Machiavelli en de machtsspelen aan de top van de hiërarchie



Dovnload 181.83 Kb.
Pagina3/6
Datum20.08.2016
Grootte181.83 Kb.
1   2   3   4   5   6

4. Onderliggende waarden


Machiavelli’s onderliggende waarden lijken het best te omschrijven als uiterst pragmatisch, vanuit wat wèrkt: gezondheid, bestendigheid en kracht. Als denker die leefde in de bloeitijd van de renaissance is Machiavelli uiterst rationeel en steeds op zoek naar vaste, zich herhalende patronen of wetten40. Daarnaast probeert hij zo realistisch mogelijk te zijn, uiterst zorgvuldig rekening houdend met de menselijke maat41 en met medemenselijkheid42. Het gaat er voor hem steeds om wat in deze situatie het beste werkt43. Hij heeft dus een goede neus voor het verschil tussen het leven en de leer44, waarbij hij weet: ‘schijn’ is vaak belangrijker dan ‘zijn’.


Citatenselectie 5

Machiavelli op zoek naar onderliggende waarden, lerend van de geschiedenis en van de omstandigheden

40 Bij verschillende volkeren voltrekken zich vaak dezelfde gebeurtenissen. [D I.39]

En als ik me nu afvraag hoe deze dingen in hun werk gaan, dan denk ik dat het in de wereld altijd op dezelfde manier is toegegaan, en dat goed en kwaad er altijd in dezelfde mate aanwezig zijn geweest. [D II.Voorwoord]

Wijze mensen plegen te zeggen, en niet zonder reden en niet ten onrechte, dat wie weten wil wat gebeuren gaat, kijken moet wat geweest is: want alle dingen die wanneer ook gebeuren in de wereld, hebben een parallel in oude tijden. Dat komt omdat die dingen tot stand worden gebracht door de mens, die altijd door dezelfde hartstochten wordt en werd beheerst, en daardoor altijd tot dezelfde dingen komt. Wel zijn de prestaties van de mens nu eens groter in het ene land en dan weer in het andere, al naar gelang de opvoeding zoals die door het levenspatroon aldaar wordt bepaald. [D III.43]

41 Voor verstandige vorsten en republieken is het feit dat ze gewonnen hebben voldoende; want wil men nog meer, dan eindigt men meestal als verliezer. (...) Het bezigen van onbetamelijke taal tegen de vijand komt meestal voort uit overmoed, die gevoed wordt door een overwinning of door valse hoop daarop. (...) Als die hoop bezit neemt van de mensen, weten zij geen maat meer te houden en missen vaak de kans op iets goeds dat zeker is, omdat ze hopen op iets beters dat onzeker is. [D.II.27]

42 Om de massa in de hand te houden kan men beter humaan dan hautain, beter zachtmoedig dan wreed zijn. [D III.19]

Maar als iemand het bevel voert over ondergeschikten, dan dient deze eerder naar tucht dan naar minzaamheid te neigen, om te voorkomen dat zij brutaal worden en over hem heen gaan lopen omdat hij zich te inschikkelijk betoont. Maar laat men daarbij wel een zekere maat betrachten, zodat haatgevoelens vermeden worden; want geen enkele heerser heeft ooit iets gewonnen met het kweken van haat. [D III.19]



43 Het gevolg hiervan is ook dat het goede niet altijd en overal hetzelfde is. Want als iemand voorzichtig en geduldig te werk gaat en de tijdsomstandigheden zich daarbij zo ontwikkelen dat zijn handelwijze goed is, gaat het hem voor de wind. Als de omstandigheden echter veranderen, komt hij ten val omdat hij geen verandering aanbrengt in zijn wijze van optreden. [P XXV.6]

44 Want er is zó’n groot verschil tussen hoe men leeft en hoe men zou moeten leven dat iemand, die wat men doet verwaarloost voor wat men zou moeten doen, eerder zijn ondergang dan zijn redding tegemoet gaat. Want een man die zich altijd en overal goed betoont, gaat noodzakelijk te gronde te midden van zovelen die niet goed zijn. Daarom moet een heerser, wanneer hij zich wil handhaven, leren om niet goed te zijn. En dit vermogen dient hij wél of niét in praktijk te brengen al naargelang de omstandigheden hem daartoe dwingen. [P XV.1]

Machiavelli is in de loop van de geschiedenis vaak immoreel genoemd, en die beschuldiging kan ook wel met citaten worden onderbouwd45. Harde beschuldigingen leidden reeds dertig jaar na zijn dood tot de plaatsing van zijn volledige werk op de eerste contrareformatorische Index librorum prohibitorum (1564), de index van verboden boeken van het Vaticaan. Toch is deze conclusie van immoraliteit mijns inziens voorbarig. Bij Machiavelli vind je namelijk een typisch renaissancistische waardering voor grootsheid en leiderschap46, die gestoeld is op een eerbied voor kracht47 en voor kwaliteit48. En als je bijvoorbeeld het citaat uit de vorige voetnoot goed leest, dan zie je dat Machiavelli’s hoogste waarden in feite deugdelijkheid, duurzaamheid en gezondheid zijn, want daarop zijn kracht, betrouwbaarheid en kwaliteit weer gebaseerd, en die leiden bij hem tot grootsheid en persoonlijk leiderschap (‘grandezza e virtú’).

Om te vinden wat deugdelijk, duurzaam en gezond is, wil Machiavelli uitsluitend kijken naar wat werkt in specifieke situaties49 en wat zich houdbaar betoont onder druk. Vandaar dat Machiavelli zo geïnteresseerd is in de daden van grote mannen, zowel contemporaine heersers als Romeinse koningen en aanvoerders. Veel principes leidt hij af uit de door hem waargenomen praktijk50.

Ethische waarden en idealen die zich in dit licht niet kunnen bewijzen hebben voor Machiavelli weinig waarde. Zo is voor hem Gods oordeel niet relevant of normerend. Tenzij godsdienstigheid binnen zijn eigen pragmatische waarden iets oplevert51.




Citatenselectie 6

Machiavelli’s respect voor grootsheid en persoonlijk leiderschap

45 Want de laatste tijd zeg ik nooit meer datgene wat ik geloof, en geloof ik nooit meer datgene wat ik denk, en als het me desondanks een enkele keer overkomt dat ik de waarheid zeg, verberg ik haar onder zoveel leugens dat het moeilijk is haar terug te vinden. [Brief aan Francesco Guicciardini, 17 mei 1521]

Afgedwongen beloften hoeven niet gehouden te worden. (...) Alle beloften worden gebroken zodra de redenen waarom ze gedaan worden niet meer bestaan. [D III.42]

Beloften die onder dwang worden afgelegd, worden alleen onder dwang nagekomen. [IF V.19]

46 Niets verschaft een heerser meer aanzien dan het feit dat hij grote militaire acties onderneemt en uitzonderlijke staaltjes van bekwaamheid levert. [P XXI.1]

47 Dat niets zo zwak of onbestendig is als een reputatie die niet op eigen kracht berust (citaat van Tacitus: quod nihil sit tam infirmum aut instabile quam fama potentiae non sua vi nixa). [P XIII.7]

48 Alleen die verdedigingsvormen zijn goed, betrouwbaar en duurzaam die van jezelf en van je eigen kwaliteiten afhangen. [P XXIV.3]

49 Men kan een volk dat zich in kwesties van algemene aard vergist, terstond de ogen openen door zijn aandacht te vestigen op specifieke kwesties. [D I.47]

50 Neem als voorbeeld zijn verdediging van het terugkeren naar de wortels van een beschaving: En de beste orde en de grootste vitaliteit worden bereikt waar de ordeningsprincipes veelvuldige regeneratie mogelijk maken, of waar los van die ordening de regeneratie bewerkstelligd wordt door een of ander voorval. Regeneratie bereikt men door terug te keren naar de wortels. (...) Mijn conclusie is dus dat voor een gemeenschap, of die nu de vorm heeft van een sekte, een monarchie of een democratie, niets noodzakelijker is dan het herstel van haar oorspronkelijke naam en faam, en dat dit bewerkstelligd dient te worden door goede mensen of een goed bestel, en niet door een voorval dat van buiten komt. [D III.1]

51 De godsdienst was één van de voornaamste oorzaken van voorspoed in de stad: want godsdienst zorgde voor goede instituties, de goede instituties voor goede fortuin, en goede fortuin voor militaire successen. [D I.11]

Er is geen duidelijker voorbode van de ondergang van een land, dan de verzaking van de religieuze tradities. [D I.12]


Verder moet je, als je deze waarden volgt en als je ook nog eens – volgens Machiavelli terecht! – voorzichtig en achterdochtig bent, vaak rücksichtslos zijn. Er is dus binnen Machiavelli’s opvattingen niets dat pleit tegen hard en opportunistisch gedrag in het nastreven van het eigen belang; sterker nog, vaak zijn dergelijke gedragingen volgens Machiavelli juist een teken van gezondheid.

Interessant genoeg leidt de benadrukking van kracht, duurzaamheid en gezondheid tot de conclusie dat een flink aantal bekende en in de westerse traditie veelbezongen deugden soms schadelijk zijn. In veel gevallen kiest Machiavelli consequent voor het traditioneel moreel-slechtere gedrag boven het traditioneel ‘goede gedrag’, waarbij hij wel benadrukt dat je de haat die je zult oproepen door op die manier tegen tradities in te gaan, moet zien te ontlopen. In zijn teksten zie je Machiavelli vaak onorthodoxe keuzes maken, zoals voor losbandigheid boven onkreukbaarheid52, voor gierigheid boven vrijgevigheid53, voor

vreeswekkendheid boven beminnelijkheid54, voor woord breken boven woord houden55, en voor bedrog boven eerlijkheid56. Het is voor hem vaak belangrijker om de moreel-goede component te schijnen dan echt zo te zijn57. Dit heeft hem ongetwijfeld de kwade reuk van het ‘Machiavelli’sme’ bezorgd in later eeuwen.




Citatenselectie 7

Machiavelli’s amoraliteit in het zicht van ethische vragen en dilemma’s

52 Een machthebber moet zo verstandig zijn dat hij van de ene kant in staat is de schande te vermijden van de slechte eigenschappen die hem van zijn macht zouden kunnen beroven, en dat hij zich van de andere kant tegen de ondeugden die dat niet ten gevolge hebben, weet te wapenen in zoverre als mogelijk is. Maar als dat voor hem niet mogelijk is, kan hij er zich zonder al te veel scrupules aan overgeven. [P XV.3]

Een republiek of vorst moet met het bewijzen van weldaden aan het volk niet wachten tot de nood aan de man komt. (...) Zij moeten proberen te voorzien welke moeilijkheden hem te wachten kunnen staan, en wie zij in tijden van tegenspoed nodig heeft, en deze mensen vervolgens zo behandelen als geboden lijkt om elke ontwikkeling het hoofd te kunnen bieden. [D I.32]



53 Het is daarom verstandiger de reputatie van gierigheid te behouden – want deze heeft een slechte naam zonder haat ten gevolge – dan in je verlangen om vrijgevig genoemd te worden jezelf de reputatie van roofzuchtigheid op de hals te halen – want deze heeft een slechte naam mét haat ten gevolge. [P XVI.4]

54 Verder kunnen mensen door twee dingen gedreven worden: door liefde of door angst. En dat betekent dat men de macht kan grijpen zowel door zich bemind te maken als door zich gevreesd te maken; vaak is het zelfs zo dat wie zich gevreesd maakt een grotere aanhang krijgt en beter gehoorzaamd wordt dan wie zich bemind maakt. [D III.21]

Hieruit komt een moeilijk probleem voort, namelijk of het beter is bemind dan gevreesd te worden of omgekeerd. Het antwoord luidt dat zowel het een als het ander aanbevelenswaardig zou zijn. Maar aangezien het moeilijk is beide dingen met elkaar te verenigen, is het, ingeval men tussen de twee moet kiezen, zonder meer veiliger om gevreesd dan om bemind te worden. Want van de mensen kan men in het algemeen zeggen dat ze ondankbaar, wispelturig en huichelachtig zijn, dat ze wegvluchten voor gevaar en belust zijn op geldelijk gewin. (...) De mensen schrikken er minder voor terug iemand die zich geliefd maakt de voet dwars te zetten dan iemand die zich gevreesd maakt. Want liefde wordt in stand gehouden door bepaalde zedelijke verplichtingen die – omdat de mensen nu eenmaal slecht zijn – telkens wanneer er eigenbelang in het spel is, verbroken worden. Maar vrees berust op een zekere angst voor straf, en die verdwijnt nooit. (...) Terugkomend op de kwestie van het gevreesd en bemind worden concludeer ik het volgende: aangezien de mensen beminnen voor zover ze dat zelf willen, en vrezen voor zover de heerser dat wil, moet een wijs en verstandig heerser zich baseren op wat van hemzelf en niet op wat van anderen afhankelijk is. Alleen moet hij, zoals gezegd, alle mogelijke moeite doen om de haat van zijn onderdanen te ontlopen. [P XVII.2]

Van goed gebruikte wreedheid – als het slechte tenminste goed genoemd mag worden – kan men spreken wanneer iemand deze plotseling begaat, uit noodzaak zich te handhaven, en niet verder continueert maar omzet in een zo groot mogelijk welzijn voor zijn onderdanen. Slecht gebruikt is dié wreedheid die, ook al is ze in de aanvangsfase klein, met de tijd eerder toe- dan afneemt. [P VIII.7]

Iemand die macht heeft, moet zich er dan ook niets van aantrekken dat hij zich het odium van wreedheid op de hals haalt, als hij op die manier de eenheid en de trouw van zijn onderdanen kan behouden. [P XVII.1]



55 Hoe prijzenswaardig het is als een machtig man zijn woord houdt en rechtschapen en eerlijk leeft, begrijpt iedereen. Toch leert de ervaring dat in onze dagen juist die machthebbers die zich aan hun woord weinig gelegen lieten liggen, grote dingen tot stand hebben gebracht en op sluwe wijze de geest van de mensen hebben weten te bespelen. En ten slotte zijn ze zelfs hen die zich op eerlijkheid baseerden, de baas geworden. (...) Een verstandig heerser kan noch mag zijn woord houden wanneer dit hem schade berokkent en wanneer de redenen, die hem tot zijn belofte gebracht hebben, zijn weggevallen. [P XVIII.1]

56 Het gebeurt naar mijn overtuiging zelden of nooit dat iemand vanuit een lage positie opklimt naar een hoge zonder gebruikmaking van geweld en bedrog: tenzij men die hoge positie cadeau krijgt of erft. En ik geloof niet dat er ooit gevallen waren waarin geweld alleen voldoende was; maar er zijn zeker gevallen te noemen waarin men voldoende had aan bedrog. (...) Bedrog is altijd onontbeerlijk geweest voor mensen die van onbeduidend zeer belangrijk wilden worden, en is moeilijker aan de kaak te stellen naarmate het besmuikter wordt gepleegd. [D II.13]

In het kader van de oorlogvoering is bedrog lovenswaardig. Hoewel bedrog verwerpelijk is als het tot regel wordt verheven, strekt het niettemin in het kader van de oorlogvoering tot lof en eer, en oogst iemand die zijn vijand verslaat met behulp van bedrog evenveel lof als iemand die dat doet met behulp van geweld. [D III.40]

Aan dit voorbeeld dienen allen die vijandelijke gevoelens koesteren jegens een vorst een voorbeeld te nemen. Eerst dienen ze hun eigen krachten te wikken en te wegen; blijken zij sterk genoeg om hun vijandigheid openlijk te tonen en de vorst met open vizier te bestrijden, dan is dat de aanpak die de voorkeur verdient, want die bevat het minste gevaar en strekt het meest tot eer. Maar als hun krachten niet volstaan om hem openlijk te bestijden, dan dienen ze hun uiterste best te doen om zich hem in de gunst te werken. Geen methode mag daarbij onbeproefd gelaten worden. [D III.2]

57 Ik durf zelfs te beweren dat deze eigenschappen, wanneer je ze bezit en altijd in praktijk brengt, schadelijk zijn, terwijl ze, wanneer je ze schijnt te bezitten, nuttig zijn. (...) En men moet goed voor ogen houden dat een heerser, vooral als hij pas aan de macht is, niet alle dingen in acht kan nemen op grond waarvan de mensen als goed beschouwd worden. [P XVIII.4]

Met andere ethische kwalificaties betoont Machiavelli zich minder Machiavellistisch. Dat zijn uiteraard juist die kwalificaties die passen bij de boven geschetste deugden. Over de vrijheid bijvoorbeeld is hij gematigd positief58 en hij heeft een voorkeur voor de meest vrije staatsvormen: de republiek en de democratie59. Dit belet hem niet om in andere opzichten vrijheid of democratie over één kam te scheren met hun tegenpolen60. Ook over het toekennen van en het aanspreken op verantwoordelijkheid is Machiavelli onverbiddelijk: dit dient zoveel mogelijk te gebeuren61.

Concluderend kunnen we stellen dat Machiavelli niet alleen een zeer originele grondlegger is van de staatkunde en de kunst van het leidinggeven, maar dat hij dit vak ook voor het eerst benadert vanuit een ander dan puur zedelijk perspectief62. Machiavelli is zonder meer een vrijdenker. Dit maakt hem in plaats van immoreel juist amoreel, waarbij hij in hoge mate gericht is op ‘wat goed is’ of ‘wat goed werkt’. Weliswaar geeft hij veel leiders het advies ‘beter goed te schijnen dan het te zijn’ maar dat geldt zeker niet voor de organisatie of de staat als geheel. Hij maakt een duidelijk onderscheid tussen de leider en de organisatie. Voor de organisatie als geheel is hij voortdurend op zoek naar wat werkelijk goed is, in plaats van wat alleen maar zo lijkt.

Overigens klinken Machiavelli’s teksten een enkele keer wel moralistisch63 maar die keren zijn zeldzaam en vaak gebruikt hij een morele verantwoording dan juist om zichzelf goed te praten, geheel in lijn met zijn adagium ‘het is belangrijker goed te schijnen dan het te zijn’.




Citatenselectie 8

Machiavelli als vrijdenker

58 Alle steden en landen ter wereld die in vrijheid leven gaat het zeer voor de wind. [D II.2]

59 Alles afwegende, geloof ik dat in gevallen waarin het gevaar acuut is, een democratie iets standvastiger is dan een vorst. [D I.59]

Hieruit volgt dat een democratie een langer bestaan en blijvender voorspoed kent dan een monarchie; want ze beschikt over verschillend geaarde burgers, en kan dus beter op de verschillende tijdsgewrichten inspelen dan een vorst. [D III.9]

Vorsten mogen superieur aan volksmassa’s zijn in het maken van wetten, het organiseren van een politiek bestel, en het ontwerpen van nieuwe statuten en structuren; maar volksmassa’s zijn verre superieur in het stabiliseren van een maatschappelijke orde, en dragen ongetwijfeld bij aan de roem van de wetgevers zelf. (...) Op grond van dit alles laat zich raden wat ernstiger is; een ziekte bij een volk of een ziekte bij een vorst. Een ziek volk kan genezen worden met woorden, terwijl bij een zieke vorst een staalkuur onontbeerlijk is. [D I.58]

60 Waar een grote gelijkheid vanouds bestaat of tot stand is gebracht, dient men een republiek te stichten; waar een grote ongelijkheid heerst, dient men een monarchie te stichten. Wie anders handelt, creëert een instabiele situatie die geen lang leven beschoren is. [D I.55]

Want het is even moeilijk en gevaarlijk om een volk te bevrijden dat hecht aan zijn onderworpenheid, als om een volk te onderwerpen dat hecht aan zijn vrijheid. [D III.8]



61 Laten vorsten niet jammeren over deze of gene wandaad van het volk waarover zij regeren, want zo’n wandaad is óf te wijten aan hun eigen nalatigheid óf een uitvloeisel van soortgelijke wandaden waaraan zij zich zelf hebben bezondigd. [D III.29]

62 Omdat ik weet dat velen hierover geschreven hebben, vrees ik dat men mij verwaand zal vinden wanneer ik er ook nog wat over zeg. Te meer omdat ik bij de behandeling van de materie sterk afwijk van de normen die door mijn voorgangers gesteld zijn. Maar aangezien het mijn bedoeling is iets te schrijven dat nuttig is voor wie het begrijpt, vind ik het beter me te houden aan de feitelijke werkelijkheid van de dingen dan aan de gefingeerde voorstelling ervan. [P XV.1] Zie voor Machiavelli als vrij en amoreel denker ook de inleiding van Frans van Dooren in zijn vertaling van Il Principe (1976).

63 Want een goed mens heeft de taak om het goede dat hij door de boosheid van de tijden en de weerspannigheid van de fortuin niet heeft kunnen verwezenlijken, aan anderen door te geven, opdat van de vele talentvolle mensen die er zijn een enkeling die meer dan anderen door de hemel is gezegd, dit goede tot werkelijkheid maakt. [D II.Voorwoord]

Een goed burger stapt uit liefde voor het vaderland over persoonlijke tegenstellingen heen. [D III.47]







1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina