse trend

De Duitse voedingsindustrie bevindt zich nog steeds in een opwaartse trend. In de eerste drie maanden van het jaar steeg de omzet in het binnenland volgens schattingen van de Bundesvereinigung der Deutschen Ernährungsindustrie (BVE) met 2,9% t.o.v. dezelfde periode van 2005. De totale omzet groeide in het eerste kwartaal van 2006 zelfs met 4,2% tot 34,7 miljard euro dankzij een serieuze stijging van de export (+9,3%). De export neemt iets meer dan een vijfde van de omzet in; meer dan 80% van de uitvoer gaat naar de Europese Unie. De positieve trend van het voorbije jaar wordt voortgezet. In 2005 kon de branche haar omzet met 2,6% doen stijgen tot 133,6 miljard euro. Voor het totale jaar 2006 verwacht de BVE een totale omzet van circa 138 miljard euro. Dat zou een stijging van 3,3% betekenen tegenover 2005.


BVE-voorzitter Jürgen ABRAHAM schrijft de positieve ontwikkeling vooral toe aan de opleving van de conjunctuur en het geleidelijke herstel op de arbeidsmarkt. Daarbij komen speciale factoren zoals het WK voetbal. ABRAHAM herhaalde tegenover journalisten zijn kritiek op de btw-verhoging met 3% (van 16 naar 19%), die in 2007 van kracht wordt. Al zijn levensmiddelen grotendeels vrijgesteld van de verhoging (het voordelige tarief van 7% blijft gelden voor voedingsproducten, met uitzondering van dranken en omzet in de horeca), de sector zal er toch onder lijden omdat de consumenten met de hogere btw 25 miljard euro aan koopkracht zullen inboeten. Nog volgens de BVE is er een verandering van het consumentengedrag merkbaar. Er wordt meer belang gehecht aan kwaliteit, dienstverlening en betrouwbaarheid van merken. Segmenten die het goed doen, zijn “genot/premium”, “wellness/gezondheid” en “convenience (kant-en-klaar)”.

4.5. Emissie van koolzaadolie mogelijk kankerverwekkend

De uitstoot van de biobrandstof koolzaadolie is mogelijk kankerverwekkend. Daarover berichtte het door NDR geproduceerde en door ARD uitgezonden tv-programma “Panorama”. De reportage verwees naar de ongepubliceerde resultaten van een onderzoek van de Bundesforschungsanstalt für Landwirtschaft (FAL). Bij een laboratoriumtest met salmonella zou de emissie van pure koolzaadolie tien keer sterker ingewerkt hebben op het erfgoed van de bacteriën dan gewone dieseluitstoot. Veranderingen van het erfgoed kunnen bij mensen tot kanker leiden. De parlementaire staatssecretaris in het federale landbouwministerie Peter PAZIOREK zei dat hij de resultaten ernstig neemt en dat het ministerie de wetenschappers de opdracht geeft hun onderzoek voort te zetten.


De onderzoekers waarschuwden er al voor hun experiment met bacteriën te veralgemenen. Het onderzoek verliep tot dusver enkel met één motor en één brandstofkwaliteit. Het gaat enkel om een steekproef, niet om een veldstudie. De verschillen tussen diesel een koolzaadolie werden voornamelijk vastgesteld bij uitlaatstoffen, waarvoor er geen grenswaarden zijn.
De Union zur Förderung von Öl- und Proteinpflanzen (UFOP) wees er in een persmededeling op dat uit eerder onderzoek van de FAL gebleken is dat de emissiewaarden van biodiesel aanzienlijk gunstiger zijn dan die van normale diesel. In de berichtgeving werd koolzaadolie met biodiesel verward. Wat de uitstoot van pure koolzaadolie betreft, is ook volgens de UFOP nog uitgebreid aanvullend onderzoek noodzakelijk.

B. POLEN

Poolse regering keurt brandstofsubsidies voor landbouwers goed

In Polen heeft de regering de vergoeding van een deel van de uitgaven van landbouwers voor de aankoop van brandstoffen goedgekeurd. De boeren krijgen een compensatie van respectievelijk 0,45 zloty (0,11 euro) per liter diesel en 38,70 zloty (9,50 euro) per hectare landbouwoppervlakte. Minister van Landbouw Andrzej LEPPER verklaarde na de kabinetszitting tegenover journalisten dat voor de subsidies in de begroting 650 miljoen zloty (159,6 miljoen euro) vrijgemaakt wordt, waaronder 13 miljoen zloty (3,2 miljoen euro) voor de administratiekosten in de gemeenten. Daarmee is de aangelegenheid “in kannen en kruiken,” aldus LEPPER. De Warschause krant Rzeczpospolita wees er echter op dat de Poolse regering hiervoor een verordening uitgevaardigd heeft, hoewel Brussel nog geen groen licht gegeven heeft. Dat is te wijten aan een foutieve aanvraag. Nu heeft Warschau het hulpprogramma gestart in de hoop dat de Europese Commissie het niet aanvecht.


LEPPER maakte ook details bekend van een regeringsontwerp voor een wet die voor landbouwers de productie van biobrandstoffen mogelijk moet maken. Dit voorstel was al een week geleden in het parlement ingediend. Volgens de minister is daarin de van de accijns vrijgestelde productie van tot en met 100 l biobrandstof per hectare landbouwoppervlakte voorzien.

Prijzen landbouwgrond stijgen

De prijs van Poolse landbouwgrond is haast verdubbeld sedert 2000. Vooral na de toetreding tot de EU is de prijs snel de hoogte in gegaan. De prijzen hangen af van de regio. De hoogste prijzen moeten in Wielkopolskie (Groot-Polen in het Noord-Westen, rond Poznań) betaald worden, waar de landbouw altijd al het meest ontwikkeld was. Een hectare land kost er ongeveer 10.000 zloty (circa 2.500 euro). Het goedkoopst is land in de provincies Święty Krzyż (Heilig Kruis, hoofdstad: Kielce), Lubusz (hoofdsteden: Zielona Góra en Gorzów Wielkopolski) en Podkarpackie (Subkarpaten, hoofdstad: Rzeszów), waar prijzen schommelen rond de 4.000 zloty (circa 1000 euro) per ha. Kleine lappen grond zijn het duurst omdat ze gemakkelijk tot bouwgrond kunnen worden verklaard.




-




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina