Maar: geen verschil van mening over dezelfde onderwerpen, Wel verschillende



Dovnload 14.98 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte14.98 Kb.
- Hume != Kant

MAAR: geen verschil van mening over dezelfde onderwerpen, Wel verschillende

perspectieven.

-> Kant: Wat moet ik doen?

-> Hume: Orde scheppen in [morele] oordelen (oordelen van mensen over mensen)
- Hume is vooral geïnteresseerd in de positieve oordelen ("catalogus van deugden")

- Descriptief -> Beschrijving van de deugden

-> Zoekt verklaring (!= fundering) voor positive oordelen [leunt aan bij psychologie]
- De oorpsrong van het morele oordeel is volgens H een gevoeligheid ("moral sense")

-> vorm van subjectivisme

MAAR: a) deze vorm van subjectivisme drukt zich nogal universeel uit

b) We zijn ons van deze consensus in het morele oordeel bewust.

Morele oordeel zoekt instemming van anderen (zonder argumenten)

<-> vb: “Ik vindt frisdrank x lekker.”
- Wat is een deugd? “A quality of the mind that is agreeable or approved of by others (anyone

who contemplates it)”

-> Bestaat de deugd zonder een oordeel? Lijkt van niet

Ons concept van deugd moet geplaatst worden in zijn praktische, intersubjectieve

context van wederzijdse beoordeling (cf. toekennen van verantwoordelijkheid)

-> Wat is “a quality of the mind”? Morele waarde ligt in de disposities, niet in de daad

‘-> Hoe te begrijpen? a) H heeft traditionele visie op morele verantwoordelijkheid

b) H interesseert zich eigenlijk niet in de toekenning van

verantwoordelijkheid. Hij is geïnteresseerd in een oordeel van de mens zelf (vgl esthetisch oordeel, Arist.)

vb: intelligentie beoordelen: daad is niet meer dan het teken van het al of niet intelligent zijn.
- Indeling van deugden: 1) Qualities usefull to others

- Benevolence (wil om goed te doen), generosity (afwezigheid van rekenen), gratitude, justice, allegiance

2) Qualities usefull to ourselves

- Discretie, vlijt, spaarzaamheid, alertheid, vlotheid van uitdrukking

=> Nuttig voor degene die ze heeft + men wordt ervoor bewonderd

3) Qualities immediately agreeable to ourselves

- opgewektheid, dapperheid, trots (not: restrained pride), sereniteit, goede smaak

4) Qualities immediately a greeable to others

- good manners (beleefdheid als een vaardigheid), geestigheid, vindingrijkheid,

netheid
- Hoe komt het dat we deze eigenschappen zo waarderen? (vooral de ‘usefull’)

-> Komt voort uit het nut. We zijn geïnteresseerd in wat nuttig is.

Op basis daarvan (=! omwille daarvan) bewonderen we ze bij anderen

-> verwijzing naar het nut is op het niveau van de verklaring, niet op het niveau van de motivatie
- Hoe ga je over van de waardering van een eigenschap naar de waardering van een persoon,

-> We zien de persoon niet als een instrument. De waardering van het nut zicht zich op de persoon (<-> vb: een goede computer)

-> De persoon interesseert ons als individu (cf. toekenning verantwoordelijkheid [note: dit toekennen van verantw. speelt niet bij H])
- Benevolence & Justice

-> B is een natuurlijke deugd (algemene consensus) , J is een artificiële, heeft slechts zin in bepaalde sociale regeling (contextgebonden consensus)



vb: eigendom(srecht), beloften houden, eerlijkheid

NOTE: Sociale regeling kan nuttig zijn, maar is ook cultureel bepaald. Ze kan wel slecht zijn vanuit het standpunt van nuttigheid, maar het heeft geen zin te vragen welke het beste is.

(vgl: architectuur: “Is Renaissance of Barok de beste bouwstijl?” is zinloze vraag)

-> Het nut verklaart de diversiteit niet. Cultuur, betekenis, bevestiging wel.

WANT: Dit hangt samen met prestige, context van prestige (erkenning)

Prestige is steeds cultuurgebonden.

| Hoe? Je neemt de erkenning au sérieux, maar weet toch dat ze relatief is

concreet: het oordeel van 1 persoon kan me diep raken (= au sérieux nemen)

-> Verlangen naar erkenning is onbeperkt, maar in de realiteit moeten we ons met een deel tevreden stellen.

We zien dit deel niet als een deel van het geheel, wel als verabsolutering van het concrete (au sérieux nemen)

vb: Men kan zich diep vernederd voelen door 1 man. Het is geen troost te weten “dat men in de Middeleeuwen

wel gewaardeerd zou zijn.”

-> Mogelijke oplossing: mijn gevoel van eigenwaarde baseren op eigen oordeel, maar niemand gedraagt zich zo.
-> Waaruit blijkt dat J artificieel is? 4 contexten;

a) Als er voldoende van alles is voor iedereen, bestaat ze niet meer

b) Als mensen een perfecte bnevolence zouden hebben ook niet

-> J is nodig als Bv niet betrouwbaar is, vb: langetermijnafspraken

c) Totaal gebrek, vb: Mag een oorlogsvluchteling een onbewoon huis van iemand anders invluchten? (Tuurlijk wel)

d) Totaal andere wezens die geen gevoel voor J hebben, vb: leger robots


-> Complicate: the sensible knave. Iemand die de regel meestal wel volgt, maar de uitzonderingen uitbuit voor eigen gewin.

probl: Wat moeten we hierover zeggen?

Sensible knave is iemand die zijn (financieel) voordeel zoekt en zich daardoor een beetje buiten het systeem plaatst.

MAAR: Er zijn zoveel dingen belangrijker dan een leeg, luxueus leven

-> Sensible knave leidt een minderwaardig leven.


- Wat wou H doen? a) positief; bewondering, geluk

-> een ethiek waarin het gelukkige (en matige) leven centraal staat



<-> ascetisch (zz bestraffen), strijden tegen bekoring, zonde, ...

NOTE: positieve zin van ascese: poging om eigen geest te richten op wat belang heeft. Komt voort uit ht besef van de verstrooidheid van de geest. -> dwingen om niet verstrooid te zijn, zorgen dat hij niet kan afdwalen

-> Morele leven is ingebed in het gelukkige leven (vs Kant: zuiverheid)

b) Verwerping van de gedachte dat alles uit egoïsme voortkomt

-> “Alles wat we doen, dozn we omdat we het graag doen” (NIET Hume)

MAAR: Dit houdt geen rekening met een (werkend) onderschei dat we toepassen

Theorie gaat in tegen common sense

vb: moederlijke zelfopoffering: is dat egoïsme?

Als ik doe voor mijn vrienden, doet me dat een plezier, maar ik doe het niet omwille van het plezier.(= Hume)

c) Subjectivisme; is-ought question

-> Om een waardeoordeel te vormen, is er een aansprekingskracht nodig, die geen conclusie van een logische redenering is.

-> Rede (redeneren) is de “slavin van de passies”

vb: Rede inschakelen om een doel te bereiken, niet om het doel te bepalen

-> Hoe begrijpen? Door redenering kunnen we niet helemaal de gerichtheid

(gegevenheid) van het leven begrijpen en deze kan door de Rede noch vervangen,

noch afgeschaft worden.

vgl: onmogelijkheid om scepticus (solipsist) te zijn

vb: Menselijke seksualiteit vervult rollen die ons niet geheel duidelijk zijn (band met liefden vernederen of omgekeerd, ...)

-> Er is iets niet manipuleerbaars. We zouden het niet kunnen invoeren als we het niet gekend hadden. (<-> vb: bruggen bouwen)



NOTE: Hume heeft voorkeur voor “kalme posities”. Het goede leven reageert men uit gevoelens, maar lucide, weloverwogen. > Redelijkheid die verschilt van redeneren.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina