Maart 2002 editie 3 De Ware Liefde



Dovnload 146.65 Kb.
Pagina1/4
Datum22.08.2016
Grootte146.65 Kb.
  1   2   3   4
m
aart 2002 editie 3

De Ware Liefde

In deze Amigo is Liefde onderwerp. Achter deze zes letters schuilt een wereld van weer andere woorden, ideeën en begrippen: hartstocht, overgave, een ridder op het witte paard, passie, opoffering, bhakti, mildheid, de ware Jacob(a), onvoorwaardelijkheid, devotie, meelevendheid. Liefde voor je vak, je bezigheden, je kinderen, je partner, je vrienden, etc. etc.
We zoeken in eerste instantie in onze wereld van manifestaties. Om uiteindelijk te ontdekken dat het daar niet 'huist'. Alles blijkt een uitnodiging van Het Beminde te zijn. Ga je op die uitnodiging om 'thuis' te komen in, dan tref je ware Liefde.

D
'Lieve Heer.
Wij accepteren U
zoals ik ben.'

[Herman Brood, 2001]
e uitdrukking 'liefde maakt blind' blijkt in deze context bijzonder treffend. Liefde maakt op zo'n moment de personen onzichtbaar en onvindbaar.
Wat rest is Het Beminnen, zonder iemand die liefheeft of bemind wordt. Je kan het vergelijken met het over elkaar wrijven van je handen. Kan je dan voelen welke hand, welke hand voelt?
Je aandacht verplaatst zich dan van kenner en het gekende naar het kennen (waarnemen) zelf.

Wolter verhaalt in deze Amigo over lief­hebben als kunst. Jan van Delden vergelijkt het met de lucht, die ken je alleen als het waait. Met Hans Laurentius praat ik over de relatie tussen liefde als ervaring en Liefde (met hoofdletter). Belle Bruins deelt haar fascinatie en weerstand met ons als ze schrijft over Bhakti. Jan Koehoorn over liefde en muziek. En dan Nisargadatta: 'Weiger niet te zijn wat je al bent!', kan het nog compacter? Francis Lucille spreekt in de taal van de liefde: 'Ce miracle est le sourire de Dieu'. Onder het kopje poëzie vind je een verzameling gedichten en citaten die in hun eigen taal spreken over Liefde. Boselfje gooit de kleuren overboord en verbeeldt dat. Vijai Shankar zegt: Wat is liefde niet?'. En tot slot probeer ik te tonen dat Liefde schaamteloos is.
Wellicht is liefde te zien als het verénigende. Of misschien moet het nog preciezer omschreven worden: liefde (met een kleine letter) is dat aspect wat zich in de ervaarbare wereld toont en de uitnodiging in zich bergt Liefde (ja, met hoofdletter) te zijn. Maar het blijft een 'gevaarlijk' woord, want het is eigenlijk een abstractie die we voor het begrip en gemak in een woord proberen te vatten. Maar dekt die vlag wel de juiste lading? Het is net zoiets als kijken naar hartstochtelijk-rood zonder het zo te benoemen. Wat maakt het rood dan rood?
Is Liefde dan dat wat het verschil tussen
'het is zo ver...' en 'Het is zover!!!' overbrugt? Precies dezelfde woorden, dezelfde letters, maar daartussen de wereld (van verschil).

Liefs van de redactie.
inhoud:
De kunst van het liefhebben
[Wolter Keers]

• Liefde is als de lucht…


[Jan van Delden]

• Laat Liefde jou maar vatten


[Hans Laurentius]

• Denkend aan Bhakti zie ik…


[Belle Bruins]

• Weiger niet te zijn wat je wel bent


[Nisargadatta]

• l'Amour en l'autre


[Francis Lucille]

• Wat is liefde niet?


[Vijai Shankar]

• Liefde & muziek


[Jan Koehoorn]

• Boeketje bhakti voor de lief-hebber


[poëzie]

• Liefde voor het Kleurloze


[Boselfje]

• Liefde is schaamteloos


[Kees]

Bhakti Yoga: de kunst van het liefhebben

W
olter Keers (uit Yoga Advaita)

Liefde en weten hebben gemeen dat ze een soort zelfmoord zijn. Willen we ooit tot wezenlijke liefde komen, dan dienen we dit eerst met ons hele wezen te begrijpen. Liefde en weten beginnen beide – althans zo schijnt het – in dualiteit: hier ben ik, daar is de geliefde: A houdt van B en B houdt van A. Maar wanneer we geleidelijk aan scherper leren kijken, ontdekken we dat we ons hebben vergist. In de liefdeservaring zijn A en B verdwenen en geheel opgelost in één Ervaren dat de liefde zelf is.
Een speciale moeilijkheid ligt in het feit dat we met liefde, met dat woord, twee dingen bedoelen: allereerst een gevoel en wel het diepste gevoel dat we kennen en dat, ook in psychische zin, aan de basis van ons leven moet liggen, willen we als sociale wezens goed kunnen functioneren. Wie als zuigeling geen moeder had die hem knuffelde, die later liedjes voor hem zong en hem troostte als hij zich pijn had gedaan, krijgt het in 't leven waarschijnlijk heel wat moeilijker dan de anderen. En wie het tragische lot trof dat hij ouders had die hem haatten, groeit op tot schizofreen of misdadiger – tenminste, die mogelijkheid ligt vlakbij.

Liefde als gevoel heeft telkens een begin en een eind. Maar deze liefde is een heel bijzonder gevoel, omdat het zichzelf ontstijgt. Net als de gedachte 'ík' ons lichaam, zintuigen, denken en voelen mee kan nemen naar dat wat wezenlijk het éne, onherleidbare IK is, kan de liefde ons meenemen van het object naar de volkomen eenheid waarin noch object, noch subject te vinden is: jij en ik zijn daar één – niet als persoonlijkheid, maar als die éne Ervaring die tijdloos is en vormloos, groter dan het grootste. In de dualiteit is geen eenheid: twee lichamen worden nooit één, twee persoonlijkheden worden nooit één. Eenheid is daar, in die liefde waar we tijd en ruimte achter ons hebben gelaten.

En die liefde is de liefde in de andere betekenis van het woord. Dat is de liefde die in de bijbel en andere heilige boeken en tradities wordt bedoeld, wanneer er wordt gezegd dat God liefde is. God is geen gevoel, maar onveranderlijk, het Licht van het licht, de Liefde van de liefde: dat is de betekenis van de uitspraak 'ik ben het licht der wereld'. Deze tweede liefde, voorbij tijd en ruimte, kunnen we nooit kennen als object, als een 'het', als iets dat wordt of kan worden waargenomen door iets of iemand anders. Want buiten die oneindigheid is er niets en bovendien is er in die liefde niemand over om nog iets te constateren, waar te nemen of te concluderen. Men kent de liefde enkel door haar te zijn, zoals de zee de natheid kent door haar te zijn: de zee kan niet buiten de natheid gaan staan om zich er een oordeel over te vormen...... de zee, water, is natheid.

De kunst van het liefhebben bestaat erin te komen van die eerste liefde tot de tweede, waarin geen spoor van dualiteit, van tweeheid meer valt te bekennen.

Zo gezien is de liefde misschien de mooiste weg om te komen tot wat wij zelfrealisatie noemen. Want wanneer wij deze weg bewust gaan, geleid door het onderscheid tussen 'ik' en 'niet-ik', leidt de weg van den beginne aan door de rijkste brongebieden van ons bestaan. Wat immers is de natuur van het gevoel dat we liefde noemen? Zich te geven. Ik hoef maar verliefd te zijn en ik zit al niet meer op de troon van mijn ego, maar alle aandacht, ook en vooral die van het hart, is gericht op de ander. En dat alleen is genoeg om de wereld te doen veranderen: het gras is groener, de hemel is blauwer en Schuberts bergbeek bruist onstuimiger dan ooit tevoren. Denken en voelen worden als een kussen opgeschud en het lichaam reageert spontaan en enthousiast – we vergeten onszelf. We zeggen in zo'n geval dat we buiten onszelf zijn van vreugde, waarmee we niet bedoelen dat we werkelijk buiten onszelf zijn – dat is uiteraard onmogelijk – maar we zijn mijlen groter dan dat wat we in vroeger dagen voor onszelf aanzagen en als 'ik' voelden.
De tragedie van de meeste liefdesrelaties is dat dit horizon-wijde ervaren geleidelijk aan, of zelfs met een klap, verdwijnt en geleidelijk aan ontstaat er op zijn best een relatie waarin we elkaar in huis tegenkomen en waarin we voor elkaar worden tot zoiets als delen van het meubilair dat er nu eenmaal bij hoort en dat we misschien zelfs wel graag zien, maar waaruit elk element van inspiratie is verdwenen. In het ergste geval wordt de liefde verdrongen door het leven als hond en kat en ontstaat de hel van het ruzie-huwelijk: iets ergers kan een mens nauwelijks overkomen. Waar is het nu scheef gegaan? Hoe kon dit, zo hoort men menigeen vragen, nu juist mij overkomen? Alle grote en belangrijke waarheden zijn eenvoudige en voor de hand liggende waarheden, zo ook hier. Als we goed gekeken hadden kon het niet anders dan duidelijk zijn dat toen de liefde ons doorstroomde, het ego en zijn zelfzuchtigheid verdwenen waren, terwijl later het slagveld door dit ego werd beheerst: we gingen onze eisen stellen, onze rechten verdedigen, beschuldigen, enzovoort. Kortom: we gedroegen ons alsof ons ego, onze persoonlijkheid, recht had op de liefde van de ander.... we zochten liefde voor het ego, voor de persoonlijkheid. We wilden, om beter te kunnen drinken, de kurk wat vaster op de fles drukken. En toen er langere tijd geen wijn uitkwam en de kurk muurvast op de fles was gedrukt, gingen we er zelf maar bovenop zitten.

Maar liefde is nooit aan de kassa staan: liefde is een soort zelfmoord. Dit is niet iets nieuws – dit is iets dat we zo duidelijk kunnen zien als de zon op een wolkenloze zomermiddag. Maar zo zeer zitten we vastgeroest in onze oude gewoonten dat we weigeren goed te kijken en dat we al onze oude spelletjes weer uit de kast halen en ons weer opstellen als het kleine kind dat moeilijkheden had met zijn vader of moeder en dat nu de problematiek met vader of moeder gaat uitvechten met de arme huwelijkspartner. Is dat nodig? Moet het beslist misgaan omdat we nu eenmaal mensen zijn en geen engelen? Voor wie een keer duidelijk begrepen heeft hoe het perspectief werkelijk ligt, zal er misschien vallen en opstaan zijn, maar mis hoeft het niet te gaan wanneer beide partners van goede wille zijn. We hebben een partner gevonden en we hebben ons bij hem of haar gevoegd omdat we bij het samenzijn ons egoïsme verloren – omdat de liefde alles wegvaagde wat ons enkele maanden eerder aan de ketting legde. En onze ervaring is dan ook dat de kettingen zijn weggevallen en dat ons hart de wereld omvat: zouden we niet elke boom in het bos willen omhelzen, zouden we ons niet naakt van de bergtoppen in de lucht willen verheffen om te vliegen als adelaars.... de wereldliteratuur staat er vol van.


Wil een liefdesrelatie niet alleen niet mislukken, maar wil zij haar doel bereiken, zo er van een doel sprake kan zijn, dan moeten wij de omgekeerde weg bewandelen. Om te komen van de eerste liefde – het stralende gevoel – tot de tweede, waar we geheel in het licht zijn opgelost, moeten de partners voor elkaar kunnen dienen als altaar waarop men alles kan geven wat men heeft en wat men is..... en wanneer de liefde er is, vragen wij ook niet anders. Wie liefheeft wordt overspoeld door de drang om alles te geven wat hij heeft en is, nóg meer, nóg meer. Het is deze drang die de natuur van de liefde zelf is, die het onderscheid bepaalt tussen echte en namaakliefde. Ook al gaat men met honderd mannen of vrouwen door de gebaren der liefde, dit alles blijft namaak zolang er niet die onvoorwaardelijke drang is om zich geheel te geven: geven is de ware aard van de liefde. Wie denkt aan een nachtje vol plezier blijft buiten de liefde staan, ook al gaat hij tien keer door de gebaren. Wie klaar staat om te incasseren blijft buiten de liefde staan.


Kan er dan nog een moeilijkheid overblijven?

In principe niet, maar in de praktijk wel. Want er gaat tijd overheen voordat we weten dat dat woord 'alles' inhoudt. In de bijbel wordt gezegd dat men door een nauwe poort heen moet en dat het voor een rijke (en dat zijn we allen) moeilijker is om in het koninkrijk der hemelen binnen te gaan dan voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen. We kunnen niet tegelijk naakt zijn en gekleed. We kunnen, met andere woorden, niet tegelijk niets weten en vol oude standpunten zitten. We kunnen niet tegelijk liefhebben en aan de kassa staan, of onszelf op welke wijze dan ook proberen te handhaven. En daartoe moeten we heel welbewust bereid zijn tot volledige overgave. Dat is geen ethisch verhaal: het is een bijna zakelijk constateren, immers zolang ik mijzelf probeer te handhaven, blijft mijn zwaartepunt beperkt binnen de omheining van de een of andere verdediging en zolang ik beperkt ben, kan ik niet onbeperkt zijn. Het alles wat wij los moeten laten, houdt niet alleen de vereenzelviging in met allerlei lichamen in de wakende toestand en in de droom, maar ook het neerleggen op het altaar van onze angsten, onze verdringingen, onze neiging om veiligheid te zoeken waar het niet kan bestaan (zoals in de relatie met de geliefde!), onze standpunten, ons hele ik-gevoel, kortom de hele wereld. Maar in de allereerste plaats dat deel van de wereld dat ik mijn ik-gevoel noem en dat ik projecteer op allerlei dingen en situaties. Zolang wij jaloers zijn, willen bezitten, de ander naar onze hand willen zetten of zelfs eisen dat de ander zich geheel aan ons geeft, staan wij buiten de liefde, wat voor slimme argumenten wij ook mogen verzinnen om onze drang tot compenseren te intellectualiseren.


Maar wij zijn geen engelen. Wij leven niet 'jenseits von Gut und Böse'. Dit soort argumenten toont uitsluitend een gebrek aan ernst. Wie problemen in zichzelf voelt opkomen behoeft die niet te voeden, laat staan aan te wakkeren tot een storm. Zodra er een fout gemaakt wordt laat die zich voelen. Zodra er spanningen ontstaan is dat duidelijk. Dan kan men twee dingen doen: ofwel op de uitnodiging van het ego ingaan, van de persoonlijkheid, het rechtsgevoel, de levensverzekering enzovoort. Ofwel men kan zich enkele ogenblikken terugtrekken in stilte en zich afvragen, niet wat men geneigd is nu, op korte termijn te incasseren, maar wat ik (men?) eigenlijk wil, en op de lange termijn. Dat is de terugkeer naar het wereldwijde hart dat de schepping omvat. Daartoe kan men vrijwel onmiddellijk terugkeren: men kan zich weer de beelden voor ogen halen van hoe het dán is. En in de volledige ontspanning die met dit perspectief gepaard gaat, wordt het duidelijk dat de eisen die ik enkele minuten of uren geleden stelde, spijkers waren die mij zouden hebben vastgenageld op wat ik niet echt wil (wat ons doet denken aan een van de uitspraken van Janov's patiënt – uit onze boekbespreking juni 1973 – die zegt: De neurose is alles doen om te behouden wat je niet wilt hebben). Het niet-neurotische gedrag met andere woorden, is te kijken naar wat ik wezenlijk en uiteindelijk zoek. Dat is die Ervaring die als een alles verbrandend vuur oplaait zodra ik geef en tracht alles te geven wat zich op dit ogenblik komt vertonen als mijn bezit – en met name al mijn afhankelijkheden, al mijn identificaties met lichaam, zintuiglijkheid, denken en voelen, met al mijn standpunten, mijn angsten en al het andere dat ik in het verleden heb opgebouwd om mijn denkbeeldige persoonlijkheid in stand te houden en te verdedigen.
Wanneer we onszelf telkens weer geven in alle totaliteit van dat ogenblik op het altaar dat de ander voor ons is geworden, kan het niet anders of onze kettingen smelten en vallen aan stukken uiteen. Telkens weer zullen we de verrassende ervaring opdoen: nog maar enkele maanden geleden zag ik hier tegenop en was ik daar bang van..... nu is het allemaal verdwenen. Totdat ik wezenlijk wakker word en ontdek dat ik vrij ben. Vermoedelijk zal dit alles, wanneer twee mensen elkaar diep liefhebben, een weg van het hart zijn die leidt van de ene vreugde naar de andere: want op deze manier is een zich-oplossen in wat het ego niets noemt een kruistocht door het paradijs. Wie de smaak te pakken krijgt van het laten vallen van de verdedigingen, verliest zijn angsten om zich te geven en om geëxploiteerd te worden, gewond te worden, onbegrepen te zijn, enzovoort. Elk loslaten van een schijnveiligheid die de verdediging ons biedt, betekent een overwinning – precies het omgekeerde van de ketting die zwaarder wordt na elke schijnoverwinning in een ruzie.
Of dit geheel zonder leermeester kan, is een tweede. In theorie is er geen doorslaggevende reden aan te wijzen waarom wij op deze weg van het hart, bhakti, een leermeester onverbiddelijk nodig zouden hebben. In de praktijk echter blijkt dat dit zonder uitzondering voor ieder mens nodig is. Ook op de weg van bhakti loopt men vast zonder leermeester. De leermeester is bij definitie de liefde zelf – wat wij in dit artikel noemden de tweede liefde, voorbij denken en voelen, voorbij tijd en ruimte. De liefde van een dergelijke, uiterst zeldzame, leermeester is groter dan het diepste gevoel dat wij kennen en kunnen kennen zolang er in ons nog sporen van dualiteit aanwezig zijn. Bij degene die wezenlijk zoekt naar het verliezen van zichzelf zal waarschijnlijk het ogenblik komen waarop hij er naar verlangt zichzelf neer te leggen en achter te laten aan de voeten van de liefde zelf, dat wil zeggen, van de guru die men als zodanig heeft gevonden en herkend. In hem is geen egoïsme meer en je weet, met feilloze zekerheid, dat hij alleen de veiligheid zelf is, omdat er geen ego in hem is dat jou op welke wijze dan ook zou willen exploiteren: dat hij de veiligheid is omdat hij is wat je wezenlijk zoekt. Wanneer je, alles achterlatende, kleiner en kleiner wordt, totdat er één enkel punt overblijft, vind je in hem degene die je meeneemt door het oog van de naald, ver voorbij alle angst en berekening.

De uiteindelijke realisatie van het diepste Ikzelf, voorbij tijd en ruimte, eist de eenheid van hoofd en hart. Sommigen komen aan met bagage die allereerst een oplossing via het hoofd vereist, anderen zijn eerder mensen van het hart, maar beide zijn nodig. Zodra men het uiteindelijke perspectief begrijpt en ziet dat het Ik die ervaring is die hart en hoofd (en alle andere dingen) gemeen hebben, leeft men uit een standpunt dat noch hoofd noch hart is, maar waarvan die twee manifestaties zijn. Het beslissende inzicht is gekomen. Rest enkel nog wat obstakels uit de weg te ruimen: wat dingen te onderkennen die wij ten onrechte 'ik' noemen. De weg via het hoofd is, als men er ernst mee maakt, direct. Maar voor wie de weg van het hart kan volgen, is de weg van het hoofd moeizaam en lang. Is het hart niet de motor, de krachtbron van ons bestaan? Shri Atmananda (Kishna Menon) zei eens: 'Het hart doet moeiteloos en in enkele tellen waar het hoofd soms jaren voor nodig heeft. Zoals het begrijpen dat de hele schepping en ikzelf 'vertalingen' zijn van één, universele, ondeelbare liefde. Die is wat ik soms bij jouw naam noem en soms bij de mijne.'





Liefde kan niet gegeven worden

Naar een gesprek met Wolter Keers in Gent op 18 januari 1978. (Eerder verschenen in Yoga Advaita, maart 1978).
Vraag: En de liefde?

W.K.: Ik heb gisteravond een bijeenkomst gehad met een groep psychiaters en psychologen. Daar heb ik de stelling verdedigd dat er maar één psychisch probleem is en ook maar één psychisch obstakel en dat je de hele psychologie en psychotherapie en de hele psychiatrie tot dat ene probleem en dat ene obstakel kunt herleiden. Dat ene probleem is dat wij uit het oog verloren hebben dat wij zelf liefde zijn. Ons is verteld, toen wij klein waren, dat wij liefde kregen van onze moeder en onze vader, enzovoort. En toen het later, misschien op allerlei punten misging, hebben wij ontdekt dat wij niet genoeg liefde hadden gekregen. En zo wordt liefde voor ons als een zak met aardappelen die je kunt geven en die je kunt krijgen in een grote zak en een kleine zak en dergelijke.


Dat heeft met liefde niets te maken. Wat wij wezenlijk zijn is dit nederigste van alle nederige dingen, dat waarin alle dingen verschijnen. Dat is het licht zelf. Niets is gewoner, gemener, alledaagser dan dat licht; daarbuiten hebben wij nooit iets gekend. Liefde is het ontdekken van mijzelf (het licht) in de ander; de herkenning van de Stilte die ik ben in de ander. Dat is liefde. Liefde kun je niemand geven, liefde kun je niet ontvangen; je kunt water geen natheid geven, want water is natheid. Niemand kan je ook liefde geven, niemand kan van je liefde ontvangen, je kunt alleen in jou liefde herkennen en jij kunt in anderen liefde herkennen. Het ogenblik dat het gebeurt zijn er natuurlijk geen anderen meer, want je herkent inderdaad, in de meest letterlijke zin, let wel, in de meest letterlijke zin: jezelf. Ik spreek nooit tegen iemand anders dan tegen mijzelf; en je hoort nooit iets anders dan jezelf. Ik kan niet genoeg onderstrepen hoe letterlijk dit waar is. Liefde is jezelf te herkennen in de ander, in dat wat je tot op dat ogenblik, ten onrechte, aanzag voor 'een ander'. Maar het is jezelf die je daar ziet, want er is maar één Zelf. Er is maar één licht, er is maar één liefde. Die herkenning van jezelf in de ander, van de Stilte die je bent in de ander, van het licht wat je bent in de ander, dat is wat wij liefde noemen.Het is niet een kwestie van geven, niet een kwestie van ontvangen, maar het is een kwestie van herkennen.


Het is wel waar dat wanneer die herkenning plaatsheeft er bij ons een omkering van beweging ontstaat. Wanneer ik het niet herkend heb, dan heb ik een rekenmachine staan en dan vind ik jou aardig of niet aardig; dan kan ik geld aan jou verdienen of niet, dan zul jij vriendelijke woorden tegen mij zeggen of zul jij mij lastig vallen, enzovoort. Dan wordt alles berekend met een middelpuntgerichte mentaliteit. Maar op het ogenblik dat ik mijzelf herken in de ander, die dan geen 'ander' meer is, want ik spreek tegen mijzelf achter die ogen, op dat ogenblik wordt die middelpuntgerichte beweging een middelpuntvliedende beweging. Je hoeft maar één keer van je leven verliefd geweest te zijn en je weet dat je zo groot bent als het heelal.

Een obstakel is de angst. En elke angst is een angst voor liefdeverlies. Ik ben bang om mij te laten zien zoals ik ben want dan zullen jullie denken dat ik gek ben of slecht ben, of noem maar op. En daar is dan de muur: daar is 'ik' hier en de ander daar. Ik ben bang dat ik van de ander de liefde zal verliezen. Zie je, wanneer ik denk dat Liefde iets is dat ik kan bezitten, dan ben ik bang dat ik haar zal verliezen. Maar het ogenblik dat ik met mijn hele wezen gezien heb dat Ik Liefde ben, wat dan? Water kan nooit natheid verliezen, water is natheid; je kunt liefde niet verliezen want je bent liefde. Wel, dat te doorzien lost stuk voor stuk alle angsten op; angst voor de dood wordt dan een belachelijkheid. Dan kun je ook in psychologische zin helemaal jezelf zijn; je kunt je afweer helemaal laten vallen, want wat anderen van jou denken dat is hun probleem; 'jij' bent dat wat de anderen zoeken. En als zij een denkbeeld op jou projecteren dan is dat omdat zij op zichzelf ook een denkbeeld projecteren; zij zien zichzelf aan voor een persoonlijkheid en daarom zien ze alle levende wezens aan voor persoonlijkheden en navenant.


Zolang ik mij opstel als iets wat ik niet ben, namelijk als iets dat Liefde zou kunnen bezitten, als iets dat naar Liefde zoekt, zolang ben ik onderworpen aan de wetten van angst en verlangen. En waar angst en verlangen is, is lijden en karma en het hele verhaal. Zodra ik zie wat Ik ben, valt deze hele schijnwereld in duigen. Het ogenblik dat ik dit herken – altijd onverwacht – vindt er zoiets als een heel subtiele explosie plaats en blijkt deze materiële wereld niets anders te zijn dan een droom, precies zoals de droom 's nachts; er is werkelijk geen enkel verschil; beide zijn niets anders dan bewegingen in het Bewustzijn en die beweging die er op een gegeven ogenblik is, wordt door mij aangezien voor echt – overdag is het de wakende toestand, de wereld, in de eerste plaats van het tastzintuig en 's nachts de droomwereld, die dan even reëel voor mij is als nu de wakende wereld. Maar kijk ik vanuit die Ervaring die de wakende toestand en de droom gemeen hebben, dan zie ik dat ze beide niets anders zijn dan bewegingen in dat Ene Bewustzijn dat Ik altijd geweest ben. Ik hoef er niets voor te doen om het te worden want ik ben het. Ik ben die Ene Ervaring. In alles en iedereen, in elke beweging ben ik deze Ene Ervaring.
Wanneer dit een geleefde Ervaring wordt dan is er geen psychische angst meer mogelijk; dan is er wel pijn, maar geen lijden meer mogelijk. Ik herken Dat in alle mensen, ik herken Dat als mijzelf in alle mensen, en omdat ik weet, als geleefde Ervaring – niet als theorie – dat er niets anders is dan liefde houd ik van alle mensen, want ook door de ogen van de schizofreen of de misdadiger of wie dan ook kijk ik Mijzelf aan.

We hadden het vorige keer over het beeld van het water en de golven: eerst denken wij dat we allemaal een golf zijn en dat de buurgolf een concurrent is; dan, op een gegeven moment, ontdekken we: ik ben water en die buurgolf is ook water, en hoe meer wij onze aandacht op het water richten hoe duidelijker het wordt, totdat we helemaal in de diepte zitten waar niets anders dan water is. Dan zien wij dat wij dat éne water zijn in al die golven en dat door die golven het water met zichzelf spreekt.


In godsdienstige termen: dit Licht is wat godsdienstige mensen God noemen. Wij zijn dat Licht, ieder van ons bestaat uit niets anders dan het Licht. Elke grote traditie en godsdienst zegt het: dat God alomtegenwoordigheid is en Licht en Liefde is. Niet alleen het christendom maar alle grote godsdiensten zeggen dat op de een of andere manier. Met andere woorden: Jan spreekt niet met Piet, maar God spreekt met Zichzelf, door de een en door de ander.



Als dit gezien is en vervolgens alle oude ballast aan ideeën, zoals 'ik ben een ding van zoveel kilo' of 'ik ben allerlei voorstellingen' verdwenen is, dan blijft dit over als enige geleefde Ervaring. Dat is wat men Verlichting of Vrijheid noemt. Het is nooit iets nieuws. Het is Dat wat je ook nu bent en wat je altijd geweest bent. En wie zegt dat hij je dit kan geven, is een oplichter.

Het is als de lucht zelf die zijn eigen wind ervaart.

Jan van Delden over liefde, Liefde, Bhakti ..... in antwoord op vragen van AMIGO
Amigo: Er wordt gezegd, dat als je ontdekt dat er nergens een 'iemand' aanwezig is de Liefde zich openbaart. Kun je hier iets over zeggen?
Jan: De liefde waarover we het hier hebben, is de Liefde met een hoofdletter. Dit kan pas duidelijk worden als alles is teruggebracht tot de herkenning van het ene, allesomvattende, objectloze bewustzijn. Of zoals ik het graag noem: de eerste oorzaak. Alle andere vormen van liefde waarop het begrip liefde wel van toepassing lijkt, zijn bij nader inzien altijd verbonden met een object en hebben nul komma nul met Liefde (met hoofdletter) te maken. Wanneer het allesomvattende non-dualistische standpunt van de Liefde steeds meer het valse subject/object- standpunt heeft gecorrigeerd, zal het op een gegeven moment niet meer naar alles kunnen kijken zonder het allereerst als Liefde zelf te zien. Dit betekent eigenlijk dat je de golven van het golvenspel niet meer los kunt zien van het feit dat het alleen maar water is dat met zichzelf speelt.
Amigo: Is Liefde een ander woord voor overgave of genade? Overgave kan niet beredeneerd worden en is niet iets wat je kunt doen of laten. Overgave, als het gebeurt, is genade ... Is het offeren van de persoonlijkheid een daad van liefde of is liefde het gevolg van dat offer?
Jan: Allereerst kun je je afvragen wie die beslissing zou kunnen nemen om zijn persoonlijkheid (of ego) op te offeren. Je denkt dat de persoonlijkheid iets kan ondernemen om het denken te passeren. Opofferen is onzin, een denkknoop.
Liefde is juist het gevoel van genade; net zoals je je van de wind bewust wordt als je over de onzichtbare lucht (de eerste oorzaak) gehoord hebt en zijn allesomvattendheid gaat herkennen. Je kan het dus niet objectief bekijken, maar wel degelijk ervaren.
Nu ervaren we, als we nog een persoonlijkheid denken te zijn, altijd een subject-object relatie. Dus zegt het denken: dit ervaar ik als subject hier en dat komt door dat object daar en vervolgens vind ik het leuk, lekker, vervelend, klote enzovoort. Dit maakt dat we vast lijken te zitten aan het denken. Alsof we helemaal afhankelijk zijn van het wel of niet hebben van die objecten waarnaar onze verlangens uitgaan en van wat deze objecten de hoofdrolspeler in deze toestand te zeggen of te geven hebben.
Zolang er nog iemand is die ervaart (de hoofdrolspeler) en zolang er nog ervaringen zijn, lijkt de wind in de lucht veroorzaakt te worden door iets buiten jezelf en is Liefde nog verdeeld. De wind lijkt nog te komen en te gaan. Om onverdeelde Liefde te zijn, moet je eerst het 'hebben van ervaringen' doorzien en als doener of persoon oplossen in het zijn van het ervaren zelf. Alles is ervaren. Er is niets anders dan 'ervaren'. De inhoud van het ervaren is na een grondig onderzoek een onpersoonlijk gebeuren van de eerste oorzaak zelf. Shiva danst stilstaand met zichzelf. Lucht geniet onverplaatsbaar van zijn eigen wind.
Amigo: Je hebt wel eens gezegd — en bij Wolter las ik dat ook — dat Liefde in de wereld zo broos is. Wat bedoel je daar precies mee? Moeten we dan onderscheid maken tussen liefde met kleine 'l' (de keerzijde van angst en haat) en Liefde met hoofdletter 'L' die zonder keerzijde is?
Jan: Ja, dat onderscheid is flinterdun. Als je nog niet geheel moeiteloos in het ervaren zelf leeft, is er, voor je het weet, het denken om alles te verdelen. En in de verdeling, in oorzaak en gevolg, ga je weer de ervaringen volgen in plaats van het onveranderlijke ervaren zelf te zijn. Wanneer bijvoorbeeld de hormonen opspelen, is het erg moeilijk om te blijven zien dat geluk/ongeluk op dat moment niet veroorzaakt wordt (en trouwens ook nooit veroorzaakt werd) door de interactie tussen de hoofdrolspeler en de bijrolspeelster.
Heel de gekte van het gebeuren dat tussen het klotsen van de golven lijkt te worden opgeroepen, is alleen maar het spel van het ene water. Nooit meer of minder. Maar leg dat je partner maar eens uit! Om het water niet meer uit het oog te verliezen tijdens de orkanen des levens, is genade nodig. De genade om alleen maar water te zien. Dit is dus geen genade voor een golf, maar van het water zelf. Over het algemeen en dat geldt ook voor deze 'plek' hier, voltrekt zich dat in fases, waardoor stap één net zo belangrijk is als zien dat je nooit een stap gezet hebt.
Amigo: Is het nu mogelijk om in woorden te reageren op de vraag die je Wolter stelde: "Hoe komt het dat ik niet weet wat Liefde is?" Liefde lijkt wel een belangrijke 'drijfveer' (leuk woord trouwens een veertje, dat willoos mee drijft op het water) bij de zoektocht...
Jan: Liefde is de enige reden van activiteit. Het zoeken naar deze liefde zijn, laat stap voor stap alle activiteiten transformeren tot een moeiteloos, ongedefinieerd, vanzelfsprekend gebeuren. Als ik nog als een gek achter mijn verlangens aanren, doe ik dat onbewust toch voor deze verlangenloze staat die Liefde is. Want een verlangen dat bevredigd wordt door het object van dat verlangen, geeft niets anders dan een moment van verlangenloosheid. Dus wat er ook gebeurt, je zit al op het juiste spoor en — als het je gegeven is — zul je daar geleidelijk helemaal voor gaan.
Liefde is van nature een verlangenloos er-zijn. Nadat je hebt ingezien dat er geen objecten en dus ook geen toestanden bestaan, dat deze objecten en toestanden zelfs nooit bestonden en ook nooit zullen bestaan, ontstaat er een bepaalde vanzelfsprekendheid. Net zoals het herkennen van de zinloosheid van het jarenlang zoeken van een golf in golvenland direct en definitief is wanneer het water moeiteloos herkend wordt in de ene golf en vervolgens ook in alle andere golven. Totdat de vanzelfsprekendheid van deze herkenning er uiteindelijk toe leidt dat er alleen nog maar water gezien wordt dat zich onverplaatsbaar beweegt.
Amigo: Hoe komt het eigenlijk dat we in de kern allemaal weten waar het woord Liefde voor staat en ernaar hongeren zonder dat we ooit kúnnen weten of voelen wat het is?
Jan: Maar je ervaart het onafgebroken! Uit onwetendheid geef je de inhoud van het ervaren (de ervaringen) alle aandacht, in plaats van het ervaren zelf te zijn. Als je geluk hebt — om het zo maar te noemen — zul je je opeens verbazen waarom je meer om de ene golf geeft dan om een andere golf. Terwijl je denken die andere golf veel mooier zegt te vinden, voel je je toch om onduidelijke reden meer tot die ene golf aangetrokken. Zo zal de onmacht van het denken om nog iets te kunnen doen aan het gebeuren steeds meer worden herkend — net zolang tot je het denken geen aandacht meer geeft en je de realiteit volgt van het gezegde: het is ZIJN beker (en niet meer die van Jantje).
Geleidelijk ga je het denken zien als een soort kind van je, van een jaar of drie, en ga je niet meer serieus naar dat kind luisteren. Je geniet van het brabbeltaaltje van de peuter en laat het gewoon rustig langs trekken. Als je zo de gedachtes leert passeren, is in de praktijk het zien van de objectloze Liefde — dat je Liefde bent! — een kwestie van tijdloosheid.
Amigo: Is liefde een moeilijk onderwerp? Kan er überhaupt over gesproken worden? Waarom is het zo'n bhakti-onderwerp? Veel jnana-leermeesters vertellen wel met veel liefde over hun leermeester...
Jan: Ja, omdat een jnani uit eigen ervaring weet dat de drempels, die de ideeën over liefde gewoonlijk kunnen opwerpen, zo talrijk en moeilijk te passeren zijn, dat hij eerst zal proberen de aandacht te verleggen naar het in theorie zien en gewaarworden van het objectloze, onpersoonlijk getuige-zijn. Daarmee probeert hij de aandacht weg te halen van het denken 'iemand' te zijn die altijd maar met persoonlijke aandacht zijn geluksgevoelens wil ervaren en navolgen.

Wolter was voor mij de eerste mens die niets van mij nodig had en mij toch alle aandacht gaf. Ook hoefde er niets in evenwicht gehouden te worden zoals in het normale leven: ik doe dit en nu moet jij dat terug doen. Langzaam werd hierdoor mijn wantrouwen gebroken en bewees hij dat liefde en aandacht iets is wat object en subject te boven gaat. Hij nam mij geleidelijk mee naar het liefde zijn. Maar dat is zo totaal iets anders dan we tot dan toe met ervaringen (zeg maar: normaal) hebben ervaren, dat het behappen van dit ervaren — namelijk het hebben van aandacht voor de aandacht zelf — tijd nodig heeft.

Het vereist een passeren van het aandacht geven aan het komen en gaan van gedachtes, meningen en gevoelens door de aandacht bij het ervaren zelf te houden. Het is een onverdeeld ervaren, zonder tegenstellingen en opinies over het ervaren. Want er is niemand in het ervaren. Het is het ervaren zelf, het stille branden van het er-zijn. Het is als de lucht zelf die zijn eigen wind ervaart. Dit meegenomen worden door datgene waarvan ik in eerste instantie nog dacht dat het van Wolter was en kwam, is daarna weer van hem en Jan afgenomen en van die ene Liefde zelf geworden, van de Liefde die nooit is weggeweest.

Daarom is dat gebeuren de eerste keer nog vermengd met tranen en emotie en lijkt het daarover praten vaak bhakti-achtig. Nu, dat is mooi, want zo kun je zien dat een bhakta en een jnani toch twee handen op een en dezelfde buik zijn. In de praktijk is het dus eerst nog schijnbaar de kracht van de aandacht van de leermeester voor jou als zoeker vanwaaruit het praten en het samenzijn en dergelijke zijn verhaal doet. Totdat je spontaan mag zien dat alles vanzelf gaat en dat het weten uiteindelijk een gedachtekronkel is, een grapje van je Zelf.


[Jan van Delden 2002]

Laat Liefde jou maar vatten!
(een gesprek per e-mail tussen Kees Schreuders en Hans Laurentius)
Weten dat je niets bent, is Wijsheid
Weten dat je alles bent, is Liefde
- Nisargadatta Maharaj -

Kees: Er wordt gezegd dat als je ontdekt dat er nergens een niet-'iemand' aanwezig is de Liefde zich openbaart. Wil je hierover uitweiden?
H
ans: Een manier om dit te belichten is wanneer we het zogenaamde ego beschouwen als een mentale structuur die gebaseerd is op angst, wantrouwen, twijfel en meer van dat soort zaken. Ik beschouw het ego-ik op zich als weigering van of verdediging tegen Liefde en Inzicht. Met andere woorden: het ego-ik is het ontkennen van de Realiteit. Wanneer dit mechanisme uiteenvalt, komt de nog immer aanwezige Realiteit en haar eerste 'uitstralingen' direct in het ervaringsveld. Een van de emanaties van de Realiteit (of het Zelf, zo je wilt) is Liefde. Aangezien de neiging op de loop te gaan voor het Zelf en zijn emanaties wegvalt, komen deze snel opzettten en krijgen de gelegenheid zich te manifesteren, waar voorheen de hoofdzakelijk ik-gerichte items de aandacht trokken. Enkele van die emanaties of uitstralingen zijn Liefde, Helderheid, Stilte, Ontspanning, Openheid en dergelijke. Deze waren er altijd al, alleen werden zij niet (meer) opgemerkt door de ik-gerichtheid die de meeste aandacht en energie opslokte.
Wanneer (echt) gezien wordt dat er niet een iemand of ik is of anders gezegd, wanneer gezien wordt dat het ik een der verschijnselen of constructies is die we waarnemen, verschuift het zwaartepunt radicaal. De identificatie valt eruit, met andere woorden: de angst valt eruit en derhalve komen Liefde, Overgave, Vertrouwen, Vreugde, e.d. naar boven. En het mooie en wonderbaarlijke is, dat er niet een iemand is die bijvoorbeeld Vertrouwen 'heeft', maar dat Vertrouwen zelf aanwezig is.
Het hele zoeken naar Liefde geeft aan dat we het vermoeden hebben dat Liefde er is, maar het zoeken zelf is het op een afstand houden van Liefde.
Dat is de paradox waarover natuurlijk veel gesproken wordt en waarom ik wel gezegd heb dat de kern van de leer 'doe niets' is. Dit simpele statement behoeft echter over het algemeen veel uitleg, hetgeen maar weer duidelijk maakt dat Liefde en Inzicht tweelingen zijn. Nisargadatta zag dat heel duidelijk, vandaar dat zijn uitspraak wel een van mooiste is, die beide kanten als in een beweging laat zien.
Kortom het Wezenlijke toont zich in diverse uitdrukkingen zoals hierboven aangegeven, zodra (Zelf)ontkenning wegvalt.
K: Is Liefde een ander woord voor overgave? Overgave kan niet beredeneerd worden en is niet iets wat je kunt doen of laten, het is genade als het gebeurt.
H: Gevolg van de insteek hiervoor is dat Liefde en Overgave emanaties van het Zelf zijn. Zelfs deze emanaties zijn overigens niet het Zelf zelf, maar de directe uitwerking ervan op body-mind, door het wegvallen van ontkenning, zoeken, streven etc. Liefde en Overgave zijn niet hetzelfde, maar komen, om het zo te zeggen wel uit dezelfde bron. Overgave is daar op het moment dat het verzet of het zoeken wordt opgegeven. Dan geeft 'men' zich over. Het is niet meer te ontkennen, het neemt 'je' als het ware mee, je kunt je niet meer verzetten, je geeft het op en dus over.
Het is soortgelijk met Inzicht. Je kunt het simpelweg niet langer niet zien, dus wordt het gezien. Inzicht is er steeds, maar we zijn zo druk aan het zoeken, vechten, discussiëren etc, dat het niet de gelegenheid krijgt om door te dringen. Op een gegeven moment is de geest het moe, of is de geest dusdanig overtuigd dat hij stil valt; dan kunnen de emanaties de boel als het ware overnemen. De truc is dan om niet te gaan denken dat de aanwezigheid van die emanaties 'het' is, of dat één ervan het is. Het zijn en blijven ervaringen. Dat wat we zijn, is er helemaal beschikbaar voor, maar heeft geen voorkeur voor het een of het ander.
Ik heb wel gezien dat mensen enorm diep geraakt werden door Liefde en in paniek raakten toen deze verdween. Ze dachten dat ze het te pakken hadden, en dachten daarna het weer kwijt te zijn. Een beetje onderzoek maakt overduidelijk dat Jij (Bewustzijn zelf) er nog steeds is en voorafgaat aan het verschijnen en verdwijnen van welke ervaring dan ook, inclusief Liefde. Ook wordt dan duidelijk dat het vaak zo is dat mensen een bepaalde voorkeur hebben: liever Liefde, dan Leegte, of liever Vreugde dan Kracht of Stilte. Die laatste geneigdheden dienen ook te worden doorzien.
Maar het is waar, je kunt Overgave niet doen en als het gebeurt, kun je het ook niet laten. In wezen is alles Liefde. Door Liefde word je op het padloze pad gezet, door Liefde komt Inzicht tot je, door Liefde ontstaat dat wat jij nodig hebt om 'los te laten', door Liefde ontdek je Dat te Zijn. Daarom ook zeg ik vaak, wat er hier op deze plek gebeurd mag zijn, is in elk geval niet Hans' verdienste; it just happened. Grote Genade nog aan toe!
K: Ik moet toch denken aan de uitspraak van Krishna Menon: 'Het kennen van een object bewijst niet het bestaan ervan; het bewijst alleen de aanwezigheid van het Kennen.' Jij beschrijft dat als: 'liefde als emanatie van 'het', blijft een object', maar zou je dan Liefde niet kunnen verwoorden als Kennen. Voor het Kennen maakt het niet uit wat het kent.
H: Je hebt helemaal gelijk, juist daarom zeg ik dat Liefde (als ervaring) niet het uiteindelijke is. De ervaring van liefde, universele liefde zo je wilt, is een emanatie. Liefde zelf is wat we Zijn en dus niet een gevoel of ervaring. Ik vind het uitstekend om Bewustzijn, het Kennen, Liefde te noemen en dat doe ik soms ook, omdat zoals je zegt het Kennen volstrekt oordeelloos is en volstrekt beschikbaar voor wat er maar gemanifesteerd wordt. Het Kennen zegt nooit 'nee', het sluit niets uit, daarom is het Liefde. We kunnen dus stellen dat die Liefde die zich manifesteert een emanatie is, maar dat datgene waarin het plaatsvindt – het Kennen zoals Atmananda (Krishna Menon) het noemt – Liefde IS.
K: Wat is het verschil c.q. overeenkomst tussen liefde (met kleine 'l', de keerzijde van angst en haat) en Liefde (met hoofdletter 'L' die zonder keerzijde is)?
H: Tja, het antwoord zit al in je vraag. Het een is dualistisch en het andere niet. Het een hoort bij het ik en het andere bij het Zelf. En toch… kleine liefde is in essentie van hetzelfde spul. Het kan alleen verdrongen worden door emoties. Bij het opkomen van sterke emoties raakt het weg uit de beleving. De fout die gemaakt wordt, is dat personen liefde altijd aan een object koppelen: een mens, situatie, groep etc. Daarmee wordt het klein en persoonlijk gemaakt en dus onderhevig aan het emotioneel-mentale. Maar ook de liefde tussen mensen bijvoorbeeld is een afspiegeling van Liefde. Bewustzijn is eindeloos liefdevol, het eist niets, stelt geen voorwaarden, veroordeelt niets, sluit niets uit etc. Personen doen dat wel, en zelfs dat vindt Bewustzijn prima – of beter gezegd het vindt er niets van. Maar personen, zij die zich voor een iemand aanzien, zien anderen ook aan voor iemand. Vandaar dat het nogal eens kan voorvallen dat de 'boodschapper' (of Guru zo je wilt) boosheid of verliefdheid naar zich toe krijgt, omdat alles persoonlijk wordt gemaakt. Men kan zo'n intense Liefde ervaren bij hen via wie die uitstraling er is en dan verliefd op het vormpje worden, omdat niet echt gezien wordt dat het louter Liefde-in-actie is, en dat het zogenaamde lichaam dat voor je zit dat niet 'doet', maar dat die 'body-mind' er slechts een uitdrukkingsvorm van is.
De manifestatie van Liefde is iets wonderbaarlijks, en voor de denkende geest nauwelijks te bevatten. Hoeft trouwens ook niet, laat Liefde jou maar vatten.
K: Hoe komt het eigenlijk dat we in de kern allemaal weten waar het woord Liefde voor staat en ernaar hongeren zonder dat we ooit kunnen weten of voelen wat het is?
H: Als we niet zouden kunnen weten of voelen wat 'het' is, kunnen we het niet weten in de kern. Nietwaar? Dus gaat deze vraag niet op. We weten inderdaad donders goed wat Liefde is. Maar over het algemeen kennen we liefde met name als object-gebonden, terwijl het in wezen een spirituele dimensie is. De persoonlijke of object gebonden liefde is altijd besmet met angst en verlangen. Houden van iemand bijvoorbeeld houdt de vrees in die ander kwijt te raken en daardoor vervallen veel relaties in een soort koehandel en komt het elkaar claimen en niet vrij laten meer voor als regel dan als uitzondering. Werkelijk van iemand houden impliceert voor mij echter ook en vooral oprechtheid en de inherente wens dat de ander helemaal zichzelf kan zijn.
Er is een natuurlijke sterke relatie tussen Liefde en Waarheid, vandaar dat ik die woorden vaak als één term gebruik: Liefde-Waarheid. Echte Vriendschap of Liefde omvat het niet manipuleren of positief gezegd: de spontane geneigdheid de ander 'terug te voeren naar zichzelf', indien dat nodig blijkt. Dat hoort vanzelf te gaan, niet als strategie natuurlijk want dan krijg je vreselijke toestanden zoals met alle opzettelijke attitudes. De wens dat de ander zichzelf is, is een natuurlijk voortvloeisel uit het 'jeZelf zijn'. Je gaat dan niet meer mee in de ego-spelletjes van de ander, versterkt deze niet, vecht er niet mee, maar toont in de interactie waar de opening zit. Door Liefde-Waarheid te zijn, breng je de 'ander' steeds weer terug in zijn oorspronkelijke toestand. Dat is in wezen ook zo tijdens Satsang. Daarom is Satsang niet iets wat ik doe, maar wat ik ben (op het niveau van de zichtbare actieve kant).
We kennen Liefde dus wel degelijk, maar 'van binnenuit' en we zijn gaan geloven dat Liefde geen basis kan zijn om vanuit te leven. Dan zouden we onze belangen niet meer kunnen behartigen, maar onze werkelijke belangen kennen we nauwelijks meer. En die zijn nu net wat we zijn! Liefde, Openheid, Vreugde, Kracht, Waarheid, kortom Leven zelf. Dát zijn onze belangen. Dus de vreemde situatie is dat we als ego-ik hongeren naar Liefde, maar er ook bang voor zijn, omdat we ergens ook beseffen dat wanneer Liefde 'zegeviert' het ik uiteenvalt. We weten dondersgoed dat waar angst en verlangen de leidraad zijn, Liefde niet zichtbaar kan worden. En we weten dat waar Liefde 'het overneemt' het ik geen stand houdt. Vandaar dat we als ego-ik niet kunnen weten wat het is; we kunnen het echter wel weten zodra de geest in zijn natuurlijke toestand is.
Liefde, met andere woorden is niet kenbaar als object van het ik, daarom vertrouwen we het niet, terwijl wanneer Liefde het ik opzijgezet heeft er een enorme verbazing kan zijn waarom we het niet vertrouwden. Het zijn als het ware twee dimensies. Maar als het eenmaal binnen is, zal er een proces op gang komen, al is het in eerste instantie vanuit het ik, om het te leren kennen. Het verlangen ernaar zal groeien. En wanneer er Inzicht wordt verkregen in het functioneren van het denkbeeldige, gaan de bressen in de ik-constructie steeds groter worden en wordt de zaak opener, helderder.
Ramana zei eens dat de sadhana niet verlichting teweegbrengt, maar een einde maakt aan onwetendheid; daarna doet het Zelf de rest. Dat vind ik mooi, en zo is het ook. Je kunt bereid zijn om tot inzicht te komen, om geraakt te worden. Maar het aangeraakt worden, en het inzicht 'krijg' je. Dan komt vanzelf het proces van doorwerking op gang. Want Realisatie is niet een proces, maar wel degelijk het uiteenvallen van de ego-geneigdheden.
Ter verduidelijking: ik noem het ego de vervorming van je oorsponkelijke karakter dat de basis 'programmering' is. Die raakt vervormd door allerlei gebeurtenissen en ideeën waardoor het oorspronkelijke karakter, dat in wezen aangestuurd wordt door of voertuig is van Liefde-Waarheid, versluierd raakt. Realisatie brengt een proces op gang waarbij body-mind weer voertuig wordt van het ware. Ik noem dat op deze plek het 'steeds leger worden van Hans'. Er zal zolang deze leeft een touch van Hans-heid blijven, als persoonlijke flavour van de uitdrukking van DAT, maar de vervorming valt eraf. De diepte van de Realisatie en andere factoren veroorzaken dat dit proces sneller of langzamer, grondig of minder grondig verloopt. Hoe meer de doorwerking heeft plaatsgevonden, des te meer belichaming van Waarheid (of Liefde) er is. Ramana is dus Liefde, pure Liefde plus de smaak waardoor we hem Ramana noemen.
K: Is Liefde een moeilijk onderwerp? Kan er wel over gesproken worden? Waarom is het zo'n Bhakti onderwerp? Veel Jnani-leermeesters vertellen wel met veel Liefde over hun Leermeester.
H: Het is duidelijk dat er prima over gesproken kan worden. Voor mij zijn, zoals gezegd, Liefde en Waarheid één. Het is derhalve een steeds terugkerend thema in de Satsangs. Dat komt omdat tijdens de Darshans of stiltemomenten tijdens Satsang deze kwaliteit zeer sterk merkbaar is. Het is de Liefde die maakt dat de woorden, de Kennis, kunnen binnen komen. Het is de stille, onhoorbare kwaliteit die mensen opent, ontvankelijk maakt en doet stralen. De woorden op zich zijn zonder betekenis als die energie er niet is. Vandaar dat Liefde en Helderheid of Inzicht er beide moeten zijn, wil er werkelijke Satsang zijn.
Alleen die Liefde is fijn, maar niet verhelderend. Alleen die helderheid is ook fijn, maar gaat niet diep, het raakt je niet echt. Liefde en Wijsheid zijn dus voor mij zoals mijn twee benen, ze zijn allebei nodig om te kunnen lopen, en de één is niet belangrijker dan de ander. Ze horen bij elkaar. Dus voor mij is het geen Bhakti onderwerp; er kan met helderheid over gesproken worden. Maar zoals gezegd als het niet ook voelbaar is, overgedragen kan worden als het ware, is het alleen bla-bla.
De jnani's vertellen natuurlijk met veel Liefde over hun Guru, want Liefde is de basis van het functioneren van de zogenaamde leraar/leerling relatie. De werkelijke Leermeester is Liefde-in-actie. In eerste instantie is de leerling of zoeker alleen bezig kennis te verwerven, maar als het goed is krijgt hij snel door dat het niet om verstandelijke kennis gaat, maar om iets veel diepers. Dan, als hij zich opent gaat hij vanzelf voelen dat de Guru hem of haar vanuit enorme compassie benadert, een compassie die wellicht onbegrijpelijk lijkt, maar wel duidelijk merkbaar is. Dat kan diep ontroeren. Uiteindelijk wordt ingezien dat Inzicht en Liefde alleen voor de zoeker verschillende paden lijken, maar dat is niet het geval.
K: Als ik het goed begrijp zou je resumerend kunnen zeggen: Wat we zijn, is niet herkenbaar met de zintuigen en de geest, heeft geen kenmerken of eigenschappen, gaat eraan vooraf en voorbij; toch (her)kennen we het. Waarmee of hoe dan is de vraag die onmiddelijk in de geest opkomt.
Liefde (als één van de emanaties van het Zelf) is dus eigenlijk de boodschapper ('de uitnodiging' is misschien nog een mooier woord) die ons toont dat we de ijlheid, de subtiliteit van het Zijn, wel degelijk kunnen (her)kennen of zo je wilt herinneren zonder geest en zintuigen. Maar dat de geest ertoe neigt de oorzaak ervan te zoeken in de ervaringswereld (waar zou hij anders kunnen zoeken?) van iets dat louter spontaan en zonder oorzaak is. Liefde is oorzaak van zichzelf en ontzenuwt zo elke oorzaak-gevolg redenering. Liefde toont het mysterie van het leven. En wat dan rest is verwondering?

H: Yes, liefde als ervaring verwijst dus naar Liefde zelf, die onkenbaar is middels het denk- en voelsysteem. Het is, zou je kunnen zeggen, Liefde die zichzelf kent; Bewustzijn wordt zich bewust van Zichzelf. Zelfrealisatie is dus niet van de persoon, maar 'van' het Zelf en toont zich middels uitstraling op body-mind niveau. Die uitstraling is overigens volstrekt spontaan en neemt het 'systeem' gewoonweg over waar er eerst ik-bewegingen de boventoon voerden.
Dat wat we wezenlijk zijn, Liefde dus, drukt zich steeds makkelijker uit via het body-mind systeem. Zo worden we – als mens – steeds meer ontledigd van het denkbeeldige en steeds meer de belichaming van het Wezenlijke.
Januari 2002; Hans Laurentius

Denkend aan Bhakti zie ik talloze vrouwen bloemblaadjes strooien, kleedjes vouwen...
Februari 2002. Ik zit weer eens in een zaaltje, wachtend op gouden woorden van een Indiase advaita-leermeester. Voorin speelt zich af wat ik 'het bhaktispel' noem: foto's worden afgestoft en gerangschikt, bloemblaadjes worden over het altaar gestrooid, kleedjes worden rechtgetrokken, bloemen in vazen gedaan, kussens opgeschud, pluisjes weggeplukt, bloemslingertjes gearrangeerd, nogmaals pluisje hier, pluisje daar. Eén man, vier vrouwen en niet te vergeten de waterhaalster en het ikzithier, jijzitdaar-onderdeel en het bedekken van blote knieën met sjaals en rokken. Bijna overal hetzelfde ritueel, kennelijk ook nog anno 2002 in Nederland. Vraagtekens en irritatiegedachten komen langs in mijn hoofd; mijn 'ikje' doet 'een 'stap' opzij en ineens zie ik hoe toegewijd de devotees bezig zijn. Er komt ontroering in me op door het schijnbaar onschuldige ervan en ik herinner me dat Alexander wel eens zei: 'Elk ding is een doorkijkje naar God.' En hij zei ook: 'Er komt een moment dat je Bhakti zal ontdekken. Ineens is het er, zoals een kind plotseling woordjes spreekt. Dat moment is onvoorspelbaar maar het komt gegarandeerd. Het ligt in de aard der dingen. En het geldt niet alleen voor vrouwen'...
Ik vraag me af of dat wat ik zie 'Bhakti' is. En waarom het me ontroert én afschrikt. Hou toch op, bloemen schikken heeft niets met Bhakti te maken. Of wel? Ach joh, vrouwen zijn nu eenmaal zo, die moeten altijd ordenen en regelen en sfeer maken. Dat is de aard van het beestje. Heeft het nu wel of niet iets met Jnana te maken? Waarom maak ik me zo druk? Zijn Jnana en Bhakti twee uitingen van hetzelfde? Kan het ene niet zonder het ander? Ik ken het toch, het is mij toch ook overkomen, vroeger bij Osho, en later kocht ik sokken voor Alexander en maakte zijn wc schoon. Is dat Bhakti of is dat geen Bhakti? Wat is het verschil? Met ShantiMayi zong ik cheek to cheek de sterren van de hemel en zelfs bij Jan zorg ik, als ik de kans krijg, dat hij op tijd zijn water krijgt... Waar maak ik me nu druk om? Waarom reageer ik zo heftig? Ik vind het zo ouderwets. Ik krijg zo'n kriegelig oud gevoel. De tijden zijn veranderd en ik ben alleen maar geïnteresseerd in Jnana, Inzicht, Bewustzijn of Stilte. Punt uit. We leven nu, in 2002; het moet afgelopen zijn met bloemetjes leggen.

Wat zei Alexander eigenlijk over Bhakti? De ene keer vond hij Bhakti 'fantastisch', de andere keer was Bhakti alleen maar voor 'onvolwassen zoekers', afhankelijk van wie de vraag stelde of wie er tegenover hem zat. 'Jnana is te abstract voor vrouwen; Bhakti is geschikter voor ze', zei hij soms, maar hij zei ook dat Bhakti niet te scheiden was van Jnana en hij hield van rituelen. Kortom, daar had je ook al niets aan. En zo sudder ik nog een beetje door en geniet de rest van de avond van de rechtstreekse advaita-pijlen van Vijai Shankar (over wie meer in deze Amigo).

Maar, mijn gedachtegang heeft natuurlijk wel een staartje.
We maken een Amigo nummer over 'liefde', 'Liefde' of 'De Ware Liefde' en we weten niet waar we het over hebben! Is liefde hetzelfde als Bhakti? Komt liefde uit bij Bhakti? Komen Liefde en Bhakti uit dezelfde bron? Is Liefde wat we zijn? Is Bhakti wat we zijn? Is Bhakti de tegenpool of de aanvulling van Jnana? Of is Bhakti van een andere orde, een andere dimensie? Wat is het verschil tussen devotie en liefde of tussen devotie en inzicht? Of is devotie een uiting van Liefde? Is het waar dat er een moment komt dat Bhakti je bij je lurven pakt? Ik moet aan Jan (v.D.) denken die het hart van Wolter stal omdat hij tijdens een lezing van Wolter opstond en vroeg: Hoe komt het dat ik niet weet wat liefde is?
Wij weten het dus ook niet.

Inmiddels hebben we heel veel materiaal verzameld en ontvangen in ons streven naar inzicht en we hebben besloten alles zonder meer door te geven zodat elke lezer eruit kan halen wat voor hem of haar geschikt is. (Het antwoord van Wolter aan Jan was trouwens: 'Omdat je Liefde niet kunt zoeken. Dat bén je...').


A
lexander Smit (1948-1998) over Bhakti

'Bhakti’ betekent met alles in je directe omgeving omgaan alsof het voor je Guru is. Als je alles kunt doen in Zijn Naam, dan is dát Bhakti. Het woord bhakti betekent 'devotie', toewijding. Wat je ook doet, waar je ook werkt, in een fabriek of op een kantoor – doe het met uiterste toewijding. Beschouw alle dingen, al je vrienden en al je dierbaren als een 'altaar' waar je alles op kan leggen. Dát is devotie. Leg alles wat je hart beroert op je altaar. In het Hinduïsme is een pujatafel het symbool van toewijding. Houd niets achter. Hoe groter je liefde hoe minder je achterhoudt. Als er niets meer is om achter te houden, deel je alles met iedereen. Zo simpel is het bhaktipad. En het effect is onmiddellijk. Daarom voelen vrouwen zich er zo toe aangetrokken.

Alles waar je van houdt wordt heilig. Als je vioolspeelt wordt de viool heilig. Je zorgt voor je instrument, je poetst het op zodat het glanst en schoon is en een plezier voor het oog. Er is liefde, toewijding, devotie. Als die liefde er niet is, worden de dingen verwaarloosd; dan heeft het niet je hart, je bent onverschillig.


Echte devotie is allesomvattend, niet exclusief maar inclusief alles en iedereen. Je toewijding moet alles omarmen. Vanuit het Hart moet je alles omarmen. Alles. Je toewijding moet het Hart openstellen voor alle levende wezens. Dat is de ware betekenis van Bhakti. Als het niet alles en allen betreft, is het geen Bhakti. Dan is het sectarisch, 'heiliger dan Gij' en dat soort onzin.

Jnana en Bhakti komen uit dezelfde bron. Jnana, de weg van het onderscheidend onderzoek (wat is werkelijk en wat is onwerkelijk) eindigt bij Bhakti en Bhakti eindigt bij Jnana. Ze vullen elkaar aan en uiteindelijk gaan ze in elkaar op.


Devotie is de beste manier om je (psychologische) zelf totaal te verliezen. Want we hebben te veel controle over de dingen. We willen sturen. Maar bij zelf-realisatie is er absoluut geen controle meer. Er valt niks te sturen! Maar vrouwen kunnen het beter toelaten dan mannen. Daarom vinden vrouwen meer aansluiting bij Bhakti. Het past beter bij ze. Maar ik ben uiteraard verrukt als ze het Jnana pad verkiezen. Je zou natuurlijk kunnen vragen waarom ik Jnana-onderricht geef aan vrouwen als Bhakti beter bij ze past. En dat doe ik omdat ik weet dat ze zich uiteindelijk zullen wijden aan het ware en dat zijn zij Zelf, atman, het Bewustzijn zelf.'
(Fragmenten van een tape uit juni 1990)
Vivekananda (1862-1906) over Bhakti
Bhakti is een éénpuntig, werkelijk zoeken naar God; een zoeken dat begint, voortgaat en eindigt met liefde.
Het grote voordeel van Bhakti is de gemakkelijker en natuurlijke wijze, waarop het groot goddelijk doel wordt bereikt; een groot nadeel echter is dat het in haar lagere vormen vaak ontaardt in een weerzinwekkend fanatisme. [.] Alle zwakke en onontwikkelde geesten in elke godsdienst hebben uitsluitend het eigen ideaal lief en haten elk ander ideaal. Dit verklaart waarom dezelfde man, die zo vol liefde gehecht is aan z'n eigen ideaal van God en godsdienst, tot een brullend fanaticus wordt zodra enig ander ideaal zich aan hem voordoet. Dit soort liefde doet denken aan het instinct van de hond die zijn meesters eigendom bewaakt; maar het dierlijk instinct overtreft in dit opzicht menselijke rede, want de hond ziet in zijn meester nimmer de dief, ook al heeft hij een ander pak aan.

Om te vliegen heeft een vogel drie dingen nodig: de twee vleugels en een staart voor richtingbepaling. Jnana (kennis) is een der vleugels, Bhakti (liefde) is de andere en zelfbeheersing is de staart, die voor het evenwicht zorgt.


Zij [.] moeten er zich voortdurend van bewust zijn, dat vormen en ceremoniën, ofschoon onmisbaar voor de strevende ziel, alleen dienen om ons in de gemoedstoestand te brengen, waarin wij de meest intense liefde voor het goddelijke voelen.

Maar men vergete niet dat met volmaakte liefde ware kennis, zelfs indien niet gewenst, moet komen en dat volmaakt kennen en ware liefde niet te scheiden zijn.


(Uit: Karma Bhakti Yoga van Swami Vivekananda; uitg. Ankh-Hermes, 1975)


Een bhakta aan het woord:
Sahajo, een verlichte vrouw uit Rajasthan, India, 18
e eeuw
No duality, no enmity.
Sahajo says: One is without desire.
In a state of contentment and purity,
There is no dependence on the other.
When asleep, one is in the empty sky of the divine;
When awake, one remembers the divine.
Whatever one says are divine words.
One practices desireless devotion.
One is ever-drenched with love,
Intoxicated in one's own being.
Sahajo says: One sees without discriminating,
No one is a beggar or a king.
The sage is alone, no need for company,
Her only companion is her own being.
She lives in the bliss of awakening,
She drinks the juice of her own self-nature.
The dead are unhappy, the living are unhappy,
The hungry are unhappy, the well-fed are unhappy.
Sahajo says: the sage alone is blissful,
She has found the eternal joy.


(Uit een prachtig boek van Osho, getiteld Showering Without Clouds – Reflections on the Poetry of an Enlightened Woman, Sahajo.
The Rebel Publishing House Pvt. Ltd., 50 Koregoan Park, Pune 411001 MS, India)


Osho sprak uitsluitend over Sahajo in het Hindi omdat hij vond dat de schoonheid van haar woorden niet in het Engels uit te drukken was. Het boek werd uiteindelijk in 1998 in een Engelse vertaling uitgegeven zodat we er toch van kunnen genieten. En wij wagen ons uiteraard niet aan een Nederlandse vertaling ervan.

[belle bruins]

Weiger niet te zijn wat je wel bent.

[citaat uit 'Vingerwijzingen van Shri Nisargadatta Maharaj' van Ramesh Balsekar]
[...] "Dat wat je bent, je ware wezen, heb je lief; wat je ook doet, doe je voor je eigen geluk. Dát te kennen, dat te vinden, lief te hebben, is je diepste verlangen. Sinds onheuglijke tijden heb je van jezelf gehouden, maar nooit op een intelligente manier. Stel je lichaam en je geest op een intelligente manier in dienst van het Zelf – dat is genoeg.
Wees je eigen Zelf trouw en houd onvoorwaardelijk van jezelf. Doe niet alsof je net zoveel van anderen houdt als van jezelf. Zolang je niet gerealiseerd hebt dat ze één zijn met jezelf, kun je niet van ze houden. Pretendeer niet te zijn wat je niet bent en weiger niet te zijn wat je wel bent. Je liefde voor anderen is niet de oorzaak, maar het gevolg van zelfkennis. Een deugd kan zonder zelfkennis nooit echt zijn.
Als je zonder een spoor van twijfel weet dat een en hetzelfde leven stroomt door alles wat is, en dat jijzelf dat leven bent, dan houd je natuurlijk en spontaan van alles en allen. Als het je duidelijk wordt hoe diep en compleet je liefde voor jezelf is, dan weet je ook dat ieder levend wezen en de hele schepping deel uitmaken van die liefde. Maar als je iets ervaart als van jou gescheiden, kun je er niet van houden, want dan ben je er bang voor. Vervreemding veroorzaakt angst en angst versterkt vervreemding. Dat is een vicieuze cirkel. Alleen zelf-realisatie kan die doorbreken. Richt je daarop, onvoorwaardelijk."

 

 



l'Amour en l'autre

Francis Lucille was een vriend van Wolter Keers en leerling van Jean Klein.
Op z'n website vind je ook Engelstalige teksten (
www.francislucille.com).
Qu'entend-on par amour?
Le mot 'amour' se réfère à une expérience vécue. Cette expérience est paradoxale en ce sens que, bien que nous en ayons tous éprouvé la réalité, elle semble échapper à toute tentative de la saisir, décrire ou reproduire. Le tendre émerveillement que nous éprouvions dans notre enfance à la vue d'une image aux couleurs somptueuses et harmonieuses, le doux émoi que suscite la pensée d'un être cher, l'élan qui nous pousse à réconforter un inconnu dans l'affliction et à le secourir dans le danger, la révulsion qui nous saisit devant la cruauté, devant l'innocence opprimée, toutes ces circonstances parmi bien d'autres pointent vers une expérience commune qu'elles ne sauraient ni décrire, ni circonscrire.

Si nous voulons aller plus avant à la découverte de cette expérience centrale, notre recherche semble s'évanouir, faute de support objectif. Si les mots nous manquent pour la dire et les images pour la penser, c'est que les perceptions et sensations nous manquent pour la vivre objectivement. Et pourtant, nous la vivons. Voilà le paradoxe: Elle est là, indéniable. Elle a le même caractère indéniable et insubstantiel que la présence consciente. Nous connaissons cette expérience de la même manière que nous nous savons conscient.


Si nous essayons de décrire notre parcours jusqu'à l'ultime moment où il bascule dans l'indicible, il semble que notre sens du moi se dissout, temporairement peut-être, dans une réalité plus vaste, infinie, une paix heureuse qui met fin à toute agitation intellectuelle ou émotionnelle. Cette nouvelle dimension ne nous est pas étrangère. Nous ne découvrons pas une Amérique spirituelle. Elle est immédiatement reconnue comme intimité et douceur absolues. Elle est à la fois le centre de nous-même et le centre de l'univers.


Cette présence, c'est l'amour.
Y a-t-il un préalable avant qu'une qualité d'amour ou de compassion authentique ne se dévoile?
Le préalable, c'est la disparition, temporaire ou définitive, de la notion d'un moi séparé. Cette disparition n'est jamais le produit d'une action émanant d'un tel moi. L'amour vole de ses propres ailes et ne connaît pas de lois. Il est un surgissement de la grâce qui nous arrache à l'hypnose de la séparation. La libération surgit de la liberté même.
Il ne faudrait pas en conclure que toute action ou pratique qui vise à nous établir dans l'amour est inutile. Une telle conclusion nous cantonnerait dans la sécheresse intellectuelle. Le désir de l'amour vient de l'amour même, non de l'ego séparé. Bien au contraire, nous devons nous abandonner à tout ce qui nous porte vers l'amour. Dans cet abandon nous découvrons la vie véritable, la paix du soi que nous avions toujours cherchée.
L'amour peut-il être sans objet?
L'amour ne peut être que sans objet. L'amour est amour du sans-objet par le sans-objet. L'objet habille l'amour et, l'habillant, le voile. Ce que nous aimons dans une personne, ce n'est pas le corps physique, ni les pensées. C'est la présence consciente que nous avons en commun avec elle, le soi, le sans-objet. L'habit peut exercer une attraction temporaire, mais seul le soi véritable qui se tient à l'arrière-plan nous apporte ce que nous cherchons. Nous n'aimons pas l'autre, nous aimons l'amour en l'autre.
Cela ne veut pas dire que nous devons nous détourner de l'autre pour aller vers Dieu, le sans-objet, mais plutôt que nous devrions voir l'autre comme une expression de l'amour. Nos relations avec le partenaire, le fils, l'inconnu, l'étranger, prennent alors une autre dimension. La vie quotidienne devient un champ d'expérience toujours renouvelé. Lorsque nous abordons l'autre comme étant potentiellement divine conscience, nous forçons Dieu à jeter le masque, ce qu'il fait avec un miracle, car le miracle est le sourire de Dieu.

[Francis Lucille]

 
---- vertaling----




  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina