Machiavelli en de machtsspelen aan de top van de hiërarchie



Dovnload 181.83 Kb.
Pagina2/6
Datum20.08.2016
Grootte181.83 Kb.
1   2   3   4   5   6

2. Introductie Machiavelli


Precies vijfhonderd jaar geleden reist een onvermoeibaar diplomaat door grote delen van de huidige Europese Unie. Hij treedt op in naam van de machthebbers van één van de markantste, rijkste en kleinste staten: Florence. Het zijn de jaren waarin Michelangelo in Florence zijn David maakt en Leonardo zijn Mona Lisa, maar over de kunsten zul je Machiavelli niet horen. Waar hij zich mee bezig houdt is de staatkunde, de complexe en ondoorzichtige politiek van het Italië van zijn tijd, die zelfs nog complexer en ondoorzichtiger is dan die in het Italië van nu. Machiavelli bezoekt en onderhandelt met grote mannen als Cesare ‘il Valentino’ Borgia, de Franse koning Lodewijk XII, de Duitse keizer Maximiliaan I, paus Julius II uit het huis van Della Rovere, en vele minder bekende heersers.
Naarmate je meer over Machiavelli leest ga je steeds meer van hem houden. De brieven die zijn medewerkers hem sturen als hij op reis is als ambassadeur van Florence (Atkinson & Sices, 1996), zijn bijvoorbeeld buitengewoon ontroerend en geven een heel ander beeld van zijn persoonlijkheid dan de geschiedenis er later van heeft gemaaktb.
Op het moment dat Machiavelli zijn politieke invloed verliest, wint de Italiaanse literatuur een groot schrijver. Vanaf de terugkomst van de Medicifamilie als machthebbers in Florence, in 1512, lukt het Machiavelli, als voorstander van de republiek en vriend van de gevluchte ‘vaandeldrager’ (gonfaloniere) Piero Soderini, niet meer om een invloedrijke positie te verwerven. Hij moet zich zelfs terugtrekken uit Florence, en zet zich in het dorpje Sant’Andrea aan het lezen van de klassiekenc en aan het schrijven. Veel van zijn werken zijn opgedragen aan leden van de Medicifamilie, in de hoop op nieuwe opdrachten als diplomaat of op een functie aan het hof. Aan het feit dat dit nooit echt gelukt is (Machiavelli kreeg pas na 1520 enkele minder belangrijke missies toebedeeld), danken wij een schat aan prachtige brieven en fraai geschreven Italiaanse klassiekers.

3. Hoe om te gaan met macht


Machiavelli’s levenshouding is ronduit tragisch1 en fatalistisch2. Hij stelt keer op keer dat alles voortdurend in verandering is3 en dat daarbij bederf onvermijdelijk4 is. Hij ziet in dat macht corrumpeert5 en dat mensen überhaupt corrumpeerbaar zijn6. Op de keper beschouwd ziet hij de mens als nietig, hulpeloos7, machteloos8, kwaadaardig9, kortzichtig10en lichtgelovig11, zeker in rustige tijden12.

Citatenselectie 1

Machiavelli’s tragische levenshouding, zijn gevoel voor de fragiliteit en de corrumpeerbaarheid van mensen, en voor de veranderlijkheid en kwetsbaarheid van de menselijke conditie

1 En ik vergelijk het lot met een van die woeste rivieren die in hun gramschap hele vlakten onder water zetten, bomen ontwortelen en gebouwen omverwerpen, en op één punt een stuk grond meesleuren om het ergens anders weer achter te laten: iedereen gaat voor hen op de vlucht en wijkt voor hun geweld zonder er ook maar iets tegen te kunnen doen. [P XXV.2]

Hij besloot de eer aan zichzelf te houden en te zorgen dat het onvermijdelijke althans met zijn instemming gebeurde; dit om te voorkomen dat zijn onderdanen eerst noodgedwongen tegen zijn instructies in zouden handelen, en dat vervolgens eigenwillig zouden gaan doen. [D I.38]



2 En omdat het verlangen om iets te bereiken altijd groter is dan het vermogen om dat te doen, wordt een mens op den duur ontevreden met wat hij heeft, en vindt daar weinig bevrediging meer in. En zo komt het dat de fortuin van de mensen aan verandering onderhevig is: sommigen verlangen naar meer, anderen zijn bang te verliezen wat ze hebben, en zo ontstaan vijandigheden en oorlogen, waardoor het ene land ten onder gaat en het andere zich verheft. [D I.37]

3 Aangezien alles op aarde in beweging is en stilstand niet bestaat, zal er altijd vooruitgang of verval zijn, en zullen keuzes die je verstandelijk afwijst je vaak worden opgedrongen. [D I.6]

Aangezien de natuur aan wereldse ondernemingen niet toestaat gelijk te blijven, gaat het zo dat zij, wanneer zij tot hun perfectie geraken, niet verder kunnen stijgen en dus beginnen te dalen. Op dezelfde manier komt er noodzakelijk een moment, terwijl zij afdalen en in chaos tot een uiterste laagte komen, nu zij niet meer dalen kunnen, weer beginnen te stijgen. Zo daalt men steeds van goed naar slecht, en stijgt men van slecht naar goed. Want kracht verwekt rust, rust ledigheid, ledigheid wanorde, en wanorde verval, en op dezelfde manier ontstaat uit verval orde, uit orde kracht, en uit kracht roem en fortuin. Daarom hebben slimme mensen waargenomen dat in de staten brieven volgen op wapens, en dat in provincies en staten kapiteins vóór filosofen geboren worden. (…) Op deze wijze gaan staten op hun ondergang af, maar worden de mensen door verslagenheid weer wijs en keren zij terug tot een betere orde, als niet een of andere buitengewone kracht ze blijft neerdrukken. [IF V.1]



4 Alle dingen dragen de kiem van nieuw bederf in zich. [D III.11]

En verder is het met machtsposities die plotseling ontstaan, net als met alle andere dingen in de natuur die ontkiemen en snel tot wasdom komen, zo gesteld dat zij nooit zó diep wortel hebben kunnen schieten en zich zó ver hebben kunnen vertakken dat de eerste de beste storm hen niet weer omver werpt. [P VII.2]



5 Verkrijgt men aanzien op persoonlijke titel, dan is dat levensgevaarlijk en uitermate schadelijk. Aanzien op persoonlijke titel verwerft men als men deze of gene burger steunt door hem geld te lenen, zijn dochters aan een echtgenoot te helpen, hem in bescherming te nemen tegen de overheid, en meer van zulke persoonlijke gunsten. Dat soort gebaren maakt dat burgers iemand door dik en dun gaan steunen en brengt degene die zij steunen in de verleiding om de staatsorde te ondermijnen en de wetten te schenden. [D III.28]

Het is noodzakelijk dat leiders niet een te grote macht krijgen over hun mensen. Macht van deze soort is òf natuurlijk òf ingegeven door de omstandigheden. Om tegen de eerste op te treden moet ervoor gezorgd worden dat een aanvoerder niet het bevel krijgt over mannen uit het district waaruit hijzelf afkomstig is, maar alleen gezag over mensen uit andere plaatsen waar hij geen natuurlijke affiniteit voor heeft; om tegen de tweede op te treden moet ervoor gezorgd worden dat aanvoerders jaarlijks gewisseld worden en naar andere plekken gezonden worden; want een lange voortzetting van het gezag over dezelfde mensen zal ertoe leiden dat er een sterke binding tussen hen ontstaat, die makkelijk overgaat in vooroordelen tegen de vorst. [AG I]

Zoals de mensen bijna altijd doen: naarmate ze meer macht hebben, gebruiken ze haar slechter en worden ze arroganter. [IF II.32]

6 Mensen vallen heel gemakkelijk te corrumperen. (...) Aandachtige overdenking hiervan zal de wetgevers in republieken of rijken nog meer reden geven om de menselijke aandriften te beteugelen en hun elke hoop te ontnemen straffeloos hun gang te kunnen gaan. [D I.42]

En het gebeurt maar weinig dat individuele hartstochten niet schadelijk zijn voor het algemeen belang. [IF V.31]



7 Allemaal samen zijn ze tot veel in staat, maar zodra iedereen begint te denken aan zijn eigen welzijn, worden ze nietig en hulpeloos. [D I.57]

8 Inschikkelijkheid blijkt heel vaak niet alleen zinloos maar zelfs schadelijk, vooral ten opzichte van agressieve opponenten die, uit afgunst of om een andere reden, haat tegen je hebben opgevat. [D II.14]

De mensen worden ontevreden als het goed gaat, en ongelukkig als het slecht gaat. [D III.21]



9 Want de mensen doen elkaar kwaad ofwel uit vrees ofwel uit haat. [P VII.14]

Als de mensen allemaal goed waren, zou dit advies niet juist zijn. Maar omdat ze slecht zijn en ze ook ten opzichte van jou hun woord niet zullen houden, hoef jij dit evenmin tegenover hén te doen. [P XVIII.3]



10 Wanneer de fortuin niet wil dat de mensen zich tegen haar plannen verzetten, maakt ze hen blind. [D II.29]

Wanneer je iets absoluut perfect wilt doen, blijkt altijd dat volmaaktheid onlosmakelijk met onvolmaaktheid is verboden: het lijkt onmogelijk iets goeds te doen zonder tegelijk iets slechts tot stand te brengen. [D III 37]

Maar de mensen begrijpen meestal slecht welke regels er in de wereld gelden, en begaan vaak kapitale fouten. [D III.6]

11 Dat dingen vaak totaal verkeerd worden ingeschat, was en is bekend aan iedereen die weet hoe besluitvorming doorgaans verloopt; als die niet door briljante mensen wordt gestuurd, is ze vaak gespeend van elke logica. En afgunst en persoonlijke geldingsdrang maken dat briljante mensen in zieke staten vaak worden tegengewerkt, vooral in rustige tijden; dan doet men wat in een vlaag van collectieve verstandsverbijstering verstandig wordt geacht, of wordt gepropageerd door individuen die eerder hun persoonlijk gewin dan het algemeen belang voor ogen hebben. [D II.22]

Misleid door valse verwachtingen graaft het volk vaak zijn eigen graf; lokkende vooruitzichten en fraaie beloften brengen het makkelijk op drift. [D I.53]



12 Hoe traag mensen zijn als ze menen tijd genoeg te hebben, en hoe snel ze handelen als de nood aan de man is. [D III.6]

13 Als ik bij het beschrijven van de ondernemingen in deze jammerlijke wereld niet vertel van de dapperheid van soldaten, de deugd van de aanvoerder, of de vaderlandsliefde van de burger, zal ik wel laten zien door welk bedrog, welke listen en kunstgrepen de heersers, soldaten en aanvoerders van republieken zich lieten leiden, om de reputatie te behouden die ze niet verdienden. [IF V.1]

14 Maar de mensen kiezen vaak voor een middenweg, met funeste gevolgen; want het lukt ze niet om óf door- en doorslecht óf in- en ingoed te zijn. [D I.27]

Dus wat moet je doen volgens Machiavelli? We kunnen op hoofdlijnen de volgende, soms paradoxale raadgevingen aan zijn werken ontlenen:



  1. Scrupuleus afstemmen zonder scrupules: altijd alert zijn15 en overal op inspelen16; op je hoede zijn en voorzorgsmaatregelen nemen17; voorzichtig18 en wantrouwig zijn19 - zelfs met betrekking tot de voorzichtigheid zelf20 en het wantrouwen zelf21; goed weten wat je wilt22; je waardigheid behouden23 en erkennen dat er niets wreder of gevaarlijker is dan je gehaat te maken24 en daardoor wraak25 of samenzweringen26 te ondergaan.




Citatenselectie 2

Hoe om te gaan met macht volgens Machiavelli 1: scrupuleus afstemmen maar zonder scrupules

15 Wie te traag optreedt, verspeelt zijn kans; wie te snel toeslaat, verspeelt zijn krachten. [IF II.22]

Nooit verloopt alles naar wens wanneer iemand een onderneming wil opzetten. Wie blijft wachten tot alle omstandigheden gunstig zijn, zal zijn onderneming ofwel nooit opstarten, ofwel, als hij dan start, vrijwel zeker tot zijn eigen nadeel. [IF III.9]



16 Wat alle wijze regeerders verplicht zijn te doen: niet louter en alleen rekening houden met wantoestanden die er op een bepaald moment zijn, maar ook met die welke in de toekomst kunnen ontstaan en daar met alle mogelijke middelen tegenin gaan. (...) Maar wanneer men deze ontwikkelingen niet ziet aankomen en men ze zó lang laat voortwoekeren dat iedereen ze kan constateren, dan is er niets meer aan te doen. [P III.7]

Als een republiek vrij wil blijven, dient ze daartoe elke dag nieuwe maatregelen te nemen. (...) Het kan niet anders of in een grote stad gebeuren elke dag dingen die ingrijpen van een heelmeester noodzakelijk maken; en naarmate die dingen ernstiger zijn, dient de heelmeester knapper te zijn. [D III.49]

Dat mensen bij hun handelen, en met name bij daden met grote gevolgen, rekening dienen te houden met de geest van de tijd, en zich daarnaar dienen te richten. Degenen die de tijdgeest verkeerd inschatten of van nature geneigd zijn tegen de tijdgeest in te gaan, gaan doorgaans teleurstellingen tegemoet, en zien hun plannen mislukken; het tegendeel geldt voor degenen die hun daden op de tijdgeest afstemmen. [D III.8]

Als men een vijand een opzichtige fout ziet maken, moet men ervan uitgaan dat er bedrog in het spel is. [D III.48]



17 Want als je ze kaalplukt, spoliatis arma supersunt (dan hebben degenen die zijn kaalgeplukt altijd nog wel wapens); als je hun wapens afpakt, furor arma ministrat (dan levert de woede de wapens; als je hun kopstukken elimineert en de rest blijft brutaliseren, dan groeien die koppen weer aan als de koppen van de Hydra. (...) Want met een vesting zul je eerder geneigd zijn en minder scrupules hebben om hen te onderdrukken, en door die onderdrukking gaat men hopen op je val en raak men zo op je gebeten dat de vesting waarmee alles begonnen is je geen bescherming meer biedt. (...) Wel dient hij de stad waar hij zetelt te versterken, haar voorraden op peil en de bevolking te vriend te houden, zodat hij het hoofd kan bieden aan een vijandelijke aanval totdat een akkoord of hulp van buitenaf hem uit zijn positie bevrijdt. [D II.24]

Want wanneer je in tijden van tegenspoed in moeilijkheden raakt, ben je met harde maatregelen te laat. En de weldaden die je dan bewijst, brengen je geen enkel voordeel omdat men ze beschouwt als afgedwongen door de omstandigheden. [P VIII.8]



18 Men dient namelijk voor ogen te houden dat niets qua voorbereiding moeilijker, qua succes twijfelachtiger en qua uitwerking gevaarlijker is dan zich opwerpen als iemand die vernieuwingen wil doorvoeren. Want hij die dat doet, heeft hen die van de oude toestand profiteren tot vijanden, terwijl hij slechts lauwe verdedigers vindt in hen die van de nieuwe toestand zouden kunnen profiteren: een lauwheid die gedeeltelijk voortkomt uit vrees voor de tegenstanders, die immers de wet aan hun kant hebben, en gedeeltelijk uit het wantrouwen van de mensen, die in feite pas geloven aan vernieuwing als zij deze in werkelijkheid ervaren hebben. [P VI.5]

Gegeven het feit dat het nu eenmaal moeilijk is een kwaad te onderkennen als het de kop opsteekt, wat te wijten is aan de bedrieglijke gedaante van al wat nieuw is, vind ik het verstandiger om, als het eenmaal onderkend is, tijd te nemen dan om er dwars tegenin te gaan; want als men tijd neemt, bereikt men dat het kwaad óf vanzelf verdwijnt óf althans wordt uitgesteld. [D I.33]

Het is roekeloos en nutteloos om van de ene op de andere dag van eenvoudig hoogmoedig, en van mild meedogenloos te worden. (...) Wie altijd als goed bekend heeft gestaan en meent dat het in zijn voordeel is om slecht te worden, moet dat geleidelijk doen, en de gelegenheden die zich voordoen zó benutten dat vóór zijn verandering van houding hem van vrienden berooft heeft, daar zoveel nieuwe voor in de plaats gekomen zijn, dat zijn macht daar niet onder lijdt; anders sta je opeens zonder masker en zonder vrienden, en is het met je gebeurd. [D I.41]

19 Het algemene principe dat een heerser ervoor moet zorgen dat hij alles wat hem gehaat of verachtelijk maakt, probeert te vermijden. [P XIX.1]

Hoe gevaarlijk het is voor een republiek of vorst om schending van de rechten van een gemeenschap of individu onbestraft te laten. (...) Elke republiek en iedere vorst dient zich dus angstvallig te hoeden voor zo’n grievende belediging, niet alleen van een heel volk maar ook van een individu. Want als iemand zwaar onrecht is aangedaan, van overheidswege of door een privé-persoon, en hij geen bevredigende genoegdoening krijgt, dan zal hij, als hij ingezetene is van een republiek, proberen zijn gram te halen, desnoods ten koste van de republiek zelf. (...) Nooit mag een man zo laag worden ingeschat, dat men meent onrecht op onrecht te kunnen stapelen zonder dat het slachtoffer daarvan wraak zoekt, hoe gevaarlijk en schadelijk dat ook voor hem is. [D II.28]



20 Daarom is een voorzichtig man, wanneer het tijd is om tot de aanval over te gaan, niet in staat dat te doen. En daardoor komt hij ten val. [P XXV.6]

21 Hij dient rustig, bedachtzaam en menselijk te werk te gaan en ervoor op te passen dat te veel vertrouwen hem niet onvoorzichtig en te veel wantrouwen hem niet onverdraaglijk maakt. [P XVII.1]

22 Maar de slechtste eigenschap van zwakke staten is dat ze niet weten wat ze willen; alle besluiten die ze nemen, nemen ze daarom noodgedwongen; en als ze een besluit nemen dat goed uitpakt, dan is dat het gevolg van dwang en niet van wijs beleid. [D I.38]

23 Sterke staten en uitnemende persoonlijkheden bewaren bij elke wending van de fortuin dezelfde instelling en dezelfde waardigheid. [D III.31]

24 Een van de krachtigste middelen die een heerser tegen samenzweringen heeft, is dat hij door de grote meerderheid van het volk niet gehaat wordt. Want iemand die een samenzwering op touw zet, denkt altijd het volk genoegdoening te geven door de heerser te doden. [P XIX.3]

25 Levensgevaarlijk daarentegen zijn omwentelingen die bewerkstelligd worden door mensen die belust zijn op wraak; wie leest waarmee die steeds weer gepaard gingen, lopen zacht gezegd de rillingen over het lijf. [D III.7]

26 Een samenzwering is het ergste dat een vorst kan overkomen; want die kost hem óf zijn leven óf zijn goede naam. Want lukt ze, dan sterft hij; wordt ze ontdekt en worden de samenzweerders uit de weg geruimd, dan blijft men toch denken dat die samenzwering een bedenksel van de vorst was om zijn hebzucht en zijn wreedheid bot te vieren op de nabestaanden en het bezit van degenen die hij heeft laten doden. [D III.6]




  1. Je laten gelden maar zo onmerkbaar dat je je niet laat gelden: onzichtbaar en indirect je macht uitoefenen27; meeveren en flexibel zijn28; sterkere tegenstanders tegen elkaar weten uit te spelen29; in staat zijn om door je gedrag en je presentatie iets anders voorwenden30, ook als je in feite machteloos of zonder invloed bent; erkennen dat ‘schijn’ vaak belangrijker is dan ‘zijn’31.




Citatenselectie 3

Hoe om te gaan met macht volgens Machiavelli 2: je laten gelden maar zo onmerkbaar dat je je niet laat gelden

27 Want vooral steden die gewend waren om in vrijheid te leven of door eigen mensen bestuurd te worden, schikken zich veel gemakkelijker naar een overheersing die onzichtbaar blijft, ook al eist die een bepaalde tol, dan naar een overheersing waarmee ze dagelijks worden geconfronteerd, en die hun dag in dag uit hun onderworpenheid lijkt aan te wrijven. (...) Een tweede voordeel dat deze vorm van gezag een heerser biedt, is dat rechtspraak en magistratuur niet in handen zijn van functionarissen die namens hem als burgerrechter of strafrechter optreden. Daarom kan er geen vonnis gewezen worden waarvoor de heerser verantwoordelijk is en waaronder zijn reputatie lijden kan. (...) En bovendien: hoe minder lust tot overheersing je toont, des te eerder werpen de mensen zich in je armen; en hoe minzamer en menselijker je bent, des te minder achten ze hun vrijheid door je bedreigd. [D II.21]

Wie de politieke orde in een staat veranderen wil, en wil dat de nieuwe orde geaccepteerd wordt en zich tot ieders tevredenheid consolideert, dient de oude structuren althans voor het oog te laten voortbestaan, ook al verschillen deze hemelsbreed van de nieuwe; dit om te voorkomen dat het volk de indruk krijgt dat er een nieuwe orde is ingevoerd. (...) Want nieuwe dingen brengen de mensen op nieuwe ideeën, en daarom moet je proberen de nieuwe situatie zoveel mogelijk op de oude te laten lijken. [D I.25]

Het is de kunst om zonder je bedoelingen te laten blijken te zorgen dat je hoe dan ook je zin krijgt. [D I.44]

28 Wie altijd voorspoed wil kennen, dient mee te veranderen met de tijd. [D III.9]

De heerser die in alle opzichten op het lot vertrouwt, komt ten val zodra er een lotswisseling optreedt. Ik geloof ook dat hij die zijn handelwijze weet aan te passen aan de tijdsomstandigheden, voorspoedig regeert, en dat omgekeerd degene die zijn optreden niet met de tijd in overeenstemming weet te brengen, niet voorspoedig regeert. [P XXV.4]



29 Als vele machten zich aaneensluiten tegen één andere macht, die ze tezamen in kracht verre overtreffen, dan dient men de kansen van die ene macht, ook al is ze zwakker, toch hoger in te schatten dan die van de vele, ook al zijn ze ijzersterk. Want afgezien van alles wat men alleen veel gemakkelijker kan doen dan als groep - en dat is verschrikkelijk veel - geldt hoe dan ook dat de ene macht met een beetje handigheid de vele machten uit elkaar zal kunnen spelen, en hun sterke alliantie verzwakken. (...) Men hoeft er nooit aan te twijfelen dat als velen een oorlog beginnen tegen één, die ene aan het langste eind zal trekken, als hij sterk genoeg is om de eerste klappen op te vangen, en door vertragingstactieken tijd weet te winnen. [D III.11]

30 Niets werkt zo kalmerend op een opstandige massa als het ontzag voor een gezaghebbend, eerbiedwaardig iemand die hen tegemoet treedt. [D I. 54]

Een republiek of vorst moet besluiten waartoe de omstandigheden dwingen, presenteren als blijken van vrijgevigheid. Verstandige mensen proberen al hun daden altijd als verdiensten te laten ogen, ook al worden die daden door de omstandigheden opgelegd. [D I.51]

Met een humaan, genadig gebaar valt bij mensen soms meer te bereiken dan met wreedheid en geweld. [D III.20]

Het is uitermate verstandig om op het juiste moment waanzin te veinzen. [D III.2]



31 Wanneer men de heerser ziet en hoort, moet hij een en al barmhartigheid, betrouwbaarheid, oprechtheid en godsdienstigheid schijnen. En niets is méér noodzakelijk dan de schijn te wekken dat men beschikt over laatstgenoemde eigenschap. [P XVIII.5]




  1. De mensen met wie je te maken hebt ofwel strelen ofwel kelen32: op een gedurfde, grondige en radicale manier korte metten maken met tegenstanders33; ofwel een echte vriend zijn, ofwel een echte vijand zijn34; nooit iets kwaads laten voortbestaan omwille van iets goeds35; doortastend zijn36, want grieven worden nu eenmaal nooit door gunsten weggenomen37; erkennen dat de middenweg altijd funest is38.

Het lijkt erop dat de tragische en achterdochtige houding die Machiavelli aanbeveelt ook iets zegt over zijn eigen levenshouding. En het lijkt erop dat hij zelf ook worstelt met de tegenspraken binnen bovengenoemde aanbevelingend. Want wanneer ben je nu hard en vermetel, wanneer juist mild en voorzichtig? Machiavelli houdt van doortastendheid en is er tegelijk doodsbenauwd voor!




Citatenselectie 4

Hoe om te gaan met macht volgens Machiavelli 3: de mensen waarover je macht uitoefent ofwel strelen ofwel kelen

32 Want regeren is niets anders dan je ondergeschikten zodanig bejegenen dat ze geen kans of geen reden hebben om je kwaad te doen. Dat doe je door hen óf totaal onschadelijk te maken door hun alle wapens uit handen te slaan, óf dermate goed te behandelen dat ze geen reden hebben om verandering te willen. (...) Een heerser die nalaat de pleger van een vergrijp zo te straffen dat hij geen vergrijpen meer kan begaan, geldt als incapabel of als laf. (...) Als men vonnis moet wijzen over belangrijke steden, die gewend zijn aan hun vrijheid, dan moet men ze strelen of kelen; elke andere aanpak is verkeerd. [D II.23]

In verband hiermee moet opgemerkt worden dat men de mensen óf moet strelen óf moet uitroeien. Want iemand die licht wordt aangepakt, wreekt zich, terwijl iemand die zwaar geweld wordt aangedaan zich niet meer kan wreken. Daarom moet men de mensen zó hard straffen dat men hun wraak niet meer hoeft te vrezen. [P III.5]

Het is niet echt nodig je druk te maken om de instemming of de afkeuring van het volk; mits je maar zo georganiseerd bent dat het volk bevestigd wordt in zijn mening als het zich akkoord verklaart, en machteloos staat als het zich verzetten wil. Ik bedoel hier volksverzet met elke andere oorzaak dan het verlies van de vrijheid, of van een geliefde heerser die nog in leven is. [D I.57]

33 Met een onstuimig en gedurfd optreden krijgt men vaak dingen voor elkaar die men normaalgesproken nooit voor elkaar zou krijgen. [D III.44].

Een vorst is niet zeker van zijn macht, zolang degenen aan wie hij die ontnomen heeft nog in leven zijn. [D III.4]



Hoe de eenheid hersteld kan worden in een verdeelde stad, en waarom het een misvatting is dat men een stad verdeeld moet houden om haar in bezit te houden. (...) Die manier (de enige effectieve) is simpelweg het elimineren van de leiders van de strijdende partijen. Men dient namelijk te kiezen uit de volgende drie methoden: ze elimineren, zoals de consuls deden, ze uit de stad verwijderen; of zorgen dat ze vrede sluiten en beloven elkaar geen last meer te bezorgen. Van deze drie is de laatste de schadelijkste, de onzekerste en de meest zinloze. Immers, waar veel bloed is vergoten of allerlei gewelddadigheden zijn gepleegd, kan een opgelegde vrede onmogelijk duurzaam zijn; want men blijft elkaar dagelijks zien, en die dagelijkse omgang kan voortdurend aanleiding geven tot nieuwe conflicten; het is dus onmogelijk dat nieuwe vijandelijkheden uitblijven. [D III.27]

34 Een heerser staat ook in aanzien wanneer hij een echte vriend en een echte vijand is. Dat wil zeggen, wanneer hij zich, zonder met wat ook rekening te houden, vóór de een en tégen de ander verklaart. Een dergelijke stellingname zal altijd nuttiger blijken dan het handhaven van de neutraliteit. [P XXI.3]

35 Men mag nooit iets kwaads laten voortbestaan omwille van iets goeds, als dat goede gemakkelijk door dat kwade verstikt kan worden. [D III.3]

36 Mijn conclusie luidt dus dat de mensen, gezien het feit dat de fortuin veranderlijk is en zijzelf halsstarrig aan hun eigen gedragslijn vasthouden, succesvol zijn wanneer fortuin en gedragslijn met elkaar overeenstemmen, en niet succesvol wanneer ze niet met elkaar overeenstemmen. Wel ben ik van mening dat men, omdat de fortuin een vrouw is, beter doortastend dan voorzichtig kan zijn. En wanneer men haar eronder wil houden, is het noodzakelijk haar te lijf te gaan en af te ranselen. [P XXV.9]

37 Oude grieven worden nooit door nieuwe gunsten weggenomen; en al helemaal niet als die gunsten kleiner zijn dan de grieven. [D III.4]

38 Niet de middenweg te bewandelen, quae neque amicos parat, neque inimicos tollit (waarmee je geen vrienden wint, en geen vijanden verliest). De middenweg is in de politiek altijd funest geweest. [D III.40]





1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina