Maastrichtse zesdaagse. Een traditie in ere hersteld?



Dovnload 20.34 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte20.34 Kb.
Maastrichtse zesdaagse.

Een traditie in ere hersteld?
ITTERVOORT

Door Paul Verstappen


Het Nederlandse baanwielrennen zit weer in de lift. In Amsterdam en Rotterdam keerde de zesdaagse terug op de wedstrijdkalender. Ook in Maastricht gaat men de oude traditie in het najaar van 2006 weer in ere herstellen. Maar waarom verdween dit wielercircus eind jaren tachtig eigenlijk uit Nederland?

In het voorjaar won de Belg Tom Boonen op imponerende wijze de keienklassieker Parijs-Roubaix. Hij beëindigde zijn heldentocht met een ererondje op de wielerbaan van het Franse industriestadje. Jarenlang was de apotheose van de ‘Hel van het Noorden’ het enige beeld van een wielerbaan op de Nederlandse televisie. Maar deze situatie is de laatste jaren flink gewijzigd.

De Nederlandse baanselectie voegde zich in maart 2005 tijdens het WK baanwielrennen in Los Angeles bij de wereldtop. Nederland eindigde op een fraaie tweede plaats in het medailleklassement. Zowel Theo Bos als Teun Mulder, zetten met een individuele gouden plak de kroon op een uitstekende, collectieve prestatie.

De zesdaagse, een andere baandiscipline, maakte in 2001 een rentree op de Nederlandse wedstrijdkalender. In Amsterdam werd een bescheiden eerste editie georganiseerd in de nieuwe Velodrome. Het succesvolle Amsterdamse initiatief kreeg in 2005 navolging in de Rotterdamse Ahoy. Leontien van Moorsel nam er op emotionele en grootse wijze afscheid van haar imponerende sportloopbaan. Zo kreeg de wielerfan in de Maasstad sinds 1987 weer een imponerend wielerevenement voorgeschoteld.



Op 28 februari 2005 kondigde Maastricht aan dat er achter de schermen druk wordt gewerkt om het wielercircus in opnieuw te organiseren. In 2006 is het zover. Van 28 september tot en met 3 oktober is er weer een zesdaagse in de Limburgse hoofdstad. Maar waarom raakte dit onderdeel van de wielersport zo’n twintig jaar geleden eigenlijk uit de gratie van het wielerpubliek?

Afbakening en bronnen


In dit artikel wordt één onderdeel van het baanwielrennen verder uitgewerkt: de zesdaagse. In deze discipline strijden koppels om de zege, waarbij op verschillende onderdelen punten kunnen worden behaald. De koppelkoers (‘madison’) werd vanaf 1899 in het Madison Square Garden in New York voor het eerst verreden. Het is nog steeds het koningsnummer. Andere onderdelen zijn de puntenkoers, de dernykoers, de afvalkoers en de snelste baanronde. In de koppelkoers is het mogelijk om een ronde voorsprong te pakken op je tegenstanders. Het duo met de meeste ronden voorsprong wint uiteindelijk.
Doordat één stad centraal staat, is het vooral een verkennende bijdrage aan de analyse van de Nederlandse wielerhistorie. De belangrijkste vraag waarop ik een voorlopig antwoord wil formuleren is: Waardoor verdween de Maastrichtse zesdaagse na 1987 van de wedstrijdkalender?
Over de wielerhistorie in het algemeen wordt veel geschreven, maar de informatie is nogal versnipperd. In zijn omvangrijke eindthese ‘Van wielerbaan tot … “velo-droom”, onderzocht historicus Moeyaert van de KU Leuven de rijke historie van het Belgische baanwielrennen. Hij presenteerde in 2003 een samenhangende visie op de ontwikkelingen die van invloed waren op het baanwielrennen.
Dit artikel zou een eerste aanzet kunnen zijn om voor Nederland een vergelijkbare studie op te zetten. Verhalen en belevenissen spelen in de wielersport een belangrijke rol.Via enkele gesprekken met wielerkenners wordt geprobeerd om zo de historie van de zesdaagse op een levendige manier te presenteren. Herbert Dijkstra1 (commentator voor de NOS) en Mark Sijm2 (PR-man bij SKIL-Moser) konden waardevolle informatie verschaffen. Jan Seuren3, oud-wielerverslaggever bij Dagblad De Limburger, gaf via emailcorrespondentie uitgebreide detailgegevens over Maastricht. Ook de publicatie ‘Zesdaagse Maastricht 1976-1985’4 uit 1985 bevat veel bruikbare achtergrondinformatie. In het boekwerkje zijn ook een groot aantal veelzeggende foto’s van Tonny Strouken afgedrukt.

Maastrichtse historie


De wortels van de Maastrichtse zesdaagse liggen in het jaar 1976. In december 1985 vierde de Stichting Zesdaagse Maastricht het tienjarig bestaan met het fotoboek ‘Zesdaagse Maastricht 1976-185’. Het wielerfenomeen kwam in Limburg pas laat van de grond. De initiatiefnemer voor het wielerspektakel was dr. Jan M.H. Huynen. Destijds was hij Algemeen Directeur van Eurohal Maastricht BV. “Tijdens de Ronde van Kortenhoef in 1976 kwam hij met Peter Post overeen, dat deze laatste wedstrijdleider zou worden in de eerste Maastrichtse Zesdaagse, die van 17 tot en met 22 december in de Eurohal gehouden zou worden5”. In Amsterdam werd de eerste zesdaagse al in 1932 verreden. In dezelfde tijdsperiode werden ook in Rotterdam en Groningen zesdaagsen georganiseerd. Het spektakel vond plaats in de Eurohal, die vanwege ruimtegebrek vanuit Valkenburg was verplaatst naar de Limburgse hoofdstad. Zo’n 3000 bezoekers konden plaats nemen in de hal, die in 1987 werd afgebroken. Het huidige MECC (congrescentrum) kwam er voor in de plaats, maar de zesdaagse kreeg er nooit een plekje.
Een ‘oude rot’ uit het wielerjournaille kan de historie beeldend bespreken. Seuren volgde als sportverslaggever 28 jaar lang de wielersport in binnen- en buitenland. Hij werkte bij de Maas- en Roerbode en later bij Dagblad De Limburger. Begin dit jaar nam hij afscheid van de krant waarvoor hij vele Italiaanse en Spaanse wielervedetten interviewde, zoals Claudio Chiapucci, Gianni Bugno en Tourwinnaar Miguel Indurain. Seuren was de laatste Nederlandse verslaggever die Marco Pantani heeft gesproken.
Seuren wijst op de enorme spektakelwaarde van het evenement, die vooral door de coureurs werd geregisseerd: “Talloze toppers stonden aan de start van de eerste uitgave. Patrick Sercu en Graeme Gilmore werden de eerste winnaars. Sercu was de beste renner in de geschiedenis van het zesdaagsencircuit. Hij was ‘de keizer aller six-days’. De Belg was ook iemand die als renner meedacht om de spektakelwaarde op niveau te houden. Hij leerde de stiel van zijn vader Albert, die ook graag grappen uithaalde. Het koppel Sercu-Merckx sprak het meest tot de verbeelding. Zij wonnen de tweede editie van de zesdaagse van Maastricht. Maar de grootste clown was de Belg Willy de Bosscher. Deze verstopte zich bijvoorbeeld eens in de slaapcabine.Vooral tijdens de afvallingswedstrijden, waarin hij met zijn snelheid tot zijn recht kwam, voerde hij nummers op die het publiek op de banken deed brullen van plezier. Willy De Bosscher was de laatste echte entertainer.” Danny Clark was één andere topper uit de Maastrichtse historie. Ook hij zorgde voor veel ambianceVolgens intimi was Clark zelfs beter dan Patrick Sercu. Clark startte vaker in zesdaagsen dan de Belg en reed er ook meer uit. 220 (Clark) en Sercu (211). Vier keer won de Australiër in Maastricht met Don Allan (1x), twee keer met (Doyle) en met René Pijnen. Clarke was alleen maar uit op financieel gewin. Het gebeurde eens in München dat hij van de organisatoren vlak voor de zesdaagse enkele duizenden marken meer eiste.”

In de Eurohal van Maastricht werden twaalf zesdaagsen gehouden. In de laatste zesdaagse beëindigde Joop Zoetemelk zijn wielerloopbaan. Dit zorgde voor een massale opkomst van bezoekers.


Inmiddels werkt de kersverse ‘Stichting Euro Zesdaagse’ achter de schermen aan de rentree van het wielerevenement in de Limburgse hoofdstad. De inspirerende kracht achter deze activiteiten is een oud-wethouder van Maastricht: Jan Hoen. In Dagblad De Limburger liet hij op 28 februari 2005 het volgend optekenen: “Met een Zesdaagse is een bedrag van meerdere tonnen gemoeid. We moeten zeventig sponsorboxen verkopen en inkomsten werven. En we stappen ook naar de gemeente.” Bij het aantrekken van voldoende kapitaalkrachtige sponsors, zal Maastricht overigens moeten concurreren met Hasselt. Deze stad in Belgisch-Limburg, gelegen op zo’n half uur rijden van Maastricht, onderzoekt momenteel óók de kansen om een zesdaagse te organiseren.

Oorzaken voor de val


Herbert Dijkstra, in 1986 vijfde bij het Nederlands amateurkampioenschap individuele achtervolging op de piste in Alkmaar, vindt het moeilijk om dé oorzaak aan te wijzen voor het de teloorgang van de Maastrichtse ‘Six Days’.Volgens hem is er eerder sprake van een samenspel van verschillende factoren.
Dijkstra: “Een eerste oorzaak is de opkomst van nieuwe funsporten in de jaren tachtig, zoals windsurfen en skaten. Vroeger was wielrennen, naast voetbal, de belangrijkste volkssport. Maar de sportagenda raakte sinds de jaren tachtig overvol. Er ontstond daardoor een moordende concurrentieslag tussen de verschillende sporten. Windsurfen werd al snel een Olympische sport, in tegenstelling tot de zesdaagse.” Volgens Mark Sijm, PR-man bij de SKIL-wielerploeg, kent de belangstelling voor sport altijd natuurlijke golfbewegingen. Sijm studeerde Sportmarketing aan de Johan Cruijff University. Voor zijn afstudeeronderzoek bracht hij het huidige Limburgse sportklimaat uitgebreid in kaart. “Wanneer men uitgekeken raakt op een bepaalde sport, zoeken de sportliefhebbers iets anders. Hierdoor nam de belangstelling voor de zesdaagse af. Het toeschouwersaantal werd over teveel sportevenementen verdeeld.”
Ook de toenemende tijdsdruk speelt een belangrijke rol. “Een zesdaagse legt een groot tijdsbeslag op mensen. Waar vind je het nog dat men zes dagen achter elkaar tijd vrij kan maken voor het bezoeken een sportwedstrijd? Je ziet dat ook in het schaatsen. Grote evenementen, zoals de Olympische Spelen en WK’s raken nog wel snel uitverkocht, maar bij de wereldbekerwedstrijden schaatsen in Thialf, zie ik nog voldoende lege plekken op de tribunes”, aldus Dijkstra. Kortom: ook het Maastrichtse baanwielrennen ontkwam niet aan de schaalvergroting in de sport.
Volgens Sijm werd de dalende trend versterkt door een revolutionaire ontwikkeling in de topsport. “In de jaren tachtig werd het noodzakelijk om je als professional te specialiseren in slechts één wielerdiscipline. Grote vedettes uit de Tour de France, zoals Joop Zoetemelk en Gerrie Knetemann, namen nog wel deel aan het zesdaagsencircuit. Maar steeds minder ‘grote namen’ kwamen er aan het vertrek.” Specialisatie heeft ook volgens Dijkstra duidelijke sporen achter gelaten: “Begin jaren tachtig was het voor de profwielrenners nog mogelijk om verschillende onderdelen te combineren. Nu werden renners gedwongen om zich te focussen op één bepaalde wedstrijd. Een potentiële winnaar van een zesdaagse moet juist zeer veelzijdig zijn. Dat enkele Australische baanwielrenners, zoals Bradley Mc-Gee, ook goede prestaties neerzetten in de Tour de France, zie ik als een uitzondering.” Volgens Sijm heeft deze trend zich vanuit Italië verspreid over de overige wielerlanden. “Italië presteerde in die periode zeer slecht en dan gaat men op zoek naar creatieve mogelijkheden om de prestaties te verbeteren. In 1984 verbeterde Francesco Moser het werelduurrecord van Eddy Mercks. Hij verlegde de grens naar 50,8 kilometer per uur. De wetenschappelijke benadering van het wielrennen, maakte een eind aan belangrijke wielermythes. Véél kilometers maken was niet langer een noodzaak om successen te boeken. De hartslagmeter werd een hulpmiddel om de prestatiecurve te controleren. Door testen in windtunnels verbeterde de aërodynamische zithouding op de fiets. Er werd gewerkt met trainingsschema’s, waarbij intensieve trainingen werden afgewisseld rustperiodes. Daarom lieten steeds meer renners de zesdaagsen aan zich voorbij gaan. Volgens onbevestigde geruchten zou in deze periode EPO zijn intrede hebben gedaan in het wielermilieu. In ieder geval ontstond een dunne scheidingslijn tussen medische begeleiding en doping.” Het gevolg hiervan was duidelijk. Minder sterren aan de start van een zesdaagse zorgde voor een tanende belangstelling van het publiek, waardoor uiteindelijk ook steeds meer sponsoren afhaakten.
Toen de tenoren die wél aan de start kwamen ook nog eens hun financiële eisen aanmerkelijk gingen opschroeven, ontstond uiteindelijk een kansloze situatie. Volgens Jan Seuren hadden de Maastrichtse organisatoren daarom geen geld meer om het spektakel nog te organiseren. “De startgelden van de toppers rezen de pan uit”, aldus Seuren. Overigens was de Amerikaan Greg Lemond de belangrijkste trendsetter van deze ontwikkeling. Hij was de eerste wielrenner die een jaarsalaris opstreek van één miljoen dollar. Door de alsmaar stijgende jaarsalarissen, werd het voor de grote vedetten onaantrekkelijk om aan de start te verschijnen van een zesdaagse.
Toekomstverwachting

Door de uitstekende prestaties van de Nederlandse baanwielrenners, kreeg ook de zesdaagse een behoorlijke impuls. Bondscoach Peter Pieters verdient daarom een groot compliment. Hij is in staat om te roeien met de riemen die hij heeft. Vanuit een deskundige visie en met een duidelijke planning, is hij de drijvende kracht achter de huidige successen. Maar wanneer Pieters afscheid neemt, dreigt veel kostbare wielerkennis verloren te gaan.


Veel wielerliefhebbers zoeken naar een vleugje nostalgie ‘uit de oude doos’. Wie verlangt er niet terug naar de bedwelmende geur van frites en massageolie, knetterende motoren van de derny’s, ludieke fratsen van een nieuwe Willy de Bosscher en een tot de nok gevulde hal? Maar de jeugd heeft de toekomst. En het is een grote uitdaging om de jongeren te interesseren voor het baanwielrennen. Misschien dat er dan in de toekomst weer jarenlang, zinderende sprintduels worden uitgevochten in een Bourgondische ambiance.


1 Herbert Dijkstra is NOS-medewerker. Ik voerde een kort gesprek voor de start van de ‘Hel van het Mergelland’ op zaterdag 2 april. Op maandag 4 april hadden we een telefoongesprek van 35 minuten.

2 Mark Sijm is is PR-man bij SKIL-Moser, Hij reed als junior wedstrijden op de baan, studeerde Sportmarketing en Management aan de Johan Cruyf University. Naast een kort gesprek op 2 april in Eijsden, kon ik hem ook op 5 april telefonisch interviewen.

3 Jan Seuren reageerde uitgebreid via email op mijn vragen. Data 2 april 2005 en 4 april 2005.

4 ‘Zesdaagse Maastricht 1976-1985’ werd in 1985 uitgegeven door Stichting Zesdaagse Maastricht. O.a. in te zien in de Maastrichtse stadsbibliotheek.

5 In ‘Zesdaagse Maastricht 1976-1985, p. 3.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina